EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005E0574

Gemeenschappelijk Optreden 2005/574/GBVB van de Raad van 18 juli 2005 ter ondersteuning van de activiteiten van de IAEA op het gebied van nucleaire veiligheid en verificatie en ter uitvoering van maatregelen van de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

OJ L 193, 23.7.2005, p. 44–50 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 164M , 16.6.2006, p. 310–316 (MT)

No longer in force, Date of end of validity: 17/10/2006

ELI: http://data.europa.eu/eli/joint_action/2005/574/oj

23.7.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 193/44


GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN 2005/574/GBVB VAN DE RAAD

van 18 juli 2005

ter ondersteuning van de activiteiten van de IAEA op het gebied van nucleaire veiligheid en verificatie en ter uitvoering van maatregelen van de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, inzonderheid artikel 14,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Op 12 december 2003 heeft de Europese Raad de strategie van de Europese Unie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens aangenomen, met in hoofdstuk III een lijst van maatregelen die zowel in de Europese Unie als in derde landen moeten worden getroffen.

(2)

De Unie geeft momenteel actief uitvoering aan deze strategie en aan de in hoofdstuk III ervan genoemde maatregelen, met name via de financiering van specifieke projecten die uitgevoerd worden door multilaterale instellingen zoals de IAEA.

(3)

De Raad heeft op 17 november 2003 Gemeenschappelijk Standpunt 2003/805/GBVB aangenomen betreffende de universalisering en versterking van multilaterale overeenkomsten op het gebied van de non-proliferatie van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor (1).

(4)

De Raad heeft op 17 mei 2004 Gemeenschappelijk Optreden 2004/495/GBVB van 17 mei 2004 aangenomen ter ondersteuning van het nucleair veiligheidsfonds van de IAEA en ter uitvoering van maatregelen van de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens (2).

(5)

Wat de Europese Unie betreft, heeft de Raad op 22 december 2003 Richtlijn 2003/122/Euratom inzake de controle op hoogactieve ingekapselde radioactieve bronnen en weesbronnen (3) aangenomen; het aanscherpen van de controle op hoogactieve radioactieve bronnen in alle derde landen overeenkomstig de verklaring en het actieplan van de G-8 betreffende de beveiliging van radioactieve bronnen blijft dus een belangrijke nog na te streven doelstelling.

(6)

De wereldwijde toepassing van het aanvullende protocol van de IAEA (4) draagt bij tot de versterking van de verificatiecapaciteit en van het systeem van veiligheidscontrole van de IAEA.

(7)

De in de overwegingen 5 en 6 genoemde doelstellingen zijn dezelfde als die welke de IAEA nastreeft. Dat gebeurt in het kader van de herziene gedragscode voor de veiligheid en zekerheid van radioactieve bronnen die in september 2003 door de raad van bestuur van de IAEA werd aangenomen en de uitvoering van zijn nucleair veiligheidsplan, dat uit vrijwillige bijdragen aan zijn nucleair veiligheidsfonds wordt gefinancierd. De IAEA richt zich ook op de versterking van het Verdrag inzake de fysische bescherming van nucleair materiaal en op de bevordering van de sluiting en uitvoering van het aanvullend protocol.

(8)

De Commissie heeft ermee ingestemd dat zij met de supervisie van de uitvoering van de EU-bijdrage zal worden belast,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK OPTREDEN VASTGESTELD:

Artikel 1

1.   Om onverwijld praktische uitvoering te geven aan sommige elementen van de EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens steunt de Europese Unie de activiteiten van de IAEA op het gebied van nucleaire veiligheid en verificatie, ter bevordering van de volgende doelstellingen:

betere bescherming van proliferatiegevoelige goederen en apparatuur, alsmede van de deskundigheid terzake,

verbetering van de opsporing en bestrijding van illegale handel in kernmateriaal en radioactieve stoffen,

versterking van de veiligheidscontrole door de IAEA, met name de wereldwijde toepassing van het aanvullend protocol van de IAEA.

2.   IAEA-projecten sluiten aan bij de maatregelen van de EU-strategie wanneer zij gericht zijn op:

het bijstaan van staten bij de verbetering van de fysieke bescherming van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen tijdens gebruik, opslag en vervoer, alsmede van kerninstallaties,

het bijstaan van staten bij de verbetering van de beveiliging van radioactieve stoffen in niet-nucleaire toepassingen,

de vergroting van het vermogen van staten om illegale handel op te sporen en te bestrijden,

het bijstaan van staten bij het opstellen van de noodzakelijke wetgeving ter uitvoering van het aanvullend protocol van de IAEA.

Deze projecten zullen worden uitgevoerd in landen die op deze gebieden bijstand behoeven.

In de bijlage gaat een nadere omschrijving van bovenbedoelde projecten.

Artikel 2

1.   Het financieel referentiebedrag voor de uitvoering van de drie in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten bedraagt 3 914 000 EUR.

2.   Voor het beheer van de in lid 1 genoemde uitgaven uit de algemene begroting van de Europese Unie gelden de procedures en voorschriften van de Gemeenschap die van toepassing zijn op begrotingsaangelegenheden, met dien verstande dat een eventuele voorfinanciering niet het eigendom van de Gemeenschap blijft.

3.   Voor de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, bedoelde projecten heeft de Commissie een financiële kaderovereenkomst met de IAEA gesloten over het gebruik van de EU-bijdrage, die als schenking wordt verstrekt. Die specifieke financieringsovereenkomst bepaalt dat de IAEA er zorg voor draagt dat de EU-bijdrage zichtbaar is in een mate die overeenstemt met haar omvang.

4.   De Commissie ziet toe op de correcte uitvoering van de in dit artikel bedoelde EU-bijdrage. De Commissie wordt daartoe belast met de controle op en de evaluatie van de financiële aspecten van de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden, zoals bepaald in dit artikel.

Artikel 3

Het voorzitterschap, met de steun van de secretaris-generaal/hoge vertegenwoordiger voor het GBVB, is samen met de Commissie, verantwoordelijk voor de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden en rapporteert aan de Raad over de uitvoering ervan. De Commissie wordt belast met de controle op en de evaluatie van de financiële aspecten van de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden, zoals bepaald in artikel 2. De Commissie wordt volledig betrokken bij de rapportage over deze aspecten.

Artikel 4

De Raad en de Commissie dragen, elk in het kader van hun onderscheiden bevoegdheden, zorg voor de coherentie tussen de uitvoering van dit gemeenschappelijk optreden en het communautaire externe optreden, zulks overeenkomstig artikel 3, lid 2, van het Verdrag van de Europese Unie. Zij werken te dien einde samen.

Artikel 5

Dit gemeenschappelijk optreden treedt in werking op de dag waarop het wordt aangenomen.

Het verstrijkt 15 maanden na aanneming.

Artikel 6

Dit gemeenschappelijk optreden wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

Gedaan te Brussel, 18 juli 2005.

Voor de Raad

De voorzitter

J. STRAW


(1)  PB L 302 van 20.11.2003, blz. 34.

(2)  PB L 182 van 19.5.2004, blz. 46.

(3)  PB L 346 van 31.12.2003, blz. 57.

(4)  Model aanvullend protocol bij de overeenkomst(en) tussen de staat(staten) en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van veiligheidscontroles, die in 1997 werd goedgekeurd door de raad van bestuur van de IAEA (INFCIRC/540 (Corr.)).


BIJLAGE

EU-steun voor de activiteiten van de IAEA op het gebied van nucleaire veiligheid en verificatie en ter uitvoering van maatregelen van de strategie van de Europese Unie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens

1.   Omschrijving

De Raad van Beheer van de Internationale Organisatie voor Atoomenergie (IAEA) heeft in maart 2002 een activiteitenplan tot bescherming tegen nucleair terrorisme goedgekeurd (GOV/2002/10). Tevens bevat het document „Measures to Strengthen International Cooperation in Nuclear, Radiation, Transport Safety and Waste Management: Promoting Effective and Sustainable National Regulatory Infrastructure for the Control of Radiation Sources” (GOV/2004/52-GC(48)/15) onderdelen die van belang zijn voor de samenwerking tussen de IAEA en de Europese Unie in het kader van de EU-strategie ter bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens. Dit document voorziet in een alomvattende aanpak van nucleaire veiligheid, inclusief controle op naleving van de regelgeving, verantwoording en bescherming van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen tijdens gebruik, opslag en vervoer, „van de wieg tot het graf”, zowel op korte als op lange termijn. Ingeval beveiliging evenwel faalt, of materiaal nog niet is beveiligd op de plaats waar het zich bevindt, moeten er maatregelen worden getroffen ter ontdekking van diefstal of pogingen om het materiaal te smokkelen.

Internationale veiligheidscontrole, zoals uitgevoerd door de IAEA, is een essentieel middel om na te gaan of staten hun toezegging nakomen geen nucleair materiaal of nucleaire technologie te gebruiken om kernwapens of andere nucleaire explosieven te ontwikkelen. De sluiting van een alomvattende overeenkomst (1) betreffende veiligheidscontroles en een aanvullend protocol daarbij (2) is een belangrijke verbintenis van een staat met betrekking tot de veiligheid en de controle van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen en nucleaire activiteiten die op zijn grondgebied, onder zijn jurisdictie of onder zijn controle waar dan ook worden uitgevoerd. Het is hierbij van het grootste belang dat de vereiste nationale uitvoeringswetgeving voorhanden is, teneinde de bevoegde overheidsinstanties in staat te stellen de nodige regulerende functies uit te oefenen en het gedrag te regelen van eenieder die betrokken is bij gereglementeerde activiteiten.

In alle lidstaten van de organisatie alsook in staten die nog geen lid van de IAEA zijn is er grote vraag naar steun voor deze inspanningen. De projecten ter versterking van de nucleaire veiligheid zijn evenwel in eerste instantie toegespitst op landen in Zuidoost-Europa: Bulgarije, Turkije, Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kroatië, Servië en Montenegro, de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Moldavië en Roemenië, en in landen in de Centraal-Aziatische regio: Kazachstan, Kirgizstan, Oezbekistan, Tadzjikistan en Turkmenistan; in het Kaukasusgebied: Armenië, Azerbeidzjan en Georgië; in Noord-Afrika: Marokko, Algerije, Tunesië, Libië en Egypte; en in het Middellandse-Zeegebied en in het Midden-Oosten: Libanon, Syrië, Israël en Jordanië. De activiteiten van het project die gericht zijn op bijstand bij het opstellen van nationale wetgeving in verband met de overeenkomst betreffende veiligheidscontrole en het aanvullende protocol (project 4), zullen worden uitgevoerd in de landen die zijn gekozen als resultaat van de door de Europese Unie vastgestelde politieke prioriteiten.

Allereerst zal de behoefte aan verbeterde nucleaire veiligheid in de nieuwe landen van dit gemeenschappelijk optreden worden geëvalueerd, teneinde de prioriteiten voor steun te bepalen. Te dien einde zal een groep van erkende experts de huidige stand van de in deze landen reeds bestaande nucleaire beveiligingsmaatregelen beoordelen en aanbevelingen tot verbetering doen. De aanbevelingen zullen een basis bieden voor het bepalen van de latere bijstand en betrekking hebben op zowel de huidige toestand als de vereiste verbeteringen terzake van voorkoming of ontdekking alsmede bestrijding van kwaadwillige handelingen in verband met kernmateriaal en andere radioactieve stoffen — met inbegrip van stoffen voor niet-nucleair gebruik — en kerninstallaties.

Op grond van deze evaluatie zullen prioriteiten worden bepaald, waarbij een maximum aantal landen wordt aangewezen voor elk project dat wordt gefinancierd uit de middelen die via de EU-steun ter beschikking worden gesteld.

Vervolgens zullen in de geselecteerde landen projecten op vier gebieden worden uitgevoerd.

1.   Betere fysieke bescherming van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen tijdens gebruik, opslag en vervoer, en van kerninstallaties

In kerninstallaties en -faciliteiten gebruikte en opgeslagen materialen moeten op passende wijze worden beheerd en beschermd om diefstal of sabotage te voorkomen. In een doeltreffende regeling moet de taakverdeling tussen overheid en exploitant worden aangegeven.

Voor project 1 zullen ten hoogste zes landen worden geselecteerd.

2.   Verbetering van de beveiliging van radioactieve stoffen in niet-nucleaire toepassingen

Dit project omvat twee verschillende activiteitengebieden; het opzetten/verbeteren van het regelgevingsinstrumentarium en het ontmantelen en verwijderen van afgedankte bronnen.

Radioactief materiaal wordt vaak gebruikt in niet-nucleaire toepassingen, bv. medisch of industrieel gebruik. Sommige van deze bronnen zijn hoogradioactief en behoren tot de categorieën 1 tot en met 3 als gedefinieerd in het IAEA-document „Indeling van radioactieve bronnen”. Indien deze bronnen niet voldoende door regulerende instanties gecontroleerd en beschermd worden, dan kunnen zij in de verkeerde handen vallen en voor kwaadwillige activiteiten worden gebruikt. Stralingsbescherming, beveiliging van radioactieve bronnen en het regelgevingsinstrumentarium moeten doeltreffend zijn en naar behoren functioneren conform de internationale normen, de richtsnoeren van de gedragscode voor de veiligheid en beveiliging van radioactieve bronnen en de beste praktijken. Voor dit activiteitengebied van project 2 zullen ten hoogste zes landen worden geselecteerd.

Het is van vitaal belang dat krachtige, kwetsbare bronnen bij gebruik of opslag fysiek worden beschermd tegen kwaadwillige handelingen en, wanneer zij niet langer nodig zijn, moeten zij worden ontmanteld en als radioactief afval veilig worden opgeslagen. Voor dit activiteitengebied van project 2 zullen ten hoogste zes landen worden geselecteerd.

3.   Versterking van het vermogen van staten om illegale handel op te sporen en te bestrijden

Onder illegale handel valt het ongeoorloofd in ontvangst nemen, leveren, gebruiken, vervoeren of verwijderen van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen, zulks al dan niet opzettelijk en ongeacht of daarbij internationale grenzen worden overschreden.

Een door terroristen gemaakt primitief nucleair explosief of tuig voor radiologische straling kan niet worden vervaardigd zonder door illegale handel verkregen materiaal. Voorts is mogelijk ook gevoelige apparatuur en technologie voor het produceren van gevoelig materiaal voor (het vervaardigen van) een primitief nucleair explosief door illegale handel verkregen. Aan te nemen valt dat grensoverschrijdend verkeer van materiaal of technologie noodzakelijk is opdat het materiaal zijn bestemming bereikt. Om illegale handel te bestrijden, moeten de staten dus voorzien in de nodige regelingen en technische systemen (met inbegrip van gebruiksvriendelijke instrumenten) alsmede in procedures en informatie aan de grensposten waarmee pogingen om radioactieve stoffen (met inbegrip van radioactieve splijtstoffen) te smokkelen of ongeoorloofde handel in gevoelige apparatuur en technologie kunnen worden opgespoord.

Tevens moeten er doeltreffende maatregelen worden getroffen om op zulke acties te reageren en eventuele radioactieve stoffen in beslag te nemen. Het personeel van de rechtshandhavingsdiensten (douane, politie enz.) is vaak niet opgeleid in het gebruik van opsporingsapparatuur en is dus mogelijk niet vertrouwd met gevoelige uitrusting en apparatuur. Opleiding van deze functionarissen is dan ook van cruciaal belang voor het welslagen van maatregelen voor de opsporing van illegale handel. Voor verschillende personeelscategorieën zouden verschillende opleidingen beschikbaar moeten zijn, zowel voor het gebruik van opsporingsinstrumenten als voor het interpreteren van de meetresultaten van die instrumenten, zodat een besluit over de follow-upactiviteiten kan worden genomen.

4.   Wetgevingsassistentie voor de implementatie van de verplichtingen van staten uit hoofde van de overeenkomsten betreffende veiligheidscontrole en de aanvullende protocollen

De sluiting van overeenkomsten betreffende veiligheidscontroles en aanvullende protocollen met de IAEA is een doeltreffende maatregel die stringente nationale en internationale controle van kernmateriaal en daarmee verband houdende technologieën bevordert. Naast essentiële verplichtingen en zaken die de lidstaten in nationale wetgeving moeten omzetten met betrekking tot veiligheidscontrole, en die van belang zijn voor de veiligheid en de controle van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen en nucleaire activiteiten, zijn er ook andere, aanvullende verbintenissen die staten in wetgeving moeten omzetten om te kunnen voldoen aan hun internationale verplichtingen op het gebied van veiligheidscontrole. Op dit vlak zou de nationale uitvoeringswetgeving een kader moeten bieden van beginselen en algemene bepalingen dat de bevoegde overheidsinstanties in staat stelt de noodzakelijke regelgevende functies uit te oefenen en dat het gedrag regelt van eenieder die bij gereglementeerde activiteiten is betrokken.

Het is van belang dat de nationale uitvoeringswetgeving duidelijk de nucleaire activiteiten, installaties, faciliteiten en het nucleaire materiaal omschrijft waarop veiligheidscontrole van toepassing zal zijn. Voorts moeten de staten die een aanvullend protocol hebben gesloten hun uitvoeringswetgeving verbeteren om ervoor te zorgen dat de betrokken staat kan voldoen aan de extra verplichtingen uit hoofde van het aanvullend protocol. Meer bepaald moet de nationale wetgeving van de staat worden herzien, teneinde de verantwoordelijkheden en bevoegdheden uit te breiden van de regulerende instantie, die is aangewezen om de overeenkomsten inzake veiligheidscontrole die zijn gesloten, uit te voeren en toe te passen.

Dit project is bestemd voor de geselecteerde doellanden.

2.   Doelstellingen

Algemene doelstelling: de nucleaire veiligheid in de geselecteerde landen verhogen.

2.1.   Evaluatiefase: de financiering van de INSServ

De IAEA zal een evaluatie uitvoeren om te bepalen in welke mate in elk van de onder 1 genoemde landen, waar die evaluatie nog niet is afgerond, de nucleaire veiligheid moet worden verhoogd. Deze evaluatie zal, waar nodig, betrekking hebben op de fysieke bescherming en de veiligheid van nucleaire en niet-nucleaire toepassingen, de nodige regelingen voor stralingsbescherming en de beveiliging van radioactieve bronnen, alsmede op de getroffen maatregelen ter bestrijding van illegale handel. Aan de hand van de resultaten van de algehele evaluatie zullen de landen worden geselecteerd waar de projecten zullen worden uitgevoerd.

De projecten zullen, als onderdeel van de bovengenoemde breed opgezette missie inzake nucleaire veiligheid:

in elk land nagaan hoe het staat met de fysieke bescherming van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen, en de bescherming van nucleaire of onderzoeksinstallaties of faciliteiten waar dergelijke stoffen worden gebruikt of opgeslagen. Aanwijzen welke installaties en faciliteiten waar dergelijke materiaal aanwezig is zullen worden geselecteerd voor aansluitende verbetering en steun;

in elk land de behoeften evalueren voor wat betreft de verbetering van de beveiliging van radioactieve bronnen. Zwakke punten en manco’s aangeven bij de uitvoering van internationale normen en de gedragscode, die een verbetering van het regelgevingsinstrumentarium vereisen en aangeven in welke mate er moet worden voorzien in aanvullende bescherming voor krachtige, kwetsbare bronnen. Als uitvloeisel van de evaluatie zal ook de voor de bescherming vereiste specifieke apparatuur worden omschreven;

in elk land nagaan hoe het thans staat met de capaciteit om de illegale handel te bestrijden en wat nodig is om de vereiste verbeteringen aan te brengen.

2.2.   Uitvoering van specifieke acties die naar aanleiding van de evaluatiefase als prioritair worden aangemerkt

Project 1

Verbetering van de fysieke bescherming van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen bij gebruik, opslag en vervoer en in nucleaire installaties

Doel van het project: verbetering van de fysieke bescherming van kernmateriaal en andere radioactieve stoffen in geselecteerde landen.

Projectresultaten:

fysieke bescherming van geselecteerde installaties en verbetering van prioritaire faciliteiten,

verbetering, met behulp van deskundigen van de nationale regelgevingsinfrastructuur voor fysieke bescherming,

opleiding van personeel in de geselecteerde landen.

Project 2

Verbetering van de beveiliging van radioactieve stoffen in niet-nucleaire toepassingen

Doel van het project: verbetering van de beveiliging van radioactieve stoffen in niet-nucleaire toepassingen in geselecteerde landen.

Projectresultaten:

instelling/verbetering van het nationale regelgevingsinstrumentarium voor stralingsbescherming, beveiliging van radioactieve bronnen via de evaluatie van het instrumentarium voor stralingsbescherming en beveiliging van radioactieve bronnen (RaSSIA), adviesdiensten, apparatuur en opleiding, in overeenstemming met de internationale normen, de richtsnoeren van de gedragscode voor de veiligheid en beveiliging van radioactieve bronnen, en de beste praktijken,

bescherming of, zo nodig, ontmanteling of verwijdering van kwetsbare bronnen in de geselecteerde landen.

Project 3

Versterking van het vermogen van staten om illegale handel op te sporen en te bestrijden

Doel van het project: verhoging van de vermogens van de staten om in geselecteerde landen illegale handel op te sporen en te bestrijden.

Projectresultaten:

verbetering van het inzamelen en evalueren van informatie over illegale nucleaire handel uit open bronnen en uit de contactpunten van de landen, ter verbetering van de kennis van de illegale nucleaire handel en van de omstandigheden waarin deze plaatsvindt. Deze informatie zal ook bijdragen tot het selecteren van prioriteiten uit de diverse activiteiten ter bestrijding van illegale handel,

instelling van nationale regelingen met behulp van deskundigen ter bestrijding van illegale handel en ter verbetering van de nationale coördinatie van grensoverschrijdend verkeer van radioactieve stoffen en van gevoelige nucleaire apparatuur en technologie in de geselecteerde landen,

verbetering van de grenscontroleapparatuur in geselecteerde grensposten,

opleiding van het personeel van rechtshandhavingsdiensten.

Project 4

Wetgevingsassistentie voor de implementatie van de verplichtingen van staten uit hoofde van de overeenkomsten betreffende veiligheidscontrole en de aanvullende protocollen

Doel van het project: versterking van de nationale wetgevingskaders voor de uitvoering van overeenkomsten betreffende veiligheidscontrole en de aanvullende protocollen die tussen staten en de IAEA zijn gesloten.

Het project kent twee fasen: een voorbereidende fase en een uitvoeringsfase:

In de voorbereidende fase wordt nagegaan welke staten de noodzakelijke uitvoeringswetgeving uit hoofde van de overeenkomsten inzake veiligheidscontrole en de aanvullende protocollen die met de IAEA zijn gesloten, nog niet hebben aangenomen. De Europese Unie zal deze taak op zich nemen. Daarnaast omvat het de ontwikkeling van generieke elementen (bv. bouwstenen voor de wetgeving), die worden overgenomen uit bestaande wetgeving van verschillende staten en zullen worden toegesneden op de respectieve nationale behoeften en omstandigheden van de doellanden.

De uitvoeringsfase bestaat uit het verschaffen van bilaterale wetgevingsassistentie aan doellanden bij de opstelling en/of herziening van nationale wetgeving, met gebruikmaking van de bouwstenen die in de voorbereidingsfase zijn ontwikkeld.

Projectresultaten:

Opstellen en aannemen (in de nationale talen) van de nationale wetgeving die de staten in staat moet stellen om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten betreffende veiligheidscontrole en de aanvullende protocollen.

3.   Duur

De evaluatie zal plaatsvinden in een periode van drie maanden na de inwerkingtreding van de bijdrageovereenkomst tussen de Commissie en de IAEA. De vier projecten worden gelijktijdig uitgevoerd in de loop van de 12 daaropvolgende maanden.

De totale duur van de uitvoering van het gemeenschappelijk optreden wordt op 15 maanden geraamd.

4.   Begunstigden

Begunstigden zijn de landen waar de evaluatie en de daaropvolgende projecten plaatsvinden. Hun autoriteiten zullen worden geholpen bij het aangeven van de zwakke punten en steun krijgen om een oplossing te vinden en de veiligheid te verhogen.

5.   Uitvoeringsorgaan

De IAEA wordt met de uitvoering van het project belast. De INSServ-missies zullen worden uitgevoerd volgens de standaardwerkwijze voor IAEA-missies, die door deskundigen van de IAEA-lidstaten zullen worden uitgevoerd. De vier projecten worden rechtstreeks uitgevoerd door het personeel van de IAEA en door de lidstaten geselecteerde deskundigen of contractanten. In het geval van contractanten moet de levering van goederen, werken of diensten door de IAEA in het kader van de actie geschieden volgens de desbetreffende regels en procedures van de IAEA, als omschreven in de bijdrageovereenkomst tussen de Europese Unie en de IAEA.

6.   Deelnemende derde partijen

Dit project wordt volledig gefinancierd uit dit gemeenschappelijk optreden van de Europese Unie. Deskundigen van de IAEA-lidstaten mogen als deelnemende derde partijen worden beschouwd. Zij zullen hun werkzaamheden verrichten volgens de standaardwerkwijze voor IAEA-deskundigen.

7.   Raming van de benodigde middelen

De bijdrage van de Europese Unie dekt de evaluatie en de uitvoering van de vier in punt 2.2 omschreven projecten. De kosten worden als volgt geraamd:

Evaluatie nucleaire beveiliging, met inbegrip van missies

140 000 EUR

Project 1

1 100 000 EUR

Project 2

1 250 000 EUR

Project 3

1 114 000 EUR

Project 4

200 000 EUR

Verder is er voor onvoorziene kosten een reserve ten belope van ongeveer 3 % (in totaal 110 000 EUR) van de in aanmerking komende kosten.

8.   Financieel referentiebedrag voor de kosten van de projecten

De totale kosten van het project bedragen 3 914 000 EUR.


(1)  De structuur en de inhoud van overeenkomsten tussen de IAEA en staten, die vereist zijn in het kader van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens, dat in 1972 is aangenomen door de raad van bestuur van de IAEA (INFCIRC/153 (Corr.)).

(2)  Model van aanvullend protocol bij de overeenkomst tussen staat(staten) en de Internationale Organisatie voor Atoomenergie inzake de toepassing van veiligheidscontroles, die in 1997 door de raad van bestuur van de IAEA is goedgekeurd (INFCIRC/540 (Corr.)).


Top