EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005D0439

2005/439/EG: Beschikking van de Commissie van 13 juni 2005 tot wijziging van Beschikking 2005/131/EG van de Commissie wat betreft de financiële steun voor één communautair referentielaboratorium in de sector veterinaire aspecten van de volksgezondheid (biologische risico’s) in het Verenigd Koninkrijk voor het jaar 2005 (Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1711)

OJ L 152, 15.6.2005, p. 20–21 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
OJ L 349M , 12.12.2006, p. 137–138 (MT)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2005/439/oj

15.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 152/20


BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE

van 13 juni 2005

tot wijziging van Beschikking 2005/131/EG van de Commissie wat betreft de financiële steun voor één communautair referentielaboratorium in de sector veterinaire aspecten van de volksgezondheid (biologische risico’s) in het Verenigd Koninkrijk voor het jaar 2005

(Kennisgeving geschied onder nummer C(2005) 1711)

(Slechts de tekst in de Engelse taal is authentiek)

(2005/439/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Beschikking 90/424/EEG van de Raad van 26 juni 1990 betreffende bepaalde uitgaven op veterinair gebied (1), en met name op artikel 28, lid 2,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

Beschikking 2005/131/EG van de Commissie betreffende financiële steun van de Gemeenschap in 2005 voor bepaalde communautaire referentielaboratoria in de sector veterinaire aspecten van de volksgezondheid (biologische risico’s) (2) verleent communautaire financiële steun aan laboratoria voor het vervullen van bepaalde functies en taken.

(2)

Op 28 januari 2005 heeft een groep van deskundigen uit de Europese Unie, onder voorzitterschap van het communautaire referentielaboratorium voor TSE’s (CRL), bevestigd dat bij een in Frankrijk geslachte geit boviene spongiforme encefalopathie (BSE) geconstateerd is. Dit was het eerste geval van BSE bij een kleine herkauwer onder natuurlijke omstandigheden.

(3)

Het wetenschappelijke panel voor biologische gevaren van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) heeft er in zijn verklaring van 28 januari 2005 op gewezen dat nog moet worden nagegaan wat dit ene geval van BSE-besmetting bij een geit in Frankrijk te betekenen heeft. De EFSA heeft aangegeven dat de resultaten van een verscherpte bewaking van TSE’s bij geiten hiervoor onontbeerlijk zijn. Naar aanleiding daarvan is bij Verordening (EG) nr. 214/2005 van de Commissie (3) een nieuw programma vastgesteld voor de bewaking van TSE bij geiten, dat op 11 februari 2005 is begonnen. In dit nieuwe bewakingsprogramma zijn de te testen aantallen gezonde geslachte dieren en op het landbouwbedrijf gestorven dieren aanzienlijk verhoogd.

(4)

Bij Verordening (EG) nr. 36/2005 van de Commissie tot wijziging van de bijlagen III en X bij Verordening (EG) nr. 999/2001 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft epizoötiebewaking ten aanzien van overdraagbare spongiforme encefalopathieën bij runderen, schapen en geiten (4) is een strategie vastgesteld om kleine herkauwers op de mogelijke aanwezigheid van boviene spongiforme encefalopathie (BSE) te onderzoeken. De strategie omvat ten eerste een screening door de nationale referentielaboratoria van alle bevestigde gevallen van TSE’s bij kleine herkauwers. Ten tweede een ringonderzoek met ten minste drie verschillende methoden in geselecteerde laboratoria onder leiding van het communautaire referentielaboratorium voor TSE’s (CRL), uit te voeren in alle gevallen waar de eerste screening BSE niet heeft kunnen uitsluiten. Ten slotte is stamtypering in muizen noodzakelijk wanneer de uitkomst van de moleculaire typering bevestigd moet worden. De bijdrage van de Gemeenschap dekt alle kosten van het ringonderzoek en de stamtypering in muizen.

(5)

Op verzoek van de Commissie is deze coördinerende rol van het CRL bij het ringonderzoek en de stamtypering in muizen in verschillende laboratoria opgenomen in de werkprogramma’s voor 2005.

(6)

Om die reden moet de financiële steun van de Gemeenschap aan het jaarlijkse werkplan van het CRL worden verhoogd om de extra kosten voor het ringonderzoek en de stamtypering in muizen te dekken.

(7)

Beschikking 2005/131/EG moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8)

De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Artikel 5, lid 1, van Beschikking 2005/131/EG wordt als volgt gewijzigd:

„1.   De Gemeenschap verleent financiële steun aan het Verenigd Koninkrijk voor de in hoofdstuk B van bijlage X bij Verordening (EG) nr. 999/2001 vastgestelde functies en taken die door het Veterinary Laboratories Agency in Addlestone (Verenigd Koninkrijk) moeten worden vervuld met betrekking tot het toezicht op overdraagbare spongiforme encefalopathieën.

De financiële steun bedraagt maximaal 810 500 EUR voor de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2005.”.

Artikel 2

Deze beschikking is gericht tot het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland.

Gedaan te Brussel, 13 juni 2005

Voor de Commissie

Markos KYPRIANOU

Lid van de Commissie


(1)  PB L 224 van 18.8.1990, blz. 19. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 806/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 1).

(2)  PB L 45 van 16.2.2005, blz. 15.

(3)  PB L 37 van 10.2.2005, blz. 9.

(4)  PB L 10 van 13.1.2005, blz. 9.


Top