EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32005D0854

Besluit nr. 854/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter bevordering van een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 149, 11.6.2005, p. 1–13 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 049 P. 53 - 65
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 049 P. 53 - 65

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2005/854(1)/oj

11.6.2005   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 149/1


BESLUIT Nr. 854/2005/EG VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 11 mei 2005

tot vaststelling van een communautair meerjarenprogramma ter bevordering van een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 153, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité (1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag (2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De internetpenetratiegraad en het gebruik van nieuwe technologieën, zoals mobiele telefoons, nemen in de Gemeenschap nog steeds hand over hand toe. Parallel aan deze ontwikkeling blijven de gevaren, vooral voor kinderen, en het aanhoudend misbruik van deze technologieën voortbestaan, terwijl nieuwe gevaren en misbruiken de kop beginnen op te steken. Om te bereiken dat de mensen meer gaan profiteren van de door het internet en de nieuwe on line-technologieën geboden mogelijkheden, zal men ook maatregelen moeten treffen om een veiliger gebruik hiervan te bevorderen en de eindgebruiker tegen ongevraagde inhoud te beschermen.

(2)

Het actieplan eEurope 2005, waarbij de strategie van Lissabon verder wordt uitgewerkt, is gericht op het bevorderen van veilige diensten, toepassingen en inhoud op basis van een algemeen toegankelijke breedbandinfrastructuur. Tot de doelstellingen van dit actieplan behoren een betrouwbare informatie-infrastructuur, ontwikkeling, analyse en verspreiding van de beste praktijken, benchmarking en een coördinatiemechanisme voor e-beleid.

(3)

Het wetgevingskader dat op communautair niveau wordt vastgesteld om de digitale inhoudsproblemen in de informatiemaatschappij het hoofd te kunnen bieden, omvat thans ook regels voor on line-diensten, en met name die betreffende ongevraagde commerciële e-mail in de richtlijn over privacy en elektronische communicatie (3) en betreffende belangrijke aspecten van de aansprakelijkheid van als tussenpersonen optredende dienstenleveranciers in de richtlijn inzake elektronische handel (4), alsook aanbevelingen voor de lidstaten, het bedrijfsleven en andere betrokken partijen en de Commissie, samen met de indicatieve richtsnoeren inzake de bescherming van minderjarigen in Aanbeveling 98/560/EG (5).

(4)

De noodzaak van maatregelen tegen voor kinderen potentieel schadelijke en door de eindgebruiker ongevraagde inhoud en tegen illegale inhoud, met name kinderpornografie en racistisch materiaal, blijft bestaan.

(5)

Het is wenselijk internationaal overeenstemming te bereiken over wettelijk bindende basisnormen op dit gebied, maar dit zal niet gemakkelijk zijn. Als een dergelijke overeenkomst dan al tot stand komt, zal deze op zich nog niet volstaan om de handhaving van de regels te verzekeren of de bescherming van de bedreigde groepen te waarborgen.

(6)

Het Actieplan voor een veiliger internet (1999-2004) vastgesteld bij Beschikking nr. 276/1999/EG (6) heeft geresulteerd in communautaire financiering waarmee men een verscheidenheid van initiatieven met Europese meerwaarde heeft kunnen aanmoedigen. Met verdere financiering kan worden bevorderd dat nieuwe initiatieven op het reeds verrichte werk kunnen voortbouwen.

(7)

Er blijven praktische maatregelen nodig om te bevorderen dat illegale inhoud wordt gerapporteerd aan instanties die hier iets aan kunnen doen, dat beoordeling van de werking en vergelijkend onderzoek van filtertechnologieën worden bevorderd, dat beste praktijken voor gedragscodes, waaronder algemeen aanvaarde gedragsregels, worden verspreid, en dat ouders en kinderen worden voorgelicht over de beste manieren om de mogelijkheden van de nieuwe on line-technologieën in alle veiligheid te kunnen benutten.

(8)

Een optreden op het niveau van de lidstaat met de betrokkenheid van vele partijen, zoals nationale, regionale en lokale overheden, netwerkexploitanten, ouders, leerkrachten en schoolbeheerders, is van essentieel belang. De Gemeenschap kan beste praktijken in de lidstaten stimuleren door, zowel binnen de Europese Unie als internationaal, een oriëntatierol te vervullen en steun te verschaffen ten behoeve van benchmarking op Europees niveau, networking en toegepast onderzoek.

(9)

Internationale samenwerking is eveneens van wezenlijk belang en kan via acties door middel van de communautaire netwerkstructuren worden gestimuleerd, gecoördineerd, gerelayeerd, en geïmplementeerd.

(10)

De maatregelen die de Commissie gemachtigd is te nemen bij de uitvoering van de haar door het onderhavige besluit toegekende bevoegdheden zijn hoofdzakelijk beheersmaatregelen die betrekking hebben op de uitvoering van een programma met aanzienlijke gevolgen voor de begroting in de zin van artikel 2, onder a), van Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (7). Deze maatregelen dienen derhalve te worden genomen in overeenstemming met de beheersprocedure vervat in artikel 4 van genoemd besluit.

(11)

De Commissie moet voor complementariteit en synergie met aanverwante communautaire initiatieven en programma's zorgen, hetgeen in ieder geval betekent dat rekening wordt gehouden met het werk van andere instanties.

(12)

Dit besluit stelt een financieel kader vast voor de gehele looptijd van het programma, dat voor de begrotingsautoriteit tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiepunt vormt, in de zin van punt 33 van het Interinstitutioneel Akkoord van 6 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie over de begrotingsdiscipline en de verbetering van de begrotingsprocedure (8).

(13)

Daar de doelstellingen van dit besluit, namelijk de bevordering van een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën en de bestrijding van illegale inhoud en inhoud waar eindgebruikers niet om vragen, vanwege het grensoverschrijdende karakter van de vraagstukken in kwestie niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de Europese reikwijdte en effecten van de maatregelen beter door de Gemeenschap kunnen worden gerealiseerd, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidbeginsel gaat dit besluit niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(14)

Dit besluit respecteert de grondrechten en de beginselen vervat in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name de artikelen 7 en 8,

BESLUITEN:

Artikel 1

Doelstelling van het programma

1.   Bij dit besluit wordt een communautair programma voor de periode 2005-2008 vastgesteld ter bevordering van een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën, met name ten behoeve van kinderen, en ter bestrijding van illegale inhoud en inhoud waar eindgebruikers niet om vragen.

Het programma wordt het „Safer Internet plus”-programma genoemd (hierna „het programma”).

2.   Om de in lid 1 genoemde doelstellingen van het programma te kunnen bereiken, worden de volgende actielijnen gevolgd:

a)

bestrijding van illegale inhoud;

b)

aanpakken van ongevraagde en schadelijke inhoud;

c)

bevordering van een veiliger omgeving;

d)

bewustmaking.

De activiteiten die in het raam van die actielijnen worden uitgevoerd, worden omschreven in bijlage I.

Het programma wordt uitgevoerd overeenkomstig bijlage III.

Artikel 2

Deelname

1.   Het programma staat open voor in de lidstaten gevestigde rechtspersonen.

Het programma staat eveneens open voor in kandidaat-lidstaten gevestigde rechtspersonen, zulks in overeenstemming met de met deze landen gesloten of te sluiten bilaterale overeenkomsten.

2.   Deelname aan het programma is mogelijk voor in de EVA-landen gevestigde rechtspersonen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), zulks in overeenstemming met het bepaalde in Protocol 31 bij de EER-overeenkomst.

3.   Deelname aan het programma zonder financiële steun van de Gemeenschap onder het programma is mogelijk voor in derde landen gevestigde rechtspersonen en internationale organisaties, op voorwaarde dat deze deelname werkelijk bijdraagt tot de uitvoering van het programma. Een besluit daarover wordt genomen overeenkomstig de in artikel 4, lid 2, bedoelde procedure.

Artikel 3

Bevoegdheden van de Commissie

1.   De Commissie is verantwoordelijk voor de uitvoering van het programma.

2.   De Commissie stelt op basis van dit besluit een werkprogramma op.

3.   Bij de uitvoering van het programma ziet de Commissie er, in nauwe samenwerking met de lidstaten, op toe dat het over het geheel genomen consistent is met en een aanvulling vormt op andere relevante communautaire beleidsterreinen, programma's en maatregelen, met name de communautaire programma's voor onderzoek en technologische ontwikkeling en de programma's Daphne II (9), Modinis (10) en e-Inhoud-plus (11).

4.   De Commissie handelt in overeenstemming met de procedure van artikel 4, lid 2, met het oog op het volgende:

a)

goedkeuring en wijziging van het werkprogramma;

b)

uitsplitsing van de begrotingsuitgaven;

c)

vaststelling van de criteria voor en inhoud van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen, in overeenstemming met de in artikel 1 aangegeven doelstellingen;

d)

beoordeling van de voorgestelde projecten na oproepen om voorstellen voor communautaire subsidie waarbij de geschatte communautaire bijdrage gelijk is aan, of meer bedraagt dan 500 000 EUR;

e)

elke afwijking van de in bijlage III aangegeven regels;

f)

uitvoering van maatregelen ter evaluatie van het programma.

5.   De Commissie houdt het in artikel 4 bedoelde comité op de hoogte van de door de uitvoering van het programma gemaakte vorderingen.

Artikel 4

Comité

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 4 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 van dat besluit.

Het in artikel 4, lid 3, van Besluit 1999/468/EG genoemde tijdvak wordt vastgesteld op drie maanden.

3.   Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 5

Monitoring en evaluatie

1.   Om te verzekeren dat de communautaire hulp doelmatig wordt gebruikt, zorgt de Commissie voor een doeltreffende voorafgaande beoordeling, follow-up en latere evaluatie van de onder dit besluit vallende acties.

2.   De Commissie ziet toe op de uitvoering van de in het raam van het programma opgezette projecten. De Commissie evalueert de wijze waarop de projecten zijn uitgevoerd en het door de uitvoering ervan gesorteerde effect om te kunnen nagaan of de oorspronkelijke doelstellingen zijn verwezenlijkt.

3.   Uiterlijk medio 2006 brengt de Commissie het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's verslag uit over de uitvoering van de in artikel 1, lid 2, genoemde actielijnen. In dit verband brengt de Commissie verslag uit over de verenigbaarheid van het bedrag voor 2007-2008 met de financiële vooruitzichten. Waar dat van toepassing is, neemt de Commissie de nodige stappen in het kader van de begrotingsprocedures voor 2007-2008 om te zorgen dat de jaarlijkse kredieten verenigbaar zijn met de financiële vooruitzichten.

Aan het einde van het programma dient de Commissie een eindevaluatieverslag in.

4.   De Commissie doet de resultaten van haar kwantitatieve en kwalitatieve evaluaties toekomen aan het Europees Parlement en de Raad tezamen met eventuele relevante voorstellen tot wijziging van dit besluit. Deze resultaten worden toegezonden vóór de indiening van het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor respectievelijk de jaren 2007 en 2009.

Artikel 6

Financiële bepalingen

1.   Voor de uitvoering van de communautaire maatregelen ingevolge dit besluit gedurende het tijdvak van 1 januari 2005 tot 31 december 2008 wordt het financieel kader bij dezen vastgesteld op 45 miljoen EUR, waarvan 20,050 miljoen EUR voor de periode tot 31 december 2006.

Het bedrag voor de periode na 31 december 2006 wordt geacht te zijn bevestigd als het voor deze fase verenigbaar is met de geldende financiële vooruitzichten voor de periode die in 2007 begint.

De jaarlijkse kredieten voor de periode van 2005 tot 2008 worden, binnen de grenzen van de financiële vooruitzichten, goedgekeurd door de begrotingsautoriteit.

2.   Een indicatieve uitsplitsing van de uitgaven wordt gegeven in bijlage II.

Artikel 7

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de datum van zijn bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Straatsburg, 11 mei 2005.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

J. P. BORRELL FONTELLES

Voor de Raad

De voorzitter

N. SCHMIT


(1)  Advies uitgebracht op 16 december 2004 (nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad).

(2)  Advies van het Europees Parlement van 2 december 2004 (nog niet gepubliceerd in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 12 april 2005.

(3)  Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).

(4)  Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

(5)  Aanbeveling 98/560/EG van de Raad van 24 september 1998 betreffende de ontwikkeling van de concurrentiepositie van de Europese industrie van audiovisuele en informatiediensten door de bevordering van nationale kaders teneinde een vergelijkbaar en doeltreffend niveau van bescherming van minderjarigen en de menselijke waardigheid te bereiken (PB L 270 van 7.10.1998, blz. 48).

(6)  Beschikking nr. 276/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 januari 1999 tot vaststelling van een communautair meerjarenactieplan ter bevordering van een veiliger gebruik van internet door het bestrijden van illegale en schadelijke inhoud op mondiale netwerken (PB L 33 van 6.2.1999, blz. 1). Beschikking laatstelijk gewijzigd bij Beschikking nr. 787/2004/EG (PB L 138 van 30.4.2004, blz. 12).

(7)  PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.

(8)  PB C 172 van 18.6.1999, blz. 1. Akkoord gewijzigd bij Besluit 2003/429/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 147 van 14.6.2003, blz. 25).

(9)  Besluit nr. 803/2004/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 tot vaststelling van een communautair actieprogramma (2004-2008) ter voorkoming en bestrijding van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen en ter bescherming van slachtoffers en risicogroepen (Daphne II-programma) (PB L 143 van 30.4.2004, blz. 1).

(10)  Beschikking nr. 2256/2003/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 tot vaststelling van een meerjarenprogramma (2003-2005) voor de monitoring van het eEuropa actieplan 2005, verspreiding van goede praktijken en de verbetering van de netwerk- en informatiebeveiliging (Modinis) (PB L 336 van 23.12.2003, blz. 1). Beschikking gewijzigd bij Beschikking nr. 787/2004/EG.

(11)  Besluit nr. 456/2005/EG van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2005 tot vaststelling van een meerjarenprogramma van de Gemeenschap ter verbetering van de toegankelijkheid, het nut en de exploiteerbaarheid van digitale inhoud in Europa (PB L 79 van 24.3.2005, blz. 1).


BIJLAGE I

ACTIES

1.   ACTIELIJN 1: BESTRIJDING VAN ILLEGALE INHOUD

Via meldpunten kunnen internetgebruikers aangifte doen van illegale inhoud. Deze aangiften worden dan aan de bevoegde instantie (aanbieder van internetdiensten (Internet Service Provider — ISP), politie of overeenkomend meldpunt) doorgegeven. Door burgers bemande meldpunten zijn een aanvulling van de meldpunten van de politie, waar die bestaan. Hun rol is verschillend van die van de wetshandhavers, aangezien zij delicten niet onderzoeken, noch de daders aanhouden of vervolgen. Zij kunnen echter centra van deskundigheid zijn, die de ISP's helpen bepalen welke inhoud illegaal is.

Het bestaande netwerk van meldpunten is een unieke organisatie die onmogelijk had kunnen worden opgezet zonder de financiële steun van de EU. Zoals aangestipt in het evaluatierapport 2002 van het Actieplan voor een veiliger internet, is het netwerk met veel succes uitgebreid geworden en heeft het nu een internationaal bereik. Willen de meldpunten hun potentieel ten volle kunnen waarmaken, dan is het noodzakelijk dat geheel Europa door het systeem wordt bestreken en samenwerkt en dat er met het oog op een grotere doeltreffendheid informatie, beste praktijken en ervaringen worden uitgewisseld. Communautaire gelden moeten ook worden aangewend om het publiek meer bewust te maken van meldpunten om ze zo doeltreffender te maken.

Bepaalde via een uitnodiging tot het indienen van voorstellen geselecteerde meldpunten, kunnen rekenen op financiering om te fungeren als knooppunten van het netwerk en om met andere knooppunten samen te werken in het Europees netwerk van meldpunten.

Indien nodig, kan steun worden gegeven voor telefoonlijnen waar kinderen terecht kunnen met zorgen over illegale en schadelijke inhoud op het internet.

Bij de evaluatie van de doeltreffendheid van meldpunten moet met een aantal indicatoren rekening worden gehouden. Kwalitatieve en kwantitatieve gegevens moeten worden verzameld over de inrichting en werking van meldpunten, het aantal nationale knooppunten, de geografische dekking in de lidstaten, het aantal ontvangen rapporten, de omvang en het niveau van de ervaring van personeel van de meldpunten, de meldingen die met het oog op maatregelen aan de bevoegde autoriteiten en de ISP’s zijn toegezonden en, voorzover beschikbaar, de dientengevolge getroffen maatregelen en met name het aantal en het soort webpagina's dat door ISP's ingevolge door de meldpunten verstrekte informatie is verwijderd. Deze gegevens moeten zo mogelijk openbaar worden gemaakt en moeten aan de bevoegde autoriteiten worden toegezonden.

Wil het programma doeltreffend zijn dan moeten er meldpunten worden aangelegd in alle lidstaten en kandidaat-lidstaten waar deze nog ontbreken. Deze nieuwe meldpunten moeten snel en doeltreffend in het bestaande netwerk van meldpunten worden ingepast. Er moeten stimulerende maatregelen worden getroffen om de inrichting van meldpunten te bespoedigen. Verbindingen tussen dit netwerk en meldpunten in derde landen (met name in andere Europese landen waar illegale inhoud wordt gehost en geproduceerd) zouden moeten worden aangemoedigd, zodat de ontwikkeling van gemeenschappelijke benaderingen en de overdracht van expertise en beste praktijken mogelijk wordt gemaakt. Overeenkomstig de nationale wetgeving en voorzover passend en nodig moeten de mechanismen voor samenwerking tussen de civiele meldpunten en rechtshandhavingsinstanties verder worden verbeterd, waaronder bijvoorbeeld de opstelling van gedragscodes voor dergelijke meldpunten. Zo nodig kan worden gezorgd voor de juridische en technische opleiding van de meldpuntmedewerkers. Actieve participatie van meldpunten in networking en grensoverschrijdende activiteiten zal verplicht worden gesteld.

Meldpunten zouden moeten worden gekoppeld aan initiatieven van de lidstaten, zouden op nationaal niveau moeten worden gesteund en zouden financieel duurzaam moeten zijn, zodat hun voortbestaan ook na afloop van dit programma verzekerd is. Cofinanciering is bedoeld voor civiele meldpunten en wordt derhalve niet verleend voor door de politie gerunde meldpunten. De meldpunten moeten het hun gebruikers duidelijk maken dat hun activiteit onderscheiden is van die van de overheid. Zij moeten hen informeren over het bestaan van andere kanalen voor het melden van illegale inhoud.

Om de beschikbare financiële middelen met het grootst mogelijke effect te kunnen aanwenden moet het netwerk van meldpunten zo efficiënt mogelijk functioneren. Dit kan het beste worden bereikt door een coördinatieknooppunt in het netwerk op te nemen, wat de overeenstemming tussen de meldpunten zal bevorderen zodat op Europees niveau richtsnoeren, werkmethoden en praktijken kunnen worden ontwikkeld zonder afbreuk te doen aan de nationale wetten die voor de afzonderlijke meldpunten gelden.

Het coördinatieknooppunt zal:

het netwerk als geheel bevorderen om zo te zorgen dat het op Europees niveau zichtbaar wordt en het publiek in de gehele Europese Unie zich hiervan meer bewust wordt, bijvoorbeeld door een eigen identiteit en een duidelijk ingangspunt te verschaffen waarlangs men het gewenste nationale contactadres gemakkelijk kan bereiken;

contacten verzorgen met de juiste instanties met het oog op het vervolmaken van het bereik van het netwerk in de lidstaten en kandidaat-lidstaten;

de operationele doeltreffendheid van het netwerk verbeteren;

richtsnoeren voor beste praktijken voor meldpunten opstellen en deze aan nieuwe technologieën aanpassen;

geregelde uitwisselingen van informatie en ervaringen tussen meldpunten organiseren;

een pool van expertise voor advieswerkzaamheden en een coachingproces voor startende meldpunten opzetten, met name in kandidaat-lidstaten;

voor de nodige contacten met meldpunten in derde landen zorgen;

een nauw samenwerkingsverband met het bewustmakingsknooppunt onderhouden (zie punt 4 verderop) met het oog op de samenhang en doeltreffendheid van de globale programma-activiteiten en om te bereiken dat de meldpunten meer bekendheid bij het publiek krijgen;

deelnemen aan het Forum voor een veiliger internet en andere relevante evenementen, en daarbij zorgen voor een coördinatie van input/feedback van meldpunten.

Het coördinatieknooppunt zal toezien op de doeltreffendheid van meldpunten en nauwkeurige en zinvolle statistieken verzamelen over de wijze waarop deze functioneren (aantal en type van de ontvangen aangiften, getroffen maatregelen en resultaten, enz.). Deze statistieken van de lidstaten moeten onderling vergelijkbaar zijn.

Het netwerk van meldpunten zou zich moeten bezighouden met aangiften van de voornaamste typen zorgwekkende illegale inhoud en de uitwisseling daarvan — waarbij het dus om meer dan kinderpornografie alleen gaat. Er kunnen verschillende mechanismen en een ander soort kennis vereist zijn voor het aanpakken van andere problemen als racistisch materiaal, waartoe het nodig zou kunnen zijn andere soorten knooppunten die zich met deze zaken bezighouden in te schakelen. Aangezien de financiële en administratieve middelen van het programma beperkt zijn, zouden niet al deze knooppunten noodzakelijkerwijs financiering ontvangen, en zou deze wellicht moeten worden geconcentreerd op een intensievere inzet van het coördinatieknooppunt op deze terreinen.

2.   ACTIELIJN 2: AANPAKKEN VAN ONGEVRAAGDE EN SCHADELIJKE INHOUD

Naast maatregelen ter bestrijding van illegale inhoud aan de bron, kunnen de gebruikers — in het geval van minderjarigen verantwoordelijke volwassenen — technische instrumenten nodig hebben. Toegang tot deze instrumenten kan worden bevorderd om gebruikers in staat te stellen zelf te beslissen hoe zij ongevraagde en schadelijke inhoud aanpakken („user empowerment” — overdracht van beslissingsbevoegdheid aan de gebruiker).

Er zouden meer middelen moeten worden uitgetrokken om de informatie over presteren en doeltreffendheid van filtersoftware en -diensten te verbeteren, zodat de gebruiker deze keuze met kennis van zaken kan maken. Gebruikersorganisaties en wetenschappelijke onderzoeksinstituten kunnen hierbij waardevolle partners zijn.

Beoordelingssystemen en kwaliteitskeuren kunnen helpen, in combinatie met filtertechnologieën, gebruikers in staat te stellen om zelf de door hen gewenste inhoud oordeelkundig te selecteren en Europese ouders en opvoeders de nodige informatie verschaffen om beslissingen te nemen in overeenstemming met hun culturele en linguïstische waarden. Er zouden, rekening houdend met de resultaten van eerdere projecten, financiële middelen kunnen worden toegewezen aan projecten die gericht zijn op de aanpassing van beoordelingssystemen en kwaliteitskeuren zodat hierbij rekening wordt gehouden met de convergentie van telecommunicatie, audiovisuele media en informatietechnologie en aan zelfreguleringsinitiatieven als ruggesteun voor de betrouwbaarheid van self-labelling (zelfkeuring) en diensten ter beoordeling van de nauwkeurigheid van self-rating labels (zelfbeoordelingskeurmerken). Er moet misschien ook nog meer worden gedaan om de acceptatie van beoordelingssystemen en kwaliteitskeurmerken door inhoudleveranciers aan te moedigen.

Men zou eigenlijk moeten proberen met het mogelijke effect van nieuwe technologieën op een veilig gebruik door kinderen rekening te houden wanneer deze nog in het ontwikkelingsstadium verkeren, in plaats van achteraf te proberen de eventuele gevolgen van deze nieuwe technologieën te verzachten. De veiligheid van de eindgebruiker is een criterium dat tezamen met technische en commerciële overwegingen in aanmerking moet worden genomen. Dit kan onder andere worden gedaan door gedachtewisselingen tussen deskundigen op het gebied van kinderwelzijnszorg en technische specialisten te stimuleren. Er dient echter rekening mee te worden gehouden dat niet elk product dat voor de on line-wereld is ontwikkeld, ook bedoeld is om door kinderen te worden gebruikt.

Het programma zal daarom voorzien in financiering voor technologische maatregelen die voldoen aan de behoeften van de gebruiker en waardoor hij de middelen in handen krijgt om de hoeveelheid door hem ontvangen ongevraagde en schadelijke inhoud te beperken en spam die hij toch ontvangt te beheersen, onder meer:

de beoordeling van de doeltreffendheid van de beschikbare filtertechnologie en voorlichting van het publiek daarover op een duidelijke en eenvoudige wijze die vergelijking vergemakkelijkt;

de vergemakkelijking en coördinatie van de uitwisseling van informatie en beste praktijken over effectieve strategieën om ongevraagde en schadelijke inhoud aan te pakken;

de maatregelen die worden genomen om inhoudbeoordeling en site-keurmerken meer ingang te doen vinden bij inhoudleveranciers en om inhoudbeoordeling en keurmerken zo aan te passen dat hierbij rekening wordt gehouden met het feit dat dezelfde inhoud via verschillende afleveringmechanismen wordt aangeboden (convergentie);

zo nodig bijdragen aan de toegankelijkheid van filtertechnologie met name in talen waarvoor op de markt onvoldoende aanbod is. Zo nodig moet de gebruikte technologie het recht op privacy van gebruikers waarborgen, overeenkomstig de Richtlijnen 95/46/EG (1) en 2002/58/EG.

Het gebruik van privacy-versterkende technologische maatregelen zal worden aangemoedigd. Bij de in het kader van deze actielijn opgezette activiteiten zal ten volle rekening worden gehouden met de bepalingen van Kaderbesluit 2005/222/JBZ van de Raad van 24 februari 2005 over aanvallen op informatiesystemen (2).

De implementatie van deze actielijn zal strak worden gecoördineerd met de actielijnen ter bevordering van een veiliger omgeving (zelfreguleringsactie) en bewustmaking (voorlichting van het publiek over middelen om ongevraagde en schadelijke inhoud aan te pakken).

3.   ACTIELIJN 3: BEVORDERING VAN EEN VEILIGER OMGEVING

Een volledig functioneel zelfreguleringssysteem is essentieel, wil men de stroom van ongevraagde, schadelijke en illegale inhoud kunnen indijken. Het zelfreguleringsproces omvat de volgende componenten: raadpleging en passende vertegenwoordiging van de betrokken partijen; gedragscodes; nationale instanties die de samenwerking op communautair niveau vergemakkelijken; nationale evaluatie van zelfreguleringsstructuren (3). Er blijft op dit gebied behoefte bestaan aan communautaire inspanningen ter aanmoediging van het aanhouden van gedragscodes door Europese bedrijven die actief zijn op het gebied van internet of nieuwe on line-technologieën ontwikkelen.

Het Forum voor een veiliger internet, dat in 2004 wordt opgericht in het kader van het lopende Actieplan voor een veiliger internet, zal een gespreksforum bieden voor vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, wethandhavingsautoriteiten, beleidsmakers, gebruikersorganisaties (bv. verenigingen van ouders en leerkrachten, kinderbeschermingsgroepen, consumentenorganisaties en organisaties op het gebied van burger- en digitale rechten). Het zal een platform verschaffen waar nationale coregulerings- of zelfreguleringsinstanties hun ervaringen kunnen uitwisselen. Ook wordt hier gelegenheid gegeven tot het bespreken van manieren waarop het bedrijfsleven aan de strijd tegen illegale inhoud kan bijdragen.

Het Forum voor een veiliger internet zal een brandpunt vormen voor besprekingen op het niveau van deskundigen en een platform vanaf waar consensuele standpunten, conclusies, aanbevelingen, richtsnoeren, enz., hun weg naar de diverse relevante nationale en Europese kanalen kunnen vinden.

Het Forum voor een veiliger internet zal alle actielijnen omspannen, discussies tussen deelnemers vergemakkelijken en maatregelen tegen illegale, ongevraagde en schadelijke inhoud stimuleren. Met zijn voltallige vergaderingen en, waar nodig voor specifieke kwesties, werkgroepen met duidelijke doelstellingen en uiterste termijnen zal het een trefpunt vormen voor actoren uit alle sectoren van de samenleving — met inbegrip van overheidsagentschappen en -programma's, normalisatie-instanties, het bedrijfsleven, diensten binnen de Commissie en gebruikersorganisaties (bv. verenigingen van ouders en leerkrachten, kinderbeschermingsgroepen, consumentenbeschermingsorganisaties en organisaties op het gebied van burger- en digitale rechten). Binnen het Forum zullen op nationaal en Europees niveau werkzame mensen, en met name die welke bij programma's en initiatieven van de lidstaten betrokken zijn, de gelegenheid krijgen gezichtspunten, informatie en ervaringen uit te wisselen. Waar nodig zal het Forum voor een veiliger internet informatie uitwisselen en samenwerken met de betrokken organisaties die werkzaam zijn op verwante terreinen, zoals netwerk- en informatiebeveiliging.

Het Forum voor een veiliger internet zal specifiek tot doel hebben:

1.

de netwerkvorming van passende structuren binnen de lidstaten te stimuleren en relaties met zelfreguleringsorganen buiten Europa te ontwikkelen;

2.

consensus en zelfregulering te stimuleren met betrekking tot zaken als de kwaliteitsbeoordeling van websites, crossmedia inhoudbeoordeling, beoordeling en filtertechnieken en uit te breiden tot nieuwe vormen van inhoud, zoals on line-spelletjes en nieuwe vormen van toegang zoals mobiele telefoons;

3.

het aanmoedigen van dienstenaanbieders om gedragscodes op te stellen voor kwesties zoals de behandeling van procedures voor kennisgeving en verwijdering op een transparante en gewetensvolle manier, en het voorlichten van de gebruikers over een veiliger gebruik van het internet en het bestaan van meldpunten voor het aangeven van illegale inhoud;

4.

het bevorderen van onderzoek naar de doelmatigheid van beoordelingsprojecten en filtertechnieken. Gebruikersorganisaties en wetenschappelijke onderzoeksinstellingen kunnen hierbij waardevolle partners zijn.

De resultaten en bevindingen van door het programma gefinancierde nog lopende en afgewerkte projecten zullen dan weer als input in het proces worden gebracht. Doordat het Forum een open platform vormt, zal het bevorderlijk zijn voor een betere bewustmaking, en de kandidaat-lidstaten en andere derde landen bij het proces betrekken, waardoor een internationale arena ontstaat waarin een probleem van wereldwijde dimensies kan worden aangepakt. Het Forum zal er aldus voor zorgen dat belangrijke verenigingen, zoals gebruikersorganisaties (bv. verenigingen van ouders en leerkrachten, kinderbeschermingsgroepen, consumentenorganisaties en organisaties op het gebied van burger- en digitale rechten), bedrijven en overheidslichamen zich bewust zijn van, worden geraadpleegd over en bijdragen tot binnen de Gemeenschap en in internationaal verband ontplooide initiatieven voor een veiliger gebruik van het internet.

Het Forum voor een veiliger internet zal openstaan voor deelneming van geïnteresseerden van buiten de Gemeenschap en uit de kandidaat-lidstaten. Ter bevordering van de internationale samenwerking wordt er een ronde-tafel aan het Forum gekoppeld om te verzekeren dat het tot een regelmatige dialoog over beste praktijken, gedragscodes, zelfregulering en kwaliteitsbeoordelingen komt. De Commissie zal erop toezien dat synergieën met aanverwante fora en soortgelijke initiatieven ten volle worden benut.

Er kan een aanbesteding worden gehouden met het oog op de vorming van een secretariaat ter ondersteuning van het Forum voor een veiliger internet, met inbegrip van deskundigen op dat kennisgebied, die dan studiethema's kunnen suggereren, werkdocumenten kunnen voorbereiden, discussies kunnen leiden en conclusies kunnen optekenen.

Nog een type activiteit waarmee financiële steun van de Gemeenschap kan worden aangetrokken zou bijvoorbeeld een zelfreguleringsproject kunnen zijn voor de uitwerking van grensoverschrijdende gedragscodes. Advies en assistentie kunnen worden verleend om te verzekeren dat het tot een samenwerking op communautair niveau komt via de netwerkvorming van de bevoegde instanties binnen de lidstaten en kandidaat-lidstaten en via een systematische en regelmatige evaluatie van en rapportage inzake de betreffende wetgevings- en reguleringsvraagstukken, met het doel methoden voor de beoordeling en certificatie van zelfregulering te helpen uitwerken, praktische bijstand te verlenen aan landen die zelfreguleringsinstanties wensen op te zetten en de relaties met zelfreguleringsinstanties buiten Europa uit te breiden.

4.   ACTIELIJN 4: BEWUSTMAKING

De bewustmakingsacties zouden betrekking moeten hebben op een aantal categorieën illegale, ongevraagde en schadelijke inhoud (waaronder bijvoorbeeld voor kinderen ongeschikt geachte inhoud, en racistische en van vreemdelingenhaat getuigende inhoud) en zo nodig rekening houden met vraagstukken die verband houden met consumentenbescherming, gegevensbescherming, informatie- en netwerkbeveiliging (virussen/spam). Bij deze acties zou de aandacht uitgaan naar over het gehele internet verspreide inhoud, alsook naar nieuwe vormen van interactieve informatie en communicatie, die zijn voorgekomen uit de snelle verspreiding van het internet en de mobiele telefonie (bv. peer-to-peer-diensten, breedbandvideo, instant-berichten, chatrooms, enz.).

De Commissie zal zich blijven inspannen om de inzet van middelen voor een kosteneffectieve verspreiding van informatie onder grote aantallen gebruikers aan te moedigen, in het bijzonder door gebruikmaking van multiplicatororganisaties en elektronische verspreidingskanalen, om zo de beoogde doelgroepen te kunnen bereiken. De Commissie kan met name het gebruik van de massamedia en de verspreiding van voorlichtingsmateriaal op scholen en in internetcafés overwegen.

Via een open uitnodiging tot het indienen van voorstellen zullen geschikte organisaties worden geselecteerd die als bewustmakingsknooppunten zullen fungeren in elke lidstaat en kandidaat-lidstaat en die bewustmakingsacties en -programma's zullen uitvoeren in nauwe samenwerking met alle relevante actoren op nationaal, regionaal en lokaal niveau. De Europese toegevoegde waarde wordt gewaarborgd door een coördinatiepunt. Dit zal nauw in contact staan met de andere meldpunten zodat er een goede uitwisseling komt van beste praktijken.

Instanties die als bewustmakingsknooppunten wensen op te treden dienen aan te tonen dat zij op de krachtige steun van de nationale autoriteiten kunnen rekenen. Zij moeten over een duidelijk mandaat beschikken om het publiek in een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën of in media- en informatievaardigheden te onderrichten, en moeten tevens de nodige financiële middelen hebben om dat mandaat te kunnen implementeren.

Van bewustmakingsknooppunten zal worden verwacht dat zij:

met gebruikmaking van de meest geschikte media, en rekening houdend met de beste praktijken en ervaringen in andere landen, een consistente, hard inslaande en doelgerichte bewustmakingscampagne opzetten;

(formele of informele) partnerschappen met de belangrijkste actoren (overheidsagentschappen, pers- en mediagroepen, verenigingen van internettoegangsleveranciers), gebruikersorganisaties, onderwijsbelanghebbenden en acties in eigen land betreffende een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën opzetten en onderhouden;

de dialoog en de uitwisseling van informatie bevorderen met name tussen de belanghebbenden bij onderwijs en technologie;

zo nodig samenwerken met andere acties op terreinen in verband met dit programma zoals in de ruimere context van media- en informatievaardigheden of consumentenbescherming;

de gebruiker voorlichten over Europese filtersoftware en -diensten en over meldpunten alsmede stelsels voor zelfregulering;

actief samenwerken met andere nationale knooppunten van het Europese netwerk door informatie over beste praktijken uit te wisselen, aan vergaderingen deel te nemen en een Europese benadering, met de nodige aanpassingen in verband met nationale linguïstische en culturele voorkeuren, uit te werken en te implementeren;

een pool van expertise en technische bijstand verschaffen voor startende bewustmakingsknooppunten (waarbij meer ervaren knooppunten nieuwe knooppunten onder hun hoede zouden kunnen nemen).

Om de samenwerking zo goed en doeltreffend mogelijk te doen verlopen, zal het coördinatieknooppunt worden gefinancierd met het oog op de logistieke en infrastructurele ondersteuning van knooppunten in alle lidstaten, zulks ter waarborging van Europese zichtbaarheid, goede communicatie en een uitwisseling van ervaringen, zodat de getrokken lering voortdurend ten nutte kan worden gemaakt (bijvoorbeeld door het aanpassen van bewustmakingsmateriaal).

Het coördinatieknooppunt moet:

zorgen voor doeltreffende communicatie en een uitwisseling van informatie en beste praktijken binnen het netwerk;

voorzien in opleidingsmogelijkheden ten behoeve van het personeel van de bewustmakingsknooppunten (opleiding voor opleiders) voor een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën;

technische bijstand verschaffen aan kandidaat-lidstaten die bewustmakingsacties wensen te organiseren;

de door de bewustmakingsknooppunten ter beschikking gestelde expertise en verleende technische bijstand voor startende bewustmakingsknooppunten coördineren;

indicatoren voorstellen en leiding geven bij het verzamelen, analyseren en uitwisselen van statistische gegevens over nationale bewustmakingsactiviteiten ter beoordeling van het effect hiervan;

een infrastructuur verschaffen voor één enkel uitgebreid transnationaal depot (webportaal) voor relevant voorlichtings-, bewustmakings- en onderzoeksmateriaal met inhoud die aangepast is aan de lokale omstandigheden (of, naar gelang van het geval, met lokale subsites), mogelijk met inbegrip van krantenknipsels, artikelen en maandelijkse nieuwsbrieven in verscheidene talen, en ook de nodige zichtbaarheid aan de activiteiten van het Forum voor een veiliger internet geven;

de contacten met bewustmakingsactiviteiten buiten Europa uitbreiden;

deelnemen aan het Forum voor een veiliger internet en andere relevante evenementen, waarbij de input/feedback vanuit het bewustmakingsnetwerk wordt gecoördineerd.

Er zal tevens onderzoek op een vergelijkbare basis worden verricht naar de manier waarop mensen en in het bijzonder kinderen, van nieuwe on line-technologieën gebruikmaken. Verdere maatregelen op EU-niveau zouden bijvoorbeeld kunnen bestaan in de ondersteuning van specifieke kindervriendelijke internetdiensten of de invoering van een prijs voor de beste bewustmakingsactiviteit van het jaar.


(1)  Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31). Richtlijn gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).

(2)  PB L 69 van 16.3.2005, blz. 67.

(3)  Zie de indicatieve richtsnoeren voor de uitvoering, op nationaal niveau, van een zelfreguleringskader voor de bescherming van minderjarigen en van de menselijke waardigheid in on line audiovisuele en informatiediensten in Aanbeveling 98/560/EG.


BIJLAGE II

INDICATIEVE SPECIFICATIE VAN DE UITGAVEN

1.

Bestrijding van illegale inhoud

25-30 %

2.

Aanpakken van ongevraagde en schadelijke inhoud

10-17 %

3.

Bevordering van een veiliger omgeving

8-12 %

4.

Bewustmaking

47-51 %


BIJLAGE III

DE MIDDELEN WAARMEE HET PROGRAMMA ZAL WORDEN UITGEVOERD

1.

De Commissie zal het programma uitvoeren in overeenstemming met de in bijlage I vermelde technische inhoud.

2.

Het programma zal worden uitgevoerd door middel van indirecte acties, meer bepaald:

a)

acties met kostendeling

i)

proefprojecten en acties met betrekking tot beste praktijken. Ad hoc-projecten op voor het programma relevante gebieden, inclusief projecten voor het demonstreren van beste praktijken of projecten die innoverende toepassingen van bestaande technologie betreffen;

ii)

netwerken die uiteenlopende belanghebbenden bijeenbrengen om een optreden in de gehele Europese Unie te verzekeren en om coördinatieactiviteiten en de overdracht van kennis te vergemakkelijken. Deze kunnen aan acties op het vlak van beste praktijken gekoppeld zijn;

iii)

toegepast geheel Europa bestrijkend onderzoek op een vergelijkbare basis naar de manieren waarop mensen, en vooral kinderen, met nieuwe on line-technologieën omgaan.

De financiering door de Gemeenschap zal normaliter niet meer dan 50 % van de projectkosten bedragen. De kosten van overheidslichamen kunnen worden terugbetaald op basis van 100 % van de bijkomende kosten;

b)

begeleidende maatregelen

Met de volgende begeleidende maatregelen zal aan de uitvoering van het programma of aan de voorbereiding van komende activiteiten worden bijgedragen.

i)

benchmarking en opinieonderzoeken gebruikmakend van een vergelijkbare methodologie om aan betrouwbare gegevens te komen over een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën voor alle lidstaten;

ii)

technische beoordeling van technologieën, zoals filterstechnologie, die ontworpen zijn met het oog op een veiliger gebruik van het internet en nieuwe on line-technologieën. Bij de beoordeling zal ook worden nagegaan of deze nieuwe technologieën al dan niet privacy-versterkend zijn;

iii)

studies ter ondersteuning van het programma en de programma-activiteiten, met inbegrip van zelfregulering en de werkzaamheden van het Forum voor een veiliger internet, of de voorbereiding van komende activiteiten;

iv)

prijsvragen rond beste praktijken;

v)

uitwisseling van informatie, conferenties, seminars, workshops of andere bijeenkomsten en het beheer van gebundelde activiteiten (clustered activities);

vi)

verspreidings-, informatie- en communicatieactiviteiten.

Maatregelen bedoeld voor het op de markt brengen van producten, procédés of diensten, marketingactiviteiten en verkoopreclame zijn uitgesloten.

3.

De selectie van acties met kostendeling zal gebeuren aan de hand van uitnodigingen tot het indienen van voorstellen die de Commissie, in overeenstemming met de geldende financiële bepalingen, op haar website publiceert.

4.

Aanvragen voor communautaire steun moeten, waar zulks van toepassing is, vergezeld gaan van een financieel plan met een opsomming van alle componenten van de projectfinanciering, inclusief het van de Gemeenschap gevraagde steunbedrag, en eventuele andere verzoeken om subsidiëring of toegekende subsidies uit andere bronnen.

5.

De begeleidende maatregelen zullen via aanbestedingen worden uitgevoerd, zulks in overeenstemming met de geldende financiële bepalingen.


Top