EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32004R0893

Verordening (EG) nr. 893/2004 van de Commissie van 29 april 2004 houdende vaststelling van de restituties welke van toepassing zijn op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen

PB L 163 van 30.4.2004, p. 17–19 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/893/oj

32004R0893

Verordening (EG) nr. 893/2004 van de Commissie van 29 april 2004 houdende vaststelling van de restituties welke van toepassing zijn op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen

Publicatieblad Nr. L 163 van 30/04/2004 blz. 0017 - 0019


Verordening (EG) nr. 893/2004 van de Commissie

van 29 april 2004

houdende vaststelling van de restituties welke van toepassing zijn op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad van 15 mei 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector melk en zuivelproducten(1), en met name op artikel 31, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Overeenkomstig artikel 31, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 kan het verschil tussen de prijzen in de internationale handel van de in artikel 1, onder a), b), c), d), e) en g), van deze verordening bedoelde producten en de prijzen in de Gemeenschap overbrugd worden door een restitutie bij de uitvoer. In Verordening (EG) nr. 1520/2000 van de Commissie van 13 juli 2000 tot vaststelling van de gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen voor de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en de criteria voor de vaststelling van het restitutiebedrag betreffende bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen(2), zijn die producten aangegeven waarvoor een restitutie dient te worden vastgesteld welke van toepassing is bij de uitvoer ervan in de vorm van goederen welke in bijlage II van Verordening (EG) nr. 1255/1999 zijn genoemd.

(2) Overeenkomstig artikel 4, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1520/2000 moet de restitutie per 100 kg van elk van de betrokken basisproducten voor iedere maand worden vastgesteld.

(3) Voor bepaalde melkproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I bij het Verdrag vallen, bestaat evenwel het gevaar dat, indien vooraf hoge restituties worden vastgesteld, de verplichtingen die met betrekking tot deze restituties zijn aangegaan, op het spel worden gezet. Om dat gevaar te voorkomen, dienen passende voorzorgsmaatregelen te worden genomen, zonder evenwel contracten op lange termijn uit te sluiten. De vaststelling van specifieke restitutiebedragen voor het vooraf vaststellen van de restituties voor deze producten moet het mogelijk maken beide doelstellingen te verwezenlijken.

(4) In artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1520/2000 is bepaald dat voor de vaststelling van de restitutie in voorkomend geval rekening moet worden gehouden met de restituties bij de productie en de steunmaatregelen of andere maatregelen van gelijke werking die voor de in bijlage A van Verordening (EG) nr. 1520/2000 vermelde basisproducten of de daarmee gelijkgestelde producten in alle lidstaten worden toegepast uit hoofde van de verordening houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de betrokken sector.

(5) Overeenkomstig artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1255/1999 wordt steun verleend aan in de Gemeenschap geproduceerde en tot caseïne verwerkte ondermelk, indien deze melk en de daarvan vervaardigde caseïne aan bepaalde eisen voldoen.

(6) Verordening (EG) nr. 2571/97 van de Commissie van 15 december 1997 betreffende de verkoop tegen verlaagde prijs van boter en de toekenning van de steun voor room, boter en boterconcentraat bestemd voor de vervaardiging van banketbakkerswerk, consumptie-ijs en andere voedingsmiddelen(3) staat de levering van boter en room tegen verlaagde prijs toe aan de fabrikanten van bepaalde koopwaren.

(7) Bij Verordeningen (EG) nr. 1039/2003(4), (EG) nr. 1086/2003(5), (EG) nr. 1087/2003(6), (EG) nr. 1088/2003(7), (EG) nr. 1089/2003(8) en (EG) nr. 1090/2003(9) heeft de Raad autonome overgangsmaatregelen vastgesteld voor de invoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië en de uitvoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten naar die landen. Die verordeningen bepalen dat met ingang van 1 juli 2003 verwerkte landbouwproducten die niet zijn genoemd in bijlage I van het Verdrag en die worden uitgevoerd naar Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije of Tsjechië niet voor uitvoerrestituties in aanmerking komen.

(8) Verordening (EG) nr. 999/2003 van de Raad van 2 juni 2003 tot vaststelling van autonome overgangsmaatregelen voor de invoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten uit Hongarije en de uitvoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten naar Hongarije(10) bepaalt dat met ingang van 1 juli 2003 de in artikel 1, lid 2, van die verordening genoemde producten die naar Hongarije worden uitgevoerd, niet voor uitvoerrestituties in aanmerking komen.

(9) Verordening (EG) nr. 1890/2003 van de Raad van 27 oktober 2003 tot vaststelling van autonome overgangsmaatregelen voor de invoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten van oorsprong uit Malta en de invoer van bepaalde verwerkte landbouwproducten naar Malta(11) bepaalt dat met ingan van 1 november 2003 de verwerkte landbouwproducten die niet zijn genoemd in bijlage I van het Verdrag en die worden uitgevoerd naar Malta niet voor uitvoerrestituties in aanmerking komen.

(10) Met het oog op de uitbreiding van de Europese Unie op 1 mei 2004, ter bevordering van de geleidelijke aanpassing van de prijzen in de toetredende landen aan het communautaire niveau en ter voorkoming van misbruiken waarbij producten waarvoor een uitvoerrestitutie is toegekend weer in de Gemeenschap worden ingevoerd of binnengebracht, is de vaststelling van alle resterende uitvoerrestituties stopgezet in de sector melk en melkproducten voor de betrokken producten wanneer deze in onverwerkte tooestand naar de toetredende landen worden uitgevoerd.

(11) Daarom wordt met ingang van 7 april 2004 geen restitutie vastgesteld voor melkproducten uitgevoerd in de vorm van goederen die onder bijlage I van het Verdrag vallen, wanneer deze worden uitgevoerd naar Cyprus en Polen, noch voor de niet in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 999/2003 genoemde producten die naar Hongarije worden uitgevoerd.

(12) Het Comité van beheer voor melk en zuivelproducten heeft geen advies uitgebracht binnen de door zijn voorzitter bepaalde termijn,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

De restitutiebedragen die van toepassing zijn op de basisproducten genoemd in bijlage A van Verordening (EG) nr. 1520/2000 en bedoeld in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 1255/1999 en die worden uitgevoerd in de vorm van in bijlage II van Verordening (EG) nr. 1255/1999 genoemde goederen, worden, wat de goederen betreft die in de bijlage bij deze verordening zijn opgenomen, vastgesteld overeenkomstig die bijlage.

Artikel 2

1. Onverminderd artikel 1 en met ingang van 1 juli 2003 zijn de in de bijlage vastgestelde restituties niet van toepassing op niet onder bijlage I van het Verdrag vallende goederen die naar Estland, Letland, Litouwen, Slovenië, Slowakije of Tsjechië worden uitgevoerd en op de in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 999/2003 bedoelde goederen die naar Hongarije worden uitgevoerd.

Vanaf 1 november 2003 zijn deze restituties niet van toepassing op niet onder bijlage I van het Verdrag vallende goederen die naar Malta worden uitgevoerd.

2. Onverminderd artikel 1 en met ingang van 7 april 2004 worden geen restituties vastgesteld voor niet onder bijlage I van het Verdrag vallende goederen die naar Cyprus en Polen worden uitgevoerd en voor niet in artikel 1, lid 2, van Verordening (EG) nr. 999/2003 bedoelde goederen die naar Hongarije worden uitgevoerd.

Artikel 3

Deze verordening treedt in werking op 30 april 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 29 april 2004.

Voor de Commissie

Erkki Liikanen

Lid van de Commissie

(1) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 48. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 186/2004 van de Commissie (PB L 29 van 3.2.2004, blz. 6).

(2) PB L 177 van 15.7.2000, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 543/2004 (PB L 87 van 25.3.2004, blz. 8).

(3) PB L 350 van 20.12.1997, blz. 3. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 186/2004 van de Commissie (PB L 29 van 3.2.2004, blz. 6).

(4) PB L 151 van 19.6.2003, blz. 1.

(5) PB L 163 van 1.7.2003, blz. 1.

(6) PB L 163 van 1.7.2003, blz. 19.

(7) PB L 163 van 1.7.2003, blz. 38.

(8) PB L 163 van 1.7.2003, blz. 56.

(9) PB L 163 van 1.7.2003, blz. 73.

(10) PB L 146 van 13.6.2003, blz. 10.

(11) PB L 278 van 29.10.2003, blz. 1.

BIJLAGE

Restituties welke van toepassing zijn vanaf 30 april 2004 op bepaalde zuivelproducten die worden uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het Verdrag vallen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top