EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32004R0724

Verordening (EG) nr. 724/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 129, 29.4.2004, p. 1–5 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Estonian: Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Latvian: Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Lithuanian: Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Hungarian Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Maltese: Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Polish: Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Slovak: Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Slovene: Chapter 07 Volume 008 P. 69 - 73
Special edition in Bulgarian: Chapter 07 Volume 013 P. 176 - 180
Special edition in Romanian: Chapter 07 Volume 013 P. 176 - 180
Special edition in Croatian: Chapter 07 Volume 014 P. 62 - 66

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2004/724/oj

32004R0724

Verordening (EG) nr. 724/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 129 van 29/04/2004 blz. 0001 - 0005


Verordening (EG) nr. 724/2004 van het Europees Parlement en de Raad

van 31 maart 2004

tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1406/2002 tot oprichting van een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 80, lid 2,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1),

Na raadpleging van het Comité van de Regio's,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Bij Verordening (EG) nr. 1406/2002 is een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid opgericht(3) (het Agentschap) teneinde een hoog uniform en efficiënt niveau van veiligheid op zee en van voorkoming van verontreiniging door schepen te waarborgen.

(2) Op 12 december 2002 heeft de diplomatieke conferentie van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) een aantal wijzigingen goedgekeurd van het Internationaal Verdrag inzake de beveiliging van mensenlevens op zee (SOLAS) en de International Ship and Port Facility Security Code (ISPS), die een reeks maatregelen met betrekking tot maritieme beveiliging bevat. Derhalve dient de rol van het Agentschap op het gebied van maritieme beveiliging te worden omschreven.

(3) Het is van belang dat er passende beveiligingsmaatregelen worden genomen om de veiligheid van de communautaire scheepvaart en havens en die van passagiers, bemanningen en havenpersoneel te verzekeren tegenover de dreiging van opzettelijke ongeoorloofde acties.

(4) Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 inzake de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten(4) geeft de Commissie een aantal inspectietaken met betrekking tot het controleren van de implementatie van deze beveiligingsmaatregelen door de lidstaten, waarbij het Agentschap nuttige technische bijstand zou kunnen verlenen. Tot deze taken behoren inspecties van schepen en aanverwante bedrijven, alsook van erkende beveiligingsorganisaties die gemachtigd zijn om in dit kader bepaalde aan beveiliging gerelateerde activiteiten uit te voeren.

(5) Recente ongevallen in wateren van de Gemeenschap, met name de rampen met de olietankers "Erika" en "Prestige", hebben duidelijk gemaakt dat er bijkomende communautaire maatregelen nodig zijn, niet alleen op het gebied van voorkoming van verontreiniging maar ook op dat van de bestrijding daarvan.

(6) Bij Beschikking nr. 2850/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2000(5) is voor de periode 1 januari 2000 tot en met 31 december 2006 een communautair kader voor samenwerking op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee ingesteld.

(7) Bij Beschikking 2001/792/EG/Euratom van de Raad van 23 oktober 2001(6) is een communautair mechanisme ingesteld ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming, ook voor verontreiniging van de zee bij ongevallen. Het mechanisme omvat een bewakings- en informatiecentrum, dat wordt ingezet in alle gevallen van bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming.

(8) Het Agentschap moet de geschikte middelen krijgen om, op verzoek, mechanismen ter bestrijding van verontreiniging van de lidstaten te ondersteunen. De activiteiten van het Agentschap op dit gebied ontslaan de kuststaten niet van hun verantwoordelijkheid om te beschikken over geëigende mechanismen ter bestrijding van verontreiniging en dienen bestaande samenwerkingsafspraken tussen lidstaten of groepen lidstaten op dit gebied te respecteren. In het geval van een verontreiniging ondersteunt het Agentschap de getroffen lidstaat onder wiens gezag de schoonmaakoperaties worden uitgevoerd. Het Agentschap dient het communautair mechanisme op het gebied van civiele bescherming te ondersteunen.

(9) Richtlijn 2003/103/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 houdende wijziging van Richtlijn 2001/25/EG van het Europees Parlement en de Raad inzake het minimumopleidingsniveau van zeevarenden(7) werden nieuwe procedures ingevoerd met betrekking tot de erkenning van door derde landen afgegeven diploma's voor zeevarenden. Het Agentschap moet de Commissie helpen bij de beoordeling van de naleving door die landen van de eisen van het Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978 (het STCW-Verdrag).

(10) De Raad van Bestuur van het Agentschap moet de bevoegdheid krijgen om, in overleg met de Commissie, een vast te leggen beleidsplan voor de activiteiten van het Agentschap op het gebied van paraatheid voor en bestrijding van verontreiniging. Bij de opstelling van dat plan moet de Raad van Bestuur rekening houden met de meerwaarde die de verontreinigingsbestrijdingsactiviteiten van het Agentschap zullen hebben ten opzichte van de activiteiten van de lidstaten, en zoekt hij naar de best mogelijke combinatie van kosten en doelmatigheid.

(11) Er moet rekening worden gehouden met de bestaande overeenkomsten betreffende verontreiniging door ongelukken, zoals de samenwerkingsovereenkomst van Bonn, die wederzijdse bijstand en samenwerking tussen de lidstaten op dit gebied vergemakkelijken, alsook de toepasselijke internationale verdragen en overeenkomsten voor de bescherming van de Europese zeegebieden tegen verontreiniging door ongelukken, zoals de OPRC-Overeenkomst, ontwikkeld onder auspiciën van de IMO, het OSPAR-Verdrag, het Verdrag van Barcelona, het Verdrag van Helsinki and het Verdrag van Lissabon.

(12) Bij toekomstige benoemingen in de bestuursstructuur van het Agentschap (Raad van Bestuur, uitvoerend directeur) moet terdege gekeken worden naar de ervaring en deskundigheid die vereist zijn op de nieuwe bevoegdheidsgebieden van het Agentschap - bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en maritieme beveiliging -.

(13) Derde landen die aan het Agentschap willen deelnemen, moeten het gemeenschapsrecht invoeren en toepassen op alle bevoegdheidsgebieden van het Agentschap, inclusief de gebieden van bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging en maritieme beveiliging.

(14) Derhalve dient Verordening (EG) nr. 1406/2002 dienovereenkomstig te worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EG) nr. 1406/2002 wordt als volgt gewijzigd:

1. artikel 1 wordt als volgt gewijzigd:

a) de leden 1 en 2 worden vervangen door:

"1. Bij deze verordening wordt een Europees Agentschap voor maritieme veiligheid opgericht, hierna 'het Agentschap' genoemd, teneinde in de Gemeenschap een hoog uniform en efficiënt niveau van veiligheid op zee, maritieme beveiliging binnen het kader van de taken zoals gedefinieerd in artikel 2, punt b), iv), onder a), voorkoming en bestrijding van verontreiniging door schepen te waarborgen.

2. Het Agentschap verstrekt de lidstaten en de Commissie de nodige technische en wetenschappelijke bijstand en deskundigheid van hoog niveau, teneinde hen te helpen bij de correcte toepassing van de communautaire wetgeving op het gebied van veiligheid op zee, maritieme beveiliging binnen het kader van de taken zoals gedefinieerd in artikel 2, punt b), iv), onder a), voorkoming van verontreiniging door schepen, bij de controle op de uitvoering daarvan en de beoordeling van de doeltreffendheid van de ingevoerde maatregelen."

b) onderstaand lid wordt toegevoegd:

"3. Het Agentschap verschaft de lidstaten en de Commissie technische en wetenschappelijke bijstand op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging door schepen en steunt de mechanismen voor verontreinigingsbestrijding van de lidstaten op verzoek met extra middelen die qua kostprijs doeltreffend zijn, onverminderd de verantwoordelijkheid van de kuststaten om te beschikken over geëigende mechanismen ter bestrijding van verontreiniging en om bestaande samenwerkingsafspraken tussen lidstaten op dit gebied te respecteren. Het ondersteunt met zijn optreden het communautair kader voor samenwerking op het gebied van door ongevallen veroorzaakte of opzettelijke verontreiniging van de zee(8), dat is ingesteld bij Beschikking nr. 2850/2000/EG van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2000, alsmede het communautair mechanisme op het gebied van civiele bescherming, dat is ingevoerd bij Beschikking 2001/792/EG, Euratom van de Raad van 23 oktober 2001 tot vaststelling van een communautair mechanisme ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming(9)."

2. artikel 2 wordt vervangen door:

"Artikel 2

Om ervoor te zorgen dat de in artikel 1 aangegeven doelstellingen op de juiste manier worden bereikt verricht het Agentschap de volgende taken:

a) het helpt de Commissie waar nodig bij het voorbereiden van de bijwerking en ontwikkeling van communautaire wetgeving op het gebied van maritieme veiligheid en maritieme beveiliging, voorkoming van verontreiniging en bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging, met name in lijn met de ontwikkeling van internationale wetgeving op dat gebied. Deze taak omvat analyse van onderzoekprojecten op het gebied van maritieme veiligheid en maritieme beveiliging, voorkoming van verontreiniging en bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging;

b) het helpt de Commissie bij de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van de communautaire wetgeving betreffende maritieme veiligheid, maritieme beveiliging en voorkoming van verontreiniging en bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging in de gehele Gemeenschap. Met name:

i) oefent het Agentschap toezicht uit op de algehele werking van de communautaire havenstaatcontrole, hetgeen ook bezoeken aan de lidstaten kan omvatten, en stelt de Commissie mogelijke verbeteringen op dat gebied voor;

ii) verleent het de Commissie de technische bijstand die nodig is om deel te nemen aan het werk van de technische organen van het Memorandum van Overeenstemming van Parijs inzake havenstaatcontrole;

iii) helpt het de Commissie bij de uitvoering van elke taak die de Commissie wordt opgedragen door bestaande en toekomstige communautaire wetgeving inzake maritieme veiligheid, voorkoming van verontreiniging door schepen en bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging, met name de wetgeving die van toepassing is op classificatiebureaus, de veiligheid van passagiersschepen en de wetgeving die geldt voor de veiligheid, opleiding, diplomering en wachtdienst van scheepsbemanningen, inclusief de verificatie van de naleving door derde landen van de eisen van het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van 1978 (STCW-Verdrag) en van de maatregelen die genomen worden ter voorkoming van fraude met diploma's;

iv) de Commissie technische bijstand verlenen bij de uitvoering van de inspectietaken die haar zijn opgedragen krachtens artikel 10, lid 4 van Verordening (EG) nr. 725/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 31maart 2004 inzake de verbetering van de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten(10). Deze bijstand van het Agentschap beperkt zich tot schepen en aanverwante bedrijven en erkende beveiligingsorganisaties die gemachtigd zijn om in dit kader bepaalde aan beveiliging gerelateerde activiteiten uit te voeren.

c) het werkt samen met de lidstaten door:

i) waar nodig relevante opleidingsactiviteiten te organiseren op gebieden die onder de verantwoordelijkheid van de havenstaat en de vlaggestaat vallen;

ii) technische oplossingen te ontwikkelen en technische bijstand te verlenen met betrekking tot de implementatie van communautaire wetgeving;

iii) via het bij Beschikking 2001/792/EG, Euratom ingestelde communautair mechanisme op het gebied van civiele bescherming de acties ter bestrijding van verontreiniging met extra middelen die qua kostprijs doeltreffend zijn te ondersteunen in geval van bij ongevallen of opzettelijk door schepen veroorzaakte verontreiniging, wanneer daartoe een verzoek is ingediend. In dit verband ondersteunt het Agentschap de lidstaat onder wiens gezag de schoonmaakoperaties worden uitgevoerd;

d) het bevordert de samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie op het door Richtlijn 2002/59/EG bestreken gebieden. Met name wordt door het Agentschap:

i) samenwerking tussen de kuststaten in de betrokken scheepvaartgebieden bevorderd op de door genoemde richtlijn bestreken gebieden;

ii) worden alle informatiesystemen ontwikkeld en gebruikt die nodig zijn om de doelstellingen van de richtlijn te bereiken;

e) het bevordert de samenwerking tussen lidstaten en de Commissie bij het, met passende aandacht voor de verschillende rechtsstelsels in de lidstaten, ontwikkelen van een gemeenschappelijke methodologie voor het onderzoeken van maritieme ongevallen volgens erkende internationale beginselen, bij het verlenen van steun aan de lidstaten bij activiteiten met betrekking tot onderzoeken in verband met ernstige scheepvaartongevallen, en bij de uitvoering van een analyse van bestaande onderzoeksrapporten met betrekking tot ongevallen;

f) het verschaft de Commissie en de lidstaten objectieve, betrouwbare en vergelijkbare informatie en gegevens over maritieme veiligheid, maritieme beveiliging en verontreiniging door schepen, om hen in staat te stellen de nodige verbeteringen in hun activiteiten op deze gebieden door te voeren en de doeltreffendheid van bestaande maatregelen te evalueren. Het gaat hierbij om taken als verzameling, registratie en evaluatie van technische gegevens op het gebied van maritieme veiligheid, maritieme beveiliging en maritiem verkeer, alsmede op het gebied van door ongevallen en opzettelijk veroorzaakte verontreiniging van de zee, de systematische exploitatie van bestaande databanken, inclusief hun kruisbestuiving, en waar nodig de ontwikkeling van bijkomende databanken. Aan de hand van de verzamelde gegevens publiceert de Commissie met de hulp van het Agentschap om de zes maanden informatie over schepen aan wie toegang tot communautaire havens is geweigerd conform Richtlijn 95/21/EG van de Raad van 19 juni 1995 betreffende de naleving, met betrekking tot de schepen die gebruik maken van havens in de Gemeenschap en varen in de onder de jurisdictie van de lidstaten vallende wateren, van internationale normen op het gebied van de veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord (havenstaatcontrole)(11). Het Agentschap zal ook de Commissie en de lidstaten helpen bij het verbeteren van de identificatie en vervolging van schepen die zich schuldig maken aan illegale lozingen;

g) tijdens de onderhandelingen met kandidaat-lidstaten kan het Agentschap technische bijstand verlenen met betrekking tot de implementatie van communautaire wetgeving op het gebied van maritieme veiligheid, maritieme beveiliging en voorkoming van verontreiniging door schepen. Het Agentschap kan ook, wanneer deze staten getroffen zijn door verontreiniging van de zee die door een ongeval of opzettelijk is veroorzaakt, bijstand verlenen via het bij Beschikking 2001/792/EG, Euratom ingesteld communautair mechanisme op het gebied van civiele bescherming. Deze taken worden gecoördineerd met de bestaande regionale samenwerkingsprogramma's en omvatten waar nodig het organiseren van relevante opleidingsactiviteiten."

3. in artikel 10 wordt lid 2 als volgt gewijzigd:

a) punt d) wordt vervangen door

"d) stelt vóór 30 november van elk jaar en rekening houdend met het advies van de Commissie het werkprogramma van het Agentschap voor het komende jaar vast en zendt het toe aan de lidstaten, het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. De vaststelling van het werkprogramma geschiedt onverminderd de jaarlijkse begrotingsprocedure van de Gemeenschap. Indien de Commissie binnen een periode van 15 dagen na de datum van aanneming van het werkprogramma te kennen geeft het niet eens te zijn met het aangenomen werkprogramma, bespreekt de Raad van Bestuur het werkprogramma opnieuw en neemt hij het, eventueel gewijzigde, werkprogramma binnen twee maanden in tweede lezing aan, ofwel met een tweederde meerderheid inclusief de vertegenwoordigers van de Commissie, ofwel met eenparigheid van stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten;"

b) het volgende punt wordt toegevoegd:

"k) stelt overeenkomstig de procedures zoals bedoeld onder d) een gedetailleerd plan op voor de paraatheid en de activiteiten van het Agentschap op het gebied van verontreinigingsbestrijding, waarbij wordt gestreefd naar optimaal gebruik van de financiële middelen waarover het Agentschap beschikt."

4. in artikel 11 wordt de tweede alinea van lid 1 vervangen door:"De leden van de Raad van Bestuur worden benoemd op basis van de mate van hun relevante ervaring en deskundigheid op het gebied van maritieme veiligheid, maritieme beveiliging, voorkoming van verontreiniging en bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging."

5. in artikel 15 wordt letter a) van lid 2 vervangen door onderstaande tekst:

"a) hij stelt het werkprogramma op en het gedetailleerde plan voor de activiteiten van het Agentschap op het gebied van verontreinigingsparaatheid en -bestrijding, en legt deze aan de Raad van Bestuur voor na raadpleging van de Commissie. Hij neemt de nodige maatregelen voor de uitvoering daarvan. Hij geeft gehoor aan alle verzoeken om bijstand van de Commissie of van een lidstaat overeenkomstig artikel 10, lid 2, onder c). Voor informatiedoeleinden legt hij het plan voor aan het comité dat is ingesteld bij artikel 4 van Beschikking nr. 2850/2000/EG, alsook aan het in artikel 9 van Beschikking 2001/792/EG, Euratom bedoelde comité;"

6. in artikel 16, wordt de eerste alinea van lid 1 vervangen door:

"1. De uitvoerend directeur van het Agentschap wordt op grond van verdienste en van door bewijsstukken aangetoonde bestuurlijke en leidinggevende vaardigheden, alsook bekwaamheid en ervaring die relevant is voor maritieme veiligheid, maritieme beveiliging, voorkoming van verontreiniging en bestrijding van door schepen veroorzaakte verontreiniging door de Raad van Bestuur benoemd. De Raad van Bestuur neemt een besluit met een meerderheid van vier vijfde van alle stemgerechtigde leden. De Commissie kan één of meer kandidaten voorstellen."

7. in artikel 17 wordt lid 1 vervangen door:

"1. Het Agentschap staat open voor deelneming van derde landen die overeenkomsten met de Europese Gemeenschap hebben gesloten, waarbij zij het Gemeenschapsrecht op het gebied van maritieme veiligheid, maritieme beveiliging, voorkoming van verontreiniging en bestrijding van verontreiniging veroorzaakt door schepen hebben aangenomen en toepassen."

8. in artikel 22 wordt lid 2 vervangen door:

"2. Bij de evaluatie wordt nagegaan welk effect deze verordening, het Agentschap en zijn werkmethoden hebben gehad. De Raad van Bestuur stelt in overleg met de Commissie een specifieke opdracht vast, na raadpleging van de betrokken partijen."

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Straatsburg, 31 maart 2004.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

P. Cox

Voor de Raad

De voorzitter

D. Roche

(1) PB C 32 van 5.2.2004, blz. 21.

(2) Advies van het Europees Parlement van 12 februari 2004, besluit van de Raad van 25 maart 2004.

(3) PB L 208 van 5.8.2002, blz.1. Verordening gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1644/2003 (PB L 245 van 29.9.2003, blz. 10).

(4) Zie bladzijde 6 van dit Publicatieblad.

(5) PB L 332 van 28.12.2000, blz. 1.

(6) PB L 297 van 15.11.2001, blz. 7.

(7) PB L 326 van 13.12.2003, blz. 28.

(8) PB L 332 van 28.12.2000, blz. 1.

(9) PB L 297 van 15.11.2001, blz. 7.

(10) PB L 129 van 29.4.2004, blz. 6.

(11) PB L 157 van 7.7.1995, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2002/84/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 324 van 29.11.2002, blz. 53).

Top