EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32004D0201

2004/201/JBZ: Besluit 2004/201/JBZ van de Raad van 19 februari 2004 houdende procedures voor de wijziging van het Sirenehandboek

OJ L 64, 2.3.2004, p. 45–47 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Estonian: Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Latvian: Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Lithuanian: Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Hungarian Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Maltese: Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Polish: Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Slovak: Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Slovene: Chapter 19 Volume 007 P. 30 - 32
Special edition in Bulgarian: Chapter 19 Volume 006 P. 250 - 252
Special edition in Romanian: Chapter 19 Volume 006 P. 250 - 252

No longer in force, Date of end of validity: 08/04/2013; opgeheven door 32007D0533 zie 32013D0157

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2004/201/oj

32004D0201

2004/201/JBZ: Besluit 2004/201/JBZ van de Raad van 19 februari 2004 houdende procedures voor de wijziging van het Sirenehandboek

Publicatieblad Nr. L 064 van 02/03/2004 blz. 0045 - 0047


Besluit 2004/201/JBZ van de Raad

van 19 februari 2004

houdende procedures voor de wijziging van het Sirenehandboek

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 30, lid 1, onder a) en b), artikel 31, onder a) en b), en artikel 34, lid 2, onder c),

Gezien het initiatief van de Helleense Republiek(1),

Gezien het advies van het Europees Parlement(2),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het Schengeninformatiesysteem (hierna "SIS" genoemd), dat is ingesteld op grond van de bepalingen van titel IV van de Overeenkomst van 1990 ter uitvoering van het op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen(3) (hierna de "Schengenovereenkomst" genoemd), is een essentieel instrument voor de toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis dat is opgenomen in het kader van de Europese Unie.

(2) Krachtens het bepaalde in artikel 92 van de Schengenovereenkomst kunnen de nationale delen van de lidstaten SIS-gegevens niet rechtstreeks onderling uitwisselen; zij kunnen slechts gegevens uitwisselen via de technisch ondersteunende functie in Straatsburg. Het is echter aangewezen om bepaalde aanvullende informatie die nodig is voor een juiste toepassing van een aantal bepalingen van de Schengenovereenkomst, bilateraal of multilateraal uit te wisselen. Deze aanvullende informatie is met name nodig in verband met de te ondernemen actie op grond van de artikelen 25, 39, 46 en 95 tot en met 100, artikel 102, lid 3, artikel 104, lid 3, en de artikelen 106, 107, 109 en 110 van de Schengenovereenkomst. De uitwisseling van deze aanvullende informatie wordt door de Sirenebureaus van iedere lidstaat verricht.

(3) Het Sirenehandboek is een reeks instructies aan de functionarissen van de Sirenebureaus van elke lidstaat, die in detail de voorschriften en procedures beschrijven voor bilaterale of multilaterale uitwisseling van aanvullende informatie.

(4) De eenvormigheid van het Sirenehandboek moet worden gewaarborgd. Het technische Schengenacquis is hier van toepassing.

(5) Het wijzigen van deel 1 van het Sirenehandboek krachtens dit besluit moet zodanig worden beperkt dat de wijzigingen de toepasselijke versie van de Schengenovereenkomst weerspiegelen.

(6) Er dient een procedure voor wijziging van het Sirenehandboek in overeenstemming met de toepasselijke Verdragsbepalingen te worden vastgesteld.

(7) De rechtsgrond voor dergelijke wijzigingen bestaat uit twee afzonderlijke instrumenten: dit besluit, dat gegrond is op artikel 30, lid 1, onder a) en b), artikel 31, onder a) en b), en artikel 34, lid 2, onder c), van het Verdrag betreffende de Europese Unie, en Verordening (EG) nr. 378/2004 van de Raad van 19 februari 2004 houdende procedures voor de wijziging van het Sirenehandboek(4), die gegrond is op artikel 66 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap. De reden hiervoor is dat, zoals in artikel 92 van de Schengenovereenkomst is vermeld, door middel van het SIS signaleringen van personen en voorwerpen via geautomatiseerde bevraging ter beschikking moeten staan van de door de overeenkomstsluitende partijen aangewezen autoriteiten bij de uitoefening, naar nationaal recht, van grenscontroles aan de buitengrens en andere politie- en douanecontroles in het binnenland, alsmede ten behoeve van de visumverleningsprocedure, de afgifte van verblijfstitels en de toepassing van het vreemdelingenrecht uit hoofde van de bepalingen van het Schengenacquis inzake het personenverkeer. De uitwisseling van de aanvullende informatie die nodig is voor de toepassing van de bepalingen van de Schengenovereenkomst bedoeld in overweging 2, en die door de Sirenebureaus van elke lidstaat wordt verricht, strekt tevens tot verwezenlijking van deze doelstellingen en tot ondersteuning van de politiesamenwerking in het algemeen.

(8) Het feit dat de rechtsgrond voor toekomstige wijzigingen in het Sirenehandboek gevormd wordt door twee afzonderlijke instrumenten, doet geen afbreuk aan het beginsel dat het SIS zelf één geïntegreerd informatiesysteem is en zal blijven en dat de Sirenebureaus hun taken op geïntegreerde wijze moeten blijven uitvoeren.

(9) Dit besluit stelt de procedures vast voor het nemen van de maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering ervan en die de toepasselijke bepalingen van Verordening (EG) nr. 378/2004 weerspiegelen, teneinde te waarborgen dat er voor wijziging van het Sirenehandboek als geheel één enkel implementatieproces is.

(10) Er moet een regeling worden getroffen om de vertegenwoordigers van IJsland en Noorwegen in staat te stellen betrokken te worden bij de werkzaamheden van de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden. Een dergelijke regeling is genoemd in de briefwisseling tussen de Gemeenschap enerzijds en IJsland en Noorwegen anderzijds(5), die is opgenomen in de bijlage bij de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis(6).

(11) Dit besluit en de deelneming door het Verenigd Koninkrijk en Ierland aan de aanneming en toepassing ervan hebben geen gevolgen voor de regelingen voor de gedeeltelijke deelneming van het Verenigd Koninkrijk en Ierland aan het Schengenacquis, zoals door de Raad bepaald in Besluit 2000/365/EG van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis(7), respectievelijk Besluit 2002/192/EG van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis(8).

(12) Dit besluit is een rechtshandeling die voorbouwt op het Schengenacquis of daaraan is verbonden zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, van de Toetredingsakte,

BESLUIT:

Artikel 1

Het Sirenehandboek vormt een reeks instructies aan de functionarissen van de Sirenebureaus in elke lidstaat, die als voorschriften en procedures gelden voor de bilaterale en multilaterale uitwisseling van aanvullende informatie die nodig is om een juiste toepassing te geven aan een aantal bepalingen van de Schengenovereenkomst, die zijn opgenomen in het kader van de Europese Unie.

Artikel 2

1. De inleiding, deel 1 en deel 2, de inleiding en de punten 3.1.1, 3.1.2, 3.1.3, 3.1.4, 3.1.5, 3.1.7, 3.1.8, 3.1.9, 3.1.10 en 3.2 van deel 3, de inleiding en de punten 4.1.1, 4.1.2, 4.2, 4.3, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 4.4, 4.4.1, 4.4.2, 4.4.3, 4.5.1, 4.5.2, 4.7, 4.8, 4.9 en 4.10 van deel 4, de inleiding en de punten 5.1.1, 5.1.2.1, 5.1.2.3, 5.1.2.4, 5.1.2.5, 5.1.2.6, 5.1.2.7, 5.2 en 5.3 van deel 5, en de bijlagen 1, 2, 3 en 4, de inleiding en de formulieren A, B, C, D, E, F, G, H, I, J, K, L, M en P in bijlage 5 en bijlage 6 van het Sirenehandboek worden door de Commissie gewijzigd in overeenstemming met de regelgevingsprocedure bedoeld in artikel 3.

2. Tevens kunnen er aanvullende instructies, waaronder andere bijlagen, in het Sirenehandboek worden opgenomen in overeenstemming met de regelgevingsprocedure bedoeld in artikel 3. In het geval van bijlage 5 kunnen dergelijke wijzigingen in het bijzonder de toevoeging van nodig gebleken nieuwe formulieren omvatten.

Artikel 3

1. Ingeval naar dit artikel wordt verwezen, wordt de Commissie bijgestaan door een regelgevend comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

2. Het comité stelt op voorstel van de voorzitter zijn reglement van orde vast op basis van standaardprocedureregels die in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn bekendgemaakt.

3. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de urgentie van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 205, lid 2, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is voorgeschreven voor de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie moet aannemen. De stemmen van de vertegenwoordigers van de lidstaten in het comité worden gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

4. De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.

5. Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of wanneer geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel betreffende de te nemen maatregelen in en brengt zij het Europees Parlement op de hoogte.

6. De Raad kan binnen twee maanden na de datum van indiening van het voorstel bij de Raad met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een besluit nemen over het voorstel.

Wanneer de Raad binnen die termijn met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen te kennen geeft dat hij zich tegen het voorstel verzet, neemt de Commissie het voorstel opnieuw in behandeling. Zij kan bij de Raad een gewijzigd voorstel indienen, haar voorstel opnieuw indienen of een wetgevingsvoorstel indienen.

Wanneer de Raad bij afloop van die termijn het voorgestelde uitvoeringsbesluit niet heeft aangenomen of niet te kennen heeft gegeven dat hij zich tegen het voorstel voor uitvoeringsmaatregelen verzet, wordt het voorgestelde uitvoeringsbesluit door de Commissie vastgesteld.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel, 19 februari 2004.

Voor de Raad

De voorzitter

M. McDowell

(1) PB C 82 van 5.4.2003, blz. 25.

(2) Advies uitgebracht op 23 september 2003 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad).

(3) PB L 239 van 22.9.2000, blz. 19.

(4) Zie bladzijde 5 van dit Publicatieblad.

(5) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 53.

(6) PB L 176 van 10.7.1999, blz. 36.

(7) PB L 131 van 1.6.2000, blz. 43.

(8) PB L 64 van 7.3.2002, blz. 20.

Top