EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32004D0141

2004/141/EG: Beschikking van de Commissie van 12 februari 2004 betreffende de niet-opneming van amitraz in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 332)

PB L 46 van 17.2.2004, p. 35–37 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO, HR)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2004/141(1)/oj

32004D0141

2004/141/EG: Beschikking van de Commissie van 12 februari 2004 betreffende de niet-opneming van amitraz in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 332)

Publicatieblad Nr. L 046 van 17/02/2004 blz. 0035 - 0037


Beschikking van de Commissie

van 12 februari 2004

betreffende de niet-opneming van amitraz in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad en de intrekking van de toelating voor gewasbeschermingsmiddelen die deze werkzame stof bevatten

(kennisgeving geschied onder nummer C(2004) 332)

(Voor de EER relevante tekst)

(2004/141/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/119/EG van de Commissie(2), en met name op artikel 8, lid 2, derde en vierde alinea,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 3600/92 van de Commissie van 11 december 1992 houdende bepalingen voor de uitvoering van de eerste fase van het werkprogramma als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2266/2000(4), en met name op artikel 7, lid 3 bis, onder b),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) In artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG is bepaald dat de Commissie een werkprogramma moet uitvoeren inzake het onderzoek van de in gewasbeschermingsmiddelen gebruikte werkzame stoffen die op 25 juli 1993 reeds op de markt waren. Bij Verordening (EEG) nr. 3600/92 zijn de bepalingen voor de uitvoering van dit programma vastgesteld.

(2) Bij Verordening (EG) nr. 933/94 van de Commissie van 27 april 1994 houdende vaststelling van de werkzame stoffen van gewasbeschermingsmiddelen en aanwijzing van de als rapporteur optredende lidstaten voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 3600/92(5), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2230/95(6), zijn de werkzame stoffen die in het kader van Verordening (EEG) nr. 3600/92 moeten worden beoordeeld, aangewezen, alsmede de respectieve lidstaten die voor de beoordeling van elk van deze werkzame stoffen als rapporteur moeten optreden, en de producenten van die werkzame stoffen die tijdig een kennisgeving hebben ingediend.

(3) Amitraz is een van de 89 in Verordening (EG) nr. 933/94 opgenomen werkzame stoffen.

(4) Oostenrijk, de voor amitraz als rapporteur aangewezen lidstaat, heeft op 6 januari 1998 zijn verslag over de evaluatie van de overeenkomstig artikel 6, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3600/92 door de kennisgevers verstrekte gegevens, overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder c), van die verordening bij de Commissie ingediend.

(5) Na ontvangst van het verslag van de als rapporteur optredende lidstaat heeft de Commissie overeenkomstig artikel 7, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 3600/92 deskundigen van de lidstaten en de belangrijkste kennisgever, Bayer CropScience, geraadpleegd.

(6) De Commissie heeft met de belangrijkste kennisgever en de rapporterende lidstaat over deze werkzame stof twee tripartiete vergaderingen belegd, op 9 juni 2000 en op 21 maart 2003.

(7) Het door Oostenrijk opgestelde evaluatieverslag is door de lidstaten en de Commissie verder onderzocht in het kader van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid. Het onderzoek is op 4 juli 2003 afgerond met een onderzoekverslag van de Commissie inzake amitraz.

(8) De op basis van de verstrekte gegevens gemaakte evaluaties hebben niet aangetoond dat mag worden verwacht dat gewasbeschermingsmiddelen die amitraz bevatten, onder de voorgestelde gebruiksvoorwaarden aan de eisen van artikel 5, lid 1, onder a) en b), van Richtlijn 91/414/EEG voldoen. Met name bepaalt artikel 5, lid 2, onder b), dat bij de beslissing over het opnemen van een werkzame stof in bijlage I rekening moet worden gehouden met een ADI-waarde voor de mens. Bij het vaststellen van de ADI moesten de eventuele neurologische effecten van amitraz in aanmerking genomen worden. Deze effecten zijn ook in beschouwing genomen bij de vaststelling van de acute referentiedosis, d.w.z. de hoeveelheid van de stof die in korte tijd mag worden ingenomen zonder noemenswaardig risico voor de consument. Voor de voorgestelde toepassingen is niet aangetoond dat de consument niet kan worden blootgesteld aan een dosis amitraz die de acute referentiedosis te boven gaat. De kennisgever heeft een probabilistische risicobeoordeling opgesteld. In aanmerking moet echter worden genomen dat er nog geen criteria voor de interpretatie van zo'n probabilistische risicobeoordeling zijn overeengekomen en het gezien de mogelijke risico's niet juist zou zijn om de beslissing verder uit te stellen tot overeenstemming over dergelijke criteria is bereikt.

(9) Amitraz mag bijgevolg niet in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG worden opgenomen.

(10) De nodige maatregelen moeten worden genomen om erop toe te zien dat de bestaande toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die amitraz bevatten, binnen een bepaalde termijn worden ingetrokken en niet worden hernieuwd, en dat voor dergelijke producten geen nieuwe toelatingen worden gegeven.

(11) Uit de bij de Commissie ingediende informatie blijkt dat er bij gebrek aan doeltreffende alternatieven voor bepaalde beperkte vormen van gebruik een noodzaak bestaat om de werkzame stof verder te gebruiken, teneinde de ontwikkeling van alternatieven mogelijk te maken. Onder de huidige omstandigheden is het derhalve gerechtvaardigd onder stringente, op het minimaliseren van de risico's gerichte voorwaarden een langere periode voor te schrijven voor de intrekking van de bestaande toelatingen voor de beperkte toepassingen die voor de bestrijding van schadelijke organismen als essentieel worden beschouwd en waarvoor momenteel geen doeltreffende alternatieven voorhanden lijken te zijn.

(12) De looptijd van een eventuele door de lidstaten toegestane termijn voor de verwijdering, de opslag, het op de markt brengen of het gebruik van bestaande voorraden gewasbeschermingsmiddelen die amitraz bevatten, mag niet meer bedragen dan twaalf maanden, zodat de bestaande voorraden nog gedurende ten hoogste één extra groeiseizoen mogen worden gebruikt.

(13) Deze beschikking loopt niet vooruit op eventuele latere acties van de Commissie met betrekking tot deze werkzame stof in het kader van Richtlijn 79/117/EEG van de Raad van 21 december 1978 houdende verbod van het op de markt brengen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen bevattende bepaalde actieve stoffen(7), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003(8).

(14) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Amitraz wordt niet als werkzame stof in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG opgenomen.

Artikel 2

De lidstaten zien erop toe dat:

1. toelatingen voor gewasbeschermingsmiddelen die amitraz bevatten, vóór 12 augustus 2004 worden ingetrokken;

2. met ingang van 17 februari 2004 geen amitraz bevattende gewasbeschermingsmiddelen meer worden toegelaten en geen toelatingen voor dergelijke gewasbeschermingsmiddelen meer worden vernieuwd op grond van de in artikel 8, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde afwijkingsbepalingen.

3. een in kolom A van de bijlage vermelde lidstaat met betrekking tot de in kolom B vermelde soorten gebruik toelatingen voor amitraz bevattende gewasbeschermingsmiddelen tot en met 30 juni 2007 mag handhaven, op voorwaarde dat:

a) hij ervoor zorgt dat de gewasbeschermingsmiddelen die nog op de markt zijn, een nieuw etiket krijgen teneinde aan de strengere gebruiksvoorschriften te voldoen;

b) hij de nodige maatregelen neemt om mogelijke risico's zo gering mogelijk te houden, teneinde ervoor te zorgen dat de gezondheid van mens en dier en het milieu worden beschermd; en

c) hij erop toeziet dat serieus naar alternatieven voor die gebruiksdoeleinden wordt gezocht, met name door middel van actieplannen.

De betrokken lidstaat informeert de Commissie uiterlijk op 31 december 2004 over de toepassing van dit lid en met name over de maatregelen die op grond van het bepaalde onder a) tot en met c) zijn getroffen, en verstrekt jaarlijks ramingen over de hoeveelheden amitraz die op grond van dit artikel voor essentieel gebruik zijn aangewend.

Artikel 3

Eventuele extra termijnen die door de lidstaten worden toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 4, lid 6, van Richtlijn 91/414/EEG, moeten zo kort mogelijk zijn en moeten:

a) voor gebruiksdoeleinden waarvoor de toelating uiterlijk op 12 augustus 2004 moet zijn ingetrokken, uiterlijk op 12 augustus 2005 aflopen;

b) voor gebruiksdoeleinden waarvoor de toelating uiterlijk op 30 juni 2007 moet zijn ingetrokken, uiterlijk op 31 december 2007 aflopen.

Artikel 4

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 12 februari 2004.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

(2) PB L 325 van 12.12.2003, blz. 41.

(3) PB L 366 van 15.12.1992, blz. 10.

(4) PB L 259 van 13.10.2000, blz. 27.

(5) PB L 107 van 28.4.1994, blz. 8.

(6) PB L 225 van 22.9.1995, blz. 1.

(7) PB L 33 van 8.2.1979, blz. 36.

(8) PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36.

BIJLAGE

Lijst van toelatingen als bedoeld in artikel 2, lid 3

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top