EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003R2004

Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau

OJ L 297, 15.11.2003, p. 1–4 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Estonian: Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Latvian: Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Lithuanian: Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Hungarian Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Maltese: Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Polish: Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Slovak: Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Slovene: Chapter 01 Volume 004 P. 500 - 503
Special edition in Bulgarian: Chapter 01 Volume 005 P. 3 - 6
Special edition in Romanian: Chapter 01 Volume 005 P. 3 - 6
Special edition in Croatian: Chapter 01 Volume 016 P. 149 - 152

No longer in force, Date of end of validity: 23/11/2014; opgeheven door 32014R1141 . Latest consolidated version: 27/12/2007

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2003/2004/oj

32003R2004

Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau

Publicatieblad Nr. L 297 van 15/11/2003 blz. 0001 - 0004


Verordening (EG) nr. 2004/2003 van het Europees Parlement en de Raad

van 4 november 2003

betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 191,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Volgens artikel 191 van het Verdrag zijn politieke partijen op Europees niveau een belangrijke factor voor integratie binnen de Unie en dragen zij bij tot de vorming van een Europees bewustzijn en tot de uiting van de politieke wil van de burgers van de Unie.

(2) Er dienen een aantal basisregels, in de vorm van een statuut, te worden vastgelegd voor de politieke partijen op Europees niveau, met name wat hun financiering betreft. Vervolgens zal de ervaring met de toepassing van deze verordening uitwijzen of, en in hoeverre, dat statuut aanvulling behoeft.

(3) Gelet op de praktijk zal een politieke partij op Europees niveau bestaan hetzij uit burgers die zich in een politieke partij hebben verenigd, hetzij uit politieke partijen die een alliantie hebben gesloten. Daarom dienen de begrippen "politieke partij" en "alliantie van politieke partijen" ten behoeve van deze verordening nader te worden omschreven.

(4) Opdat partijen als "politieke partij op Europees niveau" kunnen worden aangemerkt, moeten eerst de voorwaarden daartoe worden vastgesteld. Zo is het noodzakelijk dat een politieke partij op Europees niveau de beginselen eerbiedigt die ten grondslag liggen aan de Europese Unie, die in de Verdragen zijn neergelegd en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.

(5) Het is nuttig dat een procedure wordt vastgesteld die politieke partijen op Europees niveau moeten volgen, indien zij op grond van deze verordening een financiering wensen te ontvangen.

(6) Tevens dient te worden gezorgd voor een regelmatige controle van de voorwaarden waaraan een politieke partij op Europees niveau moet voldoen.

(7) Politieke partijen op Europees niveau die op grond van deze verordening financiering ontvangen, dienen de voorschriften inzake transparantie van hun financieringsbronnen in acht te nemen.

(8) Volgens Verklaring nr. 11 ad artikel 191 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, die is gehecht aan de Slotakte van het Verdrag van Nice, mag financiering op grond van deze verordening niet worden aangewend om politieke partijen op nationaal niveau rechtstreeks of zijdelings te financieren. Volgens deze verklaring moeten de bepalingen betreffende de financiering van de politieke partijen op Europees niveau gelijkelijk van toepassing zijn op alle politieke stromingen die in het Europees Parlement vertegenwoordigd zijn.

(9) Het soort uitgaven waarvoor op grond van deze verordening financiering kan worden toegekend, dient duidelijk te worden omschreven.

(10) De kredieten die voor de financiering op grond van deze verordening worden uitgetrokken, dienen te worden vastgesteld in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure.

(11) Er dient zorg te worden gedragen voor maximale transparantie en financiële controle van de politieke partijen op Europees niveau die uit de algemene begroting van de Europese Unie worden gefinancierd.

(12) Voor kredieten die jaarlijks beschikbaar worden gesteld dient een verdeelsleutel te worden vastgesteld die rekening houdt met het aantal gegadigde partijen enerzijds, en met het aantal verkozenen in het Europees Parlement anderzijds.

(13) Het Europees Parlement laat zich bij zijn technische ondersteuning aan de politieke partijen op Europees niveau leiden door het beginsel van gelijke behandeling.

(14) De toepassing van deze verordening en de gefinancierde activiteiten dienen te worden onderzocht in een verslag van het Europees Parlement dat openbaar wordt gemaakt.

(15) De rechterlijke toetsing berust bij het Hof van Justitie en draagt bij tot de correcte toepassing van deze verordening.

(16) Voor een gemakkelijke overgang naar de nieuwe regels is het wenselijk sommige bepalingen van deze verordening buiten toepassing te laten tot de nieuwe samenstelling van het Europees Parlement na de verkiezingen van juni 2004,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp en werkingssfeer

Deze verordening legt de regels vast betreffende het statuut en de financiering van politieke partijen op Europees niveau.

Artikel 2

Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1. "politieke partij": een vereniging van burgers

- die politieke doeleinden nastreeft, en

- die erkend is door, of opgericht is in overeenstemming met, de rechtsorde van ten minste één lidstaat;

2. "alliantie van politieke partijen": een gestructureerde samenwerking tussen minstens twee politieke partijen;

3. "politieke partij op Europees niveau": een politieke partij of alliantie van politieke partijen die voldoet aan de voorwaarden van artikel 3.

Artikel 3

Voorwaarden

Een politieke partij op Europees niveau voldoet aan de volgende voorwaarden:

a) zij bezit rechtspersoonlijkheid in de lidstaat waar haar zetel gevestigd is;

b) zij is in ten minste eenvierde van de lidstaten vertegenwoordigd door leden van het Europees Parlement, of leden van nationale dan wel regionale parlementen, of leden van regionale assemblees, of

zij heeft in ten minste eenvierde van de lidstaten bij de laatste verkiezingen voor het Europees Parlement ten minste drie percent van de in ieder van die lidstaten uitgebrachte stemmen behaald;

c) met name in haar programma en optreden eerbiedigt zij de beginselen waarop de Europese Unie is gegrondvest te weten vrijheid, democratie, eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden alsmede de rechtsstaat;

d) zij heeft deelgenomen aan de verkiezingen voor het Europees Parlement of heeft haar voornemen hiertoe te kennen gegeven.

Artikel 4

Verzoek om financiering

1. Politieke partijen op Europees niveau die voor financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie in aanmerking wensen te komen, dienen jaarlijks een verzoek bij het Europees Parlement in.

Het Europees Parlement besluit binnen een termijn van drie maanden. De kredieten worden door het Europees Parlement toegestaan en beheerd.

2. Een eerste verzoek om financiering gaat vergezeld van:

a) documenten waaruit blijkt dat de verzoekende partij voldoet aan de voorwaarden van artikel 3;

b) een politiek programma met de doelstellingen van de verzoekende partij;

c) een statuut waarin met name is vastgelegd bij welke organen de verantwoordelijkheid voor de politieke leiding en het financieel beheer berust, alsmede bij welke organen of natuurlijke personen in de respectieve lidstaten de wettelijke vertegenwoordiging berust, in het bijzonder voor verwerving of vervreemding van roerende en onroerende goederen en voor het optreden in rechte.

3. Wijzigingen met betrekking tot de in lid 2 bedoelde documenten, met name van reeds overgelegde politieke programma's of statuten, worden binnen een termijn van twee maanden aan het Europees Parlement ter kennis gebracht. Bij gebreke van kennisgeving wordt de financiering opgeschort.

Artikel 5

Onderzoek

1. Het Europees Parlement onderzoekt regelmatig of de politieke partijen op Europees niveau nog steeds aan de voorwaarden van artikel 3, onder a) en b), voldoen.

2. Wat betreft de voorwaarde van artikel 3, onder c), onderzoekt het Europees Parlement, op verzoek van een kwart van zijn leden dat ten minste drie fracties in het Europees Parlement vertegenwoordigt en op grond van een met meerderheid van zijn leden genomen besluit, of een bepaalde politieke partij op Europees niveau nog steeds aan deze voorwaarde voldoet.

Voorafgaand aan dit onderzoek worden de vertegenwoordigers van de desbetreffende politieke partij op Europees niveau door het Europees Parlement gehoord en wordt een comité van onafhankelijke vooraanstaande personen door het Europees Parlement verzocht om binnen een redelijke termijn over de kwestie advies uit te brengen.

Dit comité bestaat uit drie leden. Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie wijzen elk één lid aan. De secretariaatswerkzaamheden en de financiering van het comité gaan ten laste van het Europees Parlement.

3. Komt het Europees Parlement tot de bevinding dat een politieke partij op Europees niveau niet langer aan één van de voorwaarden van artikel 3, onder a), b) en c), voldoet, dan verliest de partij hierdoor haar hoedanigheid van politieke partij op Europees niveau en wordt zij van financiering op grond van deze verordening uitgesloten.

Artikel 6

Verplichtingen in verband met de financiering

Elke politieke partij op Europees niveau

a) publiceert een jaarlijkse staat van ontvangsten en uitgaven en een verklaring aangaande haar activa en passiva;

b) legt verklaring af van haar financieringsbronnen door overlegging van een lijst van donateurs met opgave per donateur van het geschonken bedrag; dit geldt niet voor donaties van minder dan 500 EUR;

c) aanvaardt geen:

- anonieme donaties,

- donaties uit de begrotingen van fracties in het Europees Parlement,

- donaties van ondernemingen waarop de overheid rechtstreeks of onrechtstreeks een overheersende invloed kan uitoefenen hetzij op grond van eigendom of financiële participatie hetzij via de op de onderneming toepasselijke bepalingen,

- onverminderd de tweede alinea, donaties van meer dan 12000 EUR per jaar en per donateur van andere natuurlijke of rechtspersonen dan de in het derde streepje genoemde ondernemingen.

Bijdragen van politieke partijen die lid zijn van een politieke partij op Europees niveau zijn wel toegestaan. Zij mogen echter niet meer bedragen dan 40 % van de jaarlijkse begroting van deze partij.

Artikel 7

Financieringsverbod

Financieringen van politieke partijen op Europees niveau uit de algemene begroting van de Europese Unie of uit enige andere bron mogen niet gebruikt worden voor rechtstreekse of zijdelingse financiering van andere politieke partijen, met name niet voor nationale politieke partijen, waarop de nationale regelgevingen van toepassing moeten blijven.

Artikel 8

Aard van de uitgaven

Uit de algemene begroting van de Europese Unie afkomstige kredieten mogen uitsluitend worden besteed voor uitgaven die rechtstreeks verband houden met de doelstellingen van het in artikel 4, lid 2, onder b), bedoelde politieke programma.

Deze uitgaven hebben betrekking op administratieve kosten, kosten in verband met logistieke steun, bijeenkomsten, onderzoek, grensoverschrijdende evenementen, studies, voorlichting en publicaties.

Artikel 9

Uitvoering en controle

1. Kredieten voor de financiering van politieke partijen op Europees niveau worden vastgesteld volgens de jaarlijkse begrotingsprocedures en besteed volgens het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(2).

2. Waardebepaling en afschrijving van roerende en onroerende goederen geschieden overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2909/2000 van de Commissie van 29 december 2000 betreffende het boekhoudkundig beheer van de niet-financiële vaste activa van de Europese Gemeenschappen(3).

3. De controle op de financiële middelen die in het kader van deze verordening worden toegekend, wordt uitgeoefend overeenkomstig het Financieel Reglement en de uitvoeringsvoorschriften daarbij.

De controle geschiedt daarenboven op grond van een jaarlijkse audit door een externe onafhankelijke instantie. Het auditverslag wordt binnen zes maanden na afsluiting van het betreffende begrotingsjaar aan het Europees Parlement toegezonden.

4. Middelen die politieke partijen op Europees niveau ten onrechte uit de algemene begroting van de Europese Unie hebben ontvangen, worden met toepassing van deze verordening aan die begroting terugbetaald.

5. Politieke partijen op Europees niveau die financieringen op grond van deze verordening hebben ontvangen, verstrekken de Rekenkamer op haar verzoek alle documenten of inlichtingen die voor de uitoefening van haar taak noodzakelijk zijn.

In geval van uitgaven die gezamenlijk zijn aangegaan door politieke partijen op Europees niveau en nationale politieke partijen en andere organisaties, worden de bescheiden die betrekking hebben op de uitgaven van de politieke partijen op Europees niveau voor de Rekenkamer toegankelijk gesteld.

6. Op de financiering van politieke partijen op Europees niveau in hun hoedanigheid van organisaties die een doel van algemeen Europees belang nastreven, is artikel 113 van het Financieel Reglement, dat betrekking heeft op het degressieve karakter van dit type financiering, niet van toepassing.

Artikel 10

Verdeling

1. De beschikbare kredieten worden jaarlijks als volgt verdeeld over de politieke partijen op Europees niveau waarvan het verzoek uit hoofde van artikel 4 werd ingewilligd:

a) 15 % wordt gelijkelijk verdeeld;

b) 85 % wordt verdeeld over de partijen waarvan vertegenwoordigers zetelen in het Europees Parlement, in verhouding tot het aantal gekozen leden.

Voor de toepassing van deze bepalingen kan een lid van het Europees Parlement slechts lid zijn van één politieke partij op Europees niveau.

2. Financiering uit de algemene begroting van de Europese Unie mag niet meer bedragen dan 75 % van de begroting van een politieke partij op Europees niveau. De bewijslast berust bij de politieke partij op Europees niveau.

Artikel 11

Technische ondersteuning

Iedere vorm van technische ondersteuning van het Europees Parlement aan politieke partijen op Europees niveau berust op het beginsel van gelijke behandeling. Zij wordt verleend volgens voorwaarden die niet ongunstiger zijn dan die welke gelden voor andere externe organisaties en verenigingen waaraan vergelijkbare voorzieningen ter beschikking kunnen worden gesteld. Zij wordt verleend tegen overlegging van een factuur en tegen betaling.

Het Europees Parlement publiceert een jaarlijks verslag met nadere gegevens over de technische ondersteuning die aan elke politieke partij op Europees niveau is verleend.

Artikel 12

Verslag

Het Europees Parlement publiceert uiterlijk op 15 februari 2006 een verslag over de toepassing van deze verordening en over de gefinancierde activiteiten. Eventuele in het financieringsstelsel aan te brengen wijzigingen worden in voorkomend geval in het verslag vermeld.

Artikel 13

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking drie maanden na de dag van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

De artikelen 4 tot en met 10 zijn van toepassing vanaf de opening van de eerste vergaderperiode van het Europees Parlement na de verkiezingen van juni 2004.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 4 november 2003.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

P. Cox

Voor de Raad

De voorzitter

G. Tremonti

(1) Advies van het Europees Parlement van 19 juni 2003 (nog niet verschenen in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 29 september 2003.

(2) Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen (PB L 248 van 16.9.2002, blz. 1).

(3) PB L 336 van 30.12.2000, blz. 75.

Top