EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32003D0636

2003/636/EG: Beschikking van de Commissie van 2 september 2003 houdende principiële erkenning dat de dossiers die zijn ingediend voor grondig onderzoek met het oog op eventuele opneming van kaliumfosfiet, acequinocyl en cyflufenamid in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, volledig zijn (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 3128)

OJ L 221, 4.9.2003, p. 42–43 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 040 P. 8 - 9
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 049 P. 24 - 26
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 049 P. 24 - 26
Special edition in Croatian: Chapter 03 Volume 004 P. 53 - 54

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2003/636/oj

32003D0636

2003/636/EG: Beschikking van de Commissie van 2 september 2003 houdende principiële erkenning dat de dossiers die zijn ingediend voor grondig onderzoek met het oog op eventuele opneming van kaliumfosfiet, acequinocyl en cyflufenamid in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, volledig zijn (Voor de EER relevante tekst) (kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 3128)

Publicatieblad Nr. L 221 van 04/09/2003 blz. 0042 - 0043


Beschikking van de Commissie

van 2 september 2003

houdende principiële erkenning dat de dossiers die zijn ingediend voor grondig onderzoek met het oog op eventuele opneming van kaliumfosfiet, acequinocyl en cyflufenamid in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG van de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen, volledig zijn

(kennisgeving geschied onder nummer C(2003) 3128)

(Voor de EER relevante tekst)

(2003/636/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen(1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/79/EG van de Commissie(2), en met name op artikel 6, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Richtlijn 91/414/EEG voorziet in de opstelling van een communautaire lijst van werkzame stoffen die mogen worden gebruikt in gewasbeschermingsmiddelen.

(2) Op 22 augustus 2002 is door Luxembourg Industries (Pamol) Ltd bij de autoriteiten van Frankrijk een dossier ingediend met een aanvraag om de werkzame stof kaliumfosfiet op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Op 17 maart 2003 is door Agro-Kanesho Co. Ltd bij de autoriteiten van Nederland een dossier ingediend met een aanvraag om de werkzame stof acequinocyl op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG. Op 14 januari 2003 is door Nippon Soda Company Ltd bij de autoriteiten van het Verenigd Koninkrijk een dossier ingediend met een aanvraag om de werkzame stof cyflufenamid op te nemen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG.

(3) De autoriteiten van Frankrijk, Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben de Commissie meegedeeld dat de dossiers betreffende deze werkzame stoffen op grond van een eerste onderzoek blijken te voldoen aan de in bijlage II bij Richtlijn 91/414/EEG vervatte voorschriften inzake gegevens en informatie. Elk van de ingediende dossiers blijkt ten aanzien van één gewasbeschermingsmiddel dat de betrokken werkzame stof bevat, ook te voldoen aan de in bijlage III bij Richtlijn 91/414/EEG vervatte voorschriften inzake gegevens en informatie. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Richtlijn 91/414/EEG hebben de aanvragers de dossiers aan de Commissie en de andere lidstaten toegezonden en heeft de Commissie deze dossiers aan het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid voorgelegd.

(4) Met deze beschikking wordt op het niveau van de Gemeenschap officieel bevestigd dat elk van de dossiers in beginsel voldoet aan de in bijlage II bij Richtlijn 91/414/EEG vastgestelde voorschriften inzake gegevens en informatie en, voor ten minste één gewasbeschermingsmiddel dat de betrokken werkzame stof bevat, aan de in bijlage III bij Richtlijn 91/414/EG vastgestelde voorschriften inzake gegevens en informatie.

(5) Deze beschikking laat onverlet het recht van de Commissie om de aanvrager te verzoeken bij de voor een bepaalde werkzame stof als rapporteur aangewezen lidstaat aanvullende gegevens of informatie in te dienen teneinde bepaalde punten uit het dossier te verduidelijken.

(6) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

De dossiers betreffende de in de bijlage bij deze beschikking genoemde werkzame stoffen, die aan de Commissie en de lidstaten zijn voorgelegd met het oog op opneming van deze stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG, voldoen in beginsel aan de in bijlage II bij die richtlijn vervatte voorschriften inzake gegevens en informatie.

Elk van de dossiers voldoet ten aanzien van één gewasbeschermingsmiddel dat de betrokken werkzame stof bevat, rekening houdend met het beoogde gebruik van dat middel, ook aan de in bijlage III bij Richtlijn 91/414/EEG vervatte voorschriften inzake gegevens en informatie.

Artikel 2

De rapporterende lidstaten bestuderen de betrokken dossiers grondig en delen de conclusies van hun onderzoek, vergezeld van eventuele aanbevelingen over het al dan niet opnemen van de betrokken werkzame stoffen in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG en van eventuele aan die opneming te verbinden voorwaarden, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk op 4 september 2004 aan de Commissie mee.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 2 september 2003.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1.

(2) PB L 205 van 14.8.2003, blz. 16.

BIJLAGE

ONDER DEZE BESCHIKKING VALLENDE WERKZAME STOFFEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top