EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32002E0960

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 10 december 2002 betreffende beperkende maatregelen tegen Somalië

OJ L 334, 11.12.2002, p. 1–2 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Estonian: Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Latvian: Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Lithuanian: Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Hungarian Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Maltese: Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Polish: Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Slovak: Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Slovene: Chapter 18 Volume 002 P. 27 - 28
Special edition in Bulgarian: Chapter 18 Volume 001 P. 231 - 232
Special edition in Romanian: Chapter 18 Volume 001 P. 231 - 232

No longer in force, Date of end of validity: 16/02/2009; opgeheven door 32009E0138 . Latest consolidated version: 07/06/2007

ELI: http://data.europa.eu/eli/compos/2002/960/oj

32002E0960

Gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 10 december 2002 betreffende beperkende maatregelen tegen Somalië

Publicatieblad Nr. L 334 van 11/12/2002 blz. 0001 - 0002


Gemeenschappelijk standpunt van de Raad

van 10 december 2002

betreffende beperkende maatregelen tegen Somalië

(2002/960/GBVB)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag betreffende de Europese Unie, en met name op artikel 15,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Op 23 januari 1992 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 733 (1992), hierna "UNSCR 733 (1992)" genoemd, aangenomen waarbij een algemeen en volledig embargo op de levering van wapens en militaire uitrusting aan Somalië (hierna "het wapenembargo" genoemd) wordt opgelegd.

(2) Op 19 juni 2001 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1356 (2001) aangenomen, waarbij een aantal uitzonderingen op het wapenembargo toegestaan wordt.

(3) Op 22 juli 2002 heeft de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties Resolutie 1425 (2002) aangenomen, waarbij het wapenembargo wordt uitgebreid met een verbod op de rechtstreekse en onrechtstreekse verstrekking aan Somalië van technisch advies, financiële of andere bijstand, alsmede opleiding in verband met militaire activiteiten.

(4) Op 22 juli 2002 heeft de Raad bevestigd dat hij de IGAD-resoluties van 24 november 2000 en 11 januari 2002, die een algemeen kader voor het Somalische verzoeningsproces vormen, blijft steunen en heeft hij de doelstellingen van de Europese Unie ten aanzien van Somalië uiteengezet.

(5) Op 15 oktober 2002 is in Eldoret, in Kenia, het vredes- en verzoeningsproces van start gegaan. Op 27 oktober 2002 volgde een verklaring inzake de beëindiging van de vijandelijkheden en de goedkeuring van de structuur en de beginselen van het proces door de Somalische partijen zijnde een essentiële stap om tot een brede basis van consensus te komen, die door de Europese Unie werd toegejuicht.

(6) Een optreden van de Gemeenschap is nodig om bepaalde maatregelen uit te voeren,

HEEFT HET VOLGENDE GEMEENSCHAPPELIJK STANDPUNT VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De levering of de verkoop aan Somalië van wapentuig en alle soorten aanverwant materieel, waaronder wapens en munitie, militaire voertuigen en militaire uitrusting, paramilitaire uitrusting alsmede onderdelen daarvan, door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten, ongeacht de vraag of de goederen daar oorspronkelijk vandaan komen, is verboden.

2. De rechtstreekse of onrechtstreekse verstrekking aan Somalië van technisch advies, financiële of andere bijstand, en opleiding in verband met militaire activiteiten waaronder met name technische opleiding en bijstand in samenhang met de levering, de fabricage, het onderhoud of het gebruik van de in lid 1 genoemde goederen door onderdanen van de lidstaten of vanaf het grondgebied van de lidstaten is verboden.

3. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing op leveringen van niet-dodelijke militaire uitrusting die uitsluitend voor humanitaire of beschermende doeleinden is bestemd of voor materieel dat bestemd is voor programma's voor het opzetten van instellingen van de Unie, de Gemeenschap of de lidstaten, onder meer op het gebied van veiligheid, die in het kader van het vredes- en verzoeningsproces worden uitgevoerd en waaraan vooraf door het bij punt 11 van UNSCR 751 (1992) ingestelde comité goedkeuring is verleend, noch op beschermende kledingstukken, waaronder scherfwerende vesten en militaire helmen, die door VN-personeel, vertegenwoordigers van de media, medewerkers van humanitaire organisaties en ontwikkelingswerkers en aanverwant personeel louter voor hun eigen bescherming tijdelijk naar Somalië worden uitgevoerd.

Artikel 2

De lidstaten stellen elkaar en de Commissie in kennis van de uit hoofde van dit gemeenschappelijk standpunt genomen maatregelen en verstrekken elkaar alle andere relevante informatie waarover zij in verband met dit gemeenschappelijk standpunt beschikken.

Artikel 3

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt van kracht op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Artikel 4

Dit gemeenschappelijk standpunt wordt in het Publicatieblad bekendgemaakt.

Gedaan te Brussel, 10 december 2002.

Voor de Raad

De voorzitter

P. S. Møller

Top