EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001D0474

2001/474/EG: Beschikking van de Commissie van 8 mei 2001 tot goedkeuring van de door de lidstaten voor het begrotingsjaar 2000 ingediende rekeningen inzake de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1192)

PB L 167 van 22.6.2001, p. 27–31 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2001

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2001/474/oj

32001D0474

2001/474/EG: Beschikking van de Commissie van 8 mei 2001 tot goedkeuring van de door de lidstaten voor het begrotingsjaar 2000 ingediende rekeningen inzake de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1192)

Publicatieblad Nr. L 167 van 22/06/2001 blz. 0027 - 0031


Beschikking van de Commissie

van 8 mei 2001

tot goedkeuring van de door de lidstaten voor het begrotingsjaar 2000 ingediende rekeningen inzake de door het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL), afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven

(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 1192)

(2001/474/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad van 21 april 1970 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1287/95(2), en met name op artikel 5, lid 2, onder b),

Gelet op Verordening (EG) nr. 1258/1999 van de Raad van 17 mei 1999 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid(3), en met name op artikel 7, lid 3,

Na raadpleging van het Comité van het Fonds,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) De Commissie keurt de rekeningen goed van de in artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 729/70 bedoelde betaalorganen, overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), van die verordening, en artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1258/1999, op basis van de door de lidstaten ingediende jaarrekeningen, vergezeld van de gegevens die nodig zijn voor de goedkeuring daarvan, alsmede van een verklaring inzake de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de ingediende rekeningen, en de door de verklarende instanties opgestelde rapporten.

(2) Op grond van artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 296/96 van de Commissie van 16 februari 1996 betreffende de door de lidstaten te verstrekken gegevens en de maandelijkse boeking van de uit de afdeling Garantie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) gefinancierde uitgaven, alsmede de vastlegging van bepaalde uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1259/1999 van de Raad(4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2785/2000(5), worden voor het begrotingsjaar 2000 de door de lidstaten van 16 oktober 1999 tot en met 15 oktober 2000 gedane uitgaven in aanmerking genomen.

(3) De termijnen voor de indiening door de lidstaten bij de Commissie van de documenten die zijn bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), van Verordening (EEG) nr. 729/70 en artikel 6, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 1258/1999 en in artikel 4, leden 1, 3 en 4, van Verordening (EG) nr. 1663/95 van de Commissie van 7 juli 1995 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 729/70 van de Raad aangaande de procedure inzake de goedkeuring van de rekeningen van het EOGFL, afdeling Garantie(6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2245/1999(7), zijn verstreken.

(4) De Commissie heeft de meegedeelde gegevens geverifieerd en aan de lidstaten, vóór 31 maart 2001, de resultaten van de controles van deze informatie alsook de eventuele aanpassingen meegedeeld.

(5) Overeenkomstig artikel 7, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EG) nr. 1663/95, wordt in het besluit tot goedkeuring van de rekeningen, zoals bedoeld in artikel 5, lid 2, onder b), van Verordening (EEG) nr. 729/70 en artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1258/1999, onverminderd latere besluiten op grond van lid 2, onder c), van artikel 5, en artikel 7, lid 4, van de respectieve verordeningen, het bedrag vastgesteld van de uitgaven die door elke lidstaat in het betreffende begrotingsjaar zijn verricht en die op basis van de in artikel 5, lid 1, onder b), en artikel 6, lid 1, onder b), van voornoemde verordeningen bedoelde rekeningen en van de verminderingen en opschortingen van voorschotten voor het betrokken begrotingsjaar, met inbegrip van de in artikel 4, lid 3, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 296/96 bedoelde verminderingen, als ten laste van het EOGFL, afdeling Garantie, worden aangemerkt. Overeenkomstig artikel 102 van het Financieel Reglement van 21 december 1977 van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen(8), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, EGKS, Euratom) nr. 2673/1999(9), wordt het resultaat van de goedkeuringsbeschikking, namelijk het eventuele verschil tussen het totaal van de op grond van de artikelen 100 en 101 voor het betrokken begrotingsjaar in aanmerking genomen uitgaven en het totaal van de bij deze beschikking door de Commissie goedgekeurde uitgaven, als meer- of minderuitgave onder een apart artikel geboekt.

(6) Voor sommige betaalorganen kan de Commissie, aan de hand van de jaarrekeningen en de begeleidende documenten, een besluit nemen over de volledigheid, de juistheid en de waarheidsgetrouwheid van de door de betaalorganen ingediende rekeningen. Gezien de uitgevoerde verificaties vervullen niet alle rekeningen deze voorwaarde en worden derhalve de betreffende uitgaven niet als declarabel bij het EOGFL, afdeling Garantie, in aanmerking genomen. Bijlage I geeft voor elke lidstaat een overzicht van de goedgekeurde bedragen. Een meer gedetailleerde weergave van deze bedragen is weergegeven in het samenvattend rapport dat gelijktijdig met onderhavige beschikking ter kennis is gebracht aan het Comité van het Fonds.

(7) In het licht van de uitgevoerde controles en de informatie aangeleverd door sommige andere betaalorganen is additioneel onderzoek vereist en kunnen derhalve de jaarrekeningen voor de betreffende betaalorganen niet bij deze beschikking worden goedgekeurd. Bijlage II bevat een overzicht van de betrokken betaalorganen.

(8) Artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 296/96 in samenhang met artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2040/2000 van de Raad van 26 september 2000 betreffende de begrotingsdiscipline(10), voorziet dat, wanneer een lidstaat uitgaven na de voorgeschreven termijn betaalt, de betrokken voorschotten op de in rekening gebrachte uitgaven worden verminderd. Op grond van artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 296/96 moet evenwel rekening worden gehouden met de eventuele overschrijdingen in de maanden september en oktober bij het geven van de beschikking tot goedkeuring van de rekeningen, tenzij deze overschrijdingen kunnen worden geconstateerd voordat de laatste voorschottenbeschikking van het begrotingsjaar wordt gegeven. Een deel van de door sommige lidstaten in voornoemde periode aangegeven uitgaven, en voor die maatregelen waarvoor de Commissie de verzachtende omstandigheden niet heeft aanvaard, is na de voorgeschreven termijn verricht. Bij deze beschikking moet derhalve over de betrokken verminderingen worden beslist. Op grond van artikel 5, lid 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 729/70 en artikel 7, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1258/1999, zal later over deze verminderingen en alle eventuele andere uitgaven welke na de voorgeschreven termijn zijn verricht, een besluit worden genomen waarbij de definitief aan communautaire financiering te onttrekken uitgaven worden vastgesteld.

(9) De Commissie heeft, op grond van artikel 13 van Beschikking 94/729/EG van de Raad van 31 oktober 1994 betreffende de begrotingsdicipline(11), artikel 14 van Verordening (EG) nr. 2040/2000 en artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 296/96, sommige maandelijkse voorschotten op de in rekening gebrachte uitgaven voor het begrotingsjaar 2000 verminderd of geschorst en gaat bij deze beslissing over tot de verminderingen voorzien bij artikel 4, lid 3, van Verordening (EG) nr. 296/96. Uit hoofde van het voorafgaande zullen, om een voortijdige of een tijdelijke terugbetaling van de betrokken bedragen te vermijden, deze als niet erkend worden beschouwd voor deze beslissing, en zulks onder voorbehoud van later onderzoek in het kader van artikel 5, lid 2, onder c), van Verordening (EEG) nr. 729/70 en artikel 7, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1258/1999.

(10) Artikel 7, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EG) nr. 1663/95 bepaalt dat bedragen die, overeenkomstig het besluit tot goedkeuring van de rekeningen bedoeld in de eerste alinea, door of aan elke lidstaat moeten worden betaald, in mindering komen op de voorschotten betaald gedurende het financiële jaar in kwestie, i.c. 2000, voor uitgaven erkend voor dat jaar in overeenstemming met de eerste alinea. Zulke bedragen worden afgetrokken van of toegevoegd aan de voorschotten op de uitgaven van de tweede maand na de maand waarin het besluit tot goedkeuring van de rekeningen is vastgesteld. Bijlage II geeft een overzicht van de goedgekeurde bedragen per lidstaat.

(11) Overeenkomstig artikel 5, lid 2, onder b), laatste alinea, van Verordening (EEG) nr. 729/70, artikel 7, lid 3, van Verordening (EG) nr. 1258/1999 en artikel 7, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1663/95, neemt deze op basis van boekhoudkundige informatie gegeven beschikking niet weg dat de Commissie later besluiten kan nemen waarbij niet overeenkomstig de communautaire voorschriften verrichte uitgaven van communautaire financiering worden uitgesloten,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

Met uitzondering van de betaalorganen vermeld in artikel 2, worden bij deze beschikking de voor het begrotingsjaar 2000 door de betaalorganen van de lidstaten ingediende rekeningen inzake de door het EOGFL, afdeling Garantie, gefinancierde uitgaven, goedgekeurd. De aan iedere lidstaat terug te vorderen of te betalen bedragen overeenkomstig deze beschikking zijn aangegeven in bijlage I.

Artikel 2

Voor het financiële jaar 2000 worden de rekeningen van de betaalorganen weergegeven in bijlage II uitgesloten van deze beschikking en zullen deel uit maken van een toekomstige beschikking in het kader van de vaststelling van de rekeningen.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 8 mei 2001.

Voor de Commissie

Franz Fischler

Lid van de Commissie

(1) PB L 94 van 28.4.1970, blz. 13.

(2) PB L 125 van 8.6.1995, blz. 1.

(3) PB L 160 van 26.6.1999, blz. 103.

(4) PB L 39 van 17.2.1996, blz. 5.

(5) PB L 323 van 20.12.2000, blz. 3.

(6) PB L 158 van 8.7.1995, blz. 6.

(7) PB L 273 van 23.10.1999, blz. 5.

(8) PB L 356 van 31.12.1977, blz. 1.

(9) PB L 326 van 18.12.1999, blz. 1.

(10) PB L 244 van 29.9.2000, blz. 27.

(11) PB L 293 van 12.11.1994, blz. 14.

BIJLAGE I

Goedkeuring van de jaarrekeningen van de betaalorganen

Begrotingsjaar 2000

Bedrag terug te vorderen van of te betalen aan de lidstaat in nationale valuta

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE II

Goedkeuring van de jaarrekeningen van de betaalorganen

Begrotingsjaar 2000

Lijst van betaalorganen waarvan de jaarrekeningen worden uitgesloten en die zullen deel uitmaken van een latere beschikking

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top