EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001D0219

2001/219/EG: Beschikking van de Commissie van 12 maart 2001 inzake tijdelijke noodmaatregelen ten aanzien van verpakkingshout dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit onbewerkt naaldhout van oorsprong uit Canada, China, Japan of de Verenigde Staten van Amerika (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 694)

OJ L 81, 21.3.2001, p. 39–41 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 032 P. 24 - 26
Special edition in Bulgarian: Chapter 03 Volume 037 P. 18 - 20
Special edition in Romanian: Chapter 03 Volume 037 P. 18 - 20

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2001/219/oj

32001D0219

2001/219/EG: Beschikking van de Commissie van 12 maart 2001 inzake tijdelijke noodmaatregelen ten aanzien van verpakkingshout dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit onbewerkt naaldhout van oorsprong uit Canada, China, Japan of de Verenigde Staten van Amerika (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 694)

Publicatieblad Nr. L 081 van 21/03/2001 blz. 0039 - 0041


Beschikking van de Commissie

van 12 maart 2001

inzake tijdelijke noodmaatregelen ten aanzien van verpakkingshout dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit onbewerkt naaldhout van oorsprong uit Canada, China, Japan of de Verenigde Staten van Amerika

(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 694)

(2001/219/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen(1), en met name op artikel 16, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Wanneer een lidstaat van mening is dat er acuut gevaar dreigt dat Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al., de naaldhoutnematoden (PWN), vanuit een derde land op zijn grondgebied wordt binnengebracht, neemt hij tijdelijk de nodige aanvullende maatregelen om zich tegen dat gevaar te beschermen.

(2) Finland heeft de andere lidstaten en de Commissie meegedeeld dat bij in het jaar 2000 verrichte inspecties van verpakkingsmateriaal van onbewerkt naaldhout van oorsprong uit Canada, Japan of de Verenigde Staten, in een groot aantal gevallen aantasting door PWN is geconstateerd. Bovendien is door Zweden, respectievelijk Frankrijk aantasting van verpakkingsmateriaal van onbewerkt naaldhout van oorsprong uit Canada, respectievelijk China gemeld.

(3) Finland heeft officiële noodmaatregelen genomen op grond waarvan verpakkingsmateriaal en houtmateriaal dat wordt gebruikt om ladingen te ondersteunen of vast te zetten, van naaldhout, andere dan Thuja L., van oorsprong uit derde landen waarvan bekend is dat de PWN er voorkomen (d.w.z. Canada, China, Japan, de Republiek Korea, Mexico, Taiwan en de Verenigde Staten), met ingang van 31 mei 2000 bij het binnenbrengen in Finland vergezeld moet gaan van een fytosanitair certificaat waarin wordt verklaard dat het hout één van de bij de Finse noodmaatregelen voorgeschreven behandelingen heeft ondergaan.

(4) Op grond van Richtlijn 2000/29/EG is momenteel vereist dat, om de Gemeenschap tegen insleep van PWN te beschermen, onbewerkt naaldhout van oorsprong uit derde landen waar de nematoden zijn aangetroffen, van zijn bast moet zijn ontdaan, vrij moet zijn van wormgaten en een vochtgehalte van minder dan 20 % moet hebben. Uit de vorenvermelde meldingen van Finland, Frankrijk en Zweden blijkt dat deze maatregelen ontoereikend zijn om de Gemeenschap op afdoende wijze tegen insleep van PWN te beschermen wanneer dergelijk hout wordt ingevoerd uit Canada, China, Japan of de Verenigde Staten. Er moeten dan ook tijdelijke noodmaatregelen worden genomen.

(5) Die noodmaatregelen moeten worden toegepast voor de invoer in de Gemeenschap van verpakkingshout dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit onbewerkt naaldhout van oorsprong uit Canada, China, Japan of de Verenigde Staten. Dergelijke maatregelen hoeven echter niet te worden toegepast voor Thuja L., omdat die houtsoort niet vatbaar is voor PWN.

(6) De noodmaatregelen moeten in twee fasen worden toegepast. In de eerste fase moeten de lidstaten onmiddellijk de nodige maatregelen treffen met het oog op officiële controle van het genoemde hout om het risico op insleep of verspreiding van PWN in de Gemeenschap verder te verkleinen. Dit stelt de landen waarvan bekend is dat PWN er voorkomen, in staat om in een tweede fase ervoor te zorgen dat verpakkingshout dat geheel of gedeeltelijk uit onbewerkt naaldhout, uitgezonderd Thuja L., bestaat, overeenkomstig het vereiste in deze beschikking wordt behandeld.

(7) Er moeten maatregelen worden vastgesteld voor het geval dat niet aan de bedoelde vereisten wordt voldaan.

(8) Als blijkt dat de bij deze beschikking vastgestelde noodmaatregelen ontoereikend zijn om insleep van Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. te voorkomen, of dat deze maatregelen niet in acht zijn genomen, moet worden overwogen stringentere of alternatieve maatregelen te nemen.

(9) Het effect van de noodmaatregelen moet tot en met 15 juni 2002 continu worden geëvalueerd, met name op basis van door de lidstaten te verstrekken gegevens. In het licht van de resultaten van die evaluaties zal worden bepaald of verdere maatregelen nodig zijn.

(10) De bovenbedoelde noodmaatregelen zullen opnieuw worden bezien in het licht van de resultaten van besprekingen die momenteel worden gevoerd om een internationale FAO-norm op te stellen met betrekking tot de voorschriften voor het gebruik van verpakkingsmateriaal van onbewerkt hout in het goederenvervoer ("Guidelines for regulating non-manufactured wood packing in use for the transport of commodities").

(11) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

1. Voor de toepassing van deze beschikking wordt verstaan onder "vatbaar hout" verpakkingshout dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit onbewerkt naaldhout (Coniferales), ander dan Thuja L., van oorsprong uit Canada, China, Japan of de Verenigde Staten, in de vorm van kisten, bakken, kratten, vaten of gelijksoortige verpakkingen, laadborden, laadkisten of andere laadplateaus, of opzetranden voor laadborden, al dan niet daadwerkelijk gebruikt voor het vervoer van allerhande voorwerpen.

2. Vatbaar hout mag op het grondgebied van de Gemeenschap uitsluitend worden binnengebracht als de in de bijlage bij deze beschikking vermelde noodmaatregelen in acht zijn genomen.

3. De in de punten 1 en 2 en in punt 3, tweede streepje, van de bijlage bij deze beschikking vermelde maatregelen gelden uitsluitend voor vatbaar hout dat bestemd is voor de Gemeenschap en uit één van de vorengenoemde landen afkomstig is en op of na 1 oktober 2001 is verzonden. De in punt 3, eerste streepje, van de bijlage bij deze beschikking vastgestelde maatregelen gelden met ingang van de datum waarop de lidstaten van deze beschikking in kennis worden gesteld, onverminderd het bepaalde in artikel 4.

4. De eisen die zijn vermeld in deel A, rubriek I, punt 1.3, van bijlage IV bij Richtlijn 2000/29/EG gelden niet voor vatbaar hout dat is behandeld overeenkomstig de voorschriften in de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 2

Wanneer met betrekking tot vatbaar hout bij de in punt 3 van de bijlage bij deze beschikking voorgeschreven controle blijkt dat de in de bijlage bij deze beschikking bedoelde maatregelen niet in acht zijn genomen, moet de betrokken lidstaat ervoor zorgen dat het vatbare hout:

- ofwel wordt behandeld volgens een officieel goedgekeurde methode waarmee Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. wordt geëlimineerd;

- ofwel niet in de Gemeenschap wordt toegelaten;

- ofwel wordt vernietigd door:

- verbranding,

- diepe begraving op door de in Richtlijn 2000/29/EG bedoelde verantwoordelijke officiële instanties erkende plaatsen, of

- verwerking volgens een officieel goedgekeurde methode waarmee Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. wordt geëlimineerd.

Al deze maatregelen moeten worden uitgevoerd onder officieel toezicht van de betrokken lidstaat.

Artikel 3

Onverminderd het bepaalde in Richtlijn 94/3/EG van de Commissie(2) moet elke lidstaat die vatbaar hout invoert, vóór 28 februari 2002 aan de Commissie en de andere lidstaten een gedetailleerd technisch rapport overleggen met betrekking tot de resultaten van de controle die zij heeft verricht overeenkomstig punt 3 van de bijlage bij deze beschikking.

Artikel 4

De maatregelen die door de lidstaten zijn vastgesteld om zich te beschermen tegen insleep en verspreiding van Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al., worden door hen uiterlijk 30 september 2001 aangepast om ze in overeenstemming te brengen met het bepaalde in de artikelen 1, 2 en 3, en de lidstaten stellen de Commissie onverwijld in kennis van de aangepaste maatregelen.

Artikel 5

Deze beschikking wordt uiterlijk op 15 juni 2002 opnieuw bezien.

Artikel 6

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 12 maart 2001.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

(2) PB L 32 van 5.2.1994, blz. 37 en rectificatie (PB L 59 van 3.3.1995, blz. 30).

BIJLAGE

In het kader van het bepaalde in artikel 1 moeten de volgende noodmaatregelen in acht worden genomen:

1. Vatbaar hout van oorsprong uit Canada, Japan of de Verenigde Staten van Amerika:

i) moet een warmtebehandeling ondergaan of kunstmatig worden gedroogd, waarbij de kerntemperatuur gedurende ten minste 30 minuten ten minste 56 °C bedraagt, in een gesloten ruimte of in een oven die voor dat doel is getest, geëvalueerd en officieel goedgekeurd.

Het vatbaar hout moet ook een officieel goedgekeurd merkteken dragen dat aangeeft dat het een warmtebehandeling heeft ondergaan of kunstmatig is gedroogd en waaruit kan worden afgeleid waar en door wie vorengenoemde behandeling is verricht; of

ii) moet onder druk zijn geïmpregneerd met een goedgekeurde chemische stof volgens een officieel erkende technische specificatie. Het moet ook een officieel merkteken dragen waaruit kan worden afgeleid waar en door wie vorengenoemde behandeling is verricht; of

iii) moet zijn gefumigeerd met een goedgekeurde chemische stof volgens een officieel erkende technische specificatie. Het moet ook een officieel merkteken dragen waaruit kan worden afgeleid waar en door wie het is gefumigeerd.

2. Vatbaar hout van oorsprong uit China moet worden onderworpen aan één van de in punt 1 van deze bijlage vermelde maatregelen, en moet vergezeld gaan van het in de artikelen 7 en 8 van Richtlijn 2000/29/EG bedoelde certificaat waarin de uitgevoerde maatregelen worden bevestigd.

Bij wijze van uitzondering en onverminderd de bepalingen van bijlage IV bij Richtlijn 2000/29/EG zijn de in punt 1 van deze bijlage bedoelde maatregelen niet van toepassing voor vatbaar hout van oorsprong uit door China aangewezen gebieden waar onderzoek heeft aangetoond dat Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. er niet voorkomt. De Commissie moet een lijst opstellen met gebieden waarin Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. niet voorkomt en die lijst aan het Permanent Plantenziektekundig Comité en aan de lidstaten meedelen.

3. Op de inachtneming van de:

- in bijlage I, deel A, rubriek I, onder a), punt 14, en in bijlage II, deel A, rubriek I, onder a), punt 8, en tot en met 30 september 2001, in bijlage IV, deel A, rubriek I, punt 1.3, van Richtlijn 2000/29/EG, en

- in de punten 1 en 2 van deze bijlage,

bedoelde maatregelen moet door de in Richtlijn 2000/29/EG bedoelde verantwoordelijke officiële instanties worden toegezien overeenkomstig een door hen opgesteld plan.

Top