EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32001D0218

2001/218/EG: Beschikking van de Commissie van 12 maart 2001 tot tijdelijke verplichting van de lidstaten om ten aanzien van andere gebieden in Portugal dan die waarvan bekend is dat Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. (het dennenaaltje) er niet voorkomt, aanvullende maatregelen te nemen teneinde de verspreiding ervan tegen te gaan (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 692)

OJ L 81, 21.3.2001, p. 34–38 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 032 P. 19 - 23

No longer in force, Date of end of validity: 31/03/2005: This act has been changed. Current consolidated version: 23/02/2006

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2001/218/oj

32001D0218

2001/218/EG: Beschikking van de Commissie van 12 maart 2001 tot tijdelijke verplichting van de lidstaten om ten aanzien van andere gebieden in Portugal dan die waarvan bekend is dat Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. (het dennenaaltje) er niet voorkomt, aanvullende maatregelen te nemen teneinde de verspreiding ervan tegen te gaan (kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 692)

Publicatieblad Nr. L 081 van 21/03/2001 blz. 0034 - 0038


Beschikking van de Commissie

van 12 maart 2001

tot tijdelijke verplichting van de lidstaten om ten aanzien van andere gebieden in Portugal dan die waarvan bekend is dat Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. (het dennenaaltje) er niet voorkomt, aanvullende maatregelen te nemen teneinde de verspreiding ervan tegen te gaan

(kennisgeving geschied onder nummer C(2001) 692)

(2001/218/EG)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 2000/29/EG van de Raad van 8 mei 2000 betreffende de beschermende maatregelen tegen het binnenbrengen en de verspreiding in de Gemeenschap van voor planten en voor plantaardige producten schadelijke organismen(1), en met name op artikel 16, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Wanneer een lidstaat van mening is dat er acuut gevaar dreigt dat het "dennenaaltje" Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al. vanuit een andere lidstaat op zijn grondgebied wordt binnengebracht, mag hij tijdelijk de nodige aanvullende maatregelen nemen om zich tegen dat gevaar te beschermen.

(2) Portugal heeft de andere lidstaten en de Commissie op 25 juni 1999 laten weten dat bij enkele monsters van uit zijn grondgebied afkomstige grove den aantasting door het dennenaaltje is geconstateerd. Uit door Portugal verstrekte aanvullende verslagen blijkt dat bij nog meer monsters van grove den aantasting door dit organisme is geconstateerd.

(3) Zweden heeft op grond van de bovenstaande gegevens op 29 september 1999 ten aanzien van hout uit Portugal een aantal aanvullende maatregelen genomen, waaronder een speciale warmtebehandeling en het gebruik van een plantenpaspoort, om zich beter te beschermen tegen insleep van het dennenaaltje uit dat land.

(4) Het is tot nu toe niet mogelijk geweest om de bron van de aantasting te bepalen, al wijzen sommige gegevens in de richting van verpakkingsmateriaal als meest waarschijnlijke bron.

(5) De Commissie heeft de lidstaten bij Beschikking 2000/58/EG(2) tijdelijk gemachtigd om ten aanzien van andere gebieden in Portugal dan die waarvan bekend is dat het dennenaaltje er niet voorkomt, aanvullende maatregelen te nemen teneinde de verspreiding ervan tegen te gaan.

(6) Uit een beoordeling door het Voedsel- en Veterinair Bureau (VVB) in mei en oktober 2000 en uit door Portugal verstrekte aanvullende informatie blijkt dat de fytosanitaire situatie is verbeterd als gevolg van de toepassing van een uitroeiingsprogramma. Bij onderzoeken in het gebied waarvan bekend was dat het dennenaaltje er voorkomt, worden echter nog steeds bomen gevonden die symptomen ervan vertonen.

(7) Bij door de andere lidstaten uitgevoerde officiële onderzoeken van uit hun grondgebied afkomstig hout, aparte schors en planten van Abies Mill., Cedrus Trew, Larix Mill., Picea A. Dietr., Pinus L., Pseudotsuga Carr. en Tsuga Carr. is geen van de geanalyseerde monsters positief bevonden wat de aanwezigheid van het dennenaaltje betreft.

(8) Daarom moet Portugal verdere specifieke maatregelen nemen. Het kan voor de andere lidstaten ook noodzakelijk zijn door te gaan met de vaststelling van aanvullende beschermende maatregelen.

(9) Bovenbedoelde maatregelen moeten betrekking hebben op het vervoer van hout, aparte schors en gastheerplanten binnen bepaalde afgebakende gebieden in Portugal en vanuit die gebieden naar andere gebieden in Portugal en naar andere lidstaten.

(10) Portugal moet ook verdere maatregelen nemen om verspreiding van het dennenaaltje tegen te gaan met het oog op uitroeiing van dit organisme.

(11) Het effect van de noodmaatregelen zal in 2001/2002 voortdurend worden geëvalueerd, vooral aan de hand van door Portugal en de andere lidstaten te verstrekken gegevens. Als blijkt dat de bij deze beschikking vastgestelde noodmaatregelen ontoereikend zijn om de verspreiding van het dennenaaltje te voorkomen, of dat deze maatregelen niet in acht zijn genomen, moet worden overwogen stringentere of alternatieve maatregelen te nemen.

(12) De in deze beschikking vervatte maatregelen zijn in overeenstemming met het advies van het Permanent Plantenziektekundig Comité,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING GEGEVEN:

Artikel 1

In deze beschikking gelden de volgende definities:

- de term "dennenaaltje" betekent: Bursaphelenchus xylophilus (Steiner et Buhrer) Nickle et al.;

- de term "vatbaar hout en vatbare schors" betekent: hout en aparte schors van Coniferae, met uitzondering van hout en aparte schors van Thuja L.;

- de term "vatbare planten" betekent: planten (met uitzondering van vruchten en zaden) van Abies Mill., Cedrus Trew, Larix Mill., Picea A. Dietr., Pinus L., Pseudotsuga Carr. en Tsuga Carr.

Artikel 2

Tot en met 28 februari 2002 moet Portugal ervoor zorgen dat de in de bijlage bij deze beschikking vastgestelde voorwaarden worden nageleefd ten aanzien van vatbaar hout, vatbare schors en vatbare planten die binnen de overeenkomstig artikel 5 afgebakende Portugese gebieden, of vanuit die gebieden naar andere gebieden in Portugal of naar andere lidstaten worden vervoerd.

De in punt 1 van de bijlage bij deze beschikking vastgestelde voorwaarden gelden uitsluitend voor zendingen die de afgebakende gebieden in Portugal na 28 februari 2001 verlaten.

Artikel 3

Andere lidstaten van bestemming dan Portugal mogen:

a) uit afgebakende gebieden in Portugal afkomstige en naar hun grondgebied vervoerde zendingen vatbaar hout, vatbare schors en vatbare planten testen op de aanwezigheid van het dennenaaltje,

b) verdere passende maatregelen nemen om dergelijke zendingen aan officieel toezicht te onderwerpen teneinde na te gaan of zij aan de in de bijlage bij deze beschikking vastgestelde voorwaarden voldoen.

Artikel 4

De lidstaten moeten van hun grondgebied afkomstig vatbaar hout en van hun grondgebied afkomstige vatbare schors en planten officieel onderzoeken op sporen van besmetting met het dennenaaltje.

Onverminderd het bepaalde in artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2000/29/EG moeten de lidstaten de resultaten van de in de eerste alinea bedoelde onderzoeken, wanneer deze wijzen op de aanwezigheid van het dennenaaltje in gebieden waarvan voorheen niet bekend was dat het er voorkwam, uiterlijk op 15 november 2001 aan de andere lidstaten en aan de Commissie meedelen.

Artikel 5

Portugal moet vaststellen van welke gebieden bekend is dat het dennenaaltje er niet voorkomt, en moet verder gebieden afbakenen (hierna "afgebakende gebieden" genoemd) bestaande uit een deel waarvan bekend is dat het dennenaaltje er voorkomt, en een als bufferzone aangewezen deel, namelijk een strook van ten minste 20 km breed daaromheen, waarbij rekening wordt gehouden met de resultaten van de in artikel 4 bedoelde onderzoeken.

De Commissie stelt een lijst van "gebieden" vast waarvan bekend is dat het dennenaaltje er niet voorkomt, en zendt deze lijst toe aan het Permanent Plantenziektekundig Comité en aan de lidstaten. Alle gebieden in Portugal die niet zijn opgenomen in de bovenbedoelde vastgestelde lijst worden geacht afgebakende gebieden te zijn.

De in de tweede alinea, eerste zin, bedoelde lijst van gebieden moet door de Commissie worden aangepast overeenkomstig de resultaten van de in artikel 4, tweede alinea, bedoelde onderzoeken en bevindingen waarvan op grond van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 2000/29/EG kennis is gegeven.

Artikel 6

Deze beschikking wordt uiterlijk op 15 december 2001 opnieuw bezien.

Artikel 7

Beschikking 2000/58/EG wordt ingetrokken met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze beschikking.

Artikel 8

Deze beschikking is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel, 12 maart 2001.

Voor de Commissie

David Byrne

Lid van de Commissie

(1) PB L 169 van 10.7.2000, blz. 1.

(2) PB L 21 van 26.1.2000, blz. 36.

BIJLAGE

In het kader van artikel 2 moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:

1. Onverminderd het bepaalde in punt 2, en in geval van vervoer uit de afgebakende gebieden naar andere gebieden in Portugal dan de afgebakende gebieden of naar andere lidstaten:

a) moeten vatbare planten vergezeld gaan van een plantenpaspoort dat overeenkomstig Richtlijn 92/105/EEG van de Commissie(1) is opgesteld en afgegeven, nadat:

- ze officieel zijn gecontroleerd op en vrij zijn bevonden van sporen of symptomen van het dennenaaltje, en

- er sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus geen symptomen van het dennenaaltje zijn waargenomen op de plaats van productie en in de onmiddellijke nabijheid daarvan;

b) moeten vatbaar hout en vatbare schors, behalve hout in de vorm van:

- plakjes, spanen, kleine stukjes, resten of afval, geheel of gedeeltelijk verkregen uit deze Coniferae,

- pakkisten, kratten of trommels,

- laadborden, laadkisten of andere laadplateaus,

- stuwmateriaal, tussenschotten en dwarsbalken,

maar inclusief hout dat niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, vergezeld gaan van het hierboven in punt 1, onder a), bedoelde plantenpaspoort, nadat dat hout of die schors een adequate warmtebehandeling (kerntemperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten) heeft ondergaan om ervoor te zorgen dat dat hout of die schors vrij is van levende dennenaaltjes;

c) moet vatbaar hout in de vorm van plakjes, spanen, kleine stukjes, resten of afval, geheel of gedeeltelijk verkregen uit deze Coniferae, vergezeld gaan van het bedoelde plantenpaspoort, nadat het op adequate wijze is gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het vrij is van levende dennenaaltjes;

d) moet vatbaar hout in de vorm van stuwmateriaal, tussenschotten en dwarsbalken, inclusief hout dat niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft behouden:

- ontschorst zijn,

- vrij zijn van wormgaten met een diameter van meer dan 3 mm,

- op het tijdstip van bewerking een vochtgehalte hebben van minder dan 20 %, berekend op de droge stof;

e) moet vatbaar hout in de vorm van pakkisten, kratten, trommels of vergelijkbare verpakkingen, laadborden, laadkisten of andere laadplateaus, en opzetranden voor laadborden, al dan niet daadwerkelijk gebruikt voor het vervoer van allerhande voorwerpen, een adequate warmtebehandeling (kerntemperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten) ondergaan, onder druk worden geïmpregneerd, of worden gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het vrij is van levende dennenaaltjes, en moet er een officieel erkend merkteken zichtbaar op zijn aangebracht waaruit blijkt dat behandeling heeft plaatsgevonden, alsmede waar en door wie die behandeling is uitgevoerd, of moet het vergezeld gaan van het bedoelde plantenpaspoort waarin wordt verklaard dat de maatregelen zijn uitgevoerd.

2. In het geval van vervoer binnen de afgebakende gebieden in Portugal geldt het volgende:

a) vatbare planten:

- die gekweekt zijn op plaatsen waar of in de onmiddellijke omgeving waarvan sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus geen symptomen van het dennenaaltje zijn waargenomen, en die bij officiële controles vrij zijn bevonden van sporen of symptomen van het dennenaaltje moeten, wanneer zij de plaats van productie verlaten, vergezeld gaan van bovenbedoeld plantenpaspoort;

- die gekweekt zijn op plaatsen waar of in de onmiddellijke omgeving waarvan sinds het begin van de laatste volledige vegetatiecyclus symptomen van het dennenaaltje zijn waargenomen, of die zijn aangemerkt als aangetast door het dennenaaltje, mogen de plaats van productie niet verlaten en moeten worden vernietigd door verbranding;

- die gekweekt zijn op plaatsen zoals bossen en openbare of particuliere tuinen, en die ofwel zijn aangemerkt als aangetast door het dennenaaltje, ofwel symptomen van een gebrekkige gezondheid vertonen of zich in herstelgebieden bevinden, moeten:

- indien zij in de periode van 1 november tot en met 1 april als zodanig zijn aangemerkt, binnen die periode worden geveld, of

- indien zij in de periode van 2 april tot en met 31 oktober als zodanig zijn aangemerkt, onmiddellijk worden geveld en,

- indien zij in het deel van de afgebakende gebieden zijn aangetroffen dat overeenkomstig artikel 5 als bufferzone is aangewezen, worden getest op aanwezigheid van het dennenaaltje. Als de uitslag van de test positief is, moeten de grenzen van de afgebakende gebieden dienovereenkomstig worden gewijzigd;

b) vatbaar hout in de vorm van rondhout of gezaagd hout, met of zonder schors, met inbegrip van hout dat niet zijn natuurlijke ronde oppervlakte heeft behouden, moet in de periode van 1 november tot en met 1 april:

i) wanneer het is verkregen van bomen waarvan is vastgesteld dat zij zijn besmet met het dennenaaltje, of die zich in herstelgebieden bevinden vóór 2 april ofwel:

- op daartoe geschikte plaatsen onder officieel toezicht worden vernietigd door verbranding, of

- onder officieel toezicht worden vervoerd naar:

- een verwerkend bedrijf om daar tot spaanders te worden verwerkt en binnen dit bedrijf te worden gebruikt, of

- een industrieel bedrijf, voor gebruik als brandhout binnen dit bedrijf, of

- een verwerkend bedrijf, waar het hout:

- een warmtebehandeling (kerntemperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten) ondergaat, of

- tot spaanders wordt verwerkt en wordt gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het vrij is van levende dennenaaltjes;

ii) wanneer het is verkregen van andere bomen dan de in punt i) bedoelde:

officieel worden getest op de aanwezigheid van het dennenaaltje en van Monochamus spp.; als de aanwezigheid wordt bevestigd, moet het hout worden onderworpen aan het bepaalde in punt i); als de aanwezigheid niet wordt aangetoond mag het hout onder officieel toezicht naar een verwerkend bedrijf worden vervoerd voor verder gebruik als timmerhout, of, bij uitzondering, onder officieel toezicht naar een erkend verwerkend bedrijf in een ander gebied in Portugal dan een van de afgebakende gebieden worden vervoerd, waar het hout in de periode van 1 november tot en met 1 april ofwel:

- een warmtebehandeling (kerntemperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten) ondergaat. Dit warmtebehandelde hout mag verder worden vervoerd als het vergezeld gaat van het eerder genoemde plantenpaspoort; ofwel

- tot spaanders wordt verwerkt en wordt gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het vrij is van levende dennenaaltjes. Dit gefumigeerde hout mag verder worden vervoerd als het vergezeld gaat van het eerder genoemde plantenpaspoort; ofwel

- binnen dit bedrijf tot spaanders wordt verwerkt en voor industriële doeleinden wordt gebruikt, ofwel

- onder officieel toezicht wordt vervoerd naar een bedrijf, waar het:

- een warmtebehandeling (kerntemperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten) ondergaat, of

- tot spaanders wordt verwerkt en wordt gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het vrij is van levende dennenaaltjes, of

- tot spaanders wordt verwerkt en voor industriële doeleinden wordt gebruikt;

c) vatbaar hout in de vorm van rondhout of gezaagd hout, met of zonder schors, met inbegrip van hout dat niet zijn natuurlijke ronde oppervlakte heeft behouden, moet in de periode van 2 april tot en met 31 oktober:

i) wanneer het is verkregen van bomen waarvan is vastgesteld dat zij zijn besmet met het dennenaaltje, of die zich in herstelgebieden bevinden:

- onmiddellijk op daartoe geschikte plaatsen onder officieel toezicht worden vernietigd door verbranding, of

- op daartoe geschikte plaatsen buiten het bos onmiddellijk worden ontschorst alvorens onder officieel toezicht te worden vervoerd naar opslagplaatsen waar het wordt behandeld met een adequaat insecticide, of die ten minste gedurende de hierboven vermelde periode over adequate en erkende voorzieningen voor natte opslag beschikken, met het oog op verder vervoer naar een industrieel bedrijf:

- om onmiddellijk tot spaanders te worden verwerkt en voor industriële doeleinden te worden gebruikt, of

- voor onmiddellijk gebruik als brandhout binnen dit bedrijf, of

- om onmiddellijk een warmtebehandeling te ondergaan (kerntemperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten), of

- om onmiddellijk tot spaanders te worden verwerkt en te worden gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het vrij is van levende dennenaaltjes.

ii) wanneer het is verkregen van andere bomen dan de in punt i) bedoelde, onmiddellijk worden ontschorst op de plaats waar de boom is geveld of in de onmiddellijke nabijheid daarvan en:

- officieel worden getest op de aanwezigheid van het dennenaaltje en van Monochamus spp.; als de aanwezigheid wordt bevestigd, moet het hout worden onderworpen aan het bepaalde in punt i); als de aanwezigheid niet wordt aangetoond, mag het hout onder officieel toezicht worden vervoerd naar een verwerkingsbedrijf voor gebruik als timmerhout, of

- onder officieel toezicht worden vervoerd naar een bedrijf, waar het:

- tot spaanders wordt verwerkt en voor industriële doeleinden wordt gebruikt, of

- een warmtebehandeling (kerntemperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten) ondergaat, of

- tot spaanders wordt verwerkt en wordt gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het vrij is van levende dennenaaltjes;

d) vatbare schors moet:

- worden vernietigd door verbranding of als brandstof worden gebruikt op een verwerkend industrieel bedrijf, of

- een warmtebehandeling (overal in de schors een temperatuur van ten minste 56 °C gedurende 30 minuten) ondergaan, of

- worden gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het vrij is van levende dennenaaltjes;

e) vatbaar hout in de vorm van bij het vellen van de bomen ontstaan afval, moet onder officieel toezicht worden verbrand op daartoe geschikte plaatsen:

- in de periode van 1 november tot en met 1 april, binnen die periode, of

- in de periode van 2 april tot en met 31 oktober, onmiddellijk;

f) vatbaar hout in de vorm van bij de houtverwerking ontstaan afval, moet onmiddellijk onder officieel toezicht op daartoe geschikte plaatsen worden verbrand, als brandhout worden gebruikt in een verwerkend bedrijf, of worden gefumigeerd om ervoor te zorgen dat het hout vrij is van levende dennenaaltjes;

g) vatbaar hout in de vorm van pakkisten, kratten, trommels of vergelijkbare verpakkingen, laadborden, laadkisten of andere laadplateaus, en opzetranden voor laadborden, stuwmateriaal, tussenschotten en dwarsbalken, inclusief hout dat niet meer zijn natuurlijke ronde oppervlak heeft, moet:

- ontschorst zijn,

- vrij zijn van wormgaten met een diameter van meer dan 3 mm,

- op het tijdstip van bewerking een vochtgehalte hebben van minder dan 20 %, berekend op de droge stof.

(1) PB L 4 van 8.1.1993, blz. 22.

Top