EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31999R1727

Verordening (EG) nr. 1727/1999 van de Commissie van 28 juli 1999 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2158/92 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand

PB L 203 van 3.8.1999, p. 41–52 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Dit document is verschenen in een speciale editie. (CS, ET, LV, LT, HU, MT, PL, SK, SL, BG, RO)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 02/12/2006; opgeheven door 32006R1737

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1999/1727/oj

31999R1727

Verordening (EG) nr. 1727/1999 van de Commissie van 28 juli 1999 houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2158/92 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand

Publicatieblad Nr. L 203 van 03/08/1999 blz. 0041 - 0052


VERORDENING (EG) Nr. 1727/1999 VAN DE COMMISSIE

van 28 juli 1999

houdende enige uitvoeringsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2158/92 van de Raad betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 2158/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de bescherming van de bossen in de Gemeenschap tegen brand(1), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 308/97(2), en met name op artikel 4, lid 4,

(1) Overwegende dat in Verordening (EEG) nr. 2158/92 is bepaald dat de Gemeenschap financieel bijdraagt in de maatregelen in het kader van de communautaire actie voor de bescherming van de bossen tegen brand;

(2) Overwegende dat in artikel 4, lid 3, van genoemde verordening is bepaald dat deze financiële bijdrage bij voorrang geldt voor door de lidstaten ingediende programma's voor de verbetering van de bescherming van de bossen tegen brand;

(3) Overwegende dat het, met het oog op efficiency, vereenvoudiging en rationalisatie van zowel de nationale als de communautaire procedures, dienstig is om de verschillende acties waarvoor financiële bijstand van de Gemeenschap wordt gevraagd, jaarlijks per lidstaat in een nationaal programma samen te brengen;

(4) Overwegende dat nadere regels voor de indiening van de aanvraag om bijstand voor het nationale programma dienen te worden vastgesteld en tevens de gegevens die dat programma dient te bevatten om het onderzoek ervan te vergemakkelijken;

(5) Overwegende dat in een regeling inzake voorschotten op de financiële bijstand van de Gemeenschap dient te worden voorzien opdat de lidstaat het nationale programma financieel adequaat kan beheren;

(6) Overwegende dat de voorschotaanvragen en de aanvragen om uitbetaling van het eindsaldo van het nationale programma die door de bevoegde autoriteiten bij de Commissie worden ingediend, vergezeld dienen te gaan van bepaalde gegevens die het onderzoek naar de regelmatigheid van de uitgaven met de regels moeten vergemakkelijken;

(7) Overwegende dat de Commissie ervan in kennis dient te worden gesteld dat de uitvoering van de acties volgens de in de beschikking waarbij de bijstand is toegekend, vervatte voorwaarden en binnen de daarin gestelde termijnen verloopt;

(8) Overwegende dat de lidstaten voor een doeltreffende controle op de verwezenlijking van de acties van het nationale programma de nodige maatregelen dienen te nemen;

(9) Overwegende dat op grond van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2158/92 en op grond van Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen(3), de lidstaten de feitelijke en rechtmatige uitvoering van de door de Gemeenschap gefinancierde maatregelen dienen na te gaan en de als gevolg van onregelmatigheden of onachtzaamheden verloren gegane bedragen dienen terug te vorderen; dat de bedoelde bedragen uitgaven vormen die in het kader van de begroting van de Gemeenschap niet gerechtvaardigd zijn en bijgevolg aan de Gemeenschap moeten worden terugbetaald;

(10) Overwegende dat indien uit de in artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2158/92 voorziene controles een onregelmatigheid blijkt, de lidstaat zijn standpunt over de geconstateerde situatie moet kunnen geven; dat, als nader onderzoek bevestigt dat er een onregelmatigheid is geweest en bijgevolg de betrokken bedragen voor de begroting niet-gerechtvaardigde uitgaven waren, die bedragen aan de Gemeenschap moeten worden terugbetaald;

(11) Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1170/93 van de Commissie(4), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1460/98(5), bijgevolg dient te worden ingetrokken;

(12) Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Permanent Comité voor de bosbouw,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENlNG VASTGESTELD:

Artikel 1

1. De in artikel 4 van Verordening (EEG) nr. 2158/92 bedoelde programma's worden jaarlijks op nationaal niveau opgesteld. Het nationale programma omvat alle aanvragen om bijstand op grond van genoemd artikel 4. Het programma behelst de gegevens en de documenten die in bijlage I en in artikel 2 van de onderhavige verordening zijn genoemd. De lidstaat zendt dit programma in de in bijlage I aangegeven vorm in tweevoud aan de Commissie.

2. Het in lid 1 bedoelde nationale programma heeft, vanaf de in artikel 6 van Verordening (EEG) nr. 2158/92 bedoelde datum van kennisgeving van de beschikking van de Commissie, een looptijd van maximaal drie jaar die niet kan worden verlengd.

Artikel 2

Het in artikel 1 bedoelde programma houdt het volgende in:

a) een staat van de bewijsstukken die de ontvangers van de bijstand moeten verstrekken; onder "bewijsstuk" wordt verstaan, elk document dat is opgesteld overeenkomstig de wettelijke of administratiefrechtelijke bepalingen van de betrokken lidstaat of overeenkomstig de maatregelen die zijn vastgesteld door de bevoegde autoriteit en waarmee kan worden bewezen dat aan de financiële of andere voorwaarden voor de actie waarop een aanvraag betrekking heeft, is voldaan. In de staat wordt de benaming van de bewijsstukken vermeld en worden de bepalingen of maatregelen genoemd op grond waarvan zij zijn opgesteld en tevens wordt daarin van die stukken een korte inhoudsbeschrijving gegeven;

b) het model van de formulieren waarmee de begunstigden hun betalingsaanvraag indienen. In deze formulieren moeten minstens een samenvatting van de verrichte uitgaven zijn opgenomen alsmede een tabel van de geplande en de verwezenlijkte maatregelen, zowel in kwantitatief als in kwalitatief opzicht;

c) een beschrijving van de controle- en beheersmethoden die in toepassing van artikel 8 van Verordening (EEG) nr. 2158/92 zijn vastgesteld om de doeltreffende tenuitvoerlegging van de acties van het programma te waarborgen.

De lidstaat deelt de Commissie eveneens de bijwerkingen van de in de eerste alinea bedoelde documenten mee.

Artikel 3

1. De bevoegde autoriteit kan op zijn vroegst 1 januari van het jaar na de datum van de kennisgeving van de beschikking van de Commissie een voorschot aanvragen van maximaal 30 % op de financiële bijstand van de Gemeenschap voor het nationale programma.

2. De lidstaat kan een tweede voorschot van maximaal 30 % aanvragen, wanneer hij het bewijs van het gebruik van 60 % van het eerste voorschot voor hetzelfde programma levert. Het tweede voorschot kan op 50 % worden gebracht indien 90 % van het eerste voorschot is uitgegeven.

3. Het saldo wordt betaald nadat de Commissie het eindverslag, de financiële eindstaat en de aanvraag om de afsluitende betaling met betrekking tot het nationale programma heeft ontvangen en goedgekeurd.

Artikel 4

1. De bevoegde autoriteit zendt vanaf 1 juli van het jaar na de datum van de kennisgeving van de beschikking van de Commissie over het programma halfjaarlijks een overzicht van de aan de begunstigden verrichte betalingen, volgens het model in bijlage II, vergezeld van een overzicht van de stand van de werkzaamheden.

2. De aanvragen om betaling van voorschotten op en van het saldo in verband met het nationale programma moeten door de bevoegde autoriteit volgens het model in bijlage III in tweevoud bij de Commissie worden ingediend.

Artikel 5

1. Wanneer een lidstaat bedragen terugvordert die als gevolg van onregelmatigheden of onachtzaamheden verloren zijn gegaan, betaalt hij die bedragen aan de Gemeenschap terug.

2. Wanneer de Commissie binnen vier jaar na de betaling van het saldo een onregelmatigheid in verband met een door de Gemeenschap gefinancierde maatregel vaststelt en het betrokken bedrag niet overeenkomstig lid 1 aan de Gemeenschap is terugbetaald, legt zij dit aan de betrokken lidstaat voor en geeft zij deze de gelegenheid om opmerkingen te maken.

3. Wanneer de Commissie, na analyse van de situatie en van de eventuele opmerkingen van de betrokken lidstaat, vaststelt dat er inderdaad een onregelmatigheid is geschied, worden de betrokken bedragen door de lidstaat terugbetaald.

Artikel 6

Verordening (EEG) nr. 1170/93 wordt ingetrokken.

Deze verordening blijft echter van toepassing voor aanvragen om bijstand die vóór 1 november 1998 zijn ingediend.

Artikel 7

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 28 juli 1999.

Voor de Commissie

Franz FISCHLER

Lid van de Commissie

(1) PB L 217 van 31.7.1992, blz. 3.

(2) PB L 51 van 21.2.1997, blz. 11.

(3) PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1.

(4) PB L 118 van 14.5.1993, blz. 23.

(5) PB L 193 van 9.7.1998, blz. 20.

BIJLAGE I

(Indiening van de programma's)

Gegevens over het nationale programma voor het jaar 200..

1. Contactpunt bij de bevoegde autoriteit: (naam, adres, telefoon, fax, e-mail van de contactpersoon/contactinstantie).

2. Beschrijving van het programma en plaats waar de geplande acties worden uitgevoerd.

3. Betrokken brandgevaarlijke gebieden (in de zin van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 2158/92).

4. Bijdrage van het programma aan de uitvoering van het/de plan(nen) voor de bescherming van de bossen tegen brand (in de zin van artikel 3 van Verordening (EEG) nr. 2158/92).

5. Looptijd van het programma, begin- en einddatum van de uitvoering van het programma, tijdschema voor de uitvoering.

6. Totale kosten van het programma en gevraagde bijstand (als percentage van de totale kosten).

7. Verdeling van de kosten over de verschillende maatregelen (tabel 1 invullen).

8. Beschrijving van de verschillende aanvragen die in het nationale programma zijn opgenomen (tabel 2 invullen; één formulier per aanvrager gebruiken) en overzichtsstaat van de verschillende aanvragen (tabel 3 invullen).

9. Financieringsschema van het nationale programma (met name tabel 4 invullen).

10. Verklaring dat niet vóór de indiening van het programma met de werkzaamheden is begonnen: Neen/Ja (doorhalen wat niet van toepassing is).

11. Lichaam waaraan de betalingen zullen worden gedaan en bankgegevens.

12. Staat met de bewijsstukken die de begunstigde moet verstrekken; model van de formulieren waarmee de begunstigden hun betalingsaanvraag indienen; beschrijving van de controle- en beheersmethoden om een efficiënte uitvoering van de acties van het programma te waarborgen.

13. Verklaring dat geen enkele aanvraag in het raam van dit programma bij andere fondsen van de Gemeenschap zal worden ingediend.

Datum

Handtekening en stempel

>PIC FILE= "L_1999203NL.004401.EPS">

>PIC FILE= "L_1999203NL.004501.EPS">

>PIC FILE= "L_1999203NL.004601.EPS">

BIJLAGE II

Algemene opmerkingen

De aanvragen om voorschotten, de aanvragen om betalingen, de halfjaarlijkse overzichten van uitgaven en de overzichten inzake de stand van de werkzaamheden, alsmede alle aanvullende inlichtingen moeten in tweevoud worden gezonden aan: Europese Commissie

Directoraat-generaal Landbouw

Eenheid VI FII 2

Wetstraat 200

B - 1049 Brussel

Halfjaarlijkse overzichten van betalingen

Gebruik het formulier "Tabel 1".

Stand van de werkzaamheden

Gebruik het formulier "Tabel 2".

>PIC FILE= "L_1999203NL.004801.EPS">

BIJLAGE III

>PIC FILE= "L_1999203NL.004902.EPS">

>PIC FILE= "L_1999203NL.005001.EPS">

>PIC FILE= "L_1999203NL.005101.EPS">

>PIC FILE= "L_1999203NL.005201.EPS">

Top