EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31999D0437

1999/437/EG: Besluit van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengen-acquis

OJ L 176, 10.7.1999, p. 31–33 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Estonian: Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Latvian: Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Lithuanian: Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Hungarian Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Maltese: Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Polish: Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Slovak: Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Slovene: Chapter 19 Volume 001 P. 165 - 166
Special edition in Bulgarian: Chapter 19 Volume 001 P. 120 - 121
Special edition in Romanian: Chapter 19 Volume 001 P. 120 - 121
Special edition in Croatian: Chapter 19 Volume 006 P. 3 - 4

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1999/437/oj

31999D0437

1999/437/EG: Besluit van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengen-acquis

Publicatieblad Nr. L 176 van 10/07/1999 blz. 0031 - 0033


BESLUIT VAN DE RAAD

van 17 mei 1999

inzake bepaalde toepassingsbepalingen van de door de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengen-acquis

(1999/437/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Protocol tot opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie, dat bij het Verdrag van Amsterdam gehecht is aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, hierna te noemen "het Schengen-protocol", inzonderheid op artikel 2,

(1) Overwegende dat op 18 mei 1999, op basis van artikel 6, eerste alinea, van het Schengen-protocol, een overeenkomst met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen is gesloten inzake de wijze waarop deze Staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengen-acquis, hierna te noemen "de overeenkomst";

(2) Overwegende dat het noodzakelijk is de wijze van toepassing van sommige bepalingen van de overeenkomst vast te stellen;

(3) Overwegende dat bij de overeenkomst een gemengd comité wordt ingesteld dat alle aangelegenheden behandelt die betrekking hebben op de toepassing en de verdere ontwikkeling van de bepalingen van de Unie ten aanzien waarvan IJsland en Noorwegen zich krachtens artikel 2 van de overeenkomst tot uitvoering en toepassing hebben verbonden;

(4) Overwegende dat het aan de Europese Unie is om de gebieden vast te stellen waarop de verdere ontwikkeling van de bestaande bepalingen van de Unie wordt bestreken door de in de overeenkomst genoemde procedures, met name de procedures voor behandeling door het gemengd comité;

(5) Overwegende dat iedere wijziging in de vaststelling van dergelijke gebieden door de Raad kan worden aangenomen op dezelfde rechtsgrondslag als die waarop dit besluit is gebaseerd;

(6) Overwegende dat de toepassing van de in de overeenkomst genoemde procedures de Overeenkomst bestreffende de Europese economische ruimte en alle andere overeenkomsten tussen de Europese Gemeenschap en IJsland en Noorwegen of op basis van de artikelen 24 en 38 van het Verdrag betreffende de Europese Unie met deze Staten gesloten overeenkomsten onverlet laat;

(7) Overwegende dat dit besluit de toepassing of de uitlegging van het protocol betreffende de positie van Denemarken, die bij het Verdrag van Amsterdam aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, en van andere bepalingen van het Schengen-protocol onverlet laat;

(8) Overwegende dat moet worden voorzien in een procedure voor voorafgaand overleg binnen de Raad over elk door het gemengd comité te nemen besluit over beëindiging of verlenging van de overeenkomst, teneinde tot een gemeenschappelijk standpunt van de leden van de Raad te komen,

BESLUIT:

Artikel 1

De procedures die zijn ingesteld bij de op 18 mei 1999 door de Raad van de Europese Unie met de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de utivoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengen-acquis (hierna te noemen "de overeenkomst"), worden toegepast op de voorstellen en initiatieven gericht op de verdere ontwikkeling van de bepalingen ten aanzien waarvan bij het Schengen-protocol machtiging tot nauwere samenwerking is verleend en die betrekking hebben op een van de volgende gebieden:

A. De overschrijding door personen van de buitengrenzen van de staten die besloten hebben de controles aan hun binnengrenzen af te schaffen, daaronder begrepen de voorschriften en de voorwaarden waaraan de betrokken staten zich te houden hebben bij de personencontroles aan de buitengrenzen, de bewaking van de grensgebieden en de samenwerking tussen de voor grenscontroles bevoegde diensten.

B. De visa voor kort verblijf en met name de regels voor het eenvormig visum, de lijst van landen waarvan de onderdanen verplicht zijn over een visum voor de betrokken staten te beschikken en de lijst van landen waarvan de onderdanen van deze verplichting zijn vrijgesteld, alsmede de procedures en voorwaarden voor de afgifte van eenvormige visa, respectievelijk de samenwerking en het overleg tussen de diensten die bevoegd zijn dergelijke visa af te geven.

C. Het vrije verkeer gedurende ten hoogste drie maanden, van de onderdanen van derde landen op het grondgebied van de staten die besloten hebben de controles aan hun binnengrenzen af te schaffen, en de verwijdering van personen die onregelmatig verblijven.

D. De beslechting van geschillen tussen staten in de gevallen waarin een lidstaat een verblijfstitel heeft afgegeven of overweegt af te geven aan een door een andere lidstaat voor weigering van toegang gesignaleerde vreemdeling.

E. De sancties voor de vervoerders bij en de organisatoren van illegale immigratie.

F. De bescherming van persoonsgegevens die worden uitgewisseld tussen de onder A en B bedoelde diensten.

G. Het Schengen-informatiesysteem (SIS), met inbegrip van de bepalingen inzake de bescherming en de beveiliging van de desbetreffende gegevens, alsmede de bepalingen inzake de werking van de nationale delen van het SIS en de uitwisseling van informatie tussen de nationale delen (SIRENE-systeem), en van het effect van de signaleringen in het SIS van personen die met het oog op aanhouding voor uitlevering worden gezocht.

H. Elke vorm van politiële samenwerking als bedoeld in de artikelen 39 tot en met 43, 46, 47, 73 en de artikelen 126 tot en met 130 van de Schengen-overeenkomst van 19 juni 1990 ter uitvoering van het Akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, zoals die tussen de betrokken lidstaten wordt toegepast op het tijdstip van inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam.

I. De nadere regelingen betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken die worden beschreven in de artikelen 48 tot en met 63 en de artikelen 65 tot en met 69 van de in punt H bedoelde Schengen-Uitvoeringsovereenkomst van 1990, zoals die tussen de betrokken lidstaten worden toegepast op het tijdstip van inwerkingtreding van het Verdrag van Amsterdam.

Artikel 2

Wanneer een lidstaat of de Commissie bij de Raad een initiatief of een voorstel indient dat naar zijn/haar oordeel betrekking heeft op een gebied dat onder artikel 1 valt, geeft hij/zij dit aan in de tekst.

Artikel 3

Op verzoek van een lidstaat of van de Commissie belegt het voorziterschap een vergadering van het Comité van Permanente Vertegenwoordigers van de lidstaten om te kunnen bespreken of een initiatief of voorstel betrekking heeft op een gebied dat onder artikel 1 valt.

Artikel 4

1. De door de Raad aan te nemen besluiten houdende verdere ontwikkeling van de bepalingen ten aanzien waarvan bij het Schengen-protocol machtiging tot nauwere samenwerking is verleend en die betrekking hebben op een gebied dat onder artikel 1 valt, bevatten een vermelding van dit feit.

2. De bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van de onder lid 1 bedoelde besluiten gaat vergezeld van een vermelding dat het betrokken besluit betrekking heeft op een gebied ten aanzien waarvan bij het Schengen-protocol machtiging tot nauwere samenwerking is verleend.

Artikel 5

Alvorens de delegaties die de leden van de Raad vertegenwoordigen in het bij de overeenkomst ingestelde gemengd comité deelnemen aan een door dat comité uit hoofde van artikel 8, lid 4, of artikel 11 van de overeenkomst te nemen besluit, komen zij in het kader van de Raad bijeen teneinde te bepalen of een gemeenschappelijk standpunt kan worden vastgesteld.

Artikel 6

Dit besluit wordt van kracht op de dag volgende op die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Gedaan te Brussel, 17 mei 1999.

Voor de Raad

De voorzitter

J. FISCHER

VERKLARINGEN

I. Verklaring van de Raad

"De lijst in artikel 1 van het besluit heeft uitsluitend tot doel vast te stellen op welke gebieden bij de verdere ontwikkeling van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie de procedures van artikel 4 van de door de Raad, IJsland en Noorwegen gesloten overeenkomst inzake de wijze waarop deze twee staten worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de verdere ontwikkeling van het Schengen-acquis moeten worden nageleefd.

Deze lijst vormt geen opsomming van de gebieden die het volledige Schengen-acquis vormen zoals dit is opgenomen in het kader van de Europese Unie en zoals het door de lidstaten die gebonden zijn door de Schengen-overeenkomsten moet worden toegepast en uitgevoerd. Daartoe is het Schengen-acquis door de Raad vastgesteld in zijn besluit van 20 mei 1999.

Zij vormt ook geen opsomming van de gebieden die het volledige Schengen-acquis vormen zoals het door IJsland en Noorwegen en tussen die staten en de door de Schengen-overeenkomsten gebonden lidstaten moet worden toegepast en uitgevoerd overeenkomstig artikel 2, lid 1, van de bovenvermelde overeenkomst.

De opstelling van deze lijst kan dus niet tot gevolg hebben dat afbreuk wordt gedaan aan de integriteit van het huidige Schengen-acquis als bedoeld in de bijlage bij het protocol tot opneming van het Schengen-acquis in het kader van de Europese Unie."

II. Verklaring van de Commissie

"De Commissie wenst te verklaren dat zij zich in het Gemengd Comité zal conformeren aan door de Raad vastgestelde gemeenschappelijke standpunten".

Top