EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31998D0743

98/743/EG: Besluit van de Raad van 21 december 1998 houdende nadere bepalingen betreffende de samenstelling van het Economisch en Financieel Comité

OJ L 358, 31.12.1998, p. 109–110 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Estonian: Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Latvian: Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Lithuanian: Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Hungarian Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Maltese: Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Polish: Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Slovak: Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Slovene: Chapter 10 Volume 001 P. 161 - 162
Special edition in Bulgarian: Chapter 10 Volume 001 P. 157 - 158
Special edition in Romanian: Chapter 10 Volume 001 P. 157 - 158
Special edition in Croatian: Chapter 10 Volume 001 P. 52 - 53

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1998/743/oj

31998D0743

98/743/EG: Besluit van de Raad van 21 december 1998 houdende nadere bepalingen betreffende de samenstelling van het Economisch en Financieel Comité

Publicatieblad Nr. L 358 van 31/12/1998 blz. 0109 - 0110


BESLUIT VAN DE RAAD van 21 december 1998 houdende nadere bepalingen betreffende de samenstelling van het Economisch en Financieel Comité (98/743/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 109 C, lid 3,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank (2),

Gezien het advies van het Monetair Comité (3),

(1) Overwegende dat in het Verdrag is bepaald dat bij de aanvang van de derde fase van de Economische en Monetaire Unie een Economisch en Financieel Comité wordt opgericht;

(2) Overwegende dat de Raad uit hoofde van het Verdrag gehouden is nadere bepalingen betreffende de samenstelling van het Economisch en Financieel Comité vast te stellen; dat de lidstaten, de Commissie en de Europese Centrale Bank elk ten hoogste twee leden van het Comité benoemen;

(3) Overwegende dat de taken van het Economisch en Financieel Comité zijn omschreven in artikel 109 C, lid 2, van het Verdrag; dat het Economisch en Financieel Comité als onderdeel van deze taken de economische en financiële situatie in de lidstaten en de Gemeenschap moet volgen en terzake regelmatig aan de Raad en aan de Commissie verslag moet uitbrengen, inzonderheid wat betreft de financiële betrekkingen met derde landen en internationale instellingen; dat het Economisch en Financieel Comité moet bijdragen aan de voorbereiding van de werkzaamheden van de Raad, onder meer voor de vereiste aanbevelingen uit hoofde van het multilaterale toezicht en de globale richtsnoeren voor het economisch beleid, zoals bedoeld in artikel 103 van het Verdrag, en voor de vereiste beslissingen in de procedure betreffende buitensporige overheidstekorten, zoals bedoeld in artikel 104 C van het Verdrag; dat het gezien de aard en het belang van deze taken van wezenlijk belang is, dat de leden en de plaatsvervangende leden van het Comité worden gekozen uit deskundigen met een erkende bekwaamheid op economisch en financieel gebied;

(4) Overwegende dat de Europese Raad van Luxemburg van 12 en 13 december 1997 in zijn resolutie betreffende de coördinatie van het economisch beleid in de derde fase van de EMU (4) heeft verklaard, dat het Economisch en Financieel Comité het kader vormt waarin de dialoog tussen de Raad en de Europese Centrale Bank op het niveau van hoge ambtenaren kan worden voorbereid en voortgezet; dat deze ambtenaren afkomstig zijn uit de nationale centrale banken en de Europese Centrale Bank, alsmede uit het nationale bestuur;

(5) Overwegende dat onder "bestuur" moet worden verstaan de diensten van de ministers die de zittingen bijwonen van de Raad in de samenstelling van de ministers van Economische Zaken en Financiën;

(6) Overwegende dat het lidmaatschap van het Comité van ambtenaren van de Europese Centrale Bank en nationale centrale banken geen afbreuk doet aan artikel 107 van het Verdrag,

BESLUIT:

Artikel 1

De lidstaten, de Commissie en de Europese Centrale Bank benoemen ieder twee leden van het Economisch en Financieel Comité. Tevens kunnen zij twee plaatsvervangende leden van het Comité benoemen.

Artikel 2

De leden van het Comité en hun plaatsvervangers worden gekozen uit deskundigen met een erkende bekwaamheid op economisch en financieel gebied.

Artikel 3

De twee door de lidstaten te benoemen leden worden respectievelijk gekozen uit hooggeplaatste ambtenaren van het bestuur en van de nationale centrale bank. De plaatsvervangende leden worden onder dezelfde voorwaarden gekozen.

Artikel 4

Dit besluit wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Dit besluit wordt van kracht met ingang van 1 januari 1999.

Gedaan te Brussel, 21 december 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

M. BARTENSTEIN

(1) PB C 125 van 23. 4. 1998, blz. 17.

(2) Advies uitgebracht op 26 november 1998 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3) Advies uitgebracht op 17 november 1998 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(4) PB C 35 van 2. 2. 1998, blz. 1.

Top