EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31998D0310

98/310/EG: Beschikking van de Raad van 1 mei 1998 tot intrekking van de beschikking betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Frankrijk

OJ L 139, 11.5.1998, p. 14–14 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1998/310/oj

31998D0310

98/310/EG: Beschikking van de Raad van 1 mei 1998 tot intrekking van de beschikking betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Frankrijk

Publicatieblad Nr. L 139 van 11/05/1998 blz. 0014 - 0014


BESCHIKKING VAN DE RAAD van 1 mei 1998 tot intrekking van de beschikking betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Frankrijk (98/310/EG)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 104 C, lid 12,

Gezien de aanbeveling van de Commissie,

Overwegende dat de tweede fase van de verwezenlijking van de Economische en Monetaire Unie op 1 januari 1994 is ingegaan; dat in artikel 109 E, lid 4, van het Verdrag is bepaald dat de lidstaten in de tweede fase ernaar streven buitensporige overheidstekorten te voorkomen;

Overwegende dat er een procedure bij buitensporige tekorten bestaat, die inhoudt dat een beschikking over het bestaan van een buitensporig tekort wordt vastgesteld en dat, nadat het buitensporige tekort is gecorrigeerd, bedoelde beschikking wordt ingetrokken; dat voor de tweede fase de procedure bij buitensporige tekorten is bepaald in artikel 104 C van het Verdrag, met uitzondering van de leden 1, 9 en 11; dat het protocol betreffende de procedure bij buitensporige tekorten, dat aan het Verdrag is gehecht, nadere bepalingen behelst betreffende de toepassing van de procedure bij buitensporige tekorten; dat in Verordening (EG) nr. 3605/93 (1) gedetailleerde regels en definities voor de toepassing van genoemd protocol zijn vervat;

Overwegende dat de Raad op 26 september 1994 op grond van een aanbeveling van de Commissie overeenkomstig artikel 104 C, lid 6, van het Verdrag heeft besloten dat in Frankrijk een buitensporig tekort bestond; dat overeenkomstig artikel 104 C, lid 7, de Raad aanbevelingen tot Frankrijk heeft gericht om dit buitensporige tekort te corrigeren (2);

Overwegende dat overeenkomstig de bepalingen van artikel 104 C, lid 12, van het Verdrag een beschikking van de Raad betreffende het bestaan van een buitensporig tekort wordt ingetrokken, indien de Raad van oordeel is dat het buitensporige tekort in de betrokken lidstaat is gecorrigeerd;

Overwegende dat de Raad zijn beschikking tot intrekking van bedoelde beschikking vaststelt op grond van een aanbeveling van de Commissie; dat uit de gegevens die de Commissie heeft verstrekt, nadat Frankrijk vóór 1 maart 1998 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 3605/93 gegevens heeft overgelegd, de volgende conclusies kunnen worden getrokken:

Sinds 1994 is het overheidstekort in Frankrijk sterk teruggelopen. In 1997 bedroeg het 3,0 % van het BBP, hetgeen gelijk is aan de referentiewaarde van het Verdrag. Naar verwachting zal het iets verder afnemen tot 2,9 % van het BBP in 1998 en de regering is voornemens het tekort verder terug te dringen tot 2,3 % van het BBP in 1999.

De schuldquote van de overheid vertoont een opwaartse tendens en beliep in 1997 58,0 % van het BBP. De in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 60 % van het BBP werd echter nooit overschreden.

Het tekort was in 1997 gelijk aan de referentiewaarde van het Verdrag. Verwacht wordt dat het in 1998 zal zakken tot onder deze referentiewaarde. De schuldquote van de overheid blijft onder de referentiewaarde van het Verdrag,

HEEFT DE VOLGENDE BESCHIKKING VASTGESTELD:

Artikel 1

Uit een algehele evaluatie volgt dat het buitensporige tekort in Frankrijk is gecorrigeerd.

Artikel 2

De beschikking van de Raad van 26 september 1994 betreffende het bestaan van een buitensporig tekort in Frankrijk wordt hierbij ingetrokken.

Artikel 3

Deze beschikking is gericht tot de Franse Republiek.

Gedaan te Brussel, 1 mei 1998.

Voor de Raad

De Voorzitter

G. BROWN

(1) PB L 332 van 31. 12. 1993, blz. 7.

(2) Aanbevelingen van de Raad van 7 november 1994, 24 juli 1995, 16 september 1996 en 15 september 1997.

Top