EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31997R1554

Verordening (EG) nr. 1554/97 van de Raad van 22 juli 1997 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1696/71 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop

OJ L 208, 2.8.1997, p. 1–5 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 021 P. 332 - 336

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/2005; stilzwijgende opheffing door 32005R1952

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/1554/oj

31997R1554

Verordening (EG) nr. 1554/97 van de Raad van 22 juli 1997 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1696/71 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop

Publicatieblad Nr. L 208 van 02/08/1997 blz. 0001 - 0005


VERORDENING (EG) Nr. 1554/97 VAN DE RAAD van 22 juli 1997 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1696/71 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector hop

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op de artikelen 42 en 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europees Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

(1) Overwegende dat het belangrijk is dat de steun aan de producenten in hoofdzaak bijdraagt tot een beter en stabieler inkomen; dat elke inhouding voor het bereiken van de door de producentengroeperingen nagestreefde doeleinden, als omschreven in artikel 7, lid 1, onder a) tot en met d), van Verordening (EEG) nr. 1696/71 (4), derhalve tot een redelijk maximum beperkt dient te blijven; dat hiertoe het bepaalde in artikel 7, lid 1 bis, moet worden gewijzigd;

(2) Overwegende dat een verhoging van de steun voor "andere" hop dreigt te leiden tot een aanzienlijke uitbreiding van het areaal van de betrokken hoprassen ten koste van de geproduceerde kwaliteit; dat de prijzen voor die andere hoprassen als gevolg van een extreem overvloedig aanbod en een geringe vraag kunnen dalen tot een dusdanig laag peil dat de producentengroeperingen zich genoopt zien hun vetorecht uit te oefenen en de betrokken hop op te kopen; dat dergelijke hop geen afzet zou kunnen vinden op de markt, zodat bij de producentengroeperingen aanzienlijke voorraden hop van rassen van mindere kwaliteit dreigen te ontstaan; dat zulks een destabiliserend effect op de markt kan hebben; dat het ter voorkoming van een dergelijke situatie wenselijk is dat de producentengroeperingen beslissen welke rassen hun leden mogen telen; dat daartoe het bepaalde in artikel 7, lid 1, onder d), en artikel 7, lid 3, onder b), eerste alinea, moet worden gewijzigd;

(3) Overwegende dat in artikel 7, lid 3, onder b), van Verordening (EEG) nr. 1696/71 is bepaald dat de producenten die lid zijn van een groepering en de erkende producentengroeperingen die lid zijn van de federatie, in beginsel verplicht zijn hun gehele productie via de groepering of de federatie af te zetten; dat voor het merendeel van de in één enkele groepering verenigde communautaire producenten de toepassing van dit beginsel zeer moeilijk is gebleken; dat de bij de laatste alinea van de bovengenoemde bepaling ingestelde overgangsperiode - gedurende welke de leden van een erkende groepering, indien hun groepering daarvoor toestemming verleent, hun productie geheel of gedeeltelijk zelf op de markt mogen brengen volgens de door deze groepering vastgestelde en gecontroleerde voorschriften - op 31 december 1996 verstrijkt; dat het derhalve noodzakelijk is te beslissen welke regeling vanaf 1 januari 1997 zal gelden, en artikel 7, lid 3, onder b), dienovereenkomstig te wijzigen;

(4) Overwegende dat het nadelig zou zijn de erkenning in te trekken van producentengroeperingen die ten aanzien van al hun overige taken, zoals het beheer van de steun aan de producenten en de verwezenlijking van de bovenbedoelde doeleinden, zeer actief zijn; dat het daarom zaak is dat de leden van een erkende producentengroepering de mogelijkheid krijgen om - zonder met een korting van de steun te worden bestraft - hun productie met toestemming van hun groepering geheel of gedeeltelijk zelf af te zetten mits hun groepering een recht van controle op de tussen producenten en handelaren overeengekomen prijzen uitoefent en over een vetorecht beschikt; dat in dezelfde context de producenten de mogelijkheid moeten krijgen om desgewenst een deel van hun productie te verkopen via een andere producentenorganisatie die door hun eigen organisatie wordt aangewezen, mits het daarbij gaat om producenten met bijzondere kenmerken die niet a priori onder de commerciële activiteiten van laatstgenoemde organisatie vallen;

(5) Overwegende dat elke producentengroepering haar specifieke productie- en afzetomstandigheden kent; dat de producentengroepering derhalve het best in staat is om op ieder moment voor haar leden te beslissen welke maatregelen snel moeten worden genomen om de productie aan de marktbehoeften aan te passen; dat deze flexibiliteit alleen bereikt kan worden door de invoering van een soepele regeling voor de beschikbaarstelling en het beheer van de financiële middelen;

(6) Overwegende dat het daartoe van belang is dat het steunbedrag wordt uitgekeerd op het tijdstip van de betrokken oogst en dat niet naar rassengroep worden gedifferentieerd; dat dit betekent dat wordt afgestapt van de in artikel 12, lid 5, onder a) en b), bepaalde berekeningsmethode, die gebaseerd is op de door de lidstaten medegedeelde gegevens; dat in plaats daarvan een forfaitair steunbedrag per hectare op basis van historische gemiddelden moet worden berekend; dat in geval van verstoring van de markt de steunverlening tot een gedeelte van het areaal kan worden beperkt; dat het wenselijk is om in een dergelijk geval ook het steunniveau te kunnen differentiëren; dat het bijgevolg nodig is artikel 12, lid 6, te wijzigen en lid 7 van dat artikel te schrappen;

(7) Overwegende dat de producentengroepering moet kunnen beslissen of zij dit uniforme steunbedrag volledig dan wel slechts voor een deel ervan dat tussen 80 en 100 % ligt, aan haar leden uitbetaalt naar verhouding van de door hen bebouwde arealen; dat bijgevolg de in artikel 7, lid 1, onder e), opgenomen bepalingen betreffende het beheer van de steunregeling moeten worden aangepast;

(8) Overwegende dat de producentengroepering tot 20 % van de steun moet kunnen inhouden voor de verwezenlijking van de in artikel 7, lid 1, onder d), omschreven doeleinden, en dat zij dit hoofdzakelijk of zelfs uitsluitend ten behoeve van de overschakeling op andere rassen moet kunnen doen indien er op dit gebied nog behoeften bestaan; dat andere bijzondere maatregelen onder meer de ontwikkeling van onderzoeksinitiatieven op fytosanitair gebied kunnen omvatten; dat bij dergelijk onderzoek het gebruik van milieuvriendelijke technieken en middelen centraal moet staan; dat het in dit verband nuttig is de uitdrukking "geïntegreerde gewasbescherming" te gebruiken;

(9) Overwegende dat bovengenoemde mogelijkheid voor producentengroeperingen die niet de gehele productie van hun leden afzetten, een verplichting moet zijn; dat deze verplichting moet worden opgenomen in artikel 12, lid 5;

(10) Overwegende dat het op de steun ingehouden bedrag gedurende maximaal vijf jaar cumuleerbaar is; dat aan het einde van deze periode alle ingehouden steun uitgegeven moet zijn; dat dit punt aan artikel 12, lid 5, moet worden toegevoegd;

(11) Overwegende dat het met het oog op rationalisatie en vereenvoudiging van de betalingen wenselijk is nog slechts één betaling per jaar te verrichten, die de steun aan de producenten en die voor de overschakeling op andere rassen omvat; dat deze betalingen omstreeks het tijdstip van de oogst en in ieder geval vóór 31 december van het betrokken jaar moeten plaatsvinden; dat deze datum voor de oogst 1996 echter reeds voorbij is, zodat een passende oplossing moet worden gevonden; dat artikel 17 hiertoe moet worden gewijzigd;

(12) Overwegende dat moet worden voorzien in de evaluatie van de genomen maatregelen en van het effect ervan op de economische situatie in de sector en dat er in voorkomend geval voorstellen moeten worden uitgewerkt; dat deze verplichting aan artikel 18 moet worden toegevoegd,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1696/71 wordt als volgt gewijzigd:

1. in artikel 7

a) wordt lid 1, onder a), vervangen door:

"a) het aanbod te concentreren en de stabilisatie van de markt te bevorderen door de gehele productie van haar leden af te zetten of, in voorkomend geval, door de hop tegen een hogere prijs op te kopen, zoals bepaald in artikel 7, lid 3, onder b);";

b) wordt lid 1, onder b), vervangen door:

"b) deze productie gemeenschappelijk aan de eisen van de markt aan te passen en te verbeteren, met name door overschakeling op andere rassen, herstructurering van de hopvelden, promotie, onderzoek, op het gebied van de productie en de afzet, alsmede op het gebied van de geïntegreerde gewasbescherming;";

c) wordt lid 1, onder c), vervangen door:

"c) de rationalisatie en de mechanisatie van de teelt en van het oogsten te bevorderen teneinde de rentabiliteit van de productie te vergroten, en de milieubescherming te bevorderen;";

d) wordt lid 1, onder d), vervangen door:

"d) te beslissen welke hoprassen door haar leden mogen worden geproduceerd, en gemeenschappelijke regels voor de productie vast te stellen;";

e) wordt lid 1, onder e), vervangen door:

"e) de in artikel 12 bedoelde steunregeling te beheren en daarbij aan elk van haar leden zijn aandeel in de steun toe te kennen naar verhouding van het door hem bebouwde areaal, behoudens toepassing van het bepaalde in lid 5 van genoemd artikel.";

f) wordt lid 1 bis vervangen door:

"De producentengroeperingen mogen tot 20 % van de steun gebruiken om maatregelen te nemen waardoor de in lid 1, onder a) tot en met d), omschreven doeleinden kunnen worden bereikt.";

g) wordt lid 3, onder b), vervangen door:

"b) in de statuten moet zijn bepaald dat de producenten die lid zijn van de groepering en de erkende producentengroeperingen die lid zijn van de federatie verplicht zijn;

- de gemeenschappelijke regels voor de productie en de beslissingen over de te produceren rassen na te leven,

- hun gehele productie via de groepering of de federatie af te zetten.

Deze verplichting geldt niet voor producten waarvoor de producenten vóór hun toetreding verkoopcontracten hebben gesloten, voorzover de groeperingen van deze contracten in kennis zijn gesteld en er hun instemming mee hebben betuigd.

Met toestemming van de producentenorganisatie kunnen de producenten op de door de producentenorganisatie bepaalde voorwaarden:

- de verplichting om de gehele productie via de producentengroepering af te zetten vervangen door een formule waarbij de afzet geschiedt op basis van in de statuten opgenomen gemeenschappelijke regels die garanderen dat de producentengroepering een recht van controle heeft op het peil van de verkoopprijzen, met dien verstande dat deze prijzen de goedkeuring van de groepering behoeven en dat afwijzing de groepering ertoe verplicht de betrokken hop over te nemen tegen een hogere prijs,

- de producten die gezien hun kenmerken niet a priori onder de commerciële activiteiten van hun eigen producentenorganisatie vallen, afzetten via een andere producentenorganisatie door hun eigen organisatie wordt aangewezen.";

2. artikel 9 wordt geschrapt;

3. artikel 10 wordt vervangen door:

"Artikel 10

1. De Raad stelt op voorstel van de Commissie volgens de procedure van artikel 43, lid 2, van het Verdrag de algemene voorschriften voor de toepassing van artikel 8 vast.

2. De uitvoeringsbepalingen van artikel 8 worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 20.";

4. in artikel 12

a) wordt lid 3 vervangen door:

"3. a) In streken van de Gemeenschap waar de erkende producentengroeperingen in staat zijn hun leden een redelijk inkomen te verzekeren en het aanbod rationeel te beheren, wordt de steun alleen aan deze producentengroeperingen toegekend.

b) In het bijzondere geval dat de producent gevestigd is in een andere lidstaat dan de lidstaat van de groepering waarvan hij lid is, wordt de steun rechtstreeks en volledig aan deze producent uitbetaald door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat waarin hij is gevestigd.

c) In de andere streken wordt de steun ook aan de individuele producenten toegekend.";

b) wordt lid 5 vervangen door:

"5. a) Het steunbedrag per hectare is gelijk voor alle rassengroepen. Met ingang van de oogst 1996 bedraagt het gedurende een periode van vijf jaar 480 ecu/ha.

b) Ingeval de steun overeenkomstig lid 3, eerste alinea, aan een erkende producentengroepering wordt toegekend, kan deze groepering beslissen of zij deze steun ieder jaar volledig dan wel slechts voor een deel ervan dat ten minste 80 % bedraagt, aan haar leden uitbetaalt naar verhouding van de door hen bebouwde arealen; deze beslissing hangt af van de vraag of er overeenkomstig artikel 7, lid 1, onder d), nog aanvragen op het gebied van de overschakeling op andere rassen gehonoreerd moeten worden of eventueel andere doeleinden moeten worden verwezenlijkt.

c) Ingeval de steun wordt toegekend aan een erkende producentengroepering die niet de gehele productie van haar leden afzet, is deze groepering verplicht ieder jaar 20 % van de steun aan de producenten in te houden voor de verwezenlijking van doeleinden als bedoeld onder b).

d) Het op de steun ingehouden bedrag is gedurende maximaal vijf jaar cumuleerbaar; aan het einde van deze periode moet alle ingehouden steun uitgegeven zijn.

e) In het lid 3, onder b), bedoelde geval moet de betrokken producent aan de producentenvereniging waarbij hij is aangesloten, een bedrag betalen dat gelijk is aan de overeenkomstig punt b) of c) verrichte inhouding.";

c) wordt lid 6 vervangen door:

"6. Indien uit het in artikel 11 bedoelde verslag blijkt dat gevaar bestaat voor het ontstaan van structurele overschotten of voor een verstoring in de voorzieningsstructuur van de communautaire hopmarkt, kan de Raad het in het voorgaande lid vastgestelde steunbedrag, op voorstel van de Commissie, volgens de in artikel 43, lid 2, van het Verdrag vastgestelde procedure aanpassen:

a) hetzij door de steunverlening te beperken tot een gedeelte van het voor het betrokken jaar geregistreerde areaal en zo nodig door het steunniveau te differentiëren;

b) hetzij door areaal in het eerste en/of tweede productiejaar van de steun uit te sluiten.";

d) wordt lid 7 geschrapt;

5. artikel 12 bis wordt geschrapt;

6. artikel 16 wordt vervangen door:

"Artikel 16

Behoudens andersluidende bepalingen in deze verordening, zijn de artikelen 92 tot en met 94 van het Verdrag van toepassing op de productie van en de handel in de in artikel 1, lid 1, bedoelde producten.";

7. artikel 17 wordt vervangen door:

"Artikel 17

1. De bepalingen betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid zijn met ingang van de datum van inwerkingtreding van de in deze verordening bedoelde regeling van toepassing op de markt van de in artikel 1, lid 1, bedoelde producten.

2. De steunverlening door de lidstaten overeenkomstig artikel 8 vormt een gemeenschappelijke actie in de zin van artikel 2, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 4256/88 (1). Deze steunverlening valt onder de ramingen van de jaarlijkse uitgaven als bedoeld in artikel 31, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2328/91 (2).

Het bepaalde in artikel 1, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 2328/91 geldt voor de in dit lid bedoelde steunverlening.

De bijstand wordt betaald overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 4253/88 (3).

3. De lidstaten keren te steun aan de producenten uit op een datum die zo dicht mogelijk bij de oogst ligt, en uiterlijk op 15 oktober 1997 voor de oogst 1996 en - vanaf de oogst 1997 - tussen 16 oktober en 31 december van het verkoopseizoen waarvoor de steunaanvraag is ingediend.

4. De Commissie stelt de bepalingen ter uitvoering van dit artikel vast.

(1) Verordening (EEG) nr. 4256/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van bepalingen voor de uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw (EOGFL), afdeling Oriëntatie (PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 25). Verordening gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 2085/93 (PB nr. L 193 van 31. 7. 1993, blz. 44).

(2) Verordening (EEG) nr. 2328/91 van de Raad van 15 juli 1991 betreffende de verbetering van de doeltreffendheid van de landbouwstructuur (PB nr. L 218 van 6. 8. 1991, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2387/95 van de Commissie (PB nr. L 244 van 12. 10. 1995, blz. 50).

(3) Verordening (EEG) nr. 4253/88 van de Raad van 19 december 1988 tot vaststelling van toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 2052/88 met betrekking tot de coördinatie van de bijstandsverlening uit de onderscheiden structuurfondsen enerzijds en van die bijstandsverlening met die van de Europese Investeringsbank en de andere bestaande financieringsinstrumenten anderzijds (PB nr. L 374 van 31. 12. 1988, blz. 1). Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3193/94 (PB nr. L 337 van 24. 12. 1994, blz. 11).";

8. artikel 18 wordt vervangen door:

"Artikel 18

De lidstaten en de Commissie verstrekken elkaar de voor de toepassing van deze verordening benodigde gegevens. De wijze waarop deze gegevens worden medegedeeld, geëvalueerd en verspreid, wordt vastgesteld volgens de procedure van artikel 20.

De Commissie verbindt zich ertoe om vóór 1 september 2000 aan de hand van deze gegevens een evaluatie van de sector op te stellen ten behoeve van de Raad. Deze evaluatie kan, indien nodig, vergezeld gaan van voorstellen.".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 1997.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 22 juli 1997.

Voor de Raad

De Voorzitter

F. BODEN

(1) PB nr. C 127 van 24. 4. 1997, blz. 11.

(2) Advies uitgebracht op 18 juli 1997 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(3) Advies uitgebracht op 29 mei 1997 (nog niet verschenen in het Publicatieblad).

(4) PB nr. L 175 van 4. 8. 1971, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3290/94 (PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 105).

Top