EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31997L0001

Twintigste Richtlijn 97/1/EG van de Commissie van 10 januari 1997 tot aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de bijlagen II, III, VI en VII van Richtlijn 76/768/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake kosmetische producten (Voor de EER relevante tekst)

OJ L 16, 18.1.1997, p. 85–86 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)
Special edition in Czech: Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Estonian: Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Latvian: Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Lithuanian: Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Hungarian Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Maltese: Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Polish: Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Slovak: Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Slovene: Chapter 13 Volume 018 P. 143 - 144
Special edition in Bulgarian: Chapter 13 Volume 020 P. 143 - 145
Special edition in Romanian: Chapter 13 Volume 020 P. 143 - 145
Special edition in Croatian: Chapter 13 Volume 016 P. 68 - 69

No longer in force, Date of end of validity: 11/07/2013

ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/1997/1/oj

31997L0001

Twintigste Richtlijn 97/1/EG van de Commissie van 10 januari 1997 tot aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de bijlagen II, III, VI en VII van Richtlijn 76/768/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake kosmetische producten (Voor de EER relevante tekst)

Publicatieblad Nr. L 016 van 18/01/1997 blz. 0085 - 0086


TWINTIGSTE RICHTLIJN 97/1/EG VAN DE COMMISSIE van 10 januari 1997 tot aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van de bijlagen II, III, VI en VII van Richtlijn 76/768/EEG van de Raad betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake kosmetische producten (Voor de EER relevante tekst)

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Richtlijn 76/768/EEG van de Raad van 27 juli 1976 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake kosmetische producten (1), laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 96/41/EG van de Commissie (2), inzonderheid op artikel 12,

Na raadpleging van het Wetenschappelijk Comité voor kosmetologie,

Overwegende dat de Franse regering de Commissie overeenkomstig artikel 12 van Richtlijn 76/768/EEG ervan in kennis heeft gesteld dat zij voor de duur van een jaar het kosteloos of tegen betaling op de markt brengen van kosmetische en lichaamsverzorgingsproducten heeft opgeschort, welke extracten van hersenen, ruggemerg en ogen bevatten, afkomstig van meer dan zes maanden oude runderen en meer dan twaalf maanden oude schapen of geiten;

Overwegende dat Beschikking 96/362/EG van de Commissie (3) tot wijziging van Beschikking 96/239/EG van de Commissie (4), inzake spoedmaatregelen ter bescherming tegen boviene spongiforme encefalopathie bepaalt dat het Verenigd Koninkrijk ervoor zorgt dat vanaf zijn grondgebied geen verzending naar andere Lid-Staten en naar derde landen plaatsvindt van materiaal van in het Verenigd Koninkrijk geslachte runderen, dat onder meer bestemd is voor gebruik in kosmetische producten, met uitzondering van dat wat in de bijlage bij deze beschikking is vermeld, en dat het Verenigd Koninkrijk productie van de bedoelde producten slechts toestaat in onder officiële veterinaire controle staande inrichtingen, waarvan is gebleken dat zij overeenkomstig de in de bijlage vermelde eisen werken;

Overwegende dat de epizooetie boviene spongiforme encefalopathie (BSE) zich in het Verenigd Koninkrijk heeft ontwikkeld maar dat de geografische verspreiding daarvan thans nog niet volledig bekend is;

Overwegende dat het momenteel niet mogelijk is om de ziekte tijdens de incubatietijd op te sporen;

Overwegende dat de wetenschappelijke kennis over spongiforme encefalopathieën voortdurend evolueert en dat rapporten van erkende internationale organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie, nieuwe informatie zouden kunnen verschaffen;

Overwegende dat de opkomst van een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jacob de vraagt oproept van de eventuele overdraagbaarheid van BSE op de mens; dat het oorzakelijke verband tussen de variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob en de blootstelling van de bevolking aan het besmettelijke agens van BSE tot nu toe niet is aangetoond;

Overwegende dat volgens de thans beschikbare gegevens een infectiositeit in de hersenen, het ruggemerg en de ogen van runderen met BSE is aangetroffen;

Overwegende dat erkend wordt dat de aanbevolen inactiveringsmethoden in de kosmetische sector niet voor de hersen-, ruggemerg- en oogextracten kunnen worden gebruikt;

Overwegende dat de kosmetische industrie sinds jaren de aanbevelingen van de regerings- en internationale instanties op het gebied van BSE toepast; dat het verbindingscomité van de Europese Industriële Verenigingen voor parfumerie en cosmetica (Colipa) zijn leden op 22 april 1996 heeft aanbevolen geen gebruik te maken van weefsels van runderen noch van extracten daarvan, welke afkomstig zijn van de hersenen, het ruggemerg en de ogen; dat de uit de hersenen, het ruggemerg en de ogen van runderen, schapen en geiten afkomstige weefsels en vloeistoffen en de daarvan afgeleide ingrediënten praktisch niet in de kosmetische producten worden gebruikt;

Overwegende dat het Wetenschappelijk Comité voor kosmetologie op 21 oktober 1994, 29 maart, 11 april en 18 juli 1996 adviezen heeft uitgebracht over het gebruik van materiaal dat van runderen afkomstig is en dat in staat is om het besmettelijke agens van BSE over te dragen;

Overwegende dat het Wetenschappelijk Comité voor kosmetologie op 2 oktober 1996 een advies heeft uitgebracht volgens hetwelk risico's in verband met het gebruik van uit de hersenen, het ruggemerg en de ogen van runderen, schapen en geiten afkomstige weefsels en vloeistoffen en de daarvan afgeleide ingrediënten in kosmetische producten niet uit te sluiten zijn;

Overwegende dat uit de ervaring is gebleken dat scrapie bij schapen geen gevaar voor de mens vormt maar dat recente gegevens hebben aangetoond dat het BSE-agens op schapen kan worden overgedragen en dat bijgevolg rekening moet worden gehouden met het feit dat de overdraagbaarheidskenmerken van het BSE-agens van die van scrapie verschillen;

Overwegende dat het nodig is om maatregelen te nemen ter garantie van de gezondheid en de veiligheid van de consumenten zonder onweerlegbare wetenschappelijke bewijzen van het bestaan van een oorzakelijk verband tussen BSE en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob of de variant daarvan af te wachten;

Overwegende dat het bijgevolg raadzaam is om voorlopig het gebruik van sommige, van runderen, schapen en geiten afkomstige ingrediënten in kosmetische producten te verbieden;

Overwegende dat deze richtlijn na onderzoek van alle bovengenoemde elementen uiterlijk twee jaar na de tenuitvoerlegging van de in de bijlage vermelde maatregelen moet worden herzien;

Overwegende dat de maatregelen waarin deze richtlijn voorziet in overeenstemming zijn met het advies van het comité tot aanpassing aan de technische vooruitgang van de richtlijnen die de opheffing van de technische belemmeringen voor het handelsverkeer in de sector van de kosmetische producten beogen,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 76/768/EEG wordt gewijzigd overeenkomstig de bijlage.

Artikel 2

De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om te beletten dat de kosmetische producten die in de bijlage vermelde stoffen bevatten met ingang van 30 juni 1997 op de markt worden gebracht.

Artikel 3

Uiterlijk twee jaar na de datum van de tenuitvoerlegging van de richtlijn zal de Commissie een eventuele wijziging van deze richtlijn in het licht van de ontwikkeling van de wetenschappelijke kennis voorstellen.

Artikel 4

1. De Lid-Staten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op 30 juni 1997 aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onverwijld in kennis.

Wanneer de Lid-Staten deze bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen naar de onderhavige richtlijn verwezen of wordt hiernaar verwezen bij de officiële bekendmaking van die bepalingen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de Lid-Staten.

2. De Lid-Staten delen de Commissie de tekst van alle bepalingen van intern recht mede die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 5

Deze richtlijn treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Artikel 6

Deze richtlijn is gericht tot de Lid-Staten.

Gedaan te Brussel, 10 januari 1997.

Voor de Commissie

Emma BONINO

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 262 van 27. 9. 1976, blz. 169.

(2) PB nr. L 198 van 8. 8. 1996, blz. 36.

(3) PB nr. L 139 van 12. 6. 1996, blz. 17.

(4) PB nr. L 78 van 28. 3. 1996, blz. 47.

BIJLAGE

In bijlage II van Richtlijn 76/768/EEG wordt het volgende nummer toegevoegd:

"419. Uit de hersenen, het ruggemerg en de ogen van runderen, schapen en geiten afkomstige weefsels en vloeistoffen en de daarvan afgeleide ingrediënten.".

Top