EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31997R0070

Verordening (EG) nr. 70/97 van de Raad van 20 december 1996 betreffende de invoer in de Gemeenschap van produkten uit Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de invoer van wijn uit Slovenië

OJ L 16, 18.1.1997, p. 1–54 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 31/12/1999

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/70/oj

31997R0070

Verordening (EG) nr. 70/97 van de Raad van 20 december 1996 betreffende de invoer in de Gemeenschap van produkten uit Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de invoer van wijn uit Slovenië

Publicatieblad Nr. L 016 van 18/01/1997 blz. 0001 - 0054


VERORDENING (EG) Nr. 70/97 VAN DE RAAD van 20 december 1996 betreffende de invoer in de Gemeenschap van produkten uit Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de invoer van wijn uit Slovenië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid op artikel 113,

Gezien het voorstel van de Commissie,

Overwegende dat de Verordeningen (EG) nr. 3355/94 (1), (EG) nr. 3356/94 (2) en (EG) nr. 3357/94 (3) betreffende de regeling voor de invoer in de Gemeenschap van produkten van oorsprong uit de Republieken Bosnië-Herzegovina, Kroatië, Slovenië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op 31 december 1996 vervallen;

Overwegende dat deze regeling te zijner tijd zal worden vervangen door bilaterale overeenkomsten met de betrokken landen;

Overwegende dat rekening dient te worden gehouden met het feit dat de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Slovenië, anderzijds, op 10 juni 1996 is getekend en dat de Interimovereenkomst op 1 januari 1997 in werking treedt;

Overwegende dat rekening dient te worden gehouden met het feit dat de betrekkingen met de Republiek Slovenië voortaan bij genoemde bilaterale overeenkomst zijn geregeld en dat de autonome regeling niet meer op deze Republiek van toepassing is;

Overwegende dat de handelsconcessies ten aanzien van de andere landen die uit het voormalige Joegoslavië zijn voortgekomen op passende wijze dienen te worden aangepast, waarbij rekening dient te worden gehouden met de toetreding van Oostenrijk, Finland en Zweden tot de Europese Unie;

Overwegende dat de preferentiële handelsconcessies die van toepassing zijn op de landen die uit het voormalige Joegoslavië zijn voortgekomen gebaseerd zijn op de handelsconcessies die waren vervat in de op 2 april 1980 ondertekende en op 25 november 1991 opgezegde samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Federatieve Socialistische Republiek Joegoslavië;

Overwegende dat de preferentiële concessies de vrijstelling van rechten en de afschaffing van kwantitatieve beperkingen voor industrieprodukten inhouden, met uitzondering van enkele produkten waarop tariefplafonds van toepassing zijn, en bijzondere concessies (vrijstelling van rechten, vermindering van het landbouwelement, tariefcontingenten) voor verschillende landbouwprodukten;

Overwegende dat een communautair toezicht bereikt kan worden door middel van een beheer gebaseerd op de afboeking, op communautair niveau, van de invoer van de betrokken produkten van de tariefplafonds naarmate deze produkten onder dekking van aangiften voor het vrije verkeer bij de douane worden aangeboden; dat deze wijze van beheer in de mogelijkheid van een wederinstelling van de douanerechten dient te voorzien zodra deze plafonds op communautair niveau zijn bereikt;

Overwegende dat het voor deze wijze van beheer nodig is dat de Lid-Staten en de Commissie nauw en bijzonder snel met elkaar samenwerken, met name omdat de Commissie de stand van afboeking van de plafonds moet volgen;

Overwegende dat de invoer van textielprodukten uit Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geregeld is bij Verordening (EG) nr. 517/94 (4);

Overwegende dat de overeenkomst "wijn en gedistilleerde dranken", waarvan sprake is in de Europa-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Slovenië, nog niet gesloten is; dat, in afwachting van de sluiting van deze overeenkomst, op autonome basis en bij wijze van overgangsmaatregel, in een aantal concessies moet worden voorzien;

Overwegende dat het, gezien de huidige moeilijke marktsituatie, dienstig is de vroegere concessies voor "baby beef" te beperken, onder voorbehoud van de toekomstige bilaterale onderhandelingen met de betreffende landen;

Overwegende dat gewaarborgd moet worden dat alle importeurs in de Gemeenschap te allen tijde op gelijke voet toegang hebben tot de tariefcontingenten en dat de voor deze contingenten vastgestelde rechten in alle Lid-Staten zonder onderbreking op de invoer van de betrokken produkten van toepassing zijn totdat de contingenten zijn uitgeput;

Overwegende dat het de taak van de Gemeenschap is, ter naleving van haar internationale verplichtingen, tot de opening van tariefcontingenten te besluiten; dat echter niets belet dat de Gemeenschap de Lid-Staten, met het oog op een doelmatig gemeenschappelijk beheer van deze contingenten, machtigt de hoeveelheden die met hun werkelijke invoer overeenstemmen daaruit op te nemen; dat het evenwel voor deze wijze van beheer noodzakelijk is dat de Lid-Staten en de Commissie nauw met elkaar samenwerken, met name omdat de Commissie de benutting van de contingenten moet kunnen volgen en de Lid-Staten daarvan in kennis dient te stellen;

Overwegende dat het om redenen van rationalisering en vereenvoudiging aanbeveling verdient te bepalen dat de Commissie, na raadpleging van het Comité douanewetboek, en onverminderd de bijzondere, in artikel 10 van deze verordening omschreven procedures, de nodige wijzigingen en technische aanpassingen in deze verordening kan aanbrengen;

Overwegende dat de invoerregelingen worden vernieuwd op de door de Raad in verband met de ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en elk van de betrokken landen vastgestelde voorwaarden; dat het dienstig is daarom de geldigheidsduur van deze regelingen tot één jaar te beperken teneinde een regelmatig toezicht op de naleving mogelijk te maken, onverminderd de mogelijkheid om de geografische werking van de verordening te allen tijde te wijzigen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen van de artikelen 2 tot en met 8, mogen produkten van oorsprong uit Bosnië-Herzegovina, Kroatië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, behalve die welke in bijlage II bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en in bijlage A bij deze verordening zijn vermeld, zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking en met vrijstelling van douanerechten en heffingen van gelijke werking in de Gemeenschap worden ingevoerd.

2. De in artikel 7 omschreven concessie is van toepassing op de invoer van wijn uit Slovenië.

3. Toekenning van de voordelen van een van de bij deze verordening ingestelde preferentiële regelingen is afhankelijk van de inachtneming van de definitie van het begrip "produkten van oorsprong" omschreven in titel IV, hoofdstuk 2, afdeling 3, van Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (5).

Artikel 2

Verwerkte landbouwprodukten

De invoerrechten, dat wil zeggen de douanerechten en de landbouwelementen, die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op de in bijlage B vermelde produkten zijn naast elk produkt in die bijlage aangegeven.

Artikel 3

Textielprodukten

1. De in bijlage III B van Verordening (EG) nr. 517/94 vermelde textielprodukten van oorsprong uit de in artikel 1, lid 1, van onderhavige verordening genoemde landen mogen in de Gemeenschap worden ingevoerd binnen de grenzen van de bij die verordening vastgestelde jaarlijkse communautaire kwantitatieve beperkingen.

2. Wederinvoer na passieve veredeling, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 3036/94 (6), is toegestaan uit de in artikel 1, lid 1, van onderhavige verordening genoemde landen, zulks binnen de grenzen van de bij bijlage VI van Verordening (EG) nr. 517/94 vastgestelde jaarlijkse hoeveelheden, en is eveneens vrijgesteld van douanerechten.

Artikel 4

Industrieprodukten - Tariefplafonds

1. Van 1 januari tot en met 31 december van elk jaar is de invoer in de Gemeenschap van bepaalde, in de bijlagen C I, C II, C III en C IV vermelde produkten van oorsprong uit de in artikel 1, lid 1, genoemde landen aan tariefplafonds en een communautair toezicht onderworpen.

De omschrijving en de code van de gecombineerde nomenclatuur van de in de eerste alinea bedoelde produkten en de tariefplafonds voor deze produkten zijn in voornoemde bijlagen vermeld. De plafonds worden elk jaar met 5 % verhoogd.

2. Afboekingen van de plafonds worden verricht naarmate de produkten bij de douane worden aangeboden onder dekking van een aangifte voor het vrije verkeer en een certificaat inzake goederenverkeer dat aan de oorsprongregels voldoet.

Goederen kunnen uitsluitend van een plafond worden afgeboekt indien het certificaat inzake goederenverkeer voor de datum van de wederinstelling van de heffing van de douanerechten wordt aangeboden.

De uitputting van de plafonds wordt op communautair niveau vastgesteld op basis van de afboekingen die op de hierboven omschreven voorwaarden hebben plaatsgevonden.

De Lid-Staten stellen de Commissie regelmatig in kennis van de invoer die volgens de bovenomschreven voorwaarden heeft plaatsgevonden. Deze informatie wordt op de in lid 4 omschreven wijze verstrekt.

3. Zodra de plafonds zijn bereikt, kan de Commissie door middel van een verordening ertoe besluiten de ten aanzien van derde landen geldende rechten tot het einde van het kalenderjaar weer te heffen.

4. Uiterlijk op de vijftiende van elke maand delen de Lid-Staten de Commissie mede welke afboekingen zij gedurende de voorgaande maand hebben verricht. Op verzoek van de Commissie hebben deze berichten betrekking op een tiendaagse periode en moeten deze binnen vijf dagen na afloop van elke tiendaagse periode worden toegezonden.

Artikel 5

Landbouwprodukten

De in bijlage D vermelde produkten van oorsprong uit de in artikel 1, lid 1, genoemde landen mogen met toepassing van de in die bijlage vermelde tariefconcessies in de Gemeenschap worden ingevoerd.

Artikel 6

Zure kersen

1. Zure kersen van oorsprong uit de in artikel 1, lid 1, genoemde landen mogen binnen de in bijlage D aangegeven grenzen met vrijstelling van douanerechten in de Gemeenschap worden ingevoerd.

Bij overschrijding van de in die bijlage vermelde plafonds kan de afgifte van de voor deze produkten voorziene invoercertificaten worden geschorst.

2. Lid 1 is van toepassing op verwerkte zure kersen die onder de GN-codes ex 0811 90 19, ex 0811 90 39, 0811 90 75, 0812 10 00, 2008 60 51, 2008 60 61, 2008 60 71 en 2008 60 91 zijn ingedeeld, mits de minimuminvoerprijs in acht wordt genomen die is vastgesteld overeenkomstig bijlage I B van Verordening (EEG) nr. 426/86 (7), zoals gewijzigd bij bijlage XIV van Verordening (EG) nr. 3290/94 (8). Wordt deze minimumprijs niet in acht genomen, dan wordt een compenserend recht geheven.

Artikel 7

Landbouwprodukten - Tariefcontingenten

1. De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap van de in bijlage E vermelde produkten van oorsprong uit de in artikel 1, lid 1, genoemde landen worden geschorst voor de perioden, tot de niveaus en binnen de grenzen van de voor elk produkt aangegeven communautaire tariefcontingenten.

2. Pruimebrandewijn en Prilep-tabak moeten bij invoer vergezeld gaan van door de bevoegde instantie van de bedoelde landen afgegeven certificaten van echtheid die met de in bijlage E opgenomen modellen overeenstemmen.

3. De in lid 1 bedoelde tariefcontingenten worden beheerd door de Commissie die alle administratieve maatregelen kan nemen die voor een doelmatig beheer noodzakelijk zijn.

4. Indien een importeur in een Lid-Staat bij het indienen van een aangifte voor het vrije verkeer om toepassing van een preferentie verzoekt voor een in lid 1 bedoeld produkt dat van een oorsprongscertificaat vergezeld gaat en indien deze aangifte door de douaneautoriteiten wordt aanvaard, gaat de betrokken Lid-Staat, door middel van een kennisgeving aan de Commissie, over tot opneming van een met deze behoefte overeenstemmende hoeveelheid.

De verzoeken tot opneming uit het contingent, waarin de datum van aanvaarding van de betrokken aangiften is vermeld, worden terstond aan de Commissie toegezonden.

De opnemingen worden door de Commissie toegestaan met inachtneming van de datum waarop de aangiften voor het vrije verkeer door de autoriteiten van de betrokken Lid-Staat zijn aanvaard, voor zover het beschikbare saldo dit toelaat.

Indien een Lid-Staat de opgenomen hoeveelheden niet benut, stort hij deze zo spoedig mogelijk in het desbetreffende contingent terug.

Indien de aangevraagde hoeveelheden groter zijn dan het beschikbare saldo van het contingent, geschiedt de toewijzing in verhouding tot de aanvragen. De Lid-Staten worden door de Commissie van de verrichte opnemingen in kennis gesteld.

5. Elke Lid-Staat ziet erop toe dat de importeurs van de betrokken produkten in gelijke mate en zonder onderbreking toegang hebben tot een contingent zolang het saldo van dit contingent zulks toelaat.

Artikel 8

1. De volgende leden zijn van toepassing op de in bijlage F vermelde produkten van de categorie "baby beef".

2. Binnen een jaarlijks tariefcontingent van 11 725 ton geslacht gewicht, dat onder de in artikel 1, lid 1, genoemde landen wordt verdeeld, gelden de in bijlage G vermelde douanerechten.

3. Een invoeraanvraag in het kader van het in lid 2 bedoelde contingent moet vergezeld gaan van een door de bevoegde instanties van het exportland afgegeven echtheidscertificaat waarin wordt verklaard dat de goederen echt zijn, uit het genoemde land van oorsprong en afkomstig zijn en aan de definitie in bijlage F beantwoorden. Dit certificaat wordt volgens de in artikel 10 omschreven procedure door de Commissie vastgesteld.

Artikel 9

Algemene bepalingen

De bij deze verordening bedoelde plafonds, de referentiehoeveelheden en de contingenten zijn globaal van toepassing op het geheel van de in artikel 1, lid 1, genoemde landen, met uitzondering van het in artikel 8 bedoelde contingent.

Artikel 10

De maatregelen voor de toepassing van de bij deze verordening bedoelde landbouwbepalingen worden door de Commissie vastgesteld volgens de procedure omschreven in artikel 23 van Verordening (EEG) nr. 1766/92 van de Raad van 30 juni 1992 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector granen (9) en in de overeenkomstige bepalingen van andere verordeningen houdende een gemeenschappelijke ordening der markten.

Artikel 11

De bepalingen die voor de toepassing van deze verordening noodzakelijk zijn, behalve die welke bij artikel 4, lid 3, artikel 5, lid 2, en artikel 10 zijn bedoeld, en met name:

a) de wijzigingen en technische aanpassingen die noodzakelijk zijn als gevolg van wijzigingen in de gecombineerde nomenclatuur en de Taric-codes,

b) de aanpassingen die noodzakelijk zijn als gevolg van de sluiting van andere overeenkomsten tussen de Gemeenschap en de in artikel 1, lid 1, bedoelde landen,

worden vastgesteld volgens de in artikel 12, lid 2, omschreven procedure.

Artikel 12

1. Voor de toepassing van artikel 11 wordt de Commissie bijgestaan door het bij artikel 247 van Verordening (EEG) nr. 2913/92 (10) ingestelde Comité douanewetboek.

2. De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen naargelang de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

De Commissie stelt maatregelen vast die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien deze maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het comité heeft uitgebracht, worden ze onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In dat geval:

- stelt de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten voor drie maanden uit;

- kan de Raad, binnen de in het voorgaande streepje genoemde termijn, met een gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.

3. Het comité kan elke kwestie in verband met de toepassing van deze verordening onderzoeken die hem door de voorzitter hetzij op diens initiatief, hetzij op verzoek van een Lid-Staat wordt voorgelegd.

Artikel 13

De Lid-Staten en de Commissie werken nauw samen om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd.

Artikel 14

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Zij is van toepassing van 1 januari tot en met 31 december 1997.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 20 december 1996.

Voor de Raad

De Voorzitter

S. BARRETT

(1) PB nr. L 353 van 31. 12. 1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3032/95 (PB nr. L 316 van 30. 12. 1995, blz. 4).

(2) PB nr. L 353 van 31. 12. 1994, blz. 55. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3032/95.

(3) PB nr. L 353 van 31. 12. 1994, blz. 63. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 3032/95.

(4) PB nr. L 67 van 10. 3. 1994, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1476/96 van de Commissie (PB nr. L 188 van 27. 7. 1996, blz. 4).

(5) PB nr. L 253 van 11. 10. 1993, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 12/97 van de Commissie (PB nr. L 9 van 13. 1. 1997, blz. 1).

(6) PB nr. L 322 van 15. 12. 1994, blz. 1.

(7) PB nr. L 49 van 27. 2. 1986, blz. 1. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 2314/95 (PB nr. L 233 van 30. 9. 1995, blz. 69).

(8) PB nr. L 349 van 31. 12. 1994, blz. 105.

(9) PB nr. L 181 van 1. 7. 1992, blz. 21. Verordening laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 923/96 (PB nr. L 126 van 24. 5. 1996, blz. 37).

(10) PB nr. L 302 van 19. 10. 1992, blz. 1. Verordening gewijzigd bij de Toetredingsakte van 1994.

BIJLAGE A

Uitgezonderde produkten (artikel 1, lid 1)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE B

Tariefregeling en bepalingen van toepassing op bepaalde in artikel 2 bedoelde verwerkte landbouwprodukten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE C I (1a) (2b)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1a) Onverminderd de algemene bepalingen voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts geacht een indicatieve waarde te hebben, aangezien de preferentiële regeling wordt bepaald, in het kader van deze bijlage, door de draagwijdte van de GN-code. Wanneer "ex" GN-codes zijn opgenomen, zijn de GN-codes samen met de daarbij horende omschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

(2b) Zie de Taric-codes in bijlage CV.

BIJLAGE C II

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE C III (1a)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1a) Onverminderd de algemene bepalingen voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts geacht een indicatieve waarde te hebben, aangezien de preferentiële regeling wordt bepaald, in het kader van deze bijlage, door de draagwijdte van de GN-code. Wanneer "ex" GN-codes zijn opgenomen, zijn de GN-codes samen met de daarbij horende omschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

BIJLAGE C IV (1a)

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1a) Onverminderd de algemene bepalingen voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur wordt de omschrijving van de goederen slechts geacht een indicatieve waarde te hebben, aangezien de preferentiële regeling wordt bepaald, in het kader van deze tabel, door de draagwijdte van de GN-code. Wanneer "ex" GN-codes zijn opgenomen, zijn de GN-codes samen met de daarbij horende omschrijving bepalend voor de toepassing van de preferentiële regeling.

BIJLAGE C V

Taric-onderverdelingen

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE D

In de artikelen 5 en 6 bedoelde landbouwprodukten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE E

In artikel 7 bedoelde landbouwprodukten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

TARIC-ONDERVERDELINGEN

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

ANEXO - BILAG - ANHANG - ÐÁÑÁÑÔÇÌÁ - ANNEX - ANNEXE - ALLEGATO - BIJLAGE - ANEXO - LIITE - BILAGA

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

DEFINITION

Plum spirit with an alcoholic strength of 40 % vol or more, marketed under the name OSLJIVOVICA, corresponding to the specifications laid down in the Regulation relating to the quality of spirituous beverages, in force in the Republics and territory referred to in this Regulation.

DÉFINITION

Eau-de-vie de prunes ayant un titre alcoométrique égal ou supérieur à 40 % vol, commercialisée sous la dénomination OSLJIVOVICA correspondant à la spécification reprise dans la réglementation relative à la qualité des boissons alcooliques en vigueur dans les républiques et territoire visés par le présent règlement.

>REFERENTIE NAAR EEN FILM>

BIJLAGE F

Definitie van de in artikel 8 bedoelde "baby beef"-produkten

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

BIJLAGE G

In artikel 8, lid 2, bedoelde tariefcontingenten voor "baby beef"-produkten

>

RUIMTE VOOR DE TABEL>

Top