Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31995R1842

Verordening (EG) nr. 1842/95 van de Commissie van 26 juli 1995 tot vaststelling, voor 1995, van bepalingen voor de uitvoering van de tariefcontingenten voor levende runderen, waarin is voorzien bij de overeenkomsten betreffende vrijhandel tussen de Gemeenschap, enerzijds, en Letland, Estland en Litouwen, anderzijds

PB L 177 van 28.7.1995, pp. 15–18 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 30/06/1995; opgeheven door 395R2465

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1995/1842/oj

31995R1842

Verordening (EG) nr. 1842/95 van de Commissie van 26 juli 1995 tot vaststelling, voor 1995, van bepalingen voor de uitvoering van de tariefcontingenten voor levende runderen, waarin is voorzien bij de overeenkomsten betreffende vrijhandel tussen de Gemeenschap, enerzijds, en Letland, Estland en Litouwen, anderzijds

Publicatieblad Nr. L 177 van 28/07/1995 blz. 0015 - 0018


VERORDENING (EG) Nr. 1842/95 VAN DE COMMISSIE van 26 juli 1995 tot vaststelling, voor 1995, van bepalingen voor de uitvoering van de tariefcontingenten voor levende runderen, waarin is voorzien bij de overeenkomsten betreffende vrijhandel tussen de Gemeenschap, enerzijds, en Letland, Estland en Litouwen, anderzijds

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1275/95 van de Raad van 29 mei 1995 houdende vaststelling van bepaalde procedures ter uitvoer van de Overeenkomst betreffende vrijhandel en met handel verband houdende zaken tussen de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal enerzijds en de Republiek Estland anderzijds (1), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1276/95 van de Raad van 29 mei 1995 houdende vaststelling van bepaalde procedures ter uitvoering van de Overeenkomst betreffende vrijhandel en met handel verband houdende zaken tussen de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal enerzijds en de Republiek Letland anderzijds (2), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EG) nr. 1277/95 van de Raad van 29 mei 1995 houdende vaststelling van bepaalde procedures ter uitvoering van de Overeenkomst betreffende vrijhandel en met handel verband houdende zaken tussen de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal enerzijds en de Republiek Litouwen anderzijds (3), en met name op artikel 1,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 805/68 van de Raad van 27 juni 1968 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector rundvlees (4), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 424/95 (5), en met name op artikel 9, lid 2,

Overwegende dat in de overeenkomsten inzake vrijhandel is voorzien in een jaarlijks tariefcontingent voor de invoer van 3 500 runderen met een gewicht van 160 tot 300 kg, van oorsprong en van herkomst uit Estland, Letland en Litouwen, voor welk contingent de specifieke bedragen van de in het gemeenschappelijk douanetarief (GDT) vastgestelde rechten met 75 % worden verlaagd; dat de bepalingen voor de uitvoering van dit contingent voor 1995 moeten worden vastgesteld;

Overwegende dat, mede gelet op de in de genoemde overeenkomsten opgenomen maatregelen om de oorsprong van de produkten te waarborgen, moet worden voorgeschreven dat de regeling wordt beheerd via invoercertificaten; dat te dien einde met name de voorschriften betreffende de indiening van de aanvragen moeten worden vastgesteld en moet worden bepaald welke gegevens de aanvragen en de certificaten moeten bevatten, in afwijking van sommige bepalingen van Verordening (EEG) nr. 3719/88 van de Commissie van 16 november 1988 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen inzake het stelsel van invoer-, uitvoer- en voorfixatiecertificaten voor landbouwprodukten (6), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1199/95 (7), en van Verordening (EG) nr. 1445/95 van de Commissie van 26 juni 1995 houdende uitvoeringsbepalingen voor de invoer- en uitvoercertificatenregeling in de sector rundvlees en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 2377/80 (8); dat bovendien moet worden bepaald dat de certificaten na afloop van een bedenktijd worden afgegeven en dat de aangevraagde hoeveelheden eventueel met een uniform percentage worden verminderd;

Overwegende dat, aangezien de gesloten overeenkomsten op 1 januari 1995 in werking treden, moet worden bepaald dat deze verordening met ingang van die datum met terugwerkende kracht van toepassing is;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor rundvlees,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Het tariefcontingent voor 1995 voor de invoer van 3 500 levende runderen van GN-code 0102 90 41 of 0102 90 49, van oorsprong en van herkomst uit Litouwen, Letland en Estland, wordt ingevoerd overeenkomstig het bepaalde in deze verordening.

2. De specifieke bedragen van de in het GDT vastgestelde douanerechten worden voor de in lid 1 vermelde hoeveelheden met 75 % verminderd.

Artikel 2

Voor de toepassing van het in artikel 1 bedoelde contingent gelden de onderstaande voorwaarden:

a) Degene die een certificaat aanvraagt moet een natuurlijke of rechtspersoon zijn en moet bij de indiening van de aanvraag ten genoegen van de bevoegde instanties van de betrokken Lid-Staat aantonen dat hij in 1994 ten minste 50 dieren van GN-codes 0102 90 heeft ingevoerd en/of uitgevoerd die afkomstig zijn uit of bestemd zijn voor een land (landen) dat (die) per 31 december 1994 door hem als derde land moet (moeten) worden beschouwd; de aanvrager moet ingeschreven zijn in een nationaal BTW-register.

b) De certificaataanvraag mag slechts worden ingediend in de Lid-Staat waar de aanvrager is ingeschreven.

c) De certificaataanvraag moet betrekking hebben - op ten minste 50 dieren en - mag niet worden ingediend voor een aantal dieren dat meer dan 10 % van het beschikbare aantal bedraagt.

Voor invoercertificaten die op een groter aantal dieren betrekking hebben, wordt slechts het bedoelde maximumaantal in aanmerking genomen.

d) Op de certificaataanvraag en het certificaat moeten in vak 7 het land van herkomst en in vak 8 het land van oorsprong worden vermeld; het certificaat brengt de verplichting met zich om uit één van de vermelde landen in te voeren.

e) Op de certificaataanvraag en op het certificaat moet in vak 20 ten minste één van de volgende vermeldingen worden aangebracht:

- Reglamento (CE) n° 1842/95,

- Forordning (EF) nr. 1842/95,

- Verordnung (EG) Nr. 1842/95,

- Êáíïíéóìueò (AAÊ) áñéè. 1842/95,

- Regulation (EC) No 1842/95,

- Règlement (CE) n° 1842/95,

- Regolamento (CE) n. 1842/95,

- Verordening (EG) nr. 1842/95,

- Regulamento (CE) nº 1842/95,

- Asetus (EY) N :o 1842/95,

- Foerordning (EG) nr 1842/95.

f) Op het ogenblik van aanvaarding van de aangifte om de produkten in het vrije verkeer te brengen moet de importeur de verbintenis aangaan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat van invoer uiterlijk één maand na de datum van invoer in kennis stellen van - het aantal ingevoerde dieren,

- de oorsprong van deze dieren.

De betrokken autoriteiten delen deze gegevens vóór het begin van iedere maand aan de Commissie mee.

Artikel 3

1. Certificaataanvragen kunnen alleen van 25 tot en met 29 september 1995 worden ingediend.

2. Wanneer een gegadigde meer dan één aanvraag heeft ingediend, zijn al zijn aanvragen onontvankelijk.

3. De Lid-Staten delen de Commissie uiterlijk op 13 oktober 1995 de gegevens mee over de ingediende aanvragen. Deze mededeling omvat de lijst van de aanvragers en de aangevraagde hoeveelheden.

Alle mededelingen, ook de mededeling dat geen aanvragen zijn ingediend, worden per telex of per fax toegezonden, waarbij, wanneer wel aanvragen zijn ingediend, het model van de bijlage bij deze verordening wordt gevolgd.

4. De Commissie beslist in welke mate gevolg kan worden gegeven aan de certificaataanvragen. Indien de hoeveelheden waarvoor certificaten zijn aangevraagd de beschikbare hoeveelheden overtreffen, stelt de Commissie een uniform percentage vast waarmee de aangevraagde hoeveelheden worden verminderd.

5. Onder voorbehoud van aanvaarding van de aanvragen door de Commissie, worden de certificaten onverwijld afgegeven.

6. De invoercertificaten worden slechts voor ten minste 50 dieren afgegeven.

Wanneer in verband met de aangevraagde aantallen door de verhoudingsgewijze verlaging het aantal dieren per certificaat wordt verminderd tot minder dan 50, wijzen de Lid-Staten door loting certificaten toe voor telkens 50 dieren.

7. De afgegeven certificaten zijn geldig in de hele Gemeenschap.

Artikel 4

Onverminderd het bepaalde in deze verordening zijn de bepalingen van de Verordeningen (EEG) nr. 3719/88 en (EG) nr. 1445/95 van toepassing.

Voor invoertransacties overeenkomstig artikel 8, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 wordt evenwel op de hoeveelheden boven de op het invoercertificaat vermelde hoeveelheden het volledige douanerecht geheven.

Artikel 5

1. In afwijking van artikel 9, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 3719/88 zijn de rechten die voorvloeien uit op grond van deze verordening afgegeven invoercertificaten niet overdraagbaar.

2. In afwijking van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 1445/95 loopt de geldigheidsduur van de afgegeven invoercertificaten op 31 december 1995 af.

Artikel 6

De dieren worden in het vrije verkeer gebracht na overlegging van een door het land van uitvoer overeenkomstig Protocol nr. 3 bij de overeenkomsten betreffende vrijhandel afgegeven certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1.

Artikel 7

1. Ieder dier dat in het kader van de in artikel 1 bedoelde regeling wordt ingevoerd, wordt geïdentificeerd - door middel van een onuitwisbaar tatoeagemerk of - door middel van een officieel of door de Lid-Staat als officieel erkend oormerk op ten minste één van de oren van het dier.

2. Dit tatoeagemerk of oormerk moet van zodanige aard zijn dat, als het wordt geregistreerd op het tijdstip waarop het dier in het vrije verkeer wordt gebracht, de datum van het in het vrije verkeer brengen en de identiteit van de importeur kunnen worden vastgesteld.

Artikel 8

Deze verordening treedt in werking op de derde dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 26 juli 1995.

Voor de Commissie Franz FISCHLER Lid van de Commissie

BIJLAGE

>BEGIN VAN DE GRAFIEK>

Fax nr. (Commissie): (32-2) 296 60 27 Toepassing van Verordening (EG) nr. 1842/95 COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN DG VI/D/2 - SECTOR RUNDVLEES AANVRAAG VOOR CERTIFICATEN VOOR INVOER MET SPECIFIEKE VERLAAGDE GDT-RECHTEN Datum: Periode:

Lid-Staat: Volgnummer Aanvrager (naam en adres) Hoeveelheid (aantal dieren) Totaal Lid-Staat: Fax nr.:

Telefoon nr.:

>EIND VAN DE GRAFIEK>

Top