EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31995R1169

Verordening (EG) nr. 1169/95 van de Raad van 22 mei 1995 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2271/94 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van kogellagers met een grootste externe diameter van niet meer dan 30 mm, van oorsprong uit Thailand doch naar de Gemeenschap uit een ander land uitgevoerd

OJ L 118, 25.5.1995, p. 4–5 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

No longer in force, Date of end of validity: 26/05/2000

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1995/1169/oj

31995R1169

Verordening (EG) nr. 1169/95 van de Raad van 22 mei 1995 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2271/94 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van kogellagers met een grootste externe diameter van niet meer dan 30 mm, van oorsprong uit Thailand doch naar de Gemeenschap uit een ander land uitgevoerd

Publicatieblad Nr. L 118 van 25/05/1995 blz. 0004 - 0005


VERORDENING (EG) Nr. 1169/95 VAN DE RAAD van 22 mei 1995 houdende wijziging van Verordening (EG) nr. 2271/94 tot instelling van een definitief compenserend recht op de invoer van kogellagers met een grootste externe diameter van niet meer dan 30 mm, van oorsprong uit Thailand doch naar de Gemeenschap uit een ander land uitgevoerd

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EG) nr. 3284/94 van de Raad van 22 december 1994 inzake beschermende maatregelen tegen invoer met subsidiëring uit landen die geen lid zijn van de Europese Gemeenschap (1), inzonderheid op artikel 13,

Gezien het voorstel dat door de Commissie is ingediend na overleg in het Raadgevend Comité,

Overwegende hetgeen volgt:

A. Achtergronden

(1) In september 1994 heeft de Raad, na een nieuw onderzoek, bij Verordening (EG) nr. 2271/94 (2) het definitieve compenserende recht op de invoer van kogellagers met een grootste externe diameter van niet meer dan 30 mm, van oorsprong uit Thailand doch naar de Gemeenschap uit een ander land uitgevoerd, van 6,7 % teruggebracht tot 5,3 %.

(2) Het compenserende recht van 6,7 % werd in juli 1993 bij Verordening (EEG) nr. 1781/93 (3) ingesteld na de herziening van Besluit 90/266/EEG (4) van de Commissie tot aanvaarding van een verbintenis van de Koninklijke Thaise Regering in verband met de procedure tot instelling van een compenserend recht op de invoer van de vorengenoemde kogellagers. De Koninklijke Thaise Regering zou ter compensatie van de verleende subsidies, een uitvoerheffing instellen. Bij de vaststelling van het besluit werd geen compenserend recht opgelegd. Het herzieningsonderzoek toonde evenwel aan dat een recht noodzakelijk was om te beletten dat de betrokken produkten indirect in de Gemeenschap zouden worden ingevoerd, waarbij de door de Koninklijke Thaise Regering ingestelde uitvoerheffing op de rechtstreekse invoer wordt ontdoken, en om de doeltreffendheid van de verbintenis te waarborgen.

(3) Het gewijzigde definitieve recht van 5,3 % op de indirecte invoer, ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2271/94, was gebaseerd op de herziene uitvoerheffing van 0,72 baht per stuk die na verder onderzoek bij Besluit 94/639/EG (5) werd vastgesteld.

B. Heropening van het onderzoek

(4) In december 1994 heeft de Commissie een nieuw onderzoek van Besluit 94/639/EG en Verordening (EG) nr. 2271/94 ingeleid door middel van een bericht in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen (6).

(5) Dit nieuwe onderzoek had ten doel het bedrag van de door de Koninklijke Thaise Regering toegekende subsidie opnieuw te berekenen teneinde een wijziging van de bij Besluit 94/639/EG ingestelde uitvoerheffing mogelijk te maken. Aangezien het compenserende recht op de indirecte invoer evenredig is aan de uitvoerheffing, heeft het nieuwe onderzoek eveneens betrekking op Verordening (EG) nr. 2271/94 waarbij het definitieve recht werd ingesteld.

(6) De Commissie heeft de Koninklijke Thaise Regering, de haar bekende betrokken exporteurs en importeurs evenals de klager in het oorspronkelijke onderzoek (Febma) hiervan officieel in kennis gesteld en de rechtstreeks betrokken partijen de gelegenheid geboden hun standpunt schriftelijk kenbaar te maken en te verzoeken om te worden gehoord. De Koninklijke Thaise Regering, de in Thailand gevestigde exporteurs en de producenten in de Gemeenschap, vertegenwoordigd door Febma, hebben hun standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

(7) De Commissie heeft alle gegevens verzameld en geverifieerd die zij voor een vaststelling noodzakelijk achtte en een onderzoek ingesteld ten kantore van:

a) De Koninklijke Thaise Regering:

Department of Foreign Trade, Bangkok Board of Investment, Bangkok;

b) Thaise exporteurs:

NMB Thai Ltd, Ayutthaya, Thailand Pelmec Thai Ltd, Bank Pa-In, Thailand NMB Hi-Tech Ltd, Bang Pa-In, Thailand.

Al deze exporterende ondernemingen zijn volle dochtermaatschappijen van Mineba Co. Ltd., Japan.

(8) De partijen werden op daartoe strekkend verzoek in kennis gesteld van de belangrijkste feiten en overwegingen waarop het voornemen een wijziging van het definitieve compenserende recht aan te bevelen gebaseerd was. Tevens werd hun een termijn toegekend waarbinnen zij, volgende op deze bekendmaking hun opmerkingen konden maken.

De door de partijen ingediende schriftelijke opmerkingen werden, waar passend, in overweging genomen.

C. Herberekening van de subsidie

(9) De Commissie heeft vastgesteld dat de aan de exporteurs in Thailand toegekende subsidies die tot compenserende rechten aanleiding geven, in de periode van 1 oktober 1993 tot en met 31 maart 1994 ("het onderzoektijdvak") 0,66 baht per stuk bedroegen. De Koninklijke Thaise Regering heeft de uitvoerheffing op de rechtstreeks naar de Gemeenschap uitgevoerde kogellagers dienovereenkomstig aangepast tot 0,66 baht per stuk en heeft te dien einde een gewijzigde versie van de verbintenis aangeboden. Deze werd aanvaard bij Besluit 95/180/EG van de Commissie (1), waarin tevens de voor de berekening van het bedrag van de subsidie gevolgde redenering nader is uiteengezet.

D. Schade en belang van de Gemeenschap

(10) Met betrekking tot de schade en het belang van de Gemeenschap werd geen nieuw bewijsmateriaal naar voren gebracht. De Raad handhaaft derhalve zijn in Verordening (EG) nr. 2271/94 neergelegde conclusies ter zake.

E. Wijziging van het definitieve recht

(11) Ingevolge de verlaging van de uitvoerheffing van 0,72 tot 0,66 baht per stuk dient het definitieve compenserende recht op indirecte invoer dienovereenkomstig te worden gewijzigd en op hetzelfde niveau te worden gebracht als de nieuwe uitvoerheffing. Uitgedrukt als een percentage van de nettoprijs franco grens Gemeenschap van het produkt bedraagt het nieuwe compenserende recht 4,8 %.

F. Invordering van anti-dumpingrechten en compenserende rechten

(12) Zoals uiteengezet in overweging 12 van Verordening (EG) nr. 2271/94 dient te invordering van het compenserende recht en het bij Verordening (EEG) nr. 2934/90 (2) ingestelde anti-dumpingrecht te worden gehandhaafd.

Het gecombineerde bedrag van het anti-dumpingrecht en het compenserende recht dat in dit geval moet worden ingevorderd, bedraagt derhalve 11,5 % (6,7 % anti-dumpingrecht en 4,8 % compenserend recht).

Het anti-dumpingrecht en het compenserende recht dienen op basis van dezelfde nettoprijs van het produkt franco grens Gemeenschap te worden berekend,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2271/94 wordt vervangen door:

"Artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1781/93 wordt vervangen door:

"2. Het compenserende recht, uitgedrukt als een percentage van de nettoprijs franco grens Gemeenschap van het produkt, bedraagt 4,8 %."".

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 22 mei 1995.

Voor de Raad De Voorzitter A. MADELIN

Top