EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 21994D0628(01)

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-Overeenkomst

OJ L 160, 28.6.1994, p. 1–158 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Czech: Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Estonian: Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Latvian: Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Lithuanian: Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Hungarian Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Maltese: Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Polish: Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Slovak: Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Slovene: Chapter 11 Volume 001 P. 22 - 172
Special edition in Bulgarian: Chapter 11 Volume 054 P. 22 - 173
Special edition in Romanian: Chapter 11 Volume 054 P. 22 - 173
Special edition in Croatian: Chapter 11 Volume 124 P. 3 - 154

In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1994/7/oj

21994D0628(01)

Besluit van het Gemengd Comité van de EER nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-Overeenkomst

Publicatieblad Nr. L 160 van 28/06/1994 blz. 0001 - 0158


BESLUIT VAN HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER Nr. 7/94 van 21 maart 1994 tot wijziging van Protocol 47 en sommige bijlagen bij de EER-Overeenkomst

HET GEMENGD COMITÉ VAN DE EER,

Gelet op de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER), aangepast bij het Protocol tot aanpassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, hierna gezamenlijk "de Overeenkomst" genoemd, inzonderheid op artikel 98,

Herinnerend aan het feit dat de overeenkomstsluitende partijen zich ten doel hebben gesteld een dynamische en homogene Europese Economische Ruimte tot stand te brengen, gebaseerd op gemeenschappelijke regels en gelijke behandeling van personen en marktdeelnemers ten aanzien van de vier vrijheden en de mededingingsvoorwaarden, alsmede op een hechtere en ruimere samenwerking op het gebied van begeleidende en horizontale beleidsmaatregelen,

Constaterende dat er in de Overeenkomst verwijzingen zijn naar besluiten van de EG die relevant zijn voor de EER en die de Europese Gemeenschap vóór 1 augustus 1991 heeft bekendgemaakt,

Overwegende dat met het oog op het waarborgen van het homogene karakter van de Overeenkomst en de rechtszekerheid voor personen en marktdeelnemers, en in aansluiting op het door de overeenkomstsluitende partijen verrichte onderzoek van besluiten die de Europese Gemeenschap na 31 juli 1991 heeft bekendgemaakt, de Overeenkomst dient te worden gewijzigd;

Overwegende bovendien dat het in verband met het specifieke karakter van de in bijlage 5 bij deze beschikking vermelde besluiten noodzakelijk is deze besluiten gelijktijdig in de Gemeenschap en de EER toe te passen met ingang van de datum van inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst;

Herinnerend aan het feit dat luidens Protocol 1 bij de Overeenkomst de bepalingen van de besluiten die in de bijlagen bij de Overeenkomst worden vermeld, overeenkomstig de Overeenkomst en Protocol 1 van toepassing zijn, tenzij in de desbetreffende bijlage anders wordt bepaald,

BESLUIT:

Artikel 1

Protocol 47 en de bijlagen I, II, IV tot en met IX, XI en XIII tot en met XXII bij de Overeenkomst worden gewijzigd zoals is aangegeven in de bijlagen 1 tot en met 20 bij deze beschikking.

Artikel 2

1. Voor de toepassing van de Overeenkomst geldt, tenzij in de bijlagen bij deze beschikking anders wordt bepaald, ten aanzien van de data met betrekking tot de inwerkingtreding of tenuitvoerlegging van de in deze bijlagen vermelde besluiten het volgende:

- als de datum van inwerkingtreding of tenuitvoerlegging van het besluit voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van deze beschikking, is de datum van inwerkingreding van deze beschikking van toepassing;

- als de datum van inwerkingtreding of tenuitvoerlegging van het besluit volgt op de datum van inwerkingtreding van deze beschikking, is de datum van inwerkingtreding of tenuitvoerlegging van het besluit van toepassing.

2. De vermelde besluiten en de bepalingen in bijlage 5 bij deze beschikking zijn van toepassing met ingang van de datum van inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst.

Artikel 3

Deze beschikking treedt in werking op 1 juli 1994, mits alle kennisgevingen krachtens artikel 103, lid 1, van de Overeenkomst zijn medegedeeld aan het Gemengd Comité van de EER.

Artikel 4

Deze beschikking wordt bekendgemaakt in het EER-deel van en het EER-supplement bij het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Gedaan te Brussel, 21 maart 1994.

Voor het Gemengd Comité van de EER De Voorzitter N.G. VAN DER PAS

BIJLAGE 1 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Protocol 47 inzake de opheffing van de technische belemmeringen voor het handelsverkeer in wijn bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

A. HOOFDGEDEELTE 1. Het hoofdgedeelte wordt als volgt gewijzigd:

a) in de eerste alinea, tweede regel, wordt "het aanhangsel" vervangen door "aanhangsel 1";

b) na de eerste alinea wordt een nieuwe tweede alinea ingevoegd, die als volgt luidt:

"De overeenkomstsluitende partijen stellen overeenkomstig de bepalingen van aanhangsel 2 een stelsel in voor wederzijdse bijstand tussen de controle-instanties in de wijnsector.";

c) in de laatste alinea, tweede regel, wordt "het aanhangsel" vervangen door "aanhangsel 1".

B. AANHANGSEL 1 1. De titel "AANHANGSEL" wordt vervangen door "AANHANGSEL 1".

2. De tekst van punt 4 (Verordening (EEG) nr. 358/79 van de Raad) wordt geschrapt.

3. De tekst van punt 5 (Verordening (EEG) nr. 2510/83 van de Commissie) wordt geschrapt.

4. De tekst van punt 7 (Verordening (EEG) nr. 3309/85 van de Raad) wordt geschrapt.

5. De tekst van punt 11 (Verordening (EEG) nr. 1627/86 van de Raad) wordt geschrapt.

6. In punt 15 (Verordening (EEG) nr. 822/87 van de Raad) worden vóór de aanpassingen de volgende streepjes toegevoegd:

"- 391 R 1734: Verordening (EEG) nr. 1734/91 van de Raad van 13 juni 1991 (PB nr. L 163 van 26. 6. 1991, blz. 6) - 392 R 1756: Verordening (EEG) nr. 1756/92 van de Raad van 30 juni 1992 (PB nr. L 180 van 1. 7. 1992, blz. 27) - 393 R 1566: Verordening (EEG) nr. 1566/93 van de Raad van 14 juni 1993 (PB nr. L 154 van 25. 6. 1993, blz. 39) - 393 R 3111: Verordening (EEG) nr. 3111/93 van de Commissie van 10 november 1993 (PB nr. L 278 van 11. 11. 1993, blz. 48).".

7. In punt 16 (Verordening (EEG) nr. 823/87 van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende streepje toegevoegd:

"- 391 R 3896: Verordening (EEG) nr. 3896/91 van de Raad van 16 december 1991 (PB nr. L 368 van 31. 12. 1991, blz. 3).".

8. De tekst van punt 17 (Verordening (EEG) nr. 1069/87 van de Commissie) wordt geschrapt.

9. In punt 19 (Verordening (EEG) nr. 4252/88 van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd:

"- 391 R 1735: Verordening (EEG) nr. 1735/91 van de Raad van 13 juni 1991 (PB nr. L 163 van 26. 6. 1991, blz. 9) - 392 R 1759: Verordening (EEG) nr. 1759/92 van de Raad van 30 juni 1992 (PB nr. L 180 van 1. 7. 1992, blz. 31) - 393 R 1568: Verordening (EEG) nr. 1568/93 van de Raad van 14 juni 1993 (PB nr. L 154 van 25. 6. 1993, blz. 42) - 393 R 3111: Verordening (EEG) nr. 3111/93 van de Commissie van 10 november 1993 (PB nr. L 278 van 11. 11. 1993, blz. 48).".

10. In punt 22 (Verordening (EEG) nr. 2392/89 van de Raad) worden vóór de aanpassingen de volgende streepjes ingevoegd:

"- 391 R 2356: Verordening (EEG) nr. 2356/91 van de Raad van 29 juli 1991 (PB nr. L 216 van 3. 8. 1991, blz. 1) - 391 R 3897: Verordening (EEG) nr. 3897/91 van de Raad van 16 december 1991 (PB nr. L 368 van 31. 12. 1991, blz. 5).".

11. In punt 23 (Verordening (EEG) nr. 3677/89 van de Raad) worden vóór de aanpassing de volgende streepjes ingevoegd:

"- 391 R 2201: Verordening (EEG) nr. 2201/91 van de Raad van 22 juli 1991 (PB nr. L 203 van 26. 7. 1991, blz. 3) - 392 R 2795: Verordening (EEG) nr. 2795/92 van de Raad van 21 september 1992 (PB nr. L 282 van 26. 9. 1992, blz. 5) - 393 R 2606: Verordening (EEG) nr. 2606/93 van de Raad van 21 september 1993 (PB nr. L 239 van 24. 9. 1993, blz. 6).".

12. De tekst van punt 24 (Verordening (EEG) nr. 743/90 van de Commissie) wordt geschrapt.

13. In punt 25 (Verordening (EEG) nr. 2676/90 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

" , gewijzigd bij:

- 392 R 2645: Verordening (EEG) nr. 2645/92 van de Commissie van 11 september 1992 (PB nr. L 266 van 12. 9. 1992, blz. 10).".

14. In punt 26 (Verordening (EEG) nr. 3201/90 van de Commissie worden vóór de aanpassingen de volgende streepjes ingevoegd:

"- 391 R 3298: Verordening (EEG) nr. 3298/91 van de Commissie van 12 november 1991 (PB nr. L 312 van 13. 11. 1991, blz. 20) - 392 R 0153: Verordening (EEG) nr. 153/92 van de Commissie van 23 januari 1992 (PB nr. L 17 van 24. 1. 1992, blz. 20) - 392 R 3650: Verordening (EEG) nr. 3650/92 van de Commissie van 17 december 1992 (PB nr. L 369 van 18. 12. 1992, blz. 25) - 393 R 1847: Verordening (EEG) nr. 1847/93 van de Commissie van 9 juli 1993 (PB nr. L 168 van 10. 7. 1993, blz. 33).".

15. Na punt 28 (Verordening (EEG) nr. 3825/90 van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"29. 390 R 3827: Verordening (EEG) nr. 3827/90 van de Commissie van 19 december 1990 betreffende overgangsmaatregelen voor de benaming van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn (PB nr. L 366 van 29. 12. 1990, blz. 59), gewijzigd bij:

- 391 R 0816: Verordening (EEG) nr. 816/91 van de Commissie van 2 april 1991 (PB nr. L 83 van 3. 4. 1991, blz. 8) - 391 R 2271: Verordening (EEG) nr. 2271/91 van de Commissie van 29 juli 1991 (PB nr. L 208 van 30. 7. 1991, blz. 36) - 391 R 3245: Verordening (EEG) nr. 3245/91 van de Commissie van 7 november 1991 (PB nr. L 307 van 8. 11. 1991, blz. 15).

30. 390 R 2776: Verordening (EEG) nr. 2776/90 van de Commissie van 27 september 1990 betreffende de na de Duitse eenmaking op het grondgebied van de voormalige Duitse Democratische Republiek in de wijnsector toe te passen overgangsmaatregelen (PB nr. L 267 van 29. 9. 1990, blz. 30).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

Artikel 1, leden 1 en 3, zijn niet van toepassing.

31. 391 R 2384: Verordening (EEG) nr. 2384/91 van de Commissie van 31 juli 1991 houdende voor de wijnsector in Portugal geldende overgangsmaatregelen voor het wijnoogstjaar 1991/1992 (PB nr. L 219 van 7. 8. 1991, blz. 9).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a) Artikel 2, lid 3, is niet van toepassing.

b) Artikel 3 is niet van toepassing.

32. 391 R 3223: Verordening (EEG) nr. 3223/91 van de Commissie van 5 november 1991 waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd om op bepaalde voorwaarden een extra verhoging van het alcoholgehalte van bepaalde tafelwijnen toe te staan (PB nr. L 305 van 6. 11. 1991, blz. 14).

33. 391 R 3895: Verordening (EEG) nr. 3895/91 van de Raad van 11 december 1991 tot vaststelling van bepaalde voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van speciale wijnen (PB nr. L 368 van 31. 12. 1991, blz. 1).

34. 391 R 3901: Verordening (EEG) nr. 3901/91 van de Commissie van 18 december 1991 houdende uitvoeringsbepalingen inzake de aanduiding en de presentatie van speciale wijnen (PB nr. L 368 van 31. 12. 1991, blz. 15).

35. 392 R 0506: Verordening (EEG) nr. 506/92 van de Commissie van 28 februari 1992 tot vaststelling, voor het jaar 1992, van een overgangsmaatregel met betrekking tot het totale zuurgehalte van in Spanje vervaardigde wijn die op de markt van deze Lid-Staat ter consumptie wordt aangeboden (PB nr. L 55 van 29. 2. 1992, blz. 77).

36. 392 R 0761: Verordening (EEG) nr. 761/92 van de Commissie van 27 maart 1992 tot vaststelling van een overgangsmaatregel voor 1992 inzake het versnijden van tafelwijn in Spanje (PB nr. L 83 van 28. 3. 1992, blz. 13) 37. 392 R 1238: Verordening (EEG) nr. 1238/92 van de Commissie van 8 mei 1992 houdende vaststelling van de in de sector wijn toe te passen communautaire methoden voor de analyse van neutrale alcohol (PB nr. L 130 van 15. 5. 1992, blz. 13).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

Artikel 1, lid 2, is niet van toepassing.

38. 392 R 2332: Verordening (EEG) nr. 2332/92 van de Raad van 13 juli 1992 betreffende de in de Gemeenschap vervaardigde mousserende wijnen (PB nr. L 231 van 13. 8. 1992, blz. 1), gewijzigd bij:

- 393 R 1568: Verordening (EEG) nr. 1568/93 van de Raad van 14 juni 1993 (PB nr. L 154 van 25. 6. 1993, blz. 42).

39. 392 R 2333: Verordening (EEG) nr. 2333/92 van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de algemene voorschriften voor de omschrijving en de aanbiedingsvorm van mousserende wijn en mousserende wijn waaraan koolzuurgas is toegevoegd (PB nr. L 231 van 13. 8. 1992, blz. 9).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt gelezen:

a) Artikel 3, lid 4, eerste streepje, is niet van toepassing.

b) Artikel 5, lid 2, wordt als volgt aangevuld:

"g. voor mousserende kwaliteitswijn bedoeld in artikel 1, tweede alinea, onder b), van Verordening (EEG) nr. 2332/92, van oorsprong uit:

- Oostenrijk: "Qualitaetsschaumwein" of "Qualitaetssekt".".

c) Artikel 6, lid 6, wordt als volgt aangevuld:

"c. "Hauersekt" voor mousserende kwaliteitswijn gelijkwaardig met in bepaalde gebieden voortgebrachte mousserende kwaliteitswijn in overeenstemming met artikel 6, lid 4, van deze verordening en met Verordening (EEG) nr. 2332/92, op voorwaarde dat hij:

- in Oostenrijk is geproduceerd,

- is bereid uit druiven die zijn geoogst in hetzelfde wijnbouwbedrijf waar de producent wijn maakt uit druiven bestemd voor de bereiding van mousserende kwaliteitswijn,

- door de producent in de handel wordt gebracht en te koop wordt aangeboden met etiketten waarop het wijnbouwbedrijf, het wijnstokras en het jaar zijn vermeld,

- onder de Oostenrijkse regels valt.".

40. 392 R 3459: Verordening (EEG) nr. 3459/92 van de Commissie van 30 november 1992 waarbij het Verenigd Koninkrijk wordt gemachtigd een extra verhoging van het alcoholgehalte van tafelwijnen en in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijn toe te staan (PB nr. L 350 van 1. 12. 1992, blz. 60).

41. 393 R 0586: Verordening (EEG) nr. 586/93 van de Commissie van 12 maart 1993 houdende afwijking van de bepalingen inzake het gehalte aan vluchtige zuren van bepaalde wijnen (PB nr. L 61 van 13. 3. 1993, blz. 39).

42. 393 R 2238: Verordening (EEG) nr. 2238/93 van de Commissie van 26 juli 1993 betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwprodukten en de in de wijnsector bij te houden registers (PB nr. L 200 van 10. 8. 1993, blz. 10).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) In artikel 1 zijn lid 1, onder a), lid 1, onder b), eerste streepje, lid 1, onder c), en lid 2 niet van toepassing.

b) In artikel 2 zijn de letters e) en f) niet van toepassing.

c) Artikel 3, lid 1, eerste alinea, wordt als volgt aangevuld:

"Het document wordt ingevuld overeenkomstig het model in bijlage III.".

d) In artikel 3 zijn lid 2, lid 3 en lid 4, laatste alinea, niet van toepassing.

e) Artikel 4, lid 1, is niet van toepassing.

f) Artikel 5, lid 2, is niet van toepassing.

g) Artikel 6, lid 1, tweede alinea, is niet van toepassing.

h) In artikel 7 zijn lid 1, onder a), i), eerste en tweede streepje, lid 1, onder a), ii), lid 1, c), eerste streepje, lid 5 en lid 6 niet van toepassing.

i) Artikel 7 wordt als volgt aangevuld:

"Wanneer in het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en Oostenrijk wederzijdse tariefconcessies worden toegekend luidt de verklaring van de oorsprong of herkomst op het geleidedocument als volgt:

- Voor wijn van oorsprong uit de Gemeenschap: "Dit document geldt als bewijs van de oorsprong voor de v.q.p.r.d.-/v.m.q.p.r.d.-/retsinawijn (1) die erop is vermeld.

(1) Schrappen wat niet van toepassing is.".

- Voor wijn van oorsprong uit Oostenrijk: "Deze wijn is een kwaliteitswijn/mousserende kwaliteitswijn (1) als omschreven in de Oostenrijkse Wijnwet van 1985.

(1) Schrappen wat niet van toepassing is."j) In artikel 8 zijn de leden 1 en 5 niet van toepassing.

k) Titel II is niet van toepassing.

l) Artikel 19, lid 2, is niet van toepassing.".

16. Na punt 42 worden de volgende nieuwe rubriek en de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA NEMEN De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de volgende besluiten:

43. Lijst gepubliceerd op grond van artikel 22 van Verordening (EEG) nr. 986/89 van de Commissie van 10 april 1989 betreffende de begeleidende documenten voor het vervoer van wijnbouwprodukten en de in de wijnsector bij te houden registers (PB nr. C 330 van 19. 12. 1991, blz. 3).

44. Lijst van in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen (PB nr. C 333 van 24. 12. 1991, blz. 4).

45. Lijst van tafelwijnen met de benaming "Landwein", "vin de pays", "vino tipico", "ïíïìáóssá êáôUE ðáñUEaeïóç" of "ïssíïò ôïðéêueò", "vino de la tierra", "vinho regional" (PB nr. C 155 van 20. 6. 1992, blz. 14).

46. Lijst van Oostenrijkse wijnen.".

C. Aan het protocol wordt het volgende aanhangsel 2 toegevoegd:

"AANHANGSEL 2 betreffende wederzijdse bijstand van de controle-instanties in de wijnsector TITEL I VOORAFGAANDE BEPALINGEN Artikel 1 Definities Voor de toepassing van dit aanhangsel wordt verstaan onder:

a) "regels betreffende de handel in wijn": alle bepalingen van dit protocol;

b) "bevoegde instantie": alle instanties of diensten die door een overeenkomstsluitende partij zijn aangewezen om ervoor te zorgen dat de regels inzake de handel in wijn worden nageleefd;

c) "contactinstantie": het bevoegde orgaan of de bevoegde instantie die door een overeenkomstsluitende partij is aangewezen om de contacten met de contactinstanties of andere overeenkomstsluitende partijen te onderhouden;

d) "verzoekende instantie": een door een overeenkomstsluitende partij daarvoor aangewezen bevoegde instantie die verzoekt om bijstand op gebieden die onder de toepassing van dit aanhangsel vallen;

e) "aangezochte instantie": een door een overeenkomstsluitende partij daarvoor aangewezen bevoegde instantie en die wordt verzocht om bijstand op gebieden die onder de toepassing van dit aanhangsel vallen;

f) "overtreding": elke inbreuk op de regels inzake de handel in wijn en elke poging daartoe.

Artikel 2 Werkingssfeer 1. De overeenkomstsluitende partijen verlenen elkaar bijstand, op de wijze en onder de voorwaarden vastgesteld in dit aanhangsel. De correcte toepassing van de regels inzake de handel in wijn zal inzonderheid worden bewerkstelligd door wederzijdse bijstand en door opsporing en onderzoek van overtredingen van deze regels.

2. De bijstand, in het kader van dit aanhangsel, in aangelegenheden waarop deze regels betrekking hebben, geldt voor elke instantie van de overeenkomstsluitende partijen. Deze bijstand geldt onverminderd de regels van het strafrecht of wederzijdse bijstand inzake strafvordering op gerechtelijk niveau.

TITEL II DOOR DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN UIT TE VOEREN CONTROLES Artikel 3 Beginselen 1. De overeenkomstsluitende partijen nemen de nodige maatregelen om de in artikel 2 bedoelde bijstand door passende controles te verzekeren.

2. Deze controles worden stelselmatig of steekproefsgewijze uitgevoerd. Bij steekproefsgewijze controles zien de overeenkomstsluitende partijen erop toe dat deze controles door aantal, aard en frequentie representatief zijn.

3. De overeenkomstsluitende partijen zien erop toe dat de bevoegde instanties over voldoende, bekwaam en ervaren personeel beschikken om de in lid 1 bedoelde controles op doeltreffende wijze uit te voeren. Zij treffen de nodige maatregelen om de werkzaamheden van het personeel van hun bevoegde instanties te vergemakkelijken, met name doordat dit personeel:

- toegang heeft tot de wijngaarden, tot de installaties voor de wijnbereiding, de opslag en de verwerking van wijnbouwprodukten en tot de voertuigen waarmee deze produkten worden vervoerd;

- toegang heeft tot de bedrijfsruimten (of opslagplaatsen) en vervoermiddelen van een ieder die, met het oog op de verkoop, wijnbouwprodukten of produkten die voor gebruik in de wijnbouwsector bestemd kunnen zijn, in voorraad heeft, in de handel brengt of vervoert;

- een inventaris kan opmaken van de wijnbouwprodukten en van de stoffen of produkten die voor de bereiding van die produkten gebruikt kunnen worden;

- monsters kan nemen van de produkten die met het oog op de verkoop in voorraad worden gehouden, die in de handel worden gebracht of vervoerd;

- inzage krijgt van de boekhouding of andere voor de controles nuttige bescheiden, en daarvan kopieën of uittreksels kan maken;

- passende beschermingsmaatregelen kan nemen met betrekking tot de bereiding, het in vooraad houden, het vervoer, de omschrijving, de aanbiedingsvorm, de uitvoer naar andere overeenkomstsluitende partijen en het in de handel brengen van een wijnbouwprodukt of van een produkt dat bestemd is om voor de bereiding van een wijnbouwprodukt te worden gebruikt, ingeval er reden is om aan te nemen dat een ernstige overtreding van dit protocol is begaan, in het bijzonder in geval van bedrieglijke manipulatie of gevaar voor de volksgezondheid.

Artikel 4 Controle-instanties 1. Wanneer een overeenkomstsluitende partij meer dan één bevoegde instantie aanwijst, zorgt zij ervoor dat de werkzaamheden van deze instanties worden gecooerdineerd.

2. Elke overeenkomstsluitende partij wijst één enkele contactinstantie aan. Deze instantie:

- geeft de verzoeken om samenwerking met het oog op de toepassing van dit aanhangsel door aan de contactinstanties van de andere overeenkomstsluitende partijen;

- neemt dergelijke verzoeken van de bedoelde contactinstanties in ontvangst en geeft deze door aan de bevoegde instantie van de betrokken overeenkomstsluitende partij waaronder zij ressorteert;

- vertegenwoordigt deze overeenkomstsluitende partij bij de andere overeenkomstsluitende partijen in het kader van de in titel III bedoelde samenwerking;

- deelt de andere overeenkomstsluitende partijen mede welke maatregelen uit hoofde van artikel 3 zijn genomen.

TITEL III WEDERZIJDSE BIJSTAND VAN DE CONTROLE-INSTANTIES Artikel 5 Bijstand op verzoek 1. De aangezochte instantie verschaft de verzoekende instantie alle dienstige informatie voor de correcte toepassing van de regels inzake de handel in wijn, met inbegrip van informatie betreffende transacties waarvan bekend is dat zij hebben plaatsgevonden of gepland zijn en die een overtreding vormen of zouden vormen van deze regels.

2. Op een met redenen omkleed verzoek van de verzoekende instantie houdt de aangezochte instantie speciaal toezicht om het beoogde doel te bereiken, verricht zij de daarvoor nodige controles of neemt zij de daartoe nodige maatregelen.

3. De in de leden 1 en 2 bedoelde aangezochte instantie treedt op alsof zij voor eigen rekening of op verzoek van een instantie van het eigen land handelt.

4. Met instemming van de aangezochte instantie mag de verzoekende instantie eigen functionarissen aanwijzen of functionarissen van een andere bevoegde instantie van de overeenkomstsluitende partij die zij vertegenwoordigt:

- hetzij om in de kantoren van de bevoegde instanties van de overeenkomstsluitende partij waar de aangezochte instantie is gevestigd, inlichtingen in verband met de verificatie van de correcte toepassing van de regels inzake de handel in wijn of over controleactiviteiten te verkrijgen, mede door het maken van kopieën van vervoerdocumenten en andere documenten dan wel uittreksels uit de registers,

- hetzij om aanwezig te zijn bij de activiteiten waarom overeenkomstig lid 2 is verzocht.

De in het eerste streepje bedoelde kopieën mogen slechts met instemming van de aangezochte instantie worden gemaakt.

5. De verzoekende instantie die een overeenkomstig lid 4, eerste alinea, aangewezen functionaris naar een overeenkomstsluitende partij wil sturen om aanwezig te zijn bij de in het tweede streepje van die alinea bedoelde controles, stelt de aangezochte bevoegde instantie daarvan tijdig vóór het begin van deze controles in kennis.

De functionarissen van de aangezochte instantie hebben te allen tijde de leiding over de controles.

De functionarissen van de verzoekende instantie:

- leggen een machtiging over waarin hun identiteit en functie zijn vermeld;

- hebben, binnen de beperkingen die de overeenkomstsluitende partij van de aangezochte instantie zijn eigen functionarissen oplegt bij de uitvoering van de betrokken controles:

- het recht van toegang als bedoeld in artikel 3, lid 3;

- het recht van informatie over de resultaten van de controles die door de functionarissen van de aangezochte instantie op grond van artikel 3, lid 3, zijn verricht;

- nemen tijdens de controles een houding aan die in overeenstemming is met de voorschriften en gebruiken die de functionarissen van de overeenkomstsluitende partij op het grondgebied waarvan de controle wordt verricht, in acht dienen te nemen.

6. De in dit artikel bedoelde met redenen omklede verzoeken worden aan de aangezochte instantie van de betrokken overeenkomstsluitende partij toegezonden via de contactinstantie van deze overeenkomstsluitende partij. Hetzelfde geldt voor:

- antwoorden op deze verzoeken, en - mededelingen betreffende de toepassing van de leden 2, 4 en 5.

Teneinde de samenwerking tussen de bevoegde instanties doeltreffender te maken en vlotter te doen verlopen, mag een overeenkomstsluitende partij, in afwijking van het bepaalde in de eerste alinea, in sommige gevallen wanneer dit passend is, toestaan dat een bevoegde instantie:

- haar met redenen omklede verzoeken of mededelingen rechtstreeks aan een bevoegde instantie van een andere overeenkomstsluitende partij richt;

- rechtstreeks antwoordt op de met redenen omklede verzoeken of mededelingen die zij ontvangt van een bevoegde instantie van een andere overeenkomstsluitende partij.

Artikel 6 Dringende kennisgeving Wanneer een bevoegde instantie van een overeenkomstsluitende partij redenen heeft om aan te nemen of er kennis van krijgt dat - een in dit protocol bedoeld produkt niet in overeenstemming is met de regels inzake de handel in wijn of dat frauduleuze handelingen hebben plaatsgevonden om een dergelijk produkt te verkrijgen of in de handel te brengen, en - dit gebrek aan overeenstemming voor een of meer andere overeenkomstsluitende partijen van specifiek belang is en tot administratieve maatregelen of rechtsvervolging aanleiding kan geven,

geeft deze bevoegde instantie hiervan, via de contactinstantie waaronder zij ressorteert, onverwijld kennis aan de contactinstantie van de betrokken overeenkomstsluitende partij.

Artikel 7 Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand 1. Verzoeken in het kader van dit aanhangsel worden schriftelijk gedaan. Zij gaan vergezeld van de voor de behandeling ervan noodzakelijke bescheiden. In spoedeisende gevallen kunnen mondelinge verzoeken worden aanvaard, mits deze onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.

2. De overeenkomstig lid 1 ingediende verzoeken dienen de hierna volgende gegevens te bevatten:

- de naam van de verzoekende instantie;

- de maatregel waarom wordt verzocht;

- het voorwerp en de reden van het verzoek;

- de relevante wetten, regels en andere voorschriften;

- zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;

- een overzicht van de relevante feiten.

3. De verzoeken worden gesteld in een officiële taal van de aangezochte instantie of in een voor deze instantie aanvaardbare taal.

4. Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling daarvan worden verzocht; inmiddels kunnen echter voorzorgsmaatregelen worden genomen.

Artikel 8 Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt 1. de aangezochte instantie deelt de verzoekende instantie de uitslag van het ingestelde onderzoek mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.

2. De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking in ongeacht welke vorm voor hetzelfde doel wordt verstrekt.

Artikel 9 Gevallen waarin geen bijstand hoeft te worden verleend 1. De overeenkomstsluitende partij of de aangezochte instantie mag de in dit aanhangsel bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan - de soevereiniteit, openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen in gevaar zou kunnen brengen, of - de toepassing inhoudt van valuta- of belastingregelingen.

2. Wanneer de verzoekende instantie om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte instantie bepaalt dan zelf hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.

3. Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen welke eraan ten grondslag liggen onverwijld aan de verzoekende instantie te worden meegedeeld.

Artikel 10 Gemeenschappelijke bepalingen 1. De in de artikelen 5 en 6 bedoelde informatie gaat vergezeld van bescheiden of andere dienstige bewijsstukken, alsmede van de gegevens over de eventuele bestuursrechtelijke maatregelen of rechtsvervolgingen. Zij betreffen met name:

- de samenstelling en de organoleptische kenmerken;

- de omschrijving en de aanbiedingsvorm;

- de naleving van de voorschriften inzake de bereiding en het in de handel brengen van het betrokken produkt.

2. De contactinstanties die betrokken zijn bij de zaak waarvoor de in de artikelen 5 en 6 bedoelde procedure van wederzijdse bijstand is ingeleid, stellen elkaar onverwijld in kennis van:

- het verloop van het onderzoek, met name via rapporten en andere documenten of informatiemiddelen;

- de administratieve of gerechtelijke maatregelen die het gevolg zijn van de betrokken activiteiten.

3. De reiskosten in verband met de toepassing van dit aanhangsel komen ten laste van de overeenkomstsluitende partij die een functionaris heeft aangewezen voor de in artikel 5, leden 2 en 4, bedoelde maatregelen.

4. Dit artikel laat nationale voorschriften inzake geheimhouding van de rechtspleging onverlet.

TITEL IV ALGEMENE BEPALINGEN Artikel 11 Monsternemingen 1. In het kader van de toepassing van de titels II en III mag de bevoegde instantie van een overeenkomstsluitende partij de bevoegde instantie van een andere overeenkomstsluitende partij verzoeken om monsters te nemen overeenkomstig de voorschriften van die overeenkomstsluitende partij.

2. De aangezochte instantie houdt de uit hoofde van lid 1 genomen monsters ter beschikking en wijst met name het laboratorium aan waar deze monsters moeten worden onderzocht. De verzoekende instantie kan een ander laboratorium aanwijzen om corresponderende monsters te onderzoeken. De aangezochte instantie dient de verzeokende instantie voor dat doel een passend aantal monsters te verstrekken.

3. Indien de verzoekende instantie en de aangezochte instantie het oneens zijn over de resultaten van het in lid 2 bedoelde onderzoek, wordt door een in overleg tussen beide partijen aangewezen laboratorium een arbitrageanalyse uitgevoerd.

Artikel 12 Geheimhoudingsplicht 1. Alle informatie die ter uitvoering van dit aanhangsel in ongeacht welke vorm wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter. Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en wordt beschermd overeenkomstig de wettelijke voorschriften van de overeenkomstsluitende partij die ze heeft ontvangen of, in voorkomend geval, de overeenkomstige bepalingen die gelden voor de communautaire autoriteiten.

2. Dit aanhangsel houdt voor een overeenkomstsluitende partij, wier wettelijke of bestuursrechtelijke voorschriften inzake de bescherming van industrie- en handelsgeheimen strikter zijn dan in dit aanhangsel is bepaald, geen verplichting in om informatie te verstrekken wanneer de verzoekende overeenkomstsluitende partij niet het nodige doet om aan deze striktere bepalingen te voldoen.

Artikel 13 Gebruik van de informatie 1. De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de toepassing van het bepaalde in dit aanhangsel en mag in een overeenkomstsluitende partij slechts voor andere doeleinden worden gebruikt als daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verkregen van de administratieve autoriteit die ze heeft vertrekt en de door deze autoriteit vastgestelde beperkingen in acht worden genomen.

2. Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van informatie bij gerechtelijke of administratieve procedures die achteraf worden ingesteld voor overtredingen van het gewone strafrecht, voor zover de informatie is verkregen in het kader van een internationale procedure van gerechtelijke bijstand.

3. De overeenkomstsluitende partijen mogen overeenkomstig dit aanhangsel verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal in rechte gebruiken in deskundigenverslagen, getuigenissen en aanklachten.

Artikel 14 Door toepassing van dit aanhangsel verkregen informatie - Bewijskracht De bevoegde instanties van de andere overeenkomstsluitende partijen kunnen zich beroepen op vaststellingen die overeenkomstig dit aanhangsel door de gespecialiseerde functionarissen van de bevoegde instanties van een andere overeenkomstsluitende partij zijn gedaan. In dit geval mag aan die vaststellingen geen geringere waarde worden toegekend, omdat zij niet van de betrokken overeenkomstsluitende partij afkomstig zijn.

Artikel 15 Gecontroleerde personen Natuurlijke of rechtspersonen en groeperingen van dergelijke personen wier activiteiten aan de in dit aanhangsel genoemde controles kunnen worden onderworpen, mogen deze controles in generlei opzicht hinderen, doch moeten deze te allen tijde vergemakkelijken.

Artikel 16 Tenuitvoerlegging 1. de overeenkomstsluitende partijen doen elkaar lijsten toekomen met:

- de contactinstanties die zijn aangewezen om op te treden als correspondent voor de toepassing van dit aanhangsel;

- de laboratoria die analyses mogen uitvoeren overeenkomstig artikel 11, lid 2.

2. De overeenkomstsluitende partijen raadplegen elkaar en houden elkaar vervolgens op de hoogte van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig de bepalingen van dit aanhandsel worden vastgesteld. Zij delen elkaar inzonderheid alle nationale voorschriften mede alsook een overzicht van alle relevante administratieve en rechterlijke uitspraken inzake de toepassing van de regels inzake de handel in wijn.

Artikel 17 Complementariteit Dit aanhangsel vormt een aanvulling op alle overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen twee of meer overeenkomstsluitende partijen, en vormt geen beletsel voor de toepassing daarvan. Het vormt evenmin een beletsel voor ruimere wederzijdse bijstand, waarin dergelijke overeenkomsten mogelijkerwijze voorzien.".

BIJLAGE 2 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage I (VETERINAIRE EN FYTOSANITAIRE AANGELEGENHEDEN) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

A. Hoofdstuk I. VETERINAIRE AANGELEGENHEDEN I. INLEIDING 1. Punt 4 wordt vervangen door:

"4. De in dit hoofdstuk genoemde besluiten, met uitzondering van de Richtlijnen 91/67/EEG, 91/492/EEG, 91/493/EEG, 92/48/EEG, 93/53/EEG en 93/54/EEG, alsmede de Beschikkingen 91/654/EEG, 92/92/EEG, 92/528/EEG, 92/532/EEG, 92/538/EEG, 93/22/EEG, 93/25/EEG, 93/39/EEG, 93/40/EEG, 93/44/EEG, 93/51/EEG, 93/55/EEG, 93/56/EEG, 93/57/EEG, 93/58/EEG, 93/59/EEG, 93/73/EEG, 93/74/EEG, 93/75/EEG, 93/76/EEG, 93/169/EEG, 93/383/EEG en 93/351/EEG, gelden niet voor IJsland.

Richtlijn 90/667/EEG en Beschikking 92/562/EEG gelden echter wel voor IJsland wat betreft de verwijdering en verwerking van visafval, het in de handel brengen van visafval en de voorkoming van de aanwezigheid van ziekteverwekkers in diervoeders waarin vis is verwerkt. Tevens is bijlage I, hoofdstuk 6, punt I), letter A, tweede streepje, van Richtlijn 92/118/EEG van toepassing op IJsland.

De andere overeenkomstsluitende partijen mogen in het handelsverkeer met IJsland hun derde-landenregeling blijven toepassen voor de gebieden die niet onder genoemde besluiten en bepalingen vallen. De overeenkomstsluitende partijen moeten deze kwestie in 1995 opnieuw bezien.".

2. Punt 11 wordt vervangen door:

"11. Aanwijzing van gemeenschappelijke referentielaboratoria en cooerdinatie-instituten Onverminderd de financiële consequenties, fungeren de communautaire referentie-laboratoria en de communautaire cooerdinatie-instituten als referentielaboratoria en cooerdinatie-instituten voor alle overeenkomstsluitende partijen.

De wijze waarop de laboratoria en instituten functioneren wordt vastgesteld in overleg tussen de overeenkomstsluitende partijen.".

3. Na punt 11 wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"11a. Aanwijzing van gemeenschappelijke reserves van mond- en klauwzeervaccins.

Onverminderd de financiële consequenties dienen de reserves van mond- en klauwzeervaccins van de Gemeenschap als reserves voor mond- en klauwzeervaccins voor alle partijen bij deze Overeenkomst.

De overeenkomstsluitende partijen plegen overleg met het oog op:

- de organisatie van de overschakeling van nationale reserves op EG-reserves;

- de oplossing van alle problemen, met name ten aanzien van arbeidsvoorwaarden, financiële aangelegenheden, vervanging van antigenen, mogelijk gebruik van antigenen en controles ter plaatse.".

4. Na punt 12 wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"13. Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke voorschriften voor het handelsverkeer en in de invoer in de Gemeenschap van dieren, sperma, eicellen en embryo's waarvoor ten aanzien van de veterinairrechtelijke voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving als bedoeld in bijlage A, onder I, van Richtlijn 90/425/EEG geldt (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 54), Richtlijn 92/102/EEG van de Raad van 27 november 1992 met betrekking tot de identificatie en de registratie van dieren (PB nr. L 355 van 5. 12. 1992, blz. 32) en Beschikking 93/317/EEG van de Commissie van 21 april 1993 betreffende elementen van de voor oormerken van runderen te gebruiken code (PB nr. L 122 van 18. 5. 1993, blz. 45) zijn niet in deze Overeenkomst opgenomen. De overeenkomstsluitende partijen moeten deze kwestie in 1995 opnieuw bezien.".

II. BASISTEKSTEN 5. In punt 1 (Richtlijn 64/432/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 391 L 0499: Richtlijn 91/499/EEG van de Raad van 26 juni 1991 (PB nr. L 268 van 24. 9. 1991, blz. 107),

- 391 L 0687: Richtlijn 91/687/EEG van de Raad van 11 december 1991 (PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 16),

- 392 L 0065: Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 54).".

6. In punt 3 (Richtlijn 90/426/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassingen:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0130: Beschikking 92/130/EEG van de Commissie van 13 februari 1992 (PB nr. L 47 van 22. 2. 1992, blz. 26),

- 392 L 0036: Richtlijn 92/36/EEG van de Raad van 29 april 1992 (PB nr. L 157 van 10. 6. 1992, blz. 28).".

7. In punt 4 (Richtlijn 90/539/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassingen:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0369: Beschikking 92/369/EEG van de Commissie van 24 juni 1992 (PB nr. L 195 van 14. 7. 1992, blz. 25),

- 392 D 0065: Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 54).".

8. In punt 5 (Richtlijn 91/67/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0054: Richtlijn 93/54/EEG van de Raad van 24 juni 1993 (PB nr. L 175 van 19. 7. 1993, blz. 34).".

9. In punt 6 (Richtlijn 89/556/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 393 L 0052: Richtlijn 93/52/EEG van de Raad van 24 juni 1993 (PB nr. L 175 van 19. 7. 1993, blz. 21).".

10. In punt 7 (Richtlijn 88/407/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 393 L 0060: Richtlijn 93/60/EEG van de Raad van 30 juni 1993 (PB nr. L 186 van 28. 7. 1993, blz. 28).".

11. In punt 9 (Richtlijn 72/461/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 391 L 0687: Richtlijn 91/687/EEG van de Raad van 11 december 1991 (PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 16),

- 392 L 0118: Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 49).".

12. In punt 10 (Richtlijn 91/494/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 392 L 0116: Richtlijn 92/116/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 1).".

13. In punt 11 (Richtlijn 80/215/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

0"- 391 L 0687: Richtlijn 91/687/EEG van de Raad van 11 december 1991 (PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 16).".

14a. In punt 12 (Richtlijn 85/511/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 392 D 0380: Beschikking 92/380/EEG van de Commissie van 2 juli 1992 (PB nr. L 198 van 17. 7. 1992, blz. 54).".

14b. Aanpassing a) in punt 12 (Richtlijn 85/511/EEG van de Raad) wordt vervangen door het volgende:

"a) In bijlage A wordt het volgende toegevoegd met betrekking tot de commerciële laboratoria die met levend mond- en klauwzeervirus mogen werken voor de produktie van vaccins:

Zweden: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala;".

15a. In punt 14 (Richtlijn 80/217/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 391 L 0685: Richtlijn 91/685/EEG van de Raad van 11 december 1991 (PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 1),

- 393 D 0384: Beschikking 93/384/EEG van de Raad van 14 juni 1993 (PB nr. L 166 van 8. 7. 1993, blz. 34).".

15b. In punt 14 (Richtlijn 80/217/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe aanpassingen ingevoegd:

"a) Artikel 2, onder f), wordt vervangen door:

"f) "bedrijf": landbouwbedrijf of handelaarsstal in de zin van de vigerende nationale voorschriften, die zijn gelegen op het grondgebied van een Lid-Staat en waar gewoonlijk de dieren, uitgezonderd paardachtigen, worden gehouden of gefokt, alsmede het bedrijf omschreven in artikel 2, onder a), van Richtlijn 90/426/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen;".

b) Artikel 2, onder j), wordt vervangen door:

"j) "bevoegde autoriteit": de voor het verrichten van veterinaire of zooetechnische controles bevoegde centrale autoriteit van een Lid-Staat of de autoriteit aan wie zij deze bevoegdheid heeft overgedragen;".".

15c. De vorige aanpassingen a) en b) in punt 14 (Richtlijn 80/217/EEG van de Raad) worden aanpassingen c) en d).

16. Na punt 14 (Richtlijn 80/217/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe rubrieken en nieuwe punten toegevoegd:

"Paardepest 14a. 392 L 0035: Richtlijn 92/35/EEG van de Raad van 29 april 1992 tot vaststelling van controlevoorschriften en van maatregelen ter bestrijding van paardepest (PB nr. L 157 van 10. 6. 1992, blz. 19).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 17, lid 2, tweede alinea, wordt "uiterlijk drie maanden na de datum waarop deze richtlijn van toepassing wordt" ten aanzien van Finland gelezen "uiterlijk twaalf maanden na de datum waarop deze richtlijn van toepassing wordt";

b) in bijlage I wordt het volgende toegevoegd aan de lijst van de nationale laboratoria voor onderzoek inzake paardepest:

"Oostenrijk: Bundesanstalt fuer Virusseuchenbekaempfung, Wien-Hetzendorf Finland: Statens Veterinaere Institut for Virusforskning Lindholm, 4771 Kalvehave, Danmark Noorwegen: Statens Veterinaere Institut for Virusforskning Lindholm, 4771 Kalvehave, Danmark Zweden: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala";

c) in bijlage III, punt I, wordt "in overleg met de Commissie" gelezen "in overleg met de Commissie en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA".

Aviaire influenza 14b. 392 L 0040: Richtlijn 92/40/EEG van de Raad van 19 mei 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van aviaire influenza (PB nr. L 167 van 22. 6. 1992, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) artikel 2, onder d), wordt vervangen door:

"d) "bevoegde autoriteit": de voor het verrichten van veterinaire of zooetechnische controles bevoegde centrale autoriteit van een Lid-Staat of de autoriteit aan wie zij deze bevoegdheid heeft overgedragen;";

b) in artikel 17, lid 3, wordt "uiterlijk zes maanden na het tijdstip waarop deze richtlijn van toepassing wordt" ten aanzien van Finland gelezen:

"uiterlijk twaalf maanden na het tijdstip waarop deze richtlijn van toepassing wordt";

c) in bijlage IV wordt het volgende toegevoegd aan de lijst van de nationale laboratoria voor aviaire influenza:

"Oostenrijk: Bundesanstalt fuer Virusseuchenbekaempfung, Wien-Hetzendorf Finland: Elaeinlaeaekintae-ja elintarvikelaitos, Helsinki/Anstalten foer veterinaermedicin och livsmedel, Helsingfors Noorwegen: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala, Zweden Zweden: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala".

Ziekte van Newcastle 14c. 392 L 0066: Richtlijn 92/66/EEG van de Raad van 14 juli 1992 tot vaststelling van communautaire maatregelen voor de bestrijding van de ziekte van Newcastle (PB nr. L 260 van 5. 9. 1992, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

a) artikel 2, onder e), wordt vervangen door:

"e) "bevoegde autoriteit": de voor het verrichten van veterinaire of zooetechnische controles bevoegde centrale autoriteit van een Lid-Staat of de autoriteit aan wie zij deze bevoegdheid heeft overgedragen;";

b) in bijlage IV wordt het volgende toegevoegd aan de lijst van de nationale laboratoria voor de ziekte van Newcastle:

"Oostenrijk: Bundesanstalt fuer Virusseuchenbekaempfung, Wien-Hetzendorf Finland: Elaeinlaeaekintae-ja elintarvikelaitos, Helsinki/Anstalten foer veterinaermedicin och livsmedel, Helsingfors Noorwegen: Veterinaerinstituttet, Oslo Zweden: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala".

Visziekten 14d. 393 L 0053: Richtlijn 93/53/EEG van de Raad van 24 juni 1993 tot vaststelling van minimale communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde visziekten (PB nr. L 175 van 19. 7. 1993, blz. 23).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

a) Finland, Oostenrijk en Zweden zullen uiterlijk op 1 juli 1995 aan de eisen van artikel 3 voldoen;

b) in bijlage A wordt het volgende toegevoegd aan de lijst van de nationale referentielaboratoria voor visziekten:

"Oostenrijk: Bundesanstalt fuer Fischkunde, Veterinaermedizinische Universitaet, Wien Finland: Elaeinlaeaekintae-ja elintarvikelaitos, Helsinki/Anstalten foer veterinaermedicin och livsmedel, Helsingfors IJsland: Rannsóknadeild fisksjúkdóma, Tilraunastoeoe í meinafraedi, Háskóla Islands, Reykjavík Noorwegen: Veterinaerinstituttet, Oslo Zweden: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala".

Andere ziekten 14e. 392 L 0119: Richtlijn 92/119/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van algemene communautaire maatregelen voor de bestrijding van bepaalde dierziekten en van specifieke maatregelen ten aanzien van de vesiculaire varkensziekte (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 69).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 20, lid 3, onder i), wordt "uiterlijk zes maanden na het tijdstip waarop deze richtlijn van toepassing wordt" ten aanzien van Zweden gelezen "uiterlijk op 1 januari 1995";

b) in bijlage II, punt 5, wordt het volgende toegevoegd aan de lijst van de diagnoselaboratoria voor vesiculaire varkensziekte:

"Oostenrijk: Bundesanstalt fuer Virusseuchenbekaempfung, Wien-Hetzendorf Finland: Elaeinlaeaekintae-ja elintarvikelaitos, Helsinki/Anstalten foer veterinaermedicin och livsmedel, Helsingfors Noorwegen: Veterinaerinstituttet, Oslo Zweden: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala".".

17. In punt 15 (Richtlijn 82/894/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 392 D 0450: Beschikking 92/450/EEG van de Commissie van 30 juli 1992 (PB nr. L 248 van 28. 8. 1992, blz. 77).".

18a. In punt 18 (Richtlijn 64/433/EEG van de Raad) wordt na het eerste streepje het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 392 L 0005: Richtlijn 92/5/EEG van de Raad van 10 februari 1992 (PB nr. L 57 van 2. 3. 1992, blz. 1).".

18b. Aanpassing a) in punt 18 (Richtlijn 64/433/EEG van de Raad) wordt vervangen door:

"a) in punt 4, onder A, eerste volzin, worden de data "1 januari 1993" en "31 december 1991" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "1 januari 1995" respectievelijk "de dag voordat de Overeenkomst in werking treedt";".

19. Aanpassing a) in punt 19 (Richtlijn 91/498/EEG van de Raad) wordt door de volgende vervangen:

"a) In artikel 2, lid 1, wordt de datum "31 december 1995" ten aanzien van Noorwegen, Oostenrijk en Zweden vervangen door "31 december 1996" en ten aanzien van Finland door "31 december 1997".".

20a. In punt 20 (Richtlijn 71/118/EEG van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0116: Richtlijn 92/116/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 1).".

20b. De aanpassingen a) tot en met d) in punt 20 (Richtlijn 71/118/EEG van de Raad) worden vervangen door:

"a) niettegenstaande de opneming van deze richtlijn in de Overeenkomst mag Zweden tot 1 januari 1995, Noorwegen tot 1 juli 1995 en Oostenrijk en Finland tot 1 januari 1996 voor de binnenlandse markt de bedrijven handhaven die volgens de nationale wet zijn erkend. Produkten van dergelijke bedrijven dienen van het nationale gezondheidsmerk te zijn voorzien;

b) in artikel 6, lid 1, zesde alinea, luidt het begin van de laatste volzin "De andere overeenkomstsluitende partijen, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en de EG-Commissie worden in kennis gesteld";

c) artikel 13 is niet van toepassing;

d) in bijlage I, hoofdstuk XII, punt 66, onder a), eerste streepje, wordt het volgende toegevoegd:

"- AT - FI - NO - SE";

e) in bijlage I, hoofdstuk XII, punt 66, onder a), derde streepje, wordt het volgende toegevoegd:

"EVA".".

21a. In punt 21 (Richtlijn 77/99/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 392 L 0005: Richtlijn 92/5/EEG van de Raad van 10 februari 1992 (PB nr. L 57 van 2. 3. 1992, blz. 1),

- 392 L 0045: Richtlijn 92/45/EEG van de Raad van 16 juni 1992 (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 35),

- 392 L 0116: Richtlijn 92/116/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 1),

- 392 L 0118: Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 49).".

21b. De aanpassingen a) tot en met d) in punt 21 (Richtlijn 77/99/EEG van de Raad) worden vervangen door:

"a) in artikel 8, lid 1, luidt de laatste alinea: "De intrekking van de erkenning wordt medegedeeld aan de andere overeenkomstsluitende partijen, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en de EG-Commissie." ";

b) in artikel 10 wordt "1 januari 1996" in de tweede en de derde alinea vervangen door "1 januari 1997" ten aanzien van Noorwegen en Zweden, en door "1 januari 1998" ten aanzien van Oostenrijk en Finland;

c) artikel 14 is niet van toepassing;

d) in bijlage B, hoofdstuk VI, punt 4, onder a), i), eerste streepje wordt het volgende toegevoegd:

"- AT - FI - NO - SE";

e) in bijlage B, hoofdstuk VI, punt 4, onder a), i), tweede streepje, en ii), derde streepje, wordt het volgende toegevoegd:

"EVA".".

22. Na punt 21 (Richtlijn 77/99/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"21a. 392 L 0120: Richtlijn 92/120/EEG van de Raad van 17 december 1992 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van bepaalde produkten van dierlijke oorsprong (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 86).".

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

"a) in artikel 1, lid 1, wordt "31 december 1995" ten aanzien van Finland vervangen door "31 december 1997";

b) in artikel 1, lid 1, wordt de zinsnede "de controlevoorschriften van artikel 5, lid 2, van Richtlijn 89/662/EEG" vervangen door "de regels van de overeenkomstsluitende partij van bestemming".".".

23a. In punt 22 (Richtlijn 88/657/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 392 L 0110: Richtlijn 92/110/EEG van de Raad van 14 december 1992 (PB nr. L 394 van 31. 12. 1992, blz. 26).".

23b. De hiernavolgende tekst wordt de nieuwe aanpassing b) in punt 22 (Richtlijn 88/657/EEG van de Raad):

"b) In artikel 13, lid 1, wordt "1 januari 1996" vervangen door "1 januari 1997" ten aanzien van Finland en Zweden en door "1 januari 1998" ten aanzien van Oostenrijk en Noorwegen;".

23c. De vroegere aanpassing b) in punt 22 (Richtlijn 88/657/EEG van de Raad) wordt aanpassing c).

24a. In punt 23 (Richtlijn 89/437/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 391 L 0684: Richtlijn 91/684/EEG van de Raad van 19 december 1991 (PB nr. L 376 van 31. 12. 1991, blz. 38).".

24b. In punt 23 (Richtlijn 89/437/EEG van de Raad) wordt de tekst onder a), vervangen door de volgende tekst:

"a) in artikel 2, wordt de eerste zin vervangen door:

"In deze richtlijn wordt verstaan onder:

- eieren: kippeëieren in de schaal, geschikt voor rechtstreekse menselijke consumptie of voor gebruik in de levensmiddelenindustrie, met uitzondering van gebroken eieren, bebroede eieren en gekookte eieren,

- industrie-eieren: kippeëieren in de schaal, andere dan bedoeld bij het vorige streepje, met inbegrip van gebroken en bebroede eieren, doch met uitsluiting van gekookte eieren.

De onderstaande definities zijn eveneens van toepassing:".".

25. Na punt 24 (Richtlijn 91/493/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"24a. 392 L 0048: Richtlijn 92/48/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling, overeenkomstig artikel 3, lid 1, onder a), i), van Richtlijn 91/493/EEG, van de minimale hygiënische voorschriften die van toepassing zijn op visserijprodukten die zijn verkregen aan boord van bepaalde vissersvaartuigen (PB nr. L 187 van 7. 7. 1992, blz. 41).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

"in artikel 3, tweede alinea, wordt "30 juni 1992" en "31 december 1992" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "1 januari 1994" respectievelijk "de datum van inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER waarbij deze richtlijn in de EER-Overeenkomst wordt opgenomen".".

26. In punt 30 (Beschikking 90/218/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

" , gewijzigd bij:

- 392 D 0098: Beschikking 92/98/EEG van de Raad van 10 februari 1992 (PB nr. L 39 van 15. 2. 1992, blz. 41),

- 393 D 0718: Beschikking 93/718/EG van de Raad van 22 december 1993 (PB nr. L 333 van 31. 12. 1993, blz. 72).".

27. In punt 31 (Richtlijn 85/397/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 392 L 0046: Richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 1).".

28. Na punt 31 (Richtlijn 85/397/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe rubriek en nieuwe punten toegevoegd:

"Melk en produkten op basis van melk 31a. 392 L 0046: Richtlijn 92/46/EEG van de Raad van 16 juni 1992 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van rauwe melk, warmtebehandelde melk en produkten op basis van melk (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 1), gewijzigd bij:

- 392 L 0118: Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 49).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

a) artikel 2, punt 17, eerste alinea, wordt vervangen door:

"17. "handelsverkeer": handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen, behoudens het bepaalde in lid 1, onder a), tweede streepje, van de inleiding van hoofdstuk I van bijlage I bij de EER-Overeenkomst.";

b) in artikel 10, lid 1, zesde alinea, luidt het einde van de zin: "wordt dit medegedeeld aan de andere overeenkomstsluitende partijen, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en de EG-Commissie.";

c) in artikel 15, lid 1, wordt "30 juni 1993" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "de dag voor de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER waarbij deze richtlijn in de EER-Overeenkomst wordt opgenomen";

d) artikel 19, lid 1, is niet van toepassing;

e) in artikel 32, lid 1, wordt "1 januari 1994" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "1 januari 1995";

f) in bijlage B, hoofdstuk I, punt 3, derde alinea, wordt "1 januari 1993" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "de datum van inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER waarbij deze richtlijn in de EER-Overeenkomst wordt opgenomen";

g) In bijlage C, hoofdstuk I, rubriek A, punt 3, onder b), vierde alinea, wordt "1 juni 1994" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "1 juni 1995";

h) in bijlage C, hoofdstuk IV, rubriek A, punt 3, onder a), i), eerste streepje, wordt toegevoegd:

"- AT - FI - NO - SE";

i) in bijlage C, hoofdstuk IV, rubriek A, punt 3, onder a), i), tweede streepje, en punt 3, onder a), ii), derde streepje, wordt toegevoegd:

"EVA";

j) in afwachting van de vaststelling van de uitvoeringsbepalingen mag Finland Streptococcus thermophilus als testorganisme gebruiken om antibiotica op te sporen.

31b. 392 L 0047: Richtlijn 92/47/EEG van de Raad van 16 juni 1992 houdende vaststelling van de voorschriften voor het toestaan van tijdelijke en beperkte afwijkingen op de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van melk en produkten op basis van melk (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 33).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 2, lid 2, eerste alinea, wordt "1 april 1993" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "1 september 1994";

b) in artikel 2, lid 2, vierde alinea, wordt "juli 1993" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "1 december 1994";

c) "in artikel 5, lid 1, worden "1 januari 1993" en "1 januari 1994" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "de datum van inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER waarbij deze richtlijn in de EER-Overeenkomst wordt opgenomen", respectievelijk "1 januari 1995".".

29a. In punt 32 (Richtlijn 90/667/EEG van de Raad) wordt het volgende vóór de aanpassingen toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 L 0118: Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 49).".

29b. In punt 32 (Richtlijn 90/667/EEG van de Raad) wordt aanpassing c) vervangen door:

"c) artikel 13, lid 1, is niet van toepassing.".

30a. In punt 34 (Richtlijn 91/495/EEG van de Raad) wordt vóór de aanpassingen het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 L 0065: Richtlijn 92/65/EEG van de Raad van 13 juli 1992 (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 54),

- 392 L 0116: Richtlijn 92/116/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 1).".

30b. In punt 34 (Richtlijn 91/495/EEG van de Raad) worden de aanpassingen a) en d) vervangen door:

"a) in artikel 2, lid 3, luidt het begin van de eerste zin:

"gekweekt wild: niet als huisdier beschouwde landzoogdieren, met inbegrip van rendieren, of vogels";

b) in artikel 6, lid 2, zevende streepje, wordt aan het einde de volgende zin toegevoegd:

"Het gehele proces van het slachten en van het verwijderen van de ingewanden van rendieren mag worden uitgevoerd in mobiele slachteenheden overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 64/433/EEG."."

30c. In punt 34 (Richtlijn 91/495/EEG van de Raad) worden de vroegere aanpassingen a) en b) respectievelijk b) en c) en worden de vroegere aanpassingen c), d), e) en f) respectievelijk e), f) g) en h).

31. Na punt 34 (Richtlijn 91/495/EEG van de Raad) worden de volgende rubrieken en punten toegevoegd:

"Vrij wild en vlees van vrij wild 34a. 392 L 0045: Richtlijn 92/45/EEG van de Raad van 16 juni 1992 betreffende de gezondheidsvoorschriften en veterinairrechtelijke voorschriften voor het doden van vrij wild en het in de handel brengen van vlees van vrij wild (PB nr. L 268 van 14. 9. 1992, blz. 35), gewijzigd bij:

- 392 L 0116: Richtlijn 92/116/EEG van 17 december 1992 (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

a) artikel 2, lid 1, onder h), wordt vervangen door:

"handelsverkeer": het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen in het in artikel 1 bedoelde vlees, met inachtneming van het bepaalde in lid 1, onder a), tweede streepje, van de inleiding bij hoofdstuk I van bijlage I bij de EER-Overeenkomst.";

b) artikel 2, lid 2, wordt vervangen door:

"Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

- "veterinaire controles": materiële en/of administratieve formaliteiten met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde produkten die er rechtstreeks of onrechtstreeks op gericht zijn de gezondheid van mens of dier te beschermen;

- "inrichting": een onderneming die de in artikel 1 bedoelde produkten produceert, opslaat of verwerkt;

- "bevoegde autoriteit": de voor het verrichten van veterinaire of zooetechnische controles bevoegde centrale autoriteit van een overeenkomstsluitende partij of de autoriteit waaraan zij deze bevoegdheid heeft overgedragen;

- "officiële dierenarts": de door de bevoegde autoriteit aangewezen dierenarts.

Voorts is de definitie van vers vlees in artikel 2, onder b), van Richtlijn 64/433/EEG van de Raad van 26 juni 1964 betreffende de gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees, zo nodig van toepassing.";

c) in artikel 3, lid 1, onder a), luidt het begin van het derde streepje "onmiddellijk na het doden of het verzamelen";

d) voor de doeleinden van artikel 3, lid 3, is Richtlijn 77/96/EEG van de Raad van 21 december 1976 inzake het opsporen van trichinen (Trichinella spiralis) bij de invoer van vlees van varkens, huisdieren, uit derde landen (1), van toepassing;

(1) PB nr. L 26 van 31. 1. 1977, blz. 67.

e) in artikel 7, lid 1, vijfde alinea, luidt het einde van de laatste zin: "aan de andere overeenkomstsluitende partijen, de Toezichthoudende EVA-autoriteit en de EG-Commissie.";

f) in artikel 8,

- lid 2, eerste alinea, wordt "1 april 1993" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "1 januari 1995".

- lid 3, wordt "1 oktober 1992" ten aanzien van de EVA-Staten vervangen door "1 oktober 1994";

g) artikel 14, leden 1 en 2, zijn niet van toepassing;

h) artikel 23, lid 3, is niet van toepassing;

i) in bijlage I, hoofdstuk VII, punt 2, onder a), i), eerste streepje, wordt het volgende toegevoegd:

", AT, FI, NO, SE".

j) in bijlage I, hoofdstuk VII, punt 2, onder a), i), derde streepje, wordt aan de reeks afkortingen het volgende toegevoegd:

"EVA".

Produkten van andere dieren 34b. 392 L 0118: Richtlijn 92/118/EEG van de Raad van 17 december 1992 tot vaststelling van de veterinairrechtelijke en de gezondheidsvoorschriften voor het handelsverkeer en de invoer in de Gemeenschap van produkten waarvoor ten aanzien van deze voorschriften geen specifieke communautaire regelgeving geldt als bedoeld in bijlage A, hoofdstuk I, van Richtlijn 89/662/EEG, en, wat ziekteverwekkers betreft, van Richtlijn 90/425/EEG (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 49).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

a) artikel 1 wordt vervangen door:

"Bij deze richtlijn worden veterinairrechtelijke en gezondheidsvoorschriften vastgesteld voor het handelsverkeer en de invoer in de EER van produkten van dierlijke oorsprong (met inbegrip van handelsmonsters van dergelijke produkten) als bedoeld in bijlage I en het tweede en derde streepje van artikel 3.

Deze richtlijn doet geen afbreuk aan de vaststelling van meer gedetailleerde veterinairrechtelijke regels inzake de gezondheid van dieren in het kader van specifieke regels in andere in bijlage I, hoofdstuk I, bij de EER-Overeenkomst genoemde besluiten, noch aan de handhaving van handelsbeperkingen, om redenen van volksgezondheid, voor produkten waarop specifieke regels in andere besluiten van toepassing zijn, welke besluiten in bijlage I, hoofdstuk I, bij de EER-Overeenkomst zijn genoemd.".

De overeenkomstsluitende partijen moeten deze aanpassing in 1995 opnieuw bezien.

b) artikel 2, lid 1, onder a), wordt vervangen door:

""handelsverkeer": het handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen in de in artikel 1 bedoelde produkten van dierlijke oorsprong, met inachtneming van het bepaalde in lid 1, onder a), tweede streepje van de inleiding bij hoofdstuk I van bijlage I bij de EER-Overeenkomst.";

c) artikel 2, lid 2, wordt vervangen door:

"Voor de toepassing van deze richtlijn wordt verstaan onder:

- "veterinaire controles": materiële en/of administratieve formaliteiten met betrekking tot de in artikel 1 bedoelde produkten die er rechtstreeks of onrechtstreeks op gericht zijn de gezondheid van mens of dier te beschermen;

- "inrichting": een onderneming die de in artikel 1 bedoelde produkten produceert, opslaat of verwerkt;

- "bevoegde autoriteit": de voor het verrichten van veterinaire of zooetechnische controles bevoegde centrale autoriteit van een overeenkomstsluitende partij of de autoriteit waaraan zij deze bevoegdheid heeft overgedragen;

- "officiële dierenarts": de door de bevoegde autoriteit aangewezen dierenarts;

- "bedrijf": landbouwbedrijf of handelaarsstal in de zin van de nationale voorschriften op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij waarin dieren, met uitzondering van paardachtigen, worden gehouden of gefokt, alsmede het bedrijf omschreven in artikel 2, lid a), van Richtlijn 90/426/EEG van de Raad van 26 juni 1990 tot vaststelling van veterinairrechtelijke voorschriften voor het verkeer van paardachtigen en de invoer van paardachtigen uit derde landen (zie bijlage I, hoofdstuk I, punt 3, van de EER-Overeenkomst);

- "centrum of inrichting": onderneming waar de in artikel 1 bedoelde produkten worden geproduceerd, opgeslagen, behandeld of gehanteerd.";

d) artikel 7, leden 1, 2 en 3, zijn niet van toepassing;

e) voor de door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op grond van deze richtlijn te nemen besluiten is de in artikel 18 omschreven procedure van toepassing;

f) in artikel 20, lid 1, wordt "1 januari 1994" vervangen door "1 juli 1995";

g) artikel 20, lid 3, is niet van toepassing;

h) in bijlage I, hoofdstuk 6, punt I, letter C, wordt de laatste alinea vervangen door:

"Het handelsverkeer van vleesmeel en beendermeel blijft onderworpen aan de voorschriften van de overeenkomstsluitende partij van bestemming.";

i) bijlage I, hoofdstuk 9, is niet van toepassing;

j) bijlage I, hoofdstuk 11, is niet van toepassing;

k) bijlage I, hoofdstuk 12, is niet van toepassing;

l) voor de toepassing van bijlage I, hoofdstuk 14, geldt het volgende:

niet-verwerkte mest van pluimvee dat tegen de ziekte van Newcastle is ingeënt mag niet naar een regio worden vervoerd dat de niet-vaccinatie-status heeft verkregen overeenkomstig artikel 12, lid 2, van Richtlijn 90/539/EEG van de Raad;

m) bijlage II, hoofdstuk I, is niet van toepassing.

Zooenoses 34c. 392 L 0117: Richtlijn 92/117/EEG van de Raad van 17 december 1992 inzake maatregelen voor de bescherming tegen bepaalde zooenoses en bepaalde zooenoseverwekkers bij dieren en in produkten van dierlijke oorsprong teneinde door voedsel overgedragen infecties en vergiftigingen te voorkomen (PB nr. L 62 van 15. 3. 1993, blz. 38).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 10, lid 1, eerste alinea, wordt de datum "1 januari 1994" ten aanzien van Finland vervangen door "1 januari 1995";

b) in artikel 17, lid 1, wordt de datum "1 januari 1994" ten aanzien van Noorwegen vervangen door "1 juli 1995".".

III. UITVOERINGSBESLUITEN 32. Na punt 44 (Beschikking 89/91/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"44a. 393 D 0024: Beschikking 93/24/EEG van de Commissie van 11 december 1992 betreffende aanvullende garanties ten aanzien van de ziekte van Aujeszky voor varkens die bestemd zijn voor ziektevrije Lid-Staten of regio's (PB nr. L 16 van 25. 1. 1993, blz. 18), gewijzigd bij:

- 393 D 0341: Beschikking 93/341/EEG van de Commissie van 13 mei 1993 (PB nr. L 136 van 5. 6. 1993, blz. 47),

- 393 D 0664: Beschikking 93/664/EEG van de Commissie van 6 december 1993 (PB nr. L 303 van 10. 12. 1993, blz. 27).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze beschikking als volgt aangepast:

in bijlage II, punt 2, onder d), worden de volgende instituten toegevoegd:

"13. Oostenrijk: Bundesanstalt fuer Virusseuchenbekaempfung bei Haustieren, Wien 14. Finland: Elaeinlaeaekintae-ja elintarvikelaitos, Helsinki/ Anstalten foer veterinaermedicin och livsmedel, Helsingfors 15. Noorwegen: Veterinaerinstituttet, Oslo 16. Zweden: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala".

44b. 393 D 0042: Beschikking 93/42/EEG van de Commissie van 21 december 1992 betreffende aanvullende garanties voor voor Denemarken bestemde runderen ten aanzien van IBR (PB nr. L 16 van 25. 1. 1993, blz. 50).

44c. 393 D 0200: Beschikking 93/200/EEG van de Commissie van 10 maart 1993 houdende goedkeuring van het programma voor de uitroeiing van de ziekte van Aujeszky in Luxemburg (PB nr. L 87 van 7. 4. 1993, blz. 14).

44d. 393 D 0244: Beschikking 93/244/EEG van de Commissie van 2 april 1993 betreffende aanvullende garanties ten aanzien van de ziekte van Aujeszky voor varkens die voor bepaalde delen van het grondgebied van de Gemeenschap zijn bestemd (PB nr. L 111 van 5. 5. 1993, blz. 21).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze beschikking als volgt aangepast:

in bijlage II, punt 2, onder d), worden de volgende instituten toegevoegd:

"13. Oostenrijk: Bundesanstalt fuer Virusseuchenbekaempfung bei Haustieren, Wien 14. Finland: Elaeinlaeaekintae-ja elintarvikelaitos, Helsinki/ Anstalten foer veterinaermedicin och livsmedel, Helsingfors 15. Noorwegen: Veterinaerinstituttet, Oslo 16. Zweden: Statens veterinaermedicinska anstalt, Uppsala".

44e. 393 D 0052: Beschikking 93/52/EEG van de Commissie van 21 december 1992 houdende constatering dat bepaalde Lid-Staten of gebieden aan de voorwaarden voldoen om te worden erkend als officieel brucellosevrij (Br. melitensis) (PB nr. L 13 van 21. 1. 1993, blz. 14).

44f. 393 D 0077: Beschikking 93/77/EEG van de Commissie van 22 december 1992 tot vaststelling van overgangsmaatregelen die nodig zijn om de overgang naar de bij Richtlijn 91/68/EEG van de Raad ingestelde nieuwe regeling te vergemakkelijken (PB nr. L 30 van 6. 2. 1993, blz. 63).".

33. De tekst van punt 45 (Beschikking 90/552/EEG van de Commissie) wordt geschrapt.

34. De tekst van punt 46 (Beschikking 90/553/EEG van de Commissie) wordt geschrapt.

35. De tekst van punt 47 (Beschikking 91/93/EEG van de Commissie) wordt geschrapt.

36. Na punt 47 (Beschikking 91/93/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"47a. 391 D 0552: Beschikking 91/552/EEG van de Commissie van 27 september 1991 tot vaststelling van de status van Denemarken ten aanzien van Newcastle disease (pseudo-vogelpest) (PB nr. L 298 van 29. 10. 1991, blz. 21).

47b. 392 D 0339: Beschikking 92/339/EEG van de Commissie van 2 juni 1992 tot vaststelling van de status van Ierland ten aanzien van Newcastle disease (pseudovogelpest) (PB nr. L 188 van 8. 7. 1992, blz. 33).

47c. 392 D 0340: Beschikking 92/340/EEG van de Commissie van 2 juni 1992 met betrekking tot het onderzoek van pluimvee op Newcastle disease vóór verzending, krachtens artikel 12 van Richtlijn 90/539/EEG van de Raad (PB nr. L 188 van 8. 7. 1992, blz. 34).

47d. 392 D 0381: Beschikking 92/381/EEG van de Commissie van 3 juli 1992 tot vaststelling van de status van een gebied binnen het Verenigd Koninkrijk ten aanzien van Newcastle disease (pseudo-vogelpest) (PB nr. L 198 van 17. 7. 1992, blz. 56).

47e. 392 D 0532: Beschikking 92/532/EEG van de Commissie van 19 november 1992 tot vaststelling van de bemonsteringsschema's en de diagnostische methoden voor de opsporing en bevestiging van bepaalde visziekten (PB nr. L 337 van 21. 11. 1992, blz. 18).

47f. 392 D 0538: Beschikking 92/538/EEG van de Commissie van 9 december 1992 betreffende de status van Groot-Brittannië en Noord-Ierland ten aanzien van infectieuze hematopoïetische necrose en virale hemorragische septikemie (PB nr. L 347 van 28. 11. 1992, blz. 67).

47g. 393 D 0022: Beschikking 93/22/EEG van de Commissie van 11 december 1992 tot vaststelling van de modellen van de in artikel 14 van Richtlijn 91/67/EEG bedoelde vervoerdocumenten (PB nr. L 16 van 25. 1. 1993, blz. 8).

47h. 393 D 0039: Beschikking 93/39/EEG van de Commissie van 18 december 1992 betreffende de status van Guernsey ten aanzien van infectieuze hematopoïetische necrose en virale hemorragische septikemie (PB nr. L 16 van 25. 1. 1993, blz. 46).

47i. 393 D 0040: Beschikking 93/40/EEG van de Commissie van 18 december 1992 betreffende de status van het eiland Man ten aanzien van infectieuze hematopoïetische necrose en virale hemorragische septikemie (PB nr. L 16 van 25. 1. 1993, blz. 47).

47j. 393 D 0044: Beschikking 93/44/EEG van de Commissie van 21 december 1992 houdende goedkeuring van de door het Verenigd Koninkrijk ingediende programma's met betrekking tot voorjaarsviremie van de karper en houdende vaststelling van bijkomende garanties voor sommige vissoorten, bestemd voor het Verenigd Koninkrijk, het eiland Man en Guernsey (PB nr. L 16 van 25. 1. 1993, blz. 53).

47k. 393 D 0055: Beschikking 93/55/EEG van de Commissie van 21 december 1992 tot wijziging van de garanties voor het binnenbrengen van weekdieren in gebieden waarvoor een programma aangaande Bonamia ostreae en Marteilia refringens werd goedgekeurd (PB nr. L 14 van 22. 1. 1993, blz. 24), gewijzigd bij:

- 393 D 0169: Beschikking 93/169/EEG van de Commissie van 19 februari 1993 (PB nr. L 71 van 24. 3. 1993, blz. 16).

47l. 393 D 0073: Beschikking 93/73/EEG van de Commissie van 21 december 1992 betreffende de status van Ierland ten aanzien van infectieuze hematopoïetische necrose en virale hemorragische septikemie (PB nr. L 27 van 4. 2. 1993, blz. 34).

47m. 393 D 0074: Beschikking 93/74/EEG van de Commissie van 21 december 1992 betreffende de status van Denemarken ten aanzien van infectieuze hematopoïetische necrose en virale hemorragische septikemie (PB nr. L 27 van 4. 2. 1993, blz. 35).".

37. Na punt 49 (Beschikking 89/531/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"49a. 391 D 0665: Beschikking 91/665/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot aanwijzing van een communautair cooerdinatie-instituut voor mond- en klauwzeervaccins en tot vaststelling van de bevoegdheden en taken van dat instituut (PB nr. L 368 van 31. 12. 1991, blz. 19).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt aangepast:

a) in artikel 2, lid 2, onder a), wordt het begin van de alinea gelezen "op gezette tijden of op verzoek van het instituut, de Commissie of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA";

b) in artikel 2, lid 2, onder c), wordt het eind van de alinea gelezen "en de resultaten van die proeven onverwijld aan de Commissie, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en de Lid-Staten mede te delen";

c) in artikel 2, lid 2, onder d), wordt het eind van de alinea gelezen "en die informatie op gezette tijden aan de Commissie, de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en de Lid-Staten mede te delen";

d) in artikel 2, lid 5, onder a) en b), wordt het begin van de alinea gelezen "het in samenwerking met bevoegde deskundigen van de Gemeenschap en van de EVA";

e) in artikel 2, lid 8, wordt het begin van dit lid gelezen "op verzoek van de Commissie en van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA".

49b. 391 D 0666: Beschikking 91/666/EEG van de Raad van 11 december 1991 betreffende de vorming van communautaire reserves en mond- en klauwzeervaccins (PB nr. L 368 van 31. 12. 1991, blz. 21).".

38. Na punt 50 (Beschikking 91/42/EEG van de Commissie) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"50a. 393 D 0455: Beschikking 93/455/EEG van de Commissie van 23 juli 1993 houdende goedkeuring van bepaalde rampenplannen voor de bestrijding van mond- en klauwzeer (PB nr. L 213 van 24. 8. 1993, blz. 20).".

39. Na punt 52 (Beschikking 87/65/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"52a. 393 D 0699: Beschikking 93/699/EEG van de Commissie van 21 december 1993 inzake het merken en het gebruik van varkensvlees overeenkomstig artikel 9 van Richtlijn 80/217/EEG van de Raad (PB nr. L 321 van 23. 12. 1993, blz. 33).".

40. Punt 53 (Beschikking 83/138/EEG van de Commissie) wordt vervangen door:

"53. 392 D 0451: Beschikking 92/451/EEG van de Commissie van 30 juli 1992 betreffende bepaalde beschermende maatregelen tegen Afrikaanse varkenspest in Sardinië (Italië) (PB nr. L 248 van 28. 8. 1992, blz. 78).".

41. In punt 54 (Beschikking 89/21/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 393 D 0443: Beschikking 93/443/EEG van de Commissie van 6 juli 1993 (PB nr. L 205 van 17. 8. 1993, blz. 28).".

42. Na punt 54 (Beschikking 89/21/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"54a. 393 D 0575: Beschikking 93/575/EG van de Commissie van 8 november 1993 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met de Afrikaanse varkenspest in Spanje (PB nr. L 276 van 9. 11. 1993, blz. 24), gewijzigd bij:

- 393 D 0600: Beschikking 93/600/EG van de Commissie van 19 november 1993 (PB nr. L 285 van 20. 11. 1993, blz. 36).

54b. 393 D 0602: Beschikking 93/602/EG van de Commissie van 19 november 1993 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met Afrikaanse varkenspest in Portugal (PB nr. L 285 van 20. 11. 1993, blz. 38).".

43. Na punt 58 (Beschikking 89/469/EEG van de Commissie) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"58a. 392 D 0290: Beschikking 92/290/EEG van de Commissie van 14 mei 1992 inzake bepaalde beschermende maatregelen ten aanzien van runderembryo's in verband met boviene spongiforme encefalopathie (BSE) in het Verenigd Koninkrijk (PB nr. L 152 van 4. 6. 1992, blz. 37).".

44. Punt 60 (Beschikking 91/237/EEG van de Commissie) wordt vervangen door:

"60. 392 D 0188: Beschikking 92/188/EEG van de Commissie van 10 maart 1992 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met "abortus blauw" (PB nr. L 87 van 2. 4. 1992, blz. 22), gewijzigd bij:

- 392 D 0490: Beschikking 92/490/EEG van de Commissie van 6 oktober 1992 (PB nr. L 294 van 10. 10. 1992, blz. 21).".

45. Na punt 60 (Beschikking 92/188/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"60a. 393 D 0178: Beschikking 93/178/EEG van de Commissie van 26 maart 1993 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met vesiculaire varkensziekte (PB nr. L 74 van 27. 3. 1993, blz. 91).

60b. 393 D 0566: Beschikking 93/566/EG van de Commissie van 4 november 1993 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met klassieke varkenspest in Duitsland en houdende vervanging van Beschikking 93/539/EEG (PB nr. L 273 van 5. 11. 1993, blz. 60), gewijzigd bij:

- 393 D 0621: Beschikking 93/621/EG van de Commissie van 30 november 1993 (PB nr. L 297 van 2. 12. 1993, blz. 36),

- 393 D 0671: Beschikking 93/671/EG van de Commissie van 10 december 1993 (PB nr. L 306 van 11. 12. 1993, blz. 59),

- 393 D 0720: Beschikking 93/720/EG van de Commissie van 30 december 1993 (PB nr. L 333 van 31. 12. 1993, blz. 74).

60c. 393 D 0687: Beschikking 93/687/EG van de Commissie van 17 december 1993 tot vaststelling van beschermende maatregelen in verband met mond- en klauwzeer in Italië en tot intrekking van Beschikking 93/180/EEG (PB nr. L 319 van 21. 12. 1993, blz. 49).".

46. Na punt 63 (Beschikking 90/515/EEG van de Commissie) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"63a. 394 D 0014: Beschikking 94/14/EG van de Commissie van 21 december 1993 tot vaststelling van de lijst van inrichtingen in de Gemeenschap waarvoor tijdelijke en beperkte afwijkingen van de specifieke communautaire gezondheidsvoorschriften voor de produktie en het in de handel brengen van vers vlees worden toegestaan (PB nr. L 14 van 17. 1. 1994, blz. 1).".

47. Punt 66 (Beschikking 89/610/EEG van de Commissie) wordt vervangen door:

"66. 393 D 0257: Beschikking 93/257/EEG van de Commissie van 15 april 1993 tot vaststelling van de referentiemethoden en de lijst van nationale referentielaboratoria voor residuenopsporing (PB nr. L 118 van 14. 5. 1993, blz. 75).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze beschikking als volgt aangepast:

in de bijlage wordt het volgende toegevoegd aan de lijst van nationale referentielaboratoria:

"Oostenrijk Bundesanstalt fuer Tierseuchenbekaempfung, Moedling alle groepen Finland Elaeinlaeaekintae-ja elintarvikelaitos, Helsinki/Anstalten foer veterinaermedicin och livsmedel, Helsingfors alle groepen Noorwegen Norges Veterinaerhoegskole, Oslo groep A III a), b);

groep B I a); groep B II a) Veterinaerinstituttet, Oslo groep A I b);

groep B II a), b) Hormonlaboratoriet, Aker Sykehus, Oslo groep A I a), c);

groep A II;

groep B I b), c) Zweden Statens livsmedelsverk, Uppsala alle groepen" ".

48. De tekst van punt 67 (Richtlijn 80/879/EEG van de Commissie) wordt geschrapt.

49. Na punt 68 (Beschikking 83/201/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"68a. 393 D 0025: Beschikking 93/25/EEG van de Commissie van 11 december 1992 houdende goedkeuring van behandelingen om de ontwikkeling van pathogene micro-organismen bij tweekleppige weekdieren en zeeslakken te verhinderen (PB nr. L 16 van 25. 1. 1993, blz. 22).

68b. 393 D 0051: Beschikking 93/51/EEG van de Commissie van 15 december 1992 betreffende microbiologische normen voor de produktie van gekookte schaal- en weekdieren (PB nr. L 13 van 21. 1. 1993, blz. 11).

68c. 393 D 0351: Beschikking 93/351/EEG van de Commissie van 19 mei 1993 tot vaststelling van de analysemethoden, de bemonsteringsschema's en de aan te houden waarden voor kwik in visserijprodukten (PB nr. L 144 van 16. 6. 1993, blz. 23).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze beschikking als volgt aangepast:

a) in de bijlage worden de volgende vissoorten toegevoegd:

"Orange roughy (Hoplostetus atlanticus) Leng (Molva molva) Lom (Brosmius brosme)";

b) voor het in de handel brengen van de hiernagenoemde vissoorten in Finland en Zweden wordt het gemiddelde toegelaten kwikgehalte, als in artikel 1 bepaald, met 1 ppm vers produkt verhoogd:

voor Finland: Kwabaal (Lota lota) Rivierbaars (Perca fluviatilis) Snoekbaars (Stizostedion lucioperca) Zweden: Rivierbaars (Perca fluviatilis) Snoekbaars (Stizostedion lucioperca).

De overeenkomstsluitende partijen zullen uiterlijk in 1995, na onderzoek van de verstrekte wetenschappelijke gegevens, aanpassing b) opnieuw bespreken met het oog op de toevoeging van de daarin genoemde soorten aan aanpassing a).

68d. 392 D 0092: Beschikking 92/92/EEG van de Commissie van 9 januari 1992 houdende vaststelling van de eisen inzake uitrusting en structuur van de verzendingscentra en de zuiveringscentra voor levende tweekleppige weekdieren, waarvoor afwijkingen kunnen worden toegestaan (PB nr. L 34 van 11. 2. 1992, blz. 34).".

50. Punt 69 (Beschikking 87/410/EEG van de Commissie) wordt vervangen door:

"69. 393 D 0256: Beschikking 93/256/EEG van de Commissie van 14 april 1993 tot vaststelling van de methoden voor het opsporen van residuen van stoffen met hormonale werking en van stoffen met thyreostatische werking (PB nr. L 118 van 14. 5. 1993, blz. 64).".

51. Na punt 72 (Beschikking 89/187/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"72a. 391 D 0664: Beschikking 91/664/EEG van de Raad van 11 december 1991 tot aanwijzing van de communautaire referentielaboratoria voor de opsporing van residuen van bepaalde stoffen (PB nr. L 368 van 31. 12. 1991, blz. 17).".

52. Na punt 73 (Richtlijn 88/299/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"73a. 391 D 0654: Beschikking 91/654/EEG van de Commissie van 12 december 1991 inzake beschermende maatregelen in verband met weekdieren en schaaldieren uit het Verenigd Koninkrijk (PB nr. L 350 van 19. 12. 1991, blz. 59).

73b. 393 D 0383: Beschikking 93/383/EEG van de Raad van 14 juni 1993 met betrekking tot de referentielaboratoria voor de controle op mariene biotoxines (PB nr. L 166 van 8. 7. 1993, blz. 31).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze beschikking als volgt aangepast:

in de bijlage wordt het volgende toegevoegd aan de lijst van nationale referentielaboratoria:

"Finland: Elaeinlaeaekintae- ja elintarvikelaitos, Helsinki/ Anstalten foer veterinaermedicin och livsmedel,

Helsingsfors; en Tullilaboratorio/Tullalaboratoriet, Espoo Noorwegen: Norges Veterinaerhoegskole, Oslo Zweden: Institutionen foer klinisk bakteriologi,

Goeteborgs Universitet, Goeteborg"".

53. Na punt 76 (Beschikking 91/180/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"76a. 392 D 0608: Beschikking 92/608/EEG van de Raad van 14 november 1992 tot vaststelling van bepaalde analyse- en testmethoden voor warmtebehandelde melk voor rechtstreekse menselijke consumptie (PB nr. L 407 van 31. 12. 1992, blz. 29).

76b. 392 D 0562: Beschikking 92/562/EEG van de Commissie van 17 november 1992 tot goedkeuring van alternative warmtebehandelingssystemen voor de verwerking van hoogrisicomateriaal (PB nr. L 359 van 9. 12. 1992, blz. 23).".

54. Na punt 96 (Beschikking 90/258/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"96a. 392 D 0353: Beschikking 92/353/EEG van de Commissie van 11 juni 1992 tot vaststelling van de criteria voor de erkenning van organisaties en verenigingen die stamboeken voor geregistreerde paardachtigen bijhouden of aanleggen (PB nr. L 192 van 11. 7. 1992, blz. 63).

96b. 392 D 0354: Beschikking 92/354/EEG van de Commissie van 11 juni 1992 tot vaststelling van bepaalde voorschriften voor de cooerdinatie tussen organisaties en verenigingen die stamboeken van geregistreerde paardachtigen bijhouden of aanleggen (PB nr. L 192 van 11. 7. 1992, blz. 66).

96c. 393 D 0623: Beschikking 93/623/EEG van de Commissie van 20 oktober 1993 tot vaststelling van het identificatiedocument (paspoort) dat geregistreerde paardachtigen moet vergezellen (PB nr. L 298 van 3. 12. 1993, blz. 45).

96d. 392 D 0216: Beschikking 92/216/EEG van de Commissie van 26 maart 1992 met betrekking tot het verzamelen van de gegevens over wedstrijden voor paardachtigen als bedoeld in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 90/428/EEG van de Raad (PB nr. L 104 van 22. 4. 1992, blz. 77).".

IV. BESLUITEN WAARMEE DE EVA-LANDEN EN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA REKENING DIENEN TE HOUDEN 55. In punt 98 (Beschikking 80/775/EEG van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 D 0103: Beschikking 92/103/EEG van de Commissie van 31 januari 1992 (PB nr. L 39 van 15. 2. 1992, blz. 48).".

56. Na punt 100 (Beschikking 88/267/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"100a. 392 D 0139: Beschikking 92/139/EEG van de Commissie van 12 februari 1992 houdende goedkeuring van het door Denemarken ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 58 van 3. 3. 1992, blz. 27).

100b. 392 D 0140: Beschikking 92/140/EEG van de Commissie van 12 februari 1992 houdende goedkeuring van het door Ierland ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 58 van 3. 3. 1992, blz. 28).

100c. 392 D 0141: Beschikking 92/141/EEG van de Commissie van 17 februari 1992 houdende goedkeuring van het door Frankrijk ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 58 van 3. 3. 1992, blz. 29).

100d. 392 D 0281: Beschikking 92/281/EEG van de Commissie van 8 mei 1992 houdende goedkeuring van het door het Verenigd Koninkrijk ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 150 van 2. 6. 1992, blz. 23).

100e. 392 D 0282: Beschikking 92/282/EEG van de Commissie van 8 mei 1992 houdende goedkeuring van het door Portugal ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 150 van 2. 6. 1992, blz. 24).

100f. 392 D 0283: Beschikking 92/283/EEG van de Commissie van 8 mei 1992 houdende goedkeuring van het door Nederland ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 150 van 2. 6. 1992, blz. 25).

100g. 392 D 0342: Beschikking 92/342/EEG van de Commissie van 5 juni 1992 houdende goedkeuring van het door Duitsland ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 188 van 8. 7. 1992, blz. 39).

100h. 392 D 0344: Beschikking 92/344/EEG van de Commissie van 9 juni 1992 houdende goedkeuring van het door Griekenland ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 188 van 8. 7. 1992, blz. 41).

100i. 392 D 0345: Beschikking 92/345/EEG van de Commissie van 9 juni 1992 houdende goedkeuring van het door Spanje ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 188 van 8. 7. 1992, blz. 42).

100j. 392 D 0379: Beschikking 92/379/EEG van de Commissie van 2 juli 1992 houdende goedkeuring van het door België ingediende plan voor de erkenning van inrichtingen voor het intracommunautaire handelsverkeer in pluimvee en broedeieren (PB nr. L 198 van 17. 7. 1992, blz. 53).

100k. 392 D 0528: Beschikking 92/528/EEG van de Commissie van 9 november 1992 tot goedkeuring van de door het Verenigd Koninkrijk ingediende programma's met betrekking tot bonamiose en marteiliose (PB nr. L 332 van 18. 11. 1992, blz. 25).

100l. 393 D 0056: Beschikking 93/56/EEG van de Commissie van 21 december 1992 tot goedkeuring van het door Ierland ingediende programma met betrekking tot bonamiose en marteiliose (PB nr. L 14 van 22. 1. 1993, blz. 25).

100m. 393 D 0057: Beschikking 93/57/EEG van de Commissie van 21 december 1992 tot goedkeuring van het door het Verenigd Koninkrijk voor Jersey ingediende programma met betrekking tot bonamiose en marteiliose (PB nr. L 14 van 22. 1. 1993, blz. 26).

100n. 393 D 0058: Beschikking 93/58/EEG van de Commissie van 21 december 1992 tot goedkeuring van het door het Verenigd Koninkrijk voor Guernsey ingediende programma met betrekking tot bonamiose en marteiliose (PB nr. L 14 van 22. 1. 1993, blz. 27).

100o. 393 D 0059: Beschikking 93/59/EEG van de Commissie van 21 december 1992 tot goedkeuring van het door het Verenigd Koninkrijk voor het eiland Man ingediende programma met betrekking tot bonamiose en marteiliose (PB nr. L 14 van 22. 1. 1993, blz. 28).

100p. 393 D 0617: Beschikking 93/617/EEG van de Commissie van 30 november 1993 tot goedkeuring van het door Duitsland ingediende programma voor de uitroeiing van klassieke varkenspest bij wilde varkens in Mecklenburg-Vorpommern, Nedersaksen en Rijnland-Pfalz (PB nr. L 296 van 1. 12. 1993, blz. 60).

100q. 393 D 0075: Beschikking 93/75/EEG van de Commissie van 23 december 1992 tot goedkeuring van het door Spanje ingediende programma inzake infectieuze hematopoëtische necrose en virale hemorragische septikemie (PB nr. L 27 van 4. 2. 1993, blz. 37).

100r. 393 D 0076: Beschikking 93/76/EEG van de Commissie van 23 december 1992 tot goedkeuring van het door België ingediende programma inzake infectieuze hematopoëtische necrose en virale hemorragische septikemie (PB nr. L 27 van 4. 2. 1993, blz. 38).".

57. Na punt 124 (Beschikking 89/276/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe rubriek en het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"3.3. Gemengd 124a. 392 D 0558: Beschikking 92/558/EEG van de Commissie van 23 november 1992 tot vaststelling van overgangsmaatregelen voor bedrijven voor de verwerking van hoogrisicomateriaal in de laender Mecklenburg-Vorpommern, Sachsen-Anhalt, Sachsen en Thueringen in de Bondsrepubliek Duitsland (PB nr. L 358 van 8. 12. 1992, blz. 24).".

B. Hoofdstuk II. DIERVOEDERS VERMELDE BESLUITEN 1. In punt 1 (Richtlijn 70/524/EEG van de Raad) worden vóór de aanpassingen de volgende streepjes toegevoegd:

"- 391 L 0508: Richtlijn 91/508/EEG van de Commissie van 9 september 1991 (PB nr. L 271 van 27. 9. 1991, blz. 67),

- 391 L 0620: Richtlijn 91/620/EEG van de Commissie van 22 november 1991 (PB nr. L 334 van 5. 12. 1991, blz. 62),

- 392 L 0064: Richtlijn 92/64/EEG van de Commissie van 13 juli 1992 (PB nr. L 221 van 6. 8. 1992, blz. 51),

- 392 L 0099: Richtlijn 92/99/EEG van de Commissie van 17 november 1992 (PB nr. L 350 van 1. 12. 1992, blz. 83),

- 392 L 0113: Richtlijn 92/113/EEG van de Commissie van 16 december 1992 (PB nr. L 16 van 25. 1. 1993, blz. 2),

- 393 L 0027: Richtlijn 93/27/EEG van de Commissie van 4 juni 1993 (PB nr. L 179 van 22. 7. 1993, blz. 5),

- 393 L 0055: Richtlijn 93/55/EEG van de Commissie van 25 juni 1993 (PB nr. L 206 van 18. 8. 1993, blz. 11).".

2. In punt 4 (Richtlijn 79/373/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd:

"- 391 L 0681: Richtlijn 91/681/EEG van de Commissie van 19 december 1991 (PB nr. L 376 van 31. 12. 1991, blz. 20),

- 393 L 0074: Richtlijn 93/74/EEG van de Commissie van 13 september 1993 (PB nr. L 237 van 22. 9. 1993, blz. 23).".

3. Na punt 4 (Richtlijn 79/373/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"4a. 391 L 0516: Richtlijn 91/516/EEG van de Commissie van 9 september 1991 tot vaststelling van een lijst van voor gebruik in mengvoeders verboden ingrediënten (PB nr. L 281 van 9. 10. 1991, blz. 23), gewijzigd bij:

- 392 D 508: Beschikking 92/508/EEG van de Commissie van 20 oktober 1992 (PB nr. L 312 van 29. 10. 1992, blz. 36).

Niettegenstaande het bepaalde in de beschikking mag Zweden haar nationale wetgeving inzake vleesmeel en andere uit hoog-risicomateriaal vervaardigde produkten in de zin van artikel 3 van Richtlijn 90/667/EEG handhaven. De overeenkomstsluitende partijen moeten de kwestie in 1995 opnieuw bezien.

4b. 392 L 0087: Richtlijn 92/87/EEG van de Commissie van 26 oktober 1992 tot vaststelling van een niet-exclusieve lijst van de belangrijkste ingrediënten die voor de bereiding van mengvoeders voor andere dieren dan huisdieren gewoonlijk worden gebruikt en in de handel gebracht (PB nr. L 319 van 4. 11. 1992, blz. 19).

Niettegenstaande het bepaalde in de richtlijn mag Zweden haar nationale wetgeving inzake vleesmeel en andere produkten die zijn bereid uit hoog-risicomateriaal in de zin van artikel 3 van Richtlijn 90/667/EEG blijven toepassen. De overeenkomstsluitende partijen moeten de kwestie in 1995 opnieuw bezien.

4c. 393 L 0074: Richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende diervoeding met bijzonder voedingsdoel (PB nr. L 237 van 22. 9. 1993 blz. 23).".

4. In punt 9 (Richtlijn 82/471/EEG van de Raad) worden vóór de aanpassingen de volgende streepjes toegevoegd:

"- 393 L 0026: Richtlijn 93/26/EEG van de Commissie van 4 juni 1993 (PB nr. L 179 van 22. 7. 1993, blz. 2),

- 393 L 0056: Richtlijn 93/56/EEG van de Commissie van 29 juni 1993 (PB nr. L 206 van 18. 8. 1993, blz. 13),

- 393 L 0074: Richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 (PB nr. L 237 van 22. 9. 1993, blz. 23).".

5. In punt 15 (Derde Richtlijn 72/199/EEG van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 393 L 0028: Richtlijn 93/28/EEG van de Commissie van 4 juni 1993 (PB nr. L 179 van 22. 7. 1993, blz. 8).".

6. In punt 16 (Vierde Richtlijn 73/46/EEG van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0089: Richtlijn 92/89/EEG van de Commissie van 3 november 1992 (PB nr. L 344 van 26. 11. 1992, blz. 35).".

7. In punt 20 (Zevende Richtlijn 76/372/EEG van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0095: Richtlijn 92/95/EEG van de Commissie van 9 november 1992 (PB nr. L 327 van 13. 11. 1992, blz. 54).".

8. Na punt 23 (Tiende Richtlijn 84/524/EEG van de Commissie) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"23a. 393 L 0070: Elfde Richtlijn 93/70/EEG van de Commissie van 28 juli 1993 tot vaststelling van gemeenschappelijke analysemethoden voor de officiële controle van diervoeders (PB nr. L 234 van 17. 9. 1993, blz. 17).".

9a. In punt 24 (Richtlijn 74/63/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd:

"- 392 L 0063: Richtlijn 92/63/EEG van de Commissie van 10 juli 1992 (PB nr. L 221 van 6. 8. 1992, blz. 49),

- 392 L 0088: Richtlijn 92/88/EEG van de Raad van 26 oktober 1992 (PB nr. L 321 van 6. 11. 1992, blz. 24),

- 393 L 0074: Richtlijn 93/74/EEG van de Raad van 13 september 1993 (PB nr. L 237 van 22. 9. 1993, blz. 23)";

9b. In punt 24 (Richtlijn 74/63/EEG van de Raad) wordt de volgende aanpassing toegevoegd:

"Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van deze richtlijn als volgt aangepast:

Artikel 11 is niet van toepassing.".

C. Hoofdstuk III. FYTOSANITAIRE AANGELEGENHEDEN I. BASISTEKSTEN 1. In punt 2 (Richtlijn 66/401/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0019: Richtlijn 92/19/EEG van de Commissie van 23 maart 1992 (PB nr. L 104 van 22. 4. 1992, blz. 61).".

2. In punt 3 (Richtlijn 66/402/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 393 L 0002: Richtlijn 93/2/EEG van de Commissie van 28 januari 1993 (PB nr. L 54 van 5. 3. 1993, blz. 20).".

3. In punt 4 (Richtlijn 69/208/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0009: Richtlijn 92/9/EEG van de Commissie van 19 februari 1992 (PB nr. L 70 van 17. 3. 1992, blz. 25).".

II. UIVOERINGSBEPALINGEN 4. In punt 16 (Beschikking 89/374/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0520: Beschikking 92/520/EEG van de Commissie van 3 november 1992 (PB nr. L 325 van 11. 11. 1992, blz. 25).".

5. Na punt 18 (Beschikking 90/639/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"18a. 392 D 0195: Beschikking 92/195/EEG van de Commissie van 17 maart 1992 inzake een tijdelijk experiment op grond van Richtlijn 66/401/EEG van de Raad betreffende het in de handel brengen van zaaizaad van groenvoedergewassen, ten aanzien van de verhoging van het maximumgewicht per partij (PB nr. L 88 van 3. 4. 1992, blz. 59).

18b. 393 D 0213: Beschikking 93/213/EEG van de Commissie van 18 maart 1993 betreffende het opzetten van een tijdelijk experiment inzake het maximumgehalte aan inert materiaal in sojazaad (PB nr. L 91 van 15. 4. 1993, blz. 27).".

III. BESLUITEN WAARMEE DE EVA-STATEN EN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA REKENING DIENEN TE HOUDEN 6. In punt 42 (Beschikking 77/147/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0227: Beschikking 92/227/EEG van de Commissie van 3 april 1992 (PB nr. L 108 van 25. 4. 1992, blz. 55).".

7. In punt 54 (Beschikking 79/92/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0227: Beschikking 92/227/EEG van de Commissie van 3 april 1992 (PB nr. L 108 van 25. 4. 1992, blz. 55).".

8. In punt 62 (Beschikking 80/1359/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0227: Beschikking 92/227/EEG van de Commissie van 3 april 1992 (PB nr. L 108 van 25. 4. 1992, blz. 55).".

9. In punt 70 (Beschikking 82/949/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0227: Beschikking 92/227/EEG van de Commissie van 3 april 1992 (PB nr. L 108 van 25. 4. 1992, blz. 55).".

10. In punt 73 (Beschikking 84/23/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0227: Beschikking 92/227/EEG van de Commissie van 3 april 1992 (PB nr. L 108 van 25. 4. 1992, blz. 55).".

11. In punt 76 (Beschikking 85/624/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0227: Beschikking 92/227/EEG van de Commissie van 3 april 1992 (PB nr. L 108 van 25. 4. 1992, blz. 55).".

12. In punt 84 (Beschikking 89/422/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0227: Beschikking 92/227/EEG van de Commissie van 3 april 1992 (PB nr. L 108 van 25. 4. 1992, blz. 55).".

13. In punt 87 (Beschikking 91/37/EEG van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 D 0227: Beschikking 92/227/EEG van de Commissie van 3 april 1992 (PB nr. L 108 van 25. 4. 1992, blz. 55).".

14. Na punt 87 (Beschikking 91/37/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"88. 392 D 0168: Beschikking 92/168/EEG van de Commissie van 4 maart 1992 tot machtiging van Griekenland om handel in zaaizaad van bepaalde rassen van een landbouwgewas te beperken (PB nr. L 74 van 20. 3. 1992, blz. 46).

89. 393 D 0208: Beschikking 93/208/EEG van de Commissie van 17 maart 1993 tot vrijstelling van het Koninkrijk Denemarken van de verplichting om overeenkomstig Richtlijn 66/402/EEG van de Raad op het officiële etiket de botanische naam voor zaaigranen te vermelden (PB nr. L 88 van 8. 4. 1993, blz. 49).".

BIJLAGE 3 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

BIJLAGE II (TECHNISCHE VOORSCHRIFTEN, NORMEN, KEURING EN CERTIFICATIE) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

A. Hoofdstuk I. MOTORVOERTUIGEN 1. In de aanpassing op hoofdstuk I wordt het volgende als een nieuwe tweede alinea toegevoegd:

"Voor de toepassing van deze Overeenkomst en met het oog op het vrije verkeer dat, in overeenstemming met het "acquis communautaire", vanaf 1 januari 1995 een feit zal zijn, wordt het bepaalde in artikel 3 van de Richtlijnen 91/441/EEG, 91/542/EEG, 92/97/EEG en 93/59/EEG door de EVA-Staten op de volgende wijze toegepast:

Bij het vaststellen van bepalingen inzake belastingprikkels, zien de EVA-Staten erop toe dat deze prikkels de concurrentie in de EER niet vervalsen. Deze prikkels mogen met name niet in strijd zijn met de volgende beginselen:

- zij mogen het vrije verkeer niet hinderen;

- zij zijn van toepassing op alle voertuigen die op de markt van een EVA-Staat ten verkoop worden aangeboden;

- zij zijn niet van toepassing op voertuigen die aan verplichte normen voldoen;

- zij vormen, door het daarmee gemoeide bedrag of het toepassingsgebied, geen handelverstorende subsidie.

De Toezichthoudende Autoriteit van de EVA wordt tijdig in kennis gesteld van voornemens om belastingprikkels in te voeren of te wijzigen.

De Commissie van de EG en de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA stellen elkaar in kennis van de informatie die zij van de EG-Lid-Staten of van de EVA-Staten hebben ontvangen.".

2a. In punt 1 (Richtlijn 70/156/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 392 L 0053: Richtlijn 92/53/EEG van de Raad van 18 juni 1992 (PB nr. L 225 van 10. 8. 1992, blz. 1),

- 393 L 0081: Richtlijn 93/81/EEG van de Commissie van 29 september 1993 (PB nr. L 264 van 23. 10. 1993, blz. 49).".

2b. De huidige aanpassing in punt 1 (Richtlijn 70/156/EEG van de Raad) wordt aanpassing a), en de volgende aanpassingen worden toegevoegd:

b) in bijlage VII wordt het volgende toegevoegd aan punt 1, deel 1:

"12 voor Oostenrijk,

17 voor Finland,

IS voor IJsland,

16 voor Noorwegen,

5 voor Zweden";

c) in bijlage IX wordt het volgende toegevoegd aan de delen I en II, punt 37:

"Oostenrijk: .....;

Finland: .....;

IJsland: .....;

Noorwegen: .....;

Zweden: .....;".

3. In punt 2 (Richtlijn 70/157/EEG van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0097: Richtlijn 92/97/EEG van de Raad van 10 november 1992 (PB nr. L 371 van 19. 12. 1992, blz. 1).".

4. In punt 3 (Richtlijn 70/220/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 393 L 0059: Richtlijn 93/59/EEG van de Raad van 28 juni 1993 (PB nr. L 186 van 28. 7. 1993, blz. 21).".

5. In punt 6 (Richtlijn 70/311/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0062: Richtlijn 92/62/EEG van de Commissie van 2 juli 1992 (PB nr. L 199 van 18. 7. 1992, blz. 33).".

6. In punt 10 (Richtlijn 71/320/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 391 L 0422: Richtlijn 91/422/EEG van de Commissie van 15 juli 1991 (PB nr. L 233 van 22. 8. 1991, blz. 21).".

7. In punt 15 (Richtlijn 74/297/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 391 L 0662: Richtlijn 91/662/EEG van de Commissie van 6 december 1991 (PB nr. L 366 van 31. 12. 1991, blz. 1).".

8. In punt 20 (Richtlijn 76/115/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 390 L 0629: Richtlijn 90/629/EEG van de Commissie van 30 oktober 1990 (PB nr. L 341 van 6. 12. 1990, blz. 14).".

9. In punt 21 (Richtlijn 76/756/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 391 L 0663: Richtlijn 91/663/EEG van de Commissie van 10 december 1991 (PB nr. L 366 van 31. 12. 1991, blz. 17).".

10. In punt 33 (Richtlijn 77/649/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 390 L 0630: Richtlijn 90/630/EEG van de Commissie van 30 oktober 1990 (PB nr. L 341 van 6. 12. 1990, blz. 20).".

11. In punt 34 (Richtlijn 78/316/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0091: Richtlijn 93/91/EEG van de Commissie van 29 oktober 1993 (PB nr. L 284 van 19. 11. 1993, blz. 25).".

12. In punt 42 (Richtlijn 80/1268/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 393 L 0116: Richtlijn 93/116/EEG van de Commissie van 17 december 1993 (PB nr. L 329 van 30. 12. 1993, blz. 39).".

13. In punt 44 (Richtlijn 88/77/EEG van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 391 L 0542: Richtlijn 91/542/EEG van de Raad van 1 oktober 1991 (PB nr. L 295 van 25. 10. 1991, blz. 1).".

14. Na punt 45 (Richtlijn 89/297/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"45a. 391 L 0226: Richtlijn 91/226/EEG van de Raad van 27 maart 1991 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake opspatafschermingssystemen bij bepaalde categorieën motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PB nr. L 103 van 23. 4. 1991, blz. 5).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

in bijlage II wordt het volgende toegevoegd aan punt 3.4.1:

"12 voor Oostenrijk, 17 voor Finland, IS voor IJsland, 16 voor Noorwegen en 5 voor Zweden".

45b. 392 L 0021: Richtlijn 92/21/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende massa's en afmetingen van motorvoertuigen van categorie M1 (PB nr. L 129 van 14. 5. 1992, blz. 1).

45c. 392 L 0022: Richtlijn 92/22/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende veiligheidsruiten en materialen voor ruiten van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan (PB nr. L 129 van 14. 5. 1992, blz. 11).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

in bijlage II wordt het volgende toegevoegd aan punt 4.4.1, voetnoot 1:

"12 voor Oostenrijk, 17 voor Finland, IS voor IJsland, 16 voor Noorwegen en 5 voor Zweden."

45d. 392 L 0023: Richtlijn 92/23/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende banden voor motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan alsmede betreffende de montage ervan (PB nr. L 129 van 14. 5. 1992, blz. 95).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

in bijlage I wordt aan het eind van de eerste zin van 4.2 het volgende toegevoegd:

"12 voor Oostenrijk, 17 voor Finland, IS voor IJsland, 16 voor Noorwegen, 5 voor Zweden".

45e. 392 L 0024: Richtlijn 92/24/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende snelheidsbegrenzers of soortgelijke begrenzingssystemen voor bepaalde categorieën motorvoertuigen (PB nr. L 129 van 14. 5. 1992, blz. 154).

45f. 392 L 0061: Richtlijn 92/61/EEG van de Raad van 30 juni 1992 betreffende de goedkeuring van twee- of driewielige motorvoertuigen (PB nr. L 225 van 10. 8. 1992, blz. 72).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

in bijlage V wordt het volgende toegevoegd aan punt 1.1:

"- 12 voor Oostenrijk,

- 17 voor Finland,

- IS voor IJsland,

- 16 voor Noorwegen,

- 5 voor Zweden".

45g. 392 L 0114: Richtlijn 92/114/EEG van de Raad van 17 december 1992 betreffende de naar buiten uitstekende delen die zich vóór de achterwand van de cabine van motorvoertuigen van categorie N bevinden (PB nr. L 409 van 31. 12. 1992, blz. 17).

45h. 393 L 0014: Richtlijn 93/14/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de reminrichting van twee- of driewielige motorvoertuigen (PB nr. L 121 van 15. 5. 1993, blz. 1).

45i. 393 L 0029: Richtlijn 93/29/EEG van de Raad van 14 juli 1993 betreffende de identificatie van bedieningsorganen, verklikkerlichten en meters van motorvoertuigen op twee of drie wielen (PB nr. L 188 van 29. 7. 1993, blz. 1).

45j. 393 L 0030: Richtlijn 93/30/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de geluidssignaalinrichting van motorvoertuigen op twee of drie wielen (PB nr. L 188 van 29. 7. 1993, blz. 11).

45k. 393 L 0031: Richtlijn 93/31/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de standaard van motorvoertuigen op twee wielen (PB nr. L 188 van 29. 7. 1993, blz. 19).

45l. 393 L 0032: Richtlijn 93/32/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende het beveiligingssysteem voor passagiers van motorvoertuigen op twee wielen (PB nr. L 188 van 29. 7. 1993, blz. 28).

45m. 393 L 0033: Richtlijn 93/33/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de inrichting ter beveiliging tegen het gebruik door onbevoegden van motorvoertuigen op twee of drie wielen (PB nr. L 188 van 29. 7. 1993, blz. 32).

45n. 393 L 0034: Richtlijn 93/34/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de voorgeschreven opschriften op twee- of driewielige motorvoertuigen (PB nr. L 188 van 29. 7. 1993, blz. 38).

"45o. 393 L 0092: Richtlijn 93/92/EEG van de Raad van 29 oktober 1993 betreffende de installatie van de verlichtings- en lichtsignaalinrichtingen op twee- of driewielige motorvoertuigen (PB nr. L 311 van 14. 12. 1993, blz. 1).

45p. 393 L 0093: Richtlijn 93/93/EEG van de Raad van 29 oktober 1993 betreffende de massa's en afmetingen van twee- of driewielige motorvoertuigen (PB nr. L 311 van 14. 12. 1993, blz. 76).

45q. 393 L 0094: Richtlijn 93/94/EEG van de Raad van 29 oktober 1993 betreffende de plaats voor de montage van de achterste kentekenplaat van twee- of driewielige motorvoertuigen (PB nr. L 311 van 14. 12. 1993, blz. 83).".

B. Hoofdstuk IV. HUISHOUDELIJKE APPARATEN 1. De tekst van punt 1 (Richtlijn 79/530/EEG van de Raad) wordt geschrapt.

2. Na punt 3 (Richtlijn 86/594/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"4. 392 L 0075: Richtlijn 92/75/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaard-produktinformatie van huishoudelijke apparaten (PB nr. L 297 van 13. 10. 1992, blz. 16).".

C. Hoofdstuk V. GASTOESTELLEN 1. In punt 2 (Richtlijn 90/396/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

2. Na punt 2 (Richtlijn 90/396/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"3. 392 L 0042: Richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels (PB nr. L 167 van 22. 6. 1992, blz. 17), gewijzigd bij:

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

D. Hoofdstuk VIII. DRUKVATEN 1. In punt 6 (Richtlijn 87/404/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

2. Na punt 7 (Aanbeveling 89/349/EEG van de Commissie) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"8. C/328/92/blz. 3: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitwerking van Richtlijn 87/404/EEG van de Raad van 25 juni 1987 inzake drukvaten van eenvoudige vorm, gewijzigd bij Richtlijn 90/488/EEG van 17 september 1990 (PB nr. C 328 van 12. 12. 1992, blz. 3).".

E. Hoofdstuk IX. MEETINSTRUMENTEN 1. De tekst van punt 16 (Richtlijn 76/764/EEG van de Raad) wordt met ingang van 1 januari 1995 geschrapt.

2. In punt 27 (Richtlijn 90/384/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

3. Na punt 27 (Richtlijn 90/384/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"27a. 393 L 0042: Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB nr. L 169 van 12. 7. 1993, blz. 1).".

4. Na punt 45 (C/297/81/blz. 1) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"46. C/104/93/blz. 9: Mededeling van de Commissie krachtens artikel 5, lid 2, van Richtlijn 90/384/EEG van de Raad van 20 juni 1990 inzake niet-automatische weeginstrumenten (PB nr. C 104 van 15. 4. 1993, blz. 9).".

F. Hoofdstuk X. ELEKTRISCH MATERIEEL 1. In de eerste alinea van punt 1 (Richtlijn 73/23/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

2. In punt 5 (Richtlijn 84/539/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0042: Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 (PB nr. L 169 van 12. 7. 1993, blz. 1).".

3. In punt 6 (Richtlijn 89/336/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 L 0031: Richtlijn 92/31/EEG van de Raad van 28 april 1992 (PB nr. L 126 van 12. 5. 1992, blz. 1),

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

4. In punt 7 (Richtlijn 90/385/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0042: Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 (PB nr. L 169 van 12. 7. 1993, blz. 1),

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 2 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

5. Na punt 21 (C/311/87/blz. 3) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"22. C/44/92/blz. 12: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitwerking van de richtlijnen "Nieuwe Aanpak", "Elektromagnetische compatibiliteit", Richtlijn 89/336/EEG van de Raad van 3 mei 1989 (PB nr. C 44 van 19. 2. 1992, blz. 12).

23. C/90/92/blz. 2: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitwerking van Richtlijn 89/336/EEG van de Raad van 3 mei 1989 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake elektromagnetische compatibiliteit (PB nr. C 90 van 10. 4. 1992, blz. 2).

24. C/210/92/blz. 1: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lid-Staten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB nr. C 210 van 15. 8. 1992, blz. 1).

25. C/18/93/blz. 4: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitvoering van Richtlijn 73/23/EEG van de Raad van 19 februari 1973 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der Lid-Staten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen (PB nr. C 18 van 23. 1. 1993, blz. 4).".

G. Hoofdstuk XII. LEVENSMIDDELEN 1. De tekst van punt 10 (Richtlijn 75/726/EEG van de Raad) wordt geschrapt.

2. In punt 13 (Richtlijn 76/895/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 393 L 0058: Richtlijn 93/58/EEG van de Raad van 29 juni 1993 (PB nr. L 211 van 23. 8. 1993, blz. 6).".

3. In punt 16 (Richtlijn 78/663/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0004: Richtlijn 92/4/EEG van de Commissie van 10 februari 1992 (PB nr. L 55 van 29. 2. 1992, blz. 96).".

4. In punt 18 (Richtlijn 79/112/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 393 L 0102: Richtlijn 93/102/EG van de Commissie van 16 november 1993 (PB nr. L 291 van 25. 11. 1993, blz. 14).".

5. In punt 30 (Richtlijn 82/711/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0008: Richtlijn 93/8/EEG van de Commissie van 15 maart 1993 (PB nr. L 90 van 14. 4. 1993, blz. 22).".

6. De tekst van punt 31 (Richtlijn 83/229/EEG van de Raad) wordt geschrapt.

7. In punt 38 (Richtlijn 83/362/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 393 L 0057: Richtlijn 93/57/EEG van de Raad van 29 juni 1993 (PB nr. L 211 van 23. 8. 1993, blz. 1).".

8. In punt 39 (Richtlijn 86/363/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0057: Richtlijn 93/57/EEG van de Raad van 29 juni 1993 (PB nr. L 211 van 23. 8. 1993, blz. 1).".

9. In punt 43 (Richtlijn 88/344/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 L 0115: Richtlijn 92/115/EEG van de Raad van 17 december 1992 (PB nr. L 409 van 31. 12. 1992, blz. 31).".

10. In punt 49 (Richtlijn 89/396/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0011: Richtlijn 92/11/EEG van de Raad van 3 maart 1992 (PB nr. L 65 van 11. 3. 1992, blz. 32).".

11. In punt 52 (Richtlijn 90/128/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 L 0039: Richtlijn 92/39/EEG van de Raad van 14 mei 1992 (PB nr. L 168 van 23. 6. 1992, blz. 21),

- 393 L 0009: Richtlijn 93/9/EEG van de Commissie van 15 maart 1993 (PB nr. L 90 van 14. 4. 1993, blz. 26).".

12. In punt 54 (Richtlijn 90/642/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0058: Richtlijn 93/58/EEG van de Raad van 29 juni 1993 (PB nr. L 211 van 23. 8. 1993, blz. 6).".

13. Na punt 54 (Richtlijn 90/642/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"54a. 391 L 0321: Richtlijn 91/321/EEG van de Commissie van 14 mei 1991 inzake volledige zuigelingenvoeding en opvolgzuigelingenvoeding (PB nr. L 175 van 4. 7. 1991, blz. 35).

In afwijking van het bepaalde in de richtlijn zullen Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden de handel in produkten die niet aan de eisen van deze richtlijn voldoen met ingang van 1 januari 1995 verbieden.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 7, lid 1, worden de volgende streepjes toegevoegd aan de eerste alinea:

"- in het Fins:

"aeidinmaidonkorvike" en "vierotusvalmiste"

- in het Noors:

"morsmelkerstatning" en "tilskuddsblanding"

- in het IJslands:

"ungbarnablanda" en "sto sblanda".

- in het Zweeds:

"modersmjoelksersaettning" en "tillskottsnaering.";"

b) in artikel 7, lid 1, worden de volgende streepjes toegevoegd aan de tweede alinea:

"- in het Fins:

"maitopohjainen aeidinmaidonkorvike" en "maitopohjainen vierotusvalmiste"

- in het Noors:

"morsmelkerstatning basert utelukkende paa melk" en "illskuddsblanding basert utelukkende paa melk"

- in het IJsland:

"ungbarnamjólk" en "mjólkursto sblanda"

- in het Zweeds:

"modersmjoelksersaettning uteslutande baserad paa mjoelk" en "tillskottsnaering uteslutande baserad paa mjoelk".".

54b. 391 R 2092: Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad van 24 juni 1991 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen (PB nr. L 198 van 22. 7. 1992, blz. 1), gewijzigd bij:

- 392 R 0094: Verordening (EEG) nr. 94/92 van de Commissie van 14 januari 1992 (PB nr. L 11 van 17. 1. 1992, blz. 14),

- 392 R 1535: Verordening (EEG) nr. 1535/92 van de Commissie van 15 juni 1992 (PB nr. L 162 van 16. 6. 1992, blz. 15),

- 392 R 2083: Verordening (EEG) nr. 2083/92 van de Raad van 14 juli 1992 (PB nr. L 208 van 24. 7. 1992, blz. 15),

- 393 R 2608: Verordening (EEG) nr. 2608/93 van de Commissie van 23 september 1993 (PB nr. L 239 van 24. 9. 1993, blz. 10).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a) de volgende streepjes worden toegevoegd:

"- in het Fins: luonnonmukainen - in het Noors: oekologisk - in het IJsland: lífraent - in het Zweeds: ekologisk";

b) de Duitse term "oekologisch" wordt geschrapt;

c) de volgende streepjes worden toegevoegd:

"- in Duitsland: oekologisch,

- in Oostenrijk: biologisch".".

54c. 392 L 0001: Richtlijn 92/1/EEG van de Commissie van 13 januari 1992 betreffende de temperatuurcontrole in vervoermiddelen en in opslagruimten van voor menselijke voeding bestemde diepvriesprodukten (PB nr. L 34 van 11. 2. 1992, blz. 28).

De EVA-Staten treffen de nodige maatregelen om uiterlijk op 1 september 1994 aan de bepalingen van de richtlijn te voldoen. Zij staan het vrije verkeer van produkten die overeenkomstig de richtlijn zijn behandeld, evenwel toe met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

54d. 392 L 0002: Richtlijn 92/2/EEG van de Commissie van 13 januari 1992 tot vaststelling van de monsternemingsprocedure en de communautaire analysemethode voor de officiële controle van de temperatuur van diepvriesprodukten die voor de menselijke voeding zijn bestemd (PB nr. L 34 van 11. 2. 1992, blz. 30).

De EVA-Staten treffen de nodige maatregelen om uiterlijk op 1 september 1994 aan de bepalingen van de richtlijn te voldoen. Zij staan het vrije verkeer van produkten die overeenkomstig de richtlijn zijn behandeld, evenwel toe met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.

54e. 393 R 0207: Verordening (EEG) nr. 207/93 van de Commissie van 29 januari 1993 tot vaststelling van de inhoud van bijlage VI bij Verordening (EEG) nr. 2092/91 inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen en tot vaststelling van bepalingen voor de toepassing van artikel 5, lid 4, van die verordening (PB nr. L 25 van 2. 2. 1993, blz. 5).

54f. 393 R 0315: Verordening (EEG) nr. 315/93 van de Raad van 8 februari 1993 tot vaststelling van communautaire procedures inzake verontreinigingen in levensmiddelen (PB nr. L 37 van 13. 2. 1993, blz. 1).

54g. 393 L 0005: Richtlijn 93/5/EEG van de Raad van 25 februari 1993 betreffende de bijstand aan de Commissie en de samenwerking van de Lid-Staten bij het wetenschappelijk onderzoek van vraagstukken in verband met levensmiddelen (PB nr. L 52 van 4. 3. 1993, blz. 18).

54h. 393 L 0010: Richtlijn 93/10/EEG van de Commissie van 15 maart 1993 inzake materialen en voorwerpen van folie van geregenereerde cellulose, bestemd om met levensmiddelen in aanraking te komen (PB nr. L 93 van 17. 4. 1993, blz. 27), gewijzigd bij:

- 393 L 0111: Richtlijn 93/111/EEG van de Commissie van 10 december 1993 (PB nr. L 310 van 14. 12. 1993, blz. 41).

54i. 393 L 0011: Richtlijn 93/11/EEG van de Commissie van 15 maart 1993 betreffende de afgifte van N-nitrosaminen en N-nitroseerbare stoffen door elastomeer- of rubberspenen en fopspenen (PB nr. L 93 van 17. 4. 1993, blz. 37).

54j. 393 L 0043: Richtlijn 93/43/EEG van de Raad van 14 juni 1993 inzake levensmiddelenhygiëne (PB nr. L 175 van 19. 7. 1993, blz. 1).

54k. 393 L 0045: Richtlijn 93/45/EEG van de Commissie van 17 juni 1993 betreffende de bereiding van vruchtennectars zonder toevoeging van suikers of honing (PB nr. L 159 van 1. 7. 1993, blz. 133).

54l. 393 R 1593: Verordening (EEG) nr. 1593/93 van de Commissie van 24 juni 1993 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3713/92 van de Raad houdende verlenging van de termijn na afloop waarvan artikel 11, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad inzake de biologische produktiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwprodukten en levensmiddelen, moet worden toegepast op de invoer uit bepaalde derde landen (PB nr. L 153 van 25. 6. 1993, blz. 15).

54m. 393 L 0077: Richtlijn 93/77/EEG van de Raad van 21 september 1993 betreffende vruchtesappen en bepaalde soortgelijke produkten (PB nr. L 244 van 30. 9. 1993, blz. 23).

54n. 393 L 0099: Richtlijn 93/99/EEG van de Raad van 29 oktober 1993 betreffende aanvullende maatregelen inzake de officiële controle op levensmiddelen (PB nr. L 290 van 24. 11. 1993, blz. 14).".

14. Na punt 57 (C/271/89/blz. 3) worden de volgende punten toegevoegd:

"58. C/270/91/blz. 2: Interpretatieve mededeling van de Commissie betreffende de verkoopbenaming van levensmiddelen (PB nr. C 270 van 15. 10. 1991, blz. 2).

59. C/345/93/blz. 3: Mededeling van de Commissie betreffende het gebruik van talen bij de verkoop van levensmiddelen naar aanleiding van het arrest "Peeters" (PB nr. C 345 van 23. 12. 1993, blz. 3).".

H. Hoofdstuk XIII. GENEESMIDDELEN 1. In punt 1 (Richtlijn 65/65/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0073: Richtlijn 92/73/EEG van de Raad van 22 september 1992 (PB nr. L 297 van 13. 10. 1992, blz. 8).".

2. In punt 2 (Richtlijn 75/318/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 391 L 0507: Richtlijn 91/507/EEG van de Commissie van 19 juli 1991 (PB nr. L 270 van 26. 9. 1991, blz. 32).".

3. In punt 3 (Richtlijn 75/319/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0073: Richtlijn 92/73/EEG van de Raad van 22 september 1992 (PB nr. L 297 van 30. 10. 1992, blz. 8).".

4. In punt 5 (Richtlijn 81/851/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0074: Richtlijn 92/74/EEG van de Raad van 22 september 1992 (PB nr. L 297 van 30. 10. 1992, blz. 12).".

5. In punt 6 (Richtlijn 81/852/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0018: Richtlijn 92/18/EEG van de Commissie van 20 maart 1992 (PB nr. L 97 van 10. 4. 1992, blz. 1).".

6. In punt 14 (Verordening (EEG) nr. 2377/90 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 R 0675: Verordening (EEG) nr. 675/92 van de Commissie van 18 maart 1992 (PB nr. L 73 van 19. 3. 1992, blz. 8),

- 392 R 0762: Verordening (EEG) nr. 762/92 van de Commissie van 27 maart 1992 (PB nr. L 83 van 28. 3. 1992, blz. 14),

- 392 R 3093: Verordening (EEG) nr. 3093/92 van de Commissie van 27 oktober 1992 (PB nr. L 311 van 28. 10. 1992, blz. 18),

- 393 R 0895: Verordening (EEG) nr. 895/93 van de Commissie van 16 april 1993 (PB nr. L 93 van 17. 4. 1993, blz. 10),

- 393 R 2901: Verordening (EEG) nr. 2901/93 van de Raad van 18 oktober 1993 (PB nr. L 264 van 23. 10. 1993, blz. 1),

- 393 R 3425: Verordening (EEG) nr. 3425/93 van de Commissie van 14 december 1993 (PB nr. L 312 van 15. 12. 1993, blz. 12),

- 393 R 3426: Verordening (EEG) nr. 3426/93 van de Commissie van 14 december 1993 (PB nr. L 312 van 15. 12. 1993, blz. 15),

Oostenrijk mag tot 1 januari 1995 de nationale wetgeving inzake spiramycine blijven toepassen en tot 1 juli 1995 de nationale wetgeving inzake furazolidon.".

7. Na punt 15 (Richtlijn 91/356/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"15a. 391 L 0412: Richtlijn 91/412/EEG van de Commissie van 23 juli 1991 tot vastlegging van beginselen en richtsnoeren inzake goede praktijken bij het vervaardingen van geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik (PB nr. L 228 van 17. 8. 1991, blz. 70).

15b. 392 L 0025: Richtlijn 92/25/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de groothandel in geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB nr. L 113 van 30. 4. 1992, blz. 1).

Noorwegen treft de nodige maatregelen om uiterlijk op 1 januari 1995 aan de bepalingen van de richtlijn te voldoen. Deze overgangsperiode laat de verplichtingen die voor Noorwegen voortvloeien uit artikel 16 van de Overeenkomst evenwel onverlet.

15c. 392 L 0026: Richtlijn 92/26/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de indeling van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB nr. L 113 van 30. 4. 1992, blz. 5).

15d. 392 L 0027: Richtlijn 92/27/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de etikettering en de bijsluiter van geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB nr. L 113 van 30. 4. 1992, blz. 8).

15e. 392 L 0028: Richtlijn 92/28/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende reclame voor geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB nr. L 113 van 30. 4. 1992, blz. 13).

15f. 392 L 0109: Richtlijn 92/109/EEG van de Raad van 14 december 1992 inzake de vervaardiging en het in de handel brengen van bepaalde stoffen die worden gebruikt voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen (PB nr. L 370 van 19. 12. 1992, blz. 76), gewijzigd bij:.

- 393 L 0046: Richtlijn 93/46/EEG van de Commissie van 22 juni 1993 (PB nr. L 159 van 1. 7. 1993, blz. 134).".

I. Hoofdstuk XIV. MESTSTOFFEN 1. In punt 1 (Richtlijn 76/116/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 393 L 0069: Richtlijn 93/69/EEG van de Commissie van 23 juli 1993 (PB nr. L 185 van 28. 7. 1993, blz. 30).".

2. In punt 2 (Richtlijn 77/535/EEG van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd:

"- 393 L 0001: Richtlijn 93/1/EEG van de Commissie van 1 januari 1993 (PB nr. L 113 van 7. 5. 1993, blz. 17).".

J. Hoofdstuk XV. GEVAARLIJKE STOFFEN 1. In punt 1 (Richtlijn 67/548/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe streepjes toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 391 L 0410: Richtlijn 91/410/EEG van de Commissie van 22 juli 1991 (PB nr. L 228 van 17. 8. 1991, blz. 67),

- 391 L 0632: Richtlijn 91/632/EEG van de Commissie van 28 oktober 1991 (PB nr. L 338 van 10. 12. 1991, blz. 23),

- 392 L 0032: Richtlijn 92/32/EEG van de Raad van 30 april 1992 (PB nr. L 154 van 5. 6. 1992, blz. 1),

- 392 L 0037: Richtlijn 92/37/EEG van de Commissie van 30 april 1992 (PB nr. L 154 van 5. 6. 1992, blz. 30),

- 392 L 0069: Richtlijn 92/69/EEG van de Commissie van 31 juli 1992 (PB nr. L 383 van 29. 12. 1992, blz. 113),

- 393 L 0021: Richtlijn 93/21/EEG van de Commissie van 27 april 1993 (PB nr. L 110 van 4. 5. 1993, blz. 20),

- 393 L 0072: Richtlijn 93/72/EEG van de Commissie van 1 september 1993 (PB nr. L 258 van 16. 10. 1993, blz. 29),

- 393 L 0090: Richtlijn 93/90/EEG van de Commissie van 29 oktober 1993 (PB nr. L 227 van 10. 11. 1993, blz. 33),

- 393 L 0101: Richtlijn 93/101/EG van de Commissie van 11 november 1993 (PB nr. L 13 van 15. 1. 1994, blz. 13),

- 393 L 0105: Richtlijn 93/105/EG van de Commissie van 25 november 1993 (PB nr. L 294 van 30. 11. 1993, blz. 21).".

2. In punt 4 (Richtlijn 76/769/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 391 L 0659: Richtlijn 91/659/EEG van de Commissie van 3 december 1991 (PB nr. L 363 van 31. 12. 1991, blz. 36).".

3. In punt 6 (Richtlijn 79/117/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 390 L 0335: Richtlijn 90/335/EEG van de Commissie van 7 juni 1990 (PB nr. L 162 van 28. 6. 1990, blz. 37).".

4. In punt 10 (Richtlijn 88/379/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 393 L 0018: Richtlijn 93/18/EEG van de Commissie van 5 april 1993 (PB nr. L 104 van 29. 4. 1993, blz. 46),

- 393 L 0112: Richtlijn 93/112/EEG van de Commissie van 10 december 1993 (PB nr. L 314 van 16. 12. 1993, blz. 38).".

5. In punt 11 (Richtlijn 91/157/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0086: Richtlijn 93/86/EEG van de Commissie van 4 oktober 1993 (PB nr. L 264 van 23. 10. 1993, blz. 51).".

6. In punt 12 (Verordening (EEG) nr. 594/91 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 392 R 3952: Verordening (EEG) nr. 3952/92 van de Raad van 30 december 1992 (PB nr. L 405 van 31. 12. 1992, blz. 41).".

7. Na punt 12 (Verordening (EEG) nr. 594/91 van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"12a 391 L 0414: Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB nr. L 230 van 19. 8. 1991, blz. 1), gewijzigd bij:

- 393 L 0071: Richtlijn 93/71/EEG van de Commissie van 27 juli 1993 (PB nr. L 221 van 31. 8. 1993, blz. 27).

De EVA-Staten zijn vrij de toegang tot hun markten te beperken op grond van de eisen die hun wetgeving stelt op de dag van inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER waarbij deze richtlijn in de EER-Overeenkomst wordt opgenomen. Nieuwe EG-voorschriften worden behandeld overeenkomstig de in de artikelen 97 tot en met 104 van de Overeenkomst omschreven procedures.

12b. 391 L 0442: Richtlijn 91/442/EEG van de Commissie van 23 juli 1991 betreffende gevaarlijke preparaten waarvan de verpakking van een kinderveilige sluiting moet zijn voorzien (PB nr. L 238 van 27. 8. 1991, blz. 25).

12c. 392 R 2455: Verordening (EEG) nr. 2455/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de in- en uitvoer van bepaalde gevaarlijke chemische stoffen (PB nr. L 251 van 29. 8. 1992, blz. 13).

12d. 393 L 0067: Richtlijn 93/67/EEG van de Commissie van 20 juli 1993 tot vaststelling van de beginselen die gelden bij de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van stoffen die zijn aangegeven krachtens Richtlijn 67/548/EEG van de Raad (PB nr. L 227 van 8. 9. 1993, blz. 9).

Partijen hebben overeenstemming bereikt over de doelstelling de EG-wetgeving inzake gevaarlijke stoffen en preparaten met ingang van 1 januari 1995 toe te passen. Finland moet aan de eisen van deze wetgeving voldoen vanaf de datum van inwerkingtreding van de zevende wijziging op Richtlijn 67/548/EEG van de Raad. In het kader van de samenwerking waarmee vanaf de ondertekening van deze Overeenkomst een begin zal worden gemaakt teneinde een oplossing te vinden voor de nog resterende problemen, zal de situatie in 1994 opnieuw worden besproken, waarbij ook zaken die niet onder de EG-wetgeving vallen aan de orde zullen worden gesteld. Indien een EVA-Staat tot de conclusie komt dat hij van de EG-wetgeving inzake classificatie en etikettering moet afwijken, is deze niet van toepassing tenzij het Gemengd Comité van de EER over een andere oplossing overeenstemming bereikt.

Wat de uitwisseling van informatie betreft, is het volgende van toepassing:

i) de EVA-Staten die aan het "acquis" inzake gevaarlijke stoffen en preparaten voldoen geven garanties die gelijkwaardig zijn aan die welke in de Gemeenschap worden gegeven. Dit houdt in dat:

- wanneer informatie overeenkomstig het bepaalde in de richtlijn als vertrouwelijk wordt beschouwd ter bescherming van fabrieks- of handelsgeheimen, slechts die EVA-Staten die het relevante "acquis" hebben overgenomen aan de uitwisseling van informatie deelnemen;

- vertrouwelijke informatie in de EVA-Staten dezelfde mate van bescherming geniet als in de Gemeenschap;

ii) alle EVA-Staten nemen aan de uitwisseling van informatie over alle andere aspecten deel zoals in de richtlijn bepaald.".

8. Na punt 15 (C/146/90/blz. 4) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"16. C/1/93/blz. 3: Europees Bureau voor Chemische Produkten - Mededeling van de Commissie aan de Ministerraad en het Europese Parlement (PB nr. C 1 van 5. 1. 1993, blz. 3).

17. C/130/93/blz. 1: Mededeling - derde publikatie van de European list of notified chemical substances (Elincs) (PB nr. C 130 van 10. 5. 1993, blz. 1).

18. C/130/93/blz. 2: Mededeling van de Commissie overeenkomstig artikel 2 van Besluit 85/71/EEG van de Commissie van 21 december 1984 inzake de lijst van stoffen die zijn aangegeven krachtens Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB nr. C 130 van 10. 5. 1993, blz. 2).".

K. Hoofdstuk XVI. COSMETICA 1. In punt 1 (Richtlijn 76/768/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd:

"- 392 L 0008: Veertiende Richtlijn 92/8/EEG van de Commissie van 18 februari 1992 (PB nr. L 70 van 17. 3. 1992, blz. 23),

- 392 L 0086: Vijftiende Richtlijn 92/86/EEG van de Commissie van 21 oktober 1992 (PB nr. L 325 van 11. 11. 1992, blz. 18),

- 393 L 0035: Richtlijn 93/35/EEG van de Raad van 14 juni 1993 (PB nr. L 151 van 23. 6. 1993, blz. 32),

- 393 L 0047: Zestiende Richtlijn 93/47/EEG van de Commissie van 22 juni 1993 (PB nr. L 203 van 13. 8. 1993, blz. 24).".

2. Na punt 5 (Vierde Richtlijn 85/490/EEG van de Commissie) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"6. 393 L 0073: Vijfde Richtlijn 93/73/EEG van de Commissie van 9 september 1993 inzake analysemethoden die moeten worden toegepast om de samenstelling van kosmetische produkten te controleren (PB nr. L 231 van 14. 9. 1993, blz. 34).".

L. Hoofdstuk XVII. MILIEU 1. Na punt 5 (Richtlijn 89/629/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"6. 393 L 0012: Richtlijn 93/12/EEG van de Raad van 23 maart 1993 betreffende het zwavelgehalte van bepaalde vloeibare brandstoffen (PB nr. L 74 van 27. 3. 1993, blz. 81).

Ten aanzien van het zwavelgehalte van dieselbrandstof:

- mogen Finland en Oostenrijk hun nationale wetgeving tot 1 oktober 1996 handhaven;

- mag IJsland zijn nationale wetgeving tot 1 oktober 1999 handhaven. De overeenkomstsluitende partijen zullen de situatie voor het einde van de overgangsperiode opnieuw bezien.

Ten aanzien van het zwavelgehalte van gasbrandstoffen andere dan, of gebruikt voor andere doeleinden dan dieselbrandstoffen, met uitzondering van kerosine voor luchtvaartuigen, mogen Finland en Oostenrijk hun nationale wetgeving tot 1 oktober 1999 handhaven. Nieuwe EG-voorschriften zullen echter behandeld worden overeenkomstig de procedures omschreven in de artikelen 97 tot en met 104 van de Overeenkomst.".

M. Hoofdstuk XVIII. INFORMATIETECHNOLOGIE, TELECOMMUNICATIE EN DATAVERWERKING 1. In punt 4 (Richtlijn 91/263/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1),

- 393 L 0097: Richtlijn 93/97/EEG van de Raad van 29 oktober 1993 (PB nr. L 290 van 24. 11. 1993, blz. 1)."

2. Na punt 4 (Richtlijn 91/263/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"5. 394 D 0011: Beschikking 94/11/EG van de Commissie van 21 december 1993 inzake gemeenschappelijke technische voorschriften met algemene aansluiteisen aan het paneuropese openbare cellulaire digitale landmobiele telecommunicatienetwerk (PB nr. L 8 van 12. 1. 1994, blz. 20).

6. 394 D 0012: Beschikking 94/12/EG van de Commissie van 21 december 1993 inzake gemeenschappelijke technische voorschriften met eisen voor aansluiting aan de spraakdienst van het paneuropese openbare cellulaire landmobiele telecommunicatienetwerk (PB nr. L 8 van 12. 1. 1994, blz. 23).".

N. Hoofdstuk XIX. ALGEMENE BEPALINGEN OP HET GEBIED VAN TECHNISCHE HANDELSBELEMMERINGEN 1. In punt 1 (Richtlijn 83/189/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 392 D 0400: Beschikking 92/400/EEG van de Commissie van 15 juli 1992 (PB nr. L 221 van 6. 8. 1992, blz. 55).".

2. De tekst van punt 2 (Beschikking 89/45/EEG van de Raad) wordt met ingang van 29 juni 1994 geschrapt.

3. De tekst van punt 3 (Richtlijn 90/683/EEG van de Raad) wordt geschrapt.

4. De volgende nieuwe punten 3a tot en met 3d worden toegevoegd:

"3a. 392 L 0059: Richtlijn 92/59/EEG van de Raad van 29 juni 1992 inzake algemene produktveiligheid (PB nr. L 228 van 11. 8. 1992, blz. 24).

3b. 393 R 0339: Verordening (EEG) nr. 339/93 van de Raad van 8 februari 1993 betreffende controles op de overeenstemming van uit derde landen ingevoerde produkten met de op het gebied van de produktveiligheid toepasselijke voorschriften (PB nr. L 40 van 17. 2. 1993, blz. 1) gewijzigd bij:

- 393 D 0583: Besluit 93/583/EEG van de Commissie van 28 juli 1993 (PB nr. L 279 van 12. 11. 1993, blz. 39).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) in artikel 6, lid 1, worden de volgende streepjes toegevoegd:

- "Vaarallinen tuote - ei saa laskea vapaaseen liikkeeseen - asetus (ETY) n:o 339/93" (Fins),

- "Haettuleg vara - afhending til frjálasrar dreifingar ekki leyfd - reglugerd (EB) nr. 339/93" (IJslands),

- "Farlig produkt - overgang til fri omsetning ikke tillatt - forordning (EOEF) nr. 339/93" (Noors),

- "Farlig produkt - faar inte boerja omsaettes fritt - foerordning (EEG) nr. 339/93" (Zweeds);

b) in artikel 6, lid 2, worden de volgende streepjes toegevoegd:

- "Tuote ei vaatimusten mukainen - ei saa laskea vapaaseen liikkeseen - asetus (ETY) N:o 339/93" (Fins),

- "Vara ekki í samraemi - afhending til frjálasrar dreifingar ekki leyfd - reglugerd (EB) Nr. 339/93" (IJslands),

- Ikke samsvarende product - overgang til fri omsetning ikke tillatt - forordning (EOEF nr. 339/93" (Noors),

- Icke oeverensstaemmande produkt - faar inte boerja omsaettes fritt - foerordning (EEG) nr. 339/93" (Zweeds).

3c. 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 tot wijziging van de Richtlijnen 87/404/EEG (drukvaten van eenvoudige vorm), 88/378/EEG (veiligheid van speelgoed), 89/106/EEG (voor de bouw bestemde produkten), 89/336/EEG (elektromagnetische compatibiliteit), 89/392/EEG (machines), 89/686/EEG (persoonlijke beschermingsmiddelen), 90/384/EEG (niet-automatische weegwerktuigen), 90/385/EEG (actieve implanteerbare medische hulpmiddelen), 90/396/EEG (gastoestellen), 91/263/EEG (eindapparatuur voor telecommunicatie), 92/42/EEG (nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels) en 73/23/EEG (elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen) (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).

3d. 393 D 0465: Besluit 93/465/EEG van de Raad van 22 juli 1993 betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 23).".

5. Na punt 9 (Groenboek van de Commissie 590 DC 0456) worden de volgende punten toegevoegd:

"10. 392 Y 0709(01): Resolutie van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de rol van de Europese normalisatie in de Europese economie (PB nr. C 173 van 9. 7. 1992, blz. 1).

11. 392 X 0579: Aanbeveling 92/579/EEG van de Commissie van 27 november 1992 waarbij de Lid-Staten wordt verzocht de nodige infrastructuren op te zetten voor de identificatie van gevaarlijke produkten aan de buitengrenzen (PB nr. L 374 van 22. 12. 1992, blz. 66).".

O. Hoofdstuk XXI. VOOR DE BOUW BESTEMDE PRODUKTEN 1. In punt 1 (Richtlijn 89/106/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

P. Hoofdstuk XXII. PERSOONLIJKE BESCHERMINGSMIDDELEN 1. In punt 1 (Richtlijn 89/686/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1),

- 393 L 0095: Richtlijn 93/95/EEG van de Raad van 29 oktober 1993 (PB nr. L 276 van 9. 11. 1993, blz. 11).".

2. Na punt 1 (Richtlijn 89/686/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe rubriek en de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN:

De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de volgende besluiten:

2. C/44/92/blz. 13: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitwerking van de richtlijnen "Nieuwe Aanpak", "Persoonlijke beschermingsmiddelen", Richtlijn 89/686/EEG van de Raad van 21 december 1989 (PB nr. C 44 van 19. 2. 1992, blz. 13).

3. C/240/92/blz. 6: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitwerking van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad inzake persoonlijke beschermingsmiddelen (PB nr. C 240 van 19. 9. 1992, blz. 6).

4. C/345/93/blz. 8: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitwerking van Richtlijn 89/686/EEG van de Raad van 21 december 1989 inzake persoonlijke beschermingsmiddelen, gewijzigd bij Richtlijnen 93/68/EEG en 93/95/EEG van de Raad (PB nr. C 345 van 23. 12. 1993, blz. 8).".

Q. Hoofdstuk XXIII. SPEELGOED 1. In punt 1 (Richtlijn 88/378/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

2. Na punt 1 (Richtlijn 88/378/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe rubriek en de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de volgende besluiten:

2. C/87/93/blz. 3: Mededeling overeenkomstig artikel 9, lid 2, van Richtlijn 88/378/EEG van de Raad betreffende de lijst van door de Lid-Staten erkende instanties belast met de uitvoering van het EG-typenonderzoek als bedoeld in artikel 8, lid 2, en in artikel 10 van de richtlijn (veiligheid van speelgoed) (PB nr. C 87 van 27. 3. 1993, blz. 3).

3. C/155/89/blz. 2: Mededeling van de Commissie in het kader van de tenuitvoerlegging van Richtlijn 88/378/EEG van de Raad van 3 mei 1988 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de veiligheid van speelgoed (PB nr. C 155 van 23. 6. 1989, blz. 2).".

R. Hoofdstuk XXIV. MACHINES 1. In punt 1 (Richtlijn 89/392/EEG van de Raad) worden de volgende streepjes toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 393 L 0044: Richtlijn 93/44/EEG van de Raad van 14 juni 1993 (PB nr. L 175 van 19. 7. 1993, blz. 12),

- 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).".

2. Na punt 1 (Richtlijn 89/392/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe rubriek en de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de volgende besluiten:

2. C/157/92/blz. 4: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitwerking van Richtlijn 89/392/EEG van de Raad van 14 juni 1989 inzake machines, gewijzigd bij Richtlijn 91/368/EEG van de Raad (PB nr. C 157 van 24. 6. 1992, blz. 4).

3. C/229/93/blz. 3: Mededeling van de Commissie in het kader van de uitwerking van Richtlijn 89/392/EEG van de Raad van 14 juni 1989 inzake machines, gewijzigd bij Richtlijn 91/368/EEG van de Raad (PB nr. C 229 van 25. 8. 1993, blz. 3).".

S. Hoofdstuk XXV. TABAK 1. In punt 1 (Richtlijn 89/622/EEG van de Raad) worden het volgende streepje en de volgende aanpassingen toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 L 0041: Richtlijn 92/41/EEG van de Raad van 15 mei 1992 (PB nr. L 158 van 11. 6. 1992, blz. 30).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) het verbod in artikel 8 van Richtlijn 89/622/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 92/41/EEG, is niet van toepassing op het in de handel brengen van het produkt omschreven in artikel 2, lid 4, van Richtlijn 89/622/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 92/41/EEG, in Noorwegen, IJsland en Zweden. Deze afwijking is echter niet van toepassing op het verbod op de verkoop van "snus" in vormen die op levensmiddelen lijken. Voorts verbieden Noorwegen, IJsland en Zweden die uitvoer van het produkt omschreven in artikel 2, lid 4, van Richtlijn 89/622/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 92/41/EEG, naar alle partijen bij deze Overeenkomst;

b) produkten die op 1 januari 1994 bestaan en die niet voldoen aan de eisen van Richtlijn 89/622/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 92/41/EEG, kunnen nog tot en met 30 juni 1994 in Oostenrijk in de handel worden gebracht.".

T. Hoofdstuk XXVII. GEDISTILLEERDE DRANKEN 1. In punt 1 (Verordening (EEG) nr. 1576/89 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassingen:

", gewijzigd bij:

- 392 R 3280: Verordening (EEG) nr. 3280/92 van de Raad van 9 november 1992 (PB nr. L 327 van 13. 11. 1992, blz. 3).".

2. In punt 2 (Verordening (EEG) nr. 1014/90 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 392 R 3458: Verordening (EEG) nr. 3458/92 van de Commissie van 30 november 1992 (PB nr. L 350 van 1. 12. 1992, blz. 59).".

3. In punt 3 (Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassingen:

", gewijzigd bij:

- 392 R 3279: Verordening (EEG) nr. 3279/92 van de Raad van 9 november 1992 (PB nr. L 327 van 13. 11. 1992, blz. 1).".

4. Na punt 3 (Verordening (EEG) nr. 1601/91 van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"4. 391 R 3664: Verordening (EEG) nr. 3664/92 van de Commissie van 16 december 1991 tot vaststelling van de overgangsmaatregelen betreffende gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwprodukten (PB nr. L 348 van 17. 12. 1991, blz. 53), gewijzigd bij:

- 392 R 0351: Verordening (EEG) nr. 351/92 van de Commissie van 13 februari 1992 (PB nr. L 37 van 14. 2. 1992, blz. 9),

- 392 R 1914: Verordening (EEG) nr. 1914/92 van de Commissie van 10 juli 1992 (PB nr. L 192 van 11. 7. 1992, blz. 39),

- 392 R 3568: Verordening (EEG) nr. 3568/92 van de Commissie van 10 december 1992 (PB nr. L 362 van 11. 12. 1992, blz. 47),

- 393 R 1791: Verordening (EEG) nr. 1791/93 van de Commissie van 30 juni 1993 (PB nr. L 163 van 6. 7. 1993, blz. 20).

5. 392 R 1238: Verordening (EEG) nr. 1238/92 van de Commissie van 8 mei 1992 houdende vaststelling van de in de sector wijn toe te passen communautaire methoden voor de analyse van neutrale alcohol (PB nr. L 130 van 15. 5. 1992, blz. 13).

6. 392 R 2009: Verordening (EEG) nr. 2009/92 van de Commissie van 20 juli 1992 tot vaststelling van de communautaire methoden voor de analyse van ethylalcohol uit landbouwprodukten die wordt gebruikt voor de bereiding van gedistilleerde dranken, gearomatiseerde wijnen, gearomatiseerde dranken op basis van wijn en gearomatiseerde cocktails van wijnbouwprodukten (PB nr. L 203 van 21. 7. 1992, blz. 10).".

U. De volgende nieuwe hoofdstukken worden toegevoegd:

"XXVIII. CULTUURGOEDEREN VERMELDE BESLUITEN 1. 393 L 0007: Richtlijn 93/7/EEG van de Raad van 15 maart 1993 betreffende de teruggave van cultuurgoederen die op onrechtmatige wijze buiten het grondgebied van een Lid-Staat zijn gebracht (PB nr. L 74 van 27. 3. 1993, blz. 74).

Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden zullen met ingang van 1 januari 1995 aan de eisen van de richtlijn voldoen.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

in artikel 13 wordt "op of na 1 januari 1993" ten aanzien van Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden vervangen door "op of na 1 januari 1995".

XXIX. EXPLOSIEVEN VOOR CIVIEL GEBRUIK VERMELDE BESLUITEN 1. 393 L 0015: Richtlijn 93/15/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende de harmonisatie van de bepalingen inzake het in de handel brengen van en de controle op explosieven voor civiel gebruik (PB nr. L 121 van 15. 5. 1993, blz. 20).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

wat de in artikel 9, lid 2, genoemde controle op overdracht betreft, mogen de EVA-Staten de grenscontroles overeenkomstig de nationale voorschriften op niet-discriminerende wijze toepassen.

XXX. MEDISCHE HULPMIDDELEN VERMELDE BESLUITEN 1. 393 L 0042: Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB nr. L 169 van 12. 7. 1993, blz. 1).".

BIJLAGE 4 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage IV (ENERGIE) bij de EER-Overeenkomst wordt als hierna aangegeven gewijzigd.

1. Na punt 3 (Richtlijn 76/491/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"3a. 377 D 0190: Besluit 77/190/EEG van de Commissie van 26 januari 1977 tot uitvoering van Richtlijn 76/491/EEG betreffende communautaire informatie- en overlegprocedures inzake de prijzen van ruwe aardolie en aardolieprodukten in de Gemeenschap (PB nr. L 61 van 5. 3. 1977, blz. 34), gewijzigd bij:

- 381 D 0883: Besluit 81/883/EEG van de Commissie van 14 oktober 1981 (PB nr. L 324 van 12. 11. 1981, blz. 19).

Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden zullen vanaf 1 januari 1995 aan de eisen van dit besluit voldoen.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van dit besluit als volgt aangepast:

de aanhangsels A, B en C bij het besluit worden aangevuld met de tabellen 1, 2 en 3 in aanhangsel 3 bij deze bijlage.".

2. Na punt 9 (Richtlijn 91/296/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"10. 392 L 0042: Richtlijn 92/42/EEG van de Raad van 21 mei 1992 betreffende de rendementseisen voor nieuwe olie- en gasgestookte centrale-verwarmingsketels (PB nr. L 167 van 22. 6. 1992, blz. 17), gewijzigd bij: (1) - 393 L 0068: Richtlijn 93/68/EEG van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 220 van 30. 8. 1993, blz. 1).

11. 392 L 0075: Richtlijn 92/75/EEG van de Raad van 22 september 1992 betreffende de vermelding van het energieverbruik en het verbruik van andere hulpbronnen op de etikettering en in de standaard-produktinformatie van huishoudelijke apparaten (PB nr. L 297 van 13. 10. 1992, blz. 6) (1).

(1) Hier uitsluitend ter informatie vermeld; voor toepassing zie bijlage II (Technische voorschriften, normen, keuring en certificatie).".

3. In aanhangsel I worden de volgende lichamen bij Oostenrijk vermeld:

"Tiroler Wasserkraftwerke AG Hoogspanningstransmissienet Vorarlberger Kraftwerke AG Hoogspanningstransmissienet Vorarlberger Illwerke AG Hoogspanningstransmissienet"

4. In bijlage 1 wordt bij Finland de vermelding "Imatran Voima Oy" vervangen door "Imatran Voima Oy/IVO Voimansiirto Oy".

5. In bijlage 1 wordt bij Zweden de vermelding "Statens Vattenfallsverk" vervangen door "Affaersverket svenska kraftnaet".

6. In bijlage 2 wordt bij Zweden de vermelding "Swedegas AB" vervangen door "Vattenfall Naturgas AB".

7. Het volgende wordt als een nieuwe bijlage 3 toegevoegd:

"Bijlage 3 Tabellen die worden toegevoegd aan de aanhangsels A, B en C van Besluit 77/190/EEG van de Commissie:

Tabel 1 bij aanhangsel A >RUIMTE VOOR DE TABEL>

Tabel 2 bij aanhangsel B >RUIMTE VOOR DE TABEL>

Tabel 3 bij aanhangsel C >RUIMTE VOOR DE TABEL>

".

BIJLAGE 5 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage V (VRIJ VERKEER VAN WERKNEMERS) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven. De tekst van de hieronder genoemde besluiten zijn als aanhangsel bijgevoegd.

1. Aan punt 2 (Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad) wordt, vóór de aanpassing, het volgende toegevoegd:

"- 392 R 2434: Verordening (EEG) nr. 2434/92 van de Raad van 27 juli 1992 (PB nr. L 245 van 26. 8. 1992, blz. 1).".

2. In punt 2 (Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad) wordt de tekst van aanpassing a) geschrapt.

3. Na punt 6 (Richtlijn 77/486/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"7. 393 D 0569: Beschikking 93/569 van de Commissie van 22 oktober 1993 ter toepassing van Verordening (EEG) nr. 1612/68 van de Raad betreffende het vrije verkeer van werknemers binnen de Gemeenschap, met name wat het Eures (European Employment Services)-netwerk betreft (PB nr. L 274 van 6. 11. 1993, blz. 32).

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt gelezen:

in bijlage I, punt 2.2.1 Definitie, is de term "niet-Lid-Staten" niet van toepassing op de EVA-landen die partij bij de Overeenkomst zijn (Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden).".

BIJLAGE 6 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage VI (SOCIALE ZEKERHEID) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

VERMELDE BESLUITEN 1. In punt 1 (Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad) worden vóór de aanpassing de volgende streepjes toegevoegd:

"- 392 R 1247: Verordening (EEG) nr. 1247/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB nr. L 136 van 19. 5. 1992, blz. 1).

De bepalingen van de Verordening (EEG) nr. 1247/92 van de Raad worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt aangepast:

artikel 2 is niet van toepassing.

- 392 R 1248: Verordening (EEG) nr. 1248/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB nr. L 136 van 19. 5. 1992, blz. 7),

- 392 R 1249: Verordening (EEG) nr. 1249/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB nr. L 136 van 19. 5. 1992, blz. 28),

- 393 R 1945: Verordening (EEG) nr. 1945/93 van de Raad van 30 juni 1993 (PB nr. L 181 van 23. 7. 1992, blz. 1).".

De bepalingen van Verordening (EEG) nr. 1945/93 van de Raad worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt aangepast:

artikel 3 is niet van toepassing.".

2. De tekst van punt 1 (Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad), aanpassing i), rubriek M. Oostenrijk, wordt vervangen door:

"M. OOSTENRIJK Verzekerings- en verzorgingsinstellingen (Versicherungs- und Versorgungswerke) voor artsen, dierenartsen, advocaten en juridische adviseurs, civiel ingenieurs (Ziviltechniker), met inbegrip van voorzorgsinstellingen (Fuersorgeeinrichtungen) en stelsels tot uitbreiding van de inkomstenverdeling (erweiterte Honorarverteilung).".

3. In punt 1 (Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad) wordt tussen de punten j) en k) het volgende toegevoegd:

"ja) Aan bijlage II, punt III, wordt toegevoegd:

"M. OOSTENRIJK Prestaties verstrekt krachtens de wetgeving van de deelstaten aan gehandicapten en personen die verzorging behoeven.

N. FINLAND Geen.

O. IJSLAND Geen.

P. ...

Q. NOORWEGEN Geen.

R. ZWEDEN Geen.".

jb) Aan bijlage II bis wordt toegevoegd:

"M. OOSTENRIJK a) Compenserende aanvulling (Bondswet van 9 september 1955 betreffende de algemene sociale verzekering - ASVG, Bondswet van 11 oktober 1978 inzake de sociale verzekering van in de handel werkzame personen - GSVG en Bondswet van 11 oktober 1978 inzake de sociale verzekering van landbouwers - BSVG).

b) Verzorgingstoelage (Pflegegeld) krachtens de Oostenrijkse Bondswet op de verzorgingstoelagen (Bundespflegegeldgesetz) met uitzondering van door ongevallenverzekeringsinstellingen verstrekte verzorgingstoelagen in de gevallen waarin de handicap het gevolg is van een arbeidsongeval of een beroepsziekte.

N. FINLAND a) Kinderbijslag (de Wet op de kinderbijslag, 444/88).

b) Uitkering voor gehandicapten (Wet op de gehandicaptenuitkeringen, 124/88).

c) Huisvestingstoelagen voor pensioengerechtigden (Wet op de huisvestingstoelagen voor pensioengerechtigden, 592/78).

d) Basiswerkloosheidsuitkering (Wet op de werkloosheidsuitkeringen, 602/84) voor de gevallen waarin een persoon niet voldoet aan de voorwaarden voor de aan de inkomsten gerelateerde werkloosheidsuitkering.

O. IJSLAND Geen.

P. ...

Q. NOORWEGEN a) Basisuitkering en verpleeguitkering overeenkomstig artikel 8, lid 2, van de Wet op de nationale verzekering van 17 juni 1966 nr. 12 ter dekking van extra uitgaven of de noodzaak van bijzondere zorg, verpleging of thuisverzorging voor gehandicapten, uitgezonderd de gevallen waarin de begunstigde een ouderdoms-, invaliditeits- of overlevingspensioen ontvangt van het nationale verzekeringsstelsel.

b) Gegarandeerd minimum aanvullend pensioen voor personen met een aangeboren afwijking of personen die vanaf jonge leeftijd gehandicapt zijn overeenkomstig de artikelen 7, lid 3 en 8, lid 4, van de Wet op de nationale verzekering van 17 juni 1966 nr. 12.

c) Kinderverzorgingsuitkering en opvoedingsuitkering voor de overlevende echtgenoot overeenkomstig artikel 10, leden 2 en 3, van de wet op de nationale verzekering van 17 juni 1966 nr. 12.

R. ZWEDEN a) Gemeentelijke huisvestingstoeslagen op basispensioenen (Wet 1962:392, herdrukt 1976:1014).

b) Toelagen wegens een handicap die niet worden betaald aan personen die een pensioen ontvangen (Wet 1962:381, herdrukt 1982:120).

c) Verzorgingstoelagen voor gehandicapte kinderen (Wet 1962:381, herdrukt 1982:120)."."

4. De tekst van aanpassing m) in punt 1 (Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad) wordt vervangen door:

"m) Aan bijlage IV, rubriek A, wordt toegevoegd:

"M. OOSTENRIJK Geen.

N. FINLAND Nationale pensioenen voor personen met een aangeboren afwijking of die op jonge leeftijd gehandicapt werden (nieuwe nationale pensioenwet).

O. IJSLAND Geen.

P. ...

Q. NOORWEGEN Geen.

R. ZWEDEN Geen.".

ma) Aan bijlage IV, rubriek B, wordt toegevoegd:

"M. OOSTENRIJK Geen.

N. FINLAND Geen.

O. IJSLAND Geen.

P. ...

Q. NOORWEGEN Geen.

R. ZWEDEN Geen.".

mb) Aan bijlage IV, rubriek C, wordt toegevoegd:

"M. OOSTENRIJK Geen.

N. FINLAND Geen.

O. IJSLAND Alle aanvragen voor de basis- en aanvullende ouderdomspensioenen.

P. ...

Q. NOORWEGEN Alle aanvragen voor ouderdomspensioenen, met uitzondering van de in bijlage IV, onder D, vermelde pensioenen.

R. ZWEDEN Alle aanvragen voor basis- en aanvullende ouderdomspensioenen, uitgezonderd de in bijlage IV, onder D, vermelde pensioen.".

mc) Aan bijlage IV, rubriek D, punt 1, wordt toegevoegd:

"g) De verzorgingstoelage (Pflegegeld) krachtens de Oostenrijkse Bondswet op de verzorgingstoelagen (Bundespflegegeldgesetz) voor aan de verzorging gerelateerde prestaties.

h) Finse nationale pensioenen vastgesteld overeenkomstig de nationale Wet op de pensioenen van 8 juni 1956 en toegekend in het kader van de overgangsregels van de nieuwe nationale pensioenwet.

i) Het volledige Zweedse basispensioen toegekend krachtens de basispensioenwetgeving die vóór 1 januari 1993 van toepassing was en het volledige basispensioen toegekend krachtens de overgangsregels overeenkomstig de vanaf die datum herziene wetgeving.".

md) Aan bijlage IV, rubriek D, punt 2, wordt toegevoegd:

"e) Finse werknemerspensioenen waarvoor overeenkomstig de nationale wetgeving rekening is gehouden met toekomstige tijdvakken.

f) De Noorse invaliditeitspensioenen, ook wanneer deze bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd zijn omgezet in een ouderdomspensioen, en alle pensioenen (overlevings- en ouderdomspensioenen) die zijn gebaseerd op de opgebouwde pensioenrechten van een overledene.

g) Zweedse invaliditeits- en overlevingspensioenen waarvoor rekening is gehouden met een fictief verzekeringstijdvak en Zweedse ouderdomspensioenen waarvoor rekening is gehouden met een reeds verworven fictief tijdvak.".

me) Aan bijlage IV, rubriek D, punt 3, laatste deel (de overeenkomsten vermeld in artikel 46 ter, lid 2, onder b), i), van de verordening), wordt toegevoegd:

"Het Noordse Verdrag van 15 juni 1992 inzake de sociale zekerheid".".

5. In punt 1 (Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad), aanpassing n), rubriek Q. NOORWEGEN, wordt een nieuw punt 3 toegevoegd:

"3. Voor zover een Noorse overlevings- of invaliditeitspensioen krachtens de verordening moet worden betaald dat is berekend overeenkomstig artikel 46, lid 2, en via toepassing van artikel 45, is het bepaalde in de artikelen 8, lid 1, punt 3, en 10, lid 11, punt 3, van de Noorse nationale wet op de sociale verzekering, op grond waarvan een pensioen mag worden toegekend door een uitzondering te maken op de algemene eis van verplichte verzekering, krachtens de nationale wet op de sociale verzekering, gedurende de afgelopen twaalf maanden tot de verzekerde gebeurtenis, niet van toepassing.".

6. In punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad) worden vóór de aanpassingen de volgende streepjes toegevoegd:

"- 392 R 1248: Verordening (EEG) nr. 1248/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB nr. L 136 van 19. 5. 1992, blz. 7),

- 392 R 1249: Verordening (EEG) nr. 1249/92 van de Raad van 30 april 1992 (PB nr. L 136 van 19. 5. 1992, blz. 28),

- 393 R 1945: Verordening (EEG) nr. 1945/93 van de Raad van 30 juni 1993 (PB nr. L 181 van 23. 7. 1993, blz. 1).".

7. De tekst van punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad), aanpassing b), rubriek N. FINLAND, wordt vervangen door:

"N. FINLAND 1. Ziekte en moederschap:

a) Uitkeringen:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki, of werknemersfonds waarbij de betrokkene is aangesloten,

b) Verstrekkingen:

i) terugbetalingen door de ziekteverzekering Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-Verzekeringsinstelling), Helsinki, of werknemersfonds waarbij de betrokkene is aangesloten,

ii) openbare diensten voor gezondheidszorg en ziekenhuizen:

de plaatselijke instanties die de diensten verlenen waarin het stelsel voorziet.

2. Ouderdom, invaliditeit en overlijden (pensioenen):

a) Nationale pensioenen:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki b) Werknemerspensioenen:

het werknemerspensioenfonds dat de pensioenen toekent en uitbetaalt.

3. Arbeidsongevallen, beroepsziekten:

de verantwoordelijke ongevallenverzekeringsinstelling.

4. Uitkeringen bij overlijden:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki, of de verantwoordelijke ongevallenverzekeringsinstelling.

5. Werkloosheid:

a) Basisstelsel:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki b) Aan inkomsten gerelateerd stelsel:

het betrokken werkloosheidsfonds.

6. Gezinsbijslagen:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki.".

8. De tekst van punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad), aanpassing c), rubriek N. FINLAND, wordt vervangen door:

"N. FINLAND 1. Ziekte en moederschap:

a) Uitkeringen:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki.

b) Verstrekkingen:

i) terugbetalingen door de ziekteverzekering:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki,

ii) openbare diensten voor gezondheidszorg en ziekenhuizen:

de plaatselijke instanties die de diensten verlenen waarin het stelsel voorziet.

2. Ouderdom, invaliditeit en overlijden (pensioenen):

a) Nationale pensioenen:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki,

b) Werknemerspensioenen:

Elaeketurvakeskus - Pensionsskyddscentralen (Centraal Pensioenvoorzieningsinstituut), Helsinki.

3. Uitkeringen bij overlijden:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki.

4. Werkloosheid:

a) Basisstelsel:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki,

b) Aan inkomsten gerelateerd stelsel:

i) bij toepassing van artikel 69: Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki,

ii) in de andere gevallen:

het werkloosheidsfonds.

5. Gezinsbijslagen:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki.".

9. De tekst van punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad), aanpassing c), tweede alinea, wordt vervangen door:

"R. ZWEDEN 2. Voor werkloosheidsuitkeringen:

De dienst voor arbeidsbemiddeling van de woon- of verblijfplaats.".

10. De tekst van punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad), aanpassing d), rubriek N. FINLAND, wordt vervangen door:

"N. FINLAND 1. Ziekte- en moederschapsverzekering, nationale pensionen, gezinsbijslagen, werkloosheidsuitkeringen en uitkeringen bij overlijden:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki.

2. Werknemerspensioenen:

Elaeketurvakeskus - Pensionsskyddscentralen (Centraal Pensioenvoorzieningsinstituut), Helsinki.

3. Arbeidsongevallen, beroepsziekten:

Tapaturmavakuutuslaitosten Liitto - Olyckfallsfoersaekringsanstalternas Foerbund (Federatie van Ongevallenverzekeraars), Helsinki.".

11. In punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd tussen de aanpassingen d) en e):

"da) Aan bijlage 5 wordt toegevoegd:

"67. OOSTENRIJK-BELGIË Geen.

68. OOSTENRIJK-DENEMARKEN Geen.

69. OOSTENRIJK-DUITSLAND Afdeling II, Nummer 1 en Afdeling III van de regeling van 2 augustus 1979 betreffende de tenuitvoerlegging van het Verdrag inzake werkloosheidsverzekering van 19 juli 1978.

70. OOSTENRIJK-SPANJE Geen.

71. OOSTENRIJK-FRANKRIJK Geen.

72. OOSTENRIJK-GRIEKENLAND Geen.

73. OOSTENRIJK-IERLAND Geen.

74. OOSTENRIJK-ITALIË Geen.

75. OOSTENRIJK-LUXEMBURG Geen.

76. OOSTENRIJK-NEDERLAND Geen.

77. OOSTENRIJK-PORTUGAL Geen.

78. OOSTENRIJK-VERENIGD KONINKRIJK a) In artikel 18, leden 1 en 2, van de Regeling van 10 november 1980 voor de tenuitvoerlegging van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 22 juli 1980, gewijzigd bij de aanvullende regeling van 26 maart 1986 betreffende personen die geen aanspraak kunnen maken op een behandeling uit hoofde van hoofdstuk 1 van titel III van de verordening.

b) Artikel 18, lid 1, van genoemde regeling betreffende personen die aanspraak kunnen maken op een behandeling uit hoofde van hoofdstuk 1 van titel III van de verordening, met dien verstande dat voor Oostenrijkse onderdanen die op Oostenrijks grondgebied verblijven en voor onderdanen van het Verenigd Koninkrijk die op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk (met uitzondering van Gibraltar) verblijven, het relevante paspoort in de plaats treedt van het formulier E 111 voor alle prestaties waarop dit formulier betrekking heeft.

79. OOSTENRIJK-FINLAND Geen.

80. OOSTENRIJK-IJSLAND Niet van toepassing.

81. ...

82. OOSTENRIJK-NOORWEGEN Geen.

83. OOSTENRIJK-ZWEDEN Geen.

84. FINLAND-BELGIË Niet van toepassing.

85. FINLAND-DENEMARKEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikel 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

86. FINLAND-DUITSLAND Geen.

87. FINLAND-SPANJE Geen.

88. FINLAND-FRANKRIJK Niet van toepassing.

89. FINLAND-GRIEKENLAND Geen.

90. FINLAND-IERLAND Niet van toepassing.

91. FINLAND-ITALIË Niet van toepassing.

92. FINLAND-LUXEMBURG Geen.

93. FINLAND-NEDERLAND Niet van toepassing.

94. FINLAND-PORTUGAL Niet van toepassing.

95. FINLAND-VERENIGD KONINKRIJK Geen.

96. FINLAND-IJSLAND Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

97. ...

98. FINLAND-NOORWEGEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

99. FINLAND-ZWEDEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

100. IJSLAND-BELGIË Niet van toepassing.

101. IJSLAND-DENEMARKEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

102. IJSLAND-DUITSLAND Niet van toepassing.

103. IJSLAND-SPANJE Niet van toepassing.

104. IJSLAND-FRANKRIJK Niet van toepassing.

105. IJSLAND-GRIEKENLAND Niet van toepassing.

106. IJSLAND-IERLAND Niet van toepassing.

107. IJSLAND-ITALIË Niet van toepassing.

108. IJSLAND-LUXEMBURG Geen.

109. IJSLAND-NEDERLAND Niet van toepassing.

110. IJSLAND-PORTUGAL Niet van toepassing.

111. IJSLAND-VERENIGD KONINKRIJK Geen.

112. ...

113. IJSLAND-NOORWEGEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

114. IJSLAND-ZWEDEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

115. ...

116. ...

117. ...

118. ...

119. ...

120. ...

121. ...

122. ...

123. ...

124. ...

125. ...

126. ...

127. ...

128. ...

129. NOORWEGEN-BELGIË Niet van toepassing.

130. NOORWEGEN-DENEMARKEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

131. NOORWEGEN-DUITSLAND Niet van toepassing.

132. NOORWEGEN-SPANJE Niet van toepassing.

133. NOORWEGEN-FRANKRIJK Geen.

134. NOORWEGEN-GRIEKENLAND Geen.

135. NOORWEGEN-IERLAND Niet van toepassing.

136. NOORWEGEN-ITALIË Geen.

137. NOORWEGEN-LUXEMBURG Geen.

138. NOORWEGEN-NEDERLAND Geen.

139. NOORWEGEN-PORTUGAL Geen.

140. NOORWEGEN-VERENIGD KONINKRIJK Artikel 7, lid 3, van de Administratieve Overeenkomst van 28 augustus 1990 betreffende de uitvoering van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid.

141. NOORWEGEN-ZWEDEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

142. ZWEDEN-BELGIË Niet van toepassing.

143. ZWEDEN-DENEMARKEN Artikel 23 van het Noordse Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 juni 1992: Overeenkomst inzake het over en weer afzien van vergoedingen overeenkomstig de artikelen 36, lid 3, 63, lid 3, en 70, lid 3, van de verordening (kosten van verstrekkingen wegens ziekte en moederschap, arbeidsongevallen en beroepsziekten en werkloosheidsuitkeringen) en artikel 105, lid 2, van de uitvoeringsverordening (kosten van administratieve controles en medische onderzoeken).

144. ZWEDEN-DUITSLAND Geen.

145. ZWEDEN-SPANJE Geen.

146. ZWEDEN-FRANKRIJK Geen.

147. ZWEDEN-GRIEKENLAND Geen.

148. ZWEDEN-IERLAND Niet van toepassing.

149. ZWEDEN-ITALIË Geen.

150. ZWEDEN-LUXEMBURG Geen.

151. ZWEDEN-NEDERLAND Geen.

152. ZWEDEN-PORTUGAL Genn.

153. ZWEDEN-VERENIGD KONINKRIJK Geen.".".

12. In punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd tussen de aanpassingen f) en g):

"fa) Aan bijlage 8 wordt aan het eind van punt A, onder a), het volgende toegevoegd:

"Oostenrijk en België Oostenrijk en Duitsland Oostenrijk en Spanje Oostenrijk en Frankrijk Oostenrijk en Ierland Oostenrijk en Luxemburg Oostenrijk en Nederland Oostenrijk en Portugal Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk Oostenrijk en Finland Oostenrijk en IJsland Oostenrijk en Noorwegen Oostenrijk en Zweden Finland en België Finland en Duitsland Finland en Spanje Finland en Frankrijk Finland en Ierland Finland en Luxemburg Finland en Nederland Finland en Portugal Finland en het Verenigd Koninkrijk Finland en IJsland Finland en Noorwegen Finland en Zweden IJsland en België IJsland en Duitsland IJsland en Spanje IJsland en Frankrijk IJsland en Luxemburg IJsland en Nederland IJsland en het Verenigd Koninkrijk IJsland en Noorwegen IJsland en Zweden Noorwegen en België Noorwegen en Duitsland Noorwegen en Spanje Noorwegen en Frankrijk Noorwegen en Ierland Noorwegen en Luxemburg Noorwegen en Nederland Noorwegen en Portugal Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk Noorwegen en Zweden Zweden en België Zweden en Duitsland Zweden en Spanje Zweden en Frankrijk Zweden en Ierland Zweden en Luxemburg Zweden en Nederland Zweden en Portugal Zweden en het Verenigd Koninkrijk.".".

13. De tekst van punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad), aanpassing g), rubriek N. FINLAND, wordt vervangen door:

"N. FINLAND Voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen worden de stelsels van openbare gezondheidszorg en ziekenhuisverplegingen, de terugbetalingen krachtens de ziekteverzekering en de rehabilitatiecentra in aanmerking genomen waarin de Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling) van Helsinki voorziet.".

14. De tekst van punt 2 (Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad), aanpassing h), rubriek N. FINLAND, wordt vervangen door:

"N. FINLAND 1. Voor de toepassing van artikel 14, lid 1, onder b), artikel 14 bis, lid 1, onder b), van de verordening en van artikel 11, lid 1, artikel 11 bis, lid 1, artikel 12 bis, artikel 13, leden 2 en 3, en artikel 14, leden 1 en 2, van de uitvoeringsverordening:

Elaeketurvakeskus - Pensionsskyddscentralen (Centraal Pensioenvoorzieningsinstituut) Helsinki.

2. Voor de toepassing van artikel 10, onder b), van de uitvoeringsverordening:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki.

3. Voor de toepassing van de artikelen 36 en 90 van de uitvoeringsverordening:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki, of Tyoeelaekelaitokset (Werknemerspensioenfondsen) en Elaeketurvakeskus - Pensionsskyddscentralen (Centraal Pensioenvoorzieningsinstituut), Helsinki.

4. Voor de toepassing van artikel 37, lid b), artikel 38, lid 1, artikel 70, lid 1, artikel 82, lid 2, artikel 85, lid 2, en artikel 86, lid 2, van de uitvoeringsverordening:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki.

5. Voor de toepassing van de artikelen 41 tot en met 59 van de uitvoeringsverordening:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki, of Elaeketurvakeskus - Pensionsskyddscentralen (Centraal Pensioenvoorzieningsinstituut), Helsinki.

6. Voor de toepassing van de artikelen 60 tot en met 67, 71, 75, 76 en 78 van de uitvoeringsverordening:

de verzekeringsinstelling in de woon- of verblijfplaats die is aangewezen door:

Tapaturmavakuutuslaitosten Liitto - Olyckfallsfoersaekringsanstalternas Foerbund (Federatie van Ongevallenverzekeraars), Helsinki.

7. Voor de toepassing van de artikelen 80 en 81 van de uitvoeringsverordening:

Het betrokken werkloosheidsfonds voor inkomensgebonden werkloosheidsvoorzieningen:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki, voor basiswerkloosheidsvoorzieningen.

8. Voor de toepassing van de artikelen 102 en 113 van de uitvoeringsverordening:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki, of Tapaturmavakuutuslaitosten Liitto - Olyckfallsfoersaekringsanstalternas Foerbund (Federatie van Ongevallenverzekeraars), Helsinki, voor de ongevallenverzekering.

9. Voor de toepassing van artikel 110 van de uitvoeringsverordening:

a) Werknemerspensioenen:

Elaeketurvakeskus - Pensionsskyddscentralen (Centraal Pensioenvoorzieningsinstituut), Helsinki, voor werknemerspensioenen.

b) Arbeidsongevallen, beroepsziekten:

Tapaturmavakuutuslaitosten Liitto - Olyckfallsfoersaekringsanstalternas Foerbund (Federatie van Ongevallenverzekeraars), Helsinki, voor ongevallenverzekering.

c) In de andere gevallen:

Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki.".

BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN GOEDE NOTA NEMEN 15. Na punt 42 (Besluit nr. 147) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"42a. 393 D 0068: Besluit nr. 148 van 25 juni 1992 betreffende het gebruik van de verklaring betreffende de toepasselijke wetgeving (E 101) bij detachering van ten hoogste drie maanden (PB nr. L 22 van 30. 1. 1993, blz. 124).

42b. C/229/93/blz. 4: Besluit nr. 149 van 26 juni 1992 betreffende de vergoeding door het bevoegde orgaan van een Lid-Staat van de bij verblijf in een andere Lid-Staat gemaakte kosten volgens artikel 34, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB nr. C 229 van 25. 8. 1993, blz. 4).

42c. C/229/93/blz. 5: Besluit nr. 150 van 26 juni 1992 betreffende de toepassing van de artikelen 77, 78 en 79, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 10, lid 1, onder b) ii), van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB nr. C 229 van 25. 8. 1993, blz. 5).

De bepalingen van dit besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen:

aan de bijlage wordt het volgende toegevoegd:

"M. OOSTENRIJK 1. uitsluitend voor de gezinsbijslagen, het betrokken Finanzamt 2. in alle andere gevallen: het betrokken pensioenfonds N. FINLAND 1. Kansanelaekelaitos - Folkpensionsanstalten (Sociale-verzekeringsinstelling), Helsinki,

en 2. Elaeketurvakeskus - Pensionsskyddscentralen (Centraal Pensioenvoorzieningsinstituut), Helsinki.

O. IJSLAND Trygginggastofnun rikisins (Nationaal Sociale-Zekerheidsinstituut), Laugavegur 114, 150 Reykjavik P. ...

Q. NOORWEGEN Folketrygdkontoret for Utenlandssaker (De Nationale Dienst voor de sociale verzekering in het buitenland), Oslo R. ZWEDEN Voor in Zweden woonachtige gerechtigden: de dienst voor sociale zekerheid in de woonplaats van de betrokkene.

Voor niet in Zweden woonachtige gerechtigden: Stockholms laens allmaenna foersaekringskassa, utlandsavdelningen (Sociale-verzekeringskantoor van Stockholm, afdeling buitenland)."".

BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN:

16. Na punt 47 (Aanbeveling nr. 18) wordt het volgende punt ingevoegd:

"47 a. C/199/93 blz. 11: Aanbeveling nr. 19 van 24 november 1992 betreffende de verbetering van de samenwerking tussen Lid-Staten bij de toepassing van de communautaire regelingen (PB nr. C 199 van 23. 7. 1993, blz. 11).".

BIJLAGE 7 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage VII (ONDERLINGE ERKENNING VAN BEROEPSKWALIFICATIES) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd, als hierna aangegeven.

A. ALGEMEEN STELSEL 1. Na punt 1 (Richtlijn 89/48/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"1a. 392 L 0051: Richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG (PB nr. L 209 van 24. 7. 1992, blz. 25).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) wijzigingen van de bijlagen C en D, overeenkomstig artikel 15 van de richtlijn, vinden als volgt plaats:

I. Wijzigingen betreffende opleidingen in een Lid-Staat van de EG 1. Indien een gemotiveerd verzoek door een Lid-Staat van de EG wordt ingediend:

a) nemen deskundigen uit de EVA, overeenkomstig artikel 100 van de Overeenkomst, deel aan de interne besluitvormingsprocedure overeenkomstig artikel 15 van de richtlijn;

b) wordt het besluit van de Gemeenschap aan het Gemengd Comité van de EER voorgelegd overeenkomstig artikel 102 van de Overeenkomst.

2. Indien een gemotiveerd verzoek door een EVA-Staat wordt ingediend:

a) legt de EVA-Staat, volgens zijn interne procedures, een verzoek om wijzigingen aan het Gemengd Comité van de EER voor;

b) legt het Gemengd Comité van de EER het verzoek aan de Commissie voor;

c) legt de Commissie het verzoek voor aan het in artikel 15 van de richtlijn bedoelde comité; deskundigen van de EVA nemen overeenkomstig artikel 100 van de Overeenkomst deel aan de werkzaamheden;

d) wordt het besluit van de Gemeenschap aan het Gemengd Comité van de EER voorgelegd overeenkomstig artikel 102 van de Overeenkomst.

II. Wijzigingen betreffende opleidingen in een EVA-Staat:

1. Indien een gemotiveerd verzoek wordt ingediend door een EVA-Staat:

a) legt de EVA-Staat een verzoek om wijzigingen aan het Gemengd Comité van de EER voor;

b) legt het Gemengd Comité van de EER, via het bevoegde subcomité, het verzoek aan een werkgroep voor dat, van de zijde van de EG, bestaat uit leden van het in artikel 15 van de richtlijn bedoelde EG-Comité en, van de zijde van de EVA, uit deskundigen uit de EVA-Staten;

c) neemt het Gemengd Comité van de EER een besluit over een wijziging van de bijlagen C en D op grond van het verslag dat de onder b) bedoelde werkgroep heeft opgesteld.

2. Indien een gemotiveerd verzoek wordt ingediend door een Lid-Staat van de EG:

a) legt de Lid-Staat van de EG haar verzoek aan de Commissie voor;

b) legt de Commissie het verzoek aan het Gemengd Comité van de EER voor:

c) volgt het Gemengd Comité van de EER de procedure die onder in punt 1, onder b) en c) is omschreven.

b) Het volgende wordt aan bijlage C toegevoegd:

LIJST VAN OPLEIDINGEN MET EEN BIJZONDERE STRUCTUUR, ALS BEDOELD IN ARTIKEL 1, ONDER A), EERSTE ALINEA, TWEEDE STREEPJE, ONDER II) a) Aan de rubriek "1. Paramedisch en sociaal-pedagogisch gebied" wordt het volgende toegevoegd:

"In Oostenrijk de opleidingen voor:

- contactlensopticien ("Kontaktlinsenoptiker") - pedicure ("Fusspfleger") - audicien ("Hoergeraeteakustiker") - drogist ("Drogist") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste veertien jaar, waarvan gedurende ten minste vijf jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan een instelling voor beroepsonderwijs, en een periode van praktijkervaring en opleiding, afgesloten met een beroepsexamen dat het recht verleent het beroep uit te oefenen en leerlingen op te leiden;

de opleidingen voor:

- masseur ("Masseur") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van dertien jaar, waarvan gedurende vier jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van twee jaar, en een periode van praktijkervaring en opleiding gedurende twee jaar, afgesloten met een beroepsexamen dat het recht verleent het beroep uit te oefenen en leerlingen op te leiden;

- kleuterleidster ("Kindergaertner/in") - pedagogisch werker ("Erzieher") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van dertien jaar, waarvan gedurende vijf jaar een beroepsopleiding in een gespecialiseerde school wordt gevolgd, afgesloten met een examen.".

b) Aan rubriek "2. Sector meesters("Mester/Meister/Maître") overeenkomende met opleidingen voor ambachtelijke activiteiten die niet onder de in bijlage A genoemde richtlijnen vallen" wordt het volgende toegevoegd:

"In Oostenrijk de opleidingen voor - bandagist ("Bandagist") - korsettenmaker ("Miederwarenerzeuger") - opticien ("Optiker") - orthopedisch schoenmaker ("Orthopaedieschuhmacher") - prothese/orthesemaker ("Orthopaedietechniker") - tandtechnicus ("Zahntechniker") - tuinier ("Gaertner") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste veertien jaar, waarvan gedurende ten minste vijf jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan een instelling voor beroepsonderwijs, en een periode van praktijkervaring en beroepsopleiding van ten minste twee jaar, afgesloten met een examen voor meesterkwalificatie dat het recht verleent het beroep uit te oefenen, leerlingen op te leiden en de titel "Meister" te voeren;

de opleidingen voor meesterkwalificaties op het gebied van landbouw en bosbouw, namelijk:

- meesterkwalificatie landbouw ("Meister in der Landwirtschaft") - meesterkwalificatie huishoudwetenschappen ("Meister in der laendlichen Hauswirtschaft") - meesterkwalificatie tuinbouw ("Meister im Gartenbau") - meesterkwalificatie akkertuinbouw ("Meister im Feldgemuesebau") - meesterkwalificatie fruitteelt en fruitverwerking ("Meister im Obstbau und in der Obstverwertung") - meesterkwalificatie wijnbouw en oenologie ("Meister im Weinbau und in der Kellerwirtschaft") - meesterkwalificatie zuivelbereiding ("Meister in der Molkerei und Kaesereiwirtschaft") - meesterkwalificatie paardenfokkerij ("Meister in der Pferdewirtschaft") - meesterkwalificatie visserij ("Meister in der Fischereiwirtschaft") - meesterkwalificatie pluimveefokkerij ("Meister in der Gefluegelwirtschaft") - meesterkwalificatie bijenteelt ("Meister in der Bienenwirtschaft") - meesterkwalificatie bosbouw ("Meister in der Forstwirtschaft") - meesterkwalificatie bosaanplantingen en bosbeheer ("Meister in der Forstgarten- und Forstpflegewirtschaft") - meesterkwalificatie opslag landbouwprodukten ("Meister in der landwirtschaftlichen Lagerhaltung") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste vijftien jaar, waarvan gedurende ten minste zes jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan een instelling voor beroepsonderwijs, en een periode van praktijkervaring van drie jaar, afgesloten met een examen voor de desbetreffende meesterkwalificatie dat het recht verleent leerlingen op te leiden en de titel "Meister" te voeren.

In Noorwegen de opleidingen voor:

- groenvoorzieningstechnicus ("anleggsgartner") - tandtechnicus ("tanntekniker") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste veertien jaar, waarvan gedurende ten minste vijf jaar een opleiding in een gestructureerd kader, verdeeld in een leeerlingenopleiding van ten minste drie jaar, gedeeltelijk in het bedrijf en gedeeltelijk aan een instelling voor beroepsonderwijs, en een periode van praktijkervaring en beroepsopleiding van twee jaar, afgesloten met een examen voor de desbetreffende meesterkwalificatie dat het recht verleent leerlingen op te leiden en de titel "Mester" te voeren.".

c) Onder de rubriek "3. Maritieme sector" wordt het volgende ingevoegd:

i) onder "a) Zeescheepvaart":

"In IJsland de opleidingen voor:

- kapitein van de koopvaardij ("skipstjóri") - eerste stuurman ("st´yrima sur") - dekofficier ("undirst´yrima sur") - scheepswerktuigkundige eerste rang ("vélstjóri 1. stigs") In Noorwegen de opleidingen voor - kapitein van de koopvaardij ("skipsfoerer") - eerste stuurman ("overstyrmann") - dekofficier derde klas ("kystskipper") - stuurman/dekofficier vierde klas ("styrmann") - officier werktuigkundige eerste klas ("maskinsjef") - officier werktuigkundige tweede klas ("1. maskinist") - officier werktuigkundige derde klas ("enemaskinist") - officier werktuigkundige vierde klas ("maskinoffiser") overeenkomende met opleidingen:

- in IJsland negen of tien jaar lager onderwijs, gevolgd door dienst op zee gedurende twee jaar, aangevuld met een gespecialiseerde beroepsopleiding van drie jaar (vijf jaar voor scheepswerktuigkundigen);

- in Noorwegen negen jaar lager onderwijs, gevold door een basisopleiding en dienst op zee gedurende drie jaar (tweeëneenhalf jaar voor officiers werktuigkundigen), aangevuld - met een gespecialiseerde beroepsopleiding van een jaar voor stuurlieden,

- met een gespecialiseerde beroepsopleiding van twee jaar voor de anderen,

en met meer dienst op zee, en die zijn erkend in het kader van het Internationale STCW-Verdrag (Internationaal Verdrag van 1978 betreffende normen voor opleiding, diplomering en wachtlopen voor zeevarenden);

- scheepselektricien ("elektroautomasjonstekniker/skipselektriker") overeenkomende met negen jaar lager onderwijs, gevolgd door een basisopleiding van twee jaar, aangevuld met praktijkervaring gedurende een jaar en dienst op zee en een gespecialiseerde beroepsopleiding van een jaar.";

ii) onder "b) Zeevisserij":

"In IJsland de opleidingen voor:

- kapitein visserij ("skipstjóri") - eerste stuurman ("st´yrima sur") - dekofficier ("undirst´yrima sur") overeenkomende met negen of tien jaar lager onderwijs, gevolgd door dienst op zee gedurende twee jaar, aangevuld met een gespecialiseerde beroepsopleiding van twee jaar, afgesloten met een examen en erkend in het kader van het Verdrag van Torremolinos (Internationaal Verdrag van 1977 voor de beveiliging van vissersvaartuigen).";

iii) onder een nieuw punt "c) Personeel van mobiele boorplatforms"

"In Noorwegen de opleidingen voor:

- kapitein produktieplatform ("plattformsjef") - verantwoordelijke stabiliteit ("stabilitetssjef") - operator meet- en regelkamer ("kontrollromoperatoer") - chef technische dienst ("teknisk sjef") - hulptechnicus ("teknisk assistent") overeenkomende met negen jaar lager onderwijs, gevolgd door een basisopleiding van twee jaar, aangevuld met dienst offshore gedurende ten minste één jaar en - een gespecialiseerde beroepsopleiding gedurende één jaar voor operatoren meet- en regelkamer;

- een gespecialiseerde beroepsopleiding gedurende tweeëneenhalf jaar voor de anderen.".

d) Aan rubriek "4. Technische sector" wordt het volgende toegevoegd:

"In Oostenrijk de opleidingen voor:

- houtvester ("Foerster") - bedrijfsadviseur ("Technisches Buero") - medewerker uitzendbureau ("UEberlassung von Arbeitskraeften - Arbeitsleihe") - arbeidsbemiddelaar ("Arbeitsvermittlung") - beleggingsadviseur ("Vermoegensberater") - particulier detective ("Berufsdetektiv") - beveiligingsbeambte ("Bewachungsgewerbe") - makelaar onroerende goederen ("Immobilienmakler") - beheerder onroerende goederen ("Immobilienverwalter") - reclamespecialist ("Werbebuero") - bouwprojectleider ("Bautraeger (Bauorganisator, Baubetreuer)") - medewerker incassobureau ("Inkassobuero") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste vijftien jaar, waarvan acht jaar verplicht onderwijs gevolgd door vijf jaar secundair technisch of commercieel onderwijs, afgesloten met een technisch of commercieel eindexamen, aangevuld met een opleiding in het bedrijf gedurende ten minste twee jaar, afgesloten met een beroepsexamen.

- assurantie-adviseur ("Berater in Versicherungsangelegenheiten") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van vijftien jaar, waarvan gedurende zes jaar een opleiding in een gestructureerd kader wordt gevolgd, verdeeld in een leerlingenopleiding van drie jaar en een periode van praktijkervaring en beroepsopleiding gedurende drie jaar, afgesloten met een examen.

- bouwkundig opzichter-tekenaar ("Planender Baumeister") - meester-timmerman/ontwerp en berekeningen ("Planender Zimmermeister") overeenkomende met opleidingen met een totale duur van ten minste achttien jaar, waarvan ten minste negen jaar beroepsopleiding, verdeeld in vier jaar secundair technisch onderwijs en vijf jaar praktijkervaring en beroepsopleiding, afgesloten met een beroepsexamen dat het recht verleent het beroep uit te oefenen en leerlingen op te leiden, voor zover deze opleiding betrekking heeft op het recht gebouwen te ontwerpen, technische berekeningen uit te voeren en toezicht uit te oefenen op bouwwerkzaamheden ("het Maria-Theresia-privilege") (1).

(1) Werkzaamheden in verband met de bouw vallen onder Richtlijn 64/427/EEG van de Raad van 7 juli 1964 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van de be- en verwerkende nijverheid behorende tot de klassen 23 tot en met 40 van de ISIC (industrie en ambacht) (PB nr. 117 van 23. 7. 1964, blz. 1863), zoals aangepast met het oog op de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bij artikel 30 van de Overeenkomst en punt 31 van bijlage VII bij die Overeenkomst.".".

B. MEDISCHE EN PARAMEDISCHE BEROEPEN 1. In punt 3 (Richtlijn 81/1057/EEG) van de Raad wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0016: Richtlijn 93/16/EEG van de Raad van 5 april 1993 (PB nr. L 165 van 7. 7. 1993, blz. 1).".

2. De in punt 4 vermelde besluiten (Richtlijn 75/362/EEG van de Raad en wijzigingen daarop) worden vervangen door:

"4. 393 L 0016: Richtlijn 93/16/EEG van de Raad van 5 april 1993 ter vergemakkelijking van het vrije verkeer van artsen en de onderlinge erkenning van hun diploma's, certificaten en andere titels (PB nr. L 165 van 7. 7. 1993, blz. 1).".

Daarna wordt, vóór de bestaande aanpassingen, het volgende toegevoegd:

"In afwijking van artikel 30 van Richtlijn 93/16/EEG, met het oog op de toepassing van deze Overeenkomst gewijzigd, zal Noorwegen aan de daarin vermelde verplichtingen uiterlijk op 1 januari 1995 voldoen, in plaats van op de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst.".

3. De tekst van de punten 5 en 6 wordt geschrapt.

BIJLAGE 8 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage VIII (recht van vestiging) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

Punt 8 (Richtlijn 90/366/EEG van de Raad) wordt vervangen door de volgende:

"8. 393 L 0096: Richtlijn 93/96/EEG van de Raad van 29 oktober 1993 inzake het verblijfsrecht voor studenten (PB nr. L 317 van 18. 12. 1993, blz. 59).

Voor de toepassing van de Overeenkomst wordt de richtlijn als volgt aangepast:

In artikel 2, lid 1, tweede alinea, wordt "verblijfskaart van een onderdaan van een Lid-Staat van de EEG" vervangen door "verblijfskaart".".

BIJLAGE 9 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage IX (FINANCIËLE DIENSTEN) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

VERMELDE BESLUITEN A. Hoofdstuk I. VERZEKERINGEN 1. In punt 2 (Eerste Richtlijn 73/239/EEG van de Raad, wordt vóór de aanpassingen het volgende streepje ingevoegd:

"- 392 L 0049: Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 (PB nr. L 228 van 11. 8. 1992, blz. 1).".

2. In punt 7 (Tweede Richtlijn 88/357/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje ingevoegd:

"- 392 L 0049: Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 (PB nr. L 228 van 11. 8. 1992, blz. 1).".

3. Na punt 7 (Tweede Richtlijn 88/357/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"7a. 392 L 0049: Richtlijn 92/49/EEG van de Raad van 18 juni 1992 tot cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe-verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche, en houdende wijziging van de Richtlijnen 73/239/EEG en 88/357/EEG (Derde richtlijn schadeverzekering) (PB nr. L 228 van 11. 8. 1992, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 48 wordt "kennisgeving van deze richtlijn" vervangen door "het besluit van het Gemengd Comité van de EER deze richtlijn in de EER-Overeenkomst op te nemen";

b) deze richtlijn is niet van toepassing op Finland.".

4. In punt 11 (Eerste Richtlijn 79/267/EEG van de Raad) wordt vóór de aanpassingen het volgende streepje toegevoegd:

"- 392 L 0096: Richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 (PB nr. L 360 van 9. 12. 1992, blz. 1).".

5. Onder punt 11 (Eerste Richtlijn 79/267/EEG van de Raad) wordt aanpassing a) vervangen door:

"a) aan artikel 4 wordt toegevoegd:

"Deze richtlijn heeft geen betrekking op de door pensioenwet voor werknemers (TEL) en daarmee verband houdende Finse wetgeving voorgeschreven activiteiten op het gebied van de pensioenverzekeringen, echter op de volgende voorwaarden:

1. De pensioenverzekeringsmaatschappijen die volgens de Finse wet reeds verplicht zijn afzonderlijke boekhoudings- en beheerssystemen te hebben voor hun pensioenactiviteiten zullen voorts vanaf de datum van inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER de Derde Richtlijn 92/96/EEG betreffende het levensverzekeringsbedrijf in de EER-Overeenkomst op te nemen, afzonderlijke rechtspersonen oprichten voor het uitvoeren van deze activiteiten.

2. De Finse autoriteiten staan op voet van non-discriminatie aan alle ingezetenen en ondernemingen van de Overeenkomstsluitende Partijen toe dat zij overeenkomstig de Finse wetgeving de in artikel 1 aangeduide activiteiten ontplooien, welke verband houden met deze vrijstelling, zowel door middel van:

- de eigendom van of de deelneming in een bestaande verzekeringsmaatschappij of groep van maatschappijen;

- de oprichting van of de deelneming in nieuwe verzekeringsmaatschappijen of groepen van maatschappijen, met inbegrip van pensioenverzekeringsmaatschappijen.

3. De Finse autoriteiten leggen vóór de datum van inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER de Derde Richtlijn 92/96/EEG betreffende de opname van het levensverzekeringsbedrijf in de EER-Overeenkomst aan dit Comité ter goedkeuring een verslag voor waarin is vermeld welke maatregelen zijn genomen om de TEL-activiteiten te scheiden van de gewone verzekeringsactiviteiten van de Finse verzekeringsmaatschappijen om te voldoen aan alle eisen van de derde levensverzekeringsrichtlijn.

Overeengekomen wordt dat de Finse autoriteiten in overeenstemming met de relevante bepalingen van de Eerste Richtlijn 79/267/EEG van de Raad de vergunning intrekken van verzekeringsmaatschappijen die niet aan het bepaalde in lid 1 hierboven voldoen bij de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER om de Derde levensverzekeringsrichtlijn 92/96/EEG in de EER-Overeenkomst op te nemen;".".

6. In punt 12 (Richtlijn 90/619/EEG van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 392 L 0096: Richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 (PB nr. L 360 van 9. 12. 1992, blz. 1).".

7. Na punt 12 (Richtlijn 90/619/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"12a. 392 L 0096: Richtlijn 92/96/EEG van de Raad van 10 november 1992 tot cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende het directe-levensverzekeringsbedrijf en tot wijziging van de Richtlijnen 79/267/EEG en 90/619/EEG (PB nr. L 360 van 9. 12. 1992, blz. 1) (Derde levensverzekeringsrichtlijn).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt aangepast:

a) artikel 2: zie aanpassing a) bij Richtlijn 79/267/EEG van de Raad;

b) 1. Zweden neemt de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om op 1 januari 2000 te voldoen aan artikel 22, lid 1, onder b), van deze richtlijn.

2. De Zweedse autoriteiten leggen voor 1 juli 1994 aan het Gemengd Comité van de EER ter goedkeuring een programma voor van de maatregelen die moeten worden genomen om de risico's die de limieten van artikel 22, lid 1, onder b), van deze richtlijn overschrijden binnen de gestelde limieten te brengen.

3. De Zweedse autoriteiten leggen uiterlijk op 31 december 1997 aan het Gemengd Comité van de EER een voortgangsverslag voor over de maatregelen die zijn genomen om aan deze richtlijn te voldoen.

4. Het Gemengd Comité van de EER onderzoekt de maatregelen aan de hand van de in de punten 2 en 3 genoemde verslagen. In het licht van de ontwikkelingen worden deze maatregelen, zo nodig, aangepast teneinde het proces van vermindering van de risico's te bespoedigen.

5. De Zweedse autoriteiten eisen van de betrokken levensverzekeringsondernemingen dat zij onmiddellijk met de vermindering van de relevante risico's beginnen. De betrokken ondernemingen mogen die risico's nooit verhogen tenzij zij reeds binnen de door de richtlijn vastgestelde limieten vallen en zij door een dergelijke verhoging die limieten niet overschrijden.

6. De Zweedse autoriteiten leggen aan het eind van de overgangsperiode een eindverslag over de resultaten van bovengenoemde maatregelen voor;

c) in artikel 45 wordt "het tijdstip van kennisgeving van deze richtlijn" vervangen door "de datum van het besluit van het Gemengd Comité van de EER om deze richtlijn in de EER-Overeenkomst op te nemen".".

8. Na punt 12a (Richtlijn 92/96/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe rubriek en het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"iv) Toezicht en rekeningen 12b. 391 L 0674: Richtlijn 91/674/EEG van de Raad van 19 december 1991 betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van verzekeringsondernemingen (PB nr. L 374 van 31. 12. 1991, blz. 7).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt aangepast:

a) in artikel 2, lid 1, wordt "artikel 58 van het Verdrag" vervangen door "artikel 34 van de EER-Overeenkomst";

b) Noorwegen en Zweden nemen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen om vóór 1 januari 1995 aan deze richtlijn te voldoen;

c) in artikel 46, lid 3, wordt "het moment van kennisgeving van deze richtlijn" vervangen door "de datum van het besluit van het Gemengd Comité van de EER om deze richtlijn in de EER-Overeenkomst op te nemen" en wordt onder de "in artikel 70, lid 1, bedoelde datum" verstaan de datum waarop de respectieve EVA-Staten de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen moeten hebben genomen om aan deze richtlijn te voldoen.".

9. Na punt 12b (Richtlijn 91/674/EEG van de Raad) wordt de rubriek "iv) Overige" vervangen door:

"v) Overige".

B. Hoofdstuk II. BANKEN EN ANDERE KREDIETINSTELLINGEN 1. In punt 17 (Richtlijn 89/299/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 391 L 0633: Richtlijn 91/633/EEG van de Raad van 3 december 1991 (PB nr. L 339 van 11. 12. 1991, blz. 33),

- 392 L 0016: Richtlijn 92/16/EEG van de Raad van 16 maart 1992 (PB nr. L 75 van 21. 3. 1992, blz. 48).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt aangepast:

Artikel 4 bis van Richtlijn 89/299/EEG is van toepassing op Noorwegen.".

2. Punt 20 (Richtlijn 83/350/EEG van de Raad) wordt vervangen door:

"20. 392 L 0030: Richtlijn 92/30/EEG van de Raad van 6 april 1992 inzake toezicht op kredietinstellingen op geconsolideerde basis (PB nr. L 110 van 28. 4. 1992, blz. 52).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt aangepast:

a) een overenkomstsluitende partij die heeft besloten onderhandelingen zoals bedoeld in artikel 8 van de richtlijn op gang te brengen, stelt het Gemengd Comité van de EER daarvan in kennis. De overeenkomstsluitende partijen plegen, telkens wanneer dat van wederzijds belang is, in het kader van het Gemengd Comité van de EER overleg over de te volgen gedragslijn;

b) Noorwegen en Zweden kunnen hun nationale regels inzake rekeningen en consolidatie toepassen tot het einde van de overgangsperioden die hen werden toegekend in de aanpassing van Richtlijn 86/635/EEG van de Raad betreffende de jaarrekening en de geconsolideerde jaarrekening van banken en andere financiële instellingen.".

3. Na punt 23 (Richtlijn 91/308/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"23a. 392 L 0121: Richtlijn 92/121/EEG van de Raad van 21 december 1992 betreffende het toezicht op en de beheersing van grote risico's van kredietinstellingen (PB nr. L 29 van 5. 2. 1993, blz. 1).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt aangepast:

a) Oostenrijk, Noorwegen en Zweden geven per 1 januari 1995 uitvoering aan de richtlijn;

b) leningen die ten genoegen van de bevoegde autoriteiten zijn gegarandeerd door aandelen in Finse woningbouwbedrijven die worden geëxploiteerd in overeenstemming met de Finse wet op de woningbouwbedrijven van 1991 of een later vastgestelde overeenkomstige wet, worden op dezelfde wijze behandeld als leningen die door een woninghypotheek zijn gegarandeerd overeenkomstig de voorschriften van artikel 4, lid 7, onder p), en van artikel 6, lid 9, van de richtlijn;

c) in artikel 6, lid 1, wordt "de datum van bekendmaking van deze richtlijn in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen" vervangen door "de datum waarop het Besluit van het Gemengd Comité van de EER om deze richtlijn in de EER-Overeenkomst op te nemen wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen";

d) in artikel 6, lid 3, wordt "de datum van bekendmaking van deze richtlijn in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen" vervangen door "de datum waarop het Besluit van het Gemengd Comité van de EER om deze richtlijn in de EER-Overeenkomst op te nemen wordt bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen";

C. Hoofdstuk III. Effectenbeurzen en effecten 1. Na punt 30 (Richtlijn 85/611/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe rubriek en de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"iii) Beleggingsdiensten:

30a. 393 L 0006: Richtlijn 93/6/EEG van de Raad van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen (CAD) (PB nr. L 141 van 11. 6. 1993, blz. 1).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

In artikel 3, lid 5, wordt "de datum van kennisgeving van deze richtlijn" vervangen door "de datum waarop het Besluit van het Gemengd Comité van de EER om deze richtlijn in de EER-Overeenkomst op te nemen in werking treedt.".

30b. 393 L 0022: Richtlijn 93/22/EEG van de Raad van 10 mei 1993 betreffende het verrichten van diensten op het gebied van beleggingen in effecten (PB nr. L 141 van 11. 6. 1993, blz. 27).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt aangepast:

Ten aanzien van de betrekkingen met de in artikel 7 van de richtlijn genoemde beleggingsmaatschappijen uit een derde land geldt het volgende:

1. om tot een zo groot mogelijke convergentie bij de toepassing van een regeling voor beleggingsmaatschappijen uit een derde land te komen, wisselen de overeenkomstsluitende partijen de in artikel 7, leden 2 en 6, bedoelde informatie uit en plegen zij overleg over de in artikel 7, leden 3, 4 en 5, bedoelde aangelegenheden in het kader van het Gemengd Comité van de EER en overeenkomstig specifieke, door de overeenkomstsluitende partijen vast te stellen procedures;

2. vergunningen die door de bevoegde autoriteiten van een overeenkomstsluitende partij zijn afgegeven aan beleggingsmaatschappijen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, dochterondernemingen zijn van moederondernemingen die onder het recht van een derde land vallen, zijn, in overeenstemming met de bepalingen van deze richtlijn, geldig voor het gehele grondgebied van alle overeenkomstsluitende partijen. Hiervoor gelden evenwel de volgende voorwaarden:

a) wanneer een derde land kwantitatieve beperkingen instelt ten aanzien van de vestiging van beleggingsmaatschappijen uit een EVA-Staat of dergelijke maatschappijen beperkingen oplegt die zij niet oplegt aan beleggingsmaatschappijen uit de Gemeenschap, zijn de vergunningen die de bevoegde autoriteiten binnen de Gemeenschap hebben afgegeven aan beleggingsmaatschappijen die, rechtstreeks of onrechtstreeks, dochterondernemingen zijn van moederondernemingen die onder het recht van dat derde land vallen, uitsluitend in de Gemeenschap geldig, behalve wanneer een EVA-Staat voor zijn eigen rechtsgebied anders besluit;

b) wanneer de Gemeenschap heeft besloten dat beslissingen inzake vergunningen van beleggingsmaatschappijen die rechtstreeks of onrechtstreeks dochterondernemingen zijn van moederondernemingen die onder het recht van een derde land vallen, moeten worden beperkt of opgeschort, elke door een bevoegde autoriteit van een EVA-Staat aan dergelijke beleggingsmaatschappijen verleende vergunning enkel geldig is binnen zijn rechtsgebied, behalve wanneer een andere overeenkomstsluitende partij voor haar eigen rechtsgebied anders besluit;

c) de in de alinea's a) en b) bedoelde beperkingen of opschortingen gelden niet voor beleggingsmaatschappijen of hun dochterondernemingen die reeds een vergunning hebben gekregen op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij;

3. wanneer de Gemeenschap op grond van artikel 7, leden 4 en 5, met een derde land onderhandelt om voor haar beleggingsmaatschappijen de nationale behandeling en daadwerkelijke toegang tot de markt te verkrijgen, streeft zij ernaar om voor beleggingsmaatschappijen uit de EVA-Staten een gelijkwaardige behandeling te verkrijgen.".

BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN Na punt 36 (Aanbeveling 90/109/EEG van de Commissie) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"37. 392 X 0048: Aanbeveling 92/48/EEG van de Commissie van 18 december 1991 inzake verzekeringstussenpersonen (PB nr. L 19 van 28. 1. 1992, blz. 32).".

BIJLAGE 10 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XI (TELECOMMUNICATIEDIENSTEN) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

VERMELDE BESLUITEN 1. Na punt 5 (Richtlijn 91/287/EEG van de Raad) worden de volgende punten ingevoegd:

"5a. 392 D 0264: Beschikking 92/264/EEG van de Raad van 11 mei 1992 inzake de invoering van een gemeenschappelijk internationaal toegangsnummer voor het telefoonverkeer in de Gemeenschap (PB nr. L 137 van 20. 5. 1992, blz. 21).

De bepalingen van de beschikking worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Met betrekking tot de EVA-Staten wordt in de tweede alinea van artikel 3 in plaats van "de kennisgeving van deze beschikking" gelezen "het besluit van het Gemengd Comité van de EER deze beschikking in de EER-Overeenkomst op te nemen".

5b. 392 L 0044: Richtlijn 92/44/EEG van de Raad van 5 juni 1992 betreffende de toepassing van Open Network Provision (ONP) op huurlijnen (PB nr. L 165 van 19. 6. 1992, blz. 27).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt aangepast:

a) ten aanzien van de EVA-Staten wordt de verwijzing in artikel 12, onder a), geacht te verwijzen naar de artikelen 31 en 32 van de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de instelling van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie in plaats van naar de artikelen 169 en 170 van het EEG-Verdrag;

b) het volgende wordt toegevoegd aan artikel 12, lid 2:

"a) indien een beroep wordt gedaan op de onder punten 3 en 4 omschreven procedure voor een geval waarbij één of meer nationale regelgevende instanties van EVA-Staten zijn betrokken, wordt aan de nationale regelgevende instantie en aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA kennisgeving gedaan;

b) indien een beroep wordt gedaan op de onder punten 3 en 4 omschreven procedure voor een geval waarbij twee of meer nationale regelgevende instanties van zowel een EG-Staat als een EVA-Staat zijn betrokken, wordt aan de nationale regelgevende instanties, aan de EG-Commissie en aan de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA kennisgeving gedaan;";

c) het volgende wordt aan artikel 12, lid 3, toegevoegd:

"a) wanneer de nationale regelgevende instantie of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA naar aanleiding van een kennisgeving op grond van punt 2, onder a), constateert dat er redenen zijn voor nader onderzoek, kan zij de zaak voorleggen aan een werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van de betrokken EVA-Staten en hun regelgevende instanties en een als voorzitter van de werkgroep optredende vertegenwoordiger van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA. Indien de voorzitter van oordeel is dat op nationaal niveau alle redelijke stappen zijn ondernomen, leidt hij een procedure in die, mutatis mutandis, overeenkomt met die van artikel 12, lid 4;

b) wanneer een nationale regelgevende instantie, de EG-Commissie of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA naar aanleiding van een kennisgeving op grond van punt 2, onder b), constateert dat er redenen zijn voor nader onderzoek, kan zij de zaak aan het Gemengd Comité van de EER voorleggen. Indien het Gemengd Comité van de EER van oordeel is dat op nationaal niveau alle redelijke stappen zijn ondernomen, kan het een werkgroep opzetten samengesteld uit een gelijk aantal vertegenwoordigers van de betrokken EVA-Staten en hun nationale regelgevende instanties enerzijds en een gelijk aantal vertegenwoordigers van de betrokken EG-Lid-Staten en hun nationale regelgevende instanties anderzijds evenals vertegenwoordigers van de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA en van de EG-Commissie. Het Gemengd Comité van de EER wijst eveneens de voorzitter van de werkgroep aan. De werkgroep volgt, mutatis mutandis, de procedure van artikel 12, lid 4.".".

BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN Na punt 16 (Aanbeveling 91/288/EEG van de Raad) worden de volgende punten ingevoegd:

"17. 392 Y 0114(01): Resolutie 92/C 8/01 van de Raad van 19 december 1991 inzake de ontwikkeling van de gemeenschappelijke markt voor satellietcommunicatiediensten en -apparatuur (PB nr. C 8 van 14. 1. 1992, blz. 1).

18. 392 X 0382: Aanbeveling van de Raad betreffende het geharmoniseerde aanbod van een minimumpakket van diensten op het gebied van pakketgeschakelde datatransmissie (PSDS-diensten) in overeenstemming met de beginselen van Open Network Provision (ONP) (PB nr. L 200 van 18. 7. 1992, blz. 1).

19. 392 X 0383: Aanbeveling van de Raad betreffende het aanbod van geharmoniseerde ISDN-toegangsregelingen en een minimumpakket van ISDN-voorzieningen in overeenstemming met de beginselen van Open Network Provision (ONP) (PB nr. L 200 van 18. 7. 1992 van blz. 10).

20. 392 Y 0625(01): Resolutie van de Raad van 5 juni 1992 over de ontwikkeling van het digitale netwerk voor geïntegreerde diensten (ISDN) in de Gemeenschap als een paneuropese telecommunicatie-infrastructuur voor 1993 en daarna (PB nr. C 158 van 25. 6. 1992, blz. 1).

21. 392 Y 1204(02): Resolutie van de Raad van 19 november 1992 betreffende de bevordering van samenwerking op Europese schaal op het gebied van de nummering voor telecommunicatiediensten (PB nr. C 318 van 4. 12. 1992, blz. 2).

22. 392 Y 0106(01): Resolutie van de Raad van 17 december 1992 betreffende de beoordeling van de situatie in de telecommunicatiesector in de Gemeenschap (PB nr. C 2 van 6. 1. 1993, blz. 5).

23. 392 Y 1204(01): Resolutie van de Raad van 19 november 1992 betreffende de toepassing in de Gemeenschap van de besluiten van het Europese Comité voor Radiocommunicatie (PB nr. C 318 van 4. 12. 1992, blz. 1).

24. 393 Y 0806(01): Resolutie van de Raad van 22 juli 1993 inzake het overzicht van de situatie in de telecommunicatiesector en de noodzaak voor verdere ontwikkeling op die markt (PB nr. C 213 van 6. 8. 1993, blz. 1).

25. 393 Y 1216(01): Resolutie van de Raad van 7 december 1993 inzake de invoering van persoonlijke satellietcommunicatiediensten in de Gemeenschap (PB nr. C 339 van 16. 12. 1993, blz. 1).".

BIJLAGE 11 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XIII (VERVOER) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

A. Hoofdstuk I. INLAND TRANSPORT 1. Onder punt 11 (Verordening (EEG) nr. 1107/70 van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende streepje ingevoegd:

"- 392 R 3578: Verordening (EEG) nr. 3578/92 van de Raad van 7 december 1992 (PB nr. L 364 van 12. 12. 1992, blz. 11).".

2. Onder punt 12 (Verordening (EEG nr. 4060/89 van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende ingevoegd:

", gewijzigd bij:

- 391 R 3356: Verordening (EEG) nr. 3356/91 van de Raad van 7 november 1991 (PB nr. L 318 van 20. 11. 1991, blz. 1).".

3. Na punt 12 (Verordening (EEG) nr. 4060/89 van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"12a. 392 R 3912: Verordening (EEG) nr. 3912/92 van de Raad van 17 december 1992 inzake in de Gemeenschap in het wegvervoer en de binnenvaart uitgevoerde controles van in een derde land ingeschreven of tot het verkeer toegelaten vervoermiddelen (PB nr. L 395 van 31. 12. 1992, blz. 6).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) Oostenrijk kan tot 1 januari 2005 doorgaan met de controles aan zijn grenzen bedoeld onder b) in deel 2 van de bijlage van Verordening (EEG) nr. 4060/89 van de Raad evenals met de controles voor het verifiëren van de naleving door in een derde land ingeschreven of in het verkeer gebrachte voertuigen van de tussen Oostenrijk en het derde land overeengekomen contingenten evenals van de Oostenrijkse nationale wetgeving betreffende de gewichten, de afmetingen en andere technische kenmerken van wegvoertuigen.

b) De eerste zin van artikel 4 wordt vervangen door:

"Voor de uitvoering van deze verordening, en in overeenstemming met artikel 13 van Protocol 10 bij de EER-Overeenkomst, zijn de bepalingen van Protocol 11 bij de Overeenkomst mutatis mutandis van toepassing".".

4. Punt 13 (Richtlijn 75/130/EEG van de Raad) wordt vervangen door:

"13. 392 L 0106: Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 houdende vaststelling van gemeenschappelijke voorschriften voor bepaalde vormen van gecombineerd vervoer van goederen tussen de Lid-Staten (PB nr. L 368 van 17. 12. 1992, blz. 38).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Aan artikel 6, lid 3, wordt toegevoegd:

"- Oostenrijk:Strassenverkehrsbeitrag - Finland:Varsinainen ajoneuvovero/Den egentliga fordonsskatten - IJsland:Pungaskattur - Noorwegen:Vektaarsavgift - Zweden:Fordonsskatt.".".

B. Hoofdstuk II. WEGVERVOER 1. Onder punt 14 (Richtlijn 85/3/EEG van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende streepje ingevoegd:

"- 392 L 0007: Richtlijn 92/7/EEG van de Raad van 10 februari 1992 (PB nr. L 57 van 2. 3. 1992, blz. 29).".

2. Onder punt 16 (Richtlijn 77/143/EEG van de Raad) worden vóór de aanpassing de volgende streepjes ingevoegd:

"- 391 L 0328: Richtlijn 91/328/EEG van de Raad van 21 juni 1991 tot wijziging van Richtlijn 77/143/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens (PB nr. L 178 van 6. 7. 1991, blz. 29) - 392 L 0054: Richtlijn 92/54/EEG van de Raad van 22 juni 1992 tot wijziging van Richtlijn 77/143/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens (remmen) (PB nr. L 225 van 10. 8. 1992, blz. 63) - 392 L 0055: Richtlijn 92/55/EEG van de Raad van 22 juni 1992 tot wijziging van Richtlijn 77/143/EEG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake de technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens (uitlaatemissies) (PB nr. L 225 van 10. 8. 1992, blz. 68).".

3. Na punt 17 (Richtlijn 89/459/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"17a. 391 L 0671: Richtlijn 91/671/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten betreffende het verplichte gebruik van veiligheidsgordels in voertuigen van minder dan 3,5 ton (PB nr. L 373 van 31. 12. 1991, blz. 26).

17b. 392 L 0006: Richtlijn 92/6/EEG van de Raad van 10 februari 1992 betreffende de installatie en het gebruik, in de Gemeenschap, van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën motorvoertuigen (PB nr. L 57 van 2. 3. 1992, blz. 27).

17c. 393 D 0704: Beschikking 93/704/EEG van de Raad van 30 november 1993 betreffende de oprichting van een communautaire gegevensbank inzake ongevallen in het wegverkeer (PB nr. L 329 van 30. 12. 1993, blz. 63) (1).

(1) Hier uitsluitend ter informatie opgenomen. Zie bijlage XXI voor de toepassing van de beschikking.".

4. Na punt 18 (Richtlijn 68/297/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"18a. 393 L 0089: Richtlijn 93/89/EEG van de Raad van 25 oktober 1993 betreffende de toepassing door de Lid-Staten van de belastingen op sommige voor het goederenvervoer over de weg gebruikte voertuigen en van de voor het gebruik van sommige infrastructuurvoorzieningen geheven tolgelden en gebruiksrechten (PB nr. L 279 van 12. 11. 1993, blz. 32).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) deze richtlijn is niet van toepassing op Oostenrijk;

b) aan artikel 3, lid 1, wordt toegevoegd:

"- Finland:Varsinainen ajoneuvovero/Den egentliga fordonsskatten - IJsland:Pungaskattur - Noorwegen:Vektaarsavgift - Zweden:Fordonsskatt.";

c) in situaties waarnaar wordt verwezen in artikel 8, lid 1, wordt, indien zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" in plaats van "Commissie" gelezen;

d) wat de EVA-Staten betreft, wordt artikel 6 vervangen door:

"De EVA-Staten waarop deze richtlijn van toepassing is blijven de in artikel 3, lid 1, bedoelde bepalingen toepassen om ervoor te zorgen dat de concurrentie niet wordt verstoord, d.w.z. dat het tarief voor elke categorie of subcategorie van de in de bijlage beschreven voertuigen niet lager is dan de in die bijlage vastgestelde minimumtarieven.

Onverminderd het bepaalde in artikel 6 van Richtlijn 92/106/EEG van de Raad van 7 december 1992 mogen de EVA-Staten waarop deze richtlijn van toepassing is, geen vrijstelling of verlaging van de in artikel 3 genoemde belastingen toekennen die tot concurrentievervalsing zou leiden, d.w.z. waardoor het bedrag van de verschuldigde belasting onder het in de voorgaande alinea bedoelde minimumtarief zou komen te liggen.";

e) aan het eind van de eerste subalinea van artikel 7, onder d), wordt toegevoegd:

"In Noorwegen mogen zij ook op bepaalde secundaire wegen worden toegepast.";

f) aan artikel 7, onder d), en artikel 9 wordt het volgende toegevoegd:

"Wat de EVA-Staten betreft, dient het hierboven bedoelde vooroverleg met de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA te worden gepleegd.

Het Gemengd Comité van de EER wordt in kennis gesteld van het overleg en de resultaten daarvan. Op verzoek van een overeenkomstsluitende partij vindt in het Gemengd Comité van de EER overleg plaats.".".

5. Na punt 20 (Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"20a. 393 D 0173: Beschikking 93/173/EEG van de Commissie van 22 februari 1993 tot vaststelling van het standaardschema als bedoeld in artikel 16 van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer (PB nr. L 72 van 25. 3. 1993, blz. 33).".

6. Onder punt 21 (Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad) worden de volgende streepjes ingevoegd:

als een nieuw streepje vóór het eerste (Verordening (EEG) nr. 3572/90 van de Raad):

"- 390 R 3314: Verordening (EEG) nr. 3314/90 van de Commissie van 16 november 1990 (PB nr. L 318 van 17. 11. 1990, blz. 20)",

als een nieuw streepje vóór de aanpassingen:

"- 392 R 3688: Verordening (EEG) nr. 3688/92 van de Commissie van 21 december 1992 (PB nr. L 374 van 22. 12. 1992, blz. 12).".

7. Na punt 23 (Richtlijn 88/599/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"23a. 393 D 0172: Beschikking 93/172/EEG van de Commissie van 22 februari 1993 tot vaststelling van het standaardformulier als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad met betrekking tot het wegvervoer (PB nr. L 72 van 25. 3. 1993, blz. 30).".

8. Na punt 24 (Richtlijn 89/684/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"24a. 391 L 0439: Richtlijn 91/439/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PB nr. L 237 van 24. 8. 1991, blz. 1), gewijzigd bij PB nr. L 310 van 12. 11. 1991, blz. 16.

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) de EVA-Staten voeren een nationaal rijbewijs in overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn. Zij kunnen een ander dan het in bijlage I bij de richtlijn omschreven communautair model gebruiken in afwachting dat de situatie door het Gemengd Comité van de EER vóór 1 juli 1994 wordt herzien;

b) artikel 2, lid 1, wordt vervangen door:

"Op de rijbewijzen van de EVA-Staten wordt het kenteken aangebracht van de Staat die het rijbewijs afgeeft. De respectieve kentekens zijn: IS (IJsland), N (Noorwegen), A (Oostenrijk), FIN (Finland), S (Zweden).".".

9. Onder punt 24 (Eerste richtlijn van de Raad van 23 juli 1962) wordt vóór de aanpassingen het volgende streepje ingevoegd:

"- 392 R 0881: Verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van 26 maart 1992 (PB nr. L 95 van 9. 4. 1992, blz. 1), met rectificatie (PB nr. L 213 van 29. 7. 1992, blz. 36).".

10. Na punt 26 (Verordening (EEG) nr. 3164/76 van de Raad) worden de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"26a. 392 R 0881: Verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van 26 maart 1992 betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Gemeenschap van of naar het grondgebied van een Lid-Staat of over het grondgebied van een of meer Lid-Staten (PB nr. L 95 van 9. 4. 1992, blz. 1), met rectificatie (PB nr. L 213 van 29. 7. 1992, blz. 36).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) deze verordening is niet van toepassing op in Oostenrijk gevestigde ondernemingen of met betrekking tot internationaal goederenvervoer van, door of naar Oostenrijk, op de over Oostenrijks grondgebied afgelegde trajecten. Met betrekking tot de wederzijdse rechten inzake markttoegang zijn de bilaterale overeenkomsten tussen Oostenrijk en de andere overeenkomstsluitende partijen van toepassing;

b) de voorwaarden voor internationaal goederenvervoer van, door of naar Oostenrijks grondgebied door in de Europese Gemeenschap gevestigde ondernemers van goederenvervoer zijn vastgelegd in de te Porto op 2 mei 1992 ondertekende en op 1 januari 1993 in werking getreden overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Republiek Oostenrijk betreffende het transitovervoer van goederen over de weg en per spoor.

Voor het over trajecten op Oostenrijks grondgebied plaatshebbende vervoer zijn de voorwaarden voor het internationaal goederenvervoer van, door en naar Oostenrijks grondgebied door in Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden gevestigde ondernemers van goederenvervoer vastgelegd in de door de betrokken overeenkomstsluitende partijen op 23 november 1993 (IJsland - Oostenrijk), op 24 februari/2 maart 1993 (Finland - Oostenrijk), op 1 februari 1994 (Noorwegen - Oostenrijk) en op 17 februari 1994 (Zweden - Oostenrijk) gesloten administratieve overeenkomsten/briefwisselingen/protocollen.

Indien de partijen bij bovengenoemde administratieve overeenkomsten/briefwisselingen/protocollen of bij de Transito-overeenkomst het voornemen hebben hun respectieve overeenkomsten te herzien of met wederzijdse instemming te beëindigen, stellen zij het Gemengd Comité van de EER zes maanden voor de inwerkingtreding van de overeengekomen maatregelen daarvan in kennis. Binnen het Gemengd Comité van de EER wordt vervolgens over alle voorgestelde wijzigingen of beëindigingen met wederzijdse instemming overleg gepleegd.

Indien een van de overeenkomstsluitende partijen van mening is dat bovenvermelde wijziging of beëindiging van de betrokken overeenkomst het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de partijen bij de EER-Overeenkomst verstoort, probeert het Gemengd Comité van de EER een wederzijds aanvaardbare oplossing te vinden.

Overleg en meningen overeenkomstig de twee voorgaande alinea's mogen uitsluitend betrekking hebben op die delen van bovenvermelde protocollen/briefwisselingen of van de Transito-overeenkomst die dienen te worden gewijzigd of met wederzijdse instemming te worden beëindigd.

Indien binnen de zes maanden geen oplossing kan worden gevonden, is artikel 114 van de Overeenkomst mutatis mutandis van toepassing.

De voorgaande vier alinea's doen geen afbreuk aan de voorrang die de bepalingen van de Transito-overeenkomst krachtens Protocol 43 bij de EER-overeenkomst boven de bepalingen van laatstgenoemde overeenkomst hebben;

c) artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:

"Voor vervoer van het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij naar een derde land of Oostenrijk en omgekeerd is deze verordening, voor het traject over het grondgebied van de overeenkomstsluitende partij waar de goederen worden geladen of gelost, niet van toepassing tenzij door de overeenkomstsluitende partijen anders is overeengekomen.";

d) artikel 1, lid 3, wordt vervangen door:

"Deze verordening doet geen afbreuk aan de bepalingen inzake het in lid 2 bedoelde vervoer die zijn opgenomen in de tussen de overeenkomstsluitende partijen gesloten bilaterale overeenkomsten, waarbij het vervoerondernemingen hetzij via bilaterale vergunningen hetzij via een liberaliseringsregeling is toegestaan goederen te laden of te lossen op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij waar zij niet gevestigd zijn.";

e) de EVA-Staten erkennen de door de Lid-Staten overeenkomstig de verordening afgegeven vergunningen. Met het oog op die erkenning wordt in de algemene bepalingen van de in bijlage I van de verordening omschreven communautaire vergunning "de Gemeenschap en Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden" in plaats van "de Gemeenschap" en "de EG-Lid-Staat (Staten) en (of) Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden" in plaats van "de Lid-Staat (Staten)" gelezen;

f) de Gemeenschap en de EG-Lid-Staten erkennen de door Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden overeenkomstig de verordening en de in aanhangsel 1 bij deze bijlage aangegeven wijzigingen afgegeven vergunningen;

g) de door Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden afgegeven vergunningen beantwoorden aan het in aanhangsel 1 bij deze bijlage aangegeven model.

26b. 390 R 3916: Verordening (EEG) nr. 3916/90 van de Raad van 21 december 1990 betreffende in crisissituaties te nemen maatregelen op de markt voor het goederenvervoer over de weg (PB nr. L 375 van 31. 12. 1990, blz. 10).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) deze verordening is niet van toepassing op Oostenrijk;

b) in de gevallen waarnaar wordt verwezen in artikel 3 wordt, indien zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" in plaats van "Commissie" gelezen;

c) in situaties waarnaar wordt verwezen in artikel 4:

- wordt, indien zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" in plaats van "Commissie" en "Permanent Comité van de EVA" in plaats van "Raad" gelezen;

- wordt, indien de Commissie van de EG van een EG-Lid-Staat of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van een EVA-Staat een verzoek tot goedkeuring van vrijwaringsmaatregelen ontvangt, het Gemengd Comité van de EER daarvan onverwijld in kennis gesteld en van alle relevante informatie voorzien.

Op verzoek van een van de overeenkomstsluitende partijen heeft binnen het Gemengd Comité van de EER overleg plaats. Om dergelijk overleg mag eveneens worden verzocht in geval van verlenging van de vrijwaringsmaatregelen.

Zodra de Commissie van de EG of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA een besluit heeft genomen, doet zij onmiddellijk kennisgeving van de genomen maatregelen aan het Gemengd Comité van de EER.

Indien een overeenkomstsluitende partij van oordeel is dat de vrijwaringsmaatregelen tot een onevenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen zouden leiden, is artikel 114 van de Overeenkomst mutatis mutandis van toepassing;

d) met betrekking tot artikel 5 worden de EVA-Staten betrokken bij de werkzaamheden van het raadgevend comité die verband houden met zijn algemene opdracht de situatie op de vervoersmarkt te volgen en te adviseren over het verzamelen van de gegevens die nodig zijn om de ontwikkeling van de markt te volgen en een eventuele crisis te onderkennen.

26c. 393 R 3118: Verordening (EEG) nr. 3118/93 van de Raad van 25 oktober 1993 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoersondernemers worden toegelaten tot het binnenlands goederenvervoer over de weg in een Lid-Staat waar zij niet gevestigd zijn (PB nr. L 279 van 12. 11. 1993, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) deze verordening is niet van toepassing op ondernemingen die in Oostenrijk zijn gevestigd noch op het vervoer van goederen binnen het Oostenrijk grondgebied. Op de wederzijdse toegangsrechten zijn de bilaterale overeenkomsten tussen Oostenrijk en de andere overeenkomstsluitende partijen van toepassing;

b) aan artikel 2 wordt het volgende toegevoegd:

"Het cabotagecontingent voor IJsland, Noorwegen, Finland en Zweden bestaat uit 2 175 vergunningen die elk twee maanden geldig zijn; vanaf 1 januari 1995 wordt het jaarlijks met 30 % verhoogd.

Het contingent wordt als volgt over IJsland, Noorwegen, Finland en Zweden verdeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Het contingent voor 1994 bedraagt 1/12e van het totaal jaarlijks contingent voor 1994 vermenigvuldigd met het aantal kalendermaanden dat in 1994 overblijft na de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER om deze verordening in de Overeenkomst op te nemen.

De Gemeenschap krijgt 2 816 bijkomende cabotagevergunningen die elk twee maanden geldig zijn; dit aantal wordt vanaf 1 januari 1995 jaarlijks met 30 % verhoogd.

De communautaire cabotagevergunningen worden als volgt over de EG-Lid-Staten verdeeld:

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

Het contingent voor 1994 bedraagt 1/12e van het totaal jaarlijks contingent voor 1994 vermenigvuldigd met het aantal kalendermaanden dat in 1994 overblijft na de inwerkingtreding van het besluit van het Gemengd Comité van de EER om deze verordening in de Overeenkomst op te nemen.";

c) in artikel 3, lid 2, wordt "Commissie van de Europese Gemeenschappen" in plaats van "Commissie" gelezen. Wat IJsland, Noorwegen, Finland en Zweden betreft, zendt de Commissie de cabotagevergunningen aan het Permanent Comité van de EVA dat ze doorstuurt naar de desbetreffende Staten van vestiging;

d) in de gevallen waarnaar wordt verwezen in artikelen 5 en 11, wordt, indien zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Permanent Comité van de EVA" in plaats van "Commissie" gelezen.

De in artikel 5, lid 2, bedoelde overzichten dienen tezelfdertijd te worden toegezonden aan het Gemengd Comité van de EER dat die compileert en aan de EG en de EVA-Staten doet geworden;

e) de tekst van artikel 6, lid 1, onder e), wordt vervangen door:

"BTW (belasting over de toegevoegde waarde) of omzetbelasting op vervoerdiensten.";

f) in situaties waarnaar wordt verwezen in artikel 7:

- wordt, indien zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Toezichthoudende Autortiteit van de EVA" in plaats van "Commissie" en "Permanent Comité van de EVA" in plaats van "Raad" gelezen;

- wordt, indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen van een EG-Lid-Staat of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van IJsland, Noorwegen, Finland of Zweden een verzoek tot goedkeuring van vrijwaringsmaatregelen ontvangt, het Gemengd Comité van de EER daarvan onverwijld in kennis gesteld en van alle relevante informatie voorzien.

Op verzoek van een de overeenkomstsluitende partijen heeft binnen het Gemengd Comité van de EER overleg plaats. Om dergelijk overleg mag eveneens worden verzocht in geval van verlenging van de vrijwaringsmaatregelen.

Zodra de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA een besluit heeft genomen, doet zij onmiddellijk kennisgeving van de genomen maatregelen aan het Gemengd Comité van de EER.

Indien een overeenkomstsluitende partij van oordeel is dat de vrijwaringsmaatregelen het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen zouden verstoren, is artikel 114 van de Overeenkomst mutatis mutandis van toepassing;

g) de overeenkomst tussen Denemarken, Finland, Noorwegen en Zweden inzake cabotagevervoer van goederen over de weg die op 11 april 1993 in werking is getreden, wordt op de datum waarop het besluit van het Gemengd Comité van de EER tot opneming van deze verordening in de EER-Overeenkomst in werking treedt, vervangen door de bepalingen van deze verordening;

h) IJsland, Noorwegen, Finland en Zweden erkennen de door de Commissie en de EG-Lid-Staten in overeenstemming met bijlagen I tot en met III bij de verordening afgegeven communautaire documenten als voldoende bewijs voor het verrichten van binnenlands cabotagevervoer in IJsland, Noorwegen, Finland of Zweden. Met het oog op die erkenning wordt in de bepalingen van de in bijlagen I, II, III en IV van de verordening opgenomen communautaire documenten "EG-Lid-Staat (Staten), IJsland, Noorwegen, Finland en/of Zweden" in plaats van "Lid-Staat (Staten)" gelezen;

i) de Gemeenschap en de EG-Lid-Staten erkennen de door IJsland, Noorwegen, Finland en Zweden in overeenstemming met bijlagen I tot en met III van de verordening, als aangepast in aanhangsel 2 bij deze bijlage, afgegeven documenten als voldoende bewijs voor het verrichten van binnenlands cabotagevervoer in een EG-Lid-Staat;

j) wanneer de documenten in bijlagen I tot en met IV van de verordening door IJsland, Noorwegen, Finalnd en Zweden worden afgegeven, beantwoorden zij aan de in aanhangsel 2 bij deze bijlage opgenomen modellen.".

11. Punt 32 (Verordening (EEG) nr. 516/72 van de Raad) wordt vervangen door:

"32. 392 R 0684: Verordening (EEG) nr. 684/92 van de Raad van 16 maart 1992 houdende gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer van personen met touringcars en met autobussen (PB nr. L 74 van 20. 3. 1992, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) artikel 1, lid 2, wordt vervangen door:

"Voor het vervoer van het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij naar een derde land en omgekeerd, is deze verordening, voor het traject over het grondgebied van de overeenkomstsluitende partij waar reizigers worden opgenomen of afgezet, niet van toepassing tenzij door de overeenkomstsluitende partijen anders is overeengekomen.";

b) artikel 1, lid 3, is niet van toepassing.".

12. Punt 33 (Verordening (EEG) nr. 517/72 van de Raad) wordt vervangen door:

"33. 392 R 1839: Verordening (EEG) nr. 1839/92 van de Commissie van 1 juli 1992 houdende toepassingsbepalingen van Verordening (EEG) nr. 684/92 van de Raad wat de documenten voor het internationaal vervoer van personen betreft (PB nr. L 187 van 7. 7. 1992, blz. 5), gewijzigd bij:

- 393 R 2944: Verordening (EEG) nr. 2944/93 van de Commissie van 25 oktober 1993 (PB nr. L 266 van 27. 10. 1993, blz. 2).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) de EVA-Staten erkennen de door de EG-Lid-Staten overeenkomstig de verordening afgegeven communautaire documenten. Met het oog daarop wordt in de tekst van de communautaire documenten van bijlagen I, IA, III, IV en V van de verordening "EG-Lid-Staat (Staten), IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland of Zweden" in plaats van "Lid-Staat (Staten)" en in de titels van de documenten van bijlagen IA, III, IV en V "Staten die EG-Lid-Staten of EVA-Staten zijn" in plaats van "Lid-Staten" gelezen;

b) de Gemeenschap en de EG-Lid-Staten erkennen de door IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden in overeenstemming met de verordening en de onder c) aangegeven of aangehaalde aanpassingen afgegeven documenten;

c) IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden geven documenten af die in overeenstemming moeten zijn met:

- bijlage I van de verordening. In die bijlage wordt "EG-Staat, IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland of Zweden" in plaats van "EG-Lid-Staat" gelezen;

- de overige bijlagen van de verordening en die conform het model in aanhangsel 3 bij deze bijlage zijn.".

13. Na punt 33 (Verordening (EEG) nr. 1839/92 van de Commissie) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"33a. 392 R 2454: Verordening (EEG) nr. 2454/92 van de Raad van 23 juli 1992 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot binnenlands personenvervoer over de weg in een Lid-Staat waar zij niet gevestigd zijn (PB nr. L 251 van 29. 8. 1992, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) de tekst van artikel 4, lid 1, onder e), wordt vervangen door:

"de BTW (belasting over de toegevoegde waarde) of de omzetbelasting op vervoerdiensten";

b) in situaties waarnaar wordt verwezen in artikel 8:

- wordt, indien zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" in plaats van "Commissie" en "Permanent Comité van de EVA" in plaats van "Raad" gelezen;

- wordt, indien de Commissie van de Europese Gemeenschappen van een EG-Lid-Staat of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA van een EVA-Staat een verzoek tot goedkeuring van vrijwaringsmaatregelen ontvangt, het Gemengd Comité van de EER daarvan onverwijld in kennis gesteld en van alle relevante informatie voorzien.

Op verzoek van een de overeenkomstsluitende partijen heeft binnen het Gemengd Comité van de EER overleg plaats. Om dergelijk overleg mag eveneens worden verzocht in geval van verlenging van de vrijwaringsmaatregelen.

Zodra de Commissie van de Europese Gemeenschappen of de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA een besluit heeft genomen, doet zij onmiddellijk kennisgeving van de genomen maatregelen aan het Gemengd Comité van de EER.

Indien een overeenkomstsluitende partij van oordeel is dat de vrijwaringsmaatregelen het evenwicht tussen de rechten en verplichtingen van de overeenkomstsluitende partijen zouden verstoren, is artikel 114 van de overeenkomst mutatis mutandis van toepassing;

c) de EVA-Staten erkennen de door de EG-Lid-Staten overeenkomstig de verordening afgegeven communautaire documenten. Met het oog op die erkenning wordt in de in bijlagen I, II en III van de verordening opgenomen modellen van de communautaire documenten "EG-Lid-Staat (Staten), IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en/of Zweden" in plaats van "Lid-Staat (Staten)" gelezen;

d) de Gemeenschap en de Lid-Staten van de EG erkennen de in overeenstemming met de verordening, als gewijzigd in aanhangsel 4 bij deze verordening, door IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden afgegeven documenten;

e) wanneer de documenten door IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden worden afgegeven, beantwoorden zij aan de in aanhangsel 4 bij deze bijlage opgenomen modellen.".

C. Hoofdstuk III. SPOORVERVOER 1. Punt 37 (Beschikking 75/327/EEG van de Raad) wordt vervangen door:

"37. 391 L 0440: Richtlijn 91/440/EEG van de Raad van 29 juli 1991 betreffende de ontwikkeling van de spoorwegen in de Gemeenschap (PB nr. L 237 van 24. 8. 1991, blz. 25), met corrigendum (PB nr. L 305 van 6. 11. 1991, blz. 22).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) in artikel 7, lid 1, wordt "EER" in plaats van "Gemeenschap" gelezen;

b) Oostenrijk past deze richtlijn uiterlijk met ingang van 1 juli 1995 toe.".

D. Hoofdstuk IV. VERVOER OVER DE BINNENWATEREN 1. Na punt 43 (Verordening (EEG) nr. 2919/85 van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"43a. 391 R 3921: Verordening (EEG) nr. 3921/91 van de Raad van 16 december 1991 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoerondernemers worden toegelaten tot binnenlands goederen- en personenvervoer over de binnenwateren in een Lid-Staat waar zij niet gevestigd zijn (PB nr. L 373 van 31. 12. 1991, blz. 1).".

2. Onder punt 45 (Verordening (EEG) nr. 1102/89 van de Commissie) worden vóór de aanpassing de volgende streepjes ingevoegd:

"- 392 R 3690: Verordening (EEG) nr. 3690/92 van de Commissie van 21 december 1992 (PB nr. L 374 van 22. 12. 1992, blz. 22) - 393 R 3433: Verordening (EEG) nr. 3433/93 van de Commissie van 15 december 1993 (PB nr. L 314 van 16. 12. 1993, blz. 10).".

3. Na punt 46 (Richtlijn 87/540/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"46a. 391 L 0672: Richtlijn 91/672/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de wederzijdse erkenning van de nationale vaarbewijzen voor het besturen van schepen in het goederen- en personenvervoer over de binnenwateren (PB nr. L 373 van 31. 12. 1991, blz. 29).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) het volgende wordt toegevoegd aan bijlage I:

in Groep A:

"Republiek Finland - Laivurinkirja/Skepparbrev;

- Kuljettajankirjat I ja II/Foerarbrev I och II.";

in Groep B:

"Republiek Oostenrijk - Kapitaenspatent A;

- Schiffsfuehrerpatent A.

"Republiek Finland - Laivurinkirja/Skepparbrev;

- Kuljettajankirjat I ja II/Foerarbrev I och II";

b) het volgende wordt toegevoegd aan bijlage II:

"Finland - Saimaan kanava/Saima kanal - Saimaan vesistoe/Saimens vattendrag.

Zweden - Trollhaette kanal en Goeta aelv - Vaenern - Maelaren - Soedertaelje kanal - Falsterbo kanal - Sotenkanalen.".".

H. Hoofdstuk V. ZEEVERVOER 1. Punt 55 (Richtlijn 79/116/EEG van de Raad) wordt met ingang van 13 september 1995 geschrapt.

2. Na punt 55 (Richtlijn 79/116/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"55a. 393 L 0075: Richtlijn 93/75/EEG van de Raad van 13 september 1993 betreffende de minimumeisen voor schepen die gevaarlijke of verontreinigende goederen vervoeren en die naar of uit de zeehavens van de Gemeenschap varen (PB nr. L 247 van 5. 10. 1993, blz. 19.".

3. Na punt 56 (Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"56a. 393 R 2158: Verordening (EEG) nr. 2158/93 van de Commissie van 28 juli 1993 betreffende het toepassen van wijzigingen in het Internationaal Verdrag van 1974 voor de beveiliging van mensenlevens op zee en in het Internationaal Verdrag van 1973 ter voorkoming van verontreiniging door schepen in het kader van Verordening (EEG) nr. 613/91 van de Raad (PB nr. L 194 van 3. 8. 1993, blz. 5).".

4. Na punt 59 (Beschikking 83/573/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"59a. 392 D 0143: Beschikking 92/143/EEG van de Raad van 25 februari 1992 betreffende radionavigatiesystemen die bestemd zijn om in Europa te worden gebruikt (PB nr. L 59 van 4. 3. 1992, blz. 17).".

I. Hoofdstuk VI. BURGERLUCHTVAART 1. Onder punt 63 (Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad) wordt ter vervanging van de aanpassing het volgende ingevoegd:

", gewijzigd bij - 393 R 3089: Verordening (EEG) nr. 3089/93 van de Raad van 29 oktober 1993 (PB nr. L 278 van 11. 11. 1993, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Voor de toepassing van artikel 6, lid 5, artikel 7, leden 3, 4 en 5, artikelen 11 tot en met 21a en artikel 23, lid 2, wordt, indien zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Toezichthoudende Auroriteit van de EVA" in plaats van "Commissie" en "Permanent Comité van de EVA" in plaats van "Raad" gelezen.

Bovendien dient in artikel 15, lid 1, en in artikel 17, indien zij betrekking hebben op EVA-Staten, "EVA-Hof" in plaats van "Hof van Justitie" te worden gelezen en dient de verwijzing in artikel 17 naar artikel 172 van het EG-Verdrag te worden beschouwd als een verwijzing naar artikel 35 van de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de instelling van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie.".

2. Na punt 64 (Verordening (EEG) nr. 294/91 van de Raad) worden de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"64a. 392 R 2408: Verordening (EEG) nr. 2408/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de toegang van communautaire luchtvaartmaatschappijen tot intracommunautaire luchtroutes (PB nr. L 240 van 24. 8. 1992, blz. 8).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) In de situaties waarnaar wordt verwezen in de artikelen 4, 6, 8, 9 en 10 wordt, wanneer zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" in plaats van "Commissie" en Permanent Comité van de EVA" in plaats van "Raad" gelezen;

b) de in bijlage I van de verordening opgenomen lijst wordt als volgt aangevuld:

"Oostenrijk: Wenen Finland: Helsinki-Vantaa/Helsingfors-Vanda IJsland: Keflavík Noorwegen: Oslo Luchthavensysteem Zweden: Stockholm Luchthavensysteem";

c) de in bijlage II van de verordening opgenomen lijst wordt als volgt aangevuld:

"Noorwegen: Oslo-Fornebu/Gardermoen Zweden: Stockholm-Arlanda/Bromma".".

64b. 393 R 0095: Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van "slots" op communautaire luchthavens (PB nr. L 14 van 22. 1. 1993, blz. 1).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) in het in artikel 8, lid 6, bedoelde geval zijn artikelen 99 en 102 tot en met 104 van de Overeenkomst van toepassing;

b) in het in artikel 11, lid 3, bedoelde geval wordt met betrekking tot EVA-Staten "Toezichthoudende Autotiteit van de EVA" in plaats van "Commissie" gelezen;

c) in de in artikel 12 bedoelde gevallen houden de overeenkomstsluitende partijen elkaar op de hoogte en vindt op verzoek overleg plaats in het gemengd Comité van de EER.".

3. Punt 65 (Verordening (EEG) nr. 2342/90 van de Raad) wordt vervangen door:

"65. 393 R 2409: Verordening (EEG) nr. 2409/92 van de Raad van 23 juli 1992 inzake tarieven voor luchtdiensten (PB nr. L 240 van 24. 8. 1992, blz. 15).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

In de situaties waarnaar wordt verwezen in de artikelen 6 en 7 wordt, wanneer zij betrekking hebben op EVA-Staten, "Toezichthoudende Autoriteit van de EVA" in plaats van "Commissie" en "Permanent Comité van de EVA" in plaats van "Raad" gelezen.".

4. Na punt 66 (Richtlijn 80/1266/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"66a. 391 R 3922: Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PB nr. L 373 van 31. 12. 1991, blz. 4).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

Artikel 9 is niet van toepassing.

66b. 392 R 2407: Verordening (EEG) nr. 2407/92 van de Raad van 23 juli 1992 betreffende de verlening van exploitatievergunningen aan luchtvaartmaatschappijen (PB nr. L 240 van 24. 8. 1992, blz. 19).

De bepalingen van de verordening worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) in het in artikel 5, lid 7, onder b) en c), van de verordening bedoelde geval zijn artikelen 99 en 102 tot en met 104 van de EER-Overeenkomst van toepassing;

b) met betrekking tot de EVA-Staten dient de verwijzing in artikel 13, lid 3, van de verordening naar artikel 169 van het EG-Verdrag te worden beschouwd als een verwijzing naar artikel 31 van de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de instelling van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie.

66c. 393 L 0065: Richtlijn 93/65/EEG van de Raad van 19 juli 1993 betreffende de vaststelling en het gebruik van compatibele technische normen en specificaties voor de aanschaf van apparatuur en van systemen voor luchtverkeersafhandeling (PB nr. L 187 van 29. 7. 1993, blz. 52).

De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van de Overeenkomst als volgt gelezen:

a) de in bijlage II opgenomen lijst wordt als volgt aangevuld:

"Oostenrijk Austro Control GesmbH.

Schnirchgasse 11 A-1030 Wien Finland Ilmailulaitos/luftfahrtsverket P.O.Box 50 FIN-01531 Vantaa Aankopen voor kleine luchthavens en vliegvelden kunnen worden gedaan door de plaatselijke overheden of door de eigenaars.

Noorwegen Luftfartsverket P.O. Box 8124 Dep.

N-0032 Oslo Oslo Hovedflyplass A/S P.O. Box 2654 St. Hanshaugen N-0131 Oslo Aankopen voor kleine luchthavens en vliegvelden kunnen worden gedaan door de plaatselijke overheden of door de eigenaars.

Zweden Luftfartsverket S-601 79 Norrkoeping"

b) Deze richtlijn is niet van toepassing op IJsland.".

5. Na punt 68 (Verordening (EEG) nr. 295/91 van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt ingevoegd:

"68a. 391 L 0670: Richtlijn 91/670/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de onderlinge erkenning van bewijzen van bevoegdheid voor burgerluchtvaartpersoneel (PB nr. L 373 van 31. 12. 1991, blz. 21).".

J. BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN Na punt 75 (Resolutie van de Raad van 7 december 1970) worden de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"76. 391 Y 0208(01): Resolutie van de Raad van 17 december 1990 over de ontwikkeling van een Europees net van hoge-snelheidstreinen (PB nr. C 33 van 8. 2. 1991, blz. 1).

77. 392 Y 0407(04): Resolutie van de Raad van 26 maart 1992 betreffende de verlenging van het systeem ter observering van de markten van het goederenvervoer per spoor, over de weg en over de binnenwateren (PB nr. C 86 van 7. 4. 1992, blz. 4).".

K. De hierna volgende vier aanhangsels worden aanhangsels 1, 2, 3 en 4 bij bijlage XIII (VERVOER) van de EER-Overeenkomst.

AANHANGSEL 1

DOCUMENTEN OPGENOMEN IN DE BIJLAGE VAN VERORDENING (EEG) NR. 881/92 VAN DE RAAD, ZOALS AANGEPAST VOOR DE TOEPASSING VAN DE EER-OVEREENKOMST (Zie aanpassing g) in punt 26a van bijlage XIII bij de Overeenkomst)

BIJLAGE I

(a) (Sterk blauw papier - Formaat DIN A4) (Eerste blad van de vergunning) (Tekst in (een van) de officiële taal(talen) van de EVA-Staat die de vergunning afgeeft) Staat die de vergunning afgeeft Benaming van de bevoegde autoriteit of instantie Kenteken van het land (1) VERGUNNING Nr. ............ voor het internationale beroepsgoederenvervoer over de weg Deze vergunning machtigt .

.

.

.(2) tot het verrichten, over alle verkeersverbindingen op het grondgebied van de Gemeenschap en van Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden (3), van internationaal beroepsgoederenvervoer over de weg als omschreven in Verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van 26 maart 1992, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER-Overeenkomst), en volgens de algemene bepalingen van deze vergunning.

Bijzondere opmerkingen:

Deze vergunning is geldig van .tot .

Afgegeven te . ,.

. (4) (b) (Tweede blad van de vergunning) Deze vergunning is afgegeven uit hoofde van Verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van 26 maart 1992, zoals aangepast voor de toepassing van de EER-Overeenkomst.

Deze vergunning machtigt tot het verrichten, over alle verkeersverbindingen op het grondgebied van de Europese Gemeenschap en van de betrokken Staten, en eventueel op de in deze vergunning gestelde voorwaarden, van internationaal beroepsgoederenvervoer over de weg:

- waarvan het punt van vertrek en het punt van aankomst zijn gelegen in twee verschillende Staten welke hetzij EG-Lid-Staten hetzij betrokken Staten zijn, met of zonder doorvoer via één of meer EG-Lid-Staten of betrokken Staten dan wel derde landen;

- van een EG-Lid-Staat of een betrokken Staat naar een derde land en omgekeerd, met of zonder doorvoer via één of meer EG-Lid-Staten of betrokken Staten dan wel derde landen;

- tussen derde landen met doorvoer via het grondgebied van één of meer EG-Lid-Staten of betrokken Staten,

alsmede ledige ritten in verband met dit vervoer.

In geval van vervoer van een EG-Lid-Staat of een betrokken Staat naar een derde land of Oostenrijk en ongekeerd, is deze vergunning niet geldig voor het op het grondgebied van de EG-Lid-Staat of de betrokken Staat van inlading of van uitlading afgelegde traject.

De vergunning is persoonlijk en mag niet aan een derde worden overgedragen.

De vergunning kan door de bevoegde autoriteit van de betrokken Staat van afgifte worden ingetrokken wanneer de vervoerder onder andere:

- niet aan alle voorwaarden heeft voldaan waaraan het gebruik van de vergunning was onderworpen;

- onjuiste inlichtingen heeft verstrekt met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk waren voor de afgifte of verlenging van de vergunning.

Het origineel van de vergunning moet door de vervoeronderneming worden bewaard.

Een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de vergunning moet zich in het voertuig bevinden (1).

In het geval van een samenstel van voertuigen moet zij het trekkende voertuig vergezellen; zij geldt voor het samenstel van voertuigen, ook als de aanhanger of oplegger niet op naam van de houder van de vergunning is geregistreerd of toegelaten tot het verkeer of indien zij zijn geregistreerd of toegelaten tot het verkeer in een EG-Lid-Staat of een andere betrokken Staat.

De vergunning moet op verzoek van de met de controle belaste beambten worden getoond.

De houder is verplicht op het grondgebied van elke EG-Lid-Staat en betrokken Staat de aldaar geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, met name op het gebied van vervoer en verkeer, in acht te nemen.

AANHANGSEL 2

DOCUMENTEN OPGENOMEN IN DE BIJLAGEN VAN VERORDENING (EEG) NR. 3118/93 VAN DE RAAD, ZOALS AANGEPAST VOOR DE TOEPASSING VAN DE EER-OVEREENKOMST (Zie aanpassing j) in punt 26c van bijlage XIII bij de Overeenkomst)

BIJLAGE I

(a) (Sterk groen papier - afmetingen DIN A4) (Eerste bladzijde van de cabotagevergunning) (Vermelding van begin- en einddata van de geldigheidsperiode) (Tekst in de officiële taal (talen) van de Staat die de vergunning afgeeft - Vertaling in het IJslands, Noors, Fins en Zweeds en in de officiële talen van de EG-Lid-Staten op de bladzijden (f), (g) en (h)) COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN (Droogstempel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen) Staat die de vergunning afgeeft Kenteken van het land (1) Benaming van de bevoegde autoriteit of instantie CABOTAGEVERGUNNING Nr. ......

voor nationaal goederenvervoer over de weg in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap (*) of in IJsland, Noorwegen, Finland of Zweden (**) door een aldaar niet woonachtige vervoersondernemer (cabotage) Deze vergunning machtigt .

.

.

.(2) tot het verrichten van goederenvervoer over de weg, in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap of betrokken Staat dan die waar de houder van deze vergunning is gevestigd met een motorvoertuig, of met een samenstel van voertuigen, en tot het uitvoeren van de ledige ritten met dit voertuig of samenstel over het gehele grondgebied van de Gemeenschap of de betrokken Staten.

Deze vergunning geldt voor twee maanden, en wel van .tot .

afgegeven te .op .

.(3)(b) (Tweede bladzijde van de cabotagevergunning) (Tekst in de officiële taal (talen) van de betrokken Staat die de vergunning afgeeft - Vertaling in de officiële talen van de andere betrokken Staten en de EG-Lid-Staten op de bladzijden (c), (d) en (e)) Algemene bepalingen Deze vergunning machtigt tot het verrichten van nationaal goederenvervoer over de weg in een andere EG-Lid-Staat of betrokken Staat dan die waar de houder van de vergunning is gevestigd (cabotage).

Zij is persoonlijk en kan niet aan derden worden overgedragen.

Zij kan worden ingetrokken door de bevoegde autoriteit van de betrokken Staat die haar heeft afgegeven, of, in geval van vervalsing van de vergunning, door de EG-Lid-Staat of betrokken Staat waar het cabotageverkeer plaatsvindt.

Zij mag slechts door één voertuig tegelijk worden gebruikt. Onder voertuig wordt verstaan, een in de betrokken Staat van vestiging geregistreerd motorvoertuig of een samenstel van voertuigen waarvan tenminste het trekkende voertuig in de betrokken Staat van vestiging is geregistreerd en die uitsluitend voor het vervoer van goederen zijn bestemd.

Zij dient, in geval van een samenstel van voertuigen, het motorvoertuig te vergezellen.

Zij moet zich, te zamen met een boekje verslagen van nationaal cabotagevervoer onder dekking ervan, in het voertuig bevinden.

De vergunning en het boekje verslagen moeten vóór de cabotageverrichtingen worden ingevuld.

De vergunning en het boekje verslagen van nationaal cabotagevervoer moeten op ieder verzoek van de met controle belaste ambtenaren worden getoond.

Onder voorbehoud van de toepassing van de communautaire voorschriften, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zijn de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de EG-Lid-Staat of betrokken Staat van ontvangst op de volgende gebieden van toepassing op het verrichten van cabotagevervoer:

a) tarieven en contractuele voorwaarden van het vervoer;

b) de afmetingen en gewichten van wegvoertuigen: de afmetingen en gewichten mogen eventueel groter zijn dan die welke in de betrokken Staat van vestiging van de vervoersondernemer gelden, doch zij mogen in geen geval groter zijn dan de technische normen als vermeld in het certificaat van overeenstemming;

c) voorschriften inzake het vervoer van sommige categorieën goederen, met name gevaarlijke goederen, bederfelijke levensmiddelen, levende dieren;

d) rij- en rusttijden;

e) BTW op vervoerdiensten.

De technische normen inzake fabricage en uitrusting, waaraan voertuigen moeten voldoen die voor het verrichten van cabotage worden gebruikt, zijn die welke gelden voor voertuigen die tot het internationale vervoer worden toegelaten.

Deze vergunning moet binnen acht dagen na het verstrijken van haar geldigheidsduur worden teruggezonden aan de bevoegde autoriteit of instantie die haar heeft afgegeven.

(c), (d) en (e) (Derde, vierde en vijfde bladzijde van de cabotagevergunning van de betrokken Staten) (Vertaling in de officiële talen van de andere betrokken Staten en de EG-Lid-Staten van de tekst op bladzijde (b)) (f), (g) en (h) (Zesde, zevende en achtste bladzijde van de cabotagevergunning) (Vertaling in de officiële talen van de andere betrokken Staten en de EG-Lid-Staten van de tekst op bladzijde (a))

BIJLAGE II

(a) (Sterk rose papier - afmetingen DIN A4) (Eerste bladzijde van de cabotagevergunning voor een korte periode) (Vermelding van begin- en einddatum van de geldigheidsduur) (Tekst in de officiële taal (talen) van de Staat die de vergunning afgeeft - Vertaling in het IJslands, Noors, Fins en Zweeds en in de officiële talen van de EG-Lid-Staten op de bladzijden (f), (g) en (h)) COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN (Droogstempel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen) Staat die de vergunning afgeeft Kenteken van het land (1) Benaming van de bevoegde autoriteit of instantie CABOTAGEVERGUNNING Nr. ......

voor nationaal goederenvervoer over de weg in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschap (*) of in IJsland, Noorwegen, Finland of Zweden (**) door een aldaar niet woonachtige vervoersondernemer (cabotage) Deze vergunning machtigt .

.

.

.(2) tot het verrichten van goederenvervoer over de weg, in een andere Lid-Staat van de Europese Gemeenschap of betrokken Staat dan die waar de houder van deze vergunning is gevestigd met een motorvoertuig, of met een samenstel van voertuigen, en tot het uitvoeren van de ledige ritten met dit voertuig of samenstel over het gehele grondgebied van de Gemeenschap of de betrokken Staten.

Deze vergunning geldt voor twee maanden, en wel van .tot .

afgegeven te .op .

.(3)(b) (Tweede bladzijde van de cabotagevergunning) (Tekst in de officiële taal (talen) van de betrokken Staat die de vergunning afgeeft - Vertaling in de officiële talen van de andere betrokken Staten en de EG-Lid-Staten op de bladzijden (c), (d) en (e)) Algemene bepalingen Deze vergunning machtigt tot het verrichten van nationaal goederenvervoer over de weg in een andere EG-Lid-Staat of betrokken Staat dan die waar de houder van de vergunning is gevestigd (cabotage).

Zij is persoonlijk en kan niet aan derden worden overgedragen.

Zij kan worden ingetrokken door de bevoegde autoriteit van de betrokken Staat die haar heeft afgegeven, of, in geval van vervalsing van de vergunning, door de EG-Lid-Staat of betrokken Staat waar het cabotageverkeer plaatsvindt.

Zij mag slechts door één voertuig tegelijk worden gebruikt. Onder voertuig wordt verstaan, een in de betrokken Staat van vestiging geregistreerd motorvoertuig of een samenstel van voertuigen waarvan tenminste het trekkende voertuig in de betrokken Staat van vestiging is geregistreerd en die uitsluitend voor het vervoer van goederen zijn bestemd.

Zij dient, in geval van een samenstel van voertuigen, het motorvoertuig te vergezellen.

Zij moet zich, te zamen met een boekje verslagen van nationaal cabotagevervoer onder dekking ervan, in het voertuig bevinden.

De vergunning en het boekje verslagen moeten vóór de cabotageverrichtingen worden ingevuld.

De vergunning en het boekje verslagen van nationaal cabotagevervoer moeten op ieder verzoek van de met controle belaste ambtenaren worden getoond.

Onder voorbehoud van de toepassing van de communautaire voorschriften, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zijn de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de EG-Lid-Staat of betrokken Staat van ontvangst op de volgende gebieden van toepassing op het verrichten van cabotagevervoer:

a) tarieven en contractuele voorwaarden van het vervoer;

b) de afmetingen en gewichten van wegvoertuigen: de afmetingen en gewichten mogen eventueel groter zijn dan die welke in de betrokken Staat van vestiging van de vervoersondernemer gelden, doch zij mogen in geen geval groter zijn dan de technische normen als vermeld in het certificaat van overeenstemming;

c) voorschriften inzake het vervoer van sommige categorieën goederen, met name gevaarlijke goederen, bederfelijke levensmiddelen, levende dieren;

d) rij- en rusttijden;

e) BTW op vervoerdiensten.

De technische normen inzake fabricage en uitrusting, waaraan voertuigen moeten voldoen die voor het verrichten van cabotage worden gebruikt, zijn die welke gelden voor voertuigen die tot het internationale vervoer worden toegelaten.

Deze vergunning moet binnen acht dagen na het verstrijken van haar geldigheidsduur worden teruggezonden aan de bevoegde autoriteit of instantie die haar heeft afgegeven.

(c), (d) en (e) (Derde, vierde en vijfde bladzijde van de cabotagevergunning van de betrokken Staten) (Vertaling in de officiële talen van de andere betrokken Staten en de EG-Lid-Staten van de tekst op bladzijde (b)) (f), (g) en (h) (Zesde, zevende en achtste bladzijde van de cabotagevergunning) (Vertaling in de officiële talen van de andere betrokken Staten en de EG-Lid-Staten van de tekst op bladzijde (a))

BIJLAGE III

(a) (Afmetingen DIN A4) (Eerste blad van de omslag van het boekje verslagen) (Tekst in de officiële taal (talen) van de betrokken Staat die het boekje afgeeft - Vertaling in de officiële talen van de andere betrokken Staten op de achterzijde en in de officiële talen van de EG-Lid-Staten op bladzijde (d)) Staat die het boekje afgeeftNaam van de bevoegde autoriteit of instantie Kenteken van het land (1)Boekje nr. ......

BOEKJE VERSLAGEN VAN NATIONAAL CABOTAGEVERVOER ONDER DEKKING VAN CABOTAGEVERGUNNING Nr. ......

Dit boekje is geldig tot en met .(2) Afgegeven te .,op .

.(3)(b) (Achterzijde van het eerste blad van de omslag van het boekje verslagen) 1. (Vertaling in de andere officiële talen van de betrokken Staten van de tekst aan de voorzijde) 2. (Tekst in de officiële taal (talen) van de betrokken Staat die het boekje afgeeft) Algemene bepalingen 1. Dit boekje bevat 25, van 1 tot en met 25 genummerde bladen die kunnen worden uitgescheurd en waarop bij het laden op de voertuigen alle onder dekking van de cabotagevergunning vervoerde goederen moeten worden vermeld, waarop zij betrekking hebben. Elk boekje heeft een nummer dat op elk van de bladen is weergegeven.

2. De vervoerder is verantwoordelijk voor het juiste bijhouden van de verslagen van nationaal cabotagevervoer.

3. Het boekje moet te zamen met de communautaire cabotagevergunning waarop het betrekking heeft, worden meegenomen in het voertuig dat (beladen of ledige) ritten aflegt onder dekking van die vergunning. Het dient op ieder verzoek van de met de controle belaste ambtenaren te worden getoond.

4. Bij het gebruik van de verslagen moet de nummering ervan worden aangehouden en de gegevens moeten chronologisch worden vermeld aan de hand van het verloop van de achtereenvolgende beladingen.

5. Elke rubiek van het verslag moet nauwkeurig en goed leesbaar in onuitwisbare drukletters worden ingevuld.

6. De gebruikte verslagen moeten uiterlijk acht dagen na het verstrijken van de maand waarop zij betrekking hebben, worden toegezonden aan de bevoegde autoriteit of instantie van de betrokken Staat die dit boekje heeft afgegeven. Indien het vervoer zich over twee verslagperioden uitstrekt, bepaalt de datum waarop het laden plaatsvindt de periode waarin het verslag van internationaal vervoer moet worden opgenomen (bij voorbeeld het vervoer van goederen die eind januari worden geladen en begin februari worden gelost, moet worden opgenomen onder de verslagen van de maand januari).

(c) (Voorzijde van blad dat aan de 25 uitscheurbare bladen voorafgaat) (Tekst in de officiële taal (talen) van de betrokken Staat die het boekje afgeeft) Toelichting De op de volgende bladen te vermelden gegevens hebben betrekking op alle goederen die onder dekking van de cabotagevergunning waarop dit boekje betrekking heeft, worden vervoerd.

Voor elke partij goederen die wordt geladen moet een regel van het blad worden ingevuld.

Kolom 2: eventueel de inlichting vermelden waarom is gevraagd door de betrokken Staat die het boekje afgeeft;

Kolom 3: de dag (01, 02 ... 31) van de bovenaan het blad aangegeven maand waarop het vertrek met lading heeft plaatsgevonden;

Kolom 4 en 5: de plaats, alsmede zo nodig het departement, de provincie of de deelstaat enz. waar deze zich bevindt;

Kolom 6: een van de volgende kentekens:

- België: B - Denemarken: DK - Duitsland: D - Frankrijk: F - Griekenland: GR - Ierland: IRL - Italië: I - Luxemburg: L - Nederland: NL - Portugal: P - Spanje: E - Verenigd Koninkrij: GB - IJsland: IS - Noorwegen: N - Finland: FIN - Zweden: S Kolom 7: afstand tussen de laadplaats en de losplaats van de partij goederen;

Kolom 8: het gewicht van de partij goederen, uitgedrukt in ton met één decimaal (bij voorbeeld 10,0 ton), in overeenstemming met de vermeldingen op de douaneaangifte; het gewicht van containers of paletten niet meerekenen;

Kolom 9: de aard van de goederen waaruit de partij bestaat, zo nauwkeurig mogelijk aangeven;

Kolom 10: gereserveerd voor de administratie.

(d) (Achterzijde van het blad dat aan de 25 uitscheurbare bladen voorafgaat) (Vertaling in de officiële talen van de EG-Lid-Staten van de tekst op bladzijde (a)) >BEGIN VAN DE GRAFIEK>

(e) Naam en adres van de vervoerder Maand/jaar . . . /. . .

Vergunning nummer:

Boekje nummer:

Blad nummer VERVOERDE GOEDEREN Nummering Datum van vertrekLaadplaatsLosplaatsLandAfstand (km)Tonnage (......)Aard van de goederenCode (1)(2)(3)(4)(5)(6)(7)(8)(9)(10) 1 2 3 4 5 6 7 8 9 >EIND VAN DE GRAFIEK>

BIJLAGE IV

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

AANHANGSEL 3

DOCUMENTEN OPGENOMEN IN DE BIJLAGEN VAN VERORDENING (EEG) NR. 1839/92 VAN DE COMMISSIE, ZOALS AANGEPAST VOOR DE TOEPASSING VAN DE EER-OVEREENKOMST (Zie aanpassing c) in punt 33 van bijlage XIII bij de Overeenkomst

BIJLAGE I A

Schutblad van het boekje (Papier - A4) Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat van vestiging van de vervoerder LAND DAT HET BOEKJE AFGEEFT - Kenteken van het land - (1) Benaming van de bevoegde instantie .

REISBLADENBOEKJE Nr. ......

voor een pendeldienst met logies of voor internationaal ongeregeld vervoer verricht met touringcars en autobussen tussen Staten die EG-Lid-Staten of EVA-Staten zijn (*), afgegeven op grond van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aan .

.

(Naam en voornaam of firmanaam van de vervoerder) .

.

(Volledig adres en telefoonnummer) .

(Plaats en datum van afgifte) .

(Handtekening en stempel van de autoriteit of instantie die het boekje afgeeft) Tweede schutblad van het boekje Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat van vestiging van de vervoerder Belangrijke mededeling A. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN VOOR PENDELDIENST MET LOGIES EN ONGEREGELD VERVOER 1. Het reisblad is voor het gehele traject geldig.

2. De houder van het reisblad is bevoegd voor internationaal pendelvervoer met logies, voor internationaal ongeregeld vervoer, evenals om plaatselijke excursies te maken in een andere EG-Lid-Staat of een andere EVA-Staat dan die waarin zij gevestigd zijn. Deze plaatselijke excursies zijn slechts bestemd voor reizigers-niet-ingezetenen die eerder door dezelfde vervoerder in het kader van hetzij internationaal pendelvervoer met logies hetzij internationaal ongeregeld vervoer zijn vervoerd. De excursies geschieden met hetzelfde voertuig of met een voertuig van dezelfde vervoerder of groep vervoerders.

3. Het reisblad moet voor elk vervoer dat in de vorm van een internationale pendeldienst met logies of ongeregeld vervoer wordt verricht, vóór de aanvang van elke reis in tweevoud hetzij door de vervoerder hetzij door de bestuurder worden ingevuld. Wat plaatselijke excursies betreft, deze moeten vóór het vertrek van het voertuig voor de betrokken excursie worden geregistreerd. De onderneming bewaart de kopie van het reisblad. De bestuurder behoudt het origineel gedurende de gehele reis in het voertuig. Het reisblad moet op ieder verzoek van de met de controle belaste personen aan dezen worden voorglegd.

4. De bestuurder geeft het reisblad na de beëindiging van de reis terug aan de onderneming van afgifte. De vervoerder is verantwoordelijk voor het regelmatig bijhouden van deze documenten. Deze moeten in leesbare, onuitwisbare drukletters worden ingevuld.

5. In geval van pendeldienst met logies of ongeregeld vervoer, die of dat door een groep voor rekening van dezelfde opdrachtgever werkende vervoerders wordt geëxploiteerd, tijdens welke pendeldienst of welk vervoer eventueel onderweg door de reizigers op een voertuig van een andere vervoerder van dezelfde groep wordt overgestapt, moet het origineel van het reisblad zich in het betreffende voertuig bevinden. Een kopie van het reisblad dient op het hoofdkantoor van de vervoerder te worden bewaard en een kopie van het reisblad dient in de maand volgende op die waarin het vervoer werd verricht, aan de autoriteiten van de EG-Lid-Staat of de EVA-Staat van vestiging van de leidende onderneming te worden toegezonden, behalve indien de EG-Lid-Staat of de EVA-Staat deze vervoerders voor een of meer EG-Lid-Staten of EVA-Staten van deze verplichting heeft ontslagen.

Derde schutblad van het boekje B. PENDELDIENST MET LOGIES 1. Volgens artikel 2, punten 2.1 en 2.2, van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is "pendelvervoer met logies" vervoer van vooraf samengestelde groepen reizigers in verscheidene heen- en terugreizen van dezelfde zone van vertrek naar dezelfde zone van bestemming.

Onder "zone van vertrek" en "zone van bestemming" wordt verstaan de plaats van vertrek en bestemming alsmede de plaatsen die binnen een straal van 50 km gelegen zijn.

De zone van vertrek of van bestemming en de bijkomende punten waar reizigers worden opgenomen of afgezet, kunnen op het grondgebied van een of van meer EG-Lid-Staten of EVA-Staten zijn gelegen.

Onder een "vooraf samengestelde groep" wordt verstaan, een groep waarvan een overeenkomstig de voorschriften van de Staat van vestiging verantwoordelijke instelling of persoon zich met het sluiten van de overeenkomst voor of de collectieve betaling van de prestatie heeft belast of alle boekingen en betalingen vóór het vertrek heeft ontvangen.

2. Pendelvervoer met logies is pendelvervoer waarbij, afgezien van het vervoer, op de plaats van bestemming en in voorkomend geval tijdens de reis aan ten minste 80 % van de reizigers logies met of zonder maaltijd wordt geboden en de verblijfsduur van de reizigers op de plaats van bestemming ten minste twee nachten bedraagt.

3. Volgens artikel 14, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, moeten reizigers die gebruik maken van pendelvervoer, voor de volledige duur van de reis van een persoonlijk of collectief reisdocument zijn voorzien waarin de volgende gegevens zijn vermeld:

- plaatsen van vertrek en bestemming,

- de geldigheidsduur van het vervoerdocument en - de prijs van het vervoer, de totale prijs van de reis, met inbegrip van logies, en de naam van de logiesverstrekkende inrichting.

C. ONGEREGELD VERVOER 1. In artikel 11, lid 1, en in artikel 4, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is bepaald dat van het ongeregelde vervoer het volgende vervoer (d.w.z. het in artikel 2, punt 3.1, onder a), b) en c), van die verordening, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, omschreven vervoer) onder dekking van een controleformulier geschiedt:

a) rondritten, d.w.z. vervoer waarbij met hetzelfde voertuig een of meer vooraf samengestelde groepen reizigers worden vervoerd en elke groep naar de plaats van vertrek wordt teruggebracht;

b) vervoer - voor vooraf samengestelde groepen reizigers, waarbij de reizigers niet tijdens dezelfde reis naar de plaats van vertrek worden teruggebracht en - dat, in geval van een verblijf op de plaats van bestemming, eveneens het logies of andere, niet bij het vervoer of het logies behorende toeristische diensten omvat;

c) vervoer dat ter gelegenheid van speciale evenementen, zoals studiedagen, conferenties en culturele en sportevenementen, wordt georganiseerd;

d) alsmede het volgende vervoer:

i) rondritten met gesloten deuren, d.w.z. vervoer met hetzelfde voertuig dat dezelfde groep reizigers over het gehele traject vervoert en naar de plaats van vertrek terugbrengt,

ii) vervoer van reizigers van een plaats van vertrek naar een plaats van bestemming, gevolgd door een lege rit tot de plaats van vertrek van het voertuig,

iii) vervoer dat wordt voorafgegaan door een lege rit van een EG-Lid-Staat of een EVA-Staat naar een andere EG-Lid-Staat of EVA-Staat op het grondgebied waarvan reizigers worden opgenomen, mits die reizigers:

- tot groepen behoren die op basis van vóór hun aankomst in het land waar zij worden opgenomen, afgesloten vervoersovereenkomsten zijn gevormd of - eerder door dezelfde vervoerder onder de in ii) genoemde voorwaarden in het land waar zij worden opgenomen, zijn gebracht en buiten dat land worden vervoerd of - zijn uitgenodigd zich naar een andere EG-Lid-Staat of een EVA-Staat te begeven, waarbij de vervoerkosten ten laste komen van de uitnodiger. De reizigers moeten een homogene groep vormen die niet uitsluitend met het oog op deze reis mag zijn samengesteld.

Een "vooraf samengestelde groep" is een groep waarvan een overeenkomstig de voorschriften van de Staat van vestiging verantwoordelijke instelling of persoon zich met het sluiten van de overeenkomst voor of de collectieve betaling van de prestatie heeft belast of alle boekingen en betalingen vóór het vertrek heeft ontvangen en die bestaat uit een aantal personen dat ten minste:

- twaalf of meer bedraagt, of - gelijk is aan of hoger is dan 40 % van de capaciteit van het voertuig, de bestuurder niet inbegrepen (artikel 2, punt 3.2).

2. Ongeregeld vervoer verliest niet zijn karakter van ongeregeld vervoer doordat het met een zekere regelmaat wordt verricht.

BIJLAGE III

(Wit papier - A4) Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EG-Lid-Staat of EVA-Staat waar de aanvraag wordt ingediend VERGUNNINGAANVRAAG voor GEREGELD VERVOER PENDELVERVOER ZONDER LOGIES RESTEREND ONGEREGELD VERVOER (1) EEN BIJZONDERE VORM VAN GEREGELD, NIET VRIJGESTELD VERVOER (2) VERVOER VOOR EIGEN REKENING (3) HERNIEUWING VAN EEN VERGUNNING VOOR EEN BEPAALD VERVOER verricht met touringcars en autobussen tussen Staten die EG-Lid-Staten of EVA-Staten zijn (**), overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gericht tot .

(Bevoegde instantie) 1. Naam en voornaam of firmanaam van de aanvragende onderneming en eventueel de onderneming die het vervoer beheert .

.

2. Vervoer verricht (*) in onderaanneming (**) in groepsverband 3. Na(a)m(en) en adres(sen) van de vervoerder/de onderaannemende of geassocieerde vervoerder(s) 3.1. .tel. .

3.2. .tel. .

3.3. .tel. .

3.4. .tel. .

Lijst eventueel bijgevoegd (*) (Tweede bladzijde van de vergunningaanvraag of van de aanvraag om hernieuwing van een vergunning) 4. In het geval van een reeks vervoerdiensten of in dat van een bijzondere vorm van geregeld vervoer:

(*) - resterend ongeregeld vervoer - details van de kenmerken .

.

(*) - bijzondere vorm van geregeld vervoer - reizigerscategorie - instelling waarvoor het vervoer moet worden verricht .

(*) - vervoer voor eigen rekening - details van het vervoer .

5. Duur van de aangevraagde vergunning(*) of datum van uitvoering van het vervoer 6. Voornaamste reisweg van het vervoer (gelieve de plaatsen waarop reizigers worden opgenomen, te onderstrepen) .

7. Exploitatieperiode .

8. Regelmaat van het vervoer (dagelijks, wekelijks, enz.) .

9. Tarieven Bijlage bijgevoegd 10. Aantal gevraagde vergunningen of kopieën daarvan (1) 11. Eventuele aanvullende opmerkingen:

12. ..

(plaats en datum) (Handtekening van de aanvrager) (Derde bladzijde van de vergunningaanvraag of van de aanvraag om hernieuwing van een vergunning) Belangrijke mededeling 1. Naar gelang van het geval moeten aan de onderhavige aanvraag worden gehecht:

i) de dienstregelingen;

ii) de tariefschalen;

iii) de gegevens waaruit blijkt dat de aanvrager in de EG-Lid-Staat of de EVA-Staat waar hij is gevestigd, aan de voorwaarden voor toelating tot het beroep van ondernemer voor internationaal reizigersvervoer over de weg voldoet;

iv) de gegevens betreffende de aard en omvang van het vervoer dat de aanvrager voornemens is te verrichten in het geval van een aanvraag voor het verrichten van vervoer, of heeft verricht in het geval van een aanvraag om hernieuwing van een vergunning, en verdere nuttige inlichtingen;

v) een kaart op geëigende schaal waarop de reisweg en de plaatsen waar reizigers worden opgenomen of afgezet, zijn aangegeven.

2. In artikel 4, lid 4, en in artikel 13, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, is bepaald dat een vergunning is vereist voor:

i) geregeld vervoer;

ii) pendelvervoer zonder logies;

iii) resterend ongeregeld vervoer, d.w.z. het ongeregeld vervoer dat niet onder een van de volgende categorieën valt:

a) rondritten, d.w.z. vervoer met hetzelfde voertuig dat een of meerdere vooraf samengestelde groepen reizigers vervoert, waarbij elke groep naar de plaats van vertrek wordt teruggebracht;

b) vervoer:

- van vooraf samengestelde groepen reizigers, waarbij de reizigers niet tijdens dezelfde reis naar hun plaats van vertrek worden teruggebracht en - dat, in geval van een verblijf op de plaats van bestemming, eveneens logies of andere, niet bij het vervoer of het logies behorende toeristische diensten omvat.

(Vierde bladzijde van de aanvraag om een vergunning of hernieuwing van een vergunning) Een "vooraf samengestelde groep" in de zin van de punten a) en b) is een groep waarvan een overeenkomstig de voorschriften van de Staat van vestiging verantwoordelijke instelling of persoon zich vóór het vertrek met het sluiten van de overeenkomst voor of de collectieve betaling van de prestatie heeft belast of alle boekingen en betalingen heeft ontvangen en die bestaat uit een aantal personen dat ten minste:

- twaalf of meer bedraagt, of - gelijk is aan of hoger is dan 40 % van de capaciteit van het voertuig, de bestuurder niet inbegrepen;

c) vervoer dat ter gelegenheid van speciale evenementen, zoals studiedagen, conferenties en culturele en sportevenementen, wordt georganiseerd;

d) vervoer, vermeld in de bijlage bij Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, te weten:

- rondritten met gesloten deuren, d.w.z. vervoer met hetzelfde voertuig dat dezelfde groep reizigers over het gehele traject vervoert en naar de plaats van vertrek terugbrengt;

- vervoer van reizigers van een plaats van vertrek naar een plaats van bestemming gevolgd door een lege rit tot de plaats van vertrek van het voertuig;

- vervoer dat wordt voorafgegaan door een lege rit van een EG-Lid-Staat of EVA-Staat naar een andere EG-Lid-Staat of EVA-Staat op het grondgebied waarvan reizigers worden opgenomen, mits die reizigers:

- tot groepen behoren die op basis van vóór hun aankomst in het land waar zij worden opgenomen, afgesloten vervoerovereenkomsten zijn gevormd of - eerder door dezelfde vervoerder, onder de in het tweede streepje van deze onderverdeling genoemde voorwaarden, in het land waar zij weer worden opgenomen, zijn gebracht en buiten dat land worden vervoerd of - zijn uitgenodigd zich naar een andere EG-Lid-Staat of EVA-Staat te begeven, waarbij de vervoerkosten ten laste komen van de uitnodiger. De reizigers moeten een homogene groep vormen die niet uitsluitend met het oog op deze reis mag zijn samengesteld;

(Vijfde bladzijde van de vergunningaanvraag of van de aanvraag om hernieuwing van een vergunning) iv) bijzondere vormen van geregeld vervoer, d.w.z. bijzondere vormen van geregeld vervoer die niet onder een van de volgende categoriën vallen:

a) vervoer naar en van het werk van werknemers;

b) vervoer naar en van de onderwijsinstelling van scholieren en studenten;

c) vervoer tussen land van oorsprong en plaats van legering van militairen en hun gezinnen;

d) stedelijk vervoer in grensgebieden;

v) het vervoer voor eigen rekening dat niet aan de volgende criteria beantwoordt:

het vervoer verricht door een onderneming voor haar eigen werknemers of door een vereniging zonder winstoogmerk ten behoeve van haar leden in het kader van haar sociale doel, mits:

- de vervoersactiviteit voor de onderneming of de vereniging slechts een bijkomende activiteit vormt, en - de gebruikte voertuigen eigendom van deze onderneming of vereniging zijn, door haar op afbetaling zijn aangekocht of waarvoor een leasingovereenkomst op lange termijn is gesloten mits die voertuigen door een personeelslid van de onderneming of door een lid van de vereniging worden bestuurd.

3. De aanvraag moet worden ingediend bij de bevoegde instantie van de EG-Lid-Staat of de EVA-Staat op het grondgebied waarvan zich het vertrekpunt van het vervoer bevindt, d.w.z. het punt waar voor het eerst reizigers worden opgenomen of, in het geval van geregeld vervoer, een van de eindpunten van het vervoer.

4. De maximum geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijf jaar voor geregeld vervoer en twee jaar voor pendelvervoer zonder logies.

5. In het geval van pendelvervoer kunnen groepen reizigers op maximaal drie verschillende punten worden opgenomen, respectievelijk afgezet.

BIJLAGE IV

(Eerste bladzijde van de vergunning) (Roze papier - A4) Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat die de vergunning afgeeft LAND DAT HET BOEKJE AFGEEFT - Kenteken van het land - (1) Benaming van de bevoegde instantie .

VERGUNNINGAANVRAAG Nr. ......

VOOR GEREGELD VERVOER (2) VOOR PENDELVERVOER ZONDER LOGIES (2) VOOR RESTEREND ONGEREGELD VERVOER (2) VOOR BIJZONDERE VORMEN VAN NIET VRIJGESTELD VERVOER (2) VOOR NIET VRIJGESTELD VERVOER VOOR EIGEN REKENING (2) tussen Staten die EG-Lid-Staten of EVA-Staten zijn (*), verricht met touringcars en autobussen, afgegeven op grond van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aan .

.

(Naam en voornaam of firmannaam van de vergunninghoudende, respectievelijk van de onderneming die het vervoer beheert) Adres .

.

Tel. .

Namen, adressen, telefoonnummers van de vervoerders die onderaannemer, geassocieerd of lid van de groep zijn:

1. .

2. .

3. .

4. .

5. .

6. .

Lijst eventueel bijgevoegd (2) Vervaldatum: .

..

(Plaats en datum van afgifte) (Handtekening en stempel van de instantie die de vergunning afgeeft) (Tweede bladzijde van de vergunning) 1. Reisweg a) Vertrekpunt van het vervoer: .

b) Bestemming van het vervoer: .

c) Voornaamste reisweg van het vervoer met onderstreping van de plaatsen waar reizigers worden opgenomen en afgezet:

.

.

.

2. Exploitatieperioden (1):

.

3. Regelmaat van het vervoer (1): .

4. Dienstregelingen (1): .

5. Kenmerken van het ongeregeld vervoer (1): .

.

6. Bijzonder geregeld vervoer (1):

- categorie reizigers: .

- instelling waarvoor het vervoer wordt uitgevoerd:

.

7. Vervoer voor eigen rekening:

- kenmerken van het vervoer (1):

.

.

8. Bijzondere voorwaarden of opmerkingen:

.

.

.

.

(Stempel van de instantie die de vergunning afgeeft) (Derde bladzijde van de vergunning) (Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat van vestiging van de vervoerder) Belangrijke mededeling 1. Deze vergunning geldt voor het gehele traject. Zij mag niet worden gebruikt door een onderneming, waarvan de naam niet op de vergunning is vermeld.

2. De vergunning of een door de instantie die de vergunning afgeeft, voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan moet gedurende de volledige duur van de reis in het voertuig aanwezig zijn en op ieder verzoek van de met de controle belaste personen aan dezen worden overgelegd.

BIJLAGE V

(Eerste bladzijde van het attest) (Geel papier - A4) Tekst in de officiële taal of talen van de EVA-Staat waar het gebruikte voertuig is ingeschreven STAAT DIE HET DOCUMENT AFGEEFT- Kenteken van het land - (1) Benaming van de bevoegde instantie .

ATTEST afgegeven voor eigen vervoer over de weg met touringcars en met autobussen verricht tussen Staten die EG-Lid-Staten of EVA-Staten (*) zijn (2) aan .

(Door de onderneming of de vereniging zonder winstoogmerk in te vullen gedeelte) Ondergetekende,

verantwoordelijke van de onderneming of de vereniging zonder winstoogmerk (3) .

(Naam en voornaam of andere officiële naam, volledig adres) verklaart dat:

de touringcar, respectievelijk de autobus met het kenteken .

eigendom is van, op afbetaling is aangekocht door of het voorwerp vormt van een op lange termijn gesloten leasingovereenkomst.

Het vervoer onder dekking van dit attest zal worden verricht door personeel van de onderneming in het belang van haar werknemers, respectievelijk door een lid van de vereniging ten behoeve van haar leden en in het kader van haar sociale doel (3).

.

(Handtekening van een bestuurslid van de onderneming of de vereniging) (Tweede bladzijde van het attest) (Gedeelte gereserveerd voor de bevoegde instantie) Dit document moet worden beschouwd als een attest in de zin van artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Geldigheidsduur: .

op .,te .

.

(Handtekening en stempel van de bevoegde instantie) (Derde bladzijde van het attest) (Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat van vestiging van de vervoerder) Algemene bepalingen 1. Artikel 2, punt 4, van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, luidt:

"Vervoer voor eigen rekening is het vervoer dat door een onderneming voor haar eigen werknemers of door een vereniging zonder winstoogmerk ten behoeve van haar leden in het kader van haar sociale doel wordt verricht, mits:

- de vervoersactiviteit voor de onderneming of de vereniging slechts een bijkomende activiteit vormt;

- de gebruikte voertuigen eigendom van deze onderneming of vereniging zijn of door haar op afbetaling zijn aangekocht of hiervoor een leasingovereenkomst op lange termijn is afgesloten en mits zij door een personeelslid van de onderneming of door een lid van de vereniging worden bestuurd.".

Artikel 13, lid 1, van die verordening, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, luidt:

"In plaats van vergunningen zijn attesten vereist voor het wegvervoer voor eigen rekening, als omschreven in artikel 2, punt 4.".

2. Het attest geeft zijn houder het recht om internationaal wegvervoer voor eigen rekening te verrichten. Het attest wordt afgegeven door de bevoegde instantie van de EG-Lid-Staat of EVA-Staat waar het voertuig is ingeschreven en geldt voor het gehele traject, met inbegrip van het transitotraject.

3. Het attest moet in onuitwisbare drukletters in drievoud worden ingevuld door een verantwoordelijke van de onderneming of van de vereniging zonder winstoogmerk en door de bevoegde instantie worden vervolledigd. Eén kopie wordt door de administratie bewaard en één kopie blijft bij de onderneming of de vereniging zonder winstoogmerk. De bestuurder behoudt het origineel of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift tijdens de volledige duur van het internationaal vervoer aan boord van het voertuig. Het document moet op ieder verzoek van de met de controle belaste personen aan dezen worden overgelegd. De onderneming of de vereniging zonder winstoogmerk, naargelang van het geval, blijft verantwoordelijk voor het bijhouden van de attesten.

AANHANGSEL 4

DOCUMENTEN OPGENOMEN IN DE BIJLAGEN VAN VERORDENING (EEG) Nr. 2454/92 VAN DE RAAD, ZOALS AANGEPAST VOOR DE TOEPASSING VAN DE EER-OVEREENKOMST (Zie aanpassing e) in punt 33a van bijlage XIII bij de Overeenkomst)

BIJLAGE I

MODEL VAN HET ATTEST ALS BEDOELD IN ARTIKEL 5, EERSTE ALINEA (Licht oranje papier, formaat DIN A4) (Eerste bladzijde van het attest) (Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat van vestiging) EVA-Staat van vestiging Benaming van de bevoegde autoriteit of instantie - Kenteken van het land (1) ATTEST Nr. .......

voor binnenlands beroepspersonenvervoer over de weg in een EG-Lid-Staat of EVA-Staat (*) die niet de EVA-Staat van vestiging is (cabotagevervoer).

Dit attest bevestigt dat .

.

.

.(2) in overeenstemming met de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte gemachtigd is het beroep van ondernemer van internationaal personenvervoer over de weg uit te oefenen.

Ingevolge de getroffen sancties worden de volgende beperkingen opgelegd:

EG-Lid-Staat of EVA-Staat Aard en duur van de beperking waar de beperking geldt- Kenteken van het land (3) Dit attest is geldig van .................................................. tot en met .

Afgegeven te ............................................................, op .

. (4)(Tweede bladzijde van het attest) (Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat van vestiging) Algemene bepalingen Dit attest machtigt tot het verrichten van cabotagevervoer in de EG-Lid-Staten en EVA-Staten overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2454/92 van de Raad (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 251 van 29 augustus 1992, blz. 1), zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoersondernemers worden toegelaten tot binnenlands personenvervoer over de weg in een EG-Lid-Staat en EVA-Staat waar zij niet gevestigd zijn.

Het attest is persoonlijk en mag niet aan een derde worden overgedragen.

Het attest kan door de bevoegde autoriteit van de EVA-Staat van vestiging worden ingetrokken wanneer de vervoerder onder andere:

- niet heeft voldaan aan alle voorwaarden waaraan de afgifte van het attest was onderworpen;

- onjuiste inlichtingen heeft verstrekt met betrekking tot de gegevens die noodzakelijk waren voor de afgifte of verlening van het attest.

Het attest of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan kan in geval van vervalsing door de bevoegde autoriteit van elke EG-Lid-Staat of EVA-Staat worden ingetrokken.

Het origineel van het attest of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan moet zich in het voertuig bevinden en moet op verzoek van de met de controle belaste beambten worden getoond.

BIJLAGE II

MODEL VAN HET REISBLADBOEKJE ALS BEDOELD IN ARTIKEL 6, LID 4 (Licht oranje papier, formaat DIN A4) (Voorzijde van de omslag van het reisbladboekje) (Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat van vestiging) EVA-Staat van vestigingBenaming van de bevoegde autoriteit of instantie Kenteken van de EVA-Staat (1)Boekje nr. .......

REISBLADBOEKJE VOOR CABOTAGEVERVOER (PERSONEN), opgesteld overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2454/92 van de Raad van 23 juli 1992 (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen nr. L 251 van 29 augustus 1992, blz. 1), zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, tot vaststelling van de voorwaarden waaronder vervoersondernemers worden toegelaten tot binnenlands personenvervoer over de weg in een EG-Lid-Staat of EVA-Staat (*) waar zij niet gevestigd zijn.

Dit boekje is geldig tot en met .

Afgegeven te .,op .

. (2) (Keerzijde van het eerste blad van de omslag van het reisbladboekje) (Tekst in de officiële taal (talen) of een van de officiële talen van de EVA-Staat van vestiging) Algemene bepalingen 1. Dit boekje bevat 25, van 1 tot en met 25 genummerde bladen die kunnen worden uitgescheurd en waarvan één blad moet worden ingevuld vóór de aanvang van het cabotagevervoer waarop het betrekking heeft. Elk boekje heeft een nummer dat op elk van de bladen is weergegeven.

In het geval evenwel van de in punt 6, tweede streepje, van deze algemene bepalingen vermelde bijzondere vormen van geregeld vervoer wordt het reisblad ingevuld als maandoverzicht, waarbij onder 4 en 5 alle data worden vermeld waarop het betrokken vervoer verricht is.

2. De vervoersondernemer is verantwoordelijk voor het juist bijhouden van de bladen.

3. Het reisblad moet zich te zamen met een boekje met de vertalingen daarvan tijdens de gehele duur van het cabotagevervoer in het voertuig bevinden. Het moet op verzoek van de met de controle belaste beambten worden getoond.

In het geval evenwel van de in punt 6, tweede streepje, van deze algemene bepalingen vermelde bijzondere vormen van geregeld vervoer vervangt het contract, gesloten tussen de vervoersondernemer en degene die het vervoer organiseert, of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan het controleformulier.

4. Elk reisblad moet goed leesbaar op onuitwisbare wijze worden ingevuld.

5. De gebruikte reisbladen moeten worden toegezonden aan de bevoegde autoriteit of instantie van de EVA-Staat van vestiging.

6. Nota bene:

- met betrekking tot ongeregeld vervoer, is cabotagevervoer tot en met 31 december 1995 beperkt tot rondritten met gesloten deuren. Na die datum kan bij cabotagevervoer gebruik worden gemaakt van alle vormen van ongeregeld vervoer;

- met betrekking tot geregeld vervoer, is cabotagevervoer beperkt tot bijzondere vormen van geregeld vervoer, verricht in een grensgebied, namelijk vervoer naar en van het werk van werknemers en vervoer naar en van de onderwijsinstelling van scholieren en studenten. Andere vormen van geregeld vervoer zijn van cabotagevervoer uitgesloten.

7. Onder voorbehoud van de toepassing van de communautaire voorschriften, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, zijn de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de EG-Lid-Staat of EVA-Staat van ontvangst op de volgende gebieden van toepassing op het verrichten van cabotagevervoer:

a) tarieven en contractuele voorwaarden van het vervoer;

b) afmetingen en gewichten van bedrijfsvoertuigen: de afmetingen en gewichten mogen eventueel groter zijn dan die welke in de EVA-Staat van vestiging van de vervoersondernemer gelden, doch mogen in geen geval groter zijn dan de technische normen als vermeld in het certificaat van overeenstemming;

c) voorschriften inzake het vervoer van sommige categorieën personen, te weten scholieren, kinderen en personen met een beperkte mobiliteit;

d) rij- en rusttijden;

e) de BTW (belasting over de toegevoegde waarde) of omzetbelasting op vervoerdiensten.

8. De technische normen inzake fabricage en uitrusting waaraan voertuigen moeten voldoen die voor het verrichten van cabotage worden gebruikt, zijn die welke gelden voor voertuigen die tot het internationale vervoer worden toegelaten.

MODEL VAN HET REISBLAD ALS BEDOELD IN ARTIKEL 6, LID 3 BOEKJE Nr. .......

Reisblad nr. .......

Cabotagevervoer (personen) (Licht oranje papier, DIN A4) EVA-Staat van vestiging - Kenteken van het land: .

Boekje nr. .

Reisblad nr. .

1. Naam (namen) van de bestuurder/bestuurders: .

.

2. Naam (namen) van de vervoersondernemer/vervoersondernemers en adres(sen): .

.

.

3. Traject:

a) punt(en) van vertrek van het vervoer:

.

.

b) punt(en) van bestemming van het vervoer:

.

.

c) totaal aantal kilometers van het vervoer:

.

.

4. Datum van aanvang: .

5. Datum van beëindiging: .

6. Aantal reizigers: .

7. Onvoorziene wijzigingen in het verloop van de reis: .

.

.

BIJLAGE III

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

(1) Kenteken van het land: IS (IJsland, N (Noorwegen), FIN (Finland), S (Zweden).

(2) Naam of firmanaam en volledig adres van de vervoerder.

(3) Hierna "betrokken Staten" genoemd; Verordening (EEG) nr. 881/92, zoals aangepast voor de toepassing van de EER-Overeenkomst, is met betrekking tot het internationaal goederenvervoer van, door en naar Oostenrijk niet van toepassing op de op Oostenrijks grondgebied afgelegde trajecten. Met betrekking tot de wederzijdse rechten inzake markttoegang zijn in al deze gevallen de bilaterale overeenkomsten tussen Oostenrijk en de Europese Gemeenschap of de betrokken Staten van toepassing.

(4) Handtekening en stempel van de bevoegde autoriteit of instantie die de vergunning afgeeft.

(1) Onder "voertuig" dient te worden veestaan een in een betrokken Staat geregistreerd motorvoeruig, of een samenstel van voertuigen waarvan tenminste het trekkende voertuig in een betrokken Staat is geregistreerd, dat uitsluitend voor het vervoer van goederen is bestemd.

(1) Kenteken van het land: IJsland (IS), Noorwegen (N), Finland (FIN), Zweden (S).

(2) Naam of firmanaam en volledig adres van de vervoerder.

(3) Handtekening en stempel van de bevoegde autoriteit of instantie die de vergunning afgeeft.

(*) De EG-Lid-Staten zijn: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

(**) Hierna "betrokken Staten" genoemd; Verordening (EEG) nr. 3118/93, zoals aangepast voor de toepassing van de EER-Overeenkomst, is niet van toepassing op in Oostenrijk gevestigde ondernemingen noch op het Oostenrijkse grondgebied. In dat geval gelden voor de wederzijdse rechten inzake markttoegang de tussen Oostenrijk en de Europese Gemeenschap of de betrokken Staten gesloten bilaterale overeenkomsten.

(1) Kenteken van het land: IJsland (IS), Noorwegen (N), Finland (FIN), Zweden (S).

(2) Naam of firmanaam en volledig adres van de vervoerder.

(3) Handtekening en stempel van de bevoegde autoriteit of instantie die de vergunning afgeeft.

(*) De EG-Lid-Staten zijn: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

(**) Hierna "betrokken Staten" genoemd; Verordening (EEG) nr. 3118/93, zoals aangepast voor de toepassing van de EER-Overeenkomst, is niet van toepassing op in Oostenrijk gevestigde ondernemingen noch op het Oostenrijkse grondgebied. In dat geval gelden voor de wederzijdse rechten inzake markttoegang de tussen Oostenrijk en de Europese Gemeenschap of de betrokken Staten gesloten bilaterale overeenkomsten.

(1) De kentekens van de betrokken Staten zijn: IJsland (IS), Noorwegen (N), Finland (FIN), Zweden (S).

(2) De geldigheidsduur mag niet langer zijn dan die van de cabotagevergunning.

(3) Stempel van de bevoegde autoriteit of instantie die het boekje afgeeft.

(1) IJsland (IS), Noorwegen (N), Oostenrijk (A), Finland (FIN), Zweden (S).

(*) De EG-Lid-Staten zijn: België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk.

De EVA-Staten zijn: IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden.

(1) Het resterend ongeregeld vervoer is het vervoer omschreven in artikel 2, punkt 3.1, onder e), van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

(2) Het betreft hier andere vormen van geregeld vervoer dan die bedoeld in artikel 2, punt 1.2, tweede alinea, onder a) tot en met d), van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

(3) Het betreft hier ander vervoer voor eigen rekening dan dat bedoeld in artikel 2, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

(*) Relevante punten aankruisen of invullen.

(**) De EG-Lid-Staten zijn: België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. De EVA-Staten zijn: IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden.

(1) De aandacht van de aanvrager wordt erop gevestigd dat, aangezien de vergunning zich aan boord van het voertuig moet bevinden, het aantal vergunningen waarover hij moet beschikken, moet overeenstemmen met het aantal voertuigen dat gelijktijdig op eender welke datum voor het verrichten van het gevraagde vervoer word ingezet.

(*) Relevante punten aankruisen of invullen.

(1) IJsland (IS), Noorwegen (N), Oostenrijk (A), Finland (FIN), Zweden (S).

(2) Doorhalen wat niet van toepassing is.

(*) De EG-Lid-Staten zijn: België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. De EVA-Staten zijn: IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden.

(1) Doorhalen wat niet van toepassing is.

(1) IJsland (IS), Noorwegen (N), Oostenrijk (A), Finland (FIN), Zweden (S).

(2) Artikel 2, punt 4, van Verordening (EEG) nr. 684/92, zoals aangepast voor de toepassing van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

(3) Doorhalen wat niet van toepassing is.

(*) De EG-Lid-Staten zijn: België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. De EVA-Staten zijn: IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden.

(1) Kenteken van de EVA-Staten: IJsland (IS), Noorwegen (N), Oostenrijk (A), Finland (FIN), Zweden (S).

(2) Naam of firmanaam en volledig adres van de vervoersondernemer.

(3) Kenteken van de EG-Lid-Staten en van de EVA-Staten: België (B), Denemarken (DK), Duitsland (D), Griekenland (GR), Spanje (E), Frankrijk (F), Ierland (IRL), Italië (I), Luxemburg (L), Nederland (NL), Portugal (P), Verenigd Koninkrijk (GB); IJsland (IS), Noorwegen (N), Oostenrijk (A), Finland (FIN), Zweden (S).

(4) Handtekening en stempel van de bevoegde autoriteit of instantie die het attest afgeeft.

(*) De EG-Lid-Staten zijn: België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. De EVA-Staten zijn: IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden.

(1) Kenteken van de EVA-Staten: IJsland (IS), Noorwegen (N), Oostenrijk (A), Finland (FIN), Zweden (S).

(2) Stempel van de bevoegde autoriteit of instantie die het boekje afgeeft.

(*) De EG-Lid-Staten zijn: België, Denemarken, Duitsland, Griekenland, Spanje, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal en het Verenigd Koninkrijk. De EVA-Staten zijn: IJsland, Noorwegen, Oostenrijk, Finland en Zweden.

BIJLAGE 12 bij Besluit 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XIV (Mededinging) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

a) Hoofdstuk C. OCTROOILICENTIEOVEREENKOMSTEN 1. In punt 5 (Verordening (EEG) nr. 2349/84 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 393 R 0151: Verordening (EEG) nr. 151/93 van de Commissie van 23 december 1992 (PB nr. L 21 van 29. 1. 1993, blz. 8).".

b) Hoofdstuk D. SPECIALISATIE-, ONDERZOEK- EN ONTWIKKELINGSOVEREENKOMSTEN 1. In punt 6 (Verordening (EEG) nr. 417/85 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 393 R 0151: Verordening (EEG) nr. 151/93 van de Commissie van 23 december 1992 (PB nr. L 21 van 29. 1. 1993, blz. 8).".

2. In punt 7 (Verordening (EEG) nr. 418/85 van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 393 R 0151: Verordening (EEG) nr. 151/93 van de Commissie van 23 december 1992 (PB nr. L 21 van 29. 1. 1993, blz. 8).".

c) Hoofdstuk F. KNOW-HOW-LICENTIEOVEREENKOMSTEN 1. In punt 9 (Verordening (EEG) nr. 556/89 van de Commissie) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassingen:

", gewijzigd bij:

- 393 R 0151: Verordening (EEG) nr. 151/93 van de Commissie van 23 december 1992 (PB nr. L 21 van 29. 1. 1993, blz. 8).".

d) Hoofdstuk G. VERVOER 1. Na punt 11 (Verordening (EEG) nr. 4056/86 van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"11a. 393 R 3652: Verordening (EG) nr. 3652/93 van de Commissie van 22 december 1993 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het EG-Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten tussen ondernemingen met betrekking tot geautomatiseerde boekingssystemen voor luchtvervoerdiensten (PB nr. L 333 van 31. 12. 1993, blz. 37).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) in artikel 9, lid 1, wordt in plaats van "luchtvaartmaatschappijen uit de Gemeenschap" gelezen "luchtvaartmaatschappijen gevestigd op het door de EER-Overeenkomst bestreken grondgebied";

b) in artikel 9, lid 4, wordt na de tweede zin een nieuwe zin toegevoegd, luidende: "De bevoegde toezichthoudende autoriteit deelt een en ander ook mede aan het Gemengd Comité van de EER.";

c) in artikel 14, inleidende alinea, wordt in plaats van de zinsnede "overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 3976/87" gelezen ", hetzij op initiatief van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, hetzij op verzoek van de andere toezichthoudende autoriteit of van een Staat die onder haar bevoegdheid valt, of van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een rechtmatig belang inroept,";

d) aan het eind van artikel 14 wordt het volgende toegevoegd: "De bevoegde toezichthoudende autoriteit kan in dergelijke gevallen overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 3975/87 of de overeenkomstige bepalingen bedoeld in Protocol 21 bij de EER-Overeenkomst alle dienstige maatregelen nemen om een eind te maken aan deze inbreuken. De bevoegde toezichthoudende autoriteit kan alvorens zij een daartoe strekkend besluit neemt, de betrokken personen aanbevelingen doen met het oog op beëindiging van de inbreuk.";

e) artikel 15, tweede alinea, wordt gelezen:

"Dit besluit is, vanaf het tijdstip waarop aan de voorwaarden voor toepassing ervan wordt voldaan, met terugwerkende kracht van toepassing op overeenkomsten die op de datum van inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst bestonden.".

11b. 393 R 1617: Verordening (EEG) nr. 1617/93 van de Commissie van 25 juni 1993 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het EEG-Verdrag op bepaalde groepen overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die betrekking hebben op de gezamenlijke planning en cooerdinatie van de dienstregelingen, op de gemeenschappelijke exploitatie, op het overleg over passagiers- en vrachtvervoertarieven bij geregelde luchtdiensten en op de toekenning van landings- en starttijden op luchthavens (PB nr. L 155 van 26. 6. 1993, blz. 18).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) in artikel 1 wordt in plaats van "luchthavens in de Gemeenschap" gelezen "luchthavens op het door de EER-Overeenkomst bestreken grondgebied";

b) in artikel 6, inleidende alinea, wordt in plaats van de zinsnede "overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 3976/87" gelezen ", hetzij op initiatief van de bevoegde toezichthoudende autoriteit, hetzij op verzoek van de andere toezichthoudende autoriteit of van een Staat die onder haar bevoegdheid valt, of van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een rechtmatig belang inroept,";

c) aan het eind van artikel 6 wordt het volgende toegevoegd: "De bevoegde toezichthoudende autoriteit kan in dergelijke gevallen, overeenkomstig artikel 13 van Verordening (EEG) nr. 3975/87, of de overeenkomstige bepalingen bedoeld in Protocol 21 bij de EER-Overeenkomst, alle dienstige maatregelen nemen om een eind te maken aan deze inbreuken. De bevoegde toezichthoudende autoriteit kan alvorens zij een daartoe strekkend besluit neemt, de betrokkenen aanbevelingen doen met het oog op beëindiging van de inbreuk.";

d) de laatste alinea van artikel 7 wordt gelezen:

"Dit besluit is, vanaf het tijdstip waarop aan de voorwaarden voor toepassing ervan wordt voldaan, met terugwerkende kracht van toepassing op overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen die bestonden op de datum van inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst."".

e) Hoofdstuk I. KOLEN EN STAAL 1. In punt 15 (Beschikking nr. 25/67 van de Hoge Autoriteit) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 391 S 3654: Beschikking nr. 3654/91/EGKS van de Commissie van 13 december 1991 (PB nr. L 348 van 17. 12. 1991, blz. 12).".

f) Na punt 15 (Beschikking nr. 25/67 van de Hoge Autoriteit) worden het volgende nieuwe hoofdstuk en de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"J. Verzekeringssector 15a. 392 R 3932: Verordening (EEG) nr. 3932/92 van de Commissie van 21 december 1992 betreffende de toepassing van artikel 85, lid 3, van het Verdrag op bepaalde groepen van overeenkomsten, besluiten en onderling afgestemde feitelijke gedragingen in de verzekeringssector (PB nr. L 398 van 31. 12. 1992, blz. 7).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) in artikel 17, inleidende alinea, wordt in plaats van "overeenkomstig artikel 7 van Verordening (EEG) nr. 1534/91" gelezen ", hetzij op eigen initiatief, hetzij op verzoek van de andere toezichthoudende autoriteit of een Staat die onder haar bevoegdheid valt, of van een natuurlijke persoon of rechtspersoon die een rechtmatig belang inroept,";

b) aan het eind van artikel 17 wordt de volgende alinea toegevoegd: "De bevoegde toezichthoudende autoriteit kan in dergelijke gevallen een besluit bekendmaken overeenkomstig de artikelen 6 en 8 van Verordening nr. 17/62/EEG, of de overeenkomstige bepalingen bedoeld in Protocol 21 bij de EER-Overeenkomst zonder dat enige kennisgeving van de ondernemingen vereist is.";

c) artikel 18 is niet van toepassing;

d) artikel 19 is niet van toepassing;

e) artikel 20 is niet van toepassing;

f) artikel 21 wordt als volgt gelezen: "Dit besluit is tot en met 31 maart 2003 van toepassing.".".

g) BESLUITEN DIE DE COMMISSIE VAN DE EG EN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA IN ACHT NEMEN Na punt 25 (C/233/91/blz. 2) wordt het volgende toegevoegd:

"Algemeen I. Bovenstaande besluiten waren door de Commissie van de EG vastgesteld per 31 juli 1991. Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst zullen overeenkomstige besluiten door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA worden vastgesteld op grond van artikel 5, lid 2, onder b), en artikel 25 van de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie. Zij zullen worden bekendgemaakt overeenkomstig de briefwisseling betreffende de bekendmaking van informatie in verband met de EER.

II. Voor besluiten in verband met de EER die de Commissie van de EG na 31 juli 1991 heeft vastgesteld, zal de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op grond van de bevoegdheden die haar zijn verleend krachtens de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, na overleg met de Commissie van de EG, overeenkomstige besluiten vaststellen om dezelfde mededingingsvoorwaarden aan te houden. De door de Commissie vastgestelde besluiten zullen niet in deze bijlage worden opgenomen. Bij de bekendmaking ervan in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen zal worden gewezen op hun belang voor de EER en er zal naar deze bekendmaking worden verwezen in het EER-supplement bij het Publikatieblad. De overeenkomstige besluiten die door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA worden vastgesteld, zullen worden bekendgemaakt in het EER-supplement bij en het EER-deel van het Publikatieblad. Beide toezichthoudende autoriteiten zullen rekening met deze besluiten houden in de gevallen waarvoor zij krachtens de Overeenkomst bevoegd zijn.".

BIJLAGE 13 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XV (STAATSSTEUN) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

a) Openbare bedrijven a) In punt 1 (Richtlijn 80/723/EEG van de Commissie) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 393 L 0084: Richtlijn 93/84/EEG van de Commissie van 30 september 1993 (PB nr. L 254 van 12. 10. 1993, blz. 16).".

b) In punt 1 (Richtlijn 80/723/EEG van de Commissie) wordt de volgende aanpassing toegevoegd:

"c) In artikel 5 bis, lid 3, tweede alinea, wordt in plaats van "in andere Lid-Staten" gelezen "in Lid-Staten van de EG of EVA-Staten".".

b) Na punt 1 (Richtlijn 80/723/EEG van de Commissie) worden de volgende nieuwe rubriek en het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"Steun voor de ijzer- en staalindustrie 1a. 391 S 3855: Beschikking 3855/91/EGKS van de Commissie van 27 november 1991 tot invoering van communautaire regels voor de steun aan de ijzer- en staalindustrie (PB nr. L 362 van 31. 12. 1991, blz. 57).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt aangepast:

a) in plaats van "de Commissie" wordt gelezen "de bevoegde toezichthoudende autoriteit als omschreven in artikel 62 van de EER-Overeenkomst";

b) in plaats van "handelsverkeer tussen de Lid-Staten" wordt gelezen "handelsverkeer tussen de overeenkomstsluitende partijen";

c) in plaats van "verenigbaar met de gemeenschappelijke markt" wordt gelezen "verenigbaar met de werking van de EER-Overeenkomst";

d) in artikel 4, lid 1, tweede streepje, wordt het volgende toegevoegd: ", of, in geval van een EVA-Staat, de steun in verband met uitkeringen niet meer bedraagt dan de steun die mag worden verleend aan een staalonderneming in de EG die in dezelfde situatie verkeert";

e) in artikel 6, lid 1, wordt "uit hoofde van het in het EEG-Verdrag bepaalde" gelezen "uit hoofde van het EEG-Verdrag of de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie is bepaald,";

f) in artikel 6, lid 4, wordt in plaats van "Artikel 88 van het Verdrag is" gelezen "Artikel 88 van het Verdrag en de overeenkomstige procedure als vermeld in de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie zijn".".

c) BESLUITEN DIE DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN EN DE TOEZICHTHOUDENDE AUTORITEIT VAN DE EVA IN ACHT NEMEN:

Na punt 37 (C/320/88/blz. 3) wordt het volgende toegevoegd:

"Algemeen I. Bovenstaande besluiten waren door de Commissie van de Europese Gemeenschappen vastgesteld per 31 juli 1991. Bij de inwerkingtreding van de Overeenkomst zullen overeenkomstige besluiten door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA worden vastgesteld op grond van artikel 5, lid 2, onder b), en artikel 24 van de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justie. Zij zullen worden bekendgemaakt overeenkomstig de briefwisseling betreffende de bekendmaking van informatie in verband met de EER.

II. Voor besluiten in verband met de EER die de Commissie van de Europese Gemeenschappen na 31 juli 1991 heeft vastgesteld, zal de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA op grond van de bevoegdheden die haar zijn verleend krachtens de Overeenkomst tussen de EVA-Staten betreffende de oprichting van een Toezichthoudende Autoriteit en een Hof van Justitie, na overleg met de Commissie van de Europese Gemeenschappen, overeenkomstige besluiten vaststellen om dezelfde mededingingsvoorwaarden aan te houden. De door de Commissie vastgestelde besluiten zullen niet in deze bijlage worden opgenomen. Bij de bekendmaking ervan in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen zal worden gewezen op hun belang voor de EER en er zal naar deze bekendmaking worden verwezen in het EER-supplement bij het Publikatieblad. De overeenkomstige besluiten die door de Toezichthoudende Autoriteit van de EVA worden vastgesteld, zullen worden bekendgemaakt in het EER-supplement bij en het EER-deel van het Publikatieblad. Beide toezichthoudende autoriteiten zullen naar behoren rekening met deze besluiten houden in de gevallen waarvoor zij krachtens de Overeenkomst bevoegd zijn.".

BIJLAGE 14 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XVI (AANBESTEDINGEN) bij de EER-Overenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

a) SECTORIËLE AANPASSINGEN In lid 1 worden de Richtlijnen 71/305/EEG, 89/440/EEG en 90/531/EEG vervangen door de Richtlijnen 93/36/EEG, 93/37/EEG en 93/38/EEG.

b) VERMELDE BESLUITEN 1. Punt 2 (Richtlijn 71/305/EEG van de Raad) wordt vervangen door:

"2. 393 L 0037: Richtlijn 93/37/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor de uitvoering van werken (PB nr. L 199 van 9. 8. 1993, blz. 54).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 5, onder a), wordt "met inachtneming van het Verdrag" gelezen als "met inachtneming van de EER-overeenkomst";

b) voor zover de in artikel 6, leden 1 en 3, genoemde BTW niet in Finland is ingevoerd, wordt hiermee bedoeld:

- "Liikevaihtovero/omsaettningsskatt" in Finland;

c) de in artikel 6, lid 2, onder a), bedoelde tegenwaarden van de drempel in de nationale valuta's van de EVA-Staten worden vastgesteld vanaf de datum van inwerkingtreding van de EER-overeenkomst en worden in beginsel, vanaf 1 januari 1994, om de twee jaar herzien, zij worden bekendgemaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen;

d) artikel 25 wordt als volgt aangevuld:

"- voor Oostenrijk: "Firmenbuch", "Gewerberegister", "Mitgliederverzeichnisse der Landeskammern";

- voor Finland: "Kaupparekisteri", "Handelsregistret";

- voor IJsland: "Firmaskrá";

- voor Noorwegen: "Foretaksregisteret";

- voor Zweden: "Aktiebolagsregistret", "Handelsregistret", "Foereningsregistret".";

e) in artikel 34, lid 1, wordt "31 oktober 1993" vervangen door "31 oktober 1995";

f) bijlage I wordt aangevuld met aanhangsel 1 bij deze bijlage.".

2. Punt 3 (Richtlijn 77/62/EEG van de Raad) wordt ten vroegste op 14 juni 1994 vervangen door:

"3. 393 L 0036: Richtlijn 93/36/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen (PB nr. L 199 van 9. 8. 1993), blz. 1).

Voor de toepassing van de overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 3 wordt "artikel 223, lid 1, onder b), van het Verdrag" vervangen door "artikel 123 van de EER-Overeenkomst";

b) voor zover de in artikel 5, lid 1, onder a), genoemde BTW niet in Finland is ingevoerd, wordt hiermee bedoeld:

- "Liikevaihtovero/omsaettningsskatt" in Finland;

c) met dien verstande dat de in ecu uitgedrukte drempel uitsluitend van toepassing is binnen de EER, vervallen in artikel 5, lid 1, onder c), de volgende woorden:

- in de eerste zin: "en de drempel van de GATT-overeenkomst uitgedrukt in ecu";

- in de tweede zin: "en van de ecu in SDR (bijzondere trekkingsrechten)";

d) de in artikel 5, lid 1, onder c), bedoelde tegenwaarden van de drempel in de nationale valuta's van de EVA-Staten worden vastgesteld vanaf de datum van inwerkingtreding van de EER-overeenkomst;

e) artikel 21, lid 2, wordt als volgt aangevuld:

"- voor Oostenrijk: "Firmenbuch", "Gewerberegister", "Mitgliederverzeichnisse der Landeskammern";

- voor Finland: "Kaupparekisteri", "Handelsregistret";

- voor IJsland: "Firmaskrá";

- voor Noorwegen: "Foretaksregisteret";

- voor Zweden: "Aktiebolagsregistret", "Handelsregistret", "Foereningsregistret".";

f) in artikel 31, lid 1, onder b), wordt "31 oktober 1991" vervangen door "31 oktober 1994";

g) bijlage I bij deze richtlijn wordt aangevuld met aanhangsel 2 bij deze bijlage. De in artikel 1, onder b), van deze richtlijn bedoelde bijlage wordt aangevuld met aanhangsel 1 bij deze bijlage.".

3. Punt 4 (Richtlijn 90/531/EEG van de Raad) wordt ten vroegste op 1 juli 1994 vervangen door:

"4. 393 L 0038: Richtlijn 93/38/EEG van de Raad van 14 juni 1993 houdende cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PB nr. L 199 van 9. 8. 1993, blz. 84).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) met betrekking tot Noorwegen treden de maatregelen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen in werking op 1 januari 1995 of eerder, wanneer Noorwegen mededeelt aan deze richtlijn te voldoen.

Gedurende deze overgangsperiode wordt de toepassing van de richtlijn tussen Noorwegen en de overige overeenkomstsluitende partijen wederzijds opgeschort;

b) in artikel 3, lid 1, onder e), wordt in plaats van "artikel 36 van het Verdrag" gelezen "artikel 13 van de EER-overeenkomst";

c) in artikel 11 wordt in plaats van "verenigbaar zijn met het Verdrag" gelezen "verenigbaar zijn met de EER-overeenkomst";

d) in artikel 12, lid 1, wordt in plaats van "overeenkomstig het Verdrag" gelezen "overeenkomstig de EER-overeenkomst";

e) voor zover de in artikel 14, leden 1 en 10, genoemde BTW niet in Finland is ingevoerd, wordt hiermee bedoeld:

- "Liikevaihtovero/omsaettningsskatt" in Finland;

f) in artikel 34, lid 5, wordt "artikel 93, lid 3, van het Verdrag" vervangen door "artikel 62 van de EER-overeenkomst";

g) in artikel 36 wordt onder "derde landen" verstaan "landen die geen partij bij de EER-Overeenkomst zijn";

h) in artikel 36, lid 1, wordt in plaats van "Gemeenschap" gelezen "Gemeenschap met betrekking tot haar diensten of de EVA-Staten met betrekking tot hun diensten";

i) in artikel 36, lid 1, wordt in plaats van "de communautaire ondernemingen" gelezen "de communautaire ondernemingen wat betreft overeenkomsten met de Gemeenschap, of de ondernemingen van de EVA-Staten wat betreft overeenkomsten met de EVA-Staten";

j) in artikel 36, lid 1, wordt in plaats van "van de Gemeenschap of van haar Lid-Staten ten aanzien van derde landen" gelezen "van de Gemeenschap, van haar Lid-Staten of van de EVA-Staten ten aanzien van derde landen";

k) in artikel 36, lid 5, wordt in plaats van "bij een besluit van de Raad" gelezen "bij een besluit in het kader van de algemene besluitvormingsprocedure van de EER-Overeenkomst";

l) artikel 36, lid 6, wordt als volgt gelezen:

"6. In het kader van de algemene institutionele bepalingen van de EER-Overeenkomst wordt jaarlijks verslag uitgebracht over de voortgang bij de multilaterale of bilaterale onderhandelingen over de toegang van de communautaire ondernemingen en de ondernemingen van de EVA tot de markten van derde landen op de onder deze richtlijn vallende gebieden, over alle met deze onderhandelingen bereikte resultaten alsmede over de daadwerkelijke toepassing van alle gesloten overeenkomsten.

In het licht van deze ontwikkelingen kan dit artikel worden gewijzigd in het kader van de algemene besluitvormingsprocedure van de EER-Overeenkomst.";

m) teneinde contractanten in de EER in staat te stellen artikel 36, leden 2 en 3, toe te passen, zien de overeenkomstsluitende partijen erop toe dat de op hun respectieve grondgebieden gevestigde leveranciers de oorsprong van de produkten in hun offertes voor leveringen bepalen overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 802/68 van de Raad van 27 juni 1968 betreffende de gemeenschappelijke definitie van het begrip "oorsprong van goederen" (PB nr. L 148 van 28. 6. 1968, blz. 1);

n) teneinde een maximale convergentie te bereiken, wordt artikel 36 in het kader van de EER toegepast met dien verstande dat:

- de toepassing van lid 3 geen afbreuk doet aan de huidige mate van liberalisatie ten opzichte van derde landen,

- de overeenkomstsluitende partijen onderling nauw overleg plegen bij hun onderhandelingen met derde landen.

De toepassing van deze regeling wordt gezamenlijk herzien in 1996;

o) artikel 37 is niet van toepassing;

p) de in artikel 38 bedoelde tegenwaarden van de drempel in de nationale valuta's van de EVA-Staten worden vastgesteld vanaf de datum van inwerkingtreding van de EER-overeenkomst en worden in beginsel, vanaf 1 januari 1994, om de twee jaar herzien;

q) de bijlagen I tot en met X worden respectievelijk aangevuld met de aanhangels 4 tot en met 13 bij deze bijlage.".

4. Na punt 4 (Richtlijn 90/531/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuw punt ingevoegd:

"4a. 393 D 0327: Beschikking 93/327/EEG van de Commissie van 13 mei 1993 tot vaststelling van de voorwaarden waaronder aanbestedende diensten die geografische gebieden exploiteren ter wille van de prospectie en de winning van aardolie, gas, steenkool of andere vaste brandstoffen, aan de Commissie informatie moeten verstrekken inzake de door hen geplaatste opdrachten (PB nr. L 129 van 27. 5. 1993, blz. 25).".

5. Na punt 5 (Richtlijn 89/665/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"5a. 392 L 0013: Richtlijn 92/13/EEG van de Raad van 25 februari 1992 tot cooerdinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de communautaire voorschriften inzake de procedures voor het plaatsen van opdrachten voor diensten die werkzaam zijn in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en telecommunicatie (PB nr. L 76 van 23. 3. 1992, blz. 14).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) met betrekking tot Noorwegen treden de maatregelen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, in werking op hetzelfde tijdstip als Richtlijn 90/531/EEG van de Raad, overeenkomstig bijlage XVI bij de EER-Overeenkomst.

Gedurende deze overgangsperiode wordt de toepassing van de richtlijn tussen deze Staat en de overige overeenkomstsluitende partijen wederzijds opgeschort;

b) in artikel 2, lid 9, wordt "artikel 177 van het Verdrag" gelezen als een verwijzing naar "de door het Hof van Justitie bij zijn uitlegging van artikel 177 van het EEG-Verdrag vastgestelde criteria" (2);

c) in artikel 11, lid 2, onder a), wordt in plaats van "de artikelen 169 of 170 van het Verdrag" gelezen "artikel 169 of 170 van het EEG-Verdrag en de overeenkomstige procedures vastgesteld in de overeenkomst tussen de EVA-Staten inzake de instelling van een toezichthoudende autoriteit en een Hof van Justitie";

d) de bijlage bij de richtlijn wordt aangevuld met aanhangsel 14 bij deze bijlage.

(2) Zie EER-Overeenkomst, aanpassing b), bij Richtlijn 89/665/EEG van de Raad onder punt 5, voetnoot 1.

5b. 392 L 0050: Richtlijn 92/50/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de cooerdinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor dienstverlening (PB nr. L 209 van 24. 7. 1992, blz. 1).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 4, lid 1, wordt "artikel 223 van het Verdrag" vervangen door "artikel 123 van de EER-Overeenkomst";

b) artikel 30, lid 3, wordt als volgt aangevuld:

"- voor Oostenrijk: "Firmenbuch", "Gewerberegister", "Mitgliederverzeichnisse der Landeskammern";

- voor Finland: "Kaupparekisteri", "Handelsregistret";

- voor IJsland: "Firmaskrá", "Hlutafélagaskrá";

- voor Noorwegen: "Foretaksregisteret";

- voor Zweden: "Aktiebolagsregistret", "Handelsregistret", "Foereningsregistret".".".

c) BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN 1. Na punt 8 (mededeling van de Commissie COM(89) 400) worden de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"9. 391 X 0561: Aanbeveling 91/561/EEG van de Commissie van 24 oktober 1991 inzake de standaardisatie van de bekendmakingen van overheidsopdrachten (PB nr. L 305 van 6. 11. 1991, blz. 19).

10. 592 DC 0722s: Mededeling van de Commissie aan de Raad van 1 juni 1992 inzake de deelneming van het midden- en kleinbedrijf aan overheidsopdrachten in de Gemeenschap (SEC(92) 722 def. van 1 juni 1992).

11. Mededeling van de Commissie van 30 december 1992 over de formulieren te gebruiken door aannemers die betrokken zijn bij de inwerkingtreding van de Richtlijn 90/531/EEG (PB nr. S 252 A van 30. 12. 1992, blz. 1).".

d) Na aanhangsel 13 wordt het volgende aanhangsel toegevoegd:

"Aanhangsel 14 NATIONALE AUTORITEITEN WAARBIJ VERZOEKEN OM TOEPASSING VAN DE BEMIDDELINGSPROCEDURE BEDOELD IN ARTIKEL 9 VAN RICHTLIJN 92/13/EEG VAN DE RAAD KUNNEN WORDEN INGEDIEND OOSTENRIJK Bundesministerium fuer wirtschaftliche Angelegenheiten (Bondsministerie van Economische Zaken) FINLAND Kauppa- ja teollisuusministerioe, Handels- och industriministeriet (Ministerie van Handel en Industrie) IJSLAND Fjármálaráouneytio (Ministerie van Financiën) NOORWEGEN Naerings- og energidepartementet (Ministerie van Industrie en Energie) ZWEDEN Naemnden foer offentlig upphandling (Zweedse nationale dienst voor overheidsopdrachten)".

BIJLAGE 15 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XVI (INTELLECTUELE EIGENDOM) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

1. In punt 2 (Eerste Beschikking 90/510/EEG van de Raad) wordt vóór de aanpassing het volgende ingevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 D 0017: Beschikking 93/17/EEG van de Raad van 21 december 1992 (PB nr. L 11 van 19. 1. 1993, blz. 22).".

2. In punt 2 (Eerste Beschikking 90/510/EEG van de Raad) wordt aanpassing a) vervangen door het volgende:

"a) de verwijzingen naar Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden in de bijlage komen te vervallen.".

3. In punt 3 worden na b) (Beschikking 90/541/EEG van de Commissie) de volgende nieuwe punten ingevoegd:

"c) 393 D 0016: Beschikking 93/16/EEG van de Raad van 21 december 1992 betreffende de uitbreiding van de rechtsbescherming van topografieën van halfgeleiderprodukten tot personen uit de Verenigde Staten van Amerika en bepaalde gebieden (PB nr. L 11 van 19. 1. 1993, blz. 20), gewijzigd bij:

- 393 D 0520: Beschikking 93/520/EEG van de Raad van 27 september 1993 (PB nr. L 246 van 2. 10. 1993, blz. 31).

d) 393 D 0217: Beschikking 93/217/EEG van de Commissie van 19 maart 1993 overeenkomstig Beschikking 93/16/EEG van de Raad en tot vaststelling dat de Verenigde Staten van Amerika een land zijn tot de vennootschappen of andere rechtspersonen waarvan de rechtsbescherming van topografieën van halfgeleiderprodukten wordt uitgebreid (PB nr. L 94 van 20. 4. 1993, blz. 30).

e) 394 D 0004: Beschikking 94/4/EG van de Raad van 20 december 1993 betreffende de uitbreiding van de rechtsbescherming van topografieën van halfgeleiderprodukten tot personen uit de Verenigde Staten van Amerika (PB nr. L 6 van 8. 1. 1994, blz. 23).".

4. In punt 3 wordt in de zin "Naast deze twee beschikkingen is het volgende van toepassing" het woord "twee" geschrapt.

5. Na punt 5 (Richtlijn 91/250/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"6. 392 R 1768: Verordening (EEG) nr. 1768/92 van de Raad van 18 juni 1992 betreffende de invoering van een aanvullend beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (PB nr. L 182 van 2. 7. 1992, blz. 1).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) in artikel 3, onder b), wordt het volgende toegevoegd:

"Voor de toepassing van deze alinea en van de daarop betrekking hebbende artikelen wordt indien nodig een krachtens de nationale wetgeving van de betrokken EVA-Staat verleende vergunning om het produkt in de handel te brengen op dezelfde wijze behandeld als een vergunning verkregen overeenkomstig Richtlijn 65/65/EEG of Richtlijn 81/851/EEG.";

b) artikel 19, lid 1, wordt vervangen door:

"1. Voor elk produkt dat op 2 januari 1993 wordt beschermd door een octrooi en waarvoor een eerste vergunning voor het als geneesmiddel in de handel brengen op de grondgebieden van de overeenkomstsluitende partijen na 1 januari 1985 is verkregen, kan een certificaat worden afgegeven.

Wat de in Denemarken, Duitsland, Finland en Noorwegen af te geven certificaten betreft, wordt 1 januari 1985 vervangen door 1 januari 1988.

Wat de in België, Italië en Oostenrijk af te geven certificaten betreft, wordt 1 januari 1985 vervangen door 1 januari 1982.";

c) de volgende leden worden aan artikel 19 toegevoegd:

"3. Indien een basisoctrooi in een EVA-Staat als gevolg van de afloop van zijn wettelijke duur vervalt in de periode van 2 januari 1993 tot de datum van inwerkingtreding van deze verordening in het kader van de Overeenkomst, geldt het certificaat slechts vanaf de datum van bekendmaking van de aanvraag voor het certificaat. Artikel 13 is evenwel van toepassing voor de berekening van de duur van het certificaat.

4. Wanneer lid 3 van toepassing is, wordt de aanvraag voor een certificaat ingediend binnen twee maanden vanaf de datum waarop de verordening in de betrokken EVA-Staat in werking treedt.

5. Het feit dat een certificaat overeenkomstig lid 3 is aangevraagd, vormt geen beletsel voor derden die tussen het vervallen van het basisoctrooi en de bekendmaking van de aanvraag voor een certificaat, de uitvinding te goeder trouw commercieel hebben toegepast of ernstige voorbereidingen voor een dergelijke toepassing hebben getroffen, om met die toepassing verder te gaan.".

7. 392 L 0100: Richtlijn 92/100/EEG van de Raad van 19 november 1992 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (PB nr. 346 van 27. 11. 1992, blz. 61).

Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden zullen vanaf 1 januari 1995 aan de eisen van deze richtlijn voldoen.

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

a) in artikel 8, lid 2, geldt het volgende ten aanzien van Noorwegen:

Noorwegen doet met ingang van 1 januari 1996 de maatregelen in werking treden die nodig zijn om te voldoen aan het bepaalde in artikel 8, lid 2, inzake de mededeling van fonogrammen aan het publiek via andere middelen dan een omroep;

b) artikel 9, lid 2, wordt vervangen door:

"Het distributierecht op de grondgebieden van de overeenkomstsluitende partijen voor een in lid 1 bedoelde zaak wordt slechts uitgeput wanneer die zaak door de rechthebbende of met diens toestemming voor de eerste maal op de grondgebieden van de overeenkomstsluitende partijen is verkocht.".

8. 393 L 0083: Richtlijn 93/83/EEG van de Raad van 27 september 1993 tot cooerdinatie van bepaalde voorschriften betreffende het auteursrecht en naburige rechten op het gebied van de satellietomroep en de doorgifte via de kabel (PB nr. L 248 van 6. 10. 1993, blz. 15).

9. 393 L 0098: Richtlijn 93/98/EEG van de Raad van 29 oktober 1993 betreffende de harmonisatie van de beschermingstermijn van het auteursrecht en van bepaalde naburige rechten (PB nr. L 290 van 24. 11. 1993, blz. 9).".

6. Na punt 9 (Richtlijn 93/98/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe rubriek en nieuwe punten toegevoegd:

"BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN De overeenkomstsluitende partijen nemen nota van de inhoud van de volgende besluiten:

10. 392 Y 0528(01): Resolutie 92/C 138/01 van de Raad van 14 mei 1992 tot versterking van de bescherming van het auteursrecht en de naburige rechten (PB nr. C 138 van 28. 5. 1992, blz. 1).

11. COM(92) 445 def.: Mededeling van de Commissie van 27 oktober 1992 over intellectuele eigendomsrechten en normalisatie (COM(92) 445 def.).".

BIJLAGE 16 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XVIII (GEZONDHEID EN VEILIGHEID OP HET WERK, ARBEIDSRECHT EN GELIJKE BEHANDELING VAN MANNEN EN VROUWEN) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

A. GEZONDHEID EN VEILIGHEID OP HET WERK 1. In punt 15 (Richtlijn 90/679/EEG van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

", gewijzigd bij:

- 393 L 0088: Richtlijn 93/88/EEG van de Raad van 12 oktober 1993 (PB nr. L 268 van 29. 10. 1993, blz. 71).".

2. Na punt 16 (Richtlijn 91/383/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"16a. 392 L 0029: Richtlijn 92/29/EEG van de Raad van 31 maart 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid ter bevordering van een betere medische hulpverlening aan boord van schepen (PB nr. L 113 van 30. 4. 1992, blz. 19).

16b. 392 L 0057: Richtlijn 92/57/EEG van de Raad van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid voor tijdelijke en mobiele bouwplaatsen (achtste bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB nr. L 245 van 26. 8. 1992, blz. 6).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

Voor Oostenrijk en Noorwegen treden de maatregelen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, uiterlijk op 1 januari 1995 in werking.

16c. 392 L 0058: Richtlijn 92/58/EEG van de Raad van 24 juni 1992 betreffende de minimumvoorschriften voor de veiligheids- en/of gezondheidssignalering op het werk (negende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB nr. L 245 van 26. 8. 1992, blz. 23).

16d. 392 L 0085: Richtlijn 92/85/EEG van de Raad van 19 oktober 1992 inzake de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid op het werk van werkneemsters tijdens de zwangerschap, na de bevalling en tijdens de lactatie (tiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB nr. L 348 van 28. 11. 1992, blz. 1).

16e. 392 L 0091: Richtlijn 92/91/EEG van de Raad van 3 november 1992 betreffende minimumvoorschriften ter verbetering van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers in de winningsindustrieën die delfstoffen winnen met behulp van boringen (elfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB nr. L 348 van 28. 11. 1992, blz. 9).

16f. 392 L 0104: Richtlijn 92/104/EEG van de Raad van 3 december 1992 betreffende de minimumvoorschriften ter verbetering van de bescherming van de veiligheid en de gezondheid van werknemers in de winningsindustrieën in dagbouw of ondergronds (twaalfde bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB nr. L 404 van 31. 12. 1992, blz. 10).

16g. 393 L 0103: Richtlijn 93/103/EEG van de Raad van 23 november 1993 betreffende de minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het werk aan boord van vissersvaartuigen (dertiende bijzondere richtlijn in de zin van artikel 16, lid 1, van Richtlijn 89/391/EEG) (PB nr. L 307 van 13. 12. 1993, blz. 1).".

B. ARBEIDSRECHT 1. Na punt 24 (Richtlijn 80/987/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"25. 391 L 0533: Richtlijn 91/533/EEG van de Raad van 14 oktober 1991 betreffende de verplichting van de werkgever de werknemer te informeren over de voorwaarden die op zijn arbeidsovereenkomst of -verhouding van toepassing zijn (PB nr. L 288 van 18. 10. 1991, blz. 32).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

Voor Noorwegen en IJsland treden de maatregelen die nodig zijn om aan deze richtlijn te voldoen, uiterlijk op 1 juli 1994 in werking.

26. 392 L 0056: Richtlijn 92/56/EEG van de Raad van 24 juni 1992 tot wijziging van Richtlijn 75/129/EEG betreffende de aanpassing van de wetgevingen van de Lid-Staten inzake collectief ontslag (PB nr. L 245 van 26. 8. 1992, blz. 3).".

BIJLAGE 17 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XIX (CONSUMENTENBESCHERMING) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

A. GENOEMDE BESLUITEN Na punt 7 (Richtlijn 90/314/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"7a. 393 L 0013: Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB nr. L 95 van 21. 4. 1993, blz. 29).".

B. BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA DIENEN TE NEMEN Na punt 9 (Resolutie 88/C 153/01 van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"10. 392 X 0295: Aanbeveling 92/295/EEG van de Commissie van 7 april 1992 betreffende gedragscodes voor de bescherming van de consument bij op afstand gesloten overeenkomsten (PB nr. L 156 van 10. 6. 1992, blz. 21).

11. 393 Y 0420(01): Resolutie 93/C 110/01 van de Raad van 5 april 1993 betreffende toekomstige maatregelen op het gebied van de etikettering van produkten in het belang van de consument (PB nr. C 110 van 20. 4. 1993, blz. 1).

12. 379 Y 0630(01): Resolutie van de Raad van 19 juni 1979 betreffende de prijsaanduiding van levensmiddelen en andere produkten voor huishoudelijk gebruik die zijn voorverpakt in vooraf bepaalde hoeveelheden (PB nr. C 163 van 30. 6. 1979, blz. 1).

13. 486 Y 0723(07): Resolutie van de Raad en de Ministers van Onderwijs, in het kader van de Raad bijeen, van 9 juni 1986 betreffende de consumentenvorming in het basisonderwijs en het secundaire onderwijs (PB nr. C 184 van 23. 7. 1986, blz. 21).

14. 387 Y 0107(01): Resolutie van de Raad van 15 december 1986 betreffende de integratie van het consumentenbeleid in de andere gemeenschappelijke beleidsvormen (PB nr. C 3 van 7. 1. 1987, blz. 1).

15. 387 Y 0704(02): Resolutie van de Raad van 25 juni 1987 inzake de toegang van de consument tot de rechter (PB nr. C 176 van 4. 7. 1987, blz. 2).

16. 387 Y 0704(03): Resolutie van de Raad van 25 juni 1987 betreffende de veiligheid van de consument (PB nr. C 176 van 4. 7. 1987, blz. 3).

17. 388 X 0041): Aanbeveling 88/41/EEG van de Commissie van 10 december 1987 inzake het betrekken van de consument bij en het verruimen van zijn rol in het normalisatieproces (PB nr. L 23 van 28. 1. 1988, blz. 26).".

BIJLAGE 18 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XX (MILIEU) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

A. I. Algemeen 1. Na punt 2 (Richtlijn 90/313/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"2a. 391 L 0692: Richtlijn 91/692/EEG van de Raad van 23 december 1991 tot standaardisering en rationalisering van de verslagen over de toepassing van bepaalde richtlijnen op milieugebied (PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 48).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

De bepalingen van deze richtlijn gelden slechts voor de in de EER-Overeenkomst opgenomen richtlijnen.

2b. 392 R 0880: Verordening (EEG) nr. 880/92 van de Raad van 23 maart 1992 inzake een communautair systeem voor de toekenning van milieukeuren (PB nr. L 99 van 11. 4. 1992, blz. 1).

2c. 393 D 0430: Beschikking 93/430/EEG van de Commissie van 28 juni 1993 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor wasmachines (PB nr. L 198 van 7. 8. 1993, blz. 35).

2d. 393 D 0431: Beschikking 93/431/EEG van de Commissie van 28 juni 1993 tot vaststelling van de milieucriteria voor de toekenning van de communautaire milieukeur voor vaatwassers (PB nr. L 198 van 7. 8. 1993, blz. 38).

2e. 393 D 0517: Beschikking 93/517/EEG van de Commissie van 15 september 1993 betreffende een standaardcontract voor de gebruiksvoorwaarden voor de communautaire milieukeur (PB nr. 243 van 29. 9. 1993, blz. 13).

2f. 393 R 1836: Verordening (EEG) nr. 1836/93 van de Raad van 29 juni 1993 inzake de vrijwillige deelneming van bedrijven uit de industriële sector aan een communautair milieubeheer en milieu-auditsysteem (PB nr. L 168 van 10. 7. 1993, blz. 1), gerectificeerd in PB nr. L 247 van 5. 10. 1993, blz. 28).".

B. II. Water 1. Na punt 13 (Richtlijn 91/271/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"13a. 391 L 0676: Richtlijn 91/676/EEG van de Raad van 12 december 1991 inzake de bescherming van water tegen verontreiniging door nitraten uit agrarische bronnen (PB nr. L 375 van 31. 12. 1991, blz. 1).

13b. 392 D 0446: Beschikking 92/446/EEG van de Commissie van 27 juli 1992 inzake de vragenlijsten voor de richtlijnen voor de sector water (PB nr. L 247 van 27. 8. 1992, blz. 10).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt aangepast:

De bepalingen van deze beschikking en bijlagen gelden slechts voor de in de EER-Overeenkomst opgenomen richtlijnen.".

C. III. Lucht Na punt 21 (Richtlijn 89/429/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"21a. 392 L 0072: Richtlijn 92/72/EEG van de Raad van 21 september 1992 betreffende de verontreiniging van de lucht door ozon (PB nr. L 297 van 13. 10. 1992, blz. 1).".

D. IV. Chemicaliën, industrieel risico en biotechnologie 1. Na punt 24 (Richtlijn 90/219/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"24a. 391 D 0448: Beschikking 91/448/EEG van de Commissie van 29 juli 1991 betreffende richtsnoeren voor de indeling als bedoeld in artikel 4 van Richtlijn 90/219/EEG van de Raad (PB nr. L 239 van 28. 8. 1991, blz. 23).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt aangepast:

Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden treffen de maatregelen die nodig zijn om vanaf 1 januari 1995 aan deze beschikking te voldoen.".

2. Na punt 25 (Richtlijn 90/220/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"25a. 391 D 0596: Beschikking 91/596/EEG van de Raad van 4 november 1991 betreffende het model voor de samenvatting van de kennisgeving als bedoeld in artikel 9 van Richtlijn 90/220/EEG inzake de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu (PB nr. L 322 van 23. 11. 1991, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt aangepast:

a) In deel A, punt 3, onder b), i), van de bijlage betreffende de samenvatting van de kennisgeving bij introducties van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) voor onderzoek- en ontwikkelingsdoeleinden wordt het volgende toegevoegd:

"boreaal Q arctisch Q";

b) Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden treffen de maatregelen die nodig zijn om vanaf 1 januari 1995 aan deze beschikking te voldoen.

25b. 392 D 0146: Beschikking 92/146/EEG van de Commissie van 11 februari 1992 betreffende het model voor de samenvatting van de kennisgeving als bedoeld in artikel 12 van Richtlijn 90/220/EEG van de Raad (PB nr. L 60 van 5. 3. 1992, blz. 19).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt aangepast:

Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden treffen de maatregelen die nodig zijn om vanaf 1 januari 1995 aan deze beschikking te voldoen.".

E. V. Afvalstoffen 1. In punt 27 (richtlijn 75/442/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe streepje toegevoegd:

"- 394 D 0003: Besluit 94/3/EG van de Commissie van 20 december 1993 (PB nr. L 5 van 7. 1. 1994, blz. 15).".

2. Na punt 32 (Richtlijn 86/278/EEG van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"32a. 391 L 0689: Richtlijn 91/689/EEG van de Raad van 12 december 1991 betreffende gevaarlijke afvalstoffen (PB nr. L 377 van 31. 12. 1991, blz. 20).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden treffen de nodige maatregelen om vanaf 1 januari 1995 aan deze richtlijn te voldoen, onder voorbehoud van een onderzoek vóór die datum. Voor Noorwegen vindt het onderzoek plaats samen met dat van Richtlijn 75/442/EEG, gewijzigd bij Richtlijn 91/156/EEG.

32b. 392 L 0112: Richtlijn 92/112/EEG van de Raad van 15 december 1992 tot vaststelling van de procedure voor de harmonisatie van de programma's tot vermindering en uiteindelijk algehele opheffing van de verontreiniging door afval van de titaandioxide-industrie (PB nr. L 409 van 31. 12. 1992, blz. 11).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

Noorwegen past artikel 9, lid 1, onder a), ii), toe met ingang van 1 januari 1997. Noorwegen legt het Gemengd Comité uiterlijk op 1 januari 1995 een doeltreffend programma voor het terugdringen van SO2-emissies ter beoordeling voor, met inbegrip van het investeringsplan en de gekozen technische opties, alsmede een milieu-effectbeoordeling als zeewater bij de behandeling wordt gebruikt.

32c. 393 R 0259: Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad van 1 februari 1993 betreffende toezicht en controle op de overbrenging van afvalstoffen binnen, naar en uit de Europese Gemeenschap (PB nr. L 30 van 6. 2. 1993, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden treffen de nodige maatregelen om vanaf 1 januari 1995 aan deze verordening te voldoen.

Oostenrijk treft de nodige maatregelen om vanaf 1 januari 1997 aan deze verordening te voldoen.".

F. Na punt 32c. (Verordening (EEG) nr. 259/93 van de Raad) worden de volgende nieuwe rubriek en het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"VI. Geluidshinder 32d. 392 L 0014: Richtlijn 92/14/EEG van de Raad van 2 maart 1992 betreffende de beperking van de exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, boekdeel I, deel 2, hoofdstuk 2, tweede uitgave (1988) (PB nr. L 76 van 23. 3. 1992, blz. 21), gerectificeerd in PB nr. L 168 van 23. 6. 1992, blz. 30).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de richtlijn als volgt aangepast:

Oostenrijk mag de op de datum van inwerkingtreding van de EER-Overeenkomst geldende strengere nationale beschermende voorschriften met betrekking tot de beperking van de exploitatie van vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, boekdeel I, deel 2, hoofdstuk 2, tweede uitgave (1988), tot 1 april 2002 toepassen op Oostenrijkse luchthavens.".

BIJLAGE 19 bij Besluit nr. 7/94 bij het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XXI (STATISTIEK) bij de EER-Overeenkomst wordt als volgt gewijzigd.

A. INDUSTRIËLE STATISTIEKEN De titel "Industriële statistieken" wordt vervangen door "Ondernemingsstatistieken". In deze rubriek worden de volgende nieuwe punten toegevoegd na punt 4 (Richtlijn 78/166/EEG van de Raad):

"4a. 391 R 3924: Verordening (EEG) nr. 3924/91 van de Raad van 19 december 1991 betreffende de totstandbrenging van een communautaire enquête naar de industriële produktie (PB nr. L 374 van 31. 12. 1991, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) Artikel 3, lid 3, is niet van toepassing op Finland, IJsland, Noorwegen en Zweden.

b) Voor de EVA-Staten wordt de verwijzing naar "klasse van NACE Rev. 1" in artikel 3 gelezen als "groep van NACE Rev. 1".

c) Artikel 5, lid 2, is niet van toepassing op de EVA-Staten die in hun nationale wetgeving ondernemingen de verplichting hebben opgelegd statistische informatie te verstrekken.

d) De EVA-Staten zijn vrijgesteld van het verzamelen van maandgegevens.

e) Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden houden de bij deze verordening voorgeschreven enquête uiterlijk vanaf 1995. Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden hoeven vóór 1997 evenwel geen uitsplitsingen van produkten in de Prodcom-lijst te verstrekken die overeenkomen met het zevende en het achtste cijfer van de gecombineerde nomenclatuur als omschreven in Verordening (EEG) nr. 3367/87 van de Raad van 9 november 1987 betreffende de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur op de statistiek van de handel tussen de Lid-Staten (PB nr. L 321 van 11. 11. 1987, blz. 3).

f) Voor ondernemingen die zijn ingedeeld in rubriek 27.10 van NACE Rev. 1 verstrekken de EVA-Staten, ongeacht de in artikel 3 bedoelde drempel, de gegevens aan de hand van de onderstaande lijst. De gegevens worden vanaf 1995 per kwartaal, uiterlijk zes maanden na het einde van het referentiekwartaal verstrekt.

>RUIMTE VOOR DE TABEL>

4b. 393 R 2186: Verordening (EEG) nr. 2186/93 van de Raad van 22 juli 1993 betreffende communautaire cooerdinatie van de inrichting van ondernemingsregisters voor statistische doeleinden (PB nr. L 196 van 5. 8. 1993, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) Voor de EVA-Staten is punt 1, onder k), van bijlage II bij de verordening niet van toepassing.

b) Oostenrijk voldoet uiterlijk op 1 januari 1997 aan de bepalingen van deze verordening.".

B. VERVOERSTATISTIEKEN Na punt 7 (Richtlijn 80/1177/EEG van de Raad) wordt het volgende nieuwe punt toegevoegd:

"7a. 393 D 0704: Beschikking 93/704/EG van de Raad van 30 november 1993 betreffende de oprichting van een communautaire gegevensbank inzake ongevallen in het wegverkeer (PB nr. L 329 van 30. 12. 1993, blz. 63).

Voor de toepassing van de overeenkomst worden de bepalingen van de beschikking als volgt aangepast:

a) Voor de EVA-Staten worden de in artikel 2, lid 1, bedoelde gegevens voor de eerste maal medegedeeld vóór 31 maart 1995 voor de jaren 1991, 1992 en 1993 en voor de daaropvolgende jaren niet later dan negen maanden na het einde van het betrokken referentiejaar.

b) Verordening (Euratom, EEG) nr. 1588/90 van de Raad, met het oog op deze overeenkomst aangepast, is voor de EVA-Staten ook van toepassing op de toezending van de in artikel 2, lid 3, bedoelde gegevens.".

C. STATISTIEKEN VAN DE BUITENLANDSE HANDEL EN VAN DE HANDEL TUSSEN DE LID-STATEN In punt 8 (Verordening (EEG) nr. 1736/75 van de Raad) wordt het volgende nieuwe streepje toegevoegd vóór de aanpassing:

"- 393 R 3478: Verordening (EG) nr. 3478/93 van de Commissie van 17 december 1993 (PB nr. L 317 van 18. 12. 1993, blz. 32).".

D. BEVOLKINGS- EN SOCIALE STATISTIEKEN Het volgende nieuwe punt wordt toegevoegd na punt 18 (Verordening (EEG) nr. 311/76 van de Raad):

"18a. 391 R 3711: Verordening (EEG) nr. 3711/91 van de Raad van 16 december 1991 betreffende de organisatie van een jaarlijkse steekproefenquête naar de arbeidskrachten in de Gemeenschap (PB nr. L 351 van 20. 12. 1991, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) De EVA-Staten mogen de bij deze verordening voorgeschreven enquête houden bij een steekproef van personen in plaats van een steekproef van huishoudens. De EVA-Staten die gebruik maken van deze mogelijkheid, dienen evenwel informatie te verstrekken over de andere leden van het huishouden waarvan de betrokkene deel uitmaakt, en wel ten minste de in artikel 4, lid 1, onder a) en b), bedoelde kenmerken.

b) De EVA-Staten zien erop toe dat het steekproefplan van de enquête zo wordt ontworpen dat de in artikel 3, lid 2, eerste alinea, vermelde bovengrens voor de relatieve standaardfout ten minste op nationaal niveau in acht wordt genomen.

c) De EVA-Staten mogen de op grond van artikel 4, lid 1, vereiste gegevens over personen deels verstrekken aan de hand van registergegevens, mits de gegevens in overeenstemming zijn met de basisdefinities en mits de resultaten ten minste even nauwkeurig en ten minste van gelijke kwaliteit zijn.

d) Artikel 5, lid 2, tweede alinea, is niet van toepassing op de EVA-Staten.

e) De EVA-Staten houden de op grond van deze verordening vereiste enquête uiterlijk vanaf 1995.".

E. NATIONALE REKENINGEN - BNP In punt 19 (Richtlijn 89/130/EEG, Euratom van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassingen:

", gewijzigd bij:

- 393 D 0454: Beschikking 93/454/EEG, Euratom van de Commissie van 22 juli 1993 (PB nr. L 213 van 24. 8. 1993, blz. 18) - 393 D 0475: Beschikking 93/475/EEG, Euratom van de Commissie van 22 juli 1993 (PB nr. L 224 van 3. 9. 1993, blz. 27) - 393 D 0570: Beschikking 93/570/EEG, Euratom van de Commissie van 4 oktober 1993 (PB nr. L 276 van 9. 11. 1993, blz. 13).".

F. NOMENCLATUREN 1. In punt 20 (Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassing:

", gewijzigd bij:

- 393 R 0761: Verordening (EEG) nr. 761/93 van de Commissie van 24 maart 1993 (PB nr. L 83 van 3. 4. 1993, blz. 1).".

2. Na punt 20 (Verordening (EEG) nr. 3037/90 van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"20a. 393 R 0696: Verordening (EEG) nr. 696/93 van de Raad van 15 maart 1993 inzake de statistische eenheden voor waarneming en analyse van het produktiestelsel in de Gemeenschap (PB nr. L 76 van 30. 3. 1993, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden gebruiken de in artikel 1 van de verordening bedoelde definities voor statistieken met betrekking tot situaties na 1 januari 1995.

b) Voor Finland, Noorwegen, Oostenrijk, IJsland en Zweden loopt de in artikel 4, lid 1, bedoelde overgangsperiode van 1 januari 1995 tot en met 31 december 1996.

c) In de lijst in deel II, punt B.2, van de bijlage wordt het volgende punt toegevoegd:

""Gemeinde" in Oostenrijk, "kunta/kommun" in Finland, "sveitarfélag" in IJsland, "kommune" in Noorwegen, "primaerkommun" in Zweden.".

20b. 393 R 3696: Verordening (EEG) nr. 3696/93 van de Raad van 29 oktober 1993 betreffende de statistische classificatie van produkten, gekoppeld aan de economische activiteiten in de Europese Economische Gemeenschap (CPA) (PB nr. L 342 van 31. 12. 1993, blz. 1).

Voor de toepassing van de Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

Voor de EVA-Staten eindigt de in artikel 8 bedoelde overgangsperiode op 31 december 1996.".

G. LANDBOUWSTATISTIEKEN 1. In punt 23 (Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad) wordt het volgende streepje vóór de aanpassingen toegevoegd:

"- 393 D 0156: Beschikking 93/156/EEG van de Commissie van 9 februari 1993 (PB nr. L 65 van 17. 3. 1993, blz. 12).".

2. In aanpassing e) in punt 23 (Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad) wordt het volgende geschrapt:

"B.03 Facultatief voor Finland, IJsland en Zweden B.04 Facultatief voor Oostenrijk en Finland C.04 Facultatief voor Oostenrijk, Finland, Noorwegen, Zweden en IJsland K.02 Facultatief voor Oostenrijk".

3. In aanpassing e) van punt 23 (Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd:

"I.07 Facultatief voor IJsland".

"Voetnoot 3 bij punt I.07 b) in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad, als gewijzigd, wordt gelezen:

"Facultatief voor Denemarken en Zweden"."

"Voetnoot 4 bij punt I.07 b) in bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 571/88 van de Raad, als gewijzigd, wordt gelezen:

"Facultatief, behalve voor Denemarken en Zweden".".

H. VISSERIJSTATISTIEKEN 1. In punt 25 (Verordening (EEG) nr. 1382/91 van de Raad) wordt het volgende toegevoegd vóór de aanpassingen:

", gewijzigd bij:

- 393 R 2104: Verordening (EEG) nr. 2104/93 van de Raad van 22 juli 1993 (PB nr. L 191 van 31. 7. 1993, blz. 1).".

2. In punt 25 (Verordening (EEG) nr. 1382/91 van de Raad) wordt de tekst van aanpassing a) geschrapt.

3. Na punt 25 (Verordening (EEG) nr. 1382/91 van de Raad) worden de volgende nieuwe punten toegevoegd:

"25a. 391 R 3880: Verordening (EEG) nr. 3880/91 van de Raad van 17 december 1991 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lid-Staten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen (PB nr. L 365 van 31. 12. 1991, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) De EVA-Staten mogen, ongeacht de voorschriften op grond van het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Europese Gemeenschap, steekproeftechnieken gebruiken overeenkomstig het tweede deel van de eerste zin van artikel 3.

b) De EVA-Staten verzamelen de op grond van deze verordening vereiste gegevens uiterlijk vanaf 1995. De EVA-Staten dienen het in artikel 6, lid 1, bedoelde verslag uiterlijk eind 1995 in.

25b. 393 R 2018: Verordening (EEG) nr. 2018/93 van de Raad van 30 juni 1993 inzake de indiening van statistieken van de vangsten en de visserijactiviteit van de Lid-Staten die in het noordwestelijk deel van de Atlantische Oceaan vissen (PB nr. L 186 van 28. 7. 1993, blz. 1).

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden de bepalingen van de verordening als volgt aangepast:

a) De EVA-Staten mogen, ongeacht de voorschriften op grond van het gemeenschappelijk visserijbeleid van de Europese Gemeenschap, steekproeftechnieken gebruiken overeenkomstig het tweede deel van de eerste zin van artikel 3.

b) De EVA-Staten verzamelen de op grond van deze verordening vereiste gegevens uiterlijk vanaf 1995. De EVA-Staten dienen het in artikel 7, lid 1, bedoelde verslag uiterlijk eind 1995 in.".

BIJLAGE 20 bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

Bijlage XXII (VENNOOTSCHAPSRECHT) bij de EER-Overeenkomst wordt gewijzigd als hierna aangegeven.

VERMELDE BESLUITEN In punt 2 (Tweede Richtlijn 77/91/EEG van de Raad) wordt het volgende streepje toegevoegd vóór de aanpassingen:

"- 392 L 0101: Richtlijn 92/101/EEG van de Raad van 23 november 1992 (PB nr. L 347 van 28. 11. 1992, blz. 64).".

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING betreffende de authentiekverklaring van teksten van de EG-besluiten vermeld in de bijlage bij Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER

De overeenkomstsluitende partijen zijn overeengekomen dat het Gemengd Comité van de EER, uiterlijk op het tijdstip van de inwerkingtreding van Besluit nr. 7/94 besluit over de authentiekverklaring van de teksten van EG-besluiten vermeld in de bijlagen bij dit besluit, die in de Finse, IJslandse, Noorse en Zweedse taal zijn opgesteld.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING betreffende beschermingsmaatregelen op veterinair gebied

De overeenkomstsluitende partijen,

Erkennende dat lid 9 van de inleiding van hoofdstuk 1, bijlage I bij de EER-Overeenkomst een vrijwaringsclausule bevat waarop de overeenkomstsluitende partijen in bepaalde omstandigheden een beroep kunnen doen,

Erkennende dat het feit dat maatregelen die de EVA-partijen bij de EER-Overeenkomst nemen in verband met de uitroeiing van dierziekten die eventueel uitbreken niet door de Gemeenschap gefinancierd worden, mede in aanmerking zal worden genomen bij het nemen van beschermende maatregelen om te voorkomen dat de betrokken ziekten zich naar hun gebieden verspreiden,

Komen overeen dat dergelijke maatregelen in tijd en geografische ruimte beperkt zullen zijn,

Nemen er nota van dat de betrokken EVA-Staten, in geval van klassieke varkenspest of vesiculaire varkensziekte, hun rechten voorbehouden beschermingsmaatregelen te nemen die specifiek zijn voor de betrokken gebieden en dat zij het voornemen hebben dergelijke maatregelen voor een periode van niet minder dan twaalf maanden te handhaven nadat de ziekte voor het laatst is uitgebroken,

Nemen er nota van dat de Europese Unie haar rechten voorbehoudt om, op grond van alinea 1) onder b), van bovengenoemd lid 9, om overleg te verzoeken.

VERKLARING VAN DE REGERING VAN NOORWEGEN betreffende infectieuze zalmanemie

Ofschoon Noorwegen de opneming van Richtlijn 93/54/EEG van de Raad tot wijziging van Richtlijn 91/67/EEG inzake veterinairrechtelijke voorschriften voor het in de handel brengen van aquicultuurdieren en aquicultuurprodukten in de Overeenkomst aanvaardt, wenst Noorwegen erop te wijzen dat zij ervan overtuigd is, gezien de huidige kennis van de epidemiologie van infectieuze zalmanemie (ISA) en de bewezen praktische effecten van veterinaire bestrijdingsmaatregelen, dat er geen wetenschappelijke basis is om ISA bij de ernstige exotische ziekten in te delen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING betreffende de onderdanen van de Republiek IJsland die houder zijn van een in een derde land afgegeven diploma of certificaat waarmee een beroepsopleiding wordt afgesloten

De overeenkomstsluitende partijen,

Vaststellende dat Richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beoepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG (PB nr. L 209 van 24. 7. 1992, blz. 25), als aangepast ten behoeve van de EER, betrekking heeft op diploma's, certificaten en andere titels die hoofdzakelijk in de landen van de overeenkomstsluitende partijen zijn afgegeven,

Verlangend evenwel rekening te houden met de speciale positie van de onderdanen van de Republiek IJsland die, aangezien de mogelijkheden voor een beroepsopleiding aldaar beperkt zijn en de studenten deze opleiding van oudsher in het buitenland volgen, hun studie in een derde land hebben volbracht,

Bevelen de betrokken Regeringen hierbij aan om onderdanen van de Republiek IJsland die houder zijn van een in een derde land uitgereikt en door de bevoegde autoriteiten van IJsland erkend diploma of certificaat waarop het algemeen stelsel van toepassing is, toestemming te verlenen om binnen de Europese Economische Ruimte de desbetreffende beroepsactiviteiten uit te oefenen door die diploma's op hun grondgebied te erkennen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING betreffende arbeid in loondienst in de IJslandse bouwsector

De overeenkomstsluitende partijen,

Constaterende dat in artikel 2 van Richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG (PB nr. L 209 van 24. 7. 1992, blz. 25), aangepast met het oog op de EER-Overeenkomst, is bepaald dat deze richtlijn niet van toepassing is op activiteiten die onder een van de richtlijnen in bijlage A vallen;

dat artikel 2 van Richtlijn 92/51/EEG voorts bepaalt dat de richtlijnen in bijlage B van toepassing zijn op de uitoefening in loondienst van de beroepsactiviteiten waarop die richtlijnen betrekking hebben;

dat Richtlijn 64/427/EEG van de Raad van 7 juli 1964 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de andere dan in loondienst verrichte werkzaamheden van de be- en verwerkende nijverheid behorende tot de klassen 23 tot en met 40 van de ISIC (Industrie en Ambacht) één van de richtlijnen is die in de bijlagen A en B zijn genoemd;

dat, dientengevolge, het verrichten van werkzaamheden in het bouwbedrijf, hetzij in loondienst, hetzij als zelfstandige, geregeld is bij Richtlijn 64/427/EEG, aangepast met het oog op de EER-Overeenkomst, en niet bij Richtlijn 92/51/EEG,

Verlangende evenwel de aandacht te vestigen op de uitzonderlijke geologische en meteorologische omstandigheden in IJsland en de eisen die hierdoor aan de vakbekwaamheid van ambachtslieden worden gesteld, meer bepaald wat materiaalkeuze en beschermingsmaatregelen betreft, gezien de interactie van aardbevingen, zware regenval en grote temperatuurschommelingen,

Erkennende dat, overeenkomstig de regel inzake nationale behandeling, migranten uit andere EVA-Staten of Lid-Staten van de EG aan de in IJsland geldende bouwvoorschriften moeten voldoen en dat overtredingen van deze voorschriften tot disciplinaire maatregelen van de betrokken beroepsgroep en/of strafvervolging kunnen leiden,

Bevelen hierbij aan dat de betrokken regeringen hun onderdanen die in de IJslandse bouwsector werkzaamheden in loondienst wensen te verrichten, overeenkomstig Richtlijn 64/427/EEG, met het oog op de EER-Overeenkomst aangepast, ervan in kennis stellen dat het aanbeveling verdient een doelgerichte opleiding te volgen om de vakbekwaamheid te verwerven die gezien de geologische en meteorologische omstandigheden in IJsland en de daar geldende bouwvoorschriften is vereist.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING betreffende Richtlijn 92/96/EEG van de Raad (nieuw punt 12a van bijlage IX bij de EER-Overeenkomst)

Bij de goedkeuring van de overgangsperiode genoemd in aanpassing b) bij Richtlijn 92/96/EEG van de Raad (nieuw punt 12a van bijlage IX bij de EER-Overeenkomst) wordt ervan uitgegaan dat de bestaande Zweedse wetgeving inzake pandbrieven afgegeven door instellingen voor woningbouwfinanciering dezelfde bescherming biedt aan de houders van deze brieven als die welke bij artikel 22, lid 4, van deze richtlijn is vastgesteld en daarom tijdens de overgangsperiode van toepassing moet blijven.

In dit verband heeft Zweden verklaard dat de Zweedse Regering voornemens is de buitengewone regeling ter ondersteuning van de financiële sector zo spoedig mogelijk op te heffen. De regeling wordt in stand gehouden zolang dit nodig is en zal pas worden opgeheven zodra dit mogelijk is zonder de rechten van de schuldeisers in gevaar te brengen.

Wat betreft de risico's die thans hoger liggen dan 20 %, komen de Zweedse autoriteiten en de Gemeenschap overeen dat zij tegen uiterlijk 1 juli 1996 en, indien mogelijk, vóór 31 december 1995 tot 20 % of minder moeten worden verlaagd.

VERKLARING VAN DE BETROKKEN EVA-STATEN betreffende Richtlijn 93/89/EEG van de Raad (nieuw punt 18a van bijlage XIII van de EER-Overeenkomst)

Richtlijn 93/89/EEG van de Raad vormt een belangrijk bestanddeel van de algemene werking van een geïntegreerde markt voor het goederenvervoer over de weg. Daarom wensen de betrokken EVA-Staten Richtlijn 93/89/EEG van de Raad, zoals aangepast voor de toepassing van de EER-Overeenkomst, toe te passen. Dit doet geenszins afbreuk aan hun standpunt dat de harmonisatie van de belastingen als zodanig buiten het werkingsgebied van de EER-Overeenkomst valt.

Deze verklaring laat artikel 118 van de EER-Overeenkomst onverlet.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING betreffende Verordening (EEG) nr. 3118/93 van de Raad (nieuw punt 26c van bijlage XIII van de EER-Overeenkomst)

De overeenkomstsluitende partijen komen overeen dat de tussen de partijen gesloten Overeenkomst inzake de toewijzing van en het aantal vergunningen voor goederenvervoer over de weg voor de EVA-Staten in geen enkel opzicht afbreuk doet aan de eventuele besprekingen of overeenkomsten ter zake in een ander verband.

VERKLARING VAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN betreffende Verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad (nieuw punt 53a van bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst)

Bij niet-toepassing van artikel 1, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 3577/92 van de Raad in het kader van de Overeenkomst, moet onder de woorden "op dat ogenblik" in dat artikel 1 januari 1993 worden verstaan, in overeenstemming met de in artikel 1, lid 1, bedoelde datum.

De Gemeenschap neemt er nota van dat de Noorse Regering verklaart dat zij niet van plan is haar wetgeving met betrekking tot het Noorse Internationale Scheepsregister vóór 1 januari 1997 aan te passen. De Gemeenschap erkent ondertussen het grote belang dat Noorwegen hecht aan de werkzaamheden van de Gemeenschap met betrekking tot de markttoegang voor schepen die niet voldoen aan alle voorwaarden om tot cabotagevervoer te worden toegelaten in de vlaggestaat. Noorwegen zal bij deze werkzaamheden worden betrokken in overeenstemming met de bepalingen van de Overeenkomst.

VERKLARING VAN DE ZWEEDSE REGERING betreffende Beschikking 92/143/EEG van de Raad (nieuw punt 59a van bijlage XIII bij de EER-Overeenkomst)

De Zweedse kustwateren worden bestreken met Decca-navigatieketens die tot na het jaar 2000 in gebruik kunnen worden gehouden. Voor het door het Decca-systeem bestreken gedeelte van de Zweedse scheepvaart is geen ander systeem nodig. Zweden neemt weliswaar nota van Beschikking 92/143/EEG van de Raad maar voert het Loran-C-systeem niet in en zal de bevordering van het Loran-C-systeem elders evenmin financieel steunen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING betreffende bepaalde besluiten op het gebied van de sociale zekerheid

De aanvaarding van de Verordeningenj (EEG) nr. 1247/92, (EEG) nr. 1248/92, (EEG) nr. 1249/92 en (EEG) nr. 1945/93 vormt geen beletsel voor de toepassing door Finland, Noorwegen, IJsland en Zweden van hun nationale regels wanneer deze gunstiger zijn voor de betrokkenen, tot de inwerkingtreding van Besluit nr. 7/94 van het Gemengd Comité van de EER.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING betreffende het "acquis communautaire" op het gebied van geografische aanduidingen, oorsprongsbenamingen en specificiteitscertificaten voor landbouwprodukten en levensmiddelen

1. In Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad en Verordening (EEG) nr. 2082/92 van de Raad werd rekening gehouden met die aspecten die voor derde landen van belang zijn bij de tenuitvoerlegging van het EG-systeem voor geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen en het EG-systeem voor specificiteitscertificering door te voorzien in bezwaarprocedures en beschermingsmogelijkheden. Verordening (EEG) nr. 2081/92 geeft de volgende garanties:

- Volgens artikel 7, lid 3, kan een ieder die een wettig belang heeft bij een aanvraag om EG-registratie hiertegen bezwaar aantekenen. De Commissie is van oordeel dat indien het bezwaar gebaseerd is op het bestaan van een produkt met een gelijkluidende benaming dat ten tijde van de publikatie van de verordening op wettige wijze op de markt was, de EG-importeur - daar het hier om importprodukten gaat - geacht wordt in dezelfde mate een wettig belang te hebben als de producenten van EG-produkten.

Voor handelsmerken wordt dit artikel zo geïnterpreteerd dat een houder van een handelsmerk dat in een Lid-Staat is geregistreerd tegen een registratie bezwaar kan maken.

- In het kader van de besprekingen over EG-bescherming van benamingen van derde landen, geeft artikel 12, lid 2, de regels die van toepassing zijn indien een in de Gemeenschap beschermde benaming gelijkluidend is met een in een derde land beschermde benaming.

2. De Gemeenschap en de EVA-Staten zullen de situatie ten aanzien van de Verordeningen (EEG) nr. 2081/92 en (EEG) nr. 2082/92 van de Raad opnieuw bezien wanneer de benamingen als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 2081/92 worden geregistreerd overeenkomstig de procedure die in artikel 17, lid 2, van die verordening is omschreven.

VERKLARING VAN DE REGERING VAN OOSTENRIJK betreffende de SML voor 1,4-dichloorbenzeen (Richtlijn 93/9/EEG van de Commissie)

Oostenrijk aanvaardt de SML van 12 mg/kg voor 1,4-dichloorbenzeen, zoals bepaald in afdeling A van bijlage I bij Richtlijn 93/9/EEG, op voorwaarde dat het te allen tijde om herziening van deze limiet kan verzoeken op grond van wetenschappelijke bewijzen of argumenten. Oostenrijk is van oordeel dat bij een dergelijke herziening rekening dient te worden gehouden met de resultaten van toekomstige studies die een deugdelijke vergelijking en een kritische evaluatie bevatten van de verschillende methoden van monsterneming, analyse, beoordeling en interpretatie van de gegevens met het oog op het gebruik van de meest accurate en betrouwbare testmethoden.

VERKLARING VAN DE REGERING VAN OOSTENRIJK betreffende het gebruik van genetisch gemodificeerde micro-organismen (GGMO's) bij de produktie van landbouwprodukten en levensmiddelen (Verordening (EEG) nr. 2092/91 van de Raad)

De Oostenrijkse autoriteiten nemen er nota van dat GGMO's volgens Richtlijn 90/220/EEG van de Raad momenteel niet mogen worden opgenomen in de lijst van toegelaten ingrediënten van organisch geproduceerde levensmiddelen.

Mochten er in de toekomst maatregelen worden genomen om GGMO's overeenkomstig de in artikel 14 omschreven procedure in deze lijst op te nemen, dan zal Oostenrijk volgens de in de Overeenkomst vastgelegde procedures bezwaar maken tegen het aanbrengen van de aanduiding "organisch geproduceerd" op produkten die uit GGMO's bestaan, GGMO's bevatten of met behulp van GGMO's zijn geproduceerd in de zin van Richtlijn 90/220/EEG.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING inzake scheepsbouw

Het Gemengd Comité van de EER neemt er nota van dat de Zevende Richtlijn 90/684/EEG inzake scheepsbouw bij Richtlijn 93/115/EG van de Raad van 16 december 1993 tot het einde van 1994 is verlengd. Hierbij wordt aangetekend dat de "Gemeenschappelijke Verklaring inzake scheepsbouw" en de "Verklaring van de Europese Gemeenschap inzake scheepsbouw" die op 2 mei 1992 te Porto werden ondertekend, en die beide aan de Slotakte bij de Overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte zijn gehecht, tot het einde van 1994 van kracht blijven. Indien de zevende richtlijn inzake scheepsbouw na 1994 wordt verlengd of door een nieuwe richtlijn wordt vervangen, zal de thans geldende richtlijn per 1 januari 1995 in de EER-Overeenkomst worden opgenomen.

GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING inzake de verdere opneming van het relevante voorlopige "acquis communautaire" in de Overeenkomst

Het Gemengd Comité van de EER neemt nota van het feit dat een aantal juridische besluiten die vóór 31 december 1993 zijn goedgekeurd en die relevant zijn voor de EER, niet in de huidige lijst van het voorlopige acquis communautaire zijn opgenomen.

Partijen komen overeen dat deze besluiten door het Gemengd Comité onderzocht moeten worden met het oog op een zo spoedig mogelijke opneming in de Overeenkomst.

Top