EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31992R2082

Verordening (EEG) nr. 2082/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de specificiteitscertificering voor landbouwprodukten en levensmiddelen

OJ L 208, 24.7.1992, p. 9–14 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 043 P. 160 - 165
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 043 P. 160 - 165
Special edition in Czech: Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17
Special edition in Estonian: Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17
Special edition in Latvian: Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17
Special edition in Lithuanian: Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17
Special edition in Hungarian Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17
Special edition in Maltese: Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17
Special edition in Polish: Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17
Special edition in Slovak: Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17
Special edition in Slovene: Chapter 03 Volume 013 P. 12 - 17

No longer in force, Date of end of validity: 19/04/2006; opgeheven door 32006R0509 . Latest consolidated version: 01/05/2004

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1992/2082/oj

31992R2082

Verordening (EEG) nr. 2082/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de specificiteitscertificering voor landbouwprodukten en levensmiddelen

Publicatieblad Nr. L 208 van 24/07/1992 blz. 0009 - 0014
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 43 blz. 0160
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 43 blz. 0160


VERORDENING (EEG) Nr. 2082/92 VAN DE RAAD van 14 juli 1992 inzake de specificiteitscertificering voor landbouwprodukten en levensmiddelen

DE RAAD VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, inzonderheid op artikel 43,

Gezien het voorstel van de Commissie (1),

Gezien het advies van het Europese Parlement (2),

Gezien het advies van het Economisch en Sociaal Comité (3),

Overwegende dat de produktie, de vervaardiging en de distributie van landbouwprodukten en levensmiddelen in de economie van de Gemeenschap een belangrijke plaats innemen;

Overwegende dat in het kader van de heroriëntering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid de diversificatie van de landbouwproduktie moet worden bevorderd; dat de bevordering van produktie en afzet van specifieke produkten voor het platteland, en met name voor probleem- of voor afgelegen gebieden, een belangrijke troef kan worden, enerzijds doordat het inkomen van de landbouwers erdoor wordt verbeterd en anderzijds doordat wordt voorkomen dat de bevolking uit die gebieden wegtrekt;

Overwegende dat, in het vooruitzicht van de voltooiing van de interne markt in de sector levensmiddelen, het bedrijfsleven moet kunnen beschikken over instrumenten waarmee het aan zijn produkten waarde kan toevoegen en waarmee tevens de consument tegen misbruik kan worden beschermd en de eerlijkheid van handelstransacties kan worden gegarandeerd;

Overwegende dat, overeenkomstig de resolutie van de Raad van 9 november 1989 betreffende toekomstige prioriteiten voor de stimulering van het beleid inzake consumentenbescherming (4), rekening moet worden gehouden met de wens van de consument om meer nadruk op kwaliteit te leggen en met zijn vraag naar steeds meer informatie over de aard en de wijze van produktie of verwerking van het levensmiddel en de bijzondere kenmerken ervan; dat, gezien de verscheidenheid van de produkten in de handel en de overvloedige informatie die erover wordt verstrekt, de consument, om beter zijn keuze te kunnen bepalen, over een duidelijke en bondige informatie moet kunnen beschikken waartoe hem juist over de specifieke eigenschappen van het levensmiddel gegevens worden verschaft;

Overwegende dat dit doel kan worden bereikt met een op wettelijke criteria gebaseerde en op basis van vrijwilligheid toegepaste regeling; dat een dergelijke regeling op basis van vrijwilligheid, die de handelaren in staat stelt aan de kwaliteit van een levensmiddel op communautair niveau bekendheid te geven, volledige garanties moet bieden, zodat eventuele verwijzingen ernaar in de handel gerechtvaardigd zijn;

Overwegende dat sommige producenten op de specificiteit van landbouwprodukten of levensmiddelen meer nadruk wensen te leggen omdat deze zich door hun eigenschappen duidelijk van andere, soortgelijke produkten onderscheiden; dat derhalve, om de consument te beschermen, de gecertificeerde specificiteit van het betrokken levensmiddel dient te worden gecontroleerd;

Overwegende dat, gezien de specificiteit van de betrokken produkten, bijzondere bepalingen dienen te worden vastgesteld die een aanvulling vormen op de etiketteringsvoorschriften van Richtlijn 79/112/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake etikettering en presentatie van levensmiddelen alsmede inzake de daarvoor gemaakte reclame (5); dat met name een vermelding en, in voorkomend geval, een communautair symbool bij de verkoopbenaming van de produkten moeten worden vastgesteld om ten behoeve van de consument aan te geven dat het een produkt met gecontroleerde specifieke eigenschappen betreft;

Overwegende dat, om de inachtneming en de bestendigheid van de gecertificeerde specifieke eigenschappen te garanderen, de in groeperingsverband samenwerkende producenten zelf de specifieke eigenschappen van het produkt in een produktdossier dienen vast te leggen, doch dat de voorschriften inzake de erkenning van de met de controle op de inachtneming van de eisen van het produktdossier belaste instanties voor de gehele Gemeenschap eenvormig moeten zijn;

Overwegende dat, ten einde geen ongelijke concurrentievoorwaarden te scheppen, elke producent gebruik moet kunnen maken of wel van een geregistreerde verkoopbenaming plus een vermelding en eventueel een communautair symbool, of wel van een als zodanig geregistreerde benaming, als het produkt dat hij produceert of verwerkt, aan de eisen van het produktdossier voldoet en de door hem gekozen controle-instantie is erkend;

Overwegende dat het dienstig is handelsverkeer mogelijk te maken met derde landen die inzake de toekenning van en de controle op de op hun grondgebied afgegeven specificiteitscertificaten gelijkwaardige garanties kunnen bieden;

Overwegende dat de vermeldingen inzake de specificiteit van een landbouwprodukt of levensmiddel, om zowel aantrekkelijk voor de producenten als betrouwbaar voor de consumenten te zijn, rechtsbescherming behoeven en aan overheidscontroles dienen te worden onderworpen;

Overwegende dat bij deze verordening in een procedure moet worden voorzien waarbij in een daartoe op te richten regelgevend comité een nauwe samenwerking tussen de Lid-Staten en de Commissie tot stand wordt gebracht,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Bij deze verordening worden de voorschriften vastgesteld volgens welke een communautaire specificiteitscertificering kan worden verkregen voor:

- landbouwprodukten die vermeld staan in bijlage II van het Verdrag en bestemd zijn voor menselijke consumptie;

- levensmiddelen die vermeld staan in de bijlage bij deze verordening.

De bijlage kan volgens de procedure van artikel 19 worden gewijzigd.

2. Deze verordening geldt onverminderd andere bijzondere communautaire bepalingen.

3. Richtlijn 83/189/EEG van de Raad van 28 maart 1983 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften (6) is niet van toepassing op de specificiteitscertificering waarvoor deze verordening geldt.

Artikel 2

In deze verordening wordt verstaan onder:

1. "specificiteit": het aspect of geheel van aspecten waardoor een landbouwprodukt of een levensmiddel zich duidelijk onderscheidt van andere soortgelijke produkten of levensmiddelen die tot dezelfde categorie behoren.

De presentatie van een landbouwprodukt of een levensmiddel wordt niet beschouwd als een aspect in de zin van de eerste alinea.

De specificiteit mag niet worden beperkt tot een kwalitatieve of kwantitatieve samenstelling of een produktiewijze, die wordt voorgeschreven door een communautaire of nationale reglementering, door normen die door normalisatie-instituten zijn opgesteld of door vrijwillige normen; deze bepaling geldt echter niet indien deze reglementering of deze norm met het oog op de vaststelling van de specificiteit van een produkt is opgesteld;

2. "groepering": elke organisatie, ongeacht haar rechtsvorm of samenstelling, van bij hetzelfde landbouwprodukt of hetzelfde levensmiddel betrokken producenten en/of verwerkers. Andere betrokken partijen mogen van de groepering deel uitmaken;

3. "specificiteitscertificering": de erkenning door de Gemeenschap van de specificiteit van een produkt door middel van registratie overeenkomstig deze verordening.

Artikel 3

De Commissie stelt een door haar beheerd specificiteitscertificeringsregister in waarin de namen van de landbouwprodukten en levensmiddelen worden vermeld waarvan de specificiteit op communautair niveau is erkend overeenkomstig deze verordening.

In dit register wordt een onderscheid gemaakt tussen de in artikel 13, lid 1, bedoelde namen en die als bedoeld in artikel 13, lid 2.

Artikel 4

1. Om in het in artikel 3 bedoelde register te worden opgenomen moet een landbouwprodukt of een levensmiddel hetzij geproduceerd zijn op basis van traditionele grondstoffen hetzij een traditionele samenstelling hebben of geproduceerd en/of verwerkt zijn volgens een traditionele produktie- en/of verwerkingswijze.

2. In het register mogen geen landbouwprodukten of levensmiddelen worden opgenomen:

a) waarvan de specificiteit gelegen is in de herkomst of de geografische oorsprong;

b) waarvan de specificiteit uitsluitend het resultaat is van de toepassing van een technologische innovatie.

Artikel 5

1. Om in het register te worden opgenomen, moet de naam:

- hetzij op zich zelf specifiek zijn,

- hetzij de specificiteit van het landbouwprodukt of het levensmiddel tot uitdrukking brengen.

2. De naam als bedoeld in lid 1, tweede streepje, die de specificiteit tot uitdrukking brengt, kan niet in het register worden opgenomen:

- indien hij uitsluitend verwijst naar algemene beweringen die voor een geheel van landbouwprodukten of levensmiddelen gelden of die in een specifieke communautaire reglementering worden gebruikt;

- indien hij bedrieglijk is, met name indien hij verwijst naar een vanzelfsprekend kenmerk van het produkt, of niet overeenstemt met het produktdossier of met verwachtingen van de consument, rekening houdend met de kenmerken van het produkt.

3. Om in het register te worden opgenomen, moet de specifieke naam als bedoeld in lid 1, eerste streepje, traditioneel zijn en overeenstemmen met de nationale bepalingen dan wel door het gebruik ingeburgerd zijn.

4. Het gebruik van geografische termen is toegestaan in een naam die niet valt onder Verordening (EEG) nr. 2081/92 van de Raad van 14 juli 1992 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwprodukten en levensmiddelen (7).

Artikel 6

1. Om voor specificiteitscertificering in aanmerking te komen, moet een landbouwprodukt of een levensmiddel in overeenstemming zijn met een produktdossier.

2. Het produktdossier omvat ten minste:

- de naam in de zin van artikel 5, in een of meer talen;

- een beschrijving van de produktiewijze, met inbegrip van de aard en de kenmerken van de gebruikte grondstof en/of ingrediënten, en/of de bereidingswijze waaraan het landbouwprodukt of het levensmiddel zijn specificiteit ontleent;

- de gegevens aan de hand waarvan het traditionele karakter in de zin van artikel 4, lid 1, kan worden beoordeeld;

- een beschrijving van de kenmerken van het landbouwprodukt of het levensmiddel met vermelding van de belangrijkste fysische, chemische, microbiologische en/of organoleptische kenmerken die verband houden met de specificiteit;

- de minimumeisen en procedures voor de controle op de specificiteit.

Artikel 7

1. Alleen groeperingen zijn gerechtigd een aanvraag tot registratie van de specificiteit van een landbouwprodukt of een levensmiddel in te dienen.

2. De registratieaanvraag, die het produktdossier omvat, wordt ingediend bij de bevoegde instantie van de Lid-Staat waar de groepering gevestigd is.

3. Indien de bevoegde instantie van oordeel is dat aan de in de artikelen 4, 5 en 6 vervatte eisen is voldaan, doet zij de aanvraag aan de Commissie toekomen.

4. De Lid-Staten maken uiterlijk op de datum van inwerkingtreding van deze verordening de relevante gegevens betreffende de door hen aangewezen bevoegde instanties bekend en stellen de Commissie daarvan in kennis.

Artikel 8

1. De Commissie zendt de vertaalde registratieaanvraag binnen zes maanden vanaf de datum van ontvangst van de in artikel 7, lid 3, bedoelde aanvraag aan de andere Lid-Staten toe.

Zodra de in de eerste alinea beoogde toezending heeft plaatsgevonden, maakt de Commissie in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen de belangrijkste gegevens bekend van de aanvraag die zij van de bevoegde instantie als bedoeld in artikel 7 heeft ontvangen, inzonderheid de naam van het landbouwprodukt of het levensmiddel overeenkomstig artikel 6, lid 2, eerste streepje, alsmede de naam en het adres van de aanvrager.

2. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten dragen er zorg voor dat alle personen die kunnen aantonen er een wettig economisch belang bij te hebben, gemachtigd zijn om van de in lid 1 bedoelde aanvraag kennis te nemen. Daarnaast kunnen de bevoegde autoriteiten, overeenkomstig de bestaande voorschriften in de Lid-Staat, andere partijen die daarbij een wettig belang hebben, inzage verlenen.

3. Binnen vijf maanden na de datum van de in lid 1 bedoelde bekendmaking kan elke natuurlijke of rechtspersoon die een wettig belang heeft in verband met de registratie, tegen de voorgenomen registratie bezwaar aantekenen door een naar behoren gestaafde verklaring te richten aan de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staat waarin hij woonachtig of gevestigd is.

4. De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten treffen de nodige maatregelen om de in lid 3 bedoelde verklaring binnen de gestelde termijn in overweging te nemen. Elke Lid-Staat kan tevens uit eigen beweging bezwaar aantekenen.

Artikel 9

1. Indien binnen zes maanden bij de Commissie geen bezwaar is aangetekend, neemt deze de in artikel 8, lid 1, bedoelde belangrijkste gegevens op in het in artikel 3 bedoelde register en maakt zij deze bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

2. Indien binnen drie maanden bezwaar is aangetekend, verzoekt de Commissie de betrokken Lid-Staten om binnen een bijkomende termijn van drie maanden overeenkomstig hun interne procedures onderling tot overeenstemming te komen.

a) Indien genoemde Lid-Staten tot overeenstemming komen, stellen zij de Commissie in kennis van alle gegevens die deze overeenstemming mogelijk hebben gemaakt, alsmede van het standpunt van de aanvrager en dat van de bezwaarde. Indien de op grond van artikel 6, lid 2, ontvangen informatie ongewijzigd is, gaat de Commissie te werk volgens het bepaalde in lid 1. In het tegengestelde geval leidt zij opnieuw de procedure van artikel 8 in.

b) Indien geen overeenstemming wordt bereikt, besluit de Commissie over de registratie volgens de procedure van artikel 19. Indien de Commissie besluit de specificiteit te registreren, handelt zij op de in lid 1 vastgestelde wijze.

Artikel 10

1. Elke Lid-Staat kan aanvoeren dat niet meer wordt voldaan aan een voorwaarde vermeld in het produktdossier van een landbouwprodukt of levensmiddel dat een communautaire specificiteitscertificering geniet.

2. De in lid 1 bedoelde Lid-Staat legt zijn bedenking aan de betrokken Lid-Staat voor. De betrokken Lid-Staat onderzoekt de klacht en stelt de andere Lid-Staat op de hoogte van zijn bevindingen en van de genomen maatregelen.

3. Indien zich herhaaldelijk onregelmatigheden voordoen en de Lid-Staten niet tot overeenstemming kunnen komen, dient een naar behoren gestaafde klacht te worden gericht aan de Commissie.

4. De Commissie onderzoekt de klacht door de betrokken Lid-Staten te raadplegen. In voorkomend geval neemt de Commissie de nodige maatregelen volgens de procedure van artikel 19. Deze maatregelen kunnen de nietigverklaring van de registratie behelzen.

Artikel 11

1. Een Lid-Staat kan, op verzoek van een in die Lid-Staat gevestigde groepering, verzoeken om wijziging van een produktdossier.

2. De Commissie maakt het verzoek tot wijziging alsmede de naam en het adres van de aanvrager bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen. Het bepaalde in artikel 8, leden 2, 3 en 4, is van toepassing.

De bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten dragen er zorg voor dat alle producenten en/of verwerkers die het produktdossier toepassen waarvoor een verzoek tot wijziging is ingediend, in kennis worden gesteld van de bekendmaking.

3. Binnen drie maanden na de datum van de in lid 2 bedoelde bekendmaking kan elke producent en/of verwerker die het produktdossier waarvoor een verzoek tot wijziging is ingediend, toepast, zijn recht doen gelden om het oorspronkelijke produktdossier te blijven toepassen en wel via een verklaring die wordt gericht aan de bevoegde autoriteit van de Lid-Staat waar hij is gevestigd, die deze, in voorkomend geval vergezeld van haar opmerkingen, moet toezenden aan de Commissie.

4. Indien bij de Commissie binnen een termijn van vier maanden na de datum van bekendmaking als bedoeld in lid 2 geen bezwaar wordt aangetekend, noch een verklaring als bedoeld in lid 3 wordt ingediend, neemt zij de gevraagde wijziging op in het in artikel 3 bedoelde register en maakt zij deze bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

5. Indien bij de Commissie wel bezwaar wordt aangetekend of een verklaring als bedoeld in lid 3 wordt ingediend, wordt de wijziging niet geregistreerd. In dat geval kan de in lid 1 bedoelde groepering, die aanvraagster is, verzoeken om een nieuwe specificiteitscertificering overeenkomstig de procedure van de artikelen 7 tot en met 9.

Artikel 12

De Commissie kan volgens de procedure van artikel 23 een communautair symbool vaststellen dat mag worden afgebeeld op de etikettering, bij de presentatie en in de reclame voor landbouwprodukten of levensmiddelen die een communautaire specificiteitscertificering genieten overeenkomstig deze verordening.

Artikel 13

1. Vanaf de datum van bekendmaking als bedoeld in artikel 9, lid 1, is de in artikel 5 bedoelde naam samen met de in artikel 15, lid 1, bedoelde vermelding en, in voorkomend geval, het in artikel 12 bedoelde communautaire symbool voorbehouden aan het landbouwprodukt of het levensmiddel dat aan het bekendgemaakte produktdossier beantwoordt.

2. In afwijking van lid 1, is vermelding van alleen de naam voorbehouden aan het landbouwprodukt of het levensmiddel dat aan het bekendgemaakte produktdossier beantwoordt wanneer:

a) de groepering daarom heeft verzocht in haar aanvraag tot registratie,

b) uit de in artikel 9, lid 2, onder b), bedoelde procedure niet blijkt dat de naam op legale, algemeen bekende en economisch relevante wijze wordt gebruikt voor soortgelijke landbouwprodukten of levensmiddelen.

Artikel 14

1. De Lid-Staten zorgen ervoor dat uiterlijk zes maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening de controlestructuren in het leven zijn geroepen die tot taak hebben te waarborgen dat landbouwprodukten en levensmiddelen met een specificiteitscertificering aan de eisen van het produktdossier beantwoorden.

2. Een controlestructuur kan een of meer controlediensten en/of particuliere organisaties omvatten, die daartoe door de Lid-Staten zijn aangewezen, respectievelijk erkend. De Lid-Staten zenden de Commissie lijsten van de diensten en/of erkende organisaties en hun respectieve bevoegdheden. De Commissie maakt deze gegevens bekend in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

3. De aangewezen controlediensten en/of de particuliere organisaties moeten voldoende waarborgen bieden inzake objectiviteit en onpartijdigheid jegens elke producent of verwerker die aan de controle wordt onderworpen, en voortdurend de nodige deskundigen en middelen beschikbaar hebben om landbouwprodukten en levensmiddelen met een communautaire specificiteitscertificering te controleren.

Indien een controlestructuur een gedeelte van de controles laat uitvoeren door een derde organisatie, moet die organisatie dezelfde waarborgen bieden. In dat geval echter blijven de aangewezen controlediensten en/of erkende particuliere organisaties jegens de betrokken Lid-Staat verantwoordelijk voor alle controles.

Vanaf 1 januari 1998 moeten particuliere organisaties, om in het kader van deze verordening door de Lid-Staten te worden erkend, voldoen aan de vereisten van norm EN 45011 van 26 juni 1989.

4. Indien de aangewezen controlediensten en/of particuliere organisaties van een Lid-Staat constateren dat een landbouwprodukt of levensmiddel met een door deze Lid-Staat afgegeven specificiteitscertificering niet aan de eisen van het produktdossier beantwoordt, nemen zij de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de bepalingen van deze verordening wordt voldaan. Zij stellen de Lid-Staat in kennis van de bij de uitoefening van hun controles getroffen maatregelen. De betrokken partijen moeten van alle genomen besluiten in kennis worden gesteld.

5. Een Lid-Staat moet de erkenning van een controleorganisatie intrekken, indien niet meer aan de in de leden 2 en 3 bedoelde voorwaarden wordt voldaan. Hij deelt dit mee aan de Commissie, die een herziene lijst van erkende organisaties bekendmaakt in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

6. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een producent die aan de bepalingen van deze verordening voldoet, toegang heeft tot het controlesysteem.

7. De kosten verbonden aan de in deze verordening bedoelde controles komen voor rekening van de gebruikers van de specificiteitscertificering.

Artikel 15

1. Uitsluitend door producenten die aan het geregistreerde produktdossier voldoen, mogen worden gebruikt:

- een volgens de procedure van artikel 19 vast te stellen vermelding,

- in voorkomend geval, het communautaire symbool, alsmede,

- onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 13, lid 2, de geregistreerde benaming.

2. Iedere producent, zelfs die welke deel uitmaakt van de groepering die de aanvraag oorspronkelijk heeft ingediend, moet, indien hij voor de eerste keer na registratie een overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, lid 1 of lid 2, voorbehouden benaming gebruikt, een aangewezen controledienst of -organisatie van de Lid-Staat waar hij gevestigd is daarvan tijdig in kennis stellen.

3. De aangewezen controledienst of -organisatie ziet erop toe dat de producent aan de bekendgemaakte gegevens voldoet, voordat het produkt op de markt wordt gebracht.

Artikel 16

Onverminderd de bepalingen van internationale overeenkomsten is deze verordening van toepassing op landbouwprodukten of levensmiddelen uit derde landen, op voorwaarde dat:

- het derde land dezelfde of gelijkwaardige waarborgen kan geven als die bedoeld in de artikelen 4 en 6;

- in het derde land een controleregeling bestaat die gelijkwaardig is aan die van artikel 14;

- het derde land bereid is om overeenkomstige landbouwprodukten of levensmiddelen uit de Gemeenschap met een communautaire specificiteitscertificering een bescherming te bieden die gelijkwaardig is aan die welke in de Gemeenschap bestaat.

Artikel 17

1. De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om rechtsbescherming te bieden tegen het onrechtmatig of bedrieglijk gebruik of de nabootsing van geregistreerde en overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 voorbehouden benamingen, de in artikel 15, lid 1, bedoelde vermelding en, in voorkomend geval, het in artikel 12 bedoelde communautaire symbool.

2. De geregistreerde benamingen worden beschermd tegen elke praktijk die het publiek kan misleiden, waaronder ook worden verstaan praktijken die de suggestie wekken dat de betrokken landbouwprodukten of levensmiddelen worden gedekt door een door de Gemeenschap verleende specificiteitscertificering.

3. De Lid-Staten stellen de Commissie en de andere Lid-Staten van de genomen maatregelen in kennis.

Artikel 18

De Lid-Staten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat de op nationaal niveau gebruikte handelsbenamingen geen aanleiding geven tot verwarring met geregistreerde en overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, lid 2, voorbehouden benamingen.

Artikel 19

De Commissie wordt bijgestaan door een comité bestaande uit vertegenwoordigers van de Lid-Staten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp voor van de te nemen maatregelen. Het comité brengt advies uit over dit ontwerp binnen een termijn die de voorzitter kan vaststellen al naar gelang van de urgentie van de materie. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven voor de aanneming van de besluiten die de Raad op voorstel van de Commissie dient te nemen. Bij de stemming in het comité worden de stemmen van de vertegenwoordigers van de Lid-Staten gewogen overeenkomstig genoemd artikel. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

De Commissie stelt de beoogde maatregelen vast wanneer zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.

Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of indien geen advies is uitgebracht, dient de Commissie onverwijld bij de Raad een voorstel in betreffende de te nemen maatregelen. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen.

Indien de Raad, na verloop van drie maanden na de indiening van het voorstel bij de Raad, geen besluit heeft genomen, worden de voorgestelde maatregelen door de Commissie vastgesteld.

Artikel 20

De bepalingen ter uitvoering van deze verordening worden vastgesteld volgens de procedure van artikel 19.

Artikel 21

Binnen vijf jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening dient de Commissie bij de Raad een verslag in over de toepassing van de verordening, in voorkomend geval vergezeld van passende voorstellen.

In het verslag wordt in het bijzonder aandacht besteed aan de gevolgen van de toepassing van de artikelen 9 en 13.

Artikel 22

Deze verordening treedt in werking twaalf maanden na haar bekendmaking in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 14 juli 1992.

Voor de Raad

De Voorzitter

J. GUMMER

(1) PB nr. C 30 van 6. 2. 1991, blz. 4, en

PB nr. C 71 van 20. 3. 1992, blz. 14.

(2) PB nr. C 326 van 16. 12. 1991, blz. 40.

(3) PB nr. C 40 van 17. 2. 1992, blz. 3.

(4) PB nr. C 294 van 22. 11. 1989, blz. 1.

(5) PB nr. L 33 van 8. 2. 1979, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 91/72/EEG (PB nr. L 42 van 15. 2. 1991, blz. 27).

(6) PB nr. L 109 van 26. 4. 1983, blz. 8. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 90/230/EEG (PB nr. L 128 van 18. 5. 1990, blz. 15).

(7) Zie bladzijde 1 van dit Publikatieblad.

BIJLAGE

In artikel 1, lid 1, bedoelde levensmiddelen

- Bier

- Chocolade en andere bereidingen voor menselijke consumptie die cacao bevatten

- Suikerwerk, brood, gebak, biscuits en andere bakkerswaren

- Deegwaren, ook indien gekookt of gevuld

- Samengestelde gerechten

- Bereide kruidensausen

- Soep of bouillon

- Dranken op basis van plantenextracten

- Consumptie-ijs en sorbets.

Top