EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31990R1429

VERORDENING (EEG) Nr. 1429/90 VAN DE COMMISSIE van 29 mei 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1062/87 houdende uitvoeringsbepalingen en vereenvoudigingsmaatregelen betreffende de regeling voor communautair douanevervoer

OJ L 137, 30.5.1990, p. 21–23 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT)

No longer in force, Date of end of validity: 22/10/1992

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1990/1429/oj

31990R1429

VERORDENING (EEG) Nr. 1429/90 VAN DE COMMISSIE van 29 mei 1990 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1062/87 houdende uitvoeringsbepalingen en vereenvoudigingsmaatregelen betreffende de regeling voor communautair douanevervoer

Publicatieblad Nr. L 137 van 30/05/1990 blz. 0021 - 0023


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 1429/90 VAN DE COMMISSIE

van 29 mei 1990

tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1062/87 houdende uitvoeringsbepalingen en vereenvoudigingsmaatregelen betreffende de regeling voor communautair douanevervoer

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 222/77 van de Raad van 13 december 1976 betreffende communautair douanevervoer (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 474/90 (2), inzonderheid op artikel 57,

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 222/77 bij Verordening (EEG) nr. 474/90 werd gewijzigd ten einde de verplichting op te heffen om bij het overschrijden van een interne grensovergang van de Gemeenschap een kennisgeving van doorgang over te leggen en, dienovereenkomstig, de juridische structuur te wijzigen met betrekking tot de invordering en de vaststelling van het bedrag aan heffingen dat verschuldigd is wanneer de goederen niet op de plaats van bestemming worden aangeboden, en de tot invordering van dat bedrag bevoegde Lid-Staat vast te stellen;

Overwegende dat door de invoering van deze juridische structuur bepaalde uitvoeringsbepalingen nodig zijn, met name ten aanzien van de vaststelling van de termijn voor het overleggen van een bewijs van regelmatigheid van het douanevervoer of van de plaats waar de overtreding of de onregelmatigheid daadwerkelijk is begaan;

Overwegende dat Verordening (EEG) nr. 1062/87 van de Commissie (3), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1159/89 (4), onder andere uitvoeringsbepalingen betreffende de regeling voor communautair douanevervoer bevat en derhalve moet worden aangepast;

Overwegende bovendien dat Verordening (EEG) nr. 1062/87 onder meer de uitvoeringsbepalingen bevat van het systeem van vrijstelling van zekerheidstelling voor het intern communautair douanevervoer, overeenkomstig artikel 40 bis van Verordening (EEG) nr. 222/77; dat hierin met name de lijst is vastgesteld van de goederen die verhoogde risico's meebrengen en waarop de vrijstelling van zekerheidstelling niet van toepassing is;

Overwegende dat de ervaring heeft geleerd dat sommige van deze goederen geen zodanig risico meebrengen dat handhaving ervan op deze lijst gerechtvaardigd is; dat deze lijst derhalve dienovereenkomstig dient te worden aangepast;

Overwegende dat de in de onderhavige verordening vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité verkeer van goederen,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EEG) nr. 1062/87 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na artikel 11 worden de onderstaande titel I bis en de artikelen 11 bis en 11 ter ingevoegd:

»TITEL I bis

BEPALINGEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP NIET BIJ HET KANTOOR VAN BESTEMMING AANGEBODEN ZENDINGEN

Artikel 11 bis

1. Wanneer een zending niet bij het kantoor van bestemming is aangeboden en de plaats van de overtreding of onregelmatigheid niet kan worden vastgesteld, geeft het kantoor van vertrek de aangever zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen elf maanden na de datum van geldigmaking van de aangifte voor communautair douanevervoer, daarvan kennis.

2. In de in lid 1 bedoelde kennisgeving dient met name de termijn te worden vermeld waarbinnen, ten genoegen van het kantoor van vertrek het bewijs van regelmatigheid van het douanevervoer moet worden geleverd of de plaats moet worden medegedeeld waar de overtreding of onregelmatigheid daadwerkelijk werd begaan.

Deze termijn bedraagt drie maanden te rekenen van de datum van de in lid 1 bedoelde kennisgeving. Indien het bewijs na het verlopen van deze termijn niet is geleverd, gaat de bevoegde Lid-Staat over tot de invordering van het bedrag aan rechten en andere heffingen dat verschuldigd is. In de gevallen waarin deze Lid-Staat niet die Lid-Staat is, waarin het kantoor van vertrek is gelegen, zal het kantoor van vertrek deze Lid-Staat informeren.

Artikel 11 ter

Het bewijs van de regelmatigheid van het douanevervoer in de zin van artikel 36, lid 3, eerste alinea, van Verordening (EEG) nr. 222/77 wordt ten genoegen van de bevoegde instanties geleverd:

a) door overlegging van een door de douane-autoriteiten gewaarmerkt document, waarin wordt verklaard dat de betrokken goederen bij het kantoor van bestemming of, bij toepassing van artikel 71, bij de toegelaten afzender werden aangeboden; dat document dient een gedetailleerde omschrijving van de goederen te bevatten, of

b) door overlegging van, hetzij een in een derde land ter zake van het in het vrije verkeer brengen afgegeven douanedocument of een kopie of een fotokopie daarvan; een dergelijke kopie of fotokopie

dient conform te zijn verklaard, hetzij door de instantie die het origineel heeft geviseerd, hetzij door de autoriteiten van het betrokken derde land, hetzij door de autoriteiten van een Lid-Staat. Het document dient een gedetailleerde omschrijving van de betrokken goederen te bevatten.".

2. Artikel 19 ter wordt als volgt gelezen:

»Artikel 19 ter

Goederen die verhoogde risico's meebrengen en waarop de vrijstelling van zekerheidstelling niet van toepassing is overeenkomstig artikel 40 bis, lid 3, onder b), van Verordening (EEG) nr. 222/77, zijn die welke op de lijst in bijlage XIII zijn vermeld.".

3. De bijlage van de onderhavige verordening wordt als bijlage XIII toegevoegd.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op 1 juli 1990.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 29 mei 1990.

Voor de Commissie

Christiane SCRIVENER

Lid van de Commissie

(1) PB nr. L 38 van 9. 2. 1977, blz. 1.

(2) PB nr. L 51 van 27. 2. 1990, blz. 1.

(3) PB nr. L 107 van 22. 4. 1987, blz. 1.

(4) PB nr. L 119 van 29. 4. 1989, blz. 100.

BIJLAGE

»BIJLAGE XIII

LIJST VAN GOEDEREN DIE VERHOOGDE RISICO'S MEEBRENGEN EN WAAROP DE VRIJSTELLING VAN ZEKERHEIDSTELLING NIET VAN TOEPASSING IS

1.2 // // // 1 // 2 // // // Postnummer van het geharmoniseerd systeem // Omschrijving der goederen // // // ex 09.01 // Koffie, ongebrand, cafeïnevrije koffie daaronder begrepen // ex 09.01 // Koffie, gebrand, cafeïnevrije koffie daaronder begrepen // 09.02 // Thee // ex 21.01 // Extracten, essences en concentraten van koffie // ex 21.01 // Extracten, essences en concentraten van thee // 22.04 // Wijn van verse druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daaronder begrepen; druivemost, andere dan bedoeld bij post 20.09 // 22.05 // Vermout en andere wijn van verse druiven, bereid met aromatische planten of met aromatische stoffen // ex 22.07 // Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van 80 % vol of meer // ex 22.08 // Ethylalcohol, niet gedenatureerd, met een alcohol-volumegehalte van minder dan 80 % vol // ex 22.08 // Gedistilleerde dranken, likeuren en andere dranken die gedistilleerde alcohol bevatten // ex 24.02 // Sigaretten // ex 24.02 // Cigarillo's // ex 24.02 // Sigaren // ex 24.03 // Rooktabak // ex 27.10 // Lichte aardoliën, halfzware aardoliën en gasolie // 33.03 // Parfums en toiletwaters" // //

Top