EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 31985R2022

Verordening (EEG) nr. 2022/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van de minimumkwaliteitsnormen waaraan gedroogde pruimen (basisprodukt) en gedroogde pruimen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor produktiesteun

OJ L 191, 23.7.1985, p. 31–36 (DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL)
Spanish special edition: Chapter 03 Volume 036 P. 94 - 99
Portuguese special edition: Chapter 03 Volume 036 P. 94 - 99
Special edition in Finnish: Chapter 03 Volume 018 P. 235 - 240
Special edition in Swedish: Chapter 03 Volume 018 P. 235 - 240

No longer in force, Date of end of validity: 31/08/1999; opgeheven door 399R0464

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1985/2022/oj

31985R2022

Verordening (EEG) nr. 2022/85 van de Commissie van 22 juli 1985 tot vaststelling van de minimumkwaliteitsnormen waaraan gedroogde pruimen (basisprodukt) en gedroogde pruimen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor produktiesteun

Publicatieblad Nr. L 191 van 23/07/1985 blz. 0031 - 0036
Bijzondere uitgave in het Fins: Hoofdstuk 3 Deel 18 blz. 0235
Bijzondere uitgave in het Spaans: Hoofdstuk 03 Deel 36 blz. 0094
Bijzondere uitgave in het Zweeds: Hoofdstuk 3 Deel 18 blz. 0235
Bijzondere uitgave in het Portugees: Hoofdstuk 03 Deel 36 blz. 0094


*****

VERORDENING (EEG) Nr. 2022/85 VAN DE COMMISSIE

van 22 juli 1985

tot vaststelling van de minimumkwaliteitsnormen waaraan gedroogde pruimen (basisprodukt) en gedroogde pruimen moeten voldoen om in aanmerking te komen voor produktiesteun

DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE

GEMEENSCHAPPEN,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,

Gelet op Verordening (EEG) nr. 516/77 van de Raad van 14 maart 1977 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector van op basis van groenten en fruit verwerkte produkten (1), laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 746/85 (2), en met name op artikel 3 quinquies, lid 4,

Overwegende dat bij arikel 3 van Verordening (EEG) nr. 516/77 is voorzien in een produktiesteunregeling voor bepaalde produkten; dat bij artikel 3 quinquies, lid 1, sub b), van die verordening is bepaald dat de steun slechts wordt toegekend voor produkten die beantwoorden aan nog vast te stellen minimumkwaliteitsnormen;

Overwegende dat dergelijke kwaliteitseisen ten doel hebben te voorkomen dat produkten worden geproduceerd waar geen vraag naar bestaat of waardoor de markt zou worden verstoord; dat deze eisen moeten zijn gebaseerd op traditonele bona fide produktiemethoden;

Overwegende dat, ten einde de naleving van die kwaliteitsnormen te bevorderen, ook bepaalde kwaliteitseisen moeten gelden voor door de verwerker gekochte gedroogde pruimen (basisprodukt); dat alleen betaling van de minimumprijs aan de producent moet worden gegarandeerd, als aan deze eisen wordt voldaan;

Overwegende dat, met het oog op de toepassing van de produktiesteunregeling, deze verordening moet worden toegepast in samenhang met Verordening (EEG) nr. 1599/84 van de Commissie van 5 juni 1984 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen inzake de produktiesteunregeling voor verwerkte produkten op basis van groenten en fruit (3), gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 1455/85 (4) met name ten aanzien van de controle op de verwerkte produkten;

Overwegende dat de bij deze verordening vastgestelde kwaliteitsnormen uitvoeringsbepalingen zijn voor de produktiesteunregeling; dat de Gemeenschap voor de afzet van de betrokken produkten nog geen kwaliteitsnormen heeft vastgesteld; dat de Lid-Staten ter zake nationale normen mogen blijven toepassen mits deze verenigbaar zijn met de bepalingen van het Verdrag ten aanzien van het vrije verkeer van goederen;

Overwegende dat de in deze verordening vervatte maatregelen in overeenstemming zijn met het advies van het Comité van beheer voor op basis van groenten en fruit verwerkte produkten,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING

VASTGESTELD:

Artikel 1

1. Om voor betaling van de in artikel 3 ter van Verordening (EEG) nr. 516/77 bedoelde minimumprijs in aanmerking te komen, moeten gedroogde pruimen (basisprodukt) verkregen van »prunes d'Ente" aan de in bijlage I vermelde eisen voldoen.

2. Om voor betaling van de in artikel 3 quater van Verordening (EEG) nr. 516/77 bedoelde steun in aanmerking te komen, moeten gedroogde pruimen aan de in bijlage II vermelde eisen voldoen.

Artikel 2

Of wordt voldaan aan de vereisten voor gedroogde pruimen (basisprodukt) wordt door de verwerker gecontroleerd door bemonstering van een partij. Daartoe worden onder partij verstaan de gezamenlijke verpakkingseenheden die door dezelfde teler, zijn erkende telersvereniging of unie van telersverenigingen worden aangeboden aan de verwerker, de verwerkersvereniging of unie van verwerkersverenigingen. De monsters worden door de verwerker zelf of in opdracht van de verwerker gecontroleerd. De resultaten van de controle worden geregistreerd.

Artikel 3

1. De verwerker gaat gedurende de verwerkingsperiode dagelijks en op gezette tijden na of de gedroogde pruimen voldoen aan de normen om voor steun in aanmerking te komen. De resultaten van deze controle worden geregistreerd.

2. Alle controlemonsters moeten een nettogewicht hebben van ten minste 1 kg.

Artikel 4

Deze verordening treedt in werking op 1 september 1985.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke Lid-Staat.

Gedaan te Brussel, 22 juli 1985.

Voor de Commissie

Frans ANDRIESSEN

Vice-Voorzitter

(1) PB nr. L 73 van 21. 3. 1977, blz. 1.

(2) PB nr. L 81 van 23. 3. 1985, blz. 10.

(3) PB nr. L 152 van 8. 6. 1984, blz. 16.

(4) PB nr. L 144 van 1. 6. 1985, blz. 69.

BIJLAGE I

MINIMUMKWALITEITSNORMEN VOOR GEDROOGDE PRUIMEN (BASISPRODUKT)

DEFINITIE VAN HET PRODUKT

Gedroogde pruimen moeten zijn verkregen door droging van verse fysiologisch rijpe vruchten van de variëteit »prunes d'Ente" van de soort »Prunus domestica L".

I. MINIMUMEISEN

1. De gedroogde pruimen moeten van gezonde handelskwaliteit zijn en geschikt voor verwerking.

2. De gedroogde vruchten moeten:

a) goed gedroogd zijn en het vochtgehalte moet van 21 % tot en met 23 % zijn;

b) gezond zijn, d.w.z. niet aangetast door schimmels of rot en vrij zijn van levende of dode insekten en uitwerpselen van insekten;

c) vlezig en zuiver zijn en vrij van vuil;

d) vrij zijn van vreemde geur en smaak;

e) nagenoeg vrij zijn van beschadigde vruchten en afvallen.

3. Toleranties:

a) Gedroogde pruimen voor industrieel gebruik

(i) Geen beperking voor lichte en/of ernstige gebreken, maar de hoeveelheid vruchten met zeer ernstige gebreken mag niet meer bedragen dan 10 gewichtspercent.

(ii) De hoeveelheid afvallen mag ten hoogste 0,3 gewichtspercent bedragen.

b) Andere gedroogde pruimen

(i) De hoeveelheid vruchten met gebreken mag niet meer bedragen dan 15 gewichtspercent, waarvan ten hoogste 7,5 gewichtspercent aan vruchten met ernstige en zeer ernstige gebreken en ten hoogste 0,5 gewichtspercent aan vruchten met zeer ernstige gebreken.

(ii) De hoeveelheid afvallen mag ten hoogste 0,2 gewichtspercent bedragen.

II. GEBREKEN

De gebreken worden in drie groepen onderverdeeld:

- lichte gebreken, d.w.z. kleine gebreken van de schil,

- ernstige gebreken, d.w.z. in hoofdzaak ernstige gebreken van de schil,

- zeer ernstige gebreken, d.w.z. in hoofdzaak gebreken waarbij het vruchtvlees is beschadigd.

Men verstaat onder:

A. Lichte gebreken

1. Scheuren of kloven aan de top

Dit zijn scheuren in de schil aan de kant tegenover de plaats van aanhechting van de steel. De lengte van deze scheuren, die in ieder geval meer dan 10 mm bedraagt, mag ten hoogste 15 mm zijn. Wanneer de scheur meer dan 15 mm lang is, is sprake van een »ernstig gebrek".

2. Scheurtjes in de schil

Hierbij gaat het om kleine scheuren, aantasting of ontbreken van de schil over een lengte van ten hoogste 7 mm, zonder dat als gevolg daarvan het vruchtvlees naar buiten komt. Deze beschadigingen kunnen veroorzaakt zijn door het vallen van de vrucht op een harde ondergrond, ruwe behandeling of aantasting door insekten.

3. Verhardingen van meer dan 3 mm gecumuleerde middellijn als gevolg van hagelbeschadiging

Littekens van hagelbeschadiging. De totale lengte van de gecumuleerde middellijnen mag ten hoogste 10 mm bedragen. Bij een totale lengte van meer dan 10 mm is sprake van een »ernstig gebrek". 4. Vruchtverruwing van meer dan 6 mm gecumuleerde middellijn

Hierbij gaat het om een kurkachtige verdikking van de schil, waarbij vlekken van uiteenlopende vorm ontstaan. De totale lengte van de gecumuleerde middellijnen mag ten hoogste 20 mm bedragen; daarboven is sprake van een »ernstig gebrek".

B. Ernstige gebreken

1. Textuurfouten

Dit gebreke is meestal te wijten is aan een te geringe rijpheid, waarbij de vrucht onvolkomen is qua kleur, vrij slap vruchtvlees en een schil met zeer veel oppervlakkige rimpels heeft.

2. Kloven

Andere kloven dan kloven aan de top, die zijn vergroeid met kurkachtige verdikkingen en waarvan de lengte meer dan 10 mm bedraagt.

3. Kloven aan de top

Kloven aan de apex met een lengte van meer dan 15 mm.

4. Scheurtjes

Scheurtjes in de schil waardoor het vruchtvlees over meer dan 7 mm zichtbaar is.

5. Gedeeltelijk beschadigde vruchten

Gedeeltelijk beschadigde, onvolledige of duidelijk vervormde vruchten, waarvan het vruchtvlees zichtbaar is.

6. Verhardingen als gevolg van hagelbeschadiging

Vergroeiingen van littekens van hagelbeschadiging, waarvan de totale lengte van de gecumuleerde middellijnen meer dan 10 mm bedraagt.

7. Vruchtverruwing

Kurkachtige vlekken waarvan de oppervlakte groter is dan 20 mm gecumuleerde middellijnen.

8. Scheuren

Diepe scheuren waardoor men de pit ziet.

9. Beschadiging door zonnebrand

Belangrijke beschadiging van de vrucht door zonnebrand zodat over een deel van een van de zijden van de vrucht vrijwel geen vruchtvlees voorkomt en de schil aan de pit vastzit.

C. Zeer ernstige gebreken

1. Versuikerde vruchten

Door te veel warmte versuikerde vruchten, waarbij het vruchtvlees zeer donker is gekleurd of waarbij er ruimte is tussen het vruchtvlees en de pit en/of van een kenmerkende zwelling zodat de vorm van de verse vrucht behouden is gebleven.

2. Door monilia aangetaste vruchten

Vruchten met lichte vlekken als gevolg van een aantasting door monilia, waaraan een einde is gekomen door het drogen en waarvan het vruchtvlees zwaar beschadigd, maar slechts licht veranderd is.

3. Vervuilde vruchten

Vruchten die vervuild zijn met vreemde substanties (met name grond) die evenwel kunnen worden verwijderd.

4. Geheel beschadigde vruchten

Vruchten of onvolledige vruchten die geheel beschadigd zijn. D. Afvallen

Onder »afvallen" worden verstaan alle substanties die zich eventueel in een partij gedroogde pruimen kunnen bevinden, maar die, door hun aard of hun toestand, in geen geval voor menselijke consumptie kunnen worden bestemd, of die, wanneer zij met partijen vruchten vermengd zouden blijven, ongeacht de bestemming daarvan

- de bewaring ervan in gevaar zouden kunnen brengen,

- het uitzicht ervan zouden kunnen aantasten,

- aan de gehele partij een onaanvaardbare smaak, geur of een ander gebrek zouden kunnen doorgeven.

Als afvallen worden beschouwd:

1. Vruchten met actieve schimmels

Vruchten met schimmelvorming.

2. Door monilia aangetaste gemummificeerde vruchten

Individuele of samengeklonterde en aan elkaar gegroeide vruchten, waarvan het weefsel van het vruchtvlees is vernietigd en gemummificeerd door de volledige ontwikkeling van monilia.

3. Rotte vruchten

Vruchten waarvan de eetbaarheid is aangetast of teloorgegaan door de werking van micro-organismen: gisten, schimmels, bacteriën.

4. Door insekten en mijt aangetaste vruchten

Door levend of dood ongedierte (insekten en mijt in de verschillende stadia van hun biologische cyclus) of door uitwerpselen van insekten aangetaste vruchten.

5. Vruchten met in het vruchtvlees grond of andere bodemelementen

6. Verkoolde vruchten

Door te veel warmte verkoolde vruchten, waarbij er ruimte is tussen het vruchtvlees en de pit en/of een kenmerkende zwelling, zodat de vorm van de verse vrucht behouden is gebleven.

7. Vreemde substanties

Losse niet-eetbare van de vruchten afkomstige substanties, met name stelen, pitten en stukjes schil en vreemde substanties zoals blaadjes, twijgjes en andere plantaardige substanties, voorts bodemelementen zoals grond, steentjes.

BIJLAGE II

MINIMUMKWALITEITSNORMEN VOOR GEDROOGDE PRUIMEN

DEFINITIE

Gedroogde pruimen moeten zijn verkregen uit gedroogde pruimen die voldoen aan de in bijlage I vermelde eisen.

MINIMUMEISEN

1. De gedroogde pruimen moeten naar grootte zijn gesorteerd en het vochtgehalte moet van 21 % tot en met 23 % bedragen. Bovendien moeten de vruchten

- intact, gezond, vlezig en zuiver zijn en voorts vrij van schimmel, rot en afvallen en van iedere andere beschadiging die ongunstig zou kunnen zijn voor de kwaliteit of het uitzicht van het produkt;

- vrij zijn van levende of dode insekten en van uitwerpselen van insekten;

- vrij zijn van resten van bestrijdingsmiddelen;

- vrij zijn van abnormale geuren en smaken.

2. Toleranties

a) Gedroogde pruimen voor industrieel gebruik

Geen beperking voor lichte en/of ernstige gebreken, maar de hoeveelheid vruchten met zeer ernstige gebreken mag niet meer bedragen dan 10 gewichtspercent.

b) Andere gedroogde pruimen

De hoeveelheid vruchten met gebreken mag niet meer bedragen dan 15 gewichtspercent, waarvan ten hoogste 7,5 gewichtspercent aan vruchten met ernstige en zeer ernstige gebreken en ten hoogste 0,5 gewichtspercent aan vruchten met zeer ernstige gebreken.

3. Inzake de ernst van de gebreken gelden de bepalingen van bijlage I.

Top