This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62023TN0017
Case T-17/23: Action brought on 20 January 2023 — Feport v Commission
Zaak T-17/23: Beroep ingesteld op 20 januari 2023 — Feport / Commissie
Zaak T-17/23: Beroep ingesteld op 20 januari 2023 — Feport / Commissie
PB C 179 van 22.5.2023, pp. 52–53
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
22.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 179/52 |
Beroep ingesteld op 20 januari 2023 — Feport / Commissie
(Zaak T-17/23)
(2023/C 179/77)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: Federation of European Private Port Operators (Feport) (Brussel, België) (vertegenwoordiger: B. Le Bret, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
|
— |
te verklaren dat de Commissie nagelaten heeft om op te treden in zaak SA.33828 — Griekse tonnagebelastingregeling door geen formele procedure in te leiden tegen Griekenland, en in elk geval door niet overeenkomstig artikel 23 van de procedureverordening (1) en artikel 108 VWEU een duidelijk standpunt in te nemen; |
|
— |
de Commissie te verwijzen in de kosten. |
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep betoogt verzoekster dat in casu aan alle voorwaarden voor een beroep wegens nalaten krachtens artikel 265 VWEU is voldaan en dat die nalatigheid leidt tot verschillende inbreuken op de Unieverdragen, Unierechtelijke beginselen en afgeleid Unierecht. Zij voert daarbij vier middelen aan:
|
1. |
Eerste middel: door geen formele procedure in te leiden tegen Griekenland heeft de Commissie verzuimd, aan haar conclusies in zaak SA.33828 — Griekse tonnagebelastingregeling gevolg te geven en haar richtsnoeren van 2003 betreffende staatssteun voor het zeevervoer (richtsnoeren zeevervoer) na te leven. |
|
2. |
Tweede middel: de Commissie heeft verordening (EU) nr. 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (procedureverordening, artikel 23) en artikel 108 VWEU geschonden door zeven jaar na de beslissing krachtens artikel 23 geen formele onderzoeksprocedure in te leiden. Voorts heeft zij de rechten van de belanghebbenden geschonden door in strijd met de procedureverordening (artikel 24), het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (artikel 41 en 47) en de Uniebeginselen (zoals het gewettigd vertrouwen) te weigeren dienaangaande een duidelijk standpunt in te nemen. |
|
3. |
Derde middel: de Commissie heeft het door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie beschermde beginsel van gelijke behandeling (artikel 20 en 21) en haar verplichting van loyale samenwerking (artikel 4, lid 3, VEU) geschonden door ad vitam aeternam te weigeren op grond van artikel 107 VWEU op te treden tegen de Griekse tonnagebelastingregeling, terwijl zij in een beperkte tijdsspanne wel overeenkomstige staatssteunregelingen aan havens in andere lidstaten heeft afgebouwd. |
|
4. |
Vierde middel: de Commissie heeft met betrekking tot de minimale belastingregels die vanaf 1 januari 2024 door alle lidstaten zullen moeten worden toegepast op grond van de overeenkomst van de tweede pijler van de OESO (december 2021) en van het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing van multinationale groepen in de Unie (december 2021), zoals in december 2022 door de Raad Ecofin overeengekomen, internationale belastingnormen alsook het belastingrecht en de fiscale verplichtingen van de Unie geschonden. |
(1) Verordening (EU) 2015/1589 van de Raad van 13 juli 2015 tot vaststelling van nadere bepalingen voor de toepassing van artikel 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (PB 2015, L 248, blz. 9).