This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 62022CB0254
Case C-254/22, Caixabank: Order of the Court (Ninth Chamber) of 28 February 2023 (request for a preliminary ruling from the Juzgado de Primera Instancia No 17 de Palma de Mallorca — Spain) — AW, PN v Caixabank SA (Reference for a preliminary ruling — Articles 53 and 99 of the Rules of Procedure of the Court — Consumer protection — Directive 93/13/EEC — Unfair terms in consumer contracts — Directive 2014/17/EU — Mortgage loan — Variable interest rate — Term providing for the application of an interest rate calculated on the basis of a mortgage loan reference index (IRPH) plus 0,50 % — Criteria for assessing whether such a term is unfair — Requirements of good faith, balance and transparency — Consequences of a finding that the term is unfair)
Zaak C-254/22, Caixabank: Beschikking van het Hof (Negende kamer) van 28 februari 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia n° 17 de Palma de Mallorca — Spanje) — AW, PN / Caixabank SA [Prejudiciële verwijzing – Artikelen 53 en 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Consumentenbescherming – Richtlijn 93/13/EEG – Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten – Richtlijn 2014/17/EU – Hypothecaire lening – Variabele rentevoet – Beding met een rentevoet die is gebaseerd op de voor hypothecaire leningen bepaalde referentie-index (IRPH) vermeerderd met 0,50 % – Criteria om het oneerlijke karakter van een dergelijk beding te beoordelen – Vereisten van goede trouw, evenwicht en transparantie – Gevolgen van de vaststelling van het oneerlijke karakter van het beding]
Zaak C-254/22, Caixabank: Beschikking van het Hof (Negende kamer) van 28 februari 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia n° 17 de Palma de Mallorca — Spanje) — AW, PN / Caixabank SA [Prejudiciële verwijzing – Artikelen 53 en 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof – Consumentenbescherming – Richtlijn 93/13/EEG – Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten – Richtlijn 2014/17/EU – Hypothecaire lening – Variabele rentevoet – Beding met een rentevoet die is gebaseerd op de voor hypothecaire leningen bepaalde referentie-index (IRPH) vermeerderd met 0,50 % – Criteria om het oneerlijke karakter van een dergelijk beding te beoordelen – Vereisten van goede trouw, evenwicht en transparantie – Gevolgen van de vaststelling van het oneerlijke karakter van het beding]
PB C 179 van 22.5.2023, p. 10–10
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
22.5.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 179/10 |
Beschikking van het Hof (Negende kamer) van 28 februari 2023 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia no 17 de Palma de Mallorca — Spanje) — AW, PN / Caixabank SA
(Zaak C-254/22 (1), Caixabank)
(Prejudiciële verwijzing - Artikelen 53 en 99 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Consumentenbescherming - Richtlijn 93/13/EEG - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Richtlijn 2014/17/EU - Hypothecaire lening - Variabele rentevoet - Beding met een rentevoet die is gebaseerd op de voor hypothecaire leningen bepaalde referentie-index (IRPH) vermeerderd met 0,50 % - Criteria om het oneerlijke karakter van een dergelijk beding te beoordelen - Vereisten van goede trouw, evenwicht en transparantie - Gevolgen van de vaststelling van het oneerlijke karakter van het beding)
(2023/C 179/13)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia no 17 de Palma de Mallorca
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: AW en PN
Verwerende partij: Caixabank SA
Dictum
|
1) |
Het tweede gedeelte van de eerste prejudiciële vraag, het tweede gedeelte van de elfde prejudiciële vraag, en de vijftiende prejudiciële vraag van de Juzgado de Primera Instancia no 17 de Palma de Mallorca (rechter in eerste aanleg nr. 17 Palma de Mallorca, Spanje) zijn kennelijk niet-ontvankelijk. |
|
2) |
De artikelen 3, 5 en 7, van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale wettelijke regeling en nationale rechtspraak op grond waarvan de kredietverstrekker niet verplicht is om bij de sluiting van een hypothecaire leningsovereenkomst de consument informatie te verstrekken over de evolutie van de referentie-index in het verleden — minstens over de afgelopen twee jaren — in vergelijking met tenminste één andere index zoals Euribor, mits die nationale wetgeving en rechtspraak de rechter in staat stelt om zich ervan te vergewissen dat, gelet op de beschikbare en toegankelijke openbare informatie en de in voorkomend geval door de kredietverstrekker verstrekte informatie, een normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument in staat is gesteld om de concrete werking van de berekeningswijze van de rentevoet te begrijpen en om aldus op basis van nauwkeurige en begrijpelijke criteria de — mogelijk aanzienlijke — economische gevolgen van een beding tot vaststelling van een variabele rentevoet voor zijn financiële verplichtingen in te schatten. |
|
3) |
De artikelen 3, 5 en 7 van richtlijn 93/13 moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale wettelijke regeling en nationale rechtspraak op grond waarvan het gebrek aan goede trouw van de kredietverstrekker een noodzakelijke voorafgaande voorwaarde is voor elke inhoudelijk toetsing van een niet-transparant beding in een consumentenovereenkomst. Het staat aan de verwijzende rechter om, rekening houdend met het geheel van de relevante omstandigheden van het hoofdgeding, vast te stellen of de kredietverstrekker moet worden geacht te goeder trouw te hebben gehandeld bij de vaststelling van de rentevoet voor een hypothecaire lening onder verwijzing naar een wettelijke index, en of het beding dat een dergelijke index bevat een aanzienlijke verstoring van het evenwicht tussen de uit de overeenkomst voortvloeiende rechten en verplichtingen van partijen ten nadele van de consument kan veroorzaken. |
|
4) |
Artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 moeten aldus worden uitgelegd dat zij niet eraan in de weg staan dat de nationale rechter in geval van nietigheid van een oneerlijk beding dat verwijst naar een referentie-index voor de vaststelling van de variabele rentevoet van een hypothecaire lening, die index vervangt door een wettelijke index die van toepassing is wanneer de partijen bij de overeenkomst niet anders zijn overeengekomen, voor zover de betrokken hypotheekovereenkomst in geval van schrapping van dat oneerlijke beding niet kan voortbestaan en de nietigverklaring van die overeenkomst in haar geheel de consument zou blootstellen aan uiterst nadelige consequenties. |
(1) Datum van indiening: 12.4.2022.