Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52022IR2284

Advies van het Europees Comité van de Regio’s over de rol van het CvdR bij het stimuleren van subnationale klimaatdiplomatie in de aanloop naar COP27 en COP28

COR 2022/02284

PB C 498 van 30.12.2022, pp. 24–29 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.12.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 498/24


Advies van het Europees Comité van de Regio’s over de rol van het CvdR bij het stimuleren van subnationale klimaatdiplomatie in de aanloop naar COP27 en COP28

(2022/C 498/05)

Rapporteur:

Olgierd GEBLEWICZ (PL/EVP), voorzitter van het provinciebestuur van West-Pommeren

BELEIDSAANBEVELINGEN

HET EUROPEES COMITÉ VAN DE REGIO’S (CvdR),

1.

wijst op het belang van subnationale overheden bij de verwezenlijking van de klimaatambitie, met de nadruk op de toekomstige uitvoering van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) van de VN en bij de naleving van de bepalingen van de Overeenkomst van Parijs, teneinde het doel om de opwarming van de aarde tot 1,5 oC te beperken te halen.

2.

Het CvdR betreurt het gebrek aan erkenning van de rol van subnationale overheden in de conclusies van de Raad van 21 februari 2022 over “EU-klimaatdiplomatie: Raad pleit voor versnelde uitvoering van resultaten Glasgow”, waarin gewezen wordt op het cruciale belang van klimaatdiplomatie en van toenadering van de EU tot derde landen om de uitvoering van het klimaatpact van Glasgow (COP26) te versnellen.

3.

Het CvdR dringt er bij de nationale regeringen op aan om hun lokale en regionale overheden daadwerkelijk te betrekken bij de onderhandelingen over de mondiale klimaatdoelstellingen en de vaststelling van nationaal bepaalde bijdragen (NDC’s) en nationale adaptatieplannen (NAP’s); het zijn immers de lokale en regionale overheden die de internationale toezeggingen en verbintenissen van de nationale regeringen concreet nakomen. Aangezien NDC’s die niet door de lokale en regionale overheden worden gesteund, waarschijnlijk niet verwezenlijkt zullen worden, moet het UNFCCC deze stap systematisch controleren alvorens de NDC’s te aanvaarden. In dit verband zou het CvdR graag zien dat de nationale regeringen zowel regionale als lokale afgevaardigden opnemen in de nationale onderhandelingsdelegaties voor de klimaattop van het UNFCCC.

4.

Steden en regio’s staan in de frontlinie waar het gaat om het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering, bv. klimaatgerelateerde rampen, sociale gevolgen zoals energiearmoede en toenemende weer-gerelateerde gezondheidsproblemen, milieugevolgen zoals een dramatisch verlies aan biodiversiteit en ecosystemen en hun diensten, en bestaande ongelijkheden die door de klimaatverandering worden vergroot. Subnationale klimaatdiplomatie is noodzakelijk om de nationale klimaatdoelstellingen te halen, aangezien lokale en regionale overheden gedetailleerde aanpassings- en mitigatieplannen opstellen en uitvoeren waarin nauwkeurig rekening wordt gehouden met de lokale milieuomstandigheden, sociaal-economische vereisten en energie- en klimaatrechtvaardigheid.

5.

Succesvolle klimaatmaatregelen die door steden en regio’s worden uitgevoerd, kunnen ambitieuzer zijn dan nationale doelstellingen, zonder de groei en territoriale cohesie in het gedrang te brengen. Dergelijke maatregelen hebben een sterke voorbeeldfunctie en vormen een stimulans voor nationale en subnationale politieke groeperingen die streven naar een progressiever klimaatbeleid.

6.

Het is van essentieel belang dat klimaatnetwerken van steden en regio’s worden ondersteund en hun subnationale activiteiten op het gebied van klimaatdiplomatie worden versterkt, om kritische politieke weerstand tegen vermindering van de inspanningen op nationaal niveau op te bouwen en daarmee de verwezenlijking van de mondiale klimaatdoelstellingen veilig te stellen.

7.

Feit is dat steden en regio’s, door samen te werken met relevante lokale en regionale belanghebbenden, waaronder bedrijven, universiteiten en onderzoekscentra, maatschappelijke organisaties en burgers, bijdragen tot een grotere bewustwording en publieke aanvaarding van klimaatmaatregelen op lokaal, regionaal, nationaal en mondiaal niveau en een goed leven voor iedereen, binnen de grenzen van onze planeet, mogelijk maken en bevorderen.

8.

Het CvdR herinnert eraan dat de klimaatagenda een van de belangrijkste onderwerpen was die door de burgerpanels en de plenaire vergadering van de Conferentie over de toekomst van Europa aan de orde werden gesteld, hetgeen resulteerde in 49 voorstellen, aangevuld met gedetailleerde maatregelen. De EU-burgers dringen aan op een versnelde groene transitie, waarbij de nadruk moet liggen op onderwijs, betere communicatie en sociale rechtvaardigheid (1).

9.

Het CvdR herinnert eraan dat klimaatverandering een duidelijke genderdimensie heeft, aangezien vrouwen wereldwijd zwaarder worden getroffen door de gevolgen van de klimaatverandering. De deelname van vrouwelijke leiders aan klimaatonderhandelingen is dan ook van het grootste belang voor doeltreffende klimaatactie. Subnationale klimaatdiplomatie kan deze kloof helpen dichten, aangezien naar verhouding meer vrouwen actief zijn in de lokale politiek.

10.

In steden wonen veel jongeren die een voortrekkersrol spelen op het gebied van klimaatactie en nieuwe bewegingen en initiatieven opzetten, zoals de klimaatstakingen, en daarmee een nieuwe vorm van druk op lokaal, regionaal en centraal bestuur uitoefenen. Door samen te werken met jongerenorganisaties bieden steden jongeren de juiste instrumenten, platforms en locaties om hun mening te uiten via straatmanifestaties of deelname aan gemeenteraadsvergaderingen. Uiteindelijk dragen steden en regio’s actief bij aan de vorming van de leiders van morgen, die bereid zijn lokale problemen aan te pakken en hun eigen gemeenschap te vertegenwoordigen.

11.

Het is van groot belang dat de lokale en regionale overheden worden betrokken bij het in kaart brengen van de kansen en risico’s van geplande klimaatbeschermingsmaatregelen voor de werkgelegenheid, de inkomens en de economische activiteit van verschillende geslachten, leeftijdsgroepen, beroepsgroepen en branches.

12.

Gezien hun korte afstand tot burgers kunnen steden en regio’s fungeren als instrument om gemeenschapsempowerment, zelfbeschikking en goed bestuur te realiseren: subnationale diplomatie koppelt burgers en mondiale aangelegenheden rechtstreeks aan elkaar en ondervangt daarmee het democratische tekort van traditionele multilaterale beleidsvorming, waarbij burgers niet deelnemen aan de besluitvorming.

13.

Subnationale klimaatdiplomatie kan bijdragen tot het overwinnen van specifieke uitdagingen in de diplomatie tussen staten, zoals frequente impasses en kloven tussen noord en zuid.

14.

Het CvdR wijst erop dat internationale allianties van regio’s en gemeenten voor klimaatbescherming, zoals de Under2 Coalition, een belangrijke bijdrage leveren aan het internationale klimaatbeschermingsbeleid op subnationaal niveau en daarom nauwer bij de VN-onderhandelingen zouden moeten worden betrokken. De Commissie zou deze allianties moeten betrekken bij haar klimaatdiplomatie.

15.

Subnationale actoren helpen de internationale en EU-klimaatagenda vooruit op diverse fronten, nl. door:

a)

een progressief klimaatbeleid vast te stellen binnen hun rechtsgebieden, waarbij lokale belanghebbenden en vertegenwoordigers van verschillende groepen worden betrokken om de uitvoering te stimuleren;

b)

andere subnationale actoren te betrekken bij horizontale diplomatie om zich te committeren aan ambitieuze klimaatdoelen, waardoor bredere en sterkere gemeenschappen van klimaatambitieuze regio’s worden opgezet;

c)

verticale klimaatdiplomatie, door invloed uit te oefenen op het nationale milieu- en klimaatbeleid en een krachtige stem te laten horen in het klimaatdebat en de onderhandelingen tussen landen, alsook de potentiële schade te beperken in geval van ongunstig nationaal beleid;

d)

UNFCCC-werkzaamheden voor klimaatbescherming op lokaal niveau te bevorderen en een eigen perspectief toe te voegen aan het UNFCCC-onderhandelingsproces;

e)

burgerparticipatie en een dialoog tussen een groot aantal verschillende groepen burgers mogelijk te maken, om de klimaatactie op te voeren en het draagvlak voor verdere klimaatmaatregelen te vergroten;

f)

met de staten samen te werken om de nationale MRV-aanpak (meten, rapporteren en verifiëren) te verbeteren, aangezien lokale en regionale overheden gedetailleerdere en nauwkeurigere informatie kunnen verstrekken;

g)

capaciteitsopbouw, institutionele ondersteuning of technische bijstand aan derde landen te verschaffen.

16.

Volgens het CvdR zijn de belangrijkste uitdagingen voor de samenwerking in verband met de toekomstige ontwikkeling van subnationale klimaatdiplomatie tussen regionale en lokale overheden in de EU en in derde landen:

a)

de afhankelijkheid van het niveau van decentralisatie, politieke autonomie en lokale democratie;

b)

het beperkte rechtskader waarin de regels voor samenwerking tussen steden en regio’s worden uiteengezet, alsmede de ongelijke en ontoereikende samenwerking tussen steden/regio’s en nationale regeringen;

c)

onvoldoende financiering en samenwerking tussen steden/regio’s en financieringsinstellingen;

d)

gebrek aan technisch personeel en ondersteuning, aan capaciteitsopbouw en aan aanmoediging van met name kleinere en minder ontwikkelde steden en regio’s;

e)

ontbrekende gegevens over samenwerkingsinitiatieven, waardoor subnationale klimaatdiplomatie niet goed kan worden gevolgd en de impact en het belang ervan niet volledig kunnen worden beoordeeld;

f)

gebrek aan een gestructureerde regelmatige dialoog met het subnationale niveau bij klimaatonderhandelingen en tijdens de COP-bijeenkomsten;

g)

gebrek aan betrokkenheid van de lokale en regionale overheden bij het opstellen van de nationaal bepaalde bijdragen.

17.

Het CvdR verzoekt de Europese Commissie dan ook om de lacunes en beperkingen aan te pakken en de subnationale klimaatdiplomatie tussen steden en regio’s in de EU en de buur- en partnerlanden van de EU een impuls te geven in de aanloop naar de volgende Conferenties van de Partijen in Egypte, de Verenigde Arabische Emiraten en daarna.

18.

Weliswaar moet de focus liggen op grote steden, vanwege hun economische macht en vanwege hun aanzienlijke rol, als medeveroorzakers van de klimaatcrisis en mogelijk als een belangrijke sleutel tot het oplossen ervan, maar gezien de aard van de klimaatverandering is een geïntegreerde respons vanuit het hele grondgebied geboden. Daarom moet ook aandacht uitgaan naar kleine en middelgrote steden, die in beperktere mate deelnemen aan netwerken en stedendiplomatie en minder internationale erkenning genieten. Bovendien moet gebruik worden gemaakt van bestaande internationale en lokale plattelandsnetwerken om de uitwisseling van kennis te faciliteren.

19.

Wereldwijd zijn archipels en eilanden bijzonder kwetsbaar voor klimaatverandering. Het CvdR roept daarom op tot een betere uitwisseling van klimaatkennis tussen EU-eilanden onderling en tussen EU-eilanden en eilanden in de rest van de wereld.

20.

Het CvdR staat klaar om te fungeren als de belangrijkste coördinerende instelling voor subnationale klimaatdiplomatie in de EU en haar buurlanden en is bereid om tijdens COP-vergaderingen meer verantwoordelijkheid op zich te nemen, een coördinerende rol te spelen en de standpunten van de regionale en lokale overheden uit de EU, in partnerschap met de Westelijke Balkan en Turkije alsook het oostelijk en zuidelijk nabuurschap van de EU, te vertegenwoordigen.

21.

Het CvdR verbindt zich ertoe de voorstellen van Arlem en Corleap over klimaatkwesties aan het UNFCCC voor te leggen via zijn lidmaatschap van de officiële EU-delegatie bij de COP. Lokale en regionale overheden zouden betrokken moeten worden bij alle fasen van de voorbereiding en bij de onderhandelingen van de COP.

22.

Het CvdR verzoekt de Europese instellingen, internationale financiële instellingen en alle internationale partners, met inbegrip van lokale en regionale overheden in de EU, die zullen bijdragen aan de wederopbouw van Oekraïense steden en gemeenten en industriële en energielocaties die door de Russische oorlog zijn verwoest, om investeringen voor de wederopbouw op de belangrijkste aspecten van de Overeenkomst van Parijs en op de doelstellingen van de Europese Green Deal te richten, met het oog op de verwezenlijking van de doelstelling van klimaatneutraliteit tegen 2050, energieautonomie op basis van hernieuwbare energiebronnen, een koolstofvrije economie, duurzame landbouw, behoud en herstel van ecosystemen en biodiversiteit.

23.

Het CvdR is ingenomen met de vaststelling van een speciale agenda in het kader van het UNFCCC-proces — het uitgebreide Lima-werkprogramma inzake gender (Enhanced Lima Work Programme on Gender, LWPG) en het genderactieplan (GAP) — om het gebrek aan een genderspecifieke en genderbewuste uitvoering van klimaatbeleid aan te pakken en ervoor te zorgen dat de stem van vrouwen gehoord wordt in het mondiale debat en de internationale onderhandelingen over klimaatverandering. Vooral is het CvdR positief over de aanwijzing van nationale contactpunten voor gender en klimaatverandering (national gender and climate change focal points, NGCCFP) voor elke verdragspartij. Het zou graag met het UNFCCC en andere relevante partners samenwerken op dit gebied.

24.

Het CvdR begrijpt welke rol steden spelen in de wereldwijde klimaatmigratie: zij bieden banen en onderdak aan mensen die vluchten voor ongunstige en vijandige milieuomstandigheden. Lokale en regionale overheden kampen momenteel met ongekende economische en humanitaire problemen als gevolg van de klimaatverandering, omdat zij opvang bieden aan klimaatvluchtelingen die een wissel trekken op hun toch al beperkte middelen. Tegelijkertijd kunnen lokale en regionale overheden, samen met lokale organisaties en andere belanghebbenden, snel reageren op zaken als sociale onrust en ecologische rampen als gevolg van de toestroom van mensen in stedelijke gebieden.

Betrokkenheid van CvdR-organen voor externe betrekkingen bij de mondiale klimaatagenda

25.

Samenwerking tussen Europese lokale en regionale overheden en hun tegenhangers in derde landen speelt een belangrijke rol bij het versterken van subnationale klimaatdiplomatie, d.w.z. door alliantievorming en acties om bestaande en nieuwe initiatieven te bevorderen, uit te breiden en te financieren ter ondersteuning van de uitwisseling van kennis en beste praktijken door Europese, nationale, regionale en lokale netwerken, alsmede samenwerking tussen steden, zoals collegiale toetsingen en wederzijdse leeractiviteiten, bezoeken ter plaatse, groene jumelage, mentorschap en coaching tussen partners.

26.

Het CvdR wijst erop dat alle organen en platforms voor externe betrekkingen van het CvdR (Arlem, Corleap, werkgroepen/gemengde raadgevende comités, peer-to-peersamenwerking en het forum “Steden en regio’s voor internationale partnerschappen”) zich actief inzetten om de mondiale klimaatdoelstellingen te halen, waartoe zij zich in hun respectieve actieplannen en werkprogramma’s hebben verbonden.

27.

Het CvdR is zich bewust van het aanzienlijke en onderbelichte potentieel van subnationale klimaatdiplomatie om de erkenning van de rol van steden en regio’s in het UNFCCC-kader te stimuleren, en merkt in dit verband op dat de betrokkenheid van Arlem-leden en -partners in het Mondiale Zuiden heeft geleid tot de herinvoering van “samenwerking op meerdere niveaus” in de tekst van het klimaatpact van Glasgow tijdens de COP26.

ARLEM

28.

Klimaatactie is van cruciaal belang voor de werkzaamheden van Arlem in verband met de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties en de bijbehorende duurzameontwikkelingsdoelstellingen, die heeft geleid tot verdere samenwerking tussen lokale en regionale overheden in het Middellandse Zeegebied, d.w.z. subnationale diplomatie, om de gemeenschappelijke uitdagingen die klimaatverandering voor alle gebieden met zich meebrengt, het hoofd te bieden.

29.

Het CvdR prijst de actieve deelname van Arlem aan de desbetreffende ministeriële conferenties van de Unie voor het Middellandse Zeegebied (UMZ), zoals de ministeriële bijeenkomsten van de UMZ over blauwe economie, energie en milieu en klimaatverandering, waar vertegenwoordigers van Arlem regelmatig de rol van lokale en regionale overheden benadrukken bij het mitigeren van en aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering.

30.

Het CvdR is vol lof over de al lang bestaande samenwerking op het gebied van klimaatactie tussen mediterrane steden, en dan met name kuststeden, maar er moet wel worden toegewerkt naar een grotere geografische dekking, met gemeenten en regio’s die niet aan de kust liggen.

CORLEAP

31.

In de prioriteiten van het Oostelijk Partnerschap (EaP) met betrekking tot de klimaatagenda is duidelijk de focus gelegd op het versnellen van de groene transitie, terwijl tegelijkertijd koers wordt gezet in de richting die in de Overeenkomst van Parijs, de SDG-agenda van de VN en de Europese Green Deal wordt aangewezen. Er is echte belangstelling voor de Green Deal, die vaak wordt beschouwd als een onderdeel van de bredere nationale inspanningen om de nationale groene agenda’s af te stemmen op internationale toezeggingen, met name via de nationaal bepaalde bijdragen (NDC’s) en de SDG’s.

32.

Er zij op gewezen dat alle actiegebieden van de Green Deal terug te vinden zijn in de nationale strategieën van de landen van het Oostelijk Partnerschap, waarbij energie het belangrijkste aandachtspunt is.

33.

Het is door middel van financiering en technische bijstand dat steun moet worden verleend aan de landen van het Oostelijk Partnerschap die ernaar streven hun energiebronnen te diversifiëren ten opzichte van de Russische bronnen en prioriteit te geven aan schone energie.

34.

Het CvdR vestigt de aandacht op het feit dat de steden en regio’s uit de drie EaP-landen (Oekraïne, de Republiek Moldavië en Georgië) zich via hun partnerschapsovereenkomsten al in hoge mate achter de groene agenda van de EU hebben geschaard, en is zeer ingenomen met het besluit van de Europese Raad om Oekraïne en de Republiek Moldavië de status van kandidaat-lidstaat toe te kennen.

35.

De “oostelijke” tak van het Burgemeestersconvenant is een prominent netwerk voor klimaatactie in oostelijke partnerlanden en heeft 361 nieuwe ondertekenaars van lokale overheden verzameld die bereid zijn zich ertoe te verbinden de CO2-uitstoot tegen 2030 met 30 % te verlagen en de veerkracht te vergroten door aanpassing aan de klimaatverandering.

Uitbreidingspartners

36.

De groene agenda en duurzame connectiviteit staan centraal in het uitbreidingspakket voor 2021. Het CvdR steunt de uitvoering van het economisch en investeringsplan (EIP) voor de Westelijke Balkan, dat een belangrijke bijdrage kan leveren aan de groene transitie in de regio (2).

37.

Het CvdR erkent het potentieel van het B40 Balkan Cities Network als een belangrijke mijlpaal op het gebied van stedelijke klimaatdiplomatie in de Balkanregio, waarbij duurzame ontwikkeling en klimaatactie tot de topprioriteiten behoren. Momenteel zijn 24 steden aangesloten bij dit netwerk en wordt naar verdere uitbreiding in de regio gestreefd.

Multilevel governance

38.

Er moet een goed doordacht kader voor “multilevel governance” komen, waarin de lijnen voor Europese, nationale en subnationale samenwerking op het gebied van klimaatdiplomatie binnen de EU worden uitgezet en dat mogelijk ook in de partnerlanden kan worden toegepast. Gezien het gebrek aan steun en betrokkenheid van gemeenten en kleinere en minder ontwikkelde regio’s, moet in dit kader bijzondere aandacht worden geschonken aan dergelijke ondervertegenwoordigde lokale en regionale overheden om een eerlijke en gelijke deelname aan het proces te waarborgen.

39.

Het CvdR stelt voor om binnen zijn organen voor externe betrekkingen eventueel klimaatambassadeurs voor lokale en regionale overheden aan te wijzen; daarbij moet rekening worden gehouden met het feit dat er ook al klimaatambassadeurs voor het Burgemeestersconvenant en voor het klimaatpact zijn, met wie moet worden samengewerkt zodat zij hun inbreng in de officiële CvdR-delegatie bij de COP’s onderling kunnen afstemmen.

40.

Het CvdR pleit voor meer coördinatie tussen steden en regio’s om gezamenlijke verklaringen af te leggen in de aanloop naar UNFCCC COP-bijeenkomsten en de “algemene inventarisatie” (“global stocktake”) van 2023, in nauwe samenwerking met de mondiale partners, waaronder de vertegenwoordiging van lokale en gemeentelijke overheden (LGMA), de lokale overheden voor duurzaamheid (ICLEI), Regions4, de Under2 Coalition en het wereldwijde Burgemeestersconvenant. Het spoort lokale en regionale overheden uit de lidstaten en de partnerlanden, met name leden van Arlem, Corleap en de Westelijke Balkan, aan om multilaterale bijeenkomsten te organiseren tussen de klimaatambassadeurs van de lokale en regionale overheden en de vertegenwoordigers van de lidstaten.

41.

Het CvdR wijst op het mogelijke verband tussen subnationale klimaatdiplomatie en het energiebeleid van de EU, met name het belang van energiezekerheid binnen de wereldwijde schone en rechtvaardige energietransitie via extern energiebeleid en -diplomatie, bij de aanpak van zowel de energiecrisis, die nog wordt verergerd door de illegale invasie van Oekraïne door Rusland, als de existentiële dreiging van klimaatverandering.

42.

Het CvdR dringt er bij de EU op aan om door middel van specifieke partnerschappen met lokale en regionale overheden meer betrokkenheid te tonen op het gebied van energiezekerheid, de energietransitie naar een efficiënt en hernieuwbaar model en strategische toereikendheid.

43.

Het CvdR wijst op de rol van steden en regio’s als mondiale klimaatinnovatiehubs, die nieuw beleid ontwikkelen en ambitieuzere doelstellingen voor de reductie van emissies en voor de aanpassing aan en mitigatie van de klimaatverandering vaststellen dan de nationaal bepaalde bijdragen (NDC’s). Het dringt eens te meer aan op de invoering van een systeem van regionaal en lokaal bepaalde bijdragen als aanvulling op de NDC’s, om de inspanningen van subnationale overheden ter vermindering van de CO2-uitstoot te erkennen, te volgen en aan te moedigen.

Innovatiehub

44.

Het CvdR pleit voor samenwerking tussen de particuliere sector, lokale en regionale overheden en de VN-agenda inzake innovatieve klimaatideeën om unieke en grensoverschrijdende oplossingen te bieden die de mondiale klimaatagenda vooruit kunnen helpen. Bovendien kunnen afzonderlijke steden en regio’s innovatief beleid ten uitvoer leggen dat, wanneer het succesvol is, elders kan worden opgeschaald of nagevolgd; wat dit betreft zou kunnen worden voortgebouwd op initiatieven zoals Innovate4Cities binnen de pijler Innovatie van het wereldwijde Burgemeestersconvenant.

45.

Het CvdR vertegenwoordigt de lokale en regionale overheden van de lidstaten en hun internationale partnerschapsinitiatieven in Europese en mondiale discussies over klimaatinnovatie, en promoot voorbeelden van succesvolle samenwerking tussen de EU en haar partners op het gebied van innovatieve klimaatoplossingen.

Financiële middelen

46.

Klimaatdiplomatie en klimaatambitie op lokaal en regionaal niveau vereisen passende financiering en investeringen. In dit verband is het belangrijk dat directe financiering beschikbaar komt voor subnationale overheden, zodat zij klimaatmaatregelen kunnen nemen en zich aan de klimaatverandering kunnen aanpassen.

47.

Er is behoefte aan synergie tussen publieke en particuliere financieringsbronnen op mondiaal, EU-, nationaal, regionaal en lokaal niveau, en er moet bredere financiële steun, waaronder rechtstreekse financiering, voor de lokale en regionale overheden in de EU en hun externe partners komen om vaart te zetten achter de klimaatdiplomatie en de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs te realiseren.

48.

EU-financiering voor klimaatmitigatie en -aanpassing moet specifiek worden gericht op het regionale en lokale niveau. Dat het zwaartepunt in de EU-missie ligt op aanpassing aan de klimaatverandering en op ondersteuning van 150 regio’s voor aanpassingstrajecten, wordt door het CvdR toegejuicht. Deze aanpak zou uitgebreid en gereproduceerd kunnen worden in het kader van de externe klimaatfinanciering en de klimaatsteun van de EU aan andere regio’s in Afrika, Latijns-Amerika en Azië.

49.

Steden en regio’s over de hele wereld beschikken in uiteenlopende mate over goed functionerende “groene” markten of investeringen. Het CvdR steunt de deelname aan onderlinge netwerken en projecten, zodat lokale en regionale overheden van meer ervaren partners kunnen leren over de aanpak die elders wordt gevolgd en inspiratie kunnen opdoen voor hun eigen lokale of regionale agenda’s. In dit verband dienen de lokale en regionale overheden te worden geholpen hun eigen klimaataanpassingsstrategieën op te stellen teneinde plaatselijke gemeenschappen en natuurlijke habitats veerkrachtiger te maken en beter te beschermen.

Onderzoek

50.

Het CvdR pleit voor een meer gestructureerde aanpak om de huidige internationale subnationale klimaatdiplomatie te evalueren en voor het verzamelen van meer gegevens teneinde volledig inzicht te krijgen in de reikwijdte ervan, met name in het Mondiale Zuiden. Ook zou het graag zien dat er middels coördinatie een volledig overzicht wordt opgesteld van de lopende multilaterale klimaatmaatregelen op lokaal en regionaal niveau, met name van de lokale en regionale overheden van de EU en hun partnerschapsinitiatieven.

51.

Tot slot zou het een goede zaak zijn als er een toolkit en een platform zouden komen voor zelfbeoordeling en zelfrapportage door de lokale en regionale overheden inzake klimaatactie en internationale diplomatie.

Brussel, 12 oktober 2022.

De voorzitter van het Europees Comité van de Regio's

Vasco ALVES CORDEIRO


(1)  In maatregel 11 van voorstel 3 wordt de EU opgeroepen om binnen het internationale bestel meer leiderschap te tonen en een grotere rol en verantwoordelijkheid op zich te nemen ten behoeve van ambitieuze klimaatactie, een rechtvaardige transitie en ondersteuning bij het aanpakken van verlies en schade.

(2)  CDR 109/2022, Uitbreidingspakket 2021.


Top