This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52022XC0729(05)
Publication of an application for registration of a name pursuant to Article 50(2)(a) of Regulation (EU) No 1151/2012 of the European Parliament and of the Council on quality schemes for agricultural products and foodstuffs 2022/C 288/08
Bekendmaking van een aanvraag tot registratie van een naam overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen 2022/C 288/08
Bekendmaking van een aanvraag tot registratie van een naam overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen 2022/C 288/08
C/2022/5502
PB C 288 van 29.7.2022, pp. 46–50
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
29.7.2022 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
C 288/46 |
Bekendmaking van een aanvraag tot registratie van een naam overeenkomstig artikel 50, lid 2, punt a), van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad inzake kwaliteitsregelingen voor landbouwproducten en levensmiddelen
(2022/C 288/08)
Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 51 van Verordening (EU) nr. 1151/2012 van het Europees Parlement en de Raad (1) binnen drie maanden na de datum van deze bekendmaking bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag.
ENIG DOCUMENT
“Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina”
EU-nr.: PDO-HR+SI-2655 – 19.1.2021
BOB (X) BGA ( )
1. Naam/Namen [van de BOB of de BGA]
“Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina”
2. Lidstaat of derde land
|
|
Republiek Kroatië |
|
|
Republiek Slovenië |
3. Beschrijving van het landbouwproduct of levensmiddel
3.1. Productcategorie
Categorie 1.1 Vers vlees (en verse slachtafvallen)
3.2. Beschrijving van het product waarvoor de in punt 1 vermelde naam van toepassing is
“Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” is vers vlees dat minstens 15 dagen gecontroleerde rijping ondergaat. Het vlees is afkomstig van een inheems ras, namelijk het Istrische runderras (“istarsko govedo / istrsko govedo”). De runderen van dit ras worden geboren in het in punt 4 omschreven geografische gebied en onderworpen aan een standaardprocedure voor het slachten en verwerken van het karkas.
“Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” wordt als vers of bevroren product op de markt gebracht.
“Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” is lichtroze tot donkerrood van kleur en doorregen met een matige hoeveelheid vet. Het vlees is aromatisch, heeft een aangename geur en een volle, karakteristieke rundvleessmaak. Het is mals en sappig en als zodanig geschikt voor gebruik in diverse vleesgerechten.
Afhankelijk van hun leeftijd en gewichtscategorie moeten karkassen van het Istrische runderras de volgende kenmerken hebben:
|
— |
stier- en vaarskalveren geslacht op een leeftijd van acht tot twaalf maanden — hun halve karkassen, ontdaan van ingewanden, wegen 100 kg tot 250 kg; het vlees ervan is lichtroze van kleur, mals, sappig, licht aromatisch en licht doorregen; het onderhuidse vetweefsel is wit van kleur; |
|
— |
vaarskalveren geslacht op een leeftijd van twaalf maanden en ouder — hun halve karkassen, ontdaan van ingewanden, wegen 180 kg tot 320 kg; het vlees ervan is roze van kleur, mals, sappig, licht aromatisch en licht doorregen; het onderhuidse vetweefsel is wit van kleur; |
|
— |
jonge stieren (mannelijke runderen geslacht op een leeftijd van 12 tot 24 maanden — hun halve karkassen, ontdaan van ingewanden, wegen 200 kg tot 400 kg; het vlees ervan is roze tot intens rood van kleur, mals, sappig, licht aromatisch en licht doorregen; het onderhuidse vetweefsel is wit tot lichtgeel van kleur; |
|
— |
koeien (vrouwelijke runderen geslacht op een leeftijd van 24 maanden en ouder — hun halve karkassen, ontdaan van ingewanden, wegen meer dan 220 kg; het vlees ervan is roze tot paarsrood van kleur, mals, aromatisch en doorregen; het onderhuidse vetweefsel is licht tot intens geel van kleur; |
|
— |
stieren (mannelijke runderen geslacht op een leeftijd van 24 maanden en ouder — hun halve karkassen, ontdaan van ingewanden, wegen meer dan 280 kg; het vlees ervan is roze tot paarsrood van kleur, mals en aromatisch; het onderhuidse vetweefsel is licht tot intens geel van kleur; |
|
— |
ossen (gecastreerde mannelijke runderen geslacht op een leeftijd van 24 maanden en ouder — hun halve karkassen, ontdaan van ingewanden, wegen meer dan 350 kg; het vlees ervan is rood tot donkerrood van kleur, aromatisch en doorregen; het onderhuidse vetweefsel is intens geel van kleur. |
Karkassen van het Istrische runderras worden geclassificeerd volgens het EUROP-systeem. De karkassen moeten qua bevleesdheid tot klasse E, U, R of O behoren en qua vetbedekking tot klasse 2, 3 of 4.
De pH-waarde, gemeten in de rugspier (musculus longissimus dorsi) ten vroegste 24 uur na het slachten en koelen van het halve karkas, moet 5,8 of lager zijn.
3.3. Diervoeders (alleen voor producten van dierlijke oorsprong) en grondstoffen (alleen voor verwerkte producten)
Mestkalveren worden op zijn vroegst op de leeftijd van vier maanden gespeend. Voordat het vetmesten begint, worden, naast melk, geleidelijk hooi en gras aan hun voer toegevoegd.
Het primaire voer voor runderen ouder dan acht maanden is ruwvoer (gras, hooi), dat in principe moet worden geproduceerd in het in punt 4 omschreven geografische gebied.
Hieraan mag krachtvoer (granen) worden toegevoegd tot maximaal 20 % van het totale dagrantsoen (uitgedrukt als aandeel van het gewicht aan droge stof in het krachtvoer). Het krachtvoer mag buiten het in punt 4 omschreven geografische gebied worden aangekocht.
Als er wegens slechte weersomstandigheden onvoldoende ruwvoer beschikbaar is, mag het vee zich voeden met hooi en voordroogkuil die buiten het afgebakende geografische gebied zijn geproduceerd, maar slechts voor maximaal 15 % van de totale jaarlijkse hoeveelheid ruwvoer, uitgedrukt in droge stof.
Het totale aandeel van al het voer (ruwvoer, krachtvoer) dat buiten het afgebakende geografische gebied wordt geproduceerd en waarmee de runderen zich in een bepaald jaar mogen voeden, mag maximaal 28 % bedragen, uitgedrukt in droge stof. Aangezien het alleen in uitzonderlijke omstandigheden van buiten het afgebakende geografische gebied wordt betrokken, heeft het gebruik van dergelijk voer in dergelijke beperkte hoeveelheden geen grote invloed op de eigenschappen van het in punt 3.2 beschreven product.
Het is bij het voeren van de runderen niet toegestaan melkvervangers of kant-en-klare krachtvoermengsels te gebruiken die bijproducten van de levensmiddelenindustrie bevatten. Het is ook verboden om kuilvoer te gebruiken bij het voederen.
Het gebruik van voordrooggras en klavergras in de voeding is toegestaan tot maximaal 40 % van het dagrantsoen, uitgedrukt in droge stof.
3.4. Specifieke onderdelen van het productieproces die in het afgebakende geografische gebied moeten plaatsvinden
Alle productiestadia van “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina”, van het afkalven tot het slachten van het vee, de primaire verwerking en het uitsnijden tot het rijpen van het vlees, moeten plaatsvinden in het in punt 4 bedoelde geografische gebied.
3.5. Specifieke voorschriften betreffende het in plakken snijden, het raspen, het verpakken enz. van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst
Nadat het rijpingsproces is voltooid, mag “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” worden diepgevroren of als vers product in de handel worden gebracht. Het vlees moet vacuüm worden verpakt voordat het wordt ingevroren.
Als het vlees in halve of kwartkarkassen is gerijpt, moeten de karkassen volgens de standaard deelstukken van de slachtindustrie worden uitgesneden voordat ze worden ingevroren of in de handel worden gebracht.
Het verse vlees mag onverpakt, vacuümverpakt of verpakt onder een gewijzigde atmosfeer in de handel worden gebracht. Het bevroren vlees mag alleen vacuümverpakt in de handel worden gebracht.
3.6. Specifieke voorschriften betreffende de etikettering van het product waarnaar de geregistreerde naam verwijst
Wanneer “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” onverpakt in een verkooppunt aan de eindverbruiker wordt verkocht, moet het opschrift “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” en het gemeenschappelijke symbool van “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” (zie onderstaande afbeelding) duidelijk worden weergegeven. Het gemeenschappelijke symbool op het opschrift mag niet kleiner zijn dan 7 x 7 cm.
Wanneer “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” in verpakte vorm in de handel wordt gebracht, moet elke verpakking het opschrift “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” en het gemeenschappelijke symbool van “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” (zie onderstaande afbeelding) bevatten. Het opschrift “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” moet door het gebruik van grotere letters meer opvallen dan eventuele andere opschriften. Het gemeenschappelijke symbool op de verpakking mag niet kleiner zijn dan 2,5 x 2,5 cm.
Naast de informatie die in de geldende regelgeving voor de etikettering van rundvlees is vastgelegd, moet de verpakking of het opschrift (in het geval van onverpakt vlees) ook de slachtdatum, de in het productdossier genoemde categorie runderen en het opschrift “Gerijpt vlees” bevatten.
Illustratie van gemeenschappelijk symbool
Er zijn twee versies van het gemeenschappelijke symbool “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina”, welke overeenkomen met de twee versies (Kroatisch en Sloveens) van de productnaam.
Het gemeenschappelijke symbool wordt over het algemeen gebruikt in de meerkleurige variant. Als de meerkleurige variant van het gemeenschappelijke symbool niet mogelijk is, mag de eenkleurige variant worden gebruikt, in zwart of in een van de primaire kleuren waaruit het veelkleurige symbool bestaat.
4. Beknopte beschrijving van het afgebakende geografische gebied
“Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” wordt geproduceerd op het grondgebied van het schiereiland Istrië, de Kvarner-archipel, de Karst- en Čičarija-plateaus en de Podgrad-vallei, inclusief de zuidelijke hellingen van de Brkini-heuvels.
In Kroatië kan de productie plaatsvinden op het grondgebied van de volgende steden en gemeenten: Buje, Buzet, Labin, Novigrad, Pazin, Poreč, Pula, Rovinj, Umag, Vodnjan, Bale, Barban, Brtonigla, Cerovlje, Fažana, Funtana, Gračišće, Grožnjan, Kanfanar, Karojba, Kaštelir-Labinci, Kršan, Lanišće, Ližnjan, Lupoglav, Marčana, Medulin, Motovun, Oprtalj, Pićan, Raša, Sveta Nedjelja, Sveti Lovreč, Sveti Petar u Šumi, Svetvinčenat, Tar-Vabriga, Tinjan, Višnjan, Vižinada, Vrsar, Žminj, Mošćenička Draga, Lovran, Opatija, Matulji and Kastav, Cres, Mali Lošinj, Krk, Baška, Dobrinj, Malinska-Dubašnica, Omišalj, Punat en Vrbnik.
In Slovenië kan de productie plaatsvinden op het grondgebied van de volgende gemeenten: Piran, Izola, Koper, Ankaran, Hrpelje-Kozina, Ilirska Bistrica, Sežana, Komen en Divača.
5. Verband met het geografische gebied
De diversiteit en complexiteit van de geologische en geomorfologische structuur van het productiegebied van “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” heeft tot de ontwikkeling van een verscheidenheid aan bodemsoorten geleid. Het klimaat van het geografische gebied als geheel is mediterraan en gaat landinwaarts en naar het noorden van het schiereiland geleidelijk over in een gematigd landklimaat. De verscheidenheid aan topografie, bodem en klimaat en de interactie daartussen hebben geresulteerd in een rijke en diverse vegetatiebedekking. Dinarische, alpen- en mediterrane flora zijn hier allemaal terug te vinden, met groenblijvende bossen van steeneiken en struikgewas, en loofbossen van donzige eiken, haagbeuken en beuken. Een derde van het land bestaat uit bossen, terwijl een groot deel van het gebied daarentegen bestaat uit weilanden en kreupelhout met meer dan 300 plantensoorten.
Tot op de dag van vandaag wordt het inheemse ras van Istrische runderen, afkomstig uit het geografische gebied, op traditionele wijze gefokt. In het verleden werden de runderen gefokt aan de hand van een zeer extensief landbouwsysteem. De voeding was gebaseerd op gras en in mindere mate weidehooi, luzerne, tarwe- en gerststro, maïsstengels en strooisel. Afhankelijk van de vegetatiebedekking en de klimaatomstandigheden van het fokgebied kon het vee zes tot negen maanden per jaar grazen, of op sommige plaatsen het hele jaar door. In veel delen van het productiegebied, vooral die waar karst overheerst, was slechts beperkte weidegrond beschikbaar, waardoor het vrij grazend vee gedwongen werd buiten die weiden op zoek naar voedsel te gaan. In de zomermaanden, toen de weidegronden reeds droog waren, werden de runderen het bos in gedreven, waar niet voldoende grasland was en ze meestal genoodzaakt waren om te grazen op de bladeren van bomen zoals steeneik, manna-es, acacia, moerbei, kornoeljekers, oosterse haagbeuk, aardbeiboom, hulst, mirte en wilde olijf, of indien nodig hun toevlucht namen tot groenblijvende flora. Het was dezelfde landbouw- en voedingsmethode die ertoe leidde dat veel eigenaren hun kudde “Boškarin” noemden (naar boška = bos, hoog struikgewas), dat wordt gebruikt als synoniem voor het Istrische runderras.
De huidige methode voor het houden van Istrische runderen verschilt slechts in geringe mate van de traditionele methode. Hoewel Istrische runderen niet langer als trekdieren worden gebruikt, hebben ze allemaal regelmatig toegang tot grasland, kreupelhout en bos en worden ze meestal op de traditionele manier gevoerd.
In het verleden werden Istrische runderen niet systematisch vetgemest voor de vleesproductie. Een uitzondering vormde het vetmesten voor de behoeften van het leger, zoals blijkt uit een document uit 1631 dat verwijst naar de veehouderij op het eiland Unije. Aan het einde van de 19e eeuw werd het vlees van Istrische runderen verkocht in de steden, met name in Pula en Triëst.
Om het genetisch materiaal te behouden en te voorkomen dat het ras zou uitsterven, werd eind jaren tachtig een campagne gelanceerd om het fokken van Istrische runderen nieuw leven in te blazen. De nadruk lag hierbij op het benutten van de gastronomische waarde van de specifieke kenmerken van “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” en de systematische promotie ervan als gastronomische delicatesse. Vanwege hun lagere totale gewicht, trage natuurlijke groei en lagere opbrengsten, en de algehele kwaliteit van hun vlees, hebben Istrische runderen een zeer beperkt potentieel voor de productie van rundvlees, en het ras wordt daarom bijna uitsluitend gehouden in het in punt 4 beschreven gebied. Buiten het geografische gebied wordt vee intensiever gefokt, wat een negatief effect heeft op de organoleptische kenmerken van het vlees, namelijk dat het vetter en minder aromatisch wordt.
Het verband tussen “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” en het productiegebied gaat ver terug, naar een tijd waarin een archaïsche vorm van vee dat als de voorouder van het Istrische vee wordt beschouwd, Bos primigenius, werd gefokt op het schiereiland Istrië. Genetisch onderzoek wijst uit dat Istrische runderen tot een aparte genetische groep behoren, wat tot uiting komt in de karakteristieke bevleesdheid van het karkas in vergelijking met andere vleesrassen. Het karkas van Istrische runderen wordt gekenmerkt door een relatief sterke borst en kleine achterpoten. Het heeft een matig spier- en vetgehalte en de opbrengst van bepaalde leeftijdscategorieën is lager dan die van andere Europese vleesrunderen. De kenmerken van het karkas werken ook rechtstreeks door op die van het vlees.
Een specifiek kenmerk van “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” is dat het taaier is dan het vlees van andere rassen, als gevolg van het hogere collageengehalte van het spierweefsel. De hoeveelheid collageen in de spieren is een erfelijke factor, en Istrische runderen beschikken over meer collageen omdat het een trekras was dat kracht nodig had en spierweefsel ontwikkelde dat bijzonder stevig collageen bevatte. Taai vlees vereist een langere hittebehandeling, waarbij het collageen wordt afgebroken en het vlees uiteindelijk zijn sappigheid en volle smaak krijgt. Om het vlees minder taai te maken en zijn specifieke aroma’s te versterken en te ontwikkelen, laat men het vlees rijpen na het slachten, waarbij de collageenvezels worden afgebroken en een deel van de aminozuren vrijkomt.
Een van de eigenschappen van “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina” is dat het minder doorregen is, als gevolg van het lage vetpercentage tussen de spieren, de matige intensiteit van het vetmesten en het lage aandeel energierijk voer in het rantsoen. De intens gele kleur van het vetweefsel van de oudere runderen is het gevolg van de vetsamenstelling, oftewel het voedsel dat het dier eet. Wetenschappelijke studies hebben aangetoond dat de verhouding verzadigde/onverzadigde vetzuren in de vetzuursamenstelling van de vleeslipiden van Istrische runderen in het voordeel van de verzadigde vetzuren is (ongeveer 60:40 %). Dit zorgt ervoor dat het vlees minder vatbaar is voor auto-oxidatie wanneer het gedurende een langere periode wordt bewaard. Deze eigenschap is vooral belangrijk voor het behoud van de kwaliteit van het vlees in het rijpingsstadium. Door het verse vlees van Istrische runderen te laten rijpen, worden proteolytische processen in het vlees gestimuleerd die de organoleptische kenmerken (zachtheid, sappigheid, textuur, geur en het volle aroma van het gerijpte vlees) accentueren en het gastronomische potentieel versterken.
De specifieke kenmerken van Istrische runderen en van het vlees dat ze produceren, zijn in de eerste plaats ontwikkeld door de veehouders van Istrië, die het ras in het verleden op grote schaal hebben gefokt en als trekdier hebben gebruikt. Dankzij eeuwenlange selectie hebben Istrische runderen zich volledig aangepast aan het klimaat en andere ecologische omstandigheden waarin ze leven, met name de schaarste aan voedsel. In tegenstelling tot zeer productieve commerciële melk- of vleesrassen, die hoogenergetisch voer nodig hebben, kunnen Istrische runderen zich, als er geen grasland is, voeden door te grazen op de scheuten en bladeren van talrijke soorten houtachtige planten.
Aangezien het relevante onderzoek tot nu toe een duidelijk verband heeft aangetoond tussen het botanische profiel van het voer en de organoleptische en aromatische kenmerken van het vlees, kan worden gesteld dat het geografische gebied een significant en direct effect heeft op de kwalitatieve kenmerken (voedingseigenschappen en organoleptische kenmerken) van “Meso istarskog goveda – boškarina / Meso istrskega goveda – boškarina”.
Verwijzing naar de bekendmaking van het productdossier
https://poljoprivreda.gov.hr/UserDocsImages/dokumenti/hrana/proizvodi_u_postupku_zastite-zoi-zozp-zts/Specifikacija_meso_istarskog_goveda_boskarin.pdf
https://www.gov.si/assets/ministrstva/MKGP/PODROCJA/HRANA/SHEME-KAKOVOSTI/SPECIFIKACIJE-EVROPSKA-KOMISIJA/Boskarin.pdf