EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52021XC1229(06)

Mededeling van de Commissie — Richtsnoeren met betrekking tot de uitlegging en toepassing van artikel 6 bis van Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (Voor de EER relevante tekst)

C/2021/9328

PB C 526 van 29.12.2021, p. 130–140 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

29.12.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 526/130


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE —

Richtsnoeren met betrekking tot de uitlegging en toepassing van artikel 6 bis van Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten

(Voor de EER relevante tekst)

(2021/C 526/02)

INHOUD

INLEIDING 131

1.

TOEPASSINGSGEBIED VAN ARTIKEL 6 BIS 132

1.1.

Betekenis van “aankondiging van prijsvermindering” 132

1.2.

Betrokken handelaren 133

2.

VERMELDING VAN DE “VORIGE” PRIJS 134

2.1.

Algemene voorschriften 134

2.2.

Vermelding van de “vorige prijs” in geval van aankondigingen van algemene prijsverminderingen 135

2.3.

Loyaliteitsprogramma’s en gepersonaliseerde prijsverminderingen 136

3.

VERBANDEN MET DE RICHTLIJN ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN 137

4.

REGELGEVINGSOPTIES 138

4.1.

Aan bederf onderhevige goederen 138

4.2.

Nieuw geïntroduceerde goederen 139

4.3.

Geleidelijke prijsverminderingen 139

INLEIDING

Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad (1) (de “richtlijn prijsaanduiding”) heeft tot doel de consumenten in staat te stellen de prijs van producten gemakkelijk te beoordelen en te vergelijken op basis van homogene en transparante informatie. Zo kunnen de consumenten beter onderbouwde keuzes maken (2).

De richtlijn prijsaanduiding schrijft voor dat handelaren de verkoopprijs en de prijs per meeteenheid (d.w.z. de prijs per kilo, per liter of per andere in de betrokken lidstaat algemeen gangbare en gebruikelijke eenheid van hoeveelheid) “ondubbelzinnig, gemakkelijk herkenbaar en duidelijk leesbaar” moeten aangeven. Bij Richtlijn (EU) 2019/2161 van het Europees Parlement en de Raad (3) is de richtlijn prijsaanduiding gewijzigd door toevoeging van specifieke voorschriften — artikel 6 bis — inzake aankondigingen van prijsverminderingen. Richtlijn (EU) 2019/2161 zal vanaf 28 mei 2022 in de hele EU van toepassing zijn.

In het nieuwe artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding wordt het probleem van de transparantie van prijsverminderingen (4) ondervangen door specifieke voorschriften in te voeren om te garanderen dat deze verminderingen echt zijn. Artikel 6 bis heeft ten doel te voorkomen dat handelaren de referentieprijs kunstmatig opdrijven en/of de consumenten misleiden over het bedrag van de korting. Het verhoogt de transparantie en zorgt ervoor dat de consument daadwerkelijk minder betaalt voor de goederen wanneer een prijsvermindering wordt aangekondigd. De nieuwe bepaling inzake prijsverminderingen stelt de handhavings- en markttoezichtautoriteiten ook in staat de billijkheid van prijsverminderingen gemakkelijker te controleren, aangezien duidelijke regels worden vastgesteld voor de “vorige” referentieprijs waarop de aangekondigde vermindering gebaseerd moet zijn.

Doel van deze mededeling is richtsnoeren te geven over de wijze waarop deze nieuwe bepalingen inzake de aankondiging van prijsverminderingen moeten worden uitgelegd en toegepast. Om de rechtszekerheid te waarborgen en de handhaving te vergemakkelijken, worden in deze mededeling kwesties belicht die alle lidstaten gemeen hebben, waaronder de verbanden tussen de richtlijn prijsaanduiding en andere EU-wetgeving.

De mededeling bevat geen analyse van de toepassing van de richtlijn in de afzonderlijke lidstaten, met inbegrip van de beslissingen van nationale rechtbanken en andere bevoegde instanties. Naast de verschillende informatiebronnen die in de lidstaten beschikbaar zijn, is informatie over de nationale bepalingen tot omzetting van de richtlijn prijsaanduiding, over rechtspraak en over juridische literatuur beschikbaar in de databank consumentenrecht die toegankelijk is via het e-justitieportaal (5).

Tenzij anders vermeld, zijn de artikelen waarnaar in deze mededeling wordt verwezen, de artikelen van de richtlijn prijsaanduiding, zoals later en laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2019/2161. Wanneer citaten uit de tekst van de richtlijn of uit arresten van het Hof visueel worden benadrukt, is deze nadruk aangebracht door de Commissie.

Deze mededeling is gericht tot de lidstaten van de EU en IJsland, Liechtenstein en Noorwegen als ondertekenaars van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER) (6). Verwijzingen naar de EU, de Unie of de interne markt moeten derhalve worden begrepen als verwijzingen naar de EER of naar de EER-markt.

Deze tekst is uitsluitend bedoeld als leidraad — enkel de tekst van de wetgeving van de Unie zelf is rechtsgeldig. Elke bindende interpretatie van de wet is terug te voeren op de tekst van de richtlijn en rechtstreeks op de uitspraken van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna het “HvJEU” of het “Hof” genoemd). In deze mededeling wordt rekening gehouden met de arresten van het Hof die tot oktober 2021 zijn bekendgemaakt en kan niet worden vooruitgelopen op verdere ontwikkelingen van de rechtspraak van het Hof.

De zienswijzen in deze mededeling kunnen niet vooruitlopen op de standpunten die de Europese Commissie bij het Hof zou kunnen innemen. De informatie in deze mededeling is enkel van algemene aard en betreft geen specifieke personen of entiteiten. De Europese Commissie noch enige persoon die optreedt namens de Europese Commissie is verantwoordelijk voor het eventuele gebruik van de volgende informatie.

In deze mededeling wordt rekening gehouden met de stand van zaken ten tijde van de opstelling van de richtsnoeren, die op een latere datum kunnen worden gewijzigd.

1.   TOEPASSINGSGEBIED VAN ARTIKEL 6 BIS

Artikel 6 bis

1.

Bij aankondigingen van prijsverminderingen wordt de vorige prijs aangegeven die door de handelaar is toegepast gedurende een bepaalde periode voorafgaand aan de toepassing van de prijsvermindering.

2.

Onder de vorige prijs wordt verstaan de laagste prijs die door de handelaar is toegepast tijdens een periode die niet korter is dan dertig dagen voor de toepassing van de prijsvermindering.

3.

De lidstaten kunnen andere regels vaststellen voor goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben.

4.

Indien het product minder dan dertig dagen op de markt is, mogen de lidstaten ook een kortere periode vaststellen dan de in lid 2 bepaalde periode.

5.

De lidstaten mogen bepalen dat, wanneer de prijsvermindering progressief wordt verhoogd, de vorige prijs de prijs is zonder prijsvermindering, voorafgaand aan de toepassing van de eerste prijsvermindering;

1.1.   Betekenis van “aankondiging van prijsvermindering”

Artikel 6 bis is van toepassing op verkoopbevorderende uitingen van de verkoper dat hij de prijs die hij voor het goed of de goederen rekent, heeft verlaagd. Een prijsverlaging of -vermindering zou bijvoorbeeld als volgt kunnen worden aangekondigd:

in de vorm van een percentage (%), bijvoorbeeld “20 % korting” of een specifiek bedrag, bijvoorbeeld “10 EUR korting”;

door vermelding van een nieuwe (lagere) prijs samen met de vermelding van de eerder toegepaste (hogere) prijs. De vorige prijs kan in doorgehaalde vorm worden weergegeven. Bv. “nu 50 EUR, was 100 EUR” of “50 EUR/100 EUR”;

door een andere reclametechniek, zoals “vandaag kopen zonder btw te betalen”, die de consument wijsmaakt dat de prijsvermindering gelijk is aan de waarde van de btw (wat niet betekent dat de btw niet wordt geïnd);

de huidige prijs als “startprijs” of iets dergelijks presenteren en een hogere prijs als de toekomstige normale prijs aanduiden.

Artikel 6 bis is van toepassing op aankondigingen van prijsverminderingen, zowel wanneer zij betrekking hebben op een specifiek goed of specifieke goederen die de verkoper aanbiedt, als wanneer zij worden gedaan door middel van een algemene aankondiging van prijsverminderingen (zie de hoofdstukken 2.2 en 3).

Artikel 6 bis heeft geen betrekking op en houdt geen enkele beperking in voor prijsschommelingen en prijsdalingen die niet gepaard gaan met een aankondiging van een prijsvermindering. Artikel 6 bis is immers bedoeld om “aankondigingen” van prijsverlagingen of -verminderingen aan te pakken. Het heeft dus geen betrekking op regelingen op lange termijn die de consumenten in staat stellen systematisch te profiteren van verlaagde prijzen en specifieke individuele prijsverminderingen (zie hoofdstuk 2.3 over loyaliteitsprogramma’s en gepersonaliseerde prijsverminderingen).

Artikel 6 bis is van toepassing ongeacht of de aankondiging van de prijsverlaging of -vermindering een meetbare prijsvermindering aangeeft. Zo vallen bijvoorbeeld aankondigingen als “uitverkoop”, “speciale aanbiedingen” of “Black Friday-aanbiedingen”die de indruk wekken van een prijsvermindering, ook onder artikel 6 bis en moet de “vorige” prijs worden aangegeven voor de goederen waarop de aankondiging betrekking heeft (zie hoofdstuk 2.2 over algemene aankondigingen van prijsverminderingen).

Artikel 6 bis is daarentegen niet van toepassing op algemene marketingclaims die het aanbod van de verkoper aanprijzen door het te vergelijken met aanbiedingen van andere verkopers zonder een beroep te doen op of de indruk te wekken van een prijsvermindering, zoals “beste/laagste prijzen”. Dergelijke uitingen blijven echter vallen onder de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (zie hoofdstuk 3 over de verbanden tussen de richtlijn prijsaanduiding en de richtlijn oneerlijke handelspraktijken).

Artikel 6 bis is evenmin van toepassing op andere technieken ter bevordering van prijsvoordelen die geen prijsverminderingen zijn, zoals prijsvergelijkingen en gebonden (voorwaardelijke) aanbiedingen. Deze andere technieken ter bevordering van prijsvoordelen blijven vallen onder de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (zie hoofdstuk 3).

Wat het begrip “prijs” betreft, heeft artikel 6 bis betrekking op de “verkoopprijs” als gedefinieerd in artikel 2, punt a), van de richtlijn prijsaanduiding (7). De richtlijn prijsaanduiding vereist ook de vermelding van de “prijs per eenheid” als gedefinieerd in artikel 2, punt b) (8). Voor onverpakt verkochte goederen (bv. stoffen, bouwmaterialen, levensmiddelen) (9), waarbij de verkoopprijs pas kan worden vastgesteld nadat de consument heeft aangegeven hoeveel van het goed hij nodig heeft, “hoeft alleen de prijs per meeteenheid te worden aangeduid” overeenkomstig artikel 3, lid 3, van de richtlijn prijsaanduiding. Artikel 6 bis is ook van toepassing op aankondigingen van prijsverminderingen wanneer, wat dergelijke goederen betreft, de aankondiging van de prijsvermindering betrekking heeft op de prijs per meeteenheid (10). In deze gevallen is artikel 6 bis van toepassing op de vermelding van de “vorige” prijs per eenheid.

De richtlijn prijsaanduiding is van toepassing op “producten”, die in het kader van deze richtlijn als “goederen” moeten worden opgevat. “Goederen” worden in andere bepalingen van het EU-consumentenrecht (11) gedefinieerd als roerende goederen. De richtlijn prijsaanduiding, met inbegrip van artikel 6 bis, is derhalve niet van toepassing op diensten (12) (met inbegrip van digitale diensten) of op digitale inhoud.

Artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding is van toepassing op aankondigingen van prijsverminderingen in alle distributiekanalen (bv. fysieke winkels, online).

1.2.   Betrokken handelaren

De richtlijn prijsaanduiding is van toepassing op de handelaar, die in artikel 2, punt d), wordt gedefinieerd als “iedere natuurlijke of rechtspersoon die producten verkoopt of te koop aanbiedt in het kader van zijn handels-, beroeps- of bedrijfsactiviteit”. Het nieuwe artikel 6 bis is daarom van toepassing op de handelaar die de eigenlijke partij is bij de overeenkomst met de consument, d.w.z. op de verkoper van de goederen, met inbegrip van verkopers die gebruikmaken van tussenpersonen, met name onlinemarktplaatsen.

Artikel 6 bis is daarentegen niet van toepassing op tussenpersonen die handelaren louter middelen verschaffen om hun producten te verkopen (13), zoals onlinemarktplaatsen, of die louter informatie over de prijzen van andere verkopers samenvoegen en weergeven (prijsvergelijkingsplatforms). Deze tussenpersonen blijven onderworpen aan de algemene voorschriften inzake aansprakelijkheid van tussenpersonen en aan de verplichtingen inzake professionele toewijding. De tussenpersoon is evenwel aan de voorschriften van de richtlijn prijsaanduiding onderworpen wanneer hij de eigenlijke verkoper van de goederen is of wanneer hij voor rekening van een andere handelaar verkoopt.

Om dezelfde reden is artikel 6 bis niet van toepassing op “geld terug”-aankondigingen waarbij derden, die geen verkopers van de goederen zijn, zoals fabrikanten/distributeurs, de consumenten die het betrokken goed of de betrokken goederen hebben gekocht, beloven een deel van de betaalde prijs terug te betalen, op individueel verzoek van de consumenten en gedurende een bepaalde periode. Dergelijke “geld terug”-praktijken blijven vallen onder de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en mogen niet worden gebruikt om de voorschriften van de richtlijn prijsaanduiding voor aankondigingen van prijsverminderingen te omzeilen.

Artikel 6 bis is ook van toepassing op buiten de EU gevestigde handelaren die hun verkopen rechtstreeks richten op consumenten in de EU, met inbegrip van handelaren die goederen aanbieden via platforms. De toepasbaarheid van de richtlijn prijsaanduiding op niet-EU-handelaren is geregeld bij Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad (14) betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (de “Rome II-verordening”). Deze verordening is “in de gevallen waarin tussen de rechtsstelsels van verschillende landen moet worden gekozen, van toepassing op niet-contractuele verbintenissen in burgerlijke en in handelszaken”.

Artikel 6, lid 1, van de Rome II-verordening

De niet-contractuele verbintenis die voortvloeit uit een daad van oneerlijke concurrentie, wordt beheerst door het recht van het land waar de concurrentieverhoudingen of de collectieve belangen van de consumenten worden geschaad of dreigen te worden geschaad.

Artikel 6, lid 4, van de Rome II-verordening

Van het recht dat krachtens dit artikel van toepassing is, kan niet bij overeenkomst op grond van artikel 14 worden afgeweken.

Wanneer aan de voorwaarden van artikel 6, lid 1, van de Rome II-verordening is voldaan, is de richtlijn prijsaanduiding van toepassing op gevallen waarin de collectieve belangen van de consumenten in de EU worden geschaad. Ingevolge artikel 6, lid 4, van de Rome II-verordening kan van de wetgeving die van toepassing is, niet bij rechtskeuzeovereenkomst worden afgeweken.

De nationale autoriteiten zullen belast zijn met de handhaving van deze voorschriften. Waar nodig zullen zij gebruik kunnen maken van hun onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden op grond van Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad (15) betreffende samenwerking voor consumentenbescherming.

2.   VERMELDING VAN DE “VORIGE” PRIJS

2.1.   Algemene voorschriften

Artikel 6 bis, lid 1, schrijft voor dat de handelaar die een prijsvermindering aankondigt, de “vorige” prijs moet aangeven. Artikel 6 bis, lid 2, geeft een definitie van de “vorige” prijs als de laagste prijs die door dezelfde handelaar is toegepast gedurende een periode van niet minder dan dertig dagen vóór de toepassing van de prijsvermindering.

Artikel 6 bis, leden 3 tot en met 5, bieden de lidstaten regelgevingsopties om van deze algemene regel af te wijken in het geval van respectievelijk goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben, goederen die minder dan dertig dagen op de markt zijn en goederen waarvoor de prijsvermindering progressief wordt verhoogd (zie hoofdstuk 4).

Behalve voor goederen die onder de in artikel 6 bis, leden 3 tot en met 5, bedoelde regelgevingsopties vallen, mogen de lidstaten voor de vaststelling van de “vorige” prijs geen kortere termijn dan dertig dagen vaststellen. Het doel van deze referentieperiode van ten minste dertig dagen is te voorkomen dat handelaren met prijzen goochelen en valse prijsverminderingen presenteren, zoals het verhogen van de prijs gedurende een korte periode om deze vervolgens te verlagen en dit voor te stellen als een (aanzienlijke) prijsvermindering die de consument misleidt. De termijn van dertig dagen voor de vaststelling van de “vorige” referentieprijs garandeert derhalve dat de referentieprijs reëel is en niet louter een marketinginstrument om de vermindering aantrekkelijk te doen lijken.

Artikel 6 bis, lid 2, belet handelaren niet om als “vorige” prijs de laagste prijs aan te geven die gedurende een nog langere periode dan dertig dagen is toegepast (bijvoorbeeld in het kader van de marketingstrategie). Het is niet in strijd met de vereisten van artikel 6 bis indien de “vorige” prijs die wordt vermeld, daadwerkelijk lager is dan de laagste prijs in de dertig dagen onmiddellijk voorafgaand aan de aankondiging van de prijsvermindering.

Daarentegen zou nationale wetgeving die een langere periode dan dertig dagen voorschrijft om de “vorige” prijs vast te stellen, moeten worden getoetst op haar verenigbaarheid met het EU-recht. Overeenkomstig artikel 10 van de richtlijn prijsaanduiding moeten nationale voorschriften die verder gaan dan de vereisten van deze richtlijn, gunstiger zijn op het gebied van consumentenvoorlichting en prijsvergelijking, onverminderd de verplichtingen van de lidstaten krachtens het VWEU (16).

Om aan artikel 6 bis te voldoen, moet de handelaar die de prijsvermindering aankondigt, de laagste prijs aangeven die hij voor het betrokken goed of de betrokken goederen heeft gerekend gedurende ten minste de laatste dertig dagen vóór de toepassing van de prijsvermindering. In die laagste prijs zijn alle eerdere “verlaagde” prijzen gedurende die periode begrepen. Het niet in aanmerking nemen van de prijzen die tijdens eventuele eerdere actieperiodes in de dertig dagen vóór de aankondiging van de prijsvermindering zijn toegepast, is in strijd met artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding.

Hetzelfde voorschrift is van toepassing wanneer een handelaar de prijsvermindering aanvankelijk presenteert door te verwijzen naar een aanstaande verhoogde prijs, vervolgens de verhoogde prijs gedurende minder dan dertig dagen toepast en vervolgens een prijsvermindering aankondigt. Ongeacht de wijze waarop de prijsvermindering op de markt is gebracht, moet de vorige prijs voor de daaropvolgende prijsvermindering nog steeds de laagste prijs van de laatste dertig dagen zijn, d.w.z. in dit geval de oorspronkelijke startprijs (zie ook hoofdstuk 4.2 over “nieuw geïntroduceerde” goederen).

Bijgevolg moet de prijsvermindering worden gepresenteerd met de aangegeven “vorige” prijs als referentie, d.w.z. elk aangegeven kortingspercentage moet gebaseerd zijn op de “vorige” prijs zoals vastgesteld overeenkomstig artikel 6 bis:

wanneer de aankondiging van de prijsvermindering bijvoorbeeld “50 % korting” is en de laagste prijs in de dertig voorafgaande dagen 100 EUR was, zal de verkoper 100 EUR moeten presenteren als de “vorige” prijs op basis waarvan de 50 % korting wordt berekend, ondanks het feit dat de laatste verkoopprijs van het goed 160 EUR was.

Tegelijkertijd belet artikel 6 bis de verkoper niet om bij de aankondiging van de prijsvermindering andere referentieprijzen te vermelden, mits deze bijkomende referentieprijzen duidelijk worden uitgelegd, zij geen verwarring scheppen en zij de aandacht van de consument niet afleiden van de vermelding van de “vorige” prijs overeenkomstig artikel 6 bis.

Zo zou een handelaar die vaker dan eens in de dertig dagen prijsverminderingen toepast, de consument bovendien als volgt over zijn andere vorige prijzen kunnen informeren: “20 % korting van [begindatum] tot [einddatum]: 80 EUR in plaats van 100 EUR, onze laagste prijs in de afgelopen dertig dagen. Onze normale prijs, buiten de actieperiodes, gedurende de afgelopen dertig (of 100 dagen enz.) was 120 EUR.”

In het algemeen valt de wijze waarop dergelijke andere referentieprijzen worden voorgesteld en berekend, onder de richtlijn oneerlijke handelspraktijken. In dit verband moeten handelaren er altijd voor zorgen dat het voor de consument duidelijk is wat de andere aangegeven referentieprijzen vertegenwoordigen.

Artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding schrijft niet voor dat de handelaren moeten aangeven hoelang zij de aangegeven “vorige” prijs hebben toegepast. Bovendien heeft het geen invloed op de duur van de prijsverminderingscampagnes. Het vereist eenvoudigweg dat handelaren de “vorige” prijs aangeven aan het begin van elke prijsvermindering en zij kunnen deze prijs gedurende de gehele periode van de prijsvermindering aanhouden. Handelaren mogen een prijsvermindering voor de goederen aankondigen over een langere periode, die zelfs langer kan zijn dan dertig dagen. Ook wanneer de prijsvermindering langer dan dertig dagen zonder onderbreking duurt, blijft de “vorige” prijs die moet worden aangegeven de laagste prijs die gedurende ten minste dertig dagen vóór de prijsvermindering werd toegepast.

De billijkheid van buitensporig lange prijsverminderingsperioden in vergelijking met de periode waarin het goed tegen de “volle” prijs wordt verkocht, moet nog worden beoordeeld in het kader van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (zie ook hoofdstuk 3 over de verbanden met de richtlijn oneerlijke handelspraktijken).

Wanneer een handelaar via verschillende verkoopkanalen/verkooppunten (bv. verschillende fysieke en/of onlinewinkels) goederen verkoopt tegen verschillende prijzen en deze verschillende verkoopkanalen/verkooppunten het voorwerp uitmaken van een algemene aankondiging van een prijsvermindering, moet de handelaar als “vorige” prijs voor de betrokken goederen in elk verkoopkanaal/verkooppunt de laagste prijs aangeven die hij in dat verkoopkanaal/verkooppunt gedurende ten minste de afgelopen dertig dagen heeft toegepast.

Misleidende aankondigingen van prijsverminderingen die de indruk wekken dat de prijsvermindering geldt voor alle verkoopkanalen/verkooppunten van de betrokken handelaar, terwijl in werkelijkheid slechts een deel van de verkoopkanalen/verkooppunten onder de prijsvermindering valt, moeten aan de richtlijn oneerlijke handelspraktijken worden getoetst.

Artikel 6 bis belet handelaren niet een prijsverminderingscampagne te verlengen zolang de consumenten duidelijk worden geïnformeerd dat het om een verlenging gaat en niet om een nieuwe prijsverminderingscampagne en de algemene presentatie van de campagne niet van dien aard is dat bij de consumenten een verkeerde indruk wordt gewekt.

2.2.   Vermelding van de “vorige prijs” in geval van aankondigingen van algemene prijsverminderingen

Artikel 6 bis belet handelaren niet om bijvoorbeeld prijsverminderingen op een algemene manier aan te kondigen:

“vandaag 20 % korting op alles”, of

“deze week 20 % korting op alle kerstversiering”.

Wanneer de prijsvermindering (zoals beschreven in hoofdstuk 1.1) wordt aangekondigd door middel van een algemene uiting, bijvoorbeeld een fysieke banner of online-communicatie, hoeft de “vorige” prijs niet op hetzelfde medium te worden vermeld als de aankondiging van de prijsvermindering zelf. In plaats daarvan moet de “vorige” prijs voor de afzonderlijke goederen waarop de aankondiging betrekking heeft, worden aangegeven op het verkooppunt, d.w.z. op de prijsetiketten in de winkels of op de prijsrubrieken in de interfaces van de onlineshops.

Een handelaar kan ook een algemene prijsvermindering aankondigen met verschillende kortingen voor verschillende categorieën van goederen. In deze gevallen moet de handelaar duidelijk de betrokken categorieën van goederen en hun respectieve prijsvermindering aangeven, bijvoorbeeld:

“30 % korting op goederen met een blauwe stip en 40 % korting op goederen met een rode stip”.

Met betrekking tot de vermelding van de “vorige” prijs voor de afzonderlijke goederen die onder de algemene prijsverminderingsaankondiging vallen, moeten twee gevallen worden onderscheiden:

wanneer de handelaar in de afgelopen dertig dagen de prijs van de individuele goederen waarop de algemene aankondigingen betrekking hebben, niet heeft verhoogd en in die periode geen andere (algemene) prijsverminderingen heeft georganiseerd. In dit geval is de “vorige” prijs in de zin van artikel 6 bis de eerder toegepaste verkoopprijs van de goederen, d.w.z. de prijs die reeds is aangegeven op het prijskaartje of in de prijsrubriek in de interface van de onlinewinkel. Bijgevolg zal de handelaar de prijskaartjes/online-informatie voor de betrokken goederen niet hoeven te wijzigen als gevolg van de toepassing van artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding;

wanneer de handelaar de afgelopen dertig dagen de prijs heeft verhoogd of een andere (algemene) prijsvermindering heeft georganiseerd, geldt de verkoopprijs op het etiket of online niet als “vorige” prijs, aangezien het niet de laagste prijs in de afgelopen dertig dagen is, zoals vereist in artikel 6 bis. De handelaar zal derhalve de desbetreffende prijsetiketten of de online-prijsaanduiding van de onder de algemene prijsverminderingsmededeling vallende goederen moeten aanpassen om de correcte “vorige” prijs voor die goederen aan te geven.

Artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding staat groepsreclame voor prijsverminderingen niet in de weg wanneer centrale entiteiten, zoals franchisegevers, prijsverminderingscampagnes plannen en daarvoor reclame maken namens de verkopers (detailhandelaren) die hun producten distribueren. Wanneer een dergelijke centrale entiteit namens haar leden prijsverminderingen aankondigt, moet zij ervoor zorgen dat de deelnemende detailhandelaren in staat zijn aan de vereisten inzake prijsverminderingen te voldoen, d.w.z. zij moet de deelnemende detailhandelaren in staat stellen de voorschriften inzake de vermelding van de “vorige” prijs na te leven. Elke deelnemende detailhandelaar blijft er, ook in dit geval, verantwoordelijk voor dat de relevante goederen die hij in het kader van de prijsverminderingscampagne verkoopt, de correcte “vorige” prijs hebben.

Zoals hierboven uiteengezet, is, wanneer de deelnemende detailhandelaar zijn prijzen stabiel heeft gehouden gedurende de laatste dertig dagen vóór de aankondiging van de prijsvermindering, geen aanpassing van de individuele “vorige” prijzen nodig, aangezien de vorige verkoopprijs de “vorige” prijs zal zijn voor de toepassing van artikel 6 bis. Indien dit niet het geval is voor bepaalde goederen die onder de algemene campagne vallen, moet de verkoper de “vorige” prijs voor de betrokken goederen aanpassen. Dit omvat gevallen waarin prijsverminderingscampagnes die door de respectieve verkoper (detailhandelaar) voor zijn eigen goederen worden opgezet, binnen minder dan dertig dagen worden gevolgd door campagnes die door de centrale entiteit worden opgezet. In dergelijke gevallen moet de betrokken detailhandelaar, om de “vorige” prijs te bepalen, rekening houden met de verlaagde prijs in de vorige campagne(s).

2.3.   Loyaliteitsprogramma’s en gepersonaliseerde prijsverminderingen

Artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding is niet van toepassing op loyaliteitsprogramma’s van de verkoper om klanten te binden, zoals kortingskaarten of -bonnen, die de consument recht geven op een prijskorting op alle producten van de verkoper of op bepaalde productassortimenten gedurende langere ononderbroken perioden (bv. zes maanden, één jaar) of die het mogelijk maken punten te verzamelen voor toekomstige aankopen.

Artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding is evenmin van toepassing op reële gepersonaliseerde prijsverminderingen die niet het karakter hebben van een “aankondiging” van de prijsvermindering. Een typisch voorbeeld van dergelijke prijsverminderingen zijn die welke voortvloeien uit eerdere aankopen van de consument bij de betrokken verkoper, zoals wanneer de consument bij zijn aankoop een bon voor “20 % korting” ontvangt, die geldig is voor de volgende aankoop tot het einde van de maand. Andere voorbeelden van reële gepersonaliseerde prijskortingen die buiten het toepassingsgebied van artikel 6 bis vallen, zijn kortingen die worden toegekend bij speciale gelegenheden voor die consument, zoals bij de inschrijving bij het loyaliteitsprogramma of wanneer de consument gaat trouwen of jarig is, alsook kortingen die worden toegepast op het tijdstip van de aankoop en die niet vooraf zijn “aangekondigd”.

Dergelijke loyaliteitsprogramma’s en gepersonaliseerde aanbiedingen worden nog steeds beoordeeld in het kader van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (zie de hoofdstukken 2.8.2 en 4.2.8 van de leidraad betreffende de toepassing van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (17)).

Daarentegen zal artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding van toepassing zijn op prijsverminderingen die, ook al worden zij als gepersonaliseerd gepresenteerd, in werkelijkheid aan consumenten in het algemeen worden aangeboden/aangekondigd. Een dergelijke situatie kan zich voordoen wanneer de handelaar “bonnen” of kortingscodes ter beschikking stelt van mogelijk alle consumenten die de fysieke winkel of de onlinewinkel gedurende specifieke perioden bezoeken. Voorbeelden zouden campagnes kunnen zijn als:

“Vandaag 20 % korting bij gebruik van de code XYZ”, of

“Dit weekend 20 % korting op alles, alleen voor klanten met een loyaliteitskaart”,

waarbij de code/het loyaliteitsprogramma toegankelijk is voor/gebruikt wordt door veel of de meeste klanten. In deze gevallen moet de handelaar voldoen aan de vereisten van artikel 6 bis, d.w.z. ervoor zorgen dat de “vorige” prijs voor alle betrokken goederen de laagste openbaar beschikbare prijs is van de laatste dertig dagen (zie hoofdstuk 2.1 over algemene aankondigingen van prijsverminderingen).

3.   VERBANDEN MET DE RICHTLIJN ONEERLIJKE HANDELSPRAKTIJKEN

Richtlijn 2005/29/EG (de “richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) van het Europees Parlement en de Raad (18) verbiedt oneerlijke handelspraktijken in transacties tussen ondernemingen en consumenten (19). De richtlijn is van toepassing op alle handelspraktijken die vóór, gedurende en na een transactie tussen ondernemingen en consumenten plaatsvinden. Artikel 2, punt d), van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken definieert “handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten” (hierna de “handelspraktijken” genoemd) als “iedere handeling, omissie, gedraging, voorstelling van zaken of commerciële communicatie, met inbegrip van reclame en marketing, van een handelaar, die rechtstreeks verband houdt met de verkoopbevordering, verkoop of levering van een product aan consumenten”. Een oneerlijke handelspraktijk kan een misleidende of agressieve praktijk zijn (artikelen 6 tot en met 9) of een inbreuk op de vereisten inzake professionele toewijding (artikel 5, lid 2) die het besluit van een gemiddelde consument over een transactie kan verstoren.

Artikel 3, lid 4, van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken bepaalt dat in geval van strijdigheid tussen de bepalingen van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en andere voorschriften van de EU-wetgeving die specifieke aspecten van oneerlijke handelspraktijken regelen, deze laatste voorrang hebben en van toepassing zijn op die specifieke aspecten.

Voor zover artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding een specifieke reeks voorschriften invoert met betrekking tot de definitie en de vermelding van de “vorige” prijs bij de aankondiging van een prijsvermindering, heeft het derhalve voorrang op de richtlijn oneerlijke handelspraktijken wat de aspecten van de prijsvermindering betreft die door deze specifieke voorschriften worden geregeld (20).

Bijgevolg moet de juistheid van de door de verkoper opgegeven “vorige” prijs en van de overeenkomstige prijsvermindering worden getoetst aan de specifieke voorschriften van artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding. Dit belet de nationale handhavingsautoriteiten evenwel niet om de richtlijn oneerlijke handelspraktijken ook toe te passen op de praktijken van handelaren die een inbreuk vormen op artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding, wanneer het ook gaat om door de richtlijn oneerlijke handelspraktijken verboden oneerlijke praktijken, met name misleidende handelingen met betrekking tot het bestaan van een specifiek prijsvoordeel in de zin van artikel 6, lid 1, punt d).

Bovendien blijft, zoals vermeld in hoofdstuk 1.2.5 van de leidraad betreffende de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, de richtlijn oneerlijke handelspraktijken, en met name artikel 6, lid 1, punt d), betreffende misleidende beweringen over het bestaan van een prijsvoordeel, van toepassing op andere aspecten van prijsverminderingen. De richtlijn oneerlijke handelspraktijken zou van toepassing kunnen zijn op verschillende misleidende aspecten van prijsverminderingspraktijken, zoals:

buitensporig lange perioden gedurende welke prijsverminderingen gelden in vergelijking met de periode gedurende welke de goederen worden verkocht tegen een prijs zonder prijsvermindering;

reclame maken voor een korting van bijvoorbeeld “tot 70 % korting” wanneer slechts een paar artikelen met 70 % zijn afgeprijsd en de rest met een aanzienlijk lager percentage.

In dit verband moet worden opgemerkt dat een verkoper, naast prijsverminderingen, ook andere soorten praktijken kan toepassen die prijsvoordelen bevorderen, zoals:

vergelijkingen met andere prijzen, bv. de prijzen van andere handelaren (21) of de adviesprijs van de fabrikant;

gecombineerde of gekoppelde voorwaardelijke aanbiedingen (bv. “Twee halen, één betalen” of “30 % korting bij aankoop van drie stuks”).

Dergelijke promotionele praktijken vallen buiten het toepassingsgebied van artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding, maar vallen volledig binnen de richtlijn oneerlijke handelspraktijken.

De richtlijn oneerlijke handelspraktijken heeft ook betrekking op alle aankondigingen van prijsverminderingen of andere soorten praktijken ter bevordering van prijsvoordelen met betrekking tot digitale inhoud (22) en alle soorten diensten, aangezien de richtlijn prijsaanduiding alleen van toepassing is op roerende goederen (zie hoofdstuk 1.1).

Een verkoper mag ook een prijsvergelijking combineren met een aankondiging van een prijsvermindering, zoals geregeld in artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding. Zoals in hoofdstuk 2.8.2 van de leidraad bij de richtlijn oneerlijke handelspraktijken wordt gesteld, moet een verkoper die een prijsvergelijking voorstelt, er nauwlettend op toezien dat de gemiddelde consument de vergelijking met bv. de adviesprijs niet als een prijsvermindering opvat. Wanneer de prijsvergelijking door de misleidende voorstelling ervan door een gemiddelde consument in werkelijkheid als een prijsvermindering wordt opgevat, kan een dergelijke praktijk wegens de onjuiste voorstelling van de “vorige” prijs neerkomen op een inbreuk op zowel de richtlijn oneerlijke handelspraktijken als artikel 6 bis van de richtlijn prijsaanduiding.

4.   REGELGEVINGSOPTIES

Artikel 6 bis, leden 3 tot en met 5, bieden de lidstaten de mogelijkheid om van de algemene regel inzake prijsverminderingen af te wijken in het geval van:

goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben (aan bederf onderhevige goederen);

goederen die minder dan dertig dagen op de markt zijn (nieuw geïntroduceerde goederen), en

opeenvolgende prijsverminderingen binnen een periode van dertig dagen.

4.1.   Aan bederf onderhevige goederen

Artikel 6 bis

3.

De lidstaten kunnen andere regels vaststellen voor goederen die snel bederven of een beperkte houdbaarheid hebben.

De in artikel 6 bis, lid 3, geboden optie biedt de lidstaten de mogelijkheid verschillende voorschriften vast te stellen voor goederen die snel kunnen bederven of een beperkte houdbaarheid hebben. Dergelijke voorschriften kunnen er zelfs in bestaan dat dergelijke goederen volledig worden uitgesloten van het toepassingsgebied van artikel 6 bis of dat de verkoper wordt toegestaan als “vorige” prijs de laatste prijs onmiddellijk vóór de prijsvermindering aan te geven.

Goederen die “snel kunnen bederven of een beperkte houdbaarheid hebben”, zijn goederen die aan bederf onderhevig zijn en wellicht vaker moeten worden afgeprijsd om ze sneller te verkopen omdat de houdbaarheidsdatum nadert. Dit begrip wordt ook gebruikt in artikel 16, lid 1, punt d), van de richtlijn consumentenrechten (23), waarin wordt bepaald dat consumenten geen herroepingsrecht hebben bij op afstand en buiten verkoopruimten gesloten overeenkomsten betreffende “de levering van goederen die snel bederven of met een beperkte houdbaarheid”.

De richtlijn consumentenrechten geeft geen definitie van “goederen die snel bederven of met een beperkte houdbaarheid”. Of aan de objectieve criteria van “snel bederven of met een beperkte houdbaarheid” is voldaan, moet van geval tot geval worden beoordeeld. Voorbeelden van goederen die snel kunnen bederven of met een beperkte houdbaarheid zijn verse levensmiddelen en dranken waarvan de houdbaarheidsdatum kort is. Deze mogelijkheid voor de lidstaten om af te wijken van de algemene voorschriften inzake prijsverminderingen kan niet worden toegepast op goederen die wegens hun fysieke samenstelling en eigenschappen niet bederfelijk zijn, maar alleen in commerciële zin beperkt houdbaar zijn, zoals seizoensgebonden kleding (24).

Voor de uitleg van dit begrip in het kader van de richtlijn prijsaanduiding geldt dezelfde benadering als die welke in het kader van de richtlijn consumentenrechten is gevolgd.

4.2.   Nieuw geïntroduceerde goederen

Artikel 6 bis

4.

Indien het product minder dan dertig dagen op de markt is, mogen de lidstaten ook een kortere periode vaststellen dan de in lid 2 bepaalde periode.

De in artikel 6 bis, lid 4, geboden mogelijkheid stelt de lidstaten in staat aankondigingen van prijsverminderingen ook toe te staan voor goederen (nieuw geïntroduceerd) die de handelaar minder dan dertig dagen vóór de aankondiging van de prijsvermindering heeft verkocht. De optie is ruim geformuleerd en heeft betrekking op “een kortere periode” (dan de standaardperiode van ten minste dertig dagen).

In tegenstelling tot de regelgevingsoptie met betrekking tot goederen die snel kunnen bederven of een beperkte houdbaarheid hebben, waarvoor de lidstaten “andere regels” kunnen vaststellen, waaronder de vrijstelling van dergelijke goederen van het toepassingsgebied van artikel 6 bis, heeft deze regelgevingsoptie slechts betrekking op “een kortere periode”. Bijgevolg kan zij niet aldus worden uitgelegd dat zij ook de mogelijkheid omvat om deze goederen volledig vrij te stellen van de verplichting om een referentieperiode in acht te nemen voor de vaststelling van de “vorige” prijs.

Daarom moeten de lidstaten, wanneer zij gebruik willen maken van deze mogelijkheid om af te wijken van de algemene regel, een specifieke termijn vaststellen voor de vaststelling van de “vorige” prijs of, als alternatief, de handelaren de mogelijkheid bieden zelf de termijn vast te stellen en deze termijn samen met de overeenkomstige “vorige” prijs aan te geven. In dit laatste scenario, waarin de specifieke referentieperiode niet in de nationale voorschriften is vastgesteld, zal de billijkheid van aankondigingen van prijsverminderingen voor de betrokken goederen nog steeds per geval worden beoordeeld in het kader van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken.

Het begrip “op de markt” moet worden uitgelegd in het kader van de algemene regel van artikel 6 bis, eerste en tweede alinea, die betrekking hebben op de handelingen van de specifieke handelaar die de prijsvermindering aankondigt. Derhalve verwijst “markt” in dit kader naar de verkoop van de goederen door de gegeven handelaar, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt d), van de richtlijn prijsaanduiding.

Goederen moeten worden geacht reeds op de “markt” te zijn geweest wanneer de verkoper dezelfde goederen opnieuw aanbiedt na een periode van onderbreking, bv. nadat de goederen tijdelijk niet in voorraad waren of in het geval van seizoensgebonden goederen, zoals winter-/zomerkleding. In dat geval zou de uitzondering van artikel 6 bis, lid 4, niet van toepassing zijn, aangezien het strikt genomen niet om nieuw geïntroduceerde goederen zou gaan.

In deze situaties kan de handelaar evenwel als referentieperiode voor de vaststelling van de “vorige” prijs een langere periode kiezen gedurende welke het goed in totaal gedurende ten minste dertig dagen te koop werd aangeboden. Wanneer de verkoper een goed na een periode van onderbreking opnieuw te koop aanbiedt, kan hij dus een prijsvermindering aankondigen waarbij hij als “vorige” prijs de laagste prijs aangeeft die in de referentieperiode vóór de onderbreking (bijvoorbeeld in het afgelopen jaar) gold, op voorwaarde dat:

het goed tijdens die referentieperiode gedurende in totaal ten minste dertig dagen te koop is aangeboden, en

de “vorige” prijs de laagste prijs in de gehele referentieperiode is.

Behoudens een beoordeling per geval kan van de handelaar worden verlangd dat hij overeenkomstig artikel 7 van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken de consument informeert wanneer de aangegeven “vorige” prijs een prijs is die niet werd toegepast in de periode die onmiddellijk aan de prijsvermindering voorafgaat, maar bv. in het voorafgaande seizoen.

4.3.   Geleidelijke prijsverminderingen

Artikel 6 bis

5.

De lidstaten mogen bepalen dat, wanneer de prijsvermindering progressief wordt verhoogd, de vorige prijs de prijs is zonder prijsvermindering, voorafgaand aan de toepassing van de eerste prijsvermindering;

De in artikel 6 bis, lid 5, bedoelde regelgevingsoptie is van toepassing wanneer de prijs tijdens dezelfde verkoopcampagne geleidelijk, zonder onderbrekingen, wordt verlaagd. In dit geval is de “vorige” prijs de laagste prijs gedurende de dertig dagen vóór de toepassing van de eerste aankondiging van prijsvermindering en blijft deze prijs de “vorige” prijs voor alle daaropvolgende aankondigingen van prijsvermindering tijdens de verkoopcampagne.

Bijvoorbeeld, de laagste prijs van het goed in de laatste dertig dagen vóór de start van de verkoopcampagne bedroeg 100 EUR. De verkoper vermeldt 100 EUR als zijn “vorige” prijs wanneer hij de eerste prijsvermindering aankondigt (bv. 10 % korting) en kan dan dezelfde “vorige” prijs aanhouden wanneer hij de volgende korting van 20 % en 30 % aankondigt.

De situatie is anders in het geval van opeenvolgende verkoopcampagnes gedurende een periode van dertig dagen (bv. bij promoties zoals “elke zondag in december 20 % korting” of tijdens opeenvolgende “Singles Day”-, “Black Friday”-, “Cyber Monday”- of kerstverkoopcampagnes in november/december). In het kader van dergelijke opeenvolgende verkoopcampagnes, waarbij de prijs met tussenpozen (kort) wordt verhoogd, is de algemene regel van artikel 6 bis van toepassing en is de “vorige” prijs voor elke opeenvolgende prijsvermindering de laagste prijs gedurende ten minste de laatste dertig dagen, d.w.z. met inbegrip van de verlaagde prijs tijdens de vorige acties.

Om te voorkomen dat artikel 6 bis, leden 1 en 2, worden omzeild, moet lid 5 in enge zin worden uitgelegd. Dit geldt derhalve alleen wanneer de prijs geleidelijk wordt verlaagd, zonder onderbrekingen en zonder verhoging van de aangegeven “vorige” prijs in de loop van de voortdurende prijsvermindering.


(1)  Richtlijn 98/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten (“richtlijn prijsaanduiding”) (PB L 80 van 18.3.1998, blz. 27).

(2)  Zie de overwegingen 6 en 12 van de richtlijn prijsaanduiding.

(3)  Richtlijn (EU) 2019/2161 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2019 tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en Richtlijnen 98/6/EG, 2005/29/EG en 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad wat betreft betere handhaving en modernisering van de regels voor consumentenbescherming in de Unie (PB L 328 van 18.12.2019, blz. 7).

(4)  In 2018 hebben de nationale autoriteiten voor consumentenbescherming, onder coördinatie van de Commissie, een jaarlijkse EU-brede screening van websites voor e-handel (“sweep”) uitgevoerd in het kader van het samenwerkingsnetwerk voor consumentenbescherming (“SCB”). Deze sweep had betrekking op prijstransparantie, met inbegrip van prijsverminderingen. Bij meer dan 31 % van de 431 gescreende websites die kortingen aanboden, hadden de consumenteninstanties twijfels over de echtheid van de speciale aanbiedingen of vonden zij de berekening van de verlaagde prijs onduidelijk. Persbericht van de Commissie van 19 februari 2019: https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/nl/IP_19_1333

(5)  https://e-justice.europa.eu/591/nl/consumer_law_database

(6)  PB L 1 van 3.1.1994, blz. 3.

(7)  “Verkoopprijs: de uiteindelijke prijs voor een eenheid van het product of een gegeven hoeveelheid van het product, met inbegrip van de btw en alle overige belastingen”, artikel 2, punt a), van de richtlijn prijsaanduiding.

(8)  “Prijs per meeteenheid: de uiteindelijke prijs, met inbegrip van de btw en alle overige belastingen, voor een kilogram, een liter, een meter, een vierkante meter of een kubieke meter van het product of van een andere enkelvoudige meeteenheid die algemeen en gewoonlijk in de betrokken lidstaat bij de verkoop van bepaalde producten wordt gebruikt”, artikel 2, punt b), van de richtlijn prijsaanduiding.

(9)  “Los verkocht product: een product dat niet vooraf wordt verpakt en in tegenwoordigheid van de consument wordt gemeten of gewogen”, artikel 2, punt c), van de richtlijn prijsaanduiding.

(10)  Zie overweging 7 van de richtlijn prijsaanduiding.

(11)  In het kader van de richtlijn consumentenrechten (Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2011 betreffende consumentenrechten, tot wijziging van Richtlijn 93/13/EEG van de Raad en van Richtlijn 1999/44/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 85/577/EEG en van Richtlijn 97/7/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 304 van 22.11.2011, blz. 64), zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2019/2161, worden goederen gedefinieerd als: “a) alle roerende lichamelijke zaken; water, gas en elektriciteit moeten als goederen in de zin van deze richtlijn worden beschouwd wanneer zij gereed zijn gemaakt voor verkoop in een beperkt volume of in een bepaalde hoeveelheid; b) alle roerende lichamelijke zaken waarin digitale inhoud of digitale diensten zijn verwerkt of die daarmee onderling verbonden zijn, op zodanige wijze dat het ontbreken van die digitale inhoud of die digitale dienst ertoe zou leiden dat de goederen hun functies niet kunnen vervullen (“goederen met digitale elementen”);”.

(12)  Zie de mededeling van de Commissie aan de Raad en het Europees Parlement over de toepassing van Richtlijn 1998/6/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 betreffende de bescherming van de consument inzake de prijsaanduiding van aan de consument aangeboden producten, COM(2006) 325 final, blz. 4.

(13)  Krachtens Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten moeten consumenten altijd worden geïnformeerd over de identiteit van de feitelijke handelaar (zie voor meer informatie de richtsnoeren over de richtlijn consumentenrechten).

(14)  Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen (Rome II) (PB L 199 van 31.7.2007, blz. 40).

(15)  Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004 (PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1).

(16)  Zie de met name de artikelen 34 en 36 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(17)  https://ec.europa.eu/info/law/law-topic/consumer-protection-law/unfair-commercial-practices-law/unfair-commercial-practices-directive_en

(18)  Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van Richtlijn 84/450/EEG van de Raad, Richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van Verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad (“Richtlijn oneerlijke handelspraktijken”) (PB L 149 van 11.6.2005, blz. 22).

(19)  Vóór de bij Richtlijn (EU) 2019/2161 ingevoerde wijzigingen van de richtlijn prijsaanduiding had het Hof van Justitie van de Europese Unie in zaak C-421/12, Europese Commissie/Koninkrijk België, ECLI:EU:C:2013:769, bevestigd dat lidstaten onmogelijk prescriptievere nationale regels inzake prijsverminderingen vast kunnen stellen op basis van de richtlijn oneerlijke handelspraktijken en de (oorspronkelijke) richtlijn prijsaanduiding.

(20)  Arrest van het Hof van Justitie van 24 november 2020, C-476/14, Citroën, ECLI:EU:C:2016:527.

(21)  Een vergelijking van de prijzen van verschillende handelaren valt ook onder Richtlijn 2006/114/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 inzake misleidende reclame en vergelijkende reclame (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 21), waarin de voorwaarden zijn vastgesteld waaronder vergelijkende reclame is geoorloofd.

(22)  Gedefinieerd als “gegevens die in digitale vorm worden geproduceerd en geleverd” in artikel 2, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/770 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 betreffende bepaalde aspecten van overeenkomsten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten (PB L 136 van 22.5.2019, blz. 1).

(23)  Richtlijn 2011/83/EU.

(24)  Zie de richtsnoeren bij Richtlijn 2011/83/EU betreffende consumentenrechten: https://ec.europa.eu/info/law/law-topic/consumer-protection-law/consumer-contract-law/consumer-rights-directive_en


Top