EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020AE5102

Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité — Een actieplan om de douane-unie op een hoger plan te brengen (COM(2020) 581 final)

EESC 2020/05102

OJ C 220, 9.6.2021, p. 56–61 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

9.6.2021   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 220/56


Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité — Een actieplan om de douane-unie op een hoger plan te brengen

(COM(2020) 581 final)

(2021/C 220/07)

Rapporteur:

Anastasis YIAPANIS

Raadpleging

Europese Commissie, 11.11.2020

Rechtsgrondslag

Artikel 304 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

Bevoegde afdeling

Interne Markt, Productie en Consumptie

Goedkeuring door de afdeling

2.3.2021

Goedkeuring door de voltallige vergadering

24.3.2021

Zitting nr.

559

Stemuitslag

(voor/tegen/onthoudingen)

259/0/6

1.   Conclusies en aanbevelingen

1.1.

Het EESC is ingenomen met het zeer concrete actieplan ter ondersteuning van de nationale douaneautoriteiten in de komende vijf jaar. Als het actieplan eenmaal is uitgevoerd en als het effect ervan regelmatig wordt beoordeeld, dan zal dat leiden tot een echte modernisering van de douane in de hele EU.

1.2.

Hoewel de modernisering in 2016 is begonnen met de invoering van het douanewetboek van de Unie (1), is er door recente ontwikkelingen als toenemende handelsstromen, een bloeiende e-commercesector, ontwijking van douanerechten en btw, illegale handel en onderwaardering van goederen, behoefte aan een onmiddellijke en gecoördineerde respons. Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de douane-unie veroorzaakt nu al een zwaardere werklast en bijzondere uitdagingen voor de douaneautoriteiten.

1.3.

Een dergelijk ambitieus plan vereist een toereikende gezamenlijke financiering. Het EESC is er niet zeker van dat alle lidstaten bereid zijn om het voorgestelde tijdschema te omarmen en hun deel van het geld op tafel te leggen.

1.4.

Er is dringend behoefte aan meer samenwerking en interoperabiliteit tussen de douane en andere rechtshandhavingsinstanties en -diensten. Ook zou door de uitwisseling van beste praktijken de productiviteit van douanediensten kunnen worden verhoogd, terwijl door een goed beheer van de grote hoeveelheid beschikbare gegevens een intelligent toezicht op de toeleveringsketens mogelijk zou worden en de prognosecapaciteit zou kunnen worden verbeterd.

1.5.

De douaneautoriteiten moeten worden voorzien van voldoende middelen voor alle niet-financiële verantwoordelijkheden, en er moeten minimumnormen worden ingevoerd voor de controle en voor het vereiste aantal personeelsleden. Het EESC acht het van buitengewoon groot belang dat er zo snel mogelijk uitvoeringshandelingen voor de verordening markttoezicht (2) worden goedgekeurd.

1.6.

Het feit dat het extreem lang heeft geduurd voordat de volgende meerjarenbegroting van de EU werd goedgekeurd en dat de leiders van de EU-27 zo moeizaam tot een akkoord komen over zeer belangrijke kwesties vormt een bedreiging voor zowel een behoorlijk herstel van de Europese economie als de onmiddellijke steun die zowel burgers als ondernemingen nodig hebben.

1.7.

Het EESC beveelt aan om in het voorgestelde actieplan onmiddellijk de invoering van blockchaintechnologie te onderzoeken. Bovendien kunnen de technologische vooruitgang en de bestaande innovatieve oplossingen die robotica en artificiële intelligentie (AI) bieden, gemakkelijk worden uitgevoerd met onmiddellijke en relevante resultaten.

1.8.

Het EESC stelt voor bijzondere aandacht te besteden aan de meest kwetsbare in- en uitgangspunten en is zich ervan bewust dat de douane-unie zo sterk is als haar zwakste schakel. Een conform, meer gecoördineerd en geïntegreerd risicobeheersysteem zou de verschillen tussen de autoriteiten verkleinen en de zwakste schakels in de keten versterken. Daarom moet de voor het tweede kwartaal van 2021 aangekondigde nieuwe risicobeheerstrategie worden toegejuicht.

1.9.

Er moeten specifieke financiële middelen worden uitgetrokken om het nieuwe elektronische douanesysteem voor invoercontrole (ICS2) aan te sluiten op andere elektronische systemen. Daarnaast is goed beheer van een dergelijk complex netwerk van groot belang.

1.10.

Het EESC wijst erop dat voor voldoende personeel moet worden gezorgd, alsmede voor een toereikende opleiding van dat personeel met het oog op de uitvoering van de gegevensanalyse die vóór het laden en vóór de aankomst van goederen moet worden verstrekt. Het EESC heeft reeds opgeroepen tot de ontwikkeling van gemeenschappelijke opleidingskaders op basis van het EU-competentiekader voor de douanesector (3).

1.11.

De oprichting van een EU-hub voor fiscale informatie binnen de Eurofisc-diensten voor belastingfraudebestrijding is een aanzienlijke verbetering en het EESC kijkt uit naar het oordeel van de Commissie in dezen.

1.12.

E-commerce is een zeer belangrijke sector voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s). Het EESC vindt het zorgwekkend dat in de mededeling met geen woord wordt gerept over het creëren van een gunstig kader voor kmo’s via dit ambitieuze actieplan.

1.13.

Het EESC is van mening dat de platforms beschikken over belangrijke gegevens die de douane zou kunnen gebruiken, maar dat daarvoor specifieke investeringen in IT-software zoals geautomatiseerde robotsystemen nodig zijn. Zij moeten financiering krijgen voor het verzamelen van gegevens die zij anders niet nodig zouden hebben. Het EESC is echter ingenomen met de huidige herziening door de Commissie van de rol en verplichtingen van elektronische marktplaatsen.

1.14.

Er is dringend behoefte aan een alomvattende analyse van de internationale systemen van de Unie voor samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken. Dat zou leiden tot een betere handhaving.

1.15.

Het EESC is ingenomen met het voorstel om het éénloketsysteem van de EU uit te rollen en staat daar volledig achter.

1.16.

Het EESC is bezorgd dat, indien de lidstaten niet instemmen met het controversiële voorstel voor de oprichting van een EU-douaneagentschap, het beheer van een dergelijk complex en onderling verbonden systeem een extra last voor de diensten van de Commissie zal betekenen.

1.17.

Het EESC is ervan overtuigd dat de betrokkenheid van de sociale partners en maatschappelijke organisaties zal bijdragen aan de uitvoering van een dergelijk ambitieus actieplan en tegelijkertijd zal zorgen voor een brede verspreiding van de voordelen ervan onder zowel burgers als bedrijven.

2.   Inleiding

2.1.

De douane-unie van de EU bestaat sinds 1968 en heeft betrekking op alle handel in goederen tussen de 27 lidstaten. Elk jaar faciliteert de douane-unie de handel in goederen ter waarde van meer dan 3,5 biljoen EUR, waarbij de douaneautoriteiten van de EU elke seconde 27 aangegeven goederen behandelen.

2.2.

Op 28 september 2020 heeft de Europese Commissie, in het verlengde van de politieke richtsnoeren die Commissievoorzitter von der Leyen bij aanvang van haar ambtstermijn had aangekondigd, een ambitieus actieplan gepubliceerd teneinde de douane-unie tegen 2025 slimmer, eenvoudiger en op digitaal vlak doeltreffender te maken. Dat zou een positief effect hebben op zowel de inkomsten van de EU als op de veiligheid van de Europese burgers. Bovendien zouden ondernemingen profiteren van eenvoudigere en snellere rapportageverplichtingen.

2.3.

Het EESC heeft al eerder benadrukt dat “een efficiënte douane-unie een conditio sine qua non is voor het Europese integratieproces, om te zorgen voor een efficiënt, veilig en transparant vrij verkeer van goederen, voor een maximale bescherming van consumenten en milieu, voor kwaliteitsvolle banen en voor een doeltreffende bestrijding van fraude en namaak” (4).

2.4.

Het EESC is derhalve ingenomen met het zeer concrete actieplan voor de komende vijf jaar, met 30 volgens een tijdschema geplande maatregelen op vier strategische beleidsterreinen ter ondersteuning van de nationale douaneautoriteiten, met name risicobeheer, e-commerce beheersen, de naleving bevorderen en optreden als één douaneautoriteit.

2.5.

Het huidige douanesysteem heeft aantoonbare tekortkomingen en zwakke schakels. Tegelijkertijd wordt de grote hoeveelheid gegevens die door de douanediensten in alle lidstaten wordt uitgewisseld, niet doeltreffend gebruikt. Het Europees Parlement en de Europese Rekenkamer hebben reeds hun bezorgdheid geuit over het verlies aan inkomsten als gevolg van ondoeltreffende douanecontroles op invoergoederen.

2.6.

De douanerechten vormen een belangrijk deel van de EU-begroting en zijn goed voor ongeveer 14 % van de totale inkomsten. Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) heeft gemeld dat douanefraude wijdverbreid is en heeft aanbevolen om voor de periode 2017-2019 meer dan 2,7 miljard EUR aan douanerechten in te vorderen. De invoer van namaakgoederen uit derde landen wordt geraamd op 121 miljard EUR per jaar, terwijl inbreuken op intellectuele eigendom meer dan 83 miljard EUR aan omzet genereren en ervoor zorgen dat 15 miljard EUR aan belastinginkomsten verloren gaan.

2.7.

Anderzijds is het positief dat bijna 100 % van de douaneaangiften elektronisch wordt verzonden.

3.   Algemene opmerkingen

3.1.

De douane-unie heeft snelle investeringen nodig voor een gecoördineerde update van zowel de software als de menselijke vaardigheden. Hoewel de modernisering in 2016 is begonnen met de invoering van het douanewetboek van de Unie (5), is er door toenemende handelsstromen, een bloeiende e-commercesector, ontwijking van douanerechten en btw, illegale handel en onderwaardering van goederen, behoefte aan een onmiddellijke en gecoördineerde respons. Bovendien is de douane belast met de controle van goederen voor vele niet-financiële doeleinden. Het EESC is zich ervan bewust dat de douane-unie zo sterk is als haar zwakste schakel en stelt derhalve voor bijzondere aandacht te besteden aan de meest kwetsbare in- en uitgangspunten. De lidstaten moeten optimaal gebruikmaken van het nieuwe instrument voor douanecontroleapparatuur, dat speciaal is ontworpen om te helpen bij de aankoop, het onderhoud en de vervanging van de meest geavanceerde douaneapparatuur.

3.2.

Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de douane-unie veroorzaakt nu al een zwaardere werklast en bijzondere uitdagingen voor de douaneautoriteiten. Naar verwachting zal het aantal douaneaangiftes aanzienlijk toenemen, samen met de herinvoering van douanecontroles.

3.3.

Er is dringend behoefte aan meer samenwerking en interoperabiliteit tussen de douane en andere rechtshandhavingsinstanties en -diensten. Het EESC heeft er al voor gewaarschuwd dat “de samenwerking tussen de verschillende autoriteiten en instellingen — politie- en inlichtingendiensten, gerechtelijke instanties, douane en belastingdiensten — verre van optimaal is” (6).

3.4.

De douane is zeer nauw betrokken bij de strijd tegen terrorisme en georganiseerde misdaad. Alleen al in 2019 nam de douane 400 ton drugs, 3 699 vuurwapens en 3,5 miljard stuks tabak en sigaretten in beslag. 11,5 % van de aangiften van liquide middelen waren onjuist, hetgeen ruwweg neerkomt op 331 miljoen EUR (7).

3.5.

Gegevensbeheer is uiterst belangrijk voor een sector die profiteert van grote hoeveelheden aangiftes, productinformatie, belastingen enz. Het beheersen van de grote hoeveelheid beschikbare gegevens zou een onmiddellijke en belangrijke verbetering ten opzichte van het huidige douanesysteem inhouden. Daarbij zou het tevens gemakkelijker worden om beter en slagvaardiger op de groeiende uitdagingen te reageren. Ook zou daardoor intelligent toezicht op de toeleveringsketens en verbeterde prognosecapaciteiten mogelijk worden.

3.6.

Het EESC is enigszins teleurgesteld dat de Commissie in de allerlaatste zin van de mededeling ENKEL het Europees Parlement en de Raad uitnodigt om dit actieplan te steunen en het Europees Economisch en Sociaal Comité helemaal niet noemt. Wij zijn er stellig van overtuigd dat de betrokkenheid van de sociale partners en maatschappelijke organisaties zal bijdragen aan de uitvoering van een dergelijk ambitieus actieplan en tegelijkertijd zal zorgen voor een brede verspreiding van de voordelen ervan onder zowel burgers als bedrijven.

4.   Specifieke opmerkingen

4.1.

Van meet af aan heeft het EESC zijn waardering uitgesproken voor de ambitieuze routekaart en de concrete termijnen voor de uitvoering van de acties. Dat is een duidelijke stap voorwaarts en zal, na uitvoering en samen met regelmatige effectbeoordelingen, leiden tot een echte modernisering van de douane in de hele EU.

4.2.

Een dergelijk ambitieus plan vereist een toereikende financiering. Hoewel voor sommige van de voorgestelde acties gedeelde financiering nodig is en de EU bereid is haar steentje bij te dragen, vraagt het EESC zich af of alle lidstaten bereid zijn het voorgestelde tijdschema te omarmen en hun deel van het geld op tafel te leggen. Alleen een grondig gecoördineerde financiering en uitvoering kunnen van het voorstel een succes maken.

4.3.

Het is echter gebleken dat de EU over broze structuren beschikt en dat zij vertraagd en ongecoördineerd heeft gereageerd op kritieke situaties, waaronder de COVID-19-pandemie. De oproep van de Franse president Emmanuel Macron om het Schengengebied te reorganiseren en zijn verzoek om het vrij verkeer van personen in de Unie opnieuw te analyseren, zijn even ernstig als verontrustend.

4.4.

Bovendien vormt de ongelooflijk lang aanslepende goedkeuringsprocedure voor de volgende meerjarenbegroting van de EU een bedreiging voor zowel een behoorlijk herstel van de EU-economie als de onmiddellijke steun die zowel burgers als ondernemingen nodig hebben. Het lijkt voor de leiders van de EU-27 steeds lastiger te worden om overeenstemming te bereiken over zeer belangrijke maatregelen. Het duurt vaak lang voordat er een, niet zelden halfslachtige, oplossing wordt gevonden, waaruit blijkt dat het bestuurssysteem van de EU verouderd en ondoeltreffend is.

4.5.

Het huidige voorstel voorziet niet in het gebruik van blockchaintechnologie, hoewel dat reeds in 2018 is besproken en bestudeerd. Het EESC is van mening dat het douanesysteem zich uitstekend leent voor dergelijke ontwikkelingen en beveelt aan om onmiddellijk na te gaan of de introductie van blockchaintechnologie in het voorgestelde actieplan haalbaar is.

4.6.

Ook stelt het EESC vast dat niet is onderzocht of eventueel gebruik kan worden gemaakt van robotica en artificiële intelligentie voor het moderniseren van de douanewerkzaamheden. Het EESC is van mening dat de technologisch vooruitstrevende en innovatieve oplossingen die robotica en AI bieden gemakkelijk in een dergelijk complex actieplan kunnen worden geïmplementeerd en daarbij onmiddellijke en relevante resultaten kunnen opleveren.

4.7.   Risicobeheer

4.7.1.

Sinds het communautaire douanewetboek in 2005 werd uitgebreid met bepalingen op veiligheidsgebied voert de EU al risicobeheeractiviteiten uit op basis van twee verdedigingslijnen: beoordeling vooraf en controle voor en na binnenkomst van de goederen in het EU-douanegebied. Het EESC is van mening dat de grootste uitdaging voortvloeit uit de ongecoördineerde toepassing van procedures in de lidstaten en het gebrek aan informatie-uitwisseling tussen landen. Door te zorgen voor een conform, meer gecoördineerd en geïntegreerd risicobeheersysteem zouden de verschillen tussen de autoriteiten worden verkleind en de zwakste schakels in de keten worden versterkt. De voor het tweede kwartaal van 2021 aangekondigde nieuwe strategie voor risicobeheer is derhalve veelbelovend.

4.7.2.

Digitalisering en de opkomst van e-commerce maken het voor consumenten makkelijker om vanuit de hele wereld online te winkelen. Niet alle producten voldoen echter aan de hoge Europese normen voor productveiligheid en/of consumentenbescherming. Vaak komt dat als een verrassing voor consumenten. Het EESC is verheugd over het streven naar versterking van het risicobeheersproces teneinde de interne markt en met name de burgers beter te beschermen tegen niet-conforme en onveilige producten.

4.7.3.

Het voorstel om een gezamenlijk initiatief inzake analysecapaciteit op te zetten is zeker een stap voorwaarts. Het delen van gegevens met handhavingsinstanties voor fraudebestrijding moet eveneens worden toegejuicht. Het EESC vraagt zich echter af of er wel voldoende geld beschikbaar zal zijn voor het aansluiten van ICS2 op andere elektronische systemen. Het volgende belangrijke punt van zorg betreft het beheer van een dergelijk complex netwerk en het gespecialiseerde en goed opgeleide personeel dat daarvoor nodig is.

4.7.4.

Bovendien is het EESC bezorgd dat, indien de lidstaten niet instemmen met de oprichting van een EU-douaneagentschap, het beheer van een dergelijk complex en onderling verbonden systeem een extra last voor de huidige diensten van de Commissie zal betekenen.

4.7.5.

De Commissie heeft voorgesteld tegen 2024 voor alle producten en transportmiddelen analyses uit te voeren van gegevens die vóór het laden en vóór de aankomst van de goederen moeten worden verstrekt. Het is echter niet duidelijk wat voor personele middelen in elke lidstaat nodig zullen zijn, en ook niet welk niveau en welke duur de daarvoor vereiste opleiding zal moeten hebben. Hetzelfde geldt voor het aanvullende risicobeheersproces dat is gepland voor de procedures “na aankomst”. Het EESC heeft reeds opgeroepen tot de uitwerking van gemeenschappelijke opleidingskaders aan de hand van het EU-competentiekader voor de douanesector, dat erop gericht is de prestatienormen voor de douane in de hele EU te harmoniseren en te verhogen (8).

4.8.   E-commerce beheersen

4.8.1.

De elektronische handel heeft belangrijke voordelen en kansen opgeleverd voor zowel burgers als bedrijven. Er komen echter aanzienlijke uitdagingen bij wat betreft de naleving van de belasting- en douanevoorschriften voor verhandelde goederen alsmede met betrekking tot het grote aantal verzoeken om toestemming voor een breed scala aan controles voor niet-financiële doeleinden, waaronder veiligheid, beveiliging en intellectuele eigendom. Het EESC erkent de belangrijke rol die douaneautoriteiten spelen bij het voorkomen dat niet-conforme en/of onveilige producten de interne markt binnenkomen, en concludeert dat die autoriteiten ook voor alle niet-financiële verantwoordelijkheden over voldoende middelen moeten kunnen beschikken.

4.8.2.

Verwacht wordt dat de uitvoering van het btw-pakket e-commerce (9) vanaf 2021 aanzienlijke inkomsten voor de begrotingen van de lidstaten zal opleveren en een gelijk speelveld voor het ondernemingsklimaat zal creëren. De oprichting van een EU-hub voor fiscale informatie binnen de Eurofisc-diensten voor belastingfraudebestrijding wordt gezien als een aanzienlijke verbetering van de toegang tot informatie voor douaneautoriteiten. Het EESC kijkt uit naar de beoordeling van de Commissie in dat verband.

4.8.3.

Het EESC is van mening dat e-commerce het best kan worden gereguleerd en beheerd via nauwere samenwerking met andere landen binnen de OESO en de G20. Het EESC heeft er reeds op gewezen dat de belastingmaatregelen voor de digitalisering van de economie op internationaal niveau moeten worden gecoördineerd, samen met de ontwikkeling van instrumenten en operationele oplossingen (10).

4.8.4.

E-commerce is een zeer belangrijke sector voor kmo’s. De grensoverschrijdende handel is echter al versnipperd als gevolg van diverse bestaande belemmeringen en het EESC is bezorgd over het feit dat in de mededeling niet wordt verwezen naar het creëren van een gunstig kader voor kmo’s via dit ambitieuze actieplan. Volgens de Eurobarometer van september verkoopt slechts 4 % van de kmo’s hun goederen aan consumenten in andere lidstaten (11).

4.8.5.

Het voorstel om platforms een rapportageverplichting voor de douane op te leggen, is een mogelijke last voor legitieme ondernemingen. Platforms beschikken over belangrijke gegevens die de douane zou kunnen gebruiken, maar daarvoor zijn specifieke investeringen in IT-software nodig die deze gegevens kan verzamelen en verstrekken. Het gebruik van geautomatiseerde robotsystemen moet onmiddellijk worden onderzocht, aangezien die van onschatbare waarde kunnen zijn bij het vergemakkelijken van het rapportageverplichtingsproces. Bovendien is het EESC van mening dat die ondernemingen de nodige financiering moeten krijgen indien aan hen wordt gevraagd gegevens te verzamelen die zij anders niet nodig zouden hebben. Het beheer van die gegevens is van groot belang voor de bestrijding van douane- en btw-fraude, onderwaardering, valse oorsprongsverklaringen enz. Het EESC heeft reeds gepleit voor de ontwikkeling van een Europese standaard voor het verzamelen van gegevens en informatie over gebruikers die platforms aan de belastingautoriteiten moeten meedelen (12).

4.8.6.

Het EESC is echter ingenomen met de huidige herziening door de Commissie van de rol en verplichtingen van elektronische marktplaatsen, die meer aansprakelijkheid en verantwoordelijkheden zouden moeten krijgen als het erom gaat te controleren of de goederen die op hun platforms worden verkocht, aan de voorschriften voldoen en veilig zijn.

4.9.   De naleving bevorderen

4.9.1.

Betrouwbare handelaren worden reeds beloond met voordelen als zij zich aan de EU-douanewetgeving houden. Het EESC steunt de voorgestelde monitoring van bestaande preferentiële overeenkomsten met derde landen. Een alomvattende analyse van de internationale systemen van de EU voor samenwerking en wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken zou tot een betere handhaving leiden.

4.9.2.

Het EESC staat volledig achter het voorstel om het éénloketsysteem van de EU uit te rollen, hetgeen als een “win-winproject” kan worden beschouwd. De particuliere sector zou er baat bij hebben als er met één handeling kan worden gerapporteerd, en de verschillende autoriteiten de benodigde gegevens zouden kunnen selecteren. Dat is een duidelijke stap voorwaarts voor alle betrokken partijen en naar verwachting zal dat de ondernemingen in de eerste zeven jaar van de uitvoering tot 690 miljoen EUR aan besparingen op de douaneadministratie opleveren.

4.9.3.

Het is echter nogal moeilijk te begrijpen hoe in de voorgestelde analyse van de douane-unie kan worden gesuggereerd dat de elektronische systemen verouderd zijn, en dat nog geen vier jaar na de goedkeuring van het voorstel.

4.9.4.

De versnipperde sancties wegens niet-naleving die in de lidstaten worden toegepast, leiden tot concurrentieverstoringen op de interne markt. Tegelijkertijd kunnen daardoor zwakkere schakels in het systeem ontstaan. De totstandbrenging van een solide en uniform kader zou de douane-unie als geheel meer slagkracht geven. Hoewel dat in theorie uitstekend klinkt, vraagt het EESC zich af hoe de Commissie dat denkt te integreren, aangezien het voorstel van 2013 over hetzelfde onderwerp werd verworpen.

4.9.5.

Bovendien is het moeilijk om hetzelfde controleniveau te bereiken als het aantal douanebeambten varieert van 7 tot 70 per 100 000 inwoners, afhankelijk van de lidstaat (13). Het EESC beveelt aan minimumnormen voor de controle en voor het vereiste aantal personeelsleden toe te voegen.

4.9.6.

De COVID-19-crisis heeft de tekortkomingen van het douanesysteem aan het licht gebracht, met verscheidene gevallen van niet-conforme en onveilige producten die het grondgebied van de EU hebben bereikt. Het EESC acht het van groot belang dat er zo snel mogelijk uitvoeringshandelingen voor de verordening markttoezicht (14) worden goedgekeurd.

4.9.7.

Bovendien steunt het EESC het voorstel om speciale aandacht te besteden aan de toepassing van preferentiële oorsprongsregels en procedures op de 41 vrijhandelsovereenkomsten van de EU. Wat andere handelspartners betreft, met name China, heeft de exponentiële groei van e-commerce de bestaande uitdagingen voor de douane alleen maar vergroot. Vandaar de volkomen normale bezorgdheid om waar nodig te evalueren en wetgeving vast te stellen.

4.10.   Optreden als één douaneautoriteit

4.10.1.

Uit analyse blijkt dat grensoverschrijdende samenwerking aanzienlijk kan worden verbeterd. Het EESC beseft dat de enige weg voorwaarts erin bestaat te zorgen voor meer en betere samenwerking tussen de douaneautoriteiten van de verschillende lidstaten en tussen de douane en andere nationale autoriteiten. De uitwisseling van beste praktijken zou eveneens de productiviteit van de douanediensten kunnen verhogen.

4.10.2.

Er is behoefte aan aanzienlijke investeringen voor de aankoop van douanecontroleapparatuur die nodig is om die samenwerking in praktijk te brengen. Het EESC merkt op dat de Commissie er in het oorspronkelijke voorstel (15) mee heeft ingestemd om slechts 80 % van de benodigde investeringen te dekken. De lidstaten moeten de overige 20 % voor hun rekening nemen. Gezien de financiële situatie waarin die landen zich als gevolg van de COVID-19-pandemie bevinden, verwacht het EESC niet dat alle 27 lidstaten die bedragen in 2021 zullen kunnen investeren.

4.10.3.

Tot slot legt de Commissie het controversiële voorstel op tafel om tegen 2023 een effectbeoordeling voor te bereiden over de oprichting van een EU-douaneagentschap. Het EESC betwijfelt of de lidstaten daarmee zullen instemmen.

Brussel, 24 maart 2021.

De voorzitter van het Europees Economisch en Sociaal Comité

Christa SCHWENG


(1)  PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(2)  PB L 169 van 25.6.2019, blz. 1.

(3)  Advies van het EESC over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling, als onderdeel van het Fonds voor geïntegreerd grensbeheer, van het instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur (PB C 62 van 15.2.2019, blz. 67).

(4)  PB C 367 van 10.10.2018, blz. 39.

(5)  PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1.

(6)  PB C 246 van 28.7.2017, blz. 22.

(7)  Tweede tweejaarlijks verslag over de vooruitgang in de ontwikkeling van de EU-douane-unie en haar governance.

(8)  PB C 62 van 15.2.2019, blz. 67.

(9)  Modernisering van de btw voor grensoverschrijdende e-commerce.

(10)  PB C 364 van 28.10.2020, blz. 62.

(11)  Flash Eurobarometer 486.

(12)  PB C 364 van 28.10.2020, blz. 62.

(13)  Enquête van de Union of Finance Personnel in Europe.

(14)  PB L 169 van 25.6.2019, blz. 1.

(15)  COM(2018) 321 final.


Top