EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52014XG0614(08)

Conclusies van de Raad van 21 mei 2014 over cultureel erfgoed als strategische hulpbron voor een duurzaam Europa

OJ C 183, 14.6.2014, p. 36–38 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

14.6.2014   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 183/36


Conclusies van de Raad van 21 mei 2014 over cultureel erfgoed als strategische hulpbron voor een duurzaam Europa

2014/C 183/08

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

ONDERKENNENDE DAT:

1.

in het Verdrag is bepaald dat de Unie toeziet op de instandhouding en ontwikkeling van het Europese culturele erfgoed;

2.

cultureel erfgoed bestaat uit rijkdommen die uit het verleden zijn geërfd, in alle vormen en aspecten — materieel, immaterieel en digitaal (van oorsprong digitaal en gedigitaliseerd), waaronder monumenten, opgravingen, landschappen, vaardigheden, gebruiken, kennis en uitingen van menselijke creativiteit, alsmede collecties die worden bewaard en beheerd door openbare en particuliere instellingen zoals musea, bibliotheken en archieven. Cultureel erfgoed komt voort uit de interactie, door de jaren heen, tussen mensen en locaties, en evolueert voortdurend. Deze rijkdommen zijn van grote waarde voor de samenleving, zowel op cultureel, sociaal, economisch als milieugebied; derhalve is het duurzaam beheer ervan een strategische keuze voor de 21e eeuw;

3.

cultureel erfgoed een belangrijke troef is voor Europa en een belangrijk onderdeel van het Europese project;

4.

het cultureel erfgoed een niet-hernieuwbare hulpbron vormt die uniek, onvervangbaar en onverwisselbaar is; momenteel doen zich in dit verband belangrijke uitdagingen voor als gevolg van culturele, ecologische, sociale, economische en technologische veranderingen die van invloed zijn op alle aspecten van het hedendaagse leven.

BEKLEMTONEND DAT:

5.

cultureel erfgoed een belangrijke rol speelt bij het tot stand brengen en vergroten van het sociaal kapitaal, aangezien het:

a)

burgers kan aanzetten tot deelneming aan het openbare leven, en het deze participatie kan bevorderen;

b)

de levenskwaliteit en het welzijn van individuen en hun gemeenschappen kan verbeteren;

c)

de diversiteit en de interculturele dialoog bevordert door bij te dragen tot het gevoel deel uit te maken van een grotere gemeenschap, en doordat wederzijds begrip en respect tussen volkeren erdoor worden vergroot;

d)

bij kan dragen tot het verminderen van sociale ongelijkheid, het faciliteren van sociale inclusie alsmede culturele en sociale participatie, en het bevorderen van de dialoog tussen de generaties en de sociale cohesie;

e)

mogelijkheden kan bieden voor het ontwikkelen van vaardigheden, kennis, creativiteit en innovatie;

f)

een doeltreffend educatief instrument kan zijn voor het formele, niet-formele en informele onderwijs, een leven lang leren en opleiding;

6.

cultureel erfgoed een belangrijk economisch effect heeft, onder meer als integraal deel van de culturele en de creatieve sector, omdat het onder andere:

a)

een krachtige motor is voor inclusieve lokale en regionale ontwikkeling en aanzienlijke externe effecten heeft, met name via de bevordering van duurzaam cultureel toerisme;

b)

duurzame plattelands- en stadsontwikkeling en stadsvernieuwing ondersteunt, zoals geïllustreerd wordt door initiatieven van vele Europese regio’s en steden;

c)

uiteenlopende soorten werkgelegenheid genereert;

7.

cultureel erfgoed een specifieke rol speelt in de verwezenlijking van de doelstellingen van de Europa 2020-strategie voor een „slimme, duurzame en inclusieve groei” omdat het sociale en economische gevolgen heeft en bijdraagt tot de duurzaamheid van het milieu;

8.

cultureel erfgoed aan meer gebieden raakt dan louter aan cultuur, en verschillende terreinen van het overheidsbeleid bestrijkt, zoals regionale ontwikkeling, sociale cohesie, landbouw, maritieme aangelegenheden, milieu, toerisme, onderwijs, de digitale agenda, onderzoek en innovatie. Het beleid op al deze terreinen heeft een direct of indirect effect op het culturele erfgoed, terwijl het cultureel erfgoed op zijn beurt veel mogelijkheden biedt voor het verwezenlijken van de verschillende beleidsdoelstellingen. Dit potentieel dient derhalve ten volle te worden onderkend en ontwikkeld.

ROEPT DE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE OP OM, BINNEN HUN BEVOEGDHEDEN EN MET INACHTNEMING VAN HET SUBSIDIARITEITSBEGINSEL:

9.

de intrinsieke waarde van cultureel erfgoed te onderkennen en het potentieel van cultuur en cultureel erfgoed te benutten als een gemeenschappelijke strategische hulpbron voor de totstandbrenging van een samenleving die stoelt op democratische, ethische, esthetische en ecologische waarden, met name wanneer zich een crisis voordoet;

10.

de dialoog met de belanghebbenden op het gebied van cultureel erfgoed te versterken met het oog op het bepalen en uitvoeren van gecoördineerde beleidslijnen en acties voor het duurzaam beheer en de duurzame ontwikkeling van het cultureel erfgoed, en tevens de samenwerking met internationale en intergouvernementele organisaties, in het bijzonder met de Raad van Europa, te stimuleren;

11.

de beschikbare middelen te gebruiken om het cultureel erfgoed te ondersteunen, te bevorderen en te promoten op geïntegreerde en omvattende wijze, daarbij rekening houdend met de culturele, economische, sociale, wetenschappelijke en milieuaspecten van het cultureel erfgoed;

12.

bij te dragen tot de integratie van cultureel erfgoed in het nationale en het Europese beleid;

13.

de cultuurbeleidoverstijgende synergieën tussen het EU-beleid en het beleid van de lidstaten in kaart te brengen en hierop voort te bouwen, bijvoorbeeld op het gebied van regionale ontwikkeling, cohesie, landbouw, maritieme aangelegenheden, milieu, energie en klimaatverandering, toerisme, onderwijs, onderzoek en innovatie, teneinde een meerwaarde te creëren;

14.

waar mogelijk de toegang tot financiering te verbeteren, ten volle gebruik te maken van de beschikbare programma's voor de publieke en de private sector en investeringen in cultureel erfgoed aan te moedigen in het kader van geïntegreerde strategieën voor duurzame lokale en regionale ontwikkeling binnen het kader van de beschikbare nationale en EU-programma's, alsmede in het kader van de EU-structuurfondsen overeenkomstig de partnerschapsovereenkomsten;

15.

steun te blijven verlenen aan de maatregelen van de EU voor het Europees erfgoedlabel (1);

16.

voort te gaan met het bevorderen van onderwijs betreffende het cultureel erfgoed, het publiek bewust te maken van het potentieel dat cultureel erfgoed heeft voor duurzame ontwikkeling, en het publiek, met name kinderen en jongeren, in samenwerking met het maatschappelijk middenveld, ertoe aan te zetten hieraan deel te nemen;

17.

het verzamelen en analyseren van kwalitatieve en kwantitatieve gegevens over cultureel erfgoed te verbeteren, met inbegrip van statistische gegevens;

18.

de financiering, ontwikkeling en verspreiding van digitale culturele inhoud en de beschikbaarheid van innovatieve diensten van culturele en educatieve waarde voor de burgers te bevorderen, evenals de toegang van het publiek tot deze digitale erfgoedbronnen en -diensten, onder meer via Europeana.

ROEPT DE LIDSTATEN OP OM:

19.

langetermijnmodellen voor erfgoedbeleid te stimuleren die empirisch onderbouwd zijn en voortkomen uit de maatschappij en de burgers;

20.

de rol van cultureel erfgoed in duurzame ontwikkeling te versterken, met bijzondere aandacht voor projecten op het gebied van ruimtelijke ordening, vernieuwing en rehabilitatie;

21.

aan te moedigen tot het opzetten van netwerken en partnerschappen tussen cultureel-erfgoedbeleid en andere beleidsterreinen, tussen publieke en particuliere actoren op alle betrokken gebieden en op verschillende bestuursniveaus;

22.

te overwegen cultureel erfgoed op te nemen in het kader voor het volgende Werkplan voor cultuur van de Raad, dat vanaf 2015 wordt uitgevoerd;

23.

de grensoverschrijdende, interregionale en transnationale samenwerking inzake cultureel erfgoed met de relevante belanghebbenden te intensiveren;

24.

de traditionele kennis en vaardigheden te cultiveren die nodig zijn voor de instandhouding, het duurzaam beheer en de ontwikkeling van het culturele erfgoed, en die moeten worden doorgegeven aan de toekomstige generaties, teneinde het menselijke kapitaal te vergroten en de culturele rijkdommen van Europa blijvend te beschermen en toegankelijk te laten blijven;

25.

verder samen te werken aan een onderzoeksagenda voor cultureel erfgoed en de steun voor onderzoeksinitiatieven betreffende cultureel erfgoed binnen het EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie Horizon 2020, zoals het gezamenlijk programmeringsinitiatief inzake cultureel erfgoed en veranderingen in het aardsysteem, te versterken.

VERZOEKT DE COMMISSIE OM:

26.

voort te gaan met de analyse van het economische en sociale effect van het cultureel erfgoed in de EU, en bij te dragen tot de ontwikkeling van een strategische aanpak voor cultureel erfgoed;

27.

rekening te houden met de herziening van de Europa 2020-strategie, de bijdrage van het cultureel erfgoed aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de strategie;

28.

het specifieke karakter van cultureel erfgoed in aanmerking te nemen bij de toepassing van de voorschriften inzake staatssteun;

29.

de uitwisseling en toepassing te stimuleren van beste praktijken die het resultaat zijn van projecten die zijn gefinancierd uit EU-programma's ter stimulering van het duurzaam gebruik en beheer van het cultureel erfgoed;

30.

het netwerken door erfgoeddeskundigen en -veldwerkers uit de publieke en de private sector alsmede door maatschappelijke organisaties, alsook de samenvoeging van hun middelen, op EU-niveau te blijven steunen.


(1)  PB L 303 van 22.11.2011, blz. 1.


Top