EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011XC1214(05)

Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

OJ C 364, 14.12.2011, p. 25–28 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

14.12.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 364/25


Bekendmaking van een aanvraag overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen

2011/C 364/10

Deze bekendmaking verleent het recht om op grond van artikel 7 van Verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad (1) bezwaar aan te tekenen tegen de aanvraag. Bezwaarschriften moeten de Commissie bereiken binnen zes maanden te rekenen vanaf de datum van deze bekendmaking.

SAMENVATTING

VERORDENING (EG) Nr. 510/2006 VAN DE RAAD

„BOVŠKI SIR”

EG-nummer: SI-PDO-0005-0423-29.10.2004

BOB ( X ) BGA ( )

Deze samenvatting bevat de belangrijkste gegevens uit het productdossier ter informatie.

1.   Bevoegde dienst van de lidstaat:

Naam:

Ministrstvo RS za kmetijstvo, gozdarstvo in prehrano

Adres:

Dunajska cesta 22

SI-1000 Ljubljana

SLOVENIJA

Tel.

+386 14789000

Fax

+386 14789055

E-mail:

varnahrana.mkgp@gov.si

2.   Groepering:

Naam:

Društvo rejcev drobnice Bovške

Adres:

Soča 50

SI-5232 Soča

SLOVENIJA

Tel.

+386 53889510

Fax

E-mail:

Samenstelling:

Producenten/verwerkers ( X ) Andere ( )

3.   Productcategorie:

Categorie 1.3:

Kaas

4.   Productdossier:

(samenvatting van de in artikel 4, lid 2, van Verordening (EG) nr. 510/2006 voorgeschreven gegevens)

4.1.   Naam:

„Bovški sir”

4.2.   Beschrijving van het product:

„Bovški sir” wordt ingedeeld bij de harde, volvette kazen. Hij wordt vervaardigd van rauwe schapenmelk die afkomstig is van het inheemse Bovec-schapenras maar hij kan ook tot 20 % koemelk of geitenmelk bevatten.

De ronde, hele kazen hebben een diameter van 20-26 cm, zijn 8-12 cm hoog en wegen 2,5 tot 4,5 kg. De korst is vast en glad en grijsbruin tot lichtbeige van kleur. De zijden zijn lichtjes bolrond en de hoeken lichtjes afgerond.

De kaas is vast, soepel, compact, laat nette breuklijnen zien, en breekt gemakkelijk maar is niet bros. Hij is uniform grijsbeige van kleur en heeft spaarzaam maar gelijkmatig verspreide gaten ter grootte van een lins of een erwt, en hier en daar kleinere gaatjes en barstjes. De textuur van de rijpere kazen is compacter en breekbaarder.

Het aroma en de smaak zijn vol, intens en lichtjes pikant. Wanneer koemelk of geitenmelk wordt toegevoegd, zijn de smaak en het aroma wat milder.

Bovški sir bevat ten minste 60 % droge stof en 45 % vet in de droge stof.

4.3.   Geografisch gebied:

Het gebied waar de melk voor Bovški sir en ook de kaas wordt geproduceerd is in het noorden en het westen afgebakend door de nationale grens met Italië, van Mali Mangart en Veliki Mangart tot de grensovergang in Učje. Vanaf de grens loopt de perimeter van het gebied door Mali Muzec en Veliki Muzec, omheen geheel Planina Božca naar Na Vrhu, naar Hrib, doorheen Pirovec, Krasji Vrh, Planina Zaprikraj, Zapleč tot Lopatnik en Krn, Mali Šmohor, Bogatin, Vratca tot Lanževica, Mala Vrata, Velika Vrata, Travnik, Malo Špičje en Kanjevec, door Triglav, Luknja, Križ, Prisojnik, Mala Mojstrovka, voorbij Travnik naar Jalovec, Kotovo Sedlo, Mali Mangart en terug naar de nationale grens met Italië. Alle bovengenoemde grensgebieden liggen in het geografische gebied.

4.4.   Bewijs van de oorsprong:

De hierna vermelde procedures en maatregelen worden toegepast om de traceerbaarheid van Bovški sir te garanderen.

Melkproductie: De melk moet geproduceerd worden in het afgebakende geografische gebied. Met het oog op een geschikte rassensamenstelling van het melkveebeslag moet een stamboek worden bijgehouden. De veehouderijen moeten ook de voederrantsoenen en de aankopen van voeder registreren.

Melkophaling: De melk die bestemd is voor de productie van Bovški sir, moet gescheiden van andere melk worden opgehaald en opgeslagen. De hoeveelheden melk (schapen-, geiten- en koemelk) die dagelijks per landbouwbedrijf worden geproduceerd en aangekocht, moeten worden geregistreerd.

Verwerking van de melk: De producenten van de Bovški sir moeten de dagelijks verwerkte hoeveelheden melk en de dagelijks geproduceerde partijen kaas registreren. Eén partij is de hoeveelheid kaas die van één hoeveelheid gestremde melk wordt bereid. Wanneer op een bepaalde datum slechts één partij kaas wordt bereid, wordt deze datum eveneens gebruikt om de partij te benoemen.

Rijping van de kaas: Om de garanderen dat iedere partij kaas ten minste 60 dagen rijpt, moeten de producenten ook de gegevens met betrekking tot de rijping registreren. De datum waarop de kaas wordt geproduceerd, is tevens de datum waarop de rijping van start gaat.

4.5.   Werkwijze voor het verkrijgen van het product:

Bovški sir wordt vervaardigd met rauwe schapenmelk die afkomstig is van het inheemse Bovec-ras, of met een mengsel van schapen-, geiten- en koemelk. Het aandeel geiten- of koemelk mag niet meer bedragen dan 20 % van de totale hoeveelheid melk.

De productie van Bovški sir wordt beperkt tot de lactatieperiode van de dieren die samenvalt met de vegetatieperiode van de weilanden waarop de melkveebeslagen grazen. Het grootste gedeelte van het basisrantsoen tijdens de lactatieperiode van de dieren is afkomstig van de weilanden, hoewel het groenvoer met hooi en kuilvoer kan worden aangevuld. Het basisrantsoen moet goed zijn voor ten minste 75 % van de droge stof van het dagelijkse rantsoen.

Voor de productie van Bovški sir wordt gebruik gemaakt van gerijpte melk waaraan, vóór de stremming, verse melk mag worden toegevoegd. De melk moet gedurende ten minste 12 uur rijpen; hierdoor komt een inheemse microflora tot ontwikkeling en is verzekerd dat de melk een geschikte zuurgraad bereikt. Om de gisting te bespoedigen, mag gebruik worden gemaakt van op het landbouwbedrijf vervaardigde startculturen (hiervoor wordt een kleine hoeveelheid melk ten minste 12 uur bij een hoge temperatuur gerijpt) of van geselecteerde startculturen. Vóór de stremming wordt de melk opgewarmd tot een temperatuur van 35-36 °C. De stremming neemt 30 à 45 minuten in beslag. De wrongel wordt vervolgens tot brokken gesneden die aanvankelijk de grootte hebben van een boon of een erwt en na het drogen de grootte van tarwekorrels. De wrongel wordt overgebracht in vormen en aangedrukt; het persen neemt 4 tot 6 uur in beslag.

Het zouten kan als droogzouten (2 dagen — zouten en twee maal per dag omdraaien) of als nat zouten (gedurende 24 tot 48 uur). Na het zouten wordt ieder kaaswiel gemerkt met de datum waarop de rijping van de kaas is gestart of met de datum waarmee de partij werd benoemd. De rijping van Bovški sir neemt minstens 60 dagen in beslag. Het is zeer belangrijk dat de kaas tijdens de rijping wordt verzorgd (omgedraaid, geborsteld, schoongemaakt).

4.6.   Verband:

Bovški sir is een product dat reeds eeuwen geleden zijn belang had. Uit archeologische vondsten is ook gebleken dat de Bovec regio reeds duizenden jaren geleden werd gekoloniseerd. Derhalve wordt aangenomen dat de kaasmakerij in de hoge Alpenweiden in deze regio drieduizend jaar geleden, in het ijzertijdperk, tot ontwikkeling kwam.

De eerste archiefstukken met betrekking tot Bovec dateren van vóór 1174 terwijl de eerste meldingen over de kaasmakerij in deze regio dateren van de 14de eeuw. Uit kadasters en andere archiefdocumenten uit dit gebied blijkt dat kaas heel wat waard was aangezien de belasting op landbouwbedrijven, de visbelasting enz. berekend werden in hoeveelheden kaas (Rutar, 1882).

De naam Bovški sir (in het Italiaans, Formaggio di Plezo vero) werd voor het eerst vermeld in een uit de stad Videm (Udine — It) afkomstige prijslijst uit 1756 die ook aantoonde dat Bovški sir hogere prijzen haalde dan sommige andere kaassoorten.

De methoden om het vee op de weiden te laten grazen, kaas te maken en de alpenweiden te verzorgen, werden beschreven in „Pašni red” (voorschriften voor de verzorging van de weiden). Dr. Henrik Tuma schreef vóór de eerste wereldoorlog over de „Pašni red” en de werkdag op Zapotok, een alpenweide boven Zadnja Trenta, een uiteenzetting die in de Planinski Vestnik werd gepubliceerd. Hieruit blijkt dat Bovški sir, rekening houdend met de technologische vooruitgang, vandaag de dag nog grotendeels op dezelfde wijze wordt bereid als eeuwen gelden het geval was.

Door de hoge alpenweiden en steile hellingen is er in het geografische gebied weinig plaats voor intensieve landbouw. Het hele geografische gebied is gelegen in een Natura-2000 gebied en een groot gedeelte van het geografische gebied ligt ook in het nationale park Triglav. Het geografische gebied wordt gekenmerkt door een alpien-continentaal klimaat dat ten dele de invloed ondergaat van het mediterrane klimaat dat op zijn beurt het binnenland indringt langs de Soča rivier. Het neerslagniveau is doorheen het jaar hoog (het gemiddelde niveau voor 1961-1990 bedroeg in Bovec 2 735 mm/jaar). Door de hoge toppen in de omgeving, zijn sommige valleien tot twee maanden per jaar verstoken van zonneschijn. Niettegenstaande de overvloedige neerslag, wordt de grasopbrengst regelmatig beperkt door droogte en door strakke winden die de schrale gronden aantasten, waardoor de regio het best geschikt is om schapen en geiten te houden.

De schapenmelk die wordt gebruikt om Bovški sir te produceren, is afkomstig van het inheemse Bovec-ras dat zich eeuwenlang in de bovenvallei van de Soča ontwikkelde en naar de stad Bovec werd genoemd. Het Bovec schapenras is een karakteristiek melkras met een fijne kop en korte oren. Tot op de dag van vandaag wordt bij het fokken ervan een fundamentele doelstelling nagestreefd, namelijk schapen fokken die zijn uitgerust voor de moeilijke omstandigheden waarin ze worden gehouden en die op moeilijk terrein en op alpen- en bergweiden kunnen grazen, en ervoor zorgen dat deze schapen vreedzame en robuuste dieren zijn die een lang leven beschoren is. De melk van Bovec-schapen heeft een hoger vetgehalte in de droge stof dan die van de overige melkrassen in Slovenië hetgeen zowel van invloed is op de kaasopbrengst als op de smaak van de kaas.

Tijdens de lactatieperiode graast het melkvee, de schapen die de melk voor Bovški sir produceren, op weiden doorheen het gehele gebied. De schapen grazen op de traditionele wijze die op financieel vlak tevens de enige haalbare wijze is. Dat wil zeggen dat de schapen tijdens de periode dat zij de melk voor Bovški sir produceren, hoofdzakelijk verse grassen verorberen, hetgeen in grote mate bijdraagt aan de typische smaak en het aroma van Bovški sir. Het weideland kan bogen op een uitzonderlijk diverse flora als gevolg van de hoogteligging, het klimaat en de geologische samenstelling van de bodem. In het geografische gebied nemen planten die typisch zijn voor alpiene, continentale of mediterrane gebieden een belangrijke plaats in.

4.7.   Controlestructuur:

Naam:

Bureau Veritas d.o.o.

Adres:

Linhartova cesta 49 a

SI-1000 Ljubljana

SLOVENIJA

Tel.

+386 14757600

Fax

+386 14757601

E-mail:

info@si.bureauveritas.com

4.8.   Etikettering:

Kazen die aan alle vereisten in het productdossier voldoen, worden gemerkt met de naam van de producent, de benaming „Bovški sir” en het logo van het product (zie hieronder), het desbetreffende EU-logo en het nationale kwaliteitssymbool. Indien gebruik is gemaakt van geiten- of koemelk, moeten de desbetreffende percentages worden vermeld.

De producenten mogen ook vermelden of de kaas langer dan een jaar heeft gerijpt en of hij in een kaasmakerij in het gebergte is geproduceerd.

Image


(1)  PB L 93 van 31.3.2006, blz. 12.


Top