EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52011XG0122(01)

Conclusies van de Raad over Speciaal verslag nr. 4/2010 van de Rekenkamer: „Zijn de opzet en het beheer van de mobiliteitsregeling van het Leonardo da Vinci-programma zodanig dat er concrete resultaten kunnen worden geboekt?”

OJ C 22, 22.1.2011, p. 1–2 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

22.1.2011   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 22/1


Conclusies van de Raad over Speciaal verslag nr. 4/2010 van de Rekenkamer:

„Zijn de opzet en het beheer van de mobiliteitsregeling van het Leonardo da Vinci-programma zodanig dat er concrete resultaten kunnen worden geboekt?”

2011/C 22/01

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

GEZIEN de conclusies van de Raad over de verbetering van de behandeling van de speciale verslagen van de Rekenkamer in het kader van de kwijtingsprocedure (1),

ERAAN HERINNEREND dat het Leonardo da Vinci-programma een subprogramma van het programma Een leven lang leren (2007-2013) is, en dat de Europese Commissie, in samenwerking met de nationale autoriteiten, verantwoordelijk is voor de uitvoering en follow-up ervan,

EN IN HET BESEF dat mobiliteitsprojecten het grootste deel van dat subprogramma uitmaken,

1.

IS INGENOMEN met Speciaal verslag nr. 4/2010 van de Rekenkamer, dat een evaluatie bevat van de opzet en het beheer van de mobiliteitsregeling van het Leonardo da Vinci-programma, dat een onderdeel is van het programma Een leven lang leren (2).

2.

NEEMT NOTA van de bij het verslag gevoegde antwoorden van de Europese Commissie.

3.

LOOFT de maatregelen die reeds zijn genomen om de aanpak van de Commissie ter zake van het beheer van het Leonardo da Vinci-programma te verbeteren.

4.

ONDERSCHRIJFT de algemene conclusie van de Rekenkamer dat, hoewel verdere inspanningen moeten worden geleverd om de werking van de mobiliteitsregeling van het Leonardo da Vinci-programma te verbeteren, de opzet en het beheer van de regeling wel degelijk tot concrete resultaten kunnen leiden.

5.

ONDERSCHRIJFT DESALNIETTEMIN de aanbevelingen in het verslag van de Rekenkamer, en VERZOEKT DE COMMISSIE met betrekking tot zowel het lopende als het toekomstige programma:

a)

het systeem voor rapportage over de resultaten van het Leonardo da Vinci-programma te verbeteren, en een alomvattend systeem voor het meten van het effect ervan in te voeren, waarbij de totale administratieve lasten tot een minimum moeten worden beperkt, met name door onverwijld de laatste hand leggen aan de desbetreffende toepassingen en instrumenten;

b)

de nationale autoriteiten meer kwalitatieve feedback te geven, waarbij een beknopt beeld van de nationale uitvoering wordt geschetst en de sterke en zwakke punten worden belicht;

c)

de procedure voor het beoordelen van de aanvragen te verbeteren door bijvoorbeeld verder te werken aan een beoordelingshandboek voor beoordelaars, en door de kosteneffectiviteit te bepalen van aanvraagcontroles die tijdens kwaliteits- en effectbeoordelingsbezoeken aan deelnemende landen worden uitgevoerd;

d)

haar kwaliteits- en effectbeoordelingssysteem te verbeteren, en dat te coördineren met de jaarlijkse activiteitenrapportage die momenteel door de nationale agentschappen wordt verricht, waarbij ervoor moet worden gewaakt dat hun werklast niet toeneemt;

e)

de opzet van het werkprogramma en van het jaarlijks verslag op elkaar af te stemmen, zodat de resultaten kunnen worden vergeleken met de geplande prestaties;

f)

de mogelijkheden te verkennen voor een gebruiksvriendelijk en doeltreffend instrument waarmee naar een partnerinstelling kan worden gezocht, teneinde de plaatsing van buitenlandse deelnemers te vergemakkelijken;

g)

de Raad uiterlijk in juni 2012 op de hoogte te stellen van de voortgang die met de uitvoering van deze aanbevelingen is geboekt.

6.

VERZOEKT DE LIDSTATEN EN DE COMMISSIE om met de aanbevelingen in het speciaal verslag rekening te houden binnen de ruimere context van de voorbereidingen voor, en de besprekingen over, de volgende generatie van EU-programma's op het gebied van onderwijs en opleiding.


(1)  Doc. 7515/00 FIN 127 van 3 april 2000 + COR 1 van 12 april 2000.

(2)  Speciaal verslag nr. 4/2010: „Zijn de opzet en het beheer van de mobiliteitsregeling van het Leonardo da Vinci-programma zodanig dat er concrete resultaten kunnen worden geboekt?” (doc. 14619/10 FIN 452 EDUC 160 SOC 624 van 7 oktober 2010).


Top