EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52009AR0201

Advies van het Comité van de Regio's over het programma van Stockholm: een nieuw meerjarenprogramma voor de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht — kansen en uitdagingen

PB C 79 van 27.3.2010, p. 37–44 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

27.3.2010   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 79/37


Advies van het Comité van de Regio's over het programma van Stockholm: een nieuw meerjarenprogramma voor de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht — kansen en uitdagingen

(2010/C 79/08)

I.   BELEIDSAANBEVELINGEN

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S WIJST OP HET VOLGENDE:

Algemene aanbevelingen

1.

De Commissie is terecht van plan om verder te werken aan de totstandbrenging van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht ten dienste van de burger, die inderdaad van groot belang is in een wereld met toenemende mobiliteit.

2.

Het is ook een goede zaak dat de Commissie de EU van een nieuw meerjarenprogramma wil voorzien waarin voor de komende vijf jaar de prioriteiten inzake de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht worden geformuleerd. In de Commissiemededeling wordt echter nergens verwezen naar de veranderingen die op dit gebied zullen ontstaan als het Verdrag van Lissabon in werking treedt.

3.

Om op dit gebied werkelijk vooruitgang te boeken moet het programma wel ambitieus genoeg zijn. En om de efficiëntie ervan te verhogen dienen de resultaten van de in de afgelopen tien jaar uitgevoerde initiatieven beter geëvalueerd te worden.

4.

Het baart het CvdR ook nu weer zorgen dat de Commissie te weinig aandacht besteedt aan de rol die lokale en regionale overheden spelen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht.

5.

Lokale en regionale overheden zijn van bijzonder belang voor de onderwerpen die in de mededeling aan de orde komen, omdat zij een directe invloed hebben op het dagelijks leven van de burgers in de EU en op de aangelegenheden van gemeenten en regio's.

6.

Als politieke assemblee die de lokale en regionale overheden vertegenwoordigt, is het CvdR één van de aangewezen instanties om de belangen van de Europese burgers te behartigen en om ervoor te zorgen dat zij hun plichten nakomen en dat hun rechten worden gerespecteerd.

7.

Het CvdR zou, voor zover het zijn werkgebied betreft, moeten worden betrokken bij de werkzaamheden in het kader van de Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht en daarom ook een rechtstreekse inbreng moeten hebben in de ontwikkeling en uitvoering van het programma van Stockholm en het bijbehorende actieplan én in de ontwikkeling en toepassing van de evaluatiemechanismen en -instrumenten die hierin worden aangegeven.

8.

Het CvdR onderstreept zijn vaste voornemen om op diverse niveaus een systeem voor de bescherming van grondrechten van de grond te helpen krijgen en stelt met tevredenheid vast dat de burgers steeds centraler komen te staan naarmate de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht gestalte krijgt.

9.

Door duidelijke instrumenten te ontwikkelen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht dient er gestreefd te worden naar een evenwicht tussen enerzijds veiligheid en anderzijds de bescherming van grondrechten en fundamentele vrijheden.

10.

Helaas zijn de verwachte vorderingen vooralsnog uitgebleven. Wat dit betreft zouden de lidstaten moeten beseffen dat de rechten en vrijheden van de Europese burger gevaar kunnen lopen als er door hun toedoen geen vooruitgang wordt geboekt met de totstandbrenging van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht.

11.

De Commissie wijst er terecht op dat een gegarandeerde uitvoering van de wetgeving van cruciaal belang is voor de ontwikkeling van een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. De uiteenlopende mate waarin de richtlijnen zijn omgezet baart ook het CvdR zorgen. De Commissie doet er daarom goed aan om er met behulp van nieuw uit te werken maatregelen voor te zorgen dat Europese wetgeving en beleidsmaatregelen naar vorm en geest worden omgezet in het nationale recht van de lidstaten.

12.

Vrijheid van verkeer is een pijler van het Europese burgerschap, en daarom zou de Commissie moeten zorgen voor een juiste omzetting van wetgeving met betrekking tot dit beginsel.

13.

Dankzij hun directe band met de burger kunnen lokale en regionale overheden van groot belang zijn voor de evaluatiemechanismen en -instrumenten. In dit licht zou het CvdR graag zien – zoals de groep op hoog niveau over de toekomst van het Europese justitiebeleid heeft aanbevolen – dat het betrokken wordt bij het opstellen van de regels ter zake, zodat beter rekening kan worden gehouden met de plaatselijk opgedane praktijkervaringen.

14.

Daarom moet de externe dimensie van het interne beleid van de Unie een duidelijke plaats krijgen in het programma van Stockholm. Daarbij zou met name kunnen worden ingegaan op gemeenschappelijke belangen op het gebied van legale en illegale migratie, asiel, samenwerking betreffende grensbewakingskwesties, terrorisme- en misdaadbestrijding, geografische accenten bij sommige onderwerpen, randvoorwaarden voor informatie-uitwisseling, garanties voor de bescherming van grond- en mensenrechten, transparantie en vrije toegang tot informatie, gegevensbescherming en bijbehorende waarborgen voor de rechtsbescherming van de burgers van de Unie en derde landen.

15.

Het justitie- en het binnenlands beleid moeten integraal worden afgestemd op de overige beleidsterreinen van de EU. Het is met name van belang dat het justitie-, het veiligheids- en het binnenlands beleid goed gecoördineerd wordt met het economisch beleid, het sociaal beleid en het buitenlands beleid van de EU; dat zal de efficiëntie en de coherentie hiervan ten goede komen.

16.

Het CvdR kan zich vinden in de politieke prioriteiten van het nieuwe programma. Bij het opbouwen van het Europa van de burger is de inbreng van lokale en regionale overheden essentieel. Bovendien verlenen zij meer democratische legitimiteit aan het proces.

17.

Het CvdR is het met de Commissie eens dat er voor de politieke prioriteiten genoeg geld moet worden vrijgemaakt. Bij het uitwerken van de financieringsinstrumenten voor de gebieden waarop lokale en regionale overheden over bevoegdheden beschikken dient de inbreng van deze overheden gegarandeerd te zijn.

18.

Het CvdR vindt dat in het in december 2009 goed te keuren actieplan de volledige inachtneming van het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel gewaarborgd moet zijn.

19.

Het subsidiariteitsbeginsel verdient ook om een andere reden speciale aandacht. De lidstaten kunnen het namelijk gebruiken om op bepaalde gebieden weer nationale bevoegdheden te claimen.

Een Europa van rechten

20.

Het is een goede zaak dat de EU wil toetreden tot het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Bescherming van de grondrechten dient een wezenlijk aspect te zijn van alle maatregelen die de EU en de lidstaten nemen.

21.

Het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie geldt voor iedereen, ongeacht zijn of haar nationaliteit of verblijfsstatus in de EU. Om voor sociale rust en samenhang te kunnen zorgen is het woonplaatsprincipe belangrijk voor lokale en regionale overheden.

22.

Uitvoering van de richtlijn inzake het vrije verkeer van personen is van cruciaal belang om het recht van Europese burgers en hun familieleden op een vrij verkeer en verblijf in de EU te waarborgen. Deze richtlijn is door geen enkele lidstaat volledig omgezet (1).

23.

Het CvdR stelt bezorgd vast dat langdurig ingezeten familieleden van EU-burgers, die onderdaan zijn van derde landen, bij hun toegang en verblijf op discriminerende beperkingen stuiten op grond van hun nationaliteit of etnische afkomst. Er zou nauwlettend voor gewaakt moeten worden dat om deze redenen gediscrimineerd wordt.

24.

Het CvdR staat achter elk initiatief om discriminatie, racisme, antisemitisme, xenofobie en homofobie te bestrijden en dringt erop aan dat het richtlijnvoorstel betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid snel wordt goedgekeurd. Lokale en regionale overheden, die al een zekere inbreng hebben in de voorlichting over de democratische grondbeginselen, zouden ook een grotere rol kunnen gaan spelen bij het voorkomen en opsporen van uitingen van xenofobie en racisme. Verder wijst het CvdR erop dat het Europees Jaar 2010 tegen armoede en sociale uitsluiting de kans biedt om opnieuw werk te maken van het formuleren en uitvoeren van maatregelen om discriminatie van kwetsbare bevolkingsgroepen tegen te gaan.

25.

Het CvdR is het met de Commissie eens dat er, gezien het grondrecht op een persoonlijke levenssfeer en op bescherming van persoonsgegevens, een integrale regeling ter bescherming van deze gegevens moet komen. Deze regeling dient vergezeld te gaan van adequate instrumenten en gekenmerkt te worden door een hoog beschermingsniveau.

26.

Door de ontwikkeling van de IC-technologie hebben de burgers te maken met een exponentieel toenemende hoeveelheid digitale informatie; dat is een verontrustend gegeven. De Europese burgers hechten groot belang aan de bescherming van hun persoonlijke levenssfeer en hun persoonsgegevens (2). In het programma van Stockholm en het daaropvolgend actieprogramma van de Commissie zou meer aandacht moeten worden besteed aan de ontwikkeling van een strategische, op „privacy by design”- en „privacy aware”-technologieën te baseren aanpak (3).

27.

Het CvdR maakt zich zorgen over de lage opkomst bij de Europese verkiezingen en geeft toe zich als EU-instelling onvoldoende voor een hogere opkomst te hebben ingezet. Helaas komt de Commissie niet met echt nieuwe ideeën om voor meer betrokkenheid bij het democratische leven in de EU te zorgen (4).

28.

De Commissie zou meer middelen moeten zoeken om andere, op de nieuwe technologieën gebaseerde participatievormen van de grond te krijgen en zou meer nadruk moeten leggen op het nut dat e-government en initiatieven zoals e-participatie kunnen hebben om de burger tot meer maatschappelijke en politieke activiteit aan te zetten (5).

29.

De Europese burgers moeten beter worden voorgelicht over hun rechten, vooral met betrekking tot de bescherming van de diplomatieke en consulaire instanties in een derde land waar hun eigen lidstaat niet vertegenwoordigd is.

30.

Het systeem van gemeenschappelijke opleidingen op het gebied van de civiele bescherming moet verbeterd worden. Het CvdR verwijst wat dit betreft naar de Future Group, die in haar eindrapport voorstelt om de opleidingen in een gezamenlijk netwerk onder te brengen en om de opleidingsnormen uniform te definiëren (6).

31.

Helaas krijgt de rol van de lokale en regionale overheden relatief weinig nadruk in de passages over mechanismen ter versterking van de civiele bescherming. Zij zijn namelijk wel van essentieel belang voor de preventie en, indien nodig, voor het mobiliseren van materiële en personele middelen.

Een Europa van recht en justitie

32.

Het CvdR wijst eens te meer op het belang van een Europese rechtsruimte en op de noodzaak om de in dit verband nog resterende obstakels te slechten, zodat Europese burgers ongehinderd hun rechten kunnen uitoefenen en een goede werking van de instrumenten van de interne markt gegarandeerd is.

33.

De verschillen tussen de 27 verschillende rechtsstelsels brengen uiteraard problemen met zich mee, maar niettemin doen de lidstaten er goed aan om in dit verband met wederzijdse erkenning en vertrouwen en met inachtneming van het subsidiariteitsbeginsel nauw en efficiënt samen te werken. Het Comité benadrukt dat die samenwerking moet worden geflankeerd door minimumharmonisatie van de rechten van de verdachte in het strafproces en minimumnormen voor civiele zaken.

34.

Toegang tot de rechter is van wezenlijk belang voor de Europese rechtsruimte. De Commissie doet wat dit betreft waardevolle voorstellen, vooral met betrekking tot e-Justice, bij de uitvoering waarvan gegevensbescherming gewaarborgd dient te zijn.

35.

Bij de justitiële samenwerking moet zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de mogelijkheden die de nieuwe technologieën bieden.

36.

Op het gebied van het familierecht moet de justitiële samenwerking worden opgevoerd, vooral als het om de rechten van minderjarigen gaat.

37.

Er zijn meer inspanningen nodig om te zorgen voor een correcte omzetting van de EU-wetgeving op het gebied van justitie en zo te voorkomen dat rechtsinstrumenten in hun juiste werking worden aangetast.

38.

Het CvdR deelt het standpunt van de Commissie dat de EU moet streven naar de wederzijdse erkenning van beslissingen tot ontzetting van rechten, vooral in gevallen waarin minderjarigen worden verboden een bepaald beroep uit te oefenen, maar zij moet er wel op toezien dat de persoonlijke gegevens beschermd worden bij de uitwisseling van informatie, zodat er geen misbruik van kan worden gemaakt.

39.

Onderwijs en kennis zijn inderdaad, zoals de Commissie schrijft, van cruciaal belang voor de totstandbrenging van een Europese rechtsruimte waarin diversiteit wordt gerespecteerd en samenwerking wordt gestimuleerd. Wat dit betreft zou zij programma's voor de uitwisseling van beroepsuitoefenaars tussen verschillende landen op poten moeten zetten.

40.

De Commissie wijst er terecht op dat de nationale civielrechtelijke regelingen inzake ernstige en grensoverschrijdende misdrijven beter op elkaar moeten worden afgestemd, zodat grensoverschrijdende activiteiten eenvoudiger worden en de rechten van de burgers beter beschermd kunnen worden – datgene wat met de Europese ruimte van recht wordt nagestreefd.

Een beschermend Europa

41.

Het is goed dat de Commissie in het veiligheids- en justitiebeleid de nadruk wil leggen op het respect voor de grondrechten van de burger, maar er moet wel voor evenwicht tussen veiligheid en bescherming van rechten en vrijheden worden gezorgd.

42.

Het CvdR is het met de Commissie eens dat er een gemeenschappelijke cultuur van veiligheidsfunctionarissen moet komen en kan zich daarom ook vinden in het initiatief om ervaringen en good practices uit te wisselen. Het is in dit verband zaak te wijzen op het belang van preventiemaatregelen als noodzakelijk preliminair onderdeel van het hele proces van misdaadbestrijding.

43.

Helaas spreekt de Commissie alleen van veiligheidsfunctionarissen die op nationaal niveau actief zijn, terwijl bij de totstandbrenging van een gemeenschappelijke veiligheidscultuur ook beroepsuitoefenaars van lokaal en regionaal overheidsniveau betrokken dienen te worden.

44.

Nagegaan zou moeten worden in hoeverre operationele grensoverschrijdende samenwerking door codificatie van het Europees politierecht zou kunnen worden vergemakkelijkt.

45.

Zonder te willen treden in de verdeling van bevoegdheden binnen elke lidstaat, is het CvdR wel van mening dat de territoriale instellingen die belast zijn met de uitvoering van de EU-wetgeving op politieel en veiligheidsgebied door middel van nieuw in te voeren mechanismen op een redelijke en goed geregelde manier gebruik moeten kunnen maken van de door de EU vastgelegde samenwerkings- en informatieprocedures (7).

46.

Er moet een impuls worden gegeven aan het gebruik en de efficiëntie van de technologische instrumenten die bedoeld zijn om de veiligheid en het vrije verkeer van personen te waarborgen. Het is echter wel verontrustend dat deze systemen zich zo snel ontwikkelen zonder dat ze naar behoren geëvalueerd worden.

47.

Het CvdR vindt eveneens dat het de moeite loont na te denken over een architectuur van informatiesystemen, zodat deze beter gaan functioneren, minder kosten en meer opleveren.

48.

Bij de ontwikkeling van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten op het gebied van veiligheid en bij de eventuele oprichting van een fonds voor interne veiligheid dienen de deskundigen van de lokale en regionale overheden te worden betrokken.

49.

Bij de bestrijding van misdrijven die de veiligheid van burgers aantasten – zoals, terrorisme, georganiseerde criminaliteit, vooral mensenhandel, drugshandel of seksuele uitbuiting van minderjarigen – is preventie even belangrijk als vervolging. Voor de ontwikkeling van preventiestrategieën zijn lokale en regionale overheden van cruciaal belang.

50.

Verbeteringen van de Europese samenwerking op politieel en justitieel gebied zijn per definitie een goede zaak. Lokale en regionale overheden zouden een grotere inbreng kunnen krijgen in het onderzoeken van de georganiseerde grensoverschrijdende misdaad, aangezien diverse steden hieronder gebukt gaan (bijvoorbeeld de uitbuiting van minderjarigen die verplicht worden te bedelen).

51.

De aanpak van de misdaad dient hand in hand te gaan met de bescherming van het recht van verdediging en met de invoering van juridische minimumgaranties voor beklaagden, bijvoorbeeld betreffende het vermoeden van onschuld en preventieve hechtenis.

52.

Het CvdR is net als de Commissie van mening dat de bescherming van de buitengrenzen van de EU belangrijk is voor de veiligheid en het vrije verkeer binnen de EU. Terecht wijst zij erop dat er bij de ontwikkeling van een Europese strategie voor een geïntegreerd beheer van de grenzen sprake dient te zijn van absolute eerbied voor de mensenrechten en de toegang tot internationale bescherming. Helaas bevat de mededeling nauwelijks concrete maatregelen om dit standpunt kracht bij te zetten. Bij de vorderingen die men boekt mag men daarom nooit vergeten dat Europa een ruimte van vrijheid en recht is.

53.

Alvorens nieuwe instrumenten in te voeren doet de Commissie er goed aan onafhankelijke mechanismen op te zetten waarmee de operationele samenwerking tussen de lidstaten via Frontex kan worden geëvalueerd. Hetzelfde geldt voor de samenwerking met derde landen en wel met name voor inbreuken op de grondrechten van EU-burgers en die van derde landen.

54.

De lidstaten moeten beseffen dat de controle van maritieme grenzen niet mag leiden tot enigerlei verzaking van de fundamentele plicht om in nood verkerende schepen te helpen.

55.

De huidige informatiesystemen SIS II en VIS moeten eerst uitontwikkeld en geëvalueerd worden voordat er veranderingen in worden aangebracht of nieuwe instrumenten worden ingevoerd. Het baart het CvdR zorgen dat de mededeling geen informatie bevat over procedures om toezicht te houden op het gebruik van biometrische gegevens in het kader van deze systemen.

56.

Het CvdR is niet gerust op de invoering van een systeem voor de elektronische registratie van binnenkomst en vertrek uit het grondgebied van de lidstaten van de EU, noch op de mogelijke ontwikkeling van een Europees systeem van voorafgaande inreisvergunningen. Vooral wat de bescherming van persoonsgegevens betreft kan dit leiden tot aantasting van grondrechten.

57.

De samenwerking moet worden opgevoerd om een impuls te geven aan de uitwisseling van informatie en de samenwerking tussen politie- en douanediensten.

58.

Eventuele nieuwe instrumenten, zoals een gemeenschappelijk Europees Schengenvisum, moeten altijd op een efficiënte manier worden ontwikkeld, waarbij de bescherming van persoonsgegevens en van de persoonlijke levenssfeer gewaarborgd dient te zijn.

59.

Het CvdR is het met de Commissie eens dat Europol en Eurojust nauwer moeten gaan samenwerken om beter onderzoek te kunnen doen naar de grensoverschrijdende activiteiten van de georganiseerde misdaad.

60.

De Commissie maakt zich terecht zorgen over de gevaren die zij noemt. Lokale en regionale overheden kunnen een bijdrage leveren aan het opsporen en in kaart brengen van deze misdaadpraktijken.

61.

De Commissie zou speciale actieplannen moeten opstellen voor de bestrijding van mensenhandel en deze bestrijding moeten integreren in haar betrekkingen met derde landen.

62.

Het aantal misdrijven in verband met seksuele uitbuiting van kinderen en kinderporno op het internet neemt onrustbarend toe (8). Naast het bestraffen van de daders is het ook zaak om de burgers voor te lichten over dit type misdrijven.

63.

Voor lokale en regionale overheden is een belangrijk rol weggelegd bij de ontwikkeling van preventieve maatregelen om de waardigheid en de rechten van minderjarigen te beschermen. Het gaat hierbij vooral om zwerfkinderen (9).

64.

Het CvdR is het met de Commissie eens dat de strijd tegen de cybercriminaliteit en de economische criminaliteit moet worden opgevoerd en dat hiervoor een betere coördinatie en samenwerking nodig zijn. Deze misdaden worden namelijk niet altijd begaan in het land waar ze onderzocht worden.

65.

Het CvdR wijst de Commissie op de rol die lokale en regionale overheden kunnen spelen bij de bestrijding van corruptie en namaak en bij de ontwikkeling van de drugsstrategie van de EU.

66.

De terrorismedreiging is een van de grootste zorgen van de Europese burger. Helaas gaat de Commissie niet in op de rol die lokale en regionale overheden kunnen spelen om deze dreiging, en dan vooral de radicalisering in de richting van geweldsmisdrijven, terug te dringen.

67.

Het CvdR vreest dat de preventieve maatregelen die de Commissie oppert alleen maar leiden tot de criminalisering van etnische of religieuze groepen en geen effect hebben op de diepere oorzaken van terroristische activiteiten.

68.

Alvorens de aandacht te richten op de uiteenlopende nationale, etnische of religieuze achtergronden van het toenemende politieke geweld, wat racisme en vreemdelingenhaat in de hand kan werken, zou men ook oog moeten hebben voor de mogelijke politieke, sociale en economische oorzaken van een dergelijke ontwikkeling.

Een Europa dat solidariteit aan de dag legt op het gebied van immigratie en asiel

69.

De Europese Unie zou, met respect voor de bestaande bevoegdheidsverdeling en het subsidiariteitsbeginsel een waarlijk Europees migratiebeleid moeten uitwerken dat is gestoeld op de beginselen van solidariteit, wederzijds vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid van de lidstaten, dat de mensenrechten volledig respecteert en waarbij haar bevoegdheden op dit gebied ten volle worden gebruikt.

70.

De uitvoering van het immigratie- en het asielbeleid is allereerst een zaak van lokale en regionale overheden, en op hun grondgebied hebben zij ook als eerste te maken met de sociaaleconomische impact van migratiestromen.

71.

De EU-lidstaten zouden de verantwoordelijkheid om vluchtelingen op te vangen en te integreren moeten delen en in een regeling moeten voorzien voor herverdeling tussen de lidstaten.

72.

De Commissie zou de diverse instrumenten voor de beleidsvorming op het gebied van immigratie en asiel beter op elkaar moeten afstemmen. Hierbij mogen de grondrechten en de basisvrijheden niet in het gedrang raken.

73.

Het is een goede zaak dat een totaalaanpak van immigratie prioriteit krijgt en dat de nadruk wordt gelegd op een evenwichtige en volwaardige samenwerking met de landen van herkomst en de transitlanden om de migratiestromen beheersbaar te houden.

74.

De EU zou economische migratie beter moeten afstemmen op de arbeidsmarktbehoeften van de lidstaten en moeten voorzien in een flexibele gemeenschappelijke toelatingsregeling waarbij de lidstaten kunnen bepalen hoeveel onderdanen uit derde landen worden toegelaten.

75.

Het CvdR vreest dat de grotere solidariteit er in de praktijk op zou kunnen neerkomen dat de EU alleen hooggekwalificeerde immigranten toelaat aan wie op de Europese arbeidsmarkt behoefte bestaat.

76.

Het immigratiebeleid en het externe beleid van de EU moeten inderdaad, zoals de Commissie schrijft, beter op elkaar worden afgestemd. Samenwerken en een dialoog voeren met derde landen is noodzakelijk om zowel illegale immigratie te bestrijden als de nodige aandacht te schenken aan legale migratie. Investeringen in de economie van deze derde landen zijn een doeltreffender middel om mensen te helpen die om economische redenen willen emigreren. Cruciaal in dit verband is de rol van de lokale en regionale overheden, en dan vooral die overheden die het dichtst bij de derde landen staan of er de sterkste banden mee hebben, en die als platform voor de EU-samenwerking met die landen kunnen fungeren.

77.

In het actieplan dat in het kader van het programma voor een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht wordt uitgewerkt zou de lokale diplomatie ruim baan moeten krijgen. Lokale en regionale overheden kunnen de betrekkingen met en de levensomstandigheden in de steden en regio's van herkomst en doorvoer namelijk in belangrijke mate helpen verbeteren.

78.

De Commissie is terecht van mening dat de instrumenten van het migratiebeleid op samenhangende wijze gebruikt moeten worden. Alvorens nieuwe overeenkomsten aan te gaan zouden initiatieven als de samenwerkingsovereenkomsten inzake mobiliteit (inclusief de bepalende factoren en de gevolgen hiervan in de herkomstlanden) geëvalueerd moeten worden.

79.

Het CvdR deelt de mening van de Commissie dat er in de hele EU een betere sturing nodig is van de economische immigratie. In het verlengde van het Europese platform voor de dialoog zou er in overleg met lokale, regionale en nationale betrokkenen een strategie moeten worden uitgewerkt die geen inbreuk pleegt op het recht van de lidstaten om zelf te bepalen hoeveel onderdanen uit derde landen zij met het oog op arbeid toelaten en die in dit verband borg staat voor waardige arbeidsomstandigheden (10).

80.

Het CvdR neemt met belangstelling kennis van het initiatief om een waarnemingspost op te richten met behulp waarvan migratiefenomenen beter geanalyseerd en begrepen kunnen worden. Zo'n waarnemingspost moet echter wel te rijmen zijn met initiatieven die al op de rails staan. Het is steeds meer van belang om de instrumenten op dit gebied goed op elkaar af te stemmen en te verbeteren.

81.

Het voorstel inzake een immigratiecode vereist, ondanks de onmiskenbare voordelen ervan, zorgvuldige toetsing, zeker omdat de richtlijn betreffende één enkele aanvraagprocedure voor één enkele verblijfs- en werkvergunning om te verblijven en te werken, alsmede inzake een gemeenschappelijke rechtspositie voor werknemers uit derde landen die legaal in een lidstaat verblijven, nog steeds moet worden goedgekeurd. Bij de ontwikkeling van nieuwe wetgeving voor de rechtspositie van niet-Europese burgers moet daarom worden voorkomen dat deze leidt tot verwarring en tot verzwakking van de al bestaande rechten en waarborgen voor onderdanen uit derde landen die in de EU verblijven.

82.

Het doet het CvdR deugd dat de Commissie gewag maakt van de bijdrage die lokale en regionale overheden leveren aan de integratie van immigranten (11). Het is het met de Commissie eens dat er een brede discussie over de integratie in Europa moet komen. In dit verband zij er nog eens op gewezen dat integratiebeleid geen verhuld instrument mag zijn om de immigratie te controleren door met name voorwaarden voor gezinshereniging op te leggen, maar ten doel moet hebben om de sociale, economische en culturele inburgering mogelijk te maken van immigranten die zich op het grondgebied van een EU-lidstaat hebben gevestigd.

83.

Het is absoluut noodzakelijk dat lokale en regionale overheden en het CvdR worden betrokken bij het formuleren van de jaarlijkse en meerjarige prioriteiten van het Europese integratiefonds. Ook moet ervoor gezorgd worden dat de lidstaten de middelen van het fonds goed gebruiken en correct verdelen over de lokale en regionale overheden.

84.

De lidstaten zouden de lokale en regionale overheden moeten uitnodigen voor de volgende interministeriële integratieconferentie, die begin 2010 onder Spaans voorzitterschap zal plaatsvinden. Verder zou de samenwerking op het gebied van migratie met platforms als het toekomstige ARLEM verbeterd moeten worden.

85.

De illegale immigratie in Europa is inderdaad, zoals de Commissie schrijft, grotendeels een kwestie van illegale arbeid en mensensmokkel en -handel. De lidstaten zouden gemeenschappelijke strategieën moeten opstellen om deze problemen aan te pakken.

86.

Aangezien de goedkeuring van de terugkeerrichtlijn tot ongerustheid heeft geleid, is het des te meer zaak om de toepassing hiervan op de voet te volgen. De Commissie zou er ook goed op moeten letten dat deze in december 2010 in werking tredende richtlijn strookt met het handvest van grondrechten.

87.

Het CvdR wijst erop dat er van vrijwillige terugkeer geen sprake kan zijn tenzij hierover een dialoog met de herkomstlanden wordt opgestart waarbij wordt verzekerd dat terugkeer haalbaar is en geen nieuwe immigratiegolf op gang wordt gebracht.

88.

Er dient meer aandacht te worden geschonken aan minderjarigen die zonder begeleiding de EU binnenkomen. Het CvdR pleit ervoor om dit als specifiek punt in het programma van Stockholm op te nemen en de solidariteit te bevorderen: alle stakeholders – regionale, nationale en Europese overheden – moeten hun verantwoordelijkheid op zich nemen om dit verschijnsel aan te pakken en de bijbehorende financiële last te delen. De Commissie zou strengere straffen moeten voorstellen voor in mensenhandel en mensensmokkel gespecialiseerde netwerken die minderjarigen gebruiken.

89.

De Commissie zou erop moeten toezien dat de lidstaten wat hun asielprocedures betreft toewerken naar de totstandbrenging van een uniform Europees asielstelsel dat stoelt op het Verdrag van Genève en aanverwante internationale instrumenten en waarschuwt voor het sluiten van nieuwe overnameovereenkomsten met landen die het Verdrag van Genève niet hebben ondertekend.

90.

Aangezien er enorme verschillen tussen de lidstaten bestaan wat het percentage ingewilligde asielaanvragen betreft, pleit het CvdR ervoor om het gemeenschappelijke Europese asielstelsel met inachtneming van de onderlinge solidariteit zodanig te herzien dat de verantwoordelijkheid voor de behandeling van een asielaanvraag komt te liggen bij de lidstaat waar de aanvraag is ingediend.

91.

De Commissie zou ervoor moeten zorgen dat het Ondersteuningsbureau voor asielzaken goed kan functioneren en moeten overwegen om lokale en regionale overheden en het CvdR bij de werking hiervan te betrekken als de lokale en regionale dimensie van de te behandelen onderwerpen daarom vraagt.

92.

De integratie van vluchtelingen of van personen die internationale bescherming genieten is van groot belang voor lokale en regionale overheden. Deze overheden zouden mee moeten kunnen werken aan de invoering van het mechanisme voor interne hervestiging.

93.

De haalbaarheid van een gezamenlijke behandeling van asielverzoeken moet verder onderzocht worden. De Commissie wijst er terecht op dat de werking van het Europees Vluchtelingenfonds, waarin lokale en regionale overheden een grotere inbreng moeten krijgen, opnieuw dient te worden bekeken.

94.

Conform het subsidiariteitsbeginsel moeten de lidstaten de lokale en regionale overheden betrekken bij de beleidsvorming inzake de totstandbrenging van een Europese ruimte van vrijheid, veiligheid en recht.

95.

Ten slotte moet het actieplan dat volgt op het programma van Stockholm geloofwaardig zijn. Het zou hand in hand moeten gaan met méér financiële middelen voor de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht. Dit vraagt om een coördinatie van de interne financiële instrumenten met de financiering van de betrekkingen met derde landen.

Brussel, 7 oktober 2009

De voorzitter van het Comité van de Regio's

Luc VAN DEN BRANDE


(1)  Zie de Mededeling betreffende richtsnoeren voor een betere omzetting en toepassing van Richtlijn 2004/38/EG betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden (COM(2009) 313/4).

(2)  Eurobarometer "Data Protection in the European Union. Citizens „perceptions. Analytical Report” (Gegevensbescherming in de Europese Unie uit het perspectief van de burger), februari 2008.

(3)  Advies van de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming over de Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht ten dienste van de burger (http://www.edps.europa.eu/EDPSWEB/webdav/site/mySite/shared/Documents/Consultation/Opinions/2009/09-07-10_Stockholm_programme_EN.pdf).

(4)  Wat dit aangaat zou de Commissie te zijner tijd de studie „Participation in the European Project: how to mobilize citizens at local, regional, national, and European levels” moeten raadplegen, waar het Institute for European Studies-VUB en het Deens Technologisch Instituut momenteel in opdracht van het CvdR aan werken en die op 16 oktober 2009 in Gödöllo zal worden gepresenteerd.

(5)  Een uitstekend voorbeeld hiervan is de op 14 september 2009 door DG Gezondheid gelanceerde onlinediscussie over de gezondheid en veiligheid van consumenten.

(6)  „Freedom, Security, Privacy – European Home Affairs in an open world” (Vrijheid, veiligheid, privacy – Europa's interne aangelegenheden in een open wereld), rapport van de informele adviesgroep op hoog niveau over de toekomst van Europa's interne beleid (de Future Group), juni 2008.

http://www.statewatch.org/news/2008/jul/eu-futures-jha-report.pdf

(7)  Vooral van belang is een snelle en gegarandeerde toegang tot de databank die wordt genoemd in Besluit 2008/615/JBZ van de Raad van 23 juni 2008 inzake de intensivering van de grensoverschrijdende samenwerking, in het bijzonder ter bestrijding van terrorisme en grensoverschrijdende criminaliteit.

(8)  Om deze reden zal het CvdR in de komende maanden een advies uitbrengen over Kaderbesluit 2004/68/JBZ van de Raad van 22 december 2003 ter bestrijding van seksuele uitbuiting van kinderen en kinderpornografie.

(9)  Zie het advies over lokale en regionale samenwerking ter bescherming van kinderen en jongeren tegen geweld en verwaarlozing in de Europese Unie (CDR 225/1999 final) en het CvdR-advies „Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind” (CDR 236/2006 final).

(10)  Zie „Een alomvattende aanpak van migratie: een Europees beleid voor arbeidsmigratie ontwikkelen in het licht van de betrekkingen met derde landen” (CDR 296/2007 final).

(11)  Zie de conclusies van het seminar van het Comité van de Regio's over de rol van steden en regio's bij de integratie van immigranten (Athene, 16 oktober 2008; CdR 323/2008 final).


Top