EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52008XC0620(01)

Mededeling van de Commissie inzake de resultaten van de risicobeoordeling en de strategieën ter beperking van de risico's voor de stoffen: zinkoxide, zinksulfaat, trizinkbis(orthofosfaat) (Voor de EER relevante tekst)

OJ C 155, 20.6.2008, p. 1–9 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

20.6.2008   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 155/1


Mededeling van de Commissie inzake de resultaten van de risicobeoordeling en de strategieën ter beperking van de risico's voor de stoffen: zinkoxide, zinksulfaat, trizinkbis(orthofosfaat)

(Voor de EER relevante tekst)

(2008/C 155/01)

Verordening (EEG) nr. 793/93 van de Raad van 23 maart 1993 inzake de beoordeling en de beperking van de risico's van bestaande stoffen (1) betreft de gegevensverstrekking, de vaststelling van prioriteiten, de risicobeoordeling en waar nodig de ontwikkeling van strategieën ter beperking van de risico's voor bestaande stoffen.

Bij Verordening (EG) nr. 2268/95 van de Commissie (2) betreffende de tweede lijst van prioriteitsstoffen krachtens Verordening (EEG) nr. 793/93 zijn de volgende stoffen aangemerkt als prioriteitsstoffen die in het kader van Verordening (EEG) nr. 793/93 moeten worden geëvalueerd:

zinkoxide;

zinksulfaat;

trizinkbis(orthofosfaat).

De volgens die verordening aangewezen rapporterende lidstaat heeft voor die stoffen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie van 28 juni 1994 tot vaststelling van de beginselen voor de beoordeling van de risico's voor mens en milieu van bestaande stoffen (3), de beoordeling van de risico's voor mens en milieu afgerond en voorstellen gedaan voor een strategie ter beperking van de risico's in overeenstemming met Verordening (EEG) nr. 793/93.

Het Wetenschappelijk Comité voor toxiciteit, ecotoxiciteit en milieu (WCTEM) en het Wetenschappelijk Comité voor gezondheids- en milieurisico's (WCGM) zijn geraadpleegd over de door de rapporterende lidstaat uitgevoerde risicobeoordeling en hebben hierover een advies uitgebracht. Deze adviezen zijn te vinden op de website van de wetenschappelijke comités.

Artikel 11, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 793/93 bepaalt dat de resultaten van de risicobeoordeling en de aanbevolen strategie ter beperking van de risico's op communautair niveau moeten worden goedgekeurd en door de Commissie moeten worden gepubliceerd. In deze mededeling en de bijbehorende Aanbeveling 2008/468/EG van de Commissie (4) worden de resultaten van de risicobeoordelingen (5) en de strategieën ter beperking van de risico's voor bovengenoemde stoffen vermeld.

De resultaten van de risicobeoordeling en de strategieën ter beperking van de risico's waarvan in deze mededeling sprake is, zijn in overeenstemming met het advies van het bij artikel 15, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 793/93 ingestelde comité.


(1)  PB L 84 van 5.4.1993, blz. 1.

(2)  PB L 231 van 28.9.1995, blz. 18.

(3)  PB L 161 van 29.6.1994, blz. 3.

(4)  PB L 161 van 20.6.2008.

(5)  Het volledige risicobeoordelingsverslag en een samenvatting daarvan zijn te vinden op de website van het Europees Bureau voor chemische stoffen:

http://ecb.jrc.it/existing-substances/


BIJLAGE

DEEL 1

CAS-nr.: 1314-13-2

 

Einecs-nr.: 215-222-5

Structuurformule:

ZnO

Einecs-naam:

Zinkoxide

IUPAC-naam:

Zinkoxide

Rapporteur:

Nederland

Indeling (1):

N; R50-53

De risicobeoordeling is gebaseerd op de praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals beschreven in de risicobeoordeling die door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend. De risicobeoordeling is uitgevoerd overeenkomstig de dan gebruikelijke methodiek voor metalen en conform de technische leidraad voor risicobeoordelingen in samenhang met Verordening (EG) nr. 1488/94 van de Commissie inzake de risicobeoordeling van bestaande stoffen.

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap voornamelijk wordt gebruikt in materialen voor de samenstelling van rubbermengsels, in glas en in keramische producten. Andere toepassingen zijn als corrosieremmer in verf, als grondstof voor de productie van zinkverbindingen, als brandstof- en smeermiddeladditief en als zinksupplement in meststoffen, diervoeders en vitaminepreparaten voor menselijke consumptie. Toepassingen als nanomateriaal zijn niet beoordeeld.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE WERKNEMER

is dat specifieke maatregelen moeten worden getroffen om de risico's te beperken. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid over metaaldampkoorts als gevolg van acute inhalatietoxiciteit bij het lassen van verzinkt staal;

bezorgdheid over systemische effecten als gevolg van herhaalde blootstelling van de huid en herhaalde gecombineerde blootstelling (door inademing en via de huid) door het gebruik van verf die zinkoxide bevat.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE CONSUMENT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

B.   Milieu

Deze conclusies betreffen uitsluitend plaatselijke scenario's. De conclusies inzake de milieurisico's op regionaal niveau die in de risicobeoordeling voor metallisch zink (Einecs-nr. 231-175-3) zijn beschreven, zijn eveneens toepasselijk.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE LUCHT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

HET AQUATISCHE ECOSYSTEEM (INCLUSIEF SEDIMENTEN)

1.1.

Is dat specifieke maatregelen moeten worden getroffen om de risico's in de hierna genoemde specifieke scenario's te beperken. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid over effecten op het plaatselijke aquatische milieu (inclusief sedimenten) als gevolg van blootstelling veroorzaakt door de productie van de stof op één locatie (uitsluitend sedimenten) en het gebruik van de stof in de glasverwerkende industrie, de ferrietindustrie (uitsluitend sedimenten) en de varistorindustrie en bij de verwerking van katalysatoren, de formulering van smeermiddelen, de verwerking van verf, de formulering van cosmetica en geneesmiddelen en het persoonlijk gebruik van cosmetica en geneesmiddelen (uitsluitend sedimenten). Voor een aantal productielocaties en verwerkingsscenario's (waarbij sprake is van lozingen in water) is geen directe aanleiding tot bezorgdheid vastgesteld maar kan een eventueel risico op plaatselijke schaal niet worden uitgesloten wegens het mogelijke bestaan van een hoge regionale achtergrondconcentratie van zink.

1.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 1.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's, inclusief ten aanzien van secundaire vergiftiging. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

HET TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

2.1.

Is dat specifieke maatregelen moeten worden getroffen om de risico's te beperken. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid voor het plaatselijke terrestrische milieu wegens blootstelling veroorzaakt door het gebruik van de stof in de glasverwerkende industrie en bij de formulering van smeermiddelen en van cosmetica en geneesmiddelen.

2.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 2.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's, inclusief ten aanzien van secundaire vergiftiging. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

3.1.

Is dat de risico's in sommige — maar niet in alle — plaatselijke scenario's verder moeten worden beperkt. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid voor micro-organismen in afvalwaterzuiveringsinstallaties bij blootstelling veroorzaakt door het gebruik van de stof in de glasverwerkende industrie en de varistorindustrie en bij de verwerking van katalysatoren, de formulering van smeermiddelen, de verwerking van verf en de formulering van cosmetica en geneesmiddelen.

3.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 3.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor DE WERKNEMER

De wetgeving ter bescherming van de werknemers die momenteel op communautair niveau van kracht is, wordt in het algemeen als een afdoende kader beschouwd om de aan zinkoxide verbonden risico's te beperken voor zover dit nodig is en deze wetgeving is van toepassing. Voorts wordt op basis van de resultaten van het risicobeoordelingsverslag aanbevolen:

overeenkomstig Richtlijn 98/24/EEG (2) of Richtlijn 2004/37/EG (3), naargelang passend is, op communautair niveau grenswaarden vast te stellen voor beroepsmatige blootstelling aan lasdampen.

Voor HET MILIEU

Aanbevolen wordt:

in het kader van Richtlijn 2008/1/EG (4) en Richtlijn 2000/60/EG (5) te onderzoeken of aanvullende risicobeheersmaatregelen noodzakelijk zijn ten aanzien van andere bronnen van zinkemissies dan die welke samenhangen met de geproduceerde en ingevoerde stof (bijvoorbeeld natuurlijke bronnen, mijnbouwactiviteiten, historische verontreiniging en het gebruik van andere zinkverbindingen), waarvan in de risicobeperkingsstrategie wordt gesteld dat zij in aanzienlijke mate bijdragen tot de zinkemissies in het aquatische compartiment;

zinkoxide mee te nemen bij de lopende werkzaamheden ter ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT), teneinde de vergunningverlening en bewaking krachtens Richtlijn 2008/1/EG van de Raad te vergemakkelijken.

DEEL 2

CAS-nr.: 7733-02-0

 

Einecs-nr.: 231-793-3

Structuurformule:

ZnSO4

Einecs-naam:

Zinksulfaat

IUPAC-naam:

Zinksulfaat

Rapporteur:

Nederland

Indeling (6):

Xn; R22

R41

N; R50-53

De risicobeoordeling is gebaseerd op de praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals beschreven in de risicobeoordeling die door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend. De risicobeoordeling is uitgevoerd overeenkomstig de dan gebruikelijke methodiek voor metalen en conform de technische leidraad voor risicobeoordelingen in samenhang met Verordening (EG) nr. 1488/94 inzake de risicobeoordeling van bestaande stoffen.

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de productie van meststoffen en pesticiden, voor farmaceutische toepassingen in de landbouw (bijvoorbeeld additieven in diervoeders) en in de chemische industrie. Andere toepassingen zijn het gebruik bij de vervaardiging van viscose, als flotatiemiddel in de mijnbouwindustrie, als corrosieremmer in de verzinkingsindustrie en bij waterzuiveringsprocessen. Toepassingen als nanomateriaal zijn niet beoordeeld.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE WERKNEMER

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE CONSUMENT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

B.   Milieu

Deze conclusies betreffen uitsluitend plaatselijke scenario's. De conclusies inzake de milieurisico's op regionaal niveau die in de risicobeoordeling voor metallisch zink (Einecs-nr. 231-175-3) zijn beschreven, zijn eveneens toepasselijk.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE LUCHT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

HET AQUATISCHE ECOSYSTEEM (INCLUSIEF SEDIMENTEN)

1.1.

Is dat specifieke maatregelen moeten worden getroffen om de risico's te beperken. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid over effecten op het plaatselijke aquatische milieu door blootstelling ten gevolge van gebruik door de landbouwmeststoffenindustrie (formulering). Wat het gebruik in de veevoederindustrie (formulering) betreft, blijkt er geen directe aanleiding tot bezorgdheid te zijn maar kan een eventueel risico op plaatselijke schaal niet worden uitgesloten wegens het mogelijke bestaan van een hoge regionale achtergrondconcentratie van zink;

bezorgdheid over effecten op sedimentbewonende organismen als gevolg van plaatselijke blootstelling veroorzaakt door gebruik in de landbouwmeststoffenindustrie (formulering), de veevoederindustrie (formulering) en de chemische industrie (verwerking). Voor een aantal verwerkingsscenario's blijkt er geen directe aanleiding tot bezorgdheid te zijn maar kan een eventueel risico op plaatselijke schaal niet worden uitgesloten wegens het mogelijke bestaan van een hoge regionale achtergrondconcentratie van zink.

1.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 1.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's, inclusief ten aanzien van secundaire vergiftiging. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

HET TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

2.1.

Is dat specifieke maatregelen moeten worden getroffen om de risico's te beperken. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid voor het plaatselijke terrestrische milieu als gevolg van blootstelling voortvloeiend uit het gebruik van de stof in de chemische industrie (verwerking), de landbouwpesticidenindustrie (verwerking) en de landbouwmeststoffenindustrie (formulering).

2.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 2.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's, inclusief ten aanzien van secundaire vergiftiging. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

3.1.

Is dat de risico's moeten worden beperkt. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid voor micro-organismen in afvalwaterzuiveringsinstallaties als gevolg van blootstelling voortvloeiend uit het gebruik van de stof in de chemische industrie (verwerking), de landbouwpesticidenindustrie (verwerking) en de landbouwmeststoffenindustrie (formulering).

3.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 3.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor HET MILIEU

Aanbevolen wordt:

in het kader van Richtlijn 2008/1/EG (4) en Richtlijn 2000/60/EG (5) te onderzoeken of aanvullende risicobeheersmaatregelen noodzakelijk zijn ten aanzien van andere bronnen van zinkemissies dan die welke samenhangen met de geproduceerde en ingevoerde stof (bijvoorbeeld natuurlijke bronnen, mijnbouwactiviteiten, historische verontreiniging en het gebruik van andere zinkverbindingen), waarvan in de risicobeperkingsstrategie wordt gesteld dat zij in aanzienlijke mate bijdragen tot de zinkemissies in het aquatische compartiment;

zinksulfaat mee te nemen bij de lopende werkzaamheden ter ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT), teneinde de vergunningverlening en bewaking krachtens Richtlijn 2008/1/EG te vergemakkelijken.

DEEL 3

CAS-nr.: 7779-90-0

 

Einecs-nr.: 231-944-3

Structuurformule:

Zn3(PO4)2

Einecs-naam:

Trizinkbis(orthofosfaat)

IUPAC-naam:

Trizinkbis(orthofosfaat)

Rapporteur:

Nederland

Indeling (7):

N; R50-53

De risicobeoordeling is gebaseerd op de praktijk in verband met de levenscyclus van de in de Europese Gemeenschap geproduceerde of ingevoerde stof, zoals beschreven in de risicobeoordeling die door de rapporterende lidstaat bij de Commissie is ingediend. De risicobeoordeling is uitgevoerd overeenkomstig de dan gebruikelijke methodiek voor metalen en conform de technische leidraad voor risicobeoordelingen in samenhang met Verordening (EG) nr. 1488/94 inzake de risicobeoordeling van bestaande stoffen.

De risicobeoordeling heeft op basis van de beschikbare informatie uitgewezen dat de stof in de Europese Gemeenschap hoofdzakelijk wordt gebruikt als actief anorganisch roestwerend pigment in primers en verven voor de corrosiebescherming van metalen substraten in de verf-, lak- en vernisindustrie. Toepassingen als nanomateriaal zijn niet beoordeeld.

RISICOBEOORDELING

A.   Menselijke gezondheid

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE WERKNEMER

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE CONSUMENT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE MENS DOOR BLOOTSTELLING VIA HET MILIEU

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE GEZONDHEID VAN DE MENS (fysisch-chemische eigenschappen)

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

B.   Milieu

Deze conclusies betreffen uitsluitend plaatselijke scenario's. De conclusies inzake de milieurisico's op regionaal niveau die in de risicobeoordeling voor metallisch zink (EINECS-nr. 231-175-3) zijn beschreven, zijn eveneens toepasselijk.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

DE LUCHT

is dat er momenteel geen behoefte is aan nadere informatie en/of aanvullende tests of andere maatregelen ter beperking van de risico's dan nu al worden toegepast. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

HET AQUATISCHE ECOSYSTEEM (INCLUSIEF SEDIMENTEN)

1.1.

Is dat specifieke maatregelen moeten worden getroffen om de risico's te beperken. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid over effecten op het plaatselijke aquatische milieu (inclusief sedimenten) veroorzaakt door blootstelling ten gevolge van gebruik van de stof in de verfindustrie (formulering en verwerking).

1.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 1.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's, inclusief ten aanzien van secundaire vergiftiging. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

HET TERRESTRISCHE ECOSYSTEEM

2.1.

Is dat specifieke maatregelen moeten worden getroffen om de risico's te beperken. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid voor het plaatselijke terrestrische milieu als gevolg van blootstelling veroorzaakt door het gebruik van de stof in de verfindustrie (formulering).

2.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 2.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's, inclusief ten aanzien van secundaire vergiftiging. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

De conclusie van de beoordeling van de risico's voor

MICRO-ORGANISMEN IN AFVALWATERZUIVERINGSINSTALLATIES

3.1.

Is dat de risico's moeten worden beperkt. Deze conclusie gebaseerd op:

bezorgdheid voor de micro-organismen in afvalwaterzuiveringsinstallaties als gevolg van blootstelling veroorzaakt door het gebruik van de stof in de verfindustrie (formulering en verwerking).

3.2.

Is dat er momenteel geen aanvullende gegevens en/of tests nodig zijn, noch maatregelen — behalve de onder punt 3.1 genoemde — ter vermindering van de risico's naast de maatregelen die reeds van toepassing zijn voor alle plaatselijke scenario's. Deze conclusie is op de volgende gronden bereikt:

uit de risicobeoordeling blijkt dat er geen risico's worden verwacht. De nu al toegepaste risicobeperkende maatregelen worden voldoende geacht.

STRATEGIE TER BEPERKING VAN DE RISICO'S

Voor HET MILIEU

Aanbevolen wordt:

in het kader van Richtlijn 2008/1/EG (4) en Richtlijn 2000/60/EG (5) te onderzoeken of aanvullende risicobeheersmaatregelen noodzakelijk zijn ten aanzien van andere bronnen van zinkemissies dan die welke samenhangen met de geproduceerde en ingevoerde stof (bijvoorbeeld natuurlijke bronnen, mijnbouwactiviteiten, historische verontreiniging en het gebruik van andere zinkverbindingen), waarvan in de risicobeperkingsstrategie wordt gesteld dat zij in aanzienlijke mate bijdragen tot de zinkemissies in het aquatische compartiment;

trizinkbis(orthofosfaat) mee te nemen bij de lopende werkzaamheden ter ontwikkeling van richtsnoeren voor „beste beschikbare technieken” (BBT), teneinde de vergunningverlening en bewaking krachtens Richtlijn 2008/1/EG te vergemakkelijken.


(1)  De indeling van deze stof is vastgesteld bij Richtlijn 2004/73/EG van de Commissie van 29 april 2004 tot negenentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 152 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerde versie in PB L 216 van 16.6.2004, blz. 3).

(2)  PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11.

(3)  PB L 158 van 30.4.2004, blz. 50.

(4)  PB L 24 van 29.1.2008, blz. 8.

(5)  PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1.

(6)  De indeling van deze stof is vastgesteld bij Richtlijn 2004/73/EG van de Commissie van 29 april 2004 tot negenentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 152 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerde versie in PB L 216 van 16.6.2004, blz. 3).

(7)  De indeling van deze stof is vastgesteld bij Richtlijn 2004/73/EG van de Commissie van 29 april 2004 tot negenentwintigste aanpassing aan de vooruitgang van de techniek van Richtlijn 67/548/EEG van de Raad betreffende de aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen inzake de indeling, de verpakking en het kenmerken van gevaarlijke stoffen (PB L 152 van 30.4.2004, blz. 1, gerectificeerde versie in PB L 216 van 16.6.2004, blz. 3).


Top