EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document C2004/244/06

Oproep tot het indienen van voorstellen — Geharmoniseerd programma voor conjunctuurenquêtes van de Europese Unie

OJ C 244, 1.10.2004, p. 21–28 (ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, NL, PL, PT, SK, SL, FI, SV)

1.10.2004   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 244/21


OPROEP TOT HET INDIENEN VAN VOORSTELLEN

Geharmoniseerd programma voor conjunctuurenquêtes van de Europese Unie

(2004/C 244/06)

1.   ACHTERGROND

De Europese Commissie publiceert een oproep tot het indienen van voorstellen om een samenwerkingsrelatie op lange termijn tot stand te brengen voor het houden van enquêtes in het kader van het (op 29 november 2000 door de Commissie goedgekeurde) Geharmoniseerd programma voor conjunctuurenquêtes in de Tsjechische Republiek, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, de Slowaakse Republiek en Slovenië (hierna de „nieuwe EU-lidstaten” genoemd), in Luxemburg en in Bulgarije, Kroatië en Roemenië. De samenwerking zal worden vastgelegd in een partnerschapskaderovereenkomst voor een periode van drie jaar tussen de Commissie en de gespecialiseerde organisaties in de nieuwe EU-lidstaten, Luxemburg, Bulgarije, Kroatië en Roemenië.

Doel van het programma is economische gegevens te verkrijgen, met name over de conjunctuur, teneinde de conjunctuurcycli tussen de EU-lidstaten te kunnen vergelijken ten behoeve van het beheer van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Het Geharmoniseerd programma is dan ook een onontbeerlijk hulpmiddel geworden, niet alleen voor het economisch toezicht in het kader van het EMU, maar ook voor algemene economische beleidsdoeleinden.

2.   DOEL EN TECHNISCHE SPECIFICATIES

2.1.   Doelstellingen

Het Geharmoniseerd programma wordt uitgevoerd door middel van de medefinanciering van opinie-onderzoeken door gespecialiseerde organisaties/instellingen. Hiertoe kan de Commissie onderhandse overeenkomsten sluiten met organisaties en instellingen die over de vereiste bekwaamheid beschikken om de komende drie jaar een of meer van de volgende enquêtes te houden:

investeringsenquêtes en enquêtes in de bouwsector, de detailhandel en de dienstensector in de nieuwe EU-lidstaten, Bulgarije, Kroatië en Roemenië;

enquêtes in de detailhandel en de dienstensector in Luxemburg;

enquêtes in de industrie en bij de consumenten in Kroatië;

daarnaast houdt de Commissie ook ad-hocenquêtes over actuele economische onderwerpen. Dit zijn per definitie gelegenheidsenquêtes die worden verricht naast de maandelijkse enquêtes en waarbij van hetzelfde kader (de gebruikelijke steekproeven) als voor de maandelijkse enquêtes gebruik wordt gemaakt. Met deze gelegenheidsenquêtes wordt beoogd informatie over specifieke economische beleidsvraagstukken te verkrijgen.

De enquêtes zijn gericht tot de bedrijfsleiders in de industrie, de investeringssector, de bouwsector, de detailhandel en de dienstensector en tot de consumenten.

2.2.   Technische specificaties

2.2.1.   Tijdschema van de werkzaamheden en toezending van de resultaten

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de enquêtes waarop deze oproep betrekking heeft:

Enquête

Aantal bestreken sectoren/grootteklassen

Aantal vragen per maand

Aantal vragen per kwartaal

Enquête in de industrie

56/–

7

9

Investeringsenquête

8/6

2 vragen in maart/april

4 vragen in oktober/november

Enquête in de bouw

5/–

5

1

Enquête in de detailhandel

9/–

6

Enquête in de dienstensector

19/–

6

1

Consumenten-enquête

25/-

12

3

De maandelijkse enquêtes worden in de eerste twee weken van elke maand uitgevoerd en de resultaten worden maandelijks ten minste vier werkdagen vóór het einde van de maand en overeenkomstig een in de subsidieovereenkomst opgenomen tijdschema per e-mail aan de Commissie toegezonden.

De driemaandelijkse enquêtes worden in de eerste twee weken van de eerste maand van elk kwartaal (januari, april, juli en oktober) uitgevoerd en de resultaten worden ten minste vier werkdagen vóór het einde van respectievelijk de maand januari, april, juli en oktober overeenkomstig het in de subsidieovereenkomst opgenomen tijdschema per e-mail aan de Commissie toegezonden.

De halfjaarlijkse investeringsenquêtes worden in de loop van de maanden maart/april en oktober/november uitgevoerd en de resultaten worden ten minste vier werkdagen vóór het einde van respectievelijk de maand mei en december en overeenkomstig het in de subsidieovereenkomst opgenomen tijdschema per e-mail aan de Commissie toegezonden.

Voor de ad-hocenquêtes verbindt de begunstigde zich ertoe het specifieke tijdschema van deze enquêtes na te leven.

2.2.2.   Methoden van het Geharmoniseerd programma voor conjunctuurenquêtes van de EU

Voor nadere bijzonderheden over de te hanteren methoden, zie de gebruikersgids op het volgende adres:

http://europa.eu.int/comm/economy_finance/indicators/business_consumer_surveys/userguide_en.pdf.

3.   ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN EN DUUR

3.1.   Administratieve bepalingen

De organisatie of instelling wordt geselecteerd voor een periode van maximaal drie jaar. De Commissie wenst met de geselecteerde aanvragers een samenwerkingsrelatie op lange termijn aan te gaan. Hiertoe zal tussen de betrokken partijen een partnerschapskaderovereenkomst voor een periode van drie jaar worden gesloten. In het kader van deze partnerschapskaderovereenkomst, waarin de gemeenschappelijke doelstellingen en de aard van de geplande acties zullen worden omschreven, mogen tussen de betrokken partijen drie specifieke jaarlijkse subsidieovereenkomsten worden gesloten. De eerste van deze specifieke subsidieovereenkomsten zal betrekking hebben op de periode mei 2005-april 2006.

3.2.   Duur

De enquêtes bestrijken de periode tussen 1 mei en 30 april. De duur van de actie mag niet langer zijn dan 12 maanden (13 maanden voor de investeringsenquête).

4.   FINANCIEEL KADER

4.1.   Communautaire financieringsbronnen

De geselecteerde acties zullen worden gefinancierd uit begrotingsplaats 01.02.02 — Coördinatie van en toezicht op de Economische en Monetaire Unie.

4.2.   Geraamd totaal communautair budget voor deze oproep

Voor de conjunctuurenquêtes in kwestie is jaarlijks een totaal budget van circa 650 000 EUR beschikbaar.

Het aantal begunstigden zal vermoedelijk tussen 12 en 24 liggen, afhankelijk van de ontvangen voorstellen.

4.3.   Percentage van de medefinanciering door de Gemeenschap

Het aandeel van de Commissie in de medefinanciering van de enquêtes mag niet meer bedragen dan 50 % van de subsidiabele kosten die de begunstigde per enquête maakt.

4.4.   Financiering van de actie door de begunstigde en gemaakte subsidiabele kosten

Behalve in uitzonderlijke gevallen kunnen er pas subsidiabele kosten worden gemaakt nadat de jaarlijkse specifieke subsidieovereenkomst door alle partijen is ondertekend. Er kunnen echter in geen geval subsidiabele kosten worden gemaakt vóór de datum waarop de subsidieaanvraag is ingediend. Bijdragen in natura zijn geen subsidiabele kosten.

In de partnerschapskaderovereenkomst zal van de begunstigde worden verlangd dat hij elk jaar een gedetailleerde, in euro uitgedrukte raming van de kosten en de financiering van de actie indient. Deze raming zal als bijlage aan de jaarlijkse specifieke subsidieovereenkomst worden gehecht. Deze cijfergegevens kunnen later eventueel voor controledoeleinden worden gebruikt door de Commissie.

5.   SUBSIDIABILITEITSCRITERIA

5.1.   Juridische status van de aanvrager

De oproep is gericht tot de organisaties/instellingen (juridische entiteiten) die in een van de EU-lidstaten, Bulgarije, Kroatië of Roemenië rechtspersoonlijkheid bezitten. De aanvragers moeten aantonen dat zij rechtspersoonlijkheid bezitten en daarvan het vereiste bewijs leveren door middel van het standaardformulier „Juridische entiteit”.

5.2.   Uitsluitingsgronden

Van subsidiëring worden uitgesloten, aanvragers die (1):

a)

in staat van faillissement, vereffening, akkoord of surséance van betaling verkeren of wier faillissement is aangevraagd of tegen wie een procedure van vereffening, akkoord of surséance van betaling loopt, dan wel die hun werkzaamheden hebben gestaakt of in een overeenkomstige toestand verkeren als gevolg van een soortgelijke procedure krachtens de nationale wet- en regelgeving;

b)

bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde zijn veroordeeld voor een delict dat hun beroepsmoraliteit in het gedrang brengt;

c)

in de uitoefening van hun beroep een ernstige fout hebben begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende diensten aannemelijk kunnen maken;

d)

niet hebben voldaan aan hun verplichtingen tot betaling van socialezekerheidsbijdragen of belastingen volgens de wetgeving van het land waar zij zijn gevestigd, van het land van de aanbestedende dienst of van het land waar de opdracht moet worden uitgevoerd;

e)

bij een rechterlijke beslissing met kracht van gewijsde zijn veroordeeld voor fraude, corruptie, deelname aan een criminele organisatie of enige andere illegale activiteit die de financiële belangen van de Gemeenschappen schaadt;

f)

na de procedure voor de plaatsing van een andere opdracht of de procedure voor de toekenning van een subsidie uit de communautaire begroting ernstig in gebreke zijn gesteld wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen;

g)

in een belangenconflict verkeren;

h)

valse verklaringen hebben afgelegd in de verlangde inlichtingen of deze inlichtingen niet hebben verstrekt.

De aanvragers moeten aan de hand van het standaardformulier „Verklaring inzake subsidiabiliteit” bewijzen dat zij niet in een van de in punt 5.2, onder a) tot en met f), genoemde situaties verkeren.

5.3.   Administratieve en financiële sancties

1.

Onverminderd de toepassing van contractuele sancties worden gegadigden of inschrijvers die zich schuldig hebben gemaakt aan valse verklaringen of die ernstig in gebreke zijn gebleven ten aanzien van hun contractuele verplichtingen in het kader van een eerdere opdracht, uitgesloten van alle uit hoofde van de communautaire begroting gefinancierde opdrachten en subsidies gedurende maximaal twee jaar vanaf de vaststelling van de na een contradictoire dialoog met de contractant bevestigde overtreding. De duur van de uitsluiting kan op drie jaar worden gebracht in geval van recidive binnen vijf jaar na de eerste overtreding.

Inschrijvers of gegadigden die zich schuldig hebben gemaakt aan valse verklaringen, worden bovendien bestraft met financiële sancties ten bedrage van 2 tot 10 % van het totaalbedrag van de te gunnen opdracht.

Contractanten die ernstig in gebreke zijn gesteld wegens niet-nakoming van hun contractuele verplichtingen, worden eveneens bestraft met financiële sancties van 2 tot 10 % van de contractwaarde. Dit percentage kan op 4 tot 20 % worden gebracht in geval van recidive binnen vijf jaar na de eerste overtreding.

2.

In de in punt 5.2, onder a), c) en d), bedoelde gevallen worden de gegadigden of inschrijvers van de toekenning van opdrachten en subsidies uitgesloten gedurende ten hoogste twee jaar te rekenen vanaf de vaststelling van de overtreding, wanneer die is bevestigd na een contradictoire dialoog met de contractant.

In de in punt 5.2, onder b) en e), bedoelde gevallen worden de gegadigden of inschrijvers van de toekenning van opdrachten en subsidies uitgesloten gedurende ten minste één jaar en ten hoogste vier jaar te rekenen vanaf de kennisgeving van de rechterlijke beslissing.

De duur van de uitsluiting kan op vijf jaar worden gebracht in geval van recidive binnen vijf jaar na de eerste overtreding of de eerste rechterlijke beslissing.

3.

De in punt 5.2, onder e), bedoelde gevallen omvatten:

a)

fraudegevallen, zoals bedoeld in artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen, zoals vastgesteld bij de akte van de Raad van 26 juli 1995;

b)

corruptiegevallen, zoals bedoeld in artikel 3 van de overeenkomst ter bestrijding van corruptie waarbij ambtenaren van de Europese Gemeenschappen of van de lidstaten van de Europese Unie betrokken zijn, zoals vastgesteld bij de akte van de Raad van 26 mei 1997;

c)

gevallen van deelneming aan een criminele organisatie, zoals omschreven in artikel 2, lid 1, van Gemeenschappelijk optreden 98/733/JBZ van de Raad;

d)

gevallen van witwassen van geld, zoals omschreven in artikel 1 van Richtlijn 91/308/EEG van de Raad.

6.   SELECTIECRITERIA

De aanvrager moet beschikken over stabiele en toereikende financieringsmiddelen om de activiteiten uit te voeren gedurende de gehele uitvoeringstermijn of gedurende het jaar waarvoor de subsidie wordt toegekend, en om bij te dragen in de financiering van de actie. Hij moet over de vereiste vak- en beroepsbekwaamheid beschikken om de voorgestelde actie of het voorgestelde werkprogramma tot een goed einde te brengen.

6.1.   Financiële draagkracht van de aanvrager

De aanvrager moet over de vereiste financiële draagkracht beschikken om de voorgestelde actie tot een goed einde te brengen en moet de balansen en winst- en verliesrekeningen van de laatste twee afgesloten boekjaren verstrekken. Deze bepaling geldt niet voor overheidsinstellingen en internationale organisaties.

6.2.   Operationele capaciteit van de aanvrager

De aanvrager moet over de vereiste operationele capaciteit beschikken om de voorgestelde actie tot een goed einde te brengen en dit met passende bewijsstukken aantonen.

De bekwaamheid van de aanvrager zal aan de volgende criteria worden getoetst:

ten minste drie jaar bewezen ervaring met de voorbereiding en uitvoering van kwalitatieve conjunctuurenquêtes;

bewezen ervaring op ten minste twee van de volgende terreinen:

1.

evaluatie van resultaten van conjunctuurenquêtes, methodische aspecten (steekproeven, vragenlijsten en programmering) en analyse;

2.

opstellen van indicatoren op basis van resultaten van conjunctuurenquêtes;

3.

gebruik van resultaten van conjunctuurenquêtes voor analyse en conjunctureel en macro-economisch onderzoek op basis van statistische en econometrische methoden, inclusief sectorale analyse;

4.

econometrische modellen en andere prognosehulpmiddelen;

bekwaamheid om de methoden van het Geharmoniseerd programma voor conjunctuurenquêtes van de EU toe te passen en om zich naar de instructies van de Commissie te richten: voldoen aan de maandelijkse termijnen voor indiening van de resultaten en het enquêteprogramma op verzoek van de diensten van de Commissie verbeteren of aanpassen in overeenstemming met de afspraken die op de coördinatievergaderingen met vertegenwoordigers van de medewerkende organisaties/instellingen zijn gemaakt.

7.   TOEKENNINGSCRITERIA

De enquêtes zullen aan de geselecteerde gegadigden worden toegekend op basis van de volgende criteria:

de mate van deskundigheid en ervaring van de gegadigde op de in punt 6.2 genoemde terreinen;

de voorgestelde enquêtemethode (steekproefontwerp, steekproefomvang, dekkingsgraad, antwoordpercentage enz.);

de bekwaamheid van de gegadigde en zijn kennis van de specifieke karakteristieken van de sector en van het land waar de enquête(s) zal/zullen worden uitgevoerd;

de doeltreffendheid van de werkorganisatie van de gegadigde op het gebied van flexibiliteit, infrastructuur, gekwalificeerd personeel en uitrusting voor de uitvoering van de taken, de toezending van de resultaten, de deelneming aan de voorbereiding van de enquêtes in het kader van het Geharmoniseerd programma en de contacten met de diensten van de Commissie;

de kosten/batenverhouding.

8.   PROCEDURE VOOR DE INDIENING VAN PROJECTEN

8.1.   Voorwaarden voor de presentatie, indiening of toezending van voorstellen

De voorstellen moeten het ingevuld en ondertekend standaardvoorstelformulier bevatten, alsmede alle in het voorstelformulier genoemde bewijsstukken.

Voor elke aanvraag moet de aanvrager een ondertekend origineel en twee kopieën verschaffen.

De volgende documenten kunnen bij de Commissie worden verkregen:

het standaardvoorstelformulier;

een model-partnerschapskaderovereenkomst;

een model van de specifieke subsidieovereenkomst samen met de bijlage met een gedetailleerde beschrijving van de actie;

een model van een kostenraming voor het verstrekken van een schatting van de enquêtekosten en een financieringsplan;

een standaardformulier „Financiële identificatie”;

een standaardformulier „Juridische entiteit”;

een standaardformulier „Verklaring inzake subsidiabiliteit”.

a)

Deze documenten kunnen worden gedownload van het volgende internetadres:

http://europa.eu.int/comm/economy_finance/tenders/call0406_en.htm.

b)

Ingeval het niet mogelijk is gebruik te maken van bovenstaande optie, kunnen de documenten schriftelijk worden aangevraagd bij de:

Europese Commissie

Directoraat-generaal ECFIN

Eenheid ECFIN-A-3 (Conjunctuuronderzoek)

BU-1 3/146

B-1049 Brussel.

Fax (32-2) 296 36 50

onder vermelding van „Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/2004/A3-01”.

De Commissie behoudt zich het recht voor deze modellen te wijzigen overeenkomstig de behoeften van het Geharmoniseerd programma en/of de vereisten van het beheer van de begrotingsmiddelen.

De voorstellen moeten in een van de officiële talen van de Europese Gemeenschap worden ingediend, eventueel vergezeld van een Engelse, Franse of Duitse versie.

De voorstellen moeten worden ingediend in een dubbele enveloppe.

Op de buitenste enveloppe moet het onder punt 8.3 opgegeven adres worden vermeld, alsmede het opschrift: „Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/2004/A3-01”.

Op de binnenste gesloten enveloppe met het voorstel moet worden vermeld: „Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/2004/A3-01 — Mag niet door de postkamer worden geopend”.

De gegadigden zal door middel van de aangetekende terugzending van het desbetreffende formulier worden meegedeeld dat hun zending is geregistreerd.

8.2.   Samenstelling van een voorsteldossier

8.2.1.   Administratief dossier

Het administratieve dossier moet de volgende stukken bevatten:

een naar behoren ingevuld en ondertekend standaardformulier „Juridische entiteit” en de verlangde bewijsstukken die de juridische status van de organisatie of instelling aantonen;

een naar behoren ingevuld en ondertekend standaardformulier „Financiële identificatie”;

een ondertekend standaardformulier „Verklaring inzake subsidiabiliteit”;

het organisatieschema van de organisatie of instelling (met vermelding van de naam en functie van de personen met een bestuursfunctie) en van de operationele dienst die verantwoordelijk is voor het houden van de enquêtes;

een verklaring van de organisatie of instelling dat zij, in geval van selectie, de standaardpartnerschapskaderovereenkomst en de specifieke subsidieovereenkomst zal ondertekenen;

het bewijs dat de organisatie of instelling financieel gezond is: hiertoe moeten de balansen en winst- en verliesrekeningen van de laatste twee afgesloten boekjaren worden bijgevoegd.

8.2.2.   Technisch dossier

Het technische dossier moet de volgende stukken bevatten:

een beschrijving van de werkzaamheden van de organisatie of instelling. Deze beschrijving moet het mogelijk maken de bekwaamheid, de omvang en de duur van de ervaring op de in punt 6.2 genoemde terreinen te beoordelen. In de beschrijving dienen vroegere studies, dienstverleningscontracten, adviesopdrachten, enquêtes, publicaties en andere werkzaamheden te worden genoemd, onder vermelding van de naam van de opdrachtgever(s); meer bepaald dienen de voor rekening van de Europese Commissie uitgevoerde opdrachten te worden vermeld; tevens moeten de meest relevante studies en/of resultaten worden bijgevoegd;

een gedetailleerde beschrijving van de operationele organisatie voor het houden van de enquêtes. Alle dienstige stukken betreffende de infrastructuur, de uitrusting, de middelen en het gekwalificeerd personeel (beknopte cv's) waarover de aanvrager beschikt, moeten worden bijgevoegd;

een gedetailleerde beschrijving van de enquêtemethoden: steekproefmethoden, steekproeffouten en betrouwbaarheidsintervallen, steekproefgrootte en geraamd antwoordpercentage;

een gedetailleerde beschrijving van de taken die zullen worden uitbesteed.

8.2.3.   Financieel dossier

Het financiële dossier moet de volgende stukken bevatten:

voor elke enquête: een naar behoren ingevulde en gedetailleerde kostenraming (in euro) die betrekking heeft op een periode van twaalf maanden en die een financieringsplan voor de actie bevat, alsmede een gedetailleerd overzicht van de totale subsidiabele kosten en de subsidiabele kosten per eenheid voor de uitvoering van de enquête, met inbegrip van de kosten voor uitbesteding;

in voorkomend geval, een document waaruit de financiële bijdrage van andere organisaties blijkt.

8.3.   Adres waar de voorstellen moeten worden ingediend

Europese Commissie

Directoraat-generaal ECFIN

„Oproep tot het indienen van voorstellen — ECFIN/2004/A3-01”

Eenheid ECFIN R-2

BU-1 3/13

B-1049 Brussel.

8.4.   Uiterste datum voor indiening van subsidieaanvragen

Gegadigden die belangstelling hebben voor deze oproep tot het indienen van voorstellen, wordt verzocht hun subsidieaanvragen bij de Europese Commissie in te dienen.

Aanvragen kunnen worden ingediend:

a)

hetzij per aangetekende brief, uiterlijk gepost op 16 november 2004 (de datum van het poststempel geldt als bewijs);

b)

hetzij door afgifte op de centrale postdienst van de Europese Commissie op onderstaand adres (rechtstreeks of via elke door de inschrijver daartoe gemachtigde persoon, inclusief via particuliere besteldiensten):

Europese Commissie

Centrale post

Genèvestraat 1

B-1140 Brussel

uiterlijk op 16 november 2004 om 16.00 uur (Brusselse tijd). In dat geval geldt als bewijs van afgifte het ontvangstbewijs dat is gedateerd en ondertekend door de ambtenaar van de bovengenoemde dienst die de documenten in ontvangst heeft genomen.

Aanvragen die de Commissie na de uiterste datum ontvangt, worden niet in aanmerking genomen.

9.   WAT GEBEURT ER MET DE ONTVANGEN AANVRAGEN?

Alle aanvragen worden gecontroleerd om na te gaan of zij aan de formele subsidiabiliteitscriteria voldoen.

Voorstellen die als subsidiabel worden aangemerkt, worden beoordeeld en gequoteerd op basis van de hierboven gespecificeerde toekenningscriteria.

De Commissie zal de voorstellen in de tweede helft van 2004 selecteren. Hiertoe zal een selectiecomité worden ingesteld onder leiding van de directeur-generaal van Economische en financiële zaken. Dit comité zal bestaan uit ten minste drie personen die ten minste twee verschillende gespecialiseerde eenheden vertegenwoordigen welke ten opzichte van elkaar niet in een hiërarchische verhouding staan. Het comité zal een eigen secretariaat hebben voor de communicatie met de uiteindelijk geselecteerde gegadigden. Niet-geselecteerde gegadigden zullen eveneens persoonlijk bericht ontvangen.

10.   BELANGRIJKE OPMERKINGEN

Deze oproep tot het indienen van voorstellen houdt in geen geval een contractuele verbintenis in van de Commissie jegens de organisaties/instellingen die als gevolg van deze aankondiging een voorstel indienen. Alle contacten betreffende de oproep moeten schriftelijk verlopen.

Aanvragers dienen nota te nemen van de contractuele bepalingen: deze zullen moeten worden nageleefd wanneer de subsidie wordt toegekend.


(1)  Overeenkomstig de artikelen 93 en 94 van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen.


Top