EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52003XC0429(01)

Inleiding van een versnelde procedure voor de herziening van Verordening (EG) nr. 2164/98 van de Raad tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde breedspectrumantibiotica uit India

OJ C 102, 29.4.2003, p. 6–7 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52003XC0429(01)

Inleiding van een versnelde procedure voor de herziening van Verordening (EG) nr. 2164/98 van de Raad tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde breedspectrumantibiotica uit India

Publicatieblad Nr. C 102 van 29/04/2003 blz. 0006 - 0007


Inleiding van een versnelde procedure voor de herziening van Verordening (EG) nr. 2164/98 van de Raad tot instelling van een definitief compenserend recht op bepaalde breedspectrumantibiotica uit India

(2003/C 102/03)

Op grond van artikel 20 van Verordening (EG) nr. 2026/97 van de Raad(1) (hierna "de basisverordening" genoemd), gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1973/2002(2), werd bij de Commissie een verzoek ingediend om de inleiding van een versnelde procedure voor de herziening van Verordening (EG) nr. 2164/98 van de Raad(3) tot instelling va n een definitief compenserend recht op bepaalde breedspectrumantibiotica uit India.

1. Indiener van het verzoek

Het verzoek werd ingediend door Nestor Pharmaceuticals Limited, een producent/exporteur in India.

2. Product

Het verzoek heeft betrekking op niet in afgemeten doseringen, vormen of verpakkingen voor de kleinhandel aangeboden amoxicillinetrihydraat, ampicillinetrihydraat en cefalexine, ingedeeld onder de GN-codes ex 2941 10 10, ex 2941 10 20 en ex 2941 90 00 (hierna "het betrokken product" genoemd), uit India. De GN-codes worden slechts ter informatie vermeld.

3. Thans geldende maatregelen

Momenteel is bij invoer in de Gemeenschap van bepaalde breedspectrumantibiotica uit India, met inbegrip van die welke door de indiener van het verzoek zijn geproduceerd, een definitief compenserend recht van 14,6 % van toepassing dat werd ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2164/98. Voor enkele in de verordening genoemde ondernemingen geldt een ander compenserend recht.

4. Motivering

De indiener van het verzoek beweert dat zijn onderneming bij het oorspronkelijke onderzoek niet werd onderzocht om andere redenen dan zijn weigering medewerking te verlenen. Hij beweert het betrokken product in het oorspronkelijke onderzoektijdvak waarop de thans geldende compenserende maatregelen zijn gebaseerd, dat wil zeggen de periode van 1 juli 1996 tot en met 30 juni 1997, niet naar de Gemeenschap te hebben uitgevoerd en geen banden te hebben met andere producenten/exporteurs in India die aan de thans geldende maatregelen zijn onderworpen.

Hij vraagt daarom dat voor hem een individueel recht wordt vastgesteld.

5. Procedure

De belanghebbende producenten in de Gemeenschap zijn van dit verzoek in kennis gesteld en hebben de gelegenheid gekregen opmerkingen te maken. Er zijn geen opmerkingen ontvangen.

Na overleg in het Raadgevend Comité is de Commissie tot de conclusie gekomen dat er voldoende bewijsmateriaal is om een versnelde herzieningsprocedure in te leiden. De Commissie heeft derhalve overeenkomstig artikel 20 van de basisverordening een onderzoek geopend.

a) Vragenlijsten

Om de inlichtingen te verkrijgen die zij voor haar onderzoek nodig heeft, zal de Commissie een vragenlijst toezenden aan de indiener van het verzoek en kan zij informatie vragen van andere belanghebbenden.

b) Het schriftelijk en mondeling verstrekken van inlichtingen

Partijen die kunnen aantonen dat zij mogelijk belang hebben bij de resultaten van het onderzoek, wordt verzocht hun standpunt schriftelijk uiteen te zetten en de in punt 5, onder a), genoemde vragenlijst te beantwoorden en eventuele andere informatie toe te zenden waarmee bij het onderzoek rekening moet worden gehouden. Deze informatie en bewijsmateriaal moeten binnen de onder punt 6, onder a), vermelde termijn door de Commissie zijn ontvangen.

Voorts kan de Commissie de partijen horen die dit aanvragen en die kunnen aantonen dat er bijzondere redenen zijn om hen te horen. Deze aanvraag moet binnen de onder punt 6, onder b), vermelde termijn worden ingediend.

6. Termijnen

a) Om zich aan te melden en antwoorden op de vragenlijst en andere gegevens toe te zenden

Belanghebbenden die wensen dat bij het onderzoek met hun opmerkingen rekening wordt gehouden, dienen binnen 40 dagen na de bekendmaking van dit bericht in het Publicatieblad van de Europese Unie, tenzij anders vermeld, hun standpunt uiteen te zetten en de antwoorden op de vragenlijst en eventuele andere gegevens te doen toekomen. Er wordt op gewezen dat de meeste in de basisverordening vermelde procedurerechten slechts kunnen worden uitgeoefend indien de betrokkene zich binnen de genoemde termijn bij de Commissie aanmeldt.

b) Om een mondeling onderhoud aan te vragen

Binnen dezelfde termijn van 40 dagen kunnen belanghebbenden ook vragen door de Commissie te worden gehoord.

7. Schriftelijke opmerkingen, antwoorden op de vragenlijst en andere correspondentie

Alle opmerkingen en verzoeken moeten schriftelijk worden ingediend (niet elektronisch, tenzij anders vermeld) onder opgave van naam, adres, e-mailadres, telefoon-, fax- en/of telexnummer van de betrokkene.

Correspondentieadres van de Commissie: Europese Commissie Directoraat-generaal Trade

Directoraat B

J-79 - 05/16 B - 1049 Brussel Fax (32-2) 295 65 05 Telex: COMEU B 21877.

8. Medewerking

Indien belanghebbenden binnen de gestelde termijnen geen toegang geven tot de nodige informatie, deze anderszins niet verstrekken of het onderzoek ernstig belemmeren, kunnen, overeenkomstig artikel 28 van de basisverordening, op grond van de beschikbare gegevens conclusies worden getrokken, zowel in positieve als in negatieve zin.

De Commissie kan de verstrekte informatie, indien deze onjuist of misleidend blijkt, buiten beschouwing laten en van beschikbare gegevens gebruikmaken.

(1) PB L 288 van 21.10.1997, blz. 1.

(2) PB L 305 van 7.11.2002, blz. 4.

(3) PB L 273 van 9.10.1998, blz. 1.

Top