EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52002AE0358

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de traceerbaarheid en de etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG" (COM(2001) 182 def. — 2001/0180 (COD))

OJ C 125, 27.5.2002, p. 69–73 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52002AE0358

Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de traceerbaarheid en de etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG" (COM(2001) 182 def. — 2001/0180 (COD))

Publicatieblad Nr. C 125 van 27/05/2002 blz. 0069 - 0073


Advies van het Economisch en Sociaal Comité over het "Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de traceerbaarheid en de etikettering van genetisch gemodificeerde organismen en de traceerbaarheid van met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders en tot wijziging van Richtlijn 2001/18/EG"

(COM(2001) 182 def. - 2001/0180 (COD))

(2002/C 125/14)

De Raad heeft op 15 september 2001 besloten, overeenkomstig artikel 95 van het EG-Verdrag, het Economisch en Sociaal Comité te raadplegen over het voornoemde voorstel.

De afdeling "Landbouw, plattelandsontwikkeling, milieu", die met de voorbereiding van de werkzaamheden was belast, heeft haar advies op 4 maart 2002 goedgekeurd; rapporteur was de heer Espuny Moyano.

Het Economisch en Sociaal Comité heeft tijdens zijn op 20 en 21 maart 2002 gehouden 389e zitting (vergadering van 21 maart) het volgende advies uitgebracht, dat met 81 stemmen vóór en 10 stemmen tegen, bij 21 onthoudingen is goedgekeurd.

1. Inleiding

1.1. Dit Commissievoorstel omvat een wetgevingskader voor de traceerbaarheid en de etikettering van genetisch gemodificeerde organismen (GGO's) en van met GGO's geproduceerde levensmiddelen en diervoeders. Uit hoofde van deze regeling wordt het mogelijk: producten vlotter uit de handel te nemen, wanneer een onvoorzien risico voor de gezondheid van mens of dier wordt geconstateerd; de eventuele impact op het milieu gerichter in kaart te brengen, en producten nauwkeurig en volledig te etiketteren, waardoor exploitant en consument in alle vrijheid en met kennis van zaken hun keuze kunnen maken en de autoriteiten de beweringen op het etiket beter kunnen controleren en verifiëren.

1.2. Deze ontwerpverordening is in alle schakels van de handelskosten van toepassing op uit GGO's bestaande of GGO's bevattende producten en geldt bovendien voor GGO's geproduceerde levensmiddelen en diervoeders, met inbegrip van additieven en aroma's.

1.3. Voor menselijk of dierlijk gebruik bestemde geneesmiddelen waarvan het gebruik krachtens Verordening (EEG) nr. 2309/93 is toegestaan, vallen niet onder de bepalingen van dit ontwerp.

1.4. Eenduidige codes

Voor de ontwikkeling en toekenning van eenduidige codes aan de GGO's zal de Commissie krachtens art. 10 worden bijgestaan door een regelgevend comité. Voor eventuele aanpassingen zal dezelfde procedure worden gebruikt (art. 8).

1.5. Traceerbaarheids- en etiketteringsvoorschriften voor GGO's

1.5.1. Op het etiket van voorverpakte producten die uit GGO's bestaan of GGO's bevatten, moet de volgende vermelding voorkomen: "dit product bevat GGO's".

1.5.2. In de eerste fase van het in de handel brengen van een product moet de exploitant aangeven dat het product uit GGO's bestaat en de eenduidige codes van deze GGO's vermelden.

1.5.3. Deze gegevens moeten het product in alle volgende fasen begeleiden.

1.5.4. Deze informatie dient vijf jaar te worden bewaard.

1.6. Traceerbaarheidsvereisten voor met GGO's geproduceerde producten

1.6.1. Bij het in de handel brengen van dergelijke producten moet aan de afnemer worden gemeld uit welke met GGO's geproduceerde voedselingrediënten, additieven, aroma's, voedermiddelen of diervoederadditieven deze zijn is samengesteld.

1.6.2. De exploitant moet deze gegevens vijf jaar bewaren.

1.7. Vrijstellingen

1.7.1. Krachtens artikel 6 hoeven exploitanten die voedingsmiddelen aan de eindverbruiker leveren, niet bij te houden aan wie de producten zijn verkocht.

1.8. Waar de lidstaten erop moeten toezien dat inspecties en andere controlemaatregelen worden uitgevoerd, daar is het de taak van de Commissie technische bemonsterings- en analysevoorschriften op te stellen.

1.9. De lidstaten moeten bepalen welke sancties worden toegepast wanneer inbreuken op de bepalingen van deze verordening worden vastgesteld.

1.10. Hoewel de verordening op de twintigste dag na de bekendmaking in het Publicatieblad in werking treedt, zullen de meeste bepalingen pas van toepassing worden op de negentigste dag na bekendmaking in het Publicatieblad van het systeem voor ontwikkeling en toekenning van de eenduidige codes.

2. Algemene opmerkingen

2.1. De Commissie heeft zich duidelijk ingezet voor dit voorstel voor een verordening en voor het "Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake met genetisch gemodificeerde organismen geproduceerde levensmiddelen en diervoeders". De bestaande regelgeving inzake het in de handel brengen en etiketteren van GGO's is onsamenhangend en onvolledig. Het voorstel om levensmiddelen en diervoeders op dezelfde manier te behandelen - waardoor de situatie voor exploitant, gebruiker en consument coherenter, duidelijker en veiliger wordt - is in het Comité dan ook positief ontvangen. De bestaande wetgeving schiet tekort waar het gaat om het recht van consumenten om geïnformeerd te worden zodat zij weloverwogen kunnen kiezen.

2.2. Dit neemt niet weg dat bepaalde aspecten van het voorstel ernstige twijfels oproepen en verduidelijkt moeten worden. Zo moet het verschil tussen producten die met (behulp van) GGO's en producten die op basis van GGO's worden geproduceerd, nauwkeurig worden aangegeven.

2.3. Als rechtsgrondslag is terecht gekozen voor artikel 95 van het EG-Verdrag. Krachtens dit artikel kan de Commissie maatregelen nemen met het oog op de onderlinge aanpassing van de nationale wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen die de instelling en de werking van de interne markt betreffen; zij dient hierbij steeds uit te gaan van een hoog beschermingsniveau.

2.4. Richtlijn 2001/18/EG (tot intrekking van Richtlijn 90/220/EEG) bevat een wettelijk raamwerk voor de doelbewuste introductie van genetisch gemodificeerde organismen in het milieu en het in de handel brengen van GGO's in de Gemeenschap. Doel van deze regelgeving is mens, dier en milieu te beschermen. Producten mogen alleen in het milieu worden geïntroduceerd en in de handel worden gebracht, nadat uit een strenge wetenschappelijke analyse is gebleken dat zij veilig zijn voor mens, dier en milieu en de voorschriften en procedures die in de richtlijn zijn verankerd, zijn gevolgd. Om onmiddellijk, vertraagd en onverwacht optredende directe of indirecte effecten die uit GGO's bestaande, met GGO's geproduceerde of GGO's bevattende producten zouden kunnen hebben op de gezondheid van mensen of dieren of op het milieu, te traceren en in kaart te brengen, dient krachtens Richtlijn 2001/18/EG een monitoringplan in werking te treden.

2.5. Aangezien de gezondheid van mens en milieu al krachtens de hierboven vermelde kaderrichtlijn dient te worden beschermd, moet de Commissie zich in dít voorstel voor een verordening toespitsen op een regeling inzake de traceerbaarheid van GGO's en met GGO's geproduceerde levensmiddelen en diervoeders, als middel om de veiligheid en de gezondheidsbescherming verder op te voeren en de etikettering van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders te verbeteren.

2.5.1. In zijn advies over het Witboek betreffende milieuaansprakelijkheid(1) heeft het Comité erop gewezen dat de regeling inzake aansprakelijkheid voor aan het milieu en de biodiversiteit toegebrachte schade dringend moet worden verduidelijkt. Hetzelfde geldt voor de aansprakelijkheid voor onvoorziene GGO-contaminatie van uit de biologische landbouw afkomstige producten - waarop momenteel een drempelwaarde van 0 % van toepassing is. Het is voor het Comité onaanvaardbaar dat de aansprakelijkheid voor GGO-producten noch in dit voorstel voor een verordening, noch in het voorstel voor een richtlijn betreffende milieuaansprakelijkheid wordt geregeld.

2.6. Het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene beginselen en vereisten van de levensmiddelenwetgeving en tot oprichting van een Europese Voedselautoriteit bevat naast fundamentele voorschiften inzake gezondheid en voedselveiligheid, ook een traceerbaarheidsverplichting. Voor de traceerbaarheid van GGO's en van GGO's afgeleide producten moeten dezelfde regels gelden.

2.7. De voorgestelde traceerbaarheidsvoorschriften brengen voor de exploitanten en de controle-autoriteiten niet alleen documentatie- en certificeringsverplichtingen, maar ook extra inspecties en controles met zich mee. De kosten hiervan worden in de prijs van grondstoffen en eindproducten doorberekend. Ingevoerde producten die uit GGO's bestaan, GGO's bevatten of met GGO's zijn geproduceerd, maar die als eindproducten geen spoor van deze GGO's meer vertonen, leveren in dit verband extra problemen op. Het Comité is zich er terdege van bewust dat de voorstellen de volle steun moeten krijgen van internationale organisaties, nationale overheden en handelspartners en dat het een aantal jaren kan duren voor zij volledig in praktijk zijn gebracht.

2.8. De nationale autoriteiten, die voor de naleving van deze regeling verantwoordelijk zijn, zullen voor deze inspecties en controles extra financiële en personele middelen moeten vrijmaken. Op Gemeenschaps- en nationaal niveau zal voor voldoende middelen moeten worden gezorgd om de voorgestelde wetgeving doeltreffend te implementeren en te controleren. Zo kan worden vermeden dat het budget voor hun hoofdopdracht - het controleren van de veiligheid van levensmiddelen en diervoeder - wordt afgeroomd.

2.9. Aangezien het moeilijk is te controleren of de traceerbaarheids- en etiketteringsregels zijn toegepast op levensmiddelen en diervoeders waarin GGO's zijn gebruikt, maar niet meer aanwezig zijn, is het risico van fraude en bedrog niet ondenkbaar. Zo zou het mogelijk zijn producten die van niet-genetisch gemodificeerde grondstoffen zijn afgeleid, te vervangen door sterk geraffineerde olie en gehydrolyseerde maïsolie waarin wél genetisch gemodificeerde grondstoffen zijn verwerkt; deze producten hebben namelijk een identieke samenstelling, dezelfde kenmerken en worden voor dezelfde doelen gebruikt.

2.10. Het is niet ondenkbeeldig dat de kosten voor de aanmaak van de eindproducten o.i.v. de nieuwe vereisten stijgen en dat deze stijging aan de consument wordt doorberekend. Het Comité onderstreept evenwel dat de kosten van de nieuwe technologie voor rekening moeten komen van de producenten van producten die uit GGO's bestaan of GGO's bevatten. Het zou niet terecht zijn deze kosten in de prijzen van traditionele producten door te berekenen via etikettering met teksten als "vrij van GGO's".

2.11. De regeringen van de lidstaten en de beleidsorganen van de Europese Unie moeten zich inzetten voor de introductie van strengere voorschriften ter bescherming van mens en milieu op internationaal niveau. Zij worden verzocht zich in de verschillende internationale organisaties, met name de OESO en de Codex Alimentarius, sterk te maken voor de invoering van passende regelgeving zodat mogelijke handelsbeperkingen verminderd dan wel afgeschaft kunnen worden.

2.12. De toepassing van maatregelen om te garanderen dat een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen GGO-bevattende en GGO-vrije producten, kan ondernemingen die voor kwaliteit kiezen en hun reclame baseren op de transparantie en traceerbaarheid van hun producten, een concurrentievoordeel opleveren.

3. Specifieke opmerkingen

In punt 7.3 van het financieel memorandum [in de Nederlandse versie ten onrechte punt 1.1 (pagina 27)] worden de "andere huishoudelijke uitgaven als gevolg van de actie" opgevoerd. In de berekening van het totaalbedrag (Titel A7) is een fout geslopen; als er drie driedaagse dienstreizen à rato van 1000 EUR per reis zijn gepland, kan het totaal immers onmogelijk 1300 EUR bedragen.

4. Slotopmerkingen

Het Comité waardeert de inspanningen die de Commissie heeft geleverd om het bestaande wetgevingskader te vervolledigen en te verduidelijken, en doet m.b.t. traceerbaarheid en etikettering de volgende aanbevelingen:

4.1. Het gebruik van GGO's heeft een hevige maatschappelijke discussie losgemaakt. Extreme standpunten waren niet van de lucht en wetenschappelijk sérieux was vaak ver te zoeken. Tegen deze achtergrond zou de Commissie er goed aan doen een voorlichtingscampagne op te zetten om het publiek te informeren over voordelen en risico's van GGO-gebruik voor de gezondheid van mens, dier en milieu. Van essentieel belang is dat onafhankelijke instanties informatie verstrekken die mensen in staat stellen om, mede op basis van milieu- en ethische overwegingen en rekening houdend met de bij de productie toegepaste technologie, weloverwogen te kiezen wat zij willen eten.

4.2. De voorstellen tot wijziging en verbetering van de etikettering en traceerbaarheid van GGO's of met behulp hiervan geproduceerde producten in alle stadia van de voedselketen gaan uit van het voorzorgsbeginsel en vergroten de transparantie, wat een voorwaarde is voor de keuzevrijheid van de consument. Zij vergemakkelijken de inspecties door de controleautoriteiten en effenen het pad voor onderzoek naar de langetermijneffecten van het gebruik van gentechnologie in levensmiddelen op mens en milieu.

4.3. GGO's mogen pas worden gebruikt als na een strenge wetenschappelijke evaluatie is gebleken dat zij niet schadelijk zijn voor de gezondheid en zonder aanvullende eisen in het vrije verkeer kunnen worden gebracht en als consumenten via traceerbaarheidsvoorschriften en etikettering adequaat worden geïnformeerd zodat zij oordeelkundig kunnen kiezen.

4.4. Het gebruik van GGO's is een voldongen feit, getuige de 52,6 miljoen hectare die in 2001 met deze gewassen zijn aangeplant. Dit areaal is t.o.v. 2000 met 19 % toegenomen en breidt zich nog steeds verder uit, in weerwil van de uit consumentenonderzoek naar voren komende conclusie dat een duidelijke meerderheid van de consumenten tegen genetisch gemodificeerde levensmiddelen is.

4.5. Toch wijst het Comité de Commissie erop dat, vóór het gebruik van nieuwe GGO's wordt toegestaan, het nodige onderzoek moet worden verricht. Daarbij zou het voorzorgsbeginsel moeten worden toegepast, omdat voorkomen nog altijd beter is dan genezen.

Brussel, 21 maart 2002.

De voorzitter

van het Economisch en Sociaal Comité

G. Frerichs

(1) Advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité over het Witboek betreffende milieuaansprakelijkheid (PB C 268 van 19.9.2000, blz. 19).

BIJLAGE

bij het advies van het Economisch en Sociaal Comité

De volgende tijdens de discussie verworpen wijzigingsvoorstellen hebben meer dan een kwart van de uitgebrachte stemmen gekregen:

Paragraaf 2.5

Deze paragraaf door de als volgt luidende tekst vervangen: "Onderhavig Commissievoorstel mag niet alleen gericht zijn op het opstellen van regels voor de traceerbaarheid van GGO's en met GGO's verkregen levensmiddelen en diervoeders, maar moet ook betrekking hebben op d.m.v. een GGO verkregen levensmiddelen en diervoeders. Een enzym neemt, net als om het even welke andere molecuul die het chemische transformatieproces versnelt, actief deel aan alle verschillende chemisch-moleculaire reacties die uiteindelijk het levensmiddel opleveren. Eindproducten die op natuurlijke wijze zijn verkregen en eindproducten voor de productie waarvan een GGO is gebruikt, kunnen dan ook niet als inhoudelijk gelijkwaardig worden beschouwd, omdat zo'n GGO hoe dan ook een niet-natuurlijke stof is waarvan nog niet proefondervindelijk is bewezen dat daarmee identieke levensmiddelen kunnen worden geproduceerd, dus producten die zowel organoleptisch als qua smaak en gezondheidsvereisten identiek zijn aan op natuurlijke wijze verkregen producten. Daarom moet regelgeving voor de etikettering en traceerbaarheid van GGO's ook van toepassing zijn op d.m.v. een GGO verkregen producten."

Uitslag van de stemming

Vóór: 28, tegen: 51, onthoudingen: 14.

Paragraaf 2.7

Deze paragraaf door de als volgt luidende tekst vervangen: "Omwille van de transparantie, moeten de voorgestelde traceerbaarheidsvoorschriften hoe dan ook worden nageleefd, ook al brengt dit voor exploitanten en controle-autoriteiten extra inspecties en controles met zich mee. Verder moet worden onderzocht hoe de consument bovendien de garantie kan worden gegeven dat die transparantie ook optimaal is bij ingevoerde producten (of deze nu uit GGO's bestaan, GGO's bevatten, afgeleid zijn van GGO's of d.m.v. een GGO zijn verkregen), zelfs als de eindproducten geen sporen van GGO's meer vertonen."

Uitslag van de stemming

Vóór: 30, tegen: 59, onthoudingen: 16.

Paragraaf 4.1

Tweede zin te schrappen en te vervangen: "Het gebruik van GGO's heeft een hevigebrede maatschappelijke discussie losgemaakt.Extreme standpunten waren niet van de lucht en wetenschappelijk was vaak ver te zoeken. die gedeeltelijk door angst en zeker ook onwetendheid over de mogelijke gevolgen bepaald wordt."

Uitslag van de stemming

Vóór: 50, tegen: 53, onthoudingen: 9.

Nieuwe paragraaf 4.3.1 toe te voegen

"Een belangrijk manco in dit voorstel is dat vlees en dierlijke producten die afkomstig zijn van met genetisch gemodificeerd producten vervoederde dieren, krachtens deze verordening niet moeten worden geëtiketteerd. Hierdoor komt één van de doelstellingen van dit voorstel, nl. het garanderen van de keuzevrijheid van de consument, op de helling te staan."

Uitslag van de stemming

Vóór: 43, tegen: 56, onthoudingen: 8.

Top