EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52000IR0254

Advies van het Comité van de Regio's over "Interregionale projecten in het plattelandstoerisme tegen de achtergrond van Agenda 21"

OJ C 144, 16.5.2001, p. 65–66 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

52000IR0254

Advies van het Comité van de Regio's over "Interregionale projecten in het plattelandstoerisme tegen de achtergrond van Agenda 21"

Publicatieblad Nr. C 144 van 16/05/2001 blz. 0065 - 0066


Advies van het Comité van de Regio's over "Interregionale projecten in het plattelandstoerisme tegen de achtergrond van Agenda 21"

(2001/C 144/20)

HET COMITÉ VAN DE REGIO'S,

gezien het op 13 juni door zijn Bureau genomen besluit om overeenkomstig artikel 265, vijfde alinea, van het verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap een advies op te stellen over "Interregionale projecten in het plattelandstoerisme tegen de achtergrond van Agenda 21" en commissie 2 "Landbouw, plattelandsontwikkeling, visserij" met de desbetreffende voorbereidingen te belasten;

gezien Agenda 21, zoals goedgekeurd door de VN-Conferentie over milieu en ontwikkeling in Rio de Janeiro op 14 juni 1992;

gezien de door commissie 5 "Sociale zaken, volksgezondheid, consumentenbescherming, onderzoek, toerisme" opgestelde bijdrage (rapporteur: de heer Lafay, burgemeester van Sancergues, F/EVP);

gezien het door commissie 2 op 25 oktober 2000 goedgekeurde ontwerpadvies (CDR 254/2000 rev. 2) (rapporteur: de heer Bocklet, minister van Federale en Europese aangelegenheden van Beieren, D/EVP),

heeft tijdens zijn 36e zitting van 13 en 14 december 2000 (vergadering van 14 december) het volgende advies uitgebracht.

Het Comité van de Regio's,

1. onderstreept het belang van plattelandstoerisme voor de regio's,

2. wijst erop dat plattelandstoerisme bijdraagt tot behoud van werkgelegenheid, nieuwe banen creëert in plattelandsgebieden en een sterke stimulans vormt voor sociale en culturele ontwikkeling,

3. stelt vast dat plattelandstoerisme in landelijke gebieden een belangrijke economische factor is, die ontwikkeld en gestimuleerd dient te worden,

4. stelt vast dat bijkomende administratieve belemmeringen een professionele manier van werken bemoeilijken,

5. erkent dat in plattelandstoerisme juist de karakteristieke elementen van een regio de bezoeker/consument interesseren, en dat het toeristisch aanbod door interregionale projecten kan worden verbreed,

6. deelt het standpunt dat, zo nodig, over politieke of gemeentegrenzen in regio's heengestapt moet worden om gezamenlijk het plattelandstoerisme te ontwikkelen,

7. bepleit interregionale samenwerking tussen organisaties en verenigingen die in plattelandstoerisme werkzaam zijn,

8. steunt ten aanzien van plattelandstoerisme het streven naar een duurzame vorm van toerisme in de zin van Agenda 21,

9. dringt erop aan dat de toeristische sector het duurzaamheidsprincipe sterker verankert in haar activiteiten,

10. wijst erop dat dankzij duurzaam toerisme de bestaande basis voor toerisme (landschap, cultuur, traditie) kan worden beschermd,

11. is van oordeel dat interregionale projecten aanzienlijk bijdragen tot versterking van plattelandstoerisme als economische factor,

12. beschouwt het als een eerste vereiste dat mensen die werkzaam zijn in de toeristische sector over de nodige kwalificaties beschikken en meerdere talen beheersen,

13. acht het zaak dat de aanbieders in plattelandstoerisme supraregionaal worden opgeleid en dat de consument een overzichtelijke presentatie van de kwaliteit van het aanbod ontvangt,

14. hecht er belang aan dat in plattelandstoerisme meer gebruik gemaakt wordt van elektronische communicatiemiddelen,

15. acht het efficiënt dat de regio's een supraregionale opleiding financieel ondersteunen,

16. spoort de regio's aan gemeenschappelijke marketingstrategieën te ontwikkelen,

17. sluit zich aan bij het standpunt dat het aanbod per doelgroep in plattelandstoerisme in grotere mate interregionaal moet worden gekoppeld,

18. is van oordeel dat vakanties op de boerderij, waarbij het lichamelijke en het geestelijke welzijn van de gast voorop staan, een verrijking vormen van plattelandstoerisme,

19. beschouwt boerentradities als elementen die de aantrekkelijkheid van plattelandstoerisme vergroten,

20. is van mening dat plattelandstoerisme verder ontwikkeld kan worden door aandacht te besteden aan de plaatselijke geschiedenis en aan historische monumenten,

21. acht het nuttig dat door externe deskundigen (bijv. hogescholen, universiteiten, marketingdeskundigen) geïntegreerde toeristische concepten worden uitgewerkt,

22. is van oordeel dat uit het oogpunt van duurzaamheid nauwere samenwerking tussen de sector plattelandstoerisme en alle overige economische partners in de regio vereist is,

23. dringt erop aan dat in projecten voor plattelandstoerisme naast economische aspecten principieel ook rekening wordt gehouden met ecologische en sociale aspecten, en dat een adequaat netwerk wordt opgezet voor persoonlijke dienstverlening, vooral in de gezondheidszorg,

24. is van oordeel dat bij interregionale projecten voor plattelandstoerisme regionale overheden een adviserende en financiële taak toekomt,

25. acht het wenselijk dat het lokale en regionale aspect bij alle overwegingen de nodige aandacht krijgt,

26. is voorstander van een intensieve uitwisseling van ervaringen bij bestaande interregionale projecten,

27. pleit ervoor om, zo nodig, de marketing van een toeristisch product, met name de aangeboden producten voor specifieke doelgroepen in de sector plattelandstoerisme, interregionaal aan te pakken.

Brussel, 14 december 2000.

De voorzitter

van het Comité van de Regio's

Jos Chabert

Top