EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 51995IR0375

Advies van het Comité van de Regio's over de "Mededeling van de Commissie en over het voorstel van een besluit van de Raad betreffende de activiteiten van de Commissie ter zake van analyse, onderzoek, samenwerking en actie op werkgelegenheidsgebied (Essen)"

CdR 375/95

OJ C 126, 29.4.1996, p. 19–23 (ES, DA, DE, EL, EN, FR, IT, NL, PT, FI, SV)

51995IR0375

Advies van het Comité van de Regio's over de "Mededeling van de Commissie en over het voorstel van een besluit van de Raad betreffende de activiteiten van de Commissie ter zake van analyse, onderzoek, samenwerking en actie op werkgelegenheidsgebied (Essen)" CdR 375/95

Publicatieblad Nr. C 126 van 29/04/1996 blz. 0019


Advies van het Comité van de Regio's over de "Mededeling van de Commissie en over het voorstel van een besluit van de Raad betreffende de activiteiten van de Commissie ter zake van analyse, onderzoek, samenwerking en actie op werkgelegenheidsgebied (Essen)"

(96/C 126/04)

Het Comité van de Regio's heeft op 18 juli 1995 overeenkomstig artikel 198 C van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap besloten een advies op te stellen over voornoemde mededeling en voorstel.

Commissie 8 "Economische en sociale samenhang, Sociaal beleid, Volksgezondheid" van het Comité van de Regio's was belast met de voorbereiding van de werkzaamheden van het Comité. Rapporteur was mevrouw Birath Lindvall.

Het Comité van de Regio's heeft tijdens de op 15 en 16 november 1995 gehouden tiende zitting (vergadering van 16 november 1995) het volgende advies uitgebracht.

1. Inleiding

Het voorstel van de Commissie betreffende activiteiten ter zake van analyse, onderzoek, samenwerking en actie op werkgelegenheidsgebied maakt deel uit van de uitvoering van het besluit dat door de Europese Raad in Essen werd genomen. Tijdens de Top van Essen werd de Commissie, de Raad Financiën en de Raad Werkgelegenheid en Sociale Zaken opgedragen de ontwikkeling van de arbeidsmarkt nauwgezet te volgen, toezicht te houden op het arbeidsmarktbeleid van de lid-staten en de Europese Raad jaarlijks verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang op de arbeidsmarkt.

Gezien de resultaten van de maatregelen die de laatste jaren zijn genomen ter bevordering van de werkgelegenheid, acht de Commissie het noodzakelijk dat dit toezichtsysteem wordt gekoppeld aan een herziening en een intensivering van de activiteiten van de Commissie ter zake van analyse, onderzoek, samenwerking en actie op werkgelegenheidsgebied.

De Mededeling van de Commissie dient te worden gezien als onderdeel van de uitvoering van de witboeken over groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid (COM(93) 700) en over een Europees sociaal beleid (COM(94) 333), waarover door het Comité van de Regio's eerder adviezen zijn uitgebracht. Het recentelijk door het Comité uitgebrachte advies over het sociaal actieprogramma voor de middellange termijn (COM(95) 134) vormt een vervolg en een toevoeging op de adviezen van het Comité betreffende de eerdergenoemde witboeken.

Bij het streven van de EU om een beleid inzake groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid tot stand te brengen, zijn in veel opzichten ook de plaatselijke en regionale overheden betrokken, die immers als initiatoren en verantwoordelijken in dit verband een rol te vervullen hebben. Zo zijn er mogelijkheden om binnen een gewijzigde dienstensector banen te scheppen en tegelijkertijd een infrastructuur te creëren die beter bij de huidige behoeften aansluit. Daarbij gaat het niet in de laatste plaats om een grotere participatie van vrouwen aan het arbeidsproces en de daarmee samenhangende behoefte aan zorgverlening, milieubescherming in brede zin, e.d.

De argumentatie die moet worden aangevoerd met betrekking tot het verband tussen economische groei en de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, wordt voortgezet in onder meer het werk van de Commissie en de Raad ten behoeve van de bijeenkomst van de Europese Raad in december 1995 te Madrid. Het onderhavige document is meer gecentreerd rond het verder ontwikkelen van delen van het proces waarbij banen worden gecreëerd: gesystematiseerde uitwisseling van ervaringen en programma's voor samenwerking bij onderzoek.

Als onderdeel van het proces ter voorbereiding van het advies heeft de rapporteur informatie ingewonnen bij de nationale delegaties van het Comité van de Regio's.

2. Actieprogramma Essen (artikel 1)

Het Comité van de Regio's:

Steunt het voorstel van de Commissie om een specifiek actieprogramma op het gebied van werkgelegenheid (Essen) uit te werken en uit te voeren. Het voorstel dient te worden gezien als een logisch gevolg van het feit dat de werkgelegenheidsproblematiek momenteel de hoogste prioriteit genieten binnen de Europese Unie en haar lid-staten. Om die reden is het van belang dat de instellingen van de Unie beter zicht kunnen krijgen op de wijze waarop de conclusies van "Essen" door de lid-staten in de praktijk worden gebracht. Het Comité van de Regio's hecht er belang aan dat de Commissie en de Raad, maar ook het Comité van de Regio's en andere EG-instellingen kunnen beschikken over correcte en actuele informatie t.a.v. de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt in de diverse gebiedsdelen van de EU;

deelt de opvatting van de Commissie over de noodzaak om de voorgestelde multilaterale toezichtsystemen aan te vullen met een herstructurering en uitbreiding van de activiteiten op het terrein van analyse van de arbeidsmarkt en het werkgelegenheidsbeleid;

onderstreept de opvatting van de Commissie dat een dergelijke nieuwe aanpak een meerwaarde kan opleveren doordat zo succesvolle methoden en maatregelen kunnen worden opgespoord en verspreid en nieuwe vindingen en uitwisseling van ervaringen worden gestimuleerd, maar wil in het bijzonder het belang benadrukken om lokale en regionale bestuurslagen bij dit werk te betrekken. Organen op dit niveau hebben jarenlange ervaring met werkloosheidsbestrijding en het scheppen van voorwaarden die de werkgelegenheid ten goede komen, en kunnen hierover waardevolle informatie verstrekken. De lokale en regionale werkgelegenheidssituatie heeft sterke invloed op de economische context waarin lokale en regionale overheden hun maatschappelijke taken vervullen. Dit gegeven maakt het voor deze organen zeer interessant om mee te werken aan activiteiten op dit gebied;

onderstreept dat men in het merendeel van de vijf tijdens de Top in Essen geprioriteerde hoofdgebieden, waarop maatregelen dienen te worden genomen om de economische groei om te zetten in banengroei, bij de uitvoering van die maatregelen sterk afhankelijk is van de inzet op lokaal en regionaal niveau en van de mogelijkheden die er op dit niveau bestaan om actief hieraan deel te nemen. Op de volgende terreinen is participatie op lokaal en regionaal niveau volgens het Comité van de Regio's van bijzonder belang:

- het creëren van meer mogelijkheden om mensen aan werk te helpen door investeringen in beroepsopleiding te stimuleren;

- verbetering van de omzetting van economische groei in banengroei door te zorgen voor meer flexibiliteit in de arbeidsorganisatie en door met name lokale en regionale initiatieven gericht op het scheppen van arbeidsplaatsen in sectoren waarmee wordt voorzien in nieuwe behoeften, b.v. milieu en maatschappelijke dienstverlening, te stimuleren;

- vergroting van de slagkracht van het arbeidsmarktbeleid;

- het nemen van steunmaatregelen ten behoeve van groepen die extra hard worden getroffen door de werkloosheid, met name jongeren, langdurig werklozen, oudere werknemers en werkloze vrouwen;

onderstreept de door de Commissie in haar Mededeling over lokale initiatieven voor ontwikkeling en werkgelegenheid gepresenteerde resultaten en conclusies, waarin wordt gewezen op de mogelijkheden om in gemeenten en regio's de voorwaarden voor banengroei te verbeteren. De Commissie heeft 17 terreinen aangewezen waarop zich mogelijk nieuwe behoeften van de burgers bevinden, en eerdere ervaringen wijzen uit dat de beste mogelijkheden om in deze behoeften te voorzien, liggen op lokaal en regionaal bestuursniveau, omdat daar rekening kan worden gehouden met de cultuur en sociaal-economische structuur ter plekke en zo banen kunnen worden geschapen. Het stimuleren van lokale en regionale initiatieven zou, volgens de schattingen in de Mededeling, jaarlijks honderdduizenden arbeidsplaatsen binnen de Unie kunnen opleveren. Deze initiatieven dienen naar de opvatting van het Comité van de Regio's in de eerste plaats gericht te zijn op het creëren van duurzame en uit financieel oogpunt degelijke werkgelegenheid. Het Comité is van mening dat de landbouw van de toekomst moet worden gezien in een milieuperspectief, waardoor nieuwe werkgelegenheid zou kunnen ontstaan in gebieden die afhankelijk zijn van de landbouw;

wijst erop dat de demografische ontwikkeling in de Unie en haar lid-staten gevolgen zal hebben voor de ontwikkeling van de arbeidsmarkt; het aantal mensen in leeftijdscategorieën waarin actief aan het arbeidsproces wordt deelgenomen, neemt af en de behoefte aan zorg voor ouderen neemt toe. Deze veranderingen zullen een nieuw patroon in de vraag naar waren en diensten met zich brengen en zullen daardoor financiële consequenties hebben, niet in de laatste plaats voor lokale en regionale organen;

gaat er daarom vanuit dat de maatregelen op lokaal en regionaal niveau een belangrijke rol krijgen in de activiteiten die in het kader van het actieprogramma worden verricht. Om de structurele werkloosheid terug te dringen, is dikwijls een vergaande aanpassing aan de lokale en regionale omstandigheden van de arbeidsmarkt vereist;

constateert dat op dit niveau meer te doen is dan met lokale of regionale initiatieven nieuwe werkgelegenheid op het gebied van milieu of maatschappelijke dienstverlening te creëren. Lokale en regionale actoren kunnen eveneens bijdragen tot lange-termijnontwikkeling van werkgelegenheid door maatregelen om de vernieuwing van het bedrijfsleven en de aanpassing aan nieuwe behoeften te bevorderen. Hierbij kan b.v. worden gedacht aan verspreiding van nieuwe technologieën, steun bij het opzetten van ondernemingen in geavanceerde bedrijfstakken, het bieden van toegang tot nieuwe vaardigheden e.d. Van groot belang is ook de lokale en regionale verantwoordelijkheid voor opleiding en infrastructuur. Dit is bepalend voor zowel de nationale economische groei als voor de lokale en regionale aantrekkingskracht wanneer het gaat om investeringen en het vestigen van bedrijven, zodat duurzame banen in het particuliere bedrijfsleven tot stand komen;

constateert dat er de laatste jaren een decentralisatie heeft plaatsgevonden in het arbeidsmarktbeleid van een aantal lid-staten. Lokale en regionale overheden zijn nu actief betrokken bij het plannen, het stellen van prioriteiten en het cooerdineren van activiteiten om werklozen aan werk te helpen;

constateert dat lokale en regionale organen een belangrijke ondersteunende en cooerdinerende rol hebben bij de kennisontwikkeling in het MKB. Deze organen vervullen bovendien vaak een ondersteunende en adviesfunctie voor werklozen, waarop maatregelen in het kader van het arbeidsmarktbeleid een zinvolle aanvulling kunnen vormen;

wijst erop dat de ervaring leert dat lokale en regionale overheden een strategische positie innemen in de partnerschappen die aangegaan moeten worden, wil men steun kunnen ontvangen uit de diverse fondsen en programma's van de Unie. Zij hebben een belangrijke rol te vervullen bij de cooerdinatie van de ontwikkelingsmaatregelen, zowel bij de planning en de financiering als bij de uitvoering hiervan. Daarom zijn lokale en regionale overheden ook in de positie om kennis te vergaren en te verspreiden die voor het bedrijfsleven van belang is, o.a. met betrekking tot de mogelijkheden voor ondernemingen om gebruik te maken van de fondsen en programma's van de Unie;

stelt voor dat lokale en regionale overheden wanneer het actieprogramma Essen wordt uitgevoerd, de mogelijkheid krijgen rechtstreeks contact op te nemen met de Commissie en haar organen om te komen tot een concrete samenwerking van innovatief karakter. De ervaringen opgedaan in regio's en gemeenten kunnen dan via het programma worden verspreid en als voorbeeld dienen voor plaatselijke en regionale activiteiten in andere lid-staten;

constateert dat de laagconjunctuur van de laatste jaren de lokale en regionale overheden heeft gedwongen hun taken onder een zwaardere economische druk uit te voeren dan eerder het geval was. Dit heeft in verscheidene lid-staten geleid tot herstructureringen en vernieuwingen binnen de openbare sector. Van deze ervaringen kan gebruik worden gemaakt bij ontwikkelingen in de hele samenleving. Er zijn voorbeelden te noemen van succesvolle samenwerkingsprojecten tussen lokale en regionale organen waardoor via afspraken over om- en bijscholing in verband met herstructureringen gedwongen ontslagen konden worden voorkomen. Andere voorbeelden zijn door lokale en regionale overheden geïnitieerde korte-termijnmaatregelen gericht op de arbeidsmarkt in combinatie met de behoefte aan kennisuitbreiding in het MKB, die hebben geleid tot vaste arbeidsplaatsen en ondernemingen met een groter concurrentievermogen;

constateert dat successen bij het scheppen van werkgelegenheid op lokaal en regionaal niveau vaak het resultaat zijn van samenwerking tussen diverse lokale en regionale actoren, waarbij is uitgegaan van gemeenschappelijke doelstellingen of een in overleg opgesteld plan voor ontwikkelingsinspanningen van de samenleving;

herinnert aan het belang van het "grondgebied" als plaats en context waar een ontwikkelingsstrategie tot stand komt en wordt uitgevoerd door een gemeenschap van lokale actoren die ook de economische, technologische, sociale, culturele en milieudimensie hiervan voor hun rekening kunnen nemen en voor de sociale samenhang kunnen zorgen.

3. Middelen voor de uitvoering van het actieprogramma

Het Comité van de Regio's:

betreurt dat de voorgestelde financiële ruimte, in totaal 57 miljoen ecu in de periode 1996-2000, in geen verhouding staat tot de omvang van het probleem. Het Comité is van oordeel dat het door een andere verdeling van de bedragen binnen het budget mogelijk moet zijn om een veel groter bedrag vrij te maken voor de uitvoering van het actieprogramma. Bij de verdere behandeling van het voorstel van de Commissie moet het doel zijn, middelen opzij te kunnen zetten voor de bekostiging van concrete activiteiten die gebaseerd zijn op de resultaten en ervaringen voortkomende uit het Essen-programma, en daardoor een bijdrage te leveren aan het tegengaan van de negatieve effecten die een eventuele internationale laagconjunctuur zou hebben op de werkgelegenheid.

4. Aanpak van het actieprogramma (artikel 2)

Het Comité van de Regio's:

is ingenomen met de voorgestelde omschrijving van de taken van het actieprogramma;

gaat ervan uit dat het arbeidsmarkt- en werkgelegenheidsbeleid in gezamenlijk perspectief worden geanalyseerd en dat hierbij niet wordt volstaan met een beoordeling vanuit macro-economisch en nationaal perspectief, zonder actief gebruik te maken van het perspectief dat kan worden geboden vanuit gemeenten en regio's. Om optimaal gebruik te kunnen maken van de ervaring die op lokaal en regionaal niveau aanwezig is, is het zaak dat personen beschikkende over dergelijke kennis en ervaringen worden betrokken bij de werkzaamheden die in het kader van het actieprogramma worden uitgevoerd.

stelt voor dat de Commissie bij lokale en regionale overheden en andere organen op lokaal en regionaal niveau jaarlijks advies inwint over onderzoek op het gebied van de arbeidsmarktsituatie en werkgelegenheid dat in aanmerking zou komen om de volgende twee jaren door de Commissie te worden gefinancierd. Dit zou er in belangrijke mate toe bijdragen dat het onderzoek zich gaat richten op de problematiek zoals die volgens de ervaringen van deze organen bestaat.

5. De instrumenten van het actieprogramma (artikel 3)

Het Comité van de Regio's:

neemt kennis van de voorstellen ten aanzien van de maatregelen en de activiteiten om de aangegeven doelstellingen voor het actieprogramma te bereiken;

neemt aan dat de voorgestelde systemen voor het verzamelen van gegevens, de uitwisseling van informatie en studies over werkgelegenheid (art. 3a) voor een deel de regionale en lokale trends en tendensen als uitgangspunt nemen. Voor zover dit eisen stelt aan de activiteiten van lokale en regionale organen, dienen deze activiteiten te worden gefinancierd ofwel met EU-geld, ofwel volgens afspraken gemaakt binnen elke lid-staat;

stelt voor dat de mogelijkheden om via fondsen en programma's van de Unie projecten te steunen voor het creëren en bevorderen van werkgelegenheid (art. 3b), niet worden beperkt tot technische ondersteuning, maar ook steun omvatten voor financiering van innovatieve maatregelen onder lokale of regionale verantwoordelijkheid. De financiering van deze innovatieve maatregelen moet gedeeltelijk worden verzorgd door de verantwoordelijke lokale organen en gedeeltelijk door de EU, maar zonder financiële steun voor de maatregelen zelf zijn er minder mogelijkheden om nieuwe ideeën uit te proberen. Hierdoor moet het voor de Commissie ook mogelijk worden om in nieuwe lid-staten samenwerkingspartners te vinden die bereid zijn om een idee in de praktijk te brengen dat tot dusver slechts in een enkele lid-staat is gerealiseerd;

stelt, in het verlengde van het voorgaande, verder voor dat het instrument m.b.t. het uitwisselen van ervaringen wordt aangevuld met een mogelijkheid van de Commissie om in nieuwe landen een herhaling te financieren van veelbelovende werkzaamheden die in de lid-staten zijn getest. Steun uit EU-fondsen en -programma's voor de financiering van voorbeeldprojecten zou ertoe bijdragen dat de uitwisseling van ervaringen tussen landen een meer concrete en belangwekkende inhoud zou krijgen en niet alleen beperkt zou blijven tot uitwisseling van documenten over elkaars projecten. De resultaten van de via het Essen-programma te ontwikkelen activiteiten dienen een inspiratiebron voor de werkzaamheden van de structuurfondsen in het algemeen en het ESF in het bijzonder te zijn;

onderstreept dat de methodes voor de verspreiding (art. 3) van resultaten aangepast en ontworpen dienen te worden vanuit het idee dat op lokaal en regionaal niveau optimaal gebruik moet kunnen worden gemaakt van de informatie. Het Comité van de Regio's is van mening dat de instrumenten voor informatie-uitwisseling tussen de lid-staten en de Commissie moeten worden verbeterd. De diverse activiteiten lopen nu nog langs elkaar heen en worden onvoldoende gecooerdineerd. Door op grotere schaal gebruik te gaan maken van de moderne informatietechnologie, moet de effectiviteit bij de uitwisseling van informatie zeker kunnen worden vergroot, maar om ten volle gebruik te kunnen maken van deze technologie, dienen de verschillende organisaties op lokaal en regionaal niveau wel te beschikken over toereikende technische en economische mogelijkheden en voldoende kennis van zaken op dit gebied;

beveelt aan om in verband met de verspreiding van informatie en ervaringen de rechtstreekse contacten tussen lokale en regionale overheden in de verschillende lid-staten op een daarvoor geschikte manier te bevorderen en te steunen;

benadrukt dat het zaak is om informatie snel toegankelijk te maken zodat lokale en regionale overheden gebruik kunnen maken van positieve ervaringen om hun problemen in een zo vroeg mogelijk stadium te kunnen oplossen. In dergelijke informatie dient een duidelijke beschrijving te worden gegeven van de genomen maatregelen en de effecten die zij in de diverse regio's hebben gehad. Het Comité van de Regio's wil er eveneens op wijzen dat de informatie moet voldoen aan bepaalde eisen betreffende actualiteit, helderheid, toegankelijkheid en mogelijkheden om parallellen te trekken met andere perioden, staten en regio's;

doet de aanbeveling om informatie vlot door te spelen naar organen die geschikt zijn om voor de actoren op lokaal en regionaal niveau toezicht te houden op de gemaakte vorderingen en een oordeel te vormen over de resultaten van de maatregelen;

constateert dat de Commissie in het kader van het vierde actieprogramma over gelijke kansen inzake mannen en vrouwen heeft voorgesteld om in samenwerking met verantwoordelijke nationale organen steun te geven aan centra voor gelijke kansen in één of meerdere regio's van elke lid-staat;

stelt voor dat in het kader van het Essen-programma op overeenkomstige wijze centra in het leven worden geroepen die de functie van contact- en informatiepunt krijgen. Uit nationale, regionale of lokale Europese initiatieven voortgekomen programma's, maatregelen en activiteiten kunnen via deze centra worden verspreid en worden gebruikt in de strijd tegen werkloosheid. Om de verspreiding van informatie nog succesvoller te laten verlopen, kunnen de regionale informatiecentra in netwerken samenwerken.

6. Aansluiting bij andere activiteiten en programma's (artikel 4)

Het Comité van de Regio's:

onderstreept de behoefte aan cooerdinatie tussen het actieprogramma-Essen, overige activiteiten van de EU en werkzaamheden die binnen de lid-staten op dit vlak worden uitgevoerd;

gaat ervan uit dat een verbeterde samenwerking en cooerdinatie de mogelijkheid omvat om b.v. de uitvoering van het structuurfondsenprogramma en van EU-initiatieven aan te passen, zodat snel gebruik kan worden gemaakt van de ideeën en ervaringen voortkomende uit de werkzaamheden in verband met het Essen-programma. Wanneer aan het besluit een uitdrukkelijke oproep wordt toegevoegd om deze aanpassingen door te voeren, kan de betekenis van het actieprogramma aanzienlijk toenemen en kunnen hieruit concrete activiteiten voortvloeien;

stelt voor dat de Commissie grote bekendheid geeft aan het actieprogramma-Essen, zodat regionale en lokale overheden die betrokken zijn bij structuurfondsenprogramma's rekening kunnen houden met de activiteiten die in het kader van het Essen-programma worden ontplooid. De mogelijkheden die cooerdinatie van het Essen-programma en de structuurfondsen zouden bieden om positieve ontwikkelingen, in het bijzonder op het gebied van de werkgelegenheid, tot stand te brengen, dienen niet ongebruikt te blijven. Dit is zeker waar voor activiteiten op het gebied van gelijke rechten, aangezien vrouwen vaak in grote mate werkzaam zijn bij lokaal of regionaal bestuurde activiteiten in de sector dienstverlening. Ook wanneer het gaat om activiteiten van probleemgroepen, is de lokale of regionale verankering van grote betekenis, omdat deze organen dikwijls verantwoordelijkheid dragen voor sociale activiteiten ten behoeve van deze groepen. De betekenis van cooerdinatie met lokale en regionale activiteiten dient in het door de Raad te nemen besluit te worden onderstreept.

7. Deelname van andere landen aan het programma (artikel 5)

Het Comité van de Regio's:

is ingenomen met het voorstel dat naar mogelijkheden moet worden gezocht voor landen buiten de EU om aan bepaalde activiteiten van het programma deel te nemen;

stelt voor dat de samenwerking met deze landen onder meer wordt gericht op onderzoek en studie om oplossingen te vinden voor de moeilijkheden die naar de EU geëmigreerde medeburgers ondervinden op het terrein van de arbeidsmarkt.

8. Uitvoering van Essen (artikel 6)

Het Comité van de Regio's:

neemt kennis van het voorstel over de wijze waarop het actieprogramma zal worden uitgevoerd;

stelt, in overeenstemming met hetgeen hierboven (paragraaf 2) wordt betoogd, voor, de Commissie en haar organen de mogelijkheid te geven om ook rechtstreeks met regionale en lokale organen binnen het bevoegdheidsterrein van deze organen, en met inachtneming van het subsidiariteitsgrondbeginsel, samen te werken.

9. Samenwerking met betrekking tot de uitvoering

Het Comité van de Regio's:

is ingenomen met het voorstel om de sociale partners bij de uitvoering van het actieprogramma te betrekken;

gaat ervan uit dat het lokale en regionale niveau te allen tijde inzicht moet kunnen krijgen in en invloed moet hebben op het opstellen van plannen voor de uitvoering van het actieprogramma. Hierbij dient te worden onderstreept dat noch de CCRE (Raad der Europese Gemeenten en Regio's), noch ARE (Vergadering van de Regio's van Europa) de positie hebben van een sociale partner, hetgeen van belang is omdat gemeenten en regio's in veel landen verantwoordelijk zijn voor een groot deel van de werkgelegenheid en een belangrijke rol speelt bij het creëren van werkgelegenheid.

Brussel, 16 november 1995.

De voorzitter van het Comité van de Regio's Jacques BLANC

Top