EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020HB0019

Aanbeveling van de Europese Centrale Bank van 27 maart 2020 betreffende dividenduitkeringen tijdens de COVID-19 pandemie en tot intrekking van Aanbeveling ECB/2020/1 (ECB/2020/19) 2020/C 102 I/01

OJ C 102I , 30.3.2020, p. 1–2 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

30.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CI 102/1


AANBEVELING VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK

van 27 maart 2020

betreffende dividenduitkeringen tijdens de COVID-19 pandemie en tot intrekking van Aanbeveling ECB/2020/1

(ECB/2020/19)

(2020/C 102 I/01)

DE RAAD VAN BESTUUR VAN DE EUROPESE CENTRALE BANK,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (1), met name artikel 4, lid 3,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Europese Centrale Bank (ECB) vindt het van cruciaal belang dat kredietinstellingen hun rol kunnen blijven vervullen om huishoudens, kleine en middelgrote ondernemingen en vennootschappen te financieren tijdens de aan de door het coronavirus veroorzaakte ziekte (COVID-19)-gerelateerde economische schok. Met het oog hierop is het daarom noodzakelijk dat kredietinstellingen zoveel mogelijk kapitaal in stand houden om hun vermogen te behouden om de door de crisis getroffen economie te ondersteunen in een context van grote onzekerheid die door COVID-19 wordt veroorzaakt. Daarom dienen kapitaalmiddelen ter ondersteuning van de reële economie en het opvangen van verliezen voorrang te krijgen op discretionaire dividenduitkeringen en het terugkopen van aandelen.

(2)

De ECB acht het daarom het passend dat de belangrijke kredietinstellingen zich onthouden van het uitkeren van dividend en het terugkopen van aandelen om aandeelhouders te belonen gedurende de periode van de aan COVID-19-gerelateerde economische schok. Gelet op de uitzonderlijke omstandigheden moet aanbeveling ECB/2020/1 van de Europese Centrale Bank (2) worden ingetrokken.

(3)

Om de reële economie zo veel mogelijk te ondersteunen, wordt het daarnaast passend geacht dat ook minder belangrijke kredietinstellingen niet zullen overgaan tot discretionaire dividenduitkeringen,

HEEFT DE VOLGENDE AANBEVELING VASTGESTELD:

I.

1.

De ECB beveelt aan dat ten minste tot 1 oktober 2020 geen dividenden (3) worden uitgekeerd en door kredietinstellingen geen onherroepelijke verplichtingen tot het uitkeren van dividenden worden aangegaan voor het boekjaar 2019 en 2020 en dat kredietinstellingen zich onthouden van het terugkopen van aandelen om aandeelhouders te belonen.

2.

Kredietinstellingen die niet aan deze aanbeveling kunnen voldoen omdat zij zich wettelijk verplicht achten dividenden uit te keren, moeten onverwijld contact opnemen met hun gezamenlijk toezichthoudend team.

3.

Deze aanbeveling is van toepassing op een geconsolideerd niveau van een belangrijke onder toezicht staande groep als gedefinieerd in artikel 2, punt 22, van Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/17) (4) en op het individuele niveau van een belangrijke onder toezicht staande entiteit als gedefinieerd in artikel 2, punt 16, van Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank (ECB/2014/17), indien een dergelijke belangrijke onder toezicht staande entiteit geen deel uitmaakt van een belangrijke onder toezicht staande groep.

II.

Deze aanbeveling is gericht tot belangrijke onder toezicht staande entiteiten en belangrijke onder toezicht staande groepen als gedefinieerd in artikel 2, punten 16 en 22, van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17).

III.

Deze aanbeveling is tevens gericht tot nationale bevoegde en nationale aangewezen autoriteiten met betrekking tot minder belangrijke onder toezicht staande entiteiten en minder belangrijke onder toezicht staande groepen zoals gedefinieerd in artikel 2, punten 7 en 23, van Verordening (EU) nr. 468/2014 (ECB/2014/17). De nationale bevoegde en nationale aangewezen autoriteiten worden geacht deze aanbeveling toe te passen op die entiteiten en groepen, indien zulks passend wordt geacht.

IV.

De ECB zal de economische situatie verder beoordelen en overwegen of verdere schorsing van dividenden wenselijk is na 1 oktober 2020.

V.

Aanbeveling ECB/2020/1 van de Europese Centrale Bank wordt ingetrokken.

Gedaan te Frankfurt am Main, 27 maart 2020.

De president van de ECB

Christine LAGARDE


(1)  PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63.

(2)  Aanbeveling ECB/2020/1 van de Europese Centrale Bank van 17 januari 2020 betreffende dividenduitkeringsbeleid (PB C 30 van 29.1.2020, blz. 1).

(3)  Kredietinstellingen kunnen verschillende juridische vormen hebben, bijv. beursgenoteerde bedrijven en vennootschappen zonder aandelen, zoals mutuals, coöperaties of spaarinstellingen. De in deze aanbeveling gebruikte term “dividend” heeft betrekking op elk typecontante uitbetaling dat goedkeuring vereist door de algemene vergadering.

(4)  Verordening (EU) nr. 468/2014 van de Europese Centrale Bank van 16 april 2014 tot vaststelling van een kader voor samenwerking binnen het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme tussen de Europese Centrale Bank en nationale bevoegde autoriteiten en met nationale aangewezen autoriteiten (GTM-kaderverordening) (ECB/2014/17),


Top