EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 52020XC0320(04)

Mededeling van de Commissie Richtsnoeren voor de lidstaten met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) 2020/402 van de Commissie tot onderwerping van de uitvoer van bepaalde producten aan de overlegging van een uitvoervergunning, laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/426 van de Commissie 2020/C 91 I/02

OJ C 91I , 20.3.2020, p. 10–15 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

20.3.2020   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

CI 91/10


MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

Richtsnoeren voor de lidstaten met betrekking tot Uitvoeringsverordening (EU) 2020/402 van de Commissie tot onderwerping van de uitvoer van bepaalde producten aan de overlegging van een uitvoervergunning, laatstelijk gewijzigd bij Uitvoeringsverordening (EU) 2020/426 van de Commissie

(2020/C 91 I/02)

Op 15 maart 2020 publiceerde de Commissie, als onderdeel van de reactie op de gevolgen van de uitbraak van de epidemiologische crisis die is veroorzaakt door het coronavirus, Uitvoeringsverordening (EU) 2020/402 (1) (“de Uitvoeringsverordening”) tot onderwerping van de uitvoer van bepaalde persoonlijke beschermingsmiddelen aan de overlegging van een uitvoervergunning.

Op 19 maart 2020 heeft de Commissie een wijziging van de Uitvoeringsverordening aangenomen.

Aangezien de gewijzigde Uitvoeringsverordening de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en de marktdeelnemers nieuwe verplichtingen oplegt die vanaf de dag van bekendmaking van toepassing zijn, worden deze richtsnoeren verstrekt om hen bij het uitvoeringsproces te helpen.

Deze richtsnoeren zijn niet juridisch bindend en hebben uitsluitend een informatief karakter. Zij treden niet in de plaats van de gewijzigde Uitvoeringsverordening. Zij laten de uitlegging van de verordening door het Hof van Justitie onverlet.

1.   Procedure

De Commissie heeft de Uitvoeringsverordening en de wijziging daarvan vastgesteld in het kader van een spoedprocedure overeenkomstig artikel 5 van Verordening (EU) 2015/479 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de uitvoer (2).

De verordening is geldig voor een periode van zes weken, tijdens welke periode de lidstaten in het Vrijwaringscomité worden geraadpleegd om i) de aanpak te bevestigen en ii) te beslissen of het nodig is om voor een volgende periode passende maatregelen te nemen.

2.   Doelstelling van de maatregelen

Deze maatregelen zijn vastgesteld tegen de achtergrond van de toegenomen behoefte aan persoonlijke beschermingsmiddelen en de verwachting dat de vraag naar deze producten in de toekomst aanzienlijk zal blijven toenemen, terwijl er in verscheidene EU-lidstaten tekorten ontstaan.

Ondanks het feit dat het opvoeren van de productie wordt aangemoedigd, zullen het huidige productieniveau in de Unie en de bestaande voorraden niet volstaan om aan de vraag in de Unie te voldoen. Dit geldt vooral voor persoonlijke beschermingsmiddelen die zonder beperking naar andere delen van de wereld mogen worden uitgevoerd, terwijl sommige derde landen officieel of informeel hebben besloten de uitvoer van beschermingsmiddelen te beperken. Sommige van deze landen zijn ook traditionele leveranciers op de markt van de Unie, wat de markt van de Unie verder onder druk zet.

Persoonlijke beschermingsmiddelen zijn essentiële producten om verdere verspreiding van de ziekte te voorkomen en om de gezondheid van medisch personeel dat geïnfecteerde patiënten behandelt, te beschermen.

Het doel van deze uitzonderlijke maatregelen is dan ook om een crisistoestand te ondervangen en te voorkomen.

Tegelijkertijd heeft de Unie niet de bedoeling om de uitvoer meer te beperken dan absoluut noodzakelijk is, en de Unie wenst ook het beginsel van internationale solidariteit in deze situatie van een wereldwijde pandemie te handhaven. Daarom mogen en moeten de lidstaten onder meer uitvoervergunningen afgeven in de in artikel 2, lid 3, van de uitvoeringsverordening genoemde gevallen, maar ook wanneer de uitvoer in kwestie geen bedreiging vormt voor de daadwerkelijke behoefte aan persoonlijke beschermingsmiddelen in de Unie en dient om te voldoen aan een legitieme behoefte voor officieel of professioneel medisch gebruik in een derde land.

Voor vragen over de levering van persoonlijke beschermingsmiddelen binnen de EU kunnen de lidstaten verwijzen naar het Coördinatiecentrum voor respons in noodsituaties (Emergency Response Coordination Centre — ERCC) (3).

3.   Verhouding tot maatregelen van de lidstaten (4)

De tekorten in het aanbod van persoonlijke beschermingsmiddelen in de afgelopen dagen hebben een aantal lidstaten ertoe gebracht bepaalde maatregelen op nationaal niveau te nemen. Tegelijkertijd is het behoud van de integriteit van de eengemaakte markt een van de doelstellingen die de Commissie bij de huidige crisis blijft nastreven voor een goede gezamenlijke respons op de uitdaging bij het beschermen van de volksgezondheid die het gevolg is van de beperkte aanvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen.

De uitvoeringsverordening is vastgesteld met dien verstande dat de lidstaten overgaan tot intrekking van alle beperkende nationale maatregelen die formeel of informeel zijn genomen met betrekking tot de uitvoer naar derde landen of de handel tussen de lidstaten binnen de eengemaakte markt, en die verder gaan dan maatregelen om ervoor te zorgen dat degenen die het materiaal het meest nodig hebben voorrang krijgen (bv. ziekenhuizen, patiënten, gezondheidswerkers, autoriteiten voor civiele bescherming) (5).

4.   Praktische richtsnoeren

4.1.   Betrokken producten

Een uitvoervergunning is vereist voor de producten die worden genoemd in de rubriek “Omschrijving” in bijlage I bij de uitvoeringsverordening.

In die bijlage worden de persoonlijke beschermingsmiddelen beschreven waarvoor in de Unie sprake is van essentiële behoeften in verband met ziekenhuizen, patiënten, werkers in relevante sectoren en autoriteiten voor civiele bescherming.

De Commissie kan de lijst herzien in het licht van de ontwikkelingen, zowel wat betreft nieuwe aanwijzingen voor schaars aanbod, als wat betreft toegenomen productiecapaciteit waardoor tekorten kunnen worden ondervangen. In dat geval zal zij de uitvoeringsverordening wijzigen of een nieuwe verordening vaststellen.

Informatie over de laatste stand van zaken met betrekking tot de respons van de Commissie op het coronavirus wordt verstrekt op een speciale website: https://ec.europa.eu/info/live-work-travel-eu/health/coronavirus-response_nl#latest. De bevoegde autoriteiten in de lidstaten en de marktdeelnemers wordt derhalve verzocht de informatie dagelijks te raadplegen.

De uitvoeringsverordening is van toepassing ongeacht of het betrokken product al dan niet van oorsprong is uit de Unie.

4.2.   Betrokken activiteit

De uitvoeringsverordening is van toepassing op alle uitvoer uit de Unie.

Dit omvat alle niet-EU-landen, met inbegrip van preferentiële partners.

Gezien de verregaande integratie van de interne markt met elk van de vier lidstaten van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en de integratie van de waardeketens van de productie en de distributienetwerken met dezelfde landen, is de Uitvoeringsverordening echter niet van toepassing op de uitvoer naar deze vier landen, die dus niet wordt beperkt. Omdat de in bijlage II bij het Verdrag genoemde landen en gebieden overzee, alsmede de Faeröer, sterk afhankelijk zijn van de Europese toeleveringsketens van de lidstaten, terwijl Andorra, San Marino en Vaticaanstad sterk afhankelijk zijn van de toeleveringsketens van naburige lidstaten, geldt hetzelfde ook voor hen.

De uitvoeringsverordening is niet van toepassing op het handelsverkeer tussen de EU-lidstaten. Overeenkomstig artikel 127, lid 3, van het Terugtrekkingsakkoord moet het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland als een lidstaat worden beschouwd, en niet als een derde land.

De uitvoeringsverordening is niet van toepassing op de invoer in de Unie van persoonlijke beschermingsmiddelen die zijn vermeld in bijlage I bij de uitvoeringsverordening. Om de invoer te vergemakkelijken en vertragingen te vermijden, heeft de Commissie Aanbeveling 2020/403 betreffende conformiteitsbeoordelings- en markttoezichtsprocedures in het kader van de Covid-19-dreiging (6) vastgesteld.

4.3.   Aanvraagverplichting

De exporteur moet een aanvraag voor een uitvoervergunning indienen.

De lidstaten stellen de inhoud van het aanvraagformulier vast. De in het formulier gevraagde informatie moet het de lidstaat mogelijk maken een uitvoervergunning overeenkomstig bijlage II bij de uitvoeringsverordening op te stellen. Met het oog op een meer gecoördineerde aanpak bevat bijlage I bij deze richtsnoeren een voorbeeld van een mogelijk model van een aanvraagformulier.

De lidstaten moeten voor zover mogelijk de indiening van een aanvraag langs elektronische weg mogelijk maken.

5.   Bevoegde autoriteiten van de lidstaten

De aanvraag wordt ingediend bij de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de exporteur gevestigd is.

Als de beschermingsmiddelen zich bevinden in een of meer andere lidstaten dan die waar de aanvraag voor een uitvoervergunning wordt ingediend, wordt dit feit in de aanvraag vermeld. Als er meerdere locaties zijn, moeten die alle worden vermeld.

De lidstaten wordt verzocht het directoraat-generaal Handel van de Europese Commissie uiterlijk op 20 maart 2020 om middernacht de naam en de contactgegevens mee te delen van de bevoegde autoriteiten die met de afgifte van de uitvoervergunningen zijn belast. Deze informatie zal worden bekendgemaakt op de website van het directoraat-generaal Handel (7). De mededeling moet langs elektronische weg geschieden, met gebruikmaking van de in punt 6 vermelde functionele mailbox.

5.1.   Beoordeling van de aanvraag door de bevoegde autoriteiten

Het systeem is geen uitvoerverbod. Voor alle uitvoer binnen het toepassingsgebied van de verordening is evenwel een uitvoervergunning vereist.

Wanneer zij besluiten om al dan niet een uitvoervergunning te verlenen, moeten de lidstaten ervoor zorgen dat het doel van de uitvoeringshandeling wordt bereikt, namelijk garanderen dat het aanbod in de Unie volstaat om aan de essentiële vraag naar persoonlijke beschermingsmiddelen te voldoen.

Met andere woorden: om het doel van de verordening te bereiken, mogen uitvoervergunningen alleen worden afgegeven indien de betrokken zending geen bedreiging vormt voor de beschikbaarheid van persoonlijke beschermingsmiddelen op de markt van de lidstaat in kwestie of elders in de Unie.

Binnen deze overkoepelende doelstelling beschikken de bevoegde autoriteiten over een beoordelingsmarge en kan de uitvoer van bepaalde hoeveelheden specifieke persoonlijke beschermingsmiddelen onder specifieke omstandigheden worden toegestaan, afhankelijk van de behoeften van de lidstaten.

Artikel 2, lid 3, van de Uitvoeringsverordening bevat een illustratieve lijst van overwegingen waarmee in voorkomend geval rekening moet worden gehouden bij de beslissing of een uitvoervergunning kan worden afgegeven.

Bij deze overwegingen kan het onder meer gaan om het voldoen aan een leveringsverplichting in het kader van een gezamenlijke aanbesteding door de Unie en de lidstaten; ondersteuning van de activiteiten van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO); ondersteuning van op EU-niveau gecoördineerde reacties op crisissituaties of verzoeken om bijstand van derde landen of internationale organisaties, met inbegrip van urgente leveringen die humanitaire niet-gouvernementele organisaties of internationale organisaties nodig hebben voor hun eigen operaties bij het verlenen van humanitaire hulp in derde landen.

Het doel daarvan is, er voor zover mogelijk voor te zorgen dat persoonlijke beschermingsmiddelen indien nodig buiten de Unie beschikbaar zijn in derde landen die daar op een bepaald moment een acute behoefte aan kunnen hebben. Dit zijn uitingen van het beginsel van internationale solidariteit, zowel in het algemeen als in een situatie van een wereldwijde pandemie met gevolgen over de hele wereld, en van het feit dat internationale handel indien nodig ertoe kan bijdragen producten beschikbaar te maken waar ze nodig zijn.

De lijst in artikel 2, lid 3, is niet uitputtend en de lidstaten kunnen andere elementen in hun overwegingen betrekken. Die elementen moeten echter voldoen aan de algemene doelstelling van de uitvoeringsverordening zoals hierboven vermeld.

De lidstaten moeten met name rekening houden met de mate van marktintegratie die voor de betrokken producten in het kader van een overeenkomst of regeling tot instelling van een vrijhandelsruimte met het beoogde land van uitvoer is bereikt. Het zou contraproductief zijn waardeketens en distributienetwerken te verstoren die op basis van deze overeenkomsten of regelingen al sterk geïntegreerd zijn, met name in het geval van naburige landen en economieën. De Commissie dringt er daarom met klem bij de lidstaten op aan vergunningen te verlenen voor zover dat nodig is om dergelijke verstoringen te voorkomen.

De bevoegde autoriteiten kunnen onder meer nagaan of de betrokken zending dient om contractuele verplichtingen na te komen die vóór een referentieperiode zijn aangegaan. Om een gecoördineerde aanpak in de hele EU te bevorderen, kunnen de lidstaten het vorige kalenderjaar (d.w.z. 2019) als referentie gebruiken. De lidstaten hebben de verantwoordelijkheid te waarborgen dat bij deze aanvullende elementen de behoeften binnen de EU voorrang hebben als die niet op een andere wijze kunnen worden vervuld.

5.2.   Relevante termijnen

De lidstaten moeten de aanvragen voor een uitvoervergunning verwerken binnen vijf werkdagen na de datum waarop alle vereiste informatie aan de bevoegde autoriteiten is verstrekt.

De termijn kan in naar behoren gemotiveerde gevallen met vijf werkdagen worden verlengd.

Als het product zich bevindt in een of meer andere lidstaten dan die waar de aanvraag tot uitvoervergunning is ingediend, moet de aangezochte lidstaat onmiddellijk de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat of lidstaten raadplegen en de relevante informatie verstrekken.

De geraadpleegde autoriteiten moeten eventuele bezwaren tegen de afgifte van een dergelijke vergunning binnen tien werkdagen schriftelijk communiceren. Deze bezwaren zijn bindend voor de lidstaat waar de aanvraag is ingediend.

Tegelijkertijd wordt de lidstaten, gezien de dringende behoeften die het gevolg zijn van het uitbreken van het coronavirus, verzocht de aanvragen zo spoedig mogelijk, en vóór de aangegeven termijnen van respectievelijk vijf of tien werkdagen, te behandelen.

5.3.   Uitvoervergunning

Zonder overlegging van een uitvoervergunning is de uitvoer verboden.

Om een gecoördineerde aanpak in de hele EU te bevorderen, is het model voor de uitvoervergunning opgenomen in bijlage II bij de uitvoeringsverordening.

6.   Kennisgeving

Deze uitzonderlijke maatregelen hebben tot doel in alle lidstaten een toereikend aanbod te waarborgen, afhankelijk van hun behoeften aan persoonlijke beschermingsmiddelen.

Met het oog op een transparante werkwijze wordt de lidstaten verzocht de Commissie langs elektronische weg in kennis te stellen van de verleende en niet verleende vergunningen op basis van het model in bijlage II. Die kennisgeving moet meteen worden gedaan zodra het besluit over de vergunning is genomen.

Deze informatie moet langs elektronische weg worden toegezonden aan de volgende functionele mailbox:

TRADE-EXPORTAUTHORISATIONPPE@ec.europa.eu

Dezelfde functionele mailbox moet worden gebruikt voor vragen over de toepassing van dit systeem.

Deze richtsnoeren zijn een dynamisch document en kunnen worden geactualiseerd naarmate nieuwe kwesties en vragen onder de aandacht van de Commissie worden gebracht.


(1)  PB L 77 I van 15.3.2020, blz. 1.

(2)  PB L 83 van 27.3.2015, blz. 34.

(3)  ECHO-ERCC@ec.europa.eu

(4)  Op 16 maart 2020 heeft de Commissie richtsnoeren voor de lidstaten vastgesteld, waarin een aantal belangrijke beginselen voor een geïntegreerde aanpak voor een doeltreffend grensbeheer ter bescherming van de gezondheid zijn vastgesteld, die tegelijkertijd de integriteit van de eengemaakte markt waarborgen; die beginselen zijn uiteengezet in de Richtsnoeren voor grensbeheermaatregelen tot bescherming van de gezondheid en tot waarborging van de beschikbaarheid van goederen en essentiële diensten, C (2020) 1753.

(5)  Zie ook de richtsnoeren inzake nationale maatregelen in bijlage 2 bij de mededeling van 13 maart 2020 over een gecoördineerde economische respons op de uitbraak van Covid-19, COM(2020) 112 final.

(6)  PB L 79 I van 16.3.2020, blz. 1.

(7)  https://ec.europa.eu/trade/


BIJLAGE I

Model voor de aanvraag van een uitvoervergunning

EUROPESE UNIE

Uitvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen (Verordening (EU) 2020/402)

1.

Exporteur (EORI-nummer indien van toepassing)

 

5.

Land van bestemming

6.

Eindontvanger

7.

Goederencode

8.

Hoeveelheid

9.

Eenheid

10.

Omschrijving van de goederen

11.

Locatie

12.

Datum van geplande uitvoer

 

 

13.

Handtekening, plaats en datum, stempel

Toelichting bij het formulier voor een uitvoervergunning:

Vak 1 Exporteur: Volledige naam en adres van de exporteur voor wie de vergunning wordt afgegeven + EORI-nummer, indien van toepassing.

Vak 4 Autoriteit van afgifte: Volledige naam en adres van de autoriteit van de lidstaat die de uitvoervergunning heeft afgegeven.

Vak 5 Land van bestemming: Tweeletterige geonomenclatuurcode van het land van bestemming van de goederen waarvoor de vergunning wordt afgegeven.

Vak 6 Eindontvanger: Volledige naam en adres van de eindontvanger van de goederen, indien gekend op het moment van afgifte + EORI-nummer, indien van toepassing. Indien de eindontvanger op het moment van afgifte niet bekend is, wordt het veld leeg gelaten.

Vak 7 Goederencode: De numerieke code van het geharmoniseerd systeem of van de gecombineerde nomenclatuur (2) waaronder de goederen voor de uitvoer bij afgifte van de vergunning zijn ingedeeld.

Vak 8 Hoeveelheid: De hoeveelheid goederen, gemeten in de in vak 9 opgegeven eenheid.

Vak 9 Eenheid: De meeteenheid waarin de in vak 8 vermelde hoeveelheid is uitgedrukt. De te gebruiken eenheden zijn “p/st” voor goederen die per aantal stuks worden geteld (bv. maskers) en “pa” voor goederen die per paar worden geteld (bv. handschoenen).

Vak 10 Omschrijving van de goederen: Omschrijving in alledaags taalgebruik, voldoende nauwkeurig om de goederen te kunnen identificeren.

Vak 11 Locatie: De geonomenclatuurcode van de lidstaat waar de goederen zich bevinden. Indien de goederen zich in de lidstaat van de autoriteit van afgifte bevinden, moet dit vak leeg worden gelaten.

Vak 12: Beoogde datum van uitvoer van de goederen waarvoor de vergunning wordt aangevraagd

Vak 13: Handtekening, stempel, plaats en datum: De handtekening en de stempel van de autoriteit van afgifte. De plaats en de datum van afgifte van de vergunning.


BIJLAGE II

Model voor kennisgevingen van de lidstaten

EUROPESE UNIE

Uitvoer van persoonlijke beschermingsmiddelen (Verordening (EU) 2020/402)

0.

Naam en contactgegevens van de bevoegde autoriteit

1.

Exporteur (EORI-nummer indien van toepassing)

 

2.

Land van bestemming

3.

Eindontvanger

4.

Goederencode

5.

Hoeveelheid

6.

Eenheid

7.

Omschrijving van de goederen

8.

Locatie

 

 

 

Uitvoervergunning verleend? (Ja/Neen)

Redenen voor de aanvaarding/weigering:

Alle relevante informatie over de raadpleging van andere lidstaten overeenkomstig artikel 2, lid 2, van de uitvoeringsverordening:

Vak 0: Volledige naam en adres van de autoriteit van de lidstaat die de uitvoervergunning heeft afgegeven.

Vak 1 Exporteur: Volledige naam en adres van de exporteur voor wie de vergunning wordt afgegeven + EORI-nummer, indien van toepassing.

Vak 2: Land van bestemming: Tweeletterige geonomenclatuurcode van het land van bestemming van de goederen waarvoor de vergunning wordt afgegeven.

Vak 3 Eindontvanger: Volledige naam en adres van de eindontvanger van de goederen, indien gekend op het moment van afgifte + EORI-nummer, indien van toepassing. Indien de eindontvanger op het moment van afgifte niet bekend is, wordt het veld leeg gelaten.

Vak 4 Goederencode: De numerieke code van het geharmoniseerd systeem of van de gecombineerde nomenclatuur waaronder de goederen voor de uitvoer bij afgifte van de vergunning zijn ingedeeld.

Vak 5 Hoeveelheid: De hoeveelheid goederen, gemeten in de in vak 6 opgegeven eenheid.

Vak 6 Eenheid: De meeteenheid waarin de in vak 5 vermelde hoeveelheid is uitgedrukt. De te gebruiken eenheden zijn “p/st” voor goederen die per aantal stuks worden geteld (bv. maskers) en “pa” voor goederen die per paar worden geteld (bv. handschoenen).

Vak 7 Omschrijving van de goederen: Omschrijving in alledaags taalgebruik, voldoende nauwkeurig om de goederen te kunnen identificeren.

Vak 8 Locatie: De geonomenclatuurcode van de lidstaat waar de goederen zich bevinden. Indien de goederen zich in de lidstaat van de autoriteit van afgifte bevinden, moet dit vak leeg worden gelaten.


Top