This document is an excerpt from the EUR-Lex website
Document 52009IP0317
Governance within the CFP European Parliament resolution of 24 April 2009 on Governance within the CFP: the European Parliament, the Regional Advisory Councils and other actors (2008/2223(INI))
Goed bestuur in het gemeenschappelijk visserijbeleid: Europees Parlement, regionale adviesraden en andere spelers Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2009 inzake goed bestuur in het gemeenschappelijk visserijbeleid: Europees Parlement, regionale adviesraden en andere spelers (2008/2223(INI))
Goed bestuur in het gemeenschappelijk visserijbeleid: Europees Parlement, regionale adviesraden en andere spelers Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2009 inzake goed bestuur in het gemeenschappelijk visserijbeleid: Europees Parlement, regionale adviesraden en andere spelers (2008/2223(INI))
PB C 184E van 8.7.2010, pp. 75–79
(BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)
|
8.7.2010 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
CE 184/75 |
Vrijdag, 24 april 2009
Goed bestuur in het gemeenschappelijk visserijbeleid: Europees Parlement, regionale adviesraden en andere spelers
P6_TA(2009)0317
Resolutie van het Europees Parlement van 24 april 2009 inzake goed bestuur in het gemeenschappelijk visserijbeleid: Europees Parlement, regionale adviesraden en andere spelers (2008/2223(INI))
2010/C 184 E/16
Het Europees Parlement,
gezien Verordening (EG) nr. 2371/2002 van de Raad van 20 december 2002 inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (1),
gezien Verordening (EG) nr. 657/2000 van de Raad van 27 maart 2000 betreffende de versterking van de dialoog met de visserijsector en de bij het gemeenschappelijk visserijbeleid betrokken kringen (2),
gezien de Besluiten 71/128/EEG, 1999/478/EG en 2004/864/EG van de Commissie,
gezien Besluit 93/619/EG van de Commissie, vernieuwd in 2005 bij Besluit 2005/629/EG van de Commissie,
gezien de Besluiten 74/441/EEG en 98/500/EG van de Commissie,
gezien Besluit 2004/585/EG van de Raad van 19 juli 2004 tot oprichting van regionale adviesraden in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid (3) als gewijzigd bij Besluit 2007/409/EG van de Raad van 11 juni 2007 (4),
gezien de mededeling van de Commissie van 17 juni 2008 inzake de herziening van de werking van de regionale adviesraden (COM(2008)0364),
gelet op artikel 45 van zijn Reglement,
gezien het verslag van de Commissie visserij (A6-0187/2009),
|
A. |
overwegende dat bij de institutionele governance van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) de Commissie, het Europees Parlement, de Raad, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA), het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV), het Comité voor de sectorale dialoog over de zeevisserij en de regionale adviesraden (RAR's) zijn betrokken, |
|
B. |
overwegende dat ook de nationale en regionale overheden van de lidstaten bij de governance van het GVB betrokken zijn, |
|
C. |
overwegende dat de Gemeenschap in verscheidene regionale visserijorganisaties participeert en dat er ook partnerschapsovereenkomsten in de visserijsector gesloten worden met derde landen, |
|
D. |
overwegende dat het Parlement krachtens het Verdrag van Lissabon blijft uitgesloten van het vaststellen van totaal toegestane vangstvolumes en quota, |
|
E. |
overwegende dat leden van het Parlement tegenwoordig de bijeenkomsten van regionale visserijorganisaties op ad-hocbasis bijwonen, |
|
F. |
overwegende dat de communicatie over de feitelijke werking van partnerschapsovereenkomsten in de visserijsector, met inbegrip van de gezamenlijke toezichtcomités, voor verbetering vatbaar is, |
|
G. |
overwegende dat het WTECV in 1993 opgericht is, dat een raadgevend comité voor de visserij in 1971 is opgericht en in 1999 herdoopt tot het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur (RCVA), en dat in 1999 een Comité voor de sectorale dialoog over de zeevisserij is opgericht ter vervanging van een gezamenlijk comité dat sinds 1974 bestond, |
|
H. |
overwegende dat alle zeven RAR's nu functioneren, |
|
I. |
overwegende dat er een overkoepelend comité van de RAR's is opgericht dat coördinerende bijeenkomsten met de Commissie houdt, |
|
J. |
overwegende dat de Commissie onlangs de RCVA en de RAR's geëvalueerd heeft, maar het functioneren van het WTECV nog niet, |
|
K. |
overwegende dat er naar aanleiding van de evaluatie van het RCVA een aantal operationele aanbevelingen en suggesties voor de lange termijn zijn gedaan, |
|
L. |
overwegende dat de RAR's positief beoordeeld zijn, maar dat de Commissie een aantal maatregelen, waarvoor geen nieuwe wetgeving noodzakelijk is, heeft aangewezen om de werking ervan te verbeteren, |
|
M. |
overwegende dat alle partijen het erover eens zijn dat er een betere dialoog nodig is tussen wetenschappers en vissers en dat de RAR's opgeroepen hebben tot betere sociaaleconomische informatie bij het nemen van beslissingen, |
|
N. |
overwegende dat sommige RAR's en leden van het Parlement de wens uitgesproken hebben de relatie meer te formaliseren, |
|
O. |
overwegende dat meer activiteit van de kant van de RAR's belemmerd wordt door beperkte financiering en een bureaucratische en starre houding van de Commissie bij het beheer van en het financiële toezicht op de middelen die ter beschikking van de RAR's staan, |
|
P. |
overwegende dat de Commissie heeft toegezegd aandacht te zullen schenken aan de opvattingen van het Parlement, de Raad en belanghebbenden voordat zij nieuwe wettelijke regels opstelt, |
|
Q. |
overwegende dat de vertegenwoordigers van de Commissie vaak afwezig waren op vergaderingen van werkgroepen van de RAR's, |
|
R. |
overwegende dat het echter al bewezen is dat een betere naleving van de GVB-voorschriften voortvloeit uit de betrokkenheid van belanghebbenden bij de opstelling en tenuitvoerlegging daarvan, |
|
S. |
overwegende dat er een grote verscheidenheid aan visserijvormen in de Gemeenschap is, elk met zijn eigen kenmerken, |
|
T. |
overwegende dat er al overleg gevoerd wordt over hervorming van het GVB, |
|
U. |
overwegende dat ook niet altijd de nodige aandacht aan de aanbevelingen van de RAR's wordt besteed, met name als deze niet met algemene stemmen door de uitvoerende comités zijn goedgekeurd, |
|
1. |
verzoekt zijn Commissie visserij een waarnemersstatus te verlenen bij de bijeenkomsten van de Raad van visserijministers; |
|
2. |
wenst dat de Raad, de Commissie en het Parlement samen tot een akkoord komen over een formalisering van de deelneming van leden van de Commissie visserij van het Parlement in de regionale organisaties voor het beheer van de visserij en andere internationale lichamen op de vergaderingen waarvan onderwerpen aan de orde komen die gevolgen hebben voor het GVB, zonder dat dit ten koste gaat van de volledige eerbiediging van hun huidige status als waarnemers bij de vergaderingen waarvoor dat overeengekomen is; |
|
3. |
verzoekt tevens dat de Raad samen met de Commissie en het Parlement tot een akkoord komt over de deelneming van de leden van de Commissie visserij van het Europees Parlement aan de gemengde commissies die vergaderen in het kader van de partnerschapsovereenkomsten in de visserijsector, zodat zij deze overeenkomsten op gepaste wijze kunnen volgen; wijst er in dit verband op dat de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon de bevoegdheden van het Europees Parlement aanzienlijk zal vergroten, daar partnerschapsovereenkomsten in de visserijsector dan aangenomen moeten worden volgens de instemmingsprocedure; |
|
4. |
meent dat het belangrijk is dat ervoor wordt gezorgd dat de vertegenwoordigers van de Commissie vaker aanwezig zijn op vergaderingen van de werkgroepen en uitvoerende comités van de RAR's; |
|
5. |
verzoekt de Commissie het Parlement op de hoogte te stellen van alle beraadslagingen met betrekking tot het GVB en het maritiem beleid; |
|
6. |
verzoekt de Commissie een evaluatie van het WTECV uit te voeren; |
|
7. |
neemt nota van de uitkomsten van de RCVA-evaluatie en van het feit dat de Commissie de eigen aanbevelingen van het RCVA afwacht betreffende:
|
|
8. |
onderstreept dat het belangrijk is overlappingen, bijvoorbeeld met het werk van RAR's, te vermijden; |
|
9. |
herinnert eraan dat de betrokkenheid van de visserijsector bij besluiten die deze sector betreffen nog steeds als onvoldoende wordt beschouwd; wijst op de verschillen tussen de taken en de werking van het RCVA en de RAR's, want terwijl het RCVA een adviestaak heeft voor het hele GVB op het communautaire vlak, is de adviesfunctie van de RAR's toegespitst op hun eigen invloedssfeer; is dan ook van mening dat het naast elkaar bestaan van de afzonderlijke adviesorganen bijdraagt tot het verzekeren van de verenigbaarheid met het maritieme en mariene beleid en het geïntegreerd beheer van kustgebieden; |
|
10. |
verzoekt de Commissie de volgende maatregelen te nemen met betrekking tot RAR's:
|
|
11. |
is van mening dat RAR's op dit moment niet voldoende middelen ontvangen voor het vele werk dat ze doen; neemt er nota van dat de Commissie richtsnoeren over financieel beheer heeft uitgevaardigd, maar is van mening dat er in dit verband een nadere dialoog nodig is en dat er onderzoek moet worden gedaan naar alternatieven voor het huidige systeem; |
|
12. |
is van mening dat voor een bredere participatie in de RAR's een herziening van de samenstelling ervan nodig is, maar dat het huidige evenwicht tussen de visserijsector en andere organisaties niet verstoord mag worden; |
|
13. |
uit zijn bezorgdheid over het feit dat bepaalde organisaties die deel uitmaken van RAR's in de hoedanigheid van „andere betrokken groepen” herhaaldelijk van hun aanwezigheid als minderheid gebruik maken om besluiten waar de meerderheid van de vertegenwoordigers van de visserijsector achter staat te blokkeren en te verhinderen dat besluiten worden genomen op basis van consensus; |
|
14. |
roept op tot nauwere banden tussen de RAR's en het Parlement, het Comité van de Regio's en het Europees Economisch en Sociaal Comité; |
|
15. |
roept ertoe op technische en politieke besluiten van elkaar te scheiden; politieke besluiten dienen met een regionale benadering te worden behandeld en de technische met een wetenschappelijke benadering; |
|
16. |
verzoekt zijn Commissie visserij om met inachtneming van de wettelijke goedkeuringsprocedures:
|
|
17. |
verzoekt de begrotingsautoriteiten passende middelen voor het bovenstaande beschikbaar te stellen; |
|
18. |
verzoekt de RAR's leden van zijn Commissie visserij op de hoogte te houden van hun werkzaamheden, adviezen en aanbevelingen en hen voor bijeenkomsten uit te nodigen; |
|
19. |
verlangt dat toekomstige wetgeving over RAR's het mogelijk maakt dat aan leden van het Parlement de formele status van actief waarnemer bij hun bijeenkomsten wordt toegekend; |
|
20. |
verzoekt de Commissie en het overkoepelend comité van de RAR's ermee in te stemmen dat leden van de Commissie visserij van het Parlement hun coördinerende vergaderingen bijwonen; |
|
21. |
benadrukt het belang van het GVB, dat ervoor zorgt dat er normen, principes en regels zijn die gelden voor alle communautaire wateren en vaartuigen; |
|
22. |
dringt erop aan dat de Commissie de adviesfunctie van de RAR's ten volle accepteert en respecteert en dat zij met het oog op de hervorming van het GVB voorstelt hen steeds meer bij de beheersverantwoordelijkheden te betrekken; |
|
23. |
is bovendien van mening dat bij de komende hervorming van het GVB de consolidatie van de RAR's ten volle moet worden benut voor een grotere decentralisatie van het GVB, zodat de vastgestelde gemeenschappelijke maatregelen in de verschillende zones op de specifieke kenmerken van de verschillende visserijvormen en visserijomstandigheden kunnen worden afgestemd; |
|
24. |
verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regionale adviesraden, het Raadgevend Comité voor de visserij en de aquacultuur, het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité, het Comité van de Regio's, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité voor de sectorale dialoog over de zeevisserij en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten. |
(1) PB L 358 van 31.12.2002, blz. 59.
(2) PB L 80 van 31.3.2000, blz. 7.
(3) PB L 256 van 3.8.2004, blz. 17.
(4) PB L 155 van 15.6.2007, blz. 68.