EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 62005CJ0191

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 13 juli 2006.
Commissie van de Europese Gemeenschappen tegen Portugese Republiek.
Niet-nakoming - Richtlijn 79/409/EEG - Behoud van vogelstand - Specialebeschermingszone - Wijziging zonder wetenschappelijke basis.
Zaak C-191/05.

European Court Reports 2006 I-06853

ECLI identifier: ECLI:EU:C:2006:472

Zaak C‑191/05

Commissie van de Europese Gemeenschappen

tegen

Portugese Republiek

„Niet-nakoming – Richtlijn 79/409/EEG – Behoud van vogelstand – Specialebeschermingszone – Wijziging zonder wetenschappelijke basis”

Conclusie van advocaat-generaal J. Kokott van 23 februari 2006 

Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 13 juli 2006 

Samenvatting van het arrest

Milieu – Behoud van vogelstand – Richtlijn 79/409 – Keuze en afbakening van specialebeschermingszones

(Richtlijn 79/409 van de Raad, art. 4, leden 1 en 2)

De lidstaten moeten zich bij de keuze en de afbakening van specialebeschermingszones (SBZ’s) laten leiden door de ornithologische criteria vervat in artikel 4, leden 1 en 2, van richtlijn 79/409 inzake het behoud van de vogelstand. Komen in de zones van een SBZ weliswaar geen steppevogels voor, maar wel andere in bijlage I bij de richtlijn vermelde in het wild levende vogelsoorten waarvan de bescherming de aanwijzing van die SBZ rechtvaardigde, dan kan een lidstaat de oppervlakte daarvan niet verkleinen of de grenzen ervan wijzigen, tenzij de van de SBZ uitgesloten zones niet langer overeenkomen met de voor de instandhouding van de in het wild levende vogelsoorten meest geschikte gebieden in de zin van artikel 4, lid 1, van de richtlijn.

(cf. punten 10, 12‑13)




ARREST VAN HET HOF (Tweede kamer)

13 juli 2006 (*)

„Niet-nakoming – Richtlijn 79/409/EEG – Behoud van vogelstand – Specialebeschermingszone – Wijziging zonder wetenschappelijke basis”

In zaak C‑191/05,

betreffende een beroep wegens niet-nakoming krachtens artikel 226 EG, ingesteld op 28 april 2005,

Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door M. van Beek en A. Caeiros als gemachtigden, domicilie gekozen hebbende te Luxemburg,

verzoekster,

tegen

Portugese Republiek, vertegenwoordigd door L. Fernandes als gemachtigde,

verweerster,

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE (Tweede kamer),

samengesteld als volgt: C. W. A. Timmermans, kamerpresident, R. Silva de Lapuerta, P. Kūris (rapporteur), J. Klučka en L. Bay Larsen, rechters,

advocaat-generaal: J. Kokott,

griffier: R. Grass,

gezien de stukken,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 23 februari 2006,

het navolgende

Arrest

1       De Commissie van de Europese Gemeenschappen verzoekt het Hof vast te stellen dat de Portugese Republiek, door de grenzen van de specialebeschermingszone (hierna: „SBZ”) „Moura, Mourão, Barrancos” (hierna: „betrokken SBZ”) te wijzigen en daardoor zones uit te sluiten waarin in het wild levende vogelsoorten voorkomen waarvan de bescherming de aanwijzing van die SBZ heeft gerechtvaardigd, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1, van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (PB L 103, blz. 1; hierna: „richtlijn”).

2       Artikel 4, lid 1, van de richtlijn bepaalt:

„Voor de leefgebieden van de in bijlage I vermelde soorten worden specialebeschermingsmaatregelen getroffen, opdat deze soorten daar waar zij nu voorkomen, kunnen voortbestaan en zich kunnen voortplanten.

In dat verband wordt gelet op:

a)      soorten die dreigen uit te sterven;

b)      soorten die gevoelig zijn voor bepaalde wijzigingen van het leefgebied;

c)      soorten die als zeldzaam worden beschouwd omdat hun populatie zwak is of omdat zij slechts plaatselijk voorkomen;

d)      andere soorten die vanwege de specifieke kenmerken van hun leefgebied speciale aandacht verdienen.

Bij de beoordeling wordt rekening gehouden met de tendensen en de schommelingen van het populatiepeil.

De lidstaten wijzen met name de naar aantal en oppervlakte voor de instandhouding van deze soorten meest geschikte gebieden als specialebeschermingszones aan, waarbij rekening wordt gehouden met de bescherming die deze soorten in de geografische zee‑ en landzone waar deze richtlijn van toepassing is, behoeven.”

3       Na een klacht dat de betrokken SBZ zonder enige wetenschappelijke basis was gewijzigd, heeft de Commissie op 17 oktober 2003 de Portugese regering een aanmaningsbrief gezonden, waarop de Portugese autoriteiten bij brief van 19 december 2003 hebben geantwoord.

4       Op 9 juli 2004 heeft de Commissie de Portugese regering een met redenen omkleed advies doen toekomen volgens hetwelk de Portugese Republiek, door de grenzen van de betrokken SBZ te wijzigen en daardoor zones uit te sluiten waarin in het wild levende vogelsoorten voorkomen waarvan de bescherming de aanwijzing van die SBZ heeft gerechtvaardigd, de verplichtingen niet is nagekomen die voortvloeien uit artikel 4, lid 1, van de richtlijn, en waarbij deze lidstaat werd verzocht de nodige maatregelen te treffen om binnen een termijn van twee maanden na ontvangst ervan te voldoen aan dit advies. Na kennisneming van het antwoord van de Portugese autoriteiten van 24 februari 2005 heeft de Commissie, die de situatie nog steeds onbevredigend achtte, het onderhavige beroep ingesteld.

5       In haar verzoekschrift betoogt de Commissie dat de Portugese regering, door bij decreto-lei (wetsbesluit) nr. 141/2002 van 20 mei 2002 (Diário da República I, serie A, nr. 116 van 20 mei 2002) de betrokken SBZ, zoals bij de instelling ervan afgebakend bij decreto-lei nr. 384‑B/99 van 23 september 1999 (Diário da República I, serie A, nr. 223 van 29 september 1999), te verkleinen, verschillende in het wild levende vogelsoorten die voorkwamen op het „Natura 2000”-standaardgegevensformulier dat als basis heeft gediend voor de instelling van deze SBZ en die krachtens de richtlijn moesten worden beschermd, van de bescherming heeft uitgesloten.

6       Bovendien beklemtoont de Commissie dat de wijziging van de grenzen van de betrokken SBZ elke wetenschappelijke basis ontbeert, wat strijdig is met de in de rechtspraak van het Hof gestelde eisen.

7       De Portugese regering erkent dat, ongeacht de beoordelingsvrijheid van de lidstaten, de vaststelling van de grenzen van de SBZ moet beantwoorden aan de door de richtlijn voorgeschreven criteria, zoals door de rechtspraak van het Hof wordt benadrukt.

8       Zij stelt dat thans nieuwe, adequate grenzen voor de betrokken SBZ worden vastgesteld. Hierbij zal enerzijds rekening worden gehouden met de dwingende vereisten inzake de adequate bescherming van de soorten die ten grondslag lagen aan de aanwijzing van die SBZ, zoals de kraanvogel (Grus grus), de oehoe (Bubo bubo), de zwarte gier (Aegypius monachus), de dwergarend (Hieraaetus pennatus) en de vale gier (Gyps fulvus), en anderzijds met de noodzakelijke bescherming van de steppevogels in aangepaste gebieden.

 Beoordeling door het Hof

9       Er zij aan herinnerd dat artikel 4 van de richtlijn voor zowel de in bijlage I genoemde soorten als voor de trekvogels voorziet in een specifiek op deze vogels gericht en versterkt stelsel van beschermingsmaatregelen, dat wordt gerechtvaardigd door het feit dat het hier gaat om de meest bedreigde soorten, respectievelijk soorten die een gemeenschappelijk erfgoed van de Gemeenschap vormen (zie in die zin arresten van 23 mei 1990, Van den Burg, C‑169/89, Jurispr. blz. I‑2143, punt 11, en 11 juli 1996, Royal Society for the Protection of Birds, C‑44/95, Jurispr. blz. I‑3805, punten 23 en 26).

10     Ook moeten de lidstaten zich bij de keuze en afbakening van SBZ’s laten leiden door de in dit artikel 4, leden 1 en 2, vervatte ornithologische criteria (zie in die zin arrest Royal Society for the Protection of Birds, reeds aangehaald, punt 26).

11     Uit de bepalingen van decreto-lei nr. 141/2002 volgt dat de grenzen van de betrokken SBZ zijn gewijzigd op grond dat deze SBZ zones omvatte die geen belangrijke leefgebieden voor steppevogels vormden.

12     Zoals de Commissie terecht opmerkt, komen in de bij dat decreto-lei van de betrokken SBZ uitgesloten zones weliswaar geen steppevogels voor, maar wel andere in bijlage I bij de richtlijn vermelde in het wild levende vogelsoorten waarvan de bescherming de aanwijzing van die SBZ rechtvaardigde, te weten met name de kraanvogel (Grus grus), de oehoe (Bubo bubo), de zwarte gier (Aegypius monachus), de dwergarend (Hieraaetus pennatus) en de vale gier (Gyps fulvus).

13     In deze omstandigheden kan een lidstaat de oppervlakte van een SBZ niet verkleinen of de grenzen ervan wijzigen, tenzij de van de SBZ uitgesloten zones niet langer overeenkomen met de voor de instandhouding van de in het wild levende vogelsoorten meest geschikte gebieden in de zin van artikel 4, lid 1, van de richtlijn.

14     De Portugese regering heeft zelfs niet gesteld dat deze situatie zich in casu voordoet.

15     Derhalve dient het beroep van de Commissie gegrond te worden geacht.

16     Gelet op een en ander, moet worden vastgesteld dat de Portugese Republiek, door de grenzen van de betrokken SBZ te wijzigen en daardoor zones uit te sluiten waarin in het wild levende vogelsoorten voorkomen waarvan de bescherming de aanwijzing van die SBZ heeft gerechtvaardigd, de verplichtingen niet is nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1, van de richtlijn.

 Kosten

17     Volgens artikel 69, lid 2, van het Reglement voor de procesvoering wordt de in het ongelijk gestelde partij in de kosten verwezen, voorzover dit is gevorderd. Aangezien de Portugese Republiek in het ongelijk is gesteld, dient zij overeenkomstig de vordering van de Commissie te worden verwezen in de kosten.

Het Hof van Justitie (Tweede kamer) verklaart:

1)      Door de grenzen van de specialebeschermingszone „Moura, Mourão, Barrancos” te wijzigen en daardoor zones uit te sluiten waarin in het wild levende vogelsoorten voorkomen waarvan de bescherming de aanwijzing van die zone heeft gerechtvaardigd, is de Portugese Republiek de verplichtingen niet nagekomen die op haar rusten krachtens artikel 4, lid 1, van richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand.

2)      De Portugese Republiek wordt verwezen in de kosten.

ondertekeningen


* Procestaal: Portugees.

Top