Choose the experimental features you want to try

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61993CJ0151

Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 5 oktober 1994.
Strafzaak tegen M. Voogd Vleesimport en -export BV.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Gerechtshof 's-Gravenhage - Nederland.
Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Uitvoerrestituties - Restitutie-nomenclatuur - Vlees van pluimvee - Indeling.
Zaak C-151/93.

Jurisprudentie 1994 I-04915

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1994:365

61993J0151

ARREST VAN HET HOF (EERSTE KAMER) VAN 5 OKTOBER 1994. - STRAFZAAK TEGEN M. VOOGD VLEESIMPORT EN -EXPORT BV. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING: GERECHTSHOF 'S-GRAVENHAGE - NEDERLAND. - GEMEENSCHAPPELIJK LANDBOUWBELEID - UITVOERRESTITUTIES - RESTITUTIENOMENCLATUUR - VLEES VAN PLUIMVEE - INDELING. - ZAAK C-151/93.

Jurisprudentie 1994 bladzijde I-04915


Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

Landbouw ° Gemeenschappelijke ordening der markten ° Vlees van pluimvee ° Uitvoerrestituties ° Indeling in nomenclatuur ad hoc van verschillende door uitsnijding verkregen produkten

(Verordeningen van de Commissie nr. 267/87, bijlage, nr. 1151/87, bijlage, nr. 2800/87, bijlage, en nr. 3846/87, bijlage)

Samenvatting


De verordeningen nrs. 1151/87 en 2800/87 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee, moeten aldus worden uitgelegd, dat een kippepoot met (een deel van) de rug (zonder staart) moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 02.02 B II e) 3 ("dijen en delen daarvan, van ander pluimvee") van de bijlagen bij die verordeningen, indien de grootte van het rugstuk het produkt niet zijn wezenlijk karakter verleent;

b) 02.02 B II ex g) ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

Verordening nr. 3846/87 tot vaststelling van de landbouwproduktennomenclatuur voor de uitvoerrestituties, moet aldus worden uitgelegd, dat een kippepoot met (een deel van) de rug (zonder staart) moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 0207 41 71 100 ("helften en vierendelen, zonder staarten") van de bijlage bij die verordening, indien het rugstuk overeenkomt met het achterste deel van de rug van de kip, rekening houdend met de bij het uitsnijden toegestane toleranties;

b) 0207 41 51 000 ("dijen en delen daarvan"), indien dit niet het geval is en de grootte van dit rugstuk het wezenlijk karakter van het produkt niet wijzigt;

c) 0207 41 71 900 ("andere"), indien de kippepoot niet onder een van de twee voorafgaande postonderverdelingen kan worden ingedeeld.

Verordening nr. 267/87 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee, en verordening nr. 1151/87 moeten aldus worden uitgelegd, dat een voorste rugstuk met vleugels van hanen of kippen moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 02.02 B II b) ("hele vleugels, ook indien zonder spits") van de bijlagen bij die verordeningen, indien de grootte van het rugstuk het produkt niet zijn wezenlijk karakter verleent;

b) 02.02 B II ex g) ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

Verordening nr. 3846/87 moet aldus worden uitgelegd, dat een voorste rugstuk met vleugels van hanen of kippen moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 0207 41 21 000 ("hele vleugels, ook indien zonder spits") van de bijlage bij die verordening, indien de grootte van het rugstuk het produkt niet zijn wezenlijk karakter verleent;

b) 0207 41 71 900 ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

Partijen


In zaak C-151/93,

betreffende een verzoek aan het Hof krachtens artikel 177 EEG-Verdrag van het Gerechtshof te 's-Gravenhage (Nederland), in de aldaar dienende strafzaak tegen

M. Voogd Vleesimport en -export BV,

om een prejudiciële beslissing over de uitlegging van verschillende tariefpostonderverdelingen van de bijlagen bij de verordeningen (EEG) nrs. 267/87 van de Commissie van 28 januari 1987 (PB 1987, L 26, blz. 33), 1151/87 van de Commissie van 27 april 1987 (PB 1987, L 111, blz. 21) en 2800/87 van de Commissie van 18 september 1987 (PB 1987, L 268, blz. 47), alle drie tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee, alsmede van de bijlage bij verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproduktennomenclatuur voor de uitvoerrestituties (PB 1987, L 366, blz. 1),

wijst

HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),

samengesteld als volgt: D. A. O. Edward, kamerpresident, R. Joliet en G. C. Rodríguez Iglesias (rapporteur), rechters,

advocaat-generaal: C. O. Lenz

griffier: H. A. Ruehl, hoofdadministrateur

gelet op de schriftelijke opmerkingen ingediend door:

° de Commissie van de Europese Gemeenschappen, vertegenwoordigd door haar juridisch adviseur H. van Lier en F. de Sousa Fialho, lid van haar juridische dienst, als gemachtigden,

gezien het rapport ter terechtzitting,

gehoord de mondelinge opmerkingen van M. Voogd Vleesimport en -export BV, vertegenwoordigd door G. A. J. Dolk, advocaat, en de Commissie ter terechtzitting van 24 februari 1994,

gehoord de conclusie van de advocaat-generaal ter terechtzitting van 24 maart 1994,

het navolgende

Arrest

Overwegingen van het arrest


1 Bij tussenarrest van 5 februari 1993, ten Hove ingekomen op 8 april daaraanvolgend, heeft het Gerechtshof te 's-Gravenhage (Nederland) krachtens artikel 177 EEG-Verdrag een aantal prejudiciële vragen gesteld over de uitlegging van verschillende tariefpostonderverdelingen van de bijlagen bij de verordeningen (EEG) nrs. 267/87 van de Commissie van 28 januari 1987 (PB 1987, L 26, blz. 33), 1151/87 van de Commissie van 27 april 1987 (PB 1987, L 111, blz. 21) en 2800/87 van de Commissie van 18 september 1987 (PB 1987, L 268, blz. 47), alle drie tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee, alsmede van de bijlage bij verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproduktennomenclatuur voor de uitvoerrestituties (PB 1987, L 366, blz. 1).

2 Die vragen zijn gerezen in een strafzaak tegen M. Voogd Vleesimport en -export BV (hierna: "Voogd"), die wordt vervolgd omdat zij bij de uitvoer van partijen pluimveevlees naar derde landen op een aantal formulieren voor uitvoer van landbouwprodukten onjuiste posten van de landbouwproduktennomenclatuur voor de uitvoerrestituties (hierna: "restitutienomenclatuur") zou hebben vermeld.

3 Het gaat om de volgende produkten:

° kippepoten met (een deel van) de rug (zonder staart);

° voorste rugstukken met vleugels (hoofdzakelijk) afkomstig van Italiaanse leveranciers, door dezen onder meer aangeduid als "pipistrelli".

4 Blijkens het dossier zijn die produkten respectievelijk als "dijen" en "vleugels" aangegeven.

5 Voogd werd bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Rotterdam van 30 december 1991 in eerste aanleg veroordeeld tot een geldboete van 100 000 HFL. Als verweer had zij onder verwijzing naar het arrest van het Hof van 18 januari 1984 (zaak 327/82, Ekro, Jurispr. 1984, blz. 107) aangevoerd, dat een tolerantie van 25 % wordt aanvaard en dat een kippepoot die classificatie behoudt wanneer het eraan vastzittend deel van de rug niet meer dan 25 % van het totale gewicht uitmaakt. Verder had zij op basis van hetzelfde arrest aangevoerd, dat vleugels waaraan een deel van de rug vastzit, vleugels blijven, en dat de staart (die slechts enkele grammen weegt) geen waarde heeft.

6 Van dit vonnis kwam Voogd in hoger beroep bij de meervoudige kamer voor strafzaken van het Gerechtshof te 's-Gravenhage.

7 Voor deze rechterlijke instantie herhaalde zij, dat zij geen onjuiste restitutiecodes had vermeld. Zij voegde eraan toe, dat de gemeenschapswetgever wegens de problemen die de omschrijvingen gaandeweg opleverden, de codes en omschrijvingen voortdurend heeft aangepast, waardoor een situatie was ontstaan waarin alle soorten kippepoten en -vleugels voor restitutie in aanmerking kwamen.

8 Het Gerechtshof heeft het voor het wijzen van zijn eindarrest noodzakelijk geacht het Hof de navolgende prejudiciële vragen te stellen:

"1.1. Wat moet bij de juiste uitleg van de bijlagen bij de hierna te noemen verordeningen van de Commissie worden verstaan onder de telkens hierna onder a) tot en met f) aangegeven omschrijvingen van pluimveeprodukten, behorende bij de daarbij aangegeven tariefposten voor uitvoerrestitutie in de sector slachtpluimvee:

a) Omschrijving: 'B. Delen van pluimvee (andere dan slachtafvallen):

II. niet uitgebeend:

e) Dijen en delen daarvan:

3. van ander pluimvee'

tariefpost: 02.02 B II e) 3

verordening: (EEG) nr. 1151/87 van de Commissie van 27 april 1987 (PB 1987, L 111, blz. 21), in werking getreden op 1 mei 1987,

en

(EEG) nr. 2800/87 van de Commissie van 18 september 1987 (PB 1987, L 268, blz. 47), in werking getreden op 21 september 1987.

b) Omschrijving: 'B. Delen van pluimvee (andere dan slachtafvallen):

II. niet uitgebeend:

a) Helften of vierendelen:

1. van hanen en kippen, en van kuikens daarvan'

tariefpost: 02.02 B II a) 1

verordening: (EEG) nr. 1151/87 van de Commissie van 27 april 1987 (PB 1987, L 111, blz. 21), in werking getreden op 1 mei 1987,

en

(EEG) nr. 2800/87 van de Commissie van 18 september 1987 (PB 1987, L 268, blz. 47), in werking getreden op 21 september 1987.

c) Omschrijving: 'B. Delen van pluimvee (andere dan slachtafvallen):

II. niet uitgebeend:

ex g) andere'

tariefpost: 02.02 B II ex g)

verordening: (EEG) nr. 1151/87 van de Commissie van 27 april 1987 (PB 1987, L 111, blz. 21), in werking getreden op 1 mei 1987,

en

(EEG) nr. 2800/87 van de Commissie van 18 september 1987 (PB 1987, L 268, blz. 47), in werking getreden op 21 september 1987.

d) Omschrijving: ° 'Delen en slachtafvallen van pluimvee, andere dan levers, bevroren:

° ° van hanen of van kippen:

° ° ° delen:

° ° ° ° met been:

° ° ° ° ° dijen en delen daarvan'

tariefpost: 0207 41 51 000

verordening: (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 (PB 1987, L 366, blz. 1), in werking getreden op 1 januari 1988.

e) Omschrijving: ° 'Delen en slachtafvallen van pluimvee, andere dan levers, bevroren:

° ° van hanen of van kippen:

° ° ° delen:

° ° ° ° met been:

° ° ° ° ° andere:

° ° ° ° ° ° helften en vierendelen, zonder staarten'

tariefpost: 0207 41 71 100

verordening: (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 (PB 1987, L 366, blz. 1), in werking getreden op 1 januari 1988.

f) Omschrijving: ° 'Delen en slachtafvallen van pluimvee, andere dan levers, bevroren:

° ° van hanen of van kippen:

° ° ° delen:

° ° ° ° met been:

° ° ° ° ° andere:

° ° ° ° ° ° andere'

tariefpost: 0207 41 71 900

verordening: (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 (PB 1987, L 366, blz. 1), in werking getreden op 1 januari 1988?

1.2. Onder welke tariefpost dienen kippepoten met (een deel van) de rug (zonder staart) te worden gerangschikt,

° in de periode van 1 mei 1987 tot 1 november 1987,

° in de periode van 1 januari 1988 tot 1 oktober 1988?

1.3. Indien deze vraag niet in haar algemeenheid kan worden beantwoord, maar afhankelijk is van de grootte van het deel van de rug: hoe groot moet dit gedeelte zijn en op welke plaats of wijze moet dit zijn uitgesneden om de kippepoot met (dat gedeelte van) de rug (zonder staart) onder de ene dan wel een andere van de tariefposten genoemd onder 1.1. sub a) tot en met f) (geldend in de hierboven genoemde perioden) te kunnen rangschikken?

********

2.1. Wat moet bij de juiste uitleg van de bijlagen bij de hierna te noemen verordeningen van de Commissie worden verstaan onder de telkens hierna onder a) en b) aangegeven omschrijvingen van pluimveeprodukten, behorende bij de daarbij aangegeven tariefposten voor uitvoerrestitutie in de sector slachtpluimvee:

a) Omschrijving: 'B. Delen van pluimvee (andere dan slachtafvallen):

II. niet uitgebeend:

b) hele vleugels, ook indien zonder spits'

tariefpost: 02.02 B II b)

verordening: (EEG) nr. 267/87 van de Commissie van 28 januari 1987 (PB 1987, L 26, blz. 33), in werking getreden op 1 februari 1987,

en

(EEG) nr. 1151/87 van de Commissie van 27 april 1987 (PB 1987, L 111, blz. 21), in werking getreden op 1 mei 1987.

b) Omschrijving: ° 'Delen en slachtafvallen van pluimvee, andere dan levers, bevroren:

° ° van hanen of van kippen:

° ° ° delen:

° ° ° ° met been:

° ° ° ° ° hele vleugels, ook indien zonder spits'

tariefpost: 0207 41 21 000

verordening: (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 (PB 1987, L 366, blz. 1), in werking getreden op 1 januari 1988?

2.2. Onder welke van de onder 2.1. sub a) of b) dan wel onder 1.1. sub c) vermelde tariefposten dienen voorste rugstukken met vleugels van hanen of kippen te worden gerangschikt:

° in de periode van 1 februari 1987 tot 1 november 1987,

° in de periode van 1 januari 1988 tot 1 september 1988?

2.3. Indien deze vraag niet in haar algemeenheid kan worden beantwoord, maar afhankelijk is van de wijze waarop het desbetreffende deel is uitgesneden:

hoe moet die uitsnijding zijn om vleugels met daartussen een rugstuk onder de ene dan wel een andere van de tariefposten genoemd onder 2.1. sub a) en b) en onder 1.1. sub c) (geldend in de hierboven genoemde perioden) te kunnen rangschikken?"

9 Gelijk de Commissie opmerkt, kan het Hof in het kader van een prejudiciële procedure geen rechtsgeleerde adviezen geven over algemene of hypothetische vragen (zie arrest van 16 juli 1992, zaak C-343/90, Lourenço Dias, Jurispr. 1992, blz. I-4673, r.o. 17). De gestelde vragen moeten derhalve aldus worden begrepen, dat zij erop gericht zijn uit te maken, onder welke postonderverdelingen van de bijlagen bij de verordeningen nrs. 267/87, 1151/87, 2800/87 en 3846/87 de twee hierboven in rechtsoverweging 3 genoemde produkten vallen, en onder welke voorwaarden.

10 Vooraf moet worden opgemerkt, dat genoemde verordeningen nrs. 267/87, 1151/87 en 2800/87 dezelfde aanduidingen gebruiken voor de postonderverdelingen waaronder de omstreden produkten kunnen vallen. Bij verordening nr. 3846/87 daarentegen is op basis van de gecombineerde nomenclatuur een nieuwe indeling ingevoerd, die volgens artikel 4 van de verordening op 1 januari 1988 in werking is getreden.

11 Elke van beide produkten moet beurtelings worden getoetst aan elk van die postonderverdelingen uit de door de verordeningen nrs. 267/87, 1151/87 en 2800/87 gebruikte nomenclatuur (hierna: "oude nomenclatuur") en uit de nomenclatuur van verordening nr. 3846/87 (hierna: "nieuwe nomenclatuur").

Kippepoten met (een deel van) de rug, maar zonder staart

12 Voor de indeling van dit produkt komen blijkbaar drie grote categorieën in aanmerking, waarvoor bovengenoemde verordeningen verschillende referenties bevatten: dijen [02.02 B II e) 3 in de oude nomenclatuur en 0207 41 51 000 in de nieuwe], vierendelen [02.02 B II a) 1 in de oude nomenclatuur en 0207 41 11 000 of 0207 41 71 100 in de nieuwe] en de restcategorie [02.02 B II ex g) in de oude nomenclatuur en 0207 41 71 900 in de nieuwe].

13 Volgens de Commissie moet het omstreden produkt onder de restcategorie worden ingedeeld.

14 Haars inziens kan het niet gaan om een dij, daar de gemeenschapswetgever in artikel 1, punt 2, sub e, van verordening (EEG) nr. 1538/91 van de Commissie van 5 juni 1991 houdende uitvoeringsbepalingen van verordening (EEG) nr. 1906/90 van de Raad tot vaststelling van handelsnormen voor vlees van pluimvee (PB 1991, L 143, blz. 11), de definitie van het begrip "dij" uit de norm voor vlees van pluimvee van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties heeft overgenomen, en wel in de navolgende vorm:

"Hele poot/hele dij: het dijbeen, het scheenbeen en het kuitbeen met de daaraan gehechte spiermassa. De twee sneden worden gemaakt in de gewrichten."

15 Dit betoog kan niet worden gevolgd. De regeling waarop de Commissie zich beroept, bestond ten tijde van de feiten nog niet. Zij kan derhalve niet worden aangevoerd tot staving van een uitlegging van de in de prejudiciële vraag genoemde verordeningen.

16 De Commissie voert aan, dat de heffing op afgeleide produkten wordt afgeleid van de heffing op geslacht pluimvee, uitgaande van de gewichtsverhouding tussen deze verschillende produkten en geslacht pluimvee en, voor zover nodig, van de gemiddelde verhouding tussen de handelswaarde van deze produkten. Die verhoudingen worden in coëfficiënten uitgedrukt. Voor de vaststelling van de uitvoerrestituties voor afgeleide produkten wordt gebruik gemaakt van de coëfficiënten die voor de berekening van de heffingen zijn vastgesteld. Volgens de Commissie moeten de gewichtsverhoudingen dan ook worden gerespecteerd bij de uitlegging van afgeleide produkten als poten en vleugels.

17 Dit betoog kan evenmin worden gevolgd.

18 Ingevolge artikel 11, lid 1, van verordening (EEG) nr. 2777/75 van de Raad van 29 oktober 1975 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector slachtpluimvee (PB 1975, L 282, blz. 77), krachtens hetwelk de verordeningen nrs. 267/87, 1151/87 en 2800/87 zijn vastgesteld, zijn "de algemene bepalingen voor de toepassing van het gemeenschappelijk douanetarief en de bijzondere regels voor de toepassing ervan (...) van toepassing voor de classificatie van de produkten die onder de onderhavige verordening vallen".

19 Volgens algemene regel A 3 b) voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, vervat, enerzijds, in de bijlage bij verordening (EEG) nr. 3618/86 van de Raad van 24 november 1986 houdende wijziging van verordening (EEG) nr. 3331/85 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 950/68 betreffende het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1986, L 345, blz. 1), die van toepassing was vanaf 1 januari 1987, en, anderzijds, in bijlage I bij verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB 1987, L 256, blz. 1), die van toepassing was vanaf 1 januari 1988, worden mengsels ingedeeld naar de stof of naar het goed waaraan zij hun wezenlijk karakter ontlenen.

20 Een poot waaraan een rugstuk vastzit, moet derhalve als dij in de zin van de postonderverdelingen 02.02 B II e) 3 van de oude nomenclatuur en 0207 41 51 000 van de nieuwe nomenclatuur worden ingedeeld, indien het rugstuk niet groot genoeg is om het produkt zijn wezenlijk karakter ter verlenen.

21 Om uit te maken of dit het geval is, moet de nationale rechter, nu er ten tijde van de feiten geen communautaire regels ter zake bestonden, rekening houden met de nationale handelsgebruiken en de gebruikelijke uitsnijmethoden.

22 Met betrekking tot de postonderverdeling "vierendelen" wordt in de toelichtingen bij het gemeenschappelijk douanetarief bepaald, dat achterste kwarten bestaan uit "de onderdij, de dij, het achterste deel van de rug en het zadel of de stuit".

23 Aangezien het omstreden produkt de staart niet omvat, kan het niet vallen onder postonderverdeling 02.02 B II a) 1 van de oude nomenclatuur, die ziet op helften of vierendelen zonder nadere precisering. Op het argument van Voogd, dat de staart geen enkele economische waarde heeft en dat het ontbreken ervan zonder belang is, moet worden geantwoord, dat dit niet is aangetoond en dat de toelichtingen uitdrukkelijk de aanwezigheid van het zadel of de stuit in een "achterste kwart" eisen.

24 Indien het aan de poot vastzittend rugstuk groot genoeg is om de poot zijn wezenlijk karakter te verlenen, moet het produkt derhalve worden ingedeeld onder de restcategorie 02.02 B II ex g) van de oude nomenclatuur.

25 De nieuwe nomenclatuur bevat een postonderverdeling 0207 41 11 000, die ziet op "helften en kwarten" zonder nadere precisering, en een postonderverdeling 0207 41 71 100, die "helften en vierendelen, zonder staarten" (niet gecursiveerd in het origineel) dekt.

26 Het omstreden produkt kan dus onder deze laatste categorie worden ingedeeld, indien het aan de poot vastzittend deel van de rug overeenkomt met het achterste deel van de rug van de kip, rekening houdend met de bij het uitsnijden toegestane toleranties.

27 Indien het rugstuk te groot is om het produkt als "dij" te kunnen aanmerken, maar te klein om dit als "vierendeel" te kunnen beschouwen, moet het produkt onder de restcategorie 0207 41 71 900 worden ingedeeld.

28 Mitsdien moet aan de verwijzende rechter worden geantwoord, dat

° verordening nr. 1151/87 en verordening nr. 2800/87 aldus moeten worden uitgelegd, dat een kippepoot met (een deel van) de rug (zonder staart) moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 02.02 B II e) 3 ("dijen en delen daarvan, van ander pluimvee" van de bijlagen bij die verordeningen, indien de grootte van het rugstuk het produkt niet zijn wezenlijk karakter verleent;

b) 02.02 B II ex g) ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

° verordening nr. 3846/87 aldus moet worden uitgelegd, dat een kippepoot met (een deel van) de rug (zonder staart) moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 0207 41 71 100 ("helften en vierendelen, zonder staarten") van de bijlage bij die verordening, indien het rugstuk overeenkomt met het achterste deel van de rug van de kip, rekening houdend met de bij het uitsnijden toegestane toleranties;

b) 0207 41 51 000 ("dijen en delen daarvan"), indien dit niet het geval is en de grootte van dit rugstuk het wezenlijk karakter van het produkt niet wijzigt;

c) 0207 41 71 900 ("andere"), indien de kippepoot niet onder een van de twee voorafgaande postonderverdelingen kan worden ingedeeld.

Voorste rugstukken met vleugels

29 Blijkens de vragen komen voor dit produkt twee tariefindelingen in aanmerking: indeling als vleugels [postonderverdeling 02.02 B II b) van de oude nomenclatuur en 0207 41 21 000 van de nieuwe] of indeling onder restpost [postonderverdeling 02.02 B II ex g) van de oude nomenclatuur en 0207 41 71 900 van de nieuwe].

30 De Commissie, die zich ook baseert op de reeds genoemde verordening nr. 1538/91, betoogt, dat dit produkt eveneens onder de restcategorie moet worden ingedeeld, omdat in artikel 1, punt 2, sub i), van die verordening de vleugel wordt gedefinieerd als volgt:

"Vleugel: het opperarmbeen, de ellepijp en het spaakbeen met de daaraan gehechte spiermassa. (...) De vleugelspits, met inbegrip van de beentjes van de carpus, kan al dan niet verwijderd zijn. De sneden worden gemaakt in de gewrichten."

31 De Commissie concludeert daaruit, dat voorste rugstukken met vleugels van hanen of kippen niet onder deze definitie van hele vleugels vallen.

32 Dit argument kan niet worden aanvaard. Gelijk hierboven is gezegd, bestond deze verordening ten tijde van de feiten nog niet en kan zij derhalve niet worden ingeroepen tot staving van een uitlegging van de in de prejudiciële vragen genoemde verordeningen.

33 Hetgeen hierboven in de rechtsoverwegingen 17 tot en met 21 is gezegd met betrekking tot de classificatie van de kippepoten met (een deel van) de rug, maar zonder staart, geldt mutatis mutandis ook voor de classificatie van de voorste rugstukken met vleugels.

34 Mitsdien moet aan de verwijzende rechter worden geantwoord, dat

° verordening nr. 267/87 en verordening nr. 1151/87 aldus moeten worden uitgelegd, dat een voorste rugstuk met vleugels van hanen of kippen moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 02.02 B II b) ("hele vleugels, ook indien zonder spits") van de bijlagen bij die verordeningen, indien de grootte van het rugstuk het produkt niet zijn wezenlijk karakter verleent;

b) 02.02 B II ex g) ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

° verordening nr. 3846/87 aldus moet worden uitgelegd, dat een voorste rugstuk met vleugels van hanen of kippen moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 0207 41 21 000 ("hele vleugels, ook indien zonder spits") van de bijlage bij die verordening, indien de grootte van het rugstuk het produkt zijn wezenlijk karakter niet verleent;

b) 0207 41 71 900 ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

Beslissing inzake de kosten


Kosten

35 De kosten door de Commissie van de Europese Gemeenschappen wegens indiening van haar opmerkingen bij het Hof gemaakt, kunnen niet voor vergoeding in aanmerking komen. Ten aanzien van de partijen in het hoofdgeding is de procedure als een aldaar gerezen incident te beschouwen, zodat de nationale rechterlijke instantie over de kosten heeft te beslissen.

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE (Eerste kamer),

uitspraak doende op de door het Gerechtshof te 's-Gravenhage bij tussenarrest van 5 februari 1993 gestelde vragen, verklaart voor recht:

1) Verordening (EEG) nr. 1151/87 van de Commissie van 27 april 1987 en verordening (EEG) nr. 2800/87 van de Commissie van 18 september 1987, beide tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee, moeten aldus worden uitgelegd, dat een kippepoot met (een deel van) de rug (zonder staart) moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 02.02 B II e) 3 ("dijen en delen daarvan, van ander pluimvee") van de bijlagen bij die verordeningen, indien de grootte van het rugstuk het produkt niet zijn wezenlijk karakter verleent;

b) 02.02 B II ex g) ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

2) Verordening (EEG) nr. 3846/87 van de Commissie van 17 december 1987 tot vaststelling van de landbouwproduktennomenclatuur voor de uitvoerrestituties, moet aldus worden uitgelegd, dat een kippepoot met (een deel van) de rug (zonder staart) moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 0207 41 71 100 ("helften en vierendelen, zonder staarten") van de bijlage bij die verordening, indien het rugstuk overeenkomt met het achterste deel van de rug van de kip, rekening houdend met de bij het uitsnijden toegestane toleranties;

b) 0207 41 51 000 ("dijen en delen daarvan"), indien dit niet het geval is en de grootte van dit rugstuk het wezenlijk karakter van het produkt niet wijzigt;

c) 0207 41 71 900 ("andere"), indien de kippepoot niet onder een van de twee voorafgaande postonderverdelingen kan worden ingedeeld.

3) Verordening (EEG) nr. 267/87 van de Commissie van 28 januari 1987 tot vaststelling van de uitvoerrestituties in de sector slachtpluimvee, en verordening nr. 1151/87, reeds aangehaald, moeten aldus worden uitgelegd, dat een voorste rugstuk met vleugels van hanen of kippen moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 02.02 B II b) ("hele vleugels, ook indien zonder spits") van de bijlagen bij die verordeningen, indien de grootte van het rugstuk het produkt niet zijn wezenlijk karakter verleent;

b) 02.02 B II ex g) ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

4) Verordening nr. 3846/87, reeds aangehaald, moet aldus worden uitgelegd, dat een voorste rugstuk met vleugels van hanen of kippen moet worden ingedeeld onder postonderverdeling:

a) 0207 41 21 000 ("hele vleugels, ook indien zonder spits") van de bijlage bij die verordening, indien de grootte van het rugstuk het produkt zijn wezenlijk karakter niet verleent;

b) 0207 41 71 900 ("andere"), in het tegenovergestelde geval.

Top