EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 61985CJ0249

Arrest van het Hof van 21 mei 1987.
Albako Margarinefabrik Maria von der Linde GmbH & Co. KG tegen Bundesanstalt für landwirtschaftliche Marktordnung.
Verzoek om een prejudiciële beslissing: Landgericht Frankfurt am Main - Duitsland.
Beschikking gericht tot een Lid-Staat - Invloed op toepasselijkheid van het recht inzake oneerlijke mededinging - 'Berlijnse boter'.
Zaak 249/85.

European Court Reports 1987 -02345

ECLI identifier: ECLI:EU:C:1987:245

61985J0249

ARREST VAN HET HOF VAN 21 MEI 1987. - ALBAKO MARGARINEFABRIK MARIA VON DER LINDE GMBH UND CO. KG TEGEN BUNDESANSTALT FUER LANDWIRTSCHAFTLICHE MARKTORDNUNG. - VERZOEK OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING, INGEDIEND DOOR HET LANDGERICHT FRANKFURT AM MAIN. - TOT EEN LID-STAAT GERICHTE BESCHIKKING - GEVOLGEN VOOR DE TOEPASSELIJKHEID VAN DE NATIONALE WET TEGEN DE ONEERLIJKE MEDEDINGING - " BUTTERAKTION BERLIN ". - ZAAK 249/85.

Jurisprudentie 1987 bladzijde 02345
Zweedse bijz. uitgave bladzijde 00101
Finse bijz. uitgave bladzijde 00101


Samenvatting
Partijen
Overwegingen van het arrest
Beslissing inzake de kosten
Dictum

Trefwoorden


++++

GEMEENSCHAPSRECHT - VOORRANG - TOT LID-STAAT GERICHTE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE, WAARIN VASTSTELLING VAN MET NATIONALE MEDEDINGINGSRECHT STRIJDIGE MAATREGELEN WORDEN VOORGESCHREVEN - VERBINDEND VOOR ALLE ORGANEN VAN DE STAAT, DE RECHTERLIJKE INSTANTIES DAARONDER BEGREPEN

( EEG-VERDRAG, ARTIKEL 189, VIERDE ALINEA )

Samenvatting


ARTIKEL 189, VIERDE ALINEA, EEG-VERDRAG MOET, GELET OP DE VOORRANG VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT, ALDUS WORDEN UITGELEGD, DAT EEN TOT EEN LID-STAAT GERICHTE BESCHIKKING VOOR ALLE ORGANEN VAN DE BETROKKEN STAAT, DE RECHTERLIJKE INSTANTIES DAARONDER BEGREPEN, VERBINDEND ZIJN .

EEN BESCHIKKING ALS DIE WELKE DE COMMISSIE OP 25*FEBRUARI 1985 TOT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND HEEFT GERICHT BETREFFENDE MAATREGELEN TOT BEVORDERING VAN DE AFZET VAN BOTER OP DE MARKT VAN WEST-BERLIJN, STAAT ER DERHALVE AAN IN DE WEG DAT EEN RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN DIE STAAT HET BEVOEGDE LANDBOUWINTERVENTIEBUREAU EEN HANDELING VERBIEDT DIE WELISWAAR IN STRIJD IS MET DE NATIONALE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL, MAAR DIE DAT BUREAU HEEFT VERRICHT TER UITVOERING VAN DIE BESCHIKKING .

Partijen


IN ZAAK*249/85,

BETREFFENDE EEN VERZOEK AAN HET HOF KRACHTENS ARTIKEL*177 EEG-VERDRAG VAN HET LANDGERICHT FRANKFURT/MAIN, IN HET ALDAAR AANHANGIG GEDING TUSSEN

ALBAKO MARGARINEFABRIK MARIA VON DER LINDE GMBH*&*CO.*KG, TE WEST-BERLIJN,

VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING,

EN

BUNDESANSTALT FUER LANDWIRTSCHAFTLICHE MARKTORDNUNG, TE FRANKFURT/MAIN,

VERWEERSTER IN HET HOOFDGEDING,

OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL*189, VIERDE ALINEA, EEG-VERDRAG,

WIJST

HET HOF VAN JUSTITIE,

ADVOCAAT-GENERAAL : C.*O.*LENZ

GRIFFIER : K . RIECHENBERG, PLV . ADMINISTRATEUR

GELET OP DE OPMERKINGEN INGEDIEND DOOR :

- VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING, VERTEGENWOORDIGD DOOR J.*GUENDISCH EN J.*KICKER, ADVOCATEN TE HAMBURG,

- DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN, VERTEGENWOORDIGD DOOR P.*KARPENSTEIN, LID VAN HAAR JURIDISCHE DIENST, ALS GEMACHTIGDE,

GEZIEN HET RAPPORT TER TERECHTZITTING ZOALS AANGEVULD NA DE MONDELINGE BEHANDELING OP 4*JUNI*1986,

GEHOORD DE CONCLUSIE VAN DE ADVOCAAT-GENERAAL TER TERECHTZITTING VAN 5*DECEMBER*1986,

HET NAVOLGENDE

ARREST

Overwegingen van het arrest


1 BIJ BESCHIKKING VAN 7*AUGUSTUS 1985, INGEKOMEN TEN HOVE OP 12*AUGUSTUS 1985, HEEFT HET LANDGERICHT FRANKFURT/MAIN KRACHTENS ARTIKEL*177 EEG-VERDRAG HET HOF EEN PREJUDICIELE VRAAG GESTELD OVER DE UITLEGGING VAN ARTIKEL*189, VIERDE ALINEA, EEG-VERDRAG, IN HET BIJZONDER MET HET OOG OP DE GEVOLGEN VAN EEN BESCHIKKING ALS DIE WELKE DE COMMISSIE OP 25*FEBRUARI 1985 TOT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND HEEFT GERICHT BETREFFENDE MAATREGELEN TOT BEVORDERING VAN DE AFZET VAN BOTER OP DE MARKT VAN WEST-BERLIJN .

2 DEZE VRAAG IS GEREZEN IN EEN GEDING TUSSEN DE TE WEST-BERLIJN GEVESTIGDE MARGARINEFABRIKANTE ALBAKO EN DE BUNDESANSTALT FUER LANDWIRTSCHAFTLICHE MARKTORDNUNG ( HIERNA:*BALM ), HET VOOR DE SECTOR MELK EN ZUIVELPRODUKTEN BEVOEGDE INTERVENTIEBUREAU . OP GROND VAN PARAGRAAF*1 VAN HET GESETZ GEGEN DEN UNLAUTEREN WETTBEWERB VAN 7*JUNI 1909 ( ZOALS GEWIJZIGD OP 21*JULI 1965, BGBL . I, BLZ.*625 ) EN PARAGRAAF*1 VAN DE ZUGABEVERORDNUNG ( VERORDENING INZAKE HET CADEAUSTELSEL ) VAN 9*MAART 1932 ( ZOALS GEWIJZIGD OP 15*NOVEMBER 1955, BGBL . I, BLZ.*719 ) HEEFT ALBAKO EEN VORDERING INGESTELD TER VERKRIJGING VAN EEN VERBOD AAN DE BALM OM IN DE TOEKOMST NOG GRATIS BOTER TE VERSTREKKEN ONDER DEZELFDE VOORWAARDEN ALS DIE VAN DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE VAN 25*FEBRUARI*1985 .

3 VOLGENS PARAGRAAF*1 VAN HET GESETZ GEGEN DEN UNLAUTEREN WETTBEWERB KAN TEGEN EEN IEDER DIE IN HET HANDELSVERKEER UIT CONCURRENTIE-OVERWEGINGEN HANDELINGEN VERRICHT, DIE IN STRIJD ZIJN MET DE GOEDE ZEDEN, EEN RECHTERLIJK VERBOD EN SCHADEVERGOEDING WORDEN GEVORDERD .

4 INGEVOLGE PARAGRAAF*1, LID*1, VAN DE ZUGABEVERORDNUNG IS HET VERBODEN OM IN HET HANDELSVERKEER NAAST EEN GOED OF EEN DIENST EEN GESCHENK ( EEN GOED OF EEN DIENST ) AAN TE BIEDEN, AAN TE KONDIGEN OF TE VERSTREKKEN . VOLGENS LID*2 VAN DEZE BEPALING GELDT DIT VERBOD ONDER MEER NIET, WANNEER HET BIJ DE GOEDEREN GEGEVEN GESCHENK BESTAAT IN EEN BEPAALDE OF OP BEPAALDE WIJZE TE BEREKENEN HOEVEELHEID IDENTIEKE GOEDEREN . VOLGENS LID*3 IS HET BIJ HET AANBIEDEN, AANKONDIGEN OF VERSTREKKEN VAN EEN VOLGENS LID*2 GEOORLOOFD GESCHENK VERBODEN OM HET GESCHONKENE ALS GRATIS ( GRATIS GESCHENK, CADEAU EN DERGELIJKE ) AAN TE DUIDEN OF OP ANDER WIJZE DE INDRUK VAN KOSTELOOSHEID TE WEKKEN .

5 OM TE WETEN TE KOMEN HOE DE CONSUMENTEN OP EEN DALING VAN DE BOTERPRIJS ZOUDEN REAGEREN, BEPAALDE DE COMMISSIE BIJ DE BETROKKEN BESCHIKKING, DAT IN DE PERIODE VAN 15*APRIL TOT 30*JUNI 1985 OP DE MARKT VAN WEST-BERLIJN EEN ACTIE TER BEVORDERING VAN DE AFZET VAN BOTER MOEST WORDEN GEORGANISEERD; DE MARGINALE KOSTEN EN DE DOELTREFFENDHEID VAN DE ACTIE DIENDEN DOOR EEN ONAFHANKELIJK ONDERZOEKINSTITUUT TE WORDEN ONDERZOCHT . UIT DE OPENBARE VOORRADEN MOEST 900*TON BOTER WORDEN VERPAKT IN PAKJES VAN 250*G MET HET OPSCHRIFT "GRATIS EEG-BOTER ". ELK PAKJE VAN DEZE BOTER MOEST SAMEN MET EEN PAKJE MARKTBOTER MET HETZELFDE GEWICHT IN EEN VERPAKKING OP DE MARKT WORDEN GEBRACHT . DE PRIJS VAN DEZE TWEE PAKJES TE ZAMEN MOCHT DE TIJDENS DE VERKOOPPERIODE GELDENDE PRIJS VAN 250*G MARKTBOTER NIET OVERSCHRIJDEN . DE BALM MOEST VOOR DIT DOEL 900*TON BOTER UIT OPENBARE VOORRADEN GRATIS TER BESCHIKKING STELLEN AAN DOOR HAAR UIT TE KIEZEN HANDELSONDERNEMINGEN, DIE ZICH BIJ OVEREENKOMST TEGENOVER HAAR MOESTEN VERBINDEN DE BOTER WAAROP DE ACTIE BETREKKING HAD, TE VERPAKKEN EN VIA DE DETAILHANDEL AF TE ZETTEN .

6 ALBAKO DIENDE BIJ HET LANDGERICHT FRANKFURT/MAIN EEN VORDERING IN KORT GEDING IN TER VERKRIJGING VAN EEN VERBOD OP DE TENUITVOERLEGGING VAN DE ACTIE; ZIJ VOERDE DAARTOE AAN, DAT DE ACTIE IN STRIJD WAS MET DE DUITSE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL . OP 11*MAART 1985 WEES HET LANDGERICHT DEZE VORDERING AF OP GROND DAT DE BALM NIET UIT CONCURRENTIE-OVERWEGINGEN HANDELDE . OP 28*MAART 1985 BEVESTIGDE HET OBERLANDESGERICHT FRANKFURT/MAIN DEZE UITSPRAAK . DE BESTREDEN ACTIE WAS WELISWAAR OP BEPAALDE PUNTEN IN STRIJD MET DE DUITSE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL, DOCH DIE BEPALINGEN MOESTEN WEGENS DE VOORRANG VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT BUITEN TOEPASSING BLIJVEN .

7 NADAT DE ACTIE WAS AFGELOPEN, STELDE ALBAKO OP 11*JUNI 1985 BIJ HET LANDGERICHT FRANKFURT/MAIN EEN VORDERING TEN PRINCIPALE IN . VOLGENS HET LANDGERICHT VIEL DE BALM ONDER DE BETROKKEN PRIVAATRECHTELIJKE BEPALINGEN, OMDAT ZIJ VOOR DE VERVULLING VAN HAAR TAAK VAN PRIVAATRECHTELIJKE MIDDELEN HAD GEBRUIK GEMAAKT . NAAR ZIJN OORDEEL WAS HET GRATIS VERSTREKKEN DOOR DE BALM VAN 900*TON BOTER IN WEST-BERLIJN IN STRIJD MET DE GOEDE ZEDEN IN HET HANDELSVERKEER, OMDAT DOOR DEZE ACTIE DE MARKT VERZADIGD WAS GERAAKT EN HET KOPEN VAN BOTER OP OVERDREVEN WIJZE AANTREKKELIJKER WAS GEMAAKT . BOVENDIEN VORMDE HET SAMEN MET DE MARKTBOTER AANGEBODEN PAKJE KOELHUISBOTER EEN GESCHENK IN DE ZIN VAN PARAGRAAF*1 ZUGABEVERORDNUNG . DIT GESCHENK VIEL NIET ONDER DE UITZONDERINGSBEPALING VAN PARAGRAAF*1, LID*2, SUB*C, VAN DE ZUGABEVERORDNUNG, DAAR DE MARKTBOTER EN DE INTERVENTIEBOTER NIET ALS IDENTIEKE GOEDEREN KONDEN WORDEN BESCHOUWD . IN IEDER GEVAL WAS DE AANDUIDING VAN DE KOELHUISBOTER ALS GRATIS BOTER IN STRIJD MET PARAGRAAF*1, LID*3, VAN DE ZUGABEVERORDNUNG .

8 VOLGENS HET LANDGERICHT FRANKFURT/MAIN ZOU AAN TOEWIJZING VAN HET GEVRAAGDE VERBOD TEGEN DE BALM HOOGUIT IN DE WEG KUNNEN STAAN, DAT DE DOOR DE BALM GETROFFEN MAATREGELEN OP EEN BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE BERUSTTEN . DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE KON ZIJNS INZIENS ECHTER ENKEL VOORRANG HEBBEN BOVEN DE DUITSE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL, INDIEN ZIJ RECHTSTREEKSE WERKING HAD . ONDER DEZE OMSTANDIGHEDEN HEEFT HET LANDGERICHT FRANKFURT/MAIN OM EEN PREJUDICIELE BESLISSING VERZOCHT OVER DE VRAAG OF ARTIKEL*189, VIERDE ALINEA, EEG-VERDRAG ALDUS MOET WORDEN UITGELEGD, DAT EEN BESCHIKKING ALS DIE WELKE DE COMMISSIE OP 25*FEBRUARI*1985 TOT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND HEEFT GERICHT BETREFFENDE MAATREGELEN TOT BEVORDERING VAN DE AFZET VAN BOTER OP DE MARKT VAN WEST-BERLIJN, ERAAN IN DE WEG STAAT DAT EEN RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN DIE STAAT HET BEVOEGDE LANDBOUWINTERVENTIEBUREAU, DAT ZELF NIET DE ADRESSAAT VAN DE BESCHIKKING IS, EEN HANDELING VERBIEDT DIE WELISWAAR IN STRIJD IS MET DE NATIONALE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL, MAAR DIE DAT BUREAU HEEFT VERRICHT TER UITVOERING VAN DIE BESCHIKKING .

9 VOOR DE SCHRIFTELIJKE OPMERKINGEN DIE ALBAKO EN DE COMMISSIE BIJ HET HOF HEBBEN INGEDIEND, WORDT VERWEZEN NAAR HET RAPPORT TER TERECHTZITTING .

10 VOORAF MOET EROP WORDEN GEWEZEN, DAT HET AAN DE VERWIJZENDE RECHTER VOORGELEGDE PROBLEEM ANDERS LIGT DAN IN DE ZAKEN*9/70 ( GRAD ), 20/70 ( LESAGE ) EN 23/70 ( HASELHORST ), WAARIN HET HOF HEEFT BESLIST, DAT EEN TOT ALLE LID-STATEN GERICHTE BESCHIKKING ONDER BEPAALDE VOORWAARDEN RECHTSTREEKSE WERKING KAN HEBBEN, IN DIE ZIN DAT EEN PARTICULIER ZICH EROP KAN BEROEPEN IN EEN GEDING TEGEN EEN OVERHEIDSORGAAN ( ZIE DE ARRESTEN VAN 6 EN 21*OKTOBER 1970, JURISPR.*1970, BLZ.*825, 861 EN*881 ).

11 DE BESCHIKKING WAAROM HET IN DIE ZAKEN GING, LEGDE DE VERPLICHTING OP OM WETTELIJKE EN BESTUURSRECHTELIJKE BEPALINGEN TE WIJZIGEN; ZIJ WERD DOOR VERZOEKERS INGEROEPEN TEGEN NATIONALE VOORSCHRIFTEN DIE HUNS INZIENS NIET IN OVEREENSTEMMING MET DE BESCHIKKING WAREN VASTGESTELD . VASTSTAAT, DAT DE BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE VAN 25*FEBRUARI 1985 NIET DE VASTSTELLING VAN EEN ALGEMENE REGELING VOORSCHREEF, DIE IN STRIJD WAS MET DE NATIONALE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL . BOVENDIEN HEEFT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND DE VOORGESCHREVEN MAATREGEL VIA HAAR INTERVENTIEBUREAU UITGEVOERD EN DAARMEE AAN DE TOT HAAR GERICHTE BESCHIKKING NAAR BEHOREN VOLDAAN . BIJGEVOLG GAAT HET ER HIER NIET OM, EEN PARTICULIER BESCHERMING TE BIEDEN TEGEN DE NADELIGE GEVOLGEN VAN EEN NIET-NAKOMING VAN KRACHTENS HET GEMEENSCHAPSRECHT OP EEN LID-STAAT RUSTENDE VERPLICHTINGEN, ZOALS DAT IN DE GENOEMDE ZAKEN HET GEVAL WAS .

12 VOORTS MOET WORDEN VASTGESTELD DAT DE HANDELWIJZE VAN DE BALM, DIE VOLGENS DE VERWIJZENDE RECHTER NAAR NATIONAAL RECHT EEN DAAD VAN ONEERLIJKE MEDEDINGING IS, IN OVEREENSTEMMING WAS MET HETGEEN WAARTOE DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND -*HANDELEND DOOR HAAR INTERVENTIEBUREAU *- INGEVOLGE DE BESCHIKKING VAN 25*FEBRUARI 1985 GEHOUDEN WAS . DEZE BESCHIKKING LIET HAAR GEEN ENKELE BEOORDELINGSMARGE . REEDS IN DE BESCHIKKING WAS BEPAALD, DAT DE BOTER IN PAKKEN MET 250*G MARKTBOTER EN 250*G KOELHUISBOTER MOEST WORDEN VERKOCHT EN DAT DE PAKJES INTERVENTIEBOTER IN DEZE PAKKEN MET DE OPDRUK "GRATIS EEG-BOTER" MOESTEN ZIJN VOORZIEN; IN DE BESCHIKKING WAREN VERDER DE VERKOOPPRIJS VAN DIT DUBBEL PAK VASTGESTELD, DE TOTALE HOEVEELHEID BOTER WAAROP DE ACTIE BETREKKING HAD, ALSMEDE DE DUUR VAN DE ACTIE EN DE MARKT WAAROP ZIJ MOEST PLAATSVINDEN . DE UITVOERING VAN DIT SOORT MAATREGELEN TE VERBIEDEN OP GROND DAT ZIJ - HOEWEL DOOR DE COMMISSIE GELAST - DADEN VAN ONEERLIJKE MEDEDINGING VORMEN, ZOU GELIJK STAAN MET HET BELETTEN VAN DE UITVOERING VAN BESCHIKKINGEN VAN DE COMMISSIE .

13 IN WERKELIJKHEID GAAT HET OM DE VRAAG OF EEN NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OP GROND VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT, EN WEL OP GROND VAN ARTIKEL*189, VIERDE ALINEA, EEG-VERDRAG, VERPLICHT IS OM NATIONALE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL BUITEN TOEPASSING TE LATEN, WANNEER DE TOEPASSING VAN DEZE BEPALINGEN ERTOE ZOU LEIDEN DAT DE LID-STAAT EEN BESCHIKKING VAN DE COMMISSIE ALS DIE VAN 25*FEBRUARI 1985 NIET DOOR MIDDEL VAN ZIJN LANDBOUWINTERVENTIEBUREAU ZOU KUNNEN UITVOEREN .

14 DIENAANGAANDE ZIJ OM TE BEGINNEN OPGEMERKT, DAT INDIEN EEN DOOR EEN GEMEENSCHAPSINSTELLING GELASTE ACTIE ALS DIE WELKE IN MEI*1985 IN WEST-BERLIJN WERD GEHOUDEN, AAN HET NATIONALE RECHT ZOU WORDEN ONDERWORPEN, DE GELDIGHEID VAN DE HANDELING VAN DE GEMEENSCHAP ZELF IN FEITE AFHANKELIJK ZOU WORDEN GEMAAKT VAN DE NALEVING VAN HET NATIONALE RECHT . DIT ZOU IN STRIJD ZIJN MET 'S*HOFS VASTE RECHTSPRAAK, DAT DE GELDIGHEID VAN HANDELINGEN VAN DE GEMEENSCHAP ALLEEN AAN HET GEMEENSCHAPSRECHT MAG WORDEN GETOETST . ZOALS IMMERS IN HET ARREST VAN 17*DECEMBER*1970 ( ZAAK*11/70, INTERNATIONALE HANDELSGESELLSCHAFT, JURISPR.*1970, BLZ.*1125 ) IS OVERWOGEN, BRENGT "DE AARD VAN HET VERDRAGSRECHT, DAT ZIJN OORSPRONG IN EEN AUTONOME RECHTSBRON VINDT, MEDE ... DAT DAARTEGENOVER, WIL HET ZIJN COMMUNAUTAIRE AARD NIET VERLIEZEN EN DE RECHTSGRONDSLAG VAN DE GEMEENSCHAP ZELVE NIET IN GEVAAR WORDEN GEBRACHT, IN RECHTE GEEN BEROEP OP ENIGE NATIONALE RECHTSREGEL MAG WORDEN GEDAAN ".

15 WAT MEER IN HET BIJZONDER DE GELDIGHEID VAN DE THANS IN GEDING ZIJNDE BESCHIKKING BETREFT, HEEFT HET HOF IN HET HEDEN GEWEZEN ARREST IN DE GEVOEGDE ZAKEN*133 TOT EN MET 136/86*(RAU ) BESLIST, DAT ZIJ WORDT GEDEKT DOOR DE MACHTIGING DIE BIJ ARTIKEL*4 VAN VERORDENING NR.*1079/77 VAN DE RAAD VAN 17*MEI 1977 INZAKE EEN MEDEVERANTWOORDELIJKHEIDSHEFFING EN MAATREGELEN TER VERRUIMING VAN DE MARKTEN IN DE SECTOR MELK EN ZUIVELPRODUKTEN ( PB*1977, L*131, BLZ.*6 ) AAN DE COMMISSIE IS VERLEEND EN DAT DEZE BEPALING VOLDOET AAN DE EISEN VAN HET WETTIGHEIDSBEGINSEL .

16 VOORTS MOET IN DEZE WORDEN VASTGESTELD, DAT DE GELDIGHEID VAN HANDELINGEN VAN GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN KAN WORDEN AANGETAST, INDIEN ZIJ ONVERENIGBAAR ZIJN MET DE BEGINSELEN VAN HET COMMUNAUTAIRE MEDEDINGINGSRECHT . DE GEMEENSCHAPSINSTELLINGEN DIENEN IMMERS IN HET BIJZONDER REKENING TE HOUDEN MET DE EISEN BETREFFENDE DE EERLIJKHEID IN HET HANDELSVERKEER . IN HET KADER VAN DE GEMEENSCHAPPELIJKE ORDENING VAN DE LANDBOUWMARKTEN MOETEN ZIJ DEZE EISEN ECHTER VERZOENEN MET DE IN ARTIKEL*39 EEG-VERDRAG NEERGELEGDE DOELSTELLINGEN . NIET IS GEBLEKEN, DAT DE VERANTWOORDELIJKE INSTELLINGEN IN HET ONDERHAVIGE GEVAL DE BEOORDELINGSMARGE DIE HUN VOOR HET TOT STAND BRENGEN VAN EEN DERGELIJKE VERZOENING MOET WORDEN TOEGEKEND, HEBBEN OVERSCHREDEN .

17 IN DE TWEEDE PLAATS MOET WORDEN BEKLEMTOOND, DAT VOLGENS ARTIKEL*189, VIERDE ALINEA, EEG-VERDRAG BESCHIKKINGEN VERBINDEND ZIJN VOOR DEGENEN TOT WIE ZIJ UITDRUKKELIJK ZIJN GERICHT . TOT DE LID-STATEN GERICHTE BESCHIKKINGEN ZIJN VOOR ALLE ORGANEN VAN DE BETROKKEN STAAT, DE RECHTERLIJKE INSTANTIES DAARONDER BEGREPEN, VERBINDEND . DIT BRENGT MEE, DAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIES INGEVOLGE HET BEGINSEL VAN DE VOORRANG VAN HET GEMEENSCHAPSRECHT, DAT IN HET ARREST VAN 15*JULI 1964 ( ZAAK*6/64, COSTA/ENEL, JURISPR.*1964, BLZ.*1199 ) IS VASTGELEGD EN IN HET ARREST VAN 9*MAART 1978 ( ZAAK*106/77, SIMMENTHAL, JURISPR.*1978, BLZ.*629 ) NADER IS UITGEWERKT, ALLE NATIONALE BEPALINGEN, OOK - ZOALS IN CASU - DE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL, WAARVAN DE TOEPASSING DE UITVOERING VAN EEN COMMUNAUTAIRE BESCHIKKING ZOU KUNNEN BELEMMEREN, BUITEN TOEPASSING MOETEN LATEN .

18 MITSDIEN MOET OP DE PREJUDICIELE VRAAG WORDEN GEANTWOORD DAT ARTIKEL*189, VIERDE ALINEA, EEG-VERDRAG ALDUS MOET WORDEN UITGELEGD, DAT EEN BESCHIKKING ALS DIE WELKE DE COMMISSIE OP 25*FEBRUARI 1985 TOT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND HEEFT GERICHT BETREFFENDE MAATREGELEN TOT BEVORDERING VAN DE AFZET VAN BOTER OP DE MARKT VAN WEST-BERLIJN, ERAAN IN DE WEG STAAT DAT EEN RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN DIE STAAT HET BEVOEGDE LANDBOUWINTERVENTIEBUREAU EEN HANDELING VERBIEDT DIE WELISWAAR IN STRIJD IS MET DE NATIONALE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL, MAAR DIE DAT BUREAU HEEFT VERRICHT TER UITVOERING VAN DIE BESCHIKKING .

Beslissing inzake de kosten


KOSTEN

19 DE KOSTEN DOOR DE COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN WEGENS INDIENING HARER OPMERKINGEN BIJ HET HOF GEMAAKT, KUNNEN NIET VOOR VERGOEDING IN AANMERKING KOMEN . TEN AANZIEN VAN VERZOEKSTER IN HET HOOFDGEDING IS DE PROCEDURE ALS EEN ALDAAR GEREZEN INCIDENT TE BESCHOUWEN, ZODAT DE NATIONALE RECHTERLIJKE INSTANTIE OVER DE KOSTEN HEEFT TE BESLISSEN .

Dictum


HET HOF VAN JUSTITIE,

UITSPRAAK DOENDE OP DE DOOR HET LANDGERICHT FRANKFURT/MAIN BIJ BESCHIKKING VAN 7*AUGUSTUS 1985 GESTELDE VRAAG, VERKLAART VOOR RECHT :

ARTIKEL*189, VIERDE ALINEA, EEG-VERDRAG MOET ALDUS WORDEN UITGELEGD, DAT EEN BESCHIKKING ALS DIE WELKE DE COMMISSIE OP 25*FEBRUARI 1985 TOT DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND HEEFT GERICHT BETREFFENDE MAATREGELEN TOT BEVORDERING VAN DE AFZET VAN BOTER OP DE MARKT VAN WEST-BERLIJN, ERAAN IN DE WEG STAAT DAT EEN RECHTERLIJKE INSTANTIE VAN DIE STAAT HET BEVOEGDE LANDBOUWINTERVENTIEBUREAU EEN HANDELING VERBIEDT DIE WELISWAAR IN STRIJD IS MET DE NATIONALE BEPALINGEN INZAKE DE ONEERLIJKE MEDEDINGING EN HET CADEAUSTELSEL, MAAR DIE DAT BUREAU HEEFT VERRICHT TER UITVOERING VAN DIE BESCHIKKING .

Top