EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32023R1077

Verordening (EU) 2023/1077 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 inzake tijdelijke handelsliberaliseringsmaatregelen bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

PE/19/2023/REV/1

PB L 144 van 5.6.2023, p. 1–6 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document No longer in force, Date of end of validity: 05/06/2024

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/1077/oj

5.6.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 144/1


VERORDENING (EU) 2023/1077 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 31 mei 2023

inzake tijdelijke handelsliberaliseringsmaatregelen bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 2,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (2) (“de Associatieovereenkomst”), vormt de basis voor de betrekkingen tussen de Unie en Oekraïne. Overeenkomstig Besluit 2014/668/EU van de Raad (3) wordt Titel IV van de Associatieovereenkomst, die betrekking heeft op handel en daarmee verband houdende aangelegenheden, sinds 1 januari 2016 voorlopig toegepast en is die titel na ratificatie door alle lidstaten in werking getreden op 1 september 2017.

(2)

In de Associatieovereenkomst wordt uitdrukking gegeven aan de wens van de partijen bij de Associatieovereenkomst (“de partijen”) om de betrekkingen op ambitieuze en innoverende wijze te versterken en uit te breiden, om geleidelijke economische integratie te vergemakkelijken en tot stand te brengen, en om dit te doen met inachtneming van de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit het lidmaatschap van de Wereldhandelsorganisatie van de partijen.

(3)

Artikel 25 van de Associatieovereenkomst voorziet in de geleidelijke totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de partijen in overeenstemming met artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel 1994 (“GATT 1994”). Daartoe voorziet artikel 29 van de Associatieovereenkomst in de geleidelijke afschaffing van de douanerechten overeenkomstig de in de Associatieovereenkomst opgenomen lijsten en voorziet het in de mogelijkheid om die afschaffing versneld en in ruimere mate te realiseren. Artikel 48 van de Associatieovereenkomst bepaalt dat het algemeen belang in aanmerking moet worden genomen alvorens tussen de partijen antidumpingmaatregelen worden toegepast.

(4)

De niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne sinds 24 februari 2022 heeft ernstige negatieve gevolgen gehad voor het vermogen van Oekraïne om handel te drijven met de rest van de wereld, zowel door de vernietiging van productiecapaciteit als door de onbeschikbaarheid van een aanzienlijk deel van de vervoersmogelijkheden, bijvoorbeeld als gevolg van de beperking van en onzekerheid van toegang tot de Zwarte Zee. In die uitzonderlijke omstandigheden en teneinde de negatieve economische gevolgen van de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne te verzachten, is het noodzakelijk de ontwikkeling van nauwere economische betrekkingen tussen de Unie en Oekraïne te versnellen om steun te blijven verlenen aan de autoriteiten en de bevolking van Oekraïne. Het is derhalve noodzakelijk en passend handelsstromen te blijven stimuleren en concessies te blijven verlenen in de vorm van handelsliberaliseringsmaatregelen voor alle producten, in overeenstemming met de versnelde afschaffing van de douanerechten ter zake van handel tussen de Unie en Oekraïne.

(5)

Overeenkomstig artikel 21, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) moet de Unie toezien op de samenhang tussen de diverse onderdelen van haar externe optreden. Overeenkomstig artikel 207, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) moet de gemeenschappelijke handelspolitiek worden gevoerd in het kader van de beginselen en doelstellingen van het externe optreden van de Unie.

(6)

Verordening (EU) 2022/870 van het Europees Parlement en de Raad (4) verstrijkt op 5 juni 2023.

(7)

De bij deze verordening ingestelde handelsliberaliseringsmaatregelen moeten de volgende vorm aannemen: i) de schorsing van de toepassing van het stelsel van invoerprijzen op groenten en fruit; ii) de schorsing van tariefcontingenten en invoerrechten; iii) in afwijking van artikel 14, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad (5) mogen antidumpingrechten op invoer van oorsprong uit Oekraïne tijdens de periode van toepassing van deze verordening op geen enkel tijdstip worden geïnd, ook niet na het vervallen van deze verordening, en iv) de tijdelijke schorsing van de toepassing van Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad (6). Met die maatregelen zal de Unie tijdelijk passende economische en financiële steun verlenen aan Oekraïne en de marktdeelnemers die worden getroffen.

(8)

Om fraude te voorkomen moeten de bij deze verordening vastgestelde preferentiële regelingen onderworpen zijn aan de voorwaarde dat Oekraïne voldoet aan alle toepasselijke voorwaarden voor het verkrijgen van voordelen uit hoofde van de Associatieovereenkomst, met inbegrip van de regels inzake de oorsprong van de betrokken producten en de daarmee samenhangende procedures, en dat Oekraïne zich ertoe verbindt administratief nauw met de Unie samen te werken, overeenkomstig die Associatieovereenkomst.

(9)

Oekraïne mag geen nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking en nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking instellen, mag de bestaande douanerechten of heffingen niet verhogen en mag geen andere beperkingen van de handel met de Unie invoeren, tenzij dat duidelijk gerechtvaardigd is in de context van de Russische aanvalsoorlog. Indien Oekraïne niet voldoet aan een of meer van die voorwaarden, moet de Commissie de bevoegdheid krijgen om alle of een deel van de bij deze verordening vastgestelde preferentiële regelingen tijdelijk te schorsen.

(10)

Artikel 2 van de Associatieovereenkomst bepaalt onder meer dat de eerbiediging van de democratische beginselen, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, de bevordering van respect voor de beginselen van soevereiniteit en territoriale integriteit, onschendbaarheid van de grenzen en onafhankelijkheid, alsmede de bestrijding van de proliferatie massavernietigingswapens, daarmee samenhangende materialen en de overbrengingsmiddelen daarvoor, essentiële elementen zijn van de Associatieovereenkomst. Voorts bepaalt artikel 3 van de Associatieovereenkomst dat de rechtsstaat, goed bestuur, corruptiebestrijding, de strijd tegen de verschillende vormen van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en terrorisme, de bevordering van duurzame ontwikkeling en efficiënt multilateralisme van wezenlijk belang zijn om de betrekkingen tussen de partijen uit te bouwen. Er moet worden voorzien in de mogelijkheid de bij deze verordening vastgestelde preferentiële regelingen tijdelijk te schorsen indien Oekraïne de algemene beginselen van de Associatieovereenkomst niet eerbiedigt, zoals dat ook in het kader van andere door de Unie gesloten associatieovereenkomsten het geval is.

(11)

Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de in artikel 1, lid 1, vastgestelde preferentiële regelingen tijdelijk te schorsen indien niet langer wordt voldaan aan de voorwaarden om voor die preferentiële regelingen in aanmerking te komen, en om vrijwaringsmaatregelen in te voeren in gevallen waarin de markten van de Unie van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten worden benadeeld door invoer in het kader van deze verordening. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (7).

(12)

Onder voorbehoud van een beoordeling die de Commissie uitvoert in het kader van het regelmatige toezicht op de gevolgen van deze verordening en die zij start hetzij naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, hetzij op eigen initiatief, dient de mogelijkheid te bestaan om de douanerechten die anders krachtens de associatieovereenkomst van toepassing zijn, opnieuw in te stellen voor invoer van onder deze verordening vallende producten met nadelige gevolgen voor de markt van de Unie voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten.

(13)

Het jaarverslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de diepe en brede vrijhandelsruimte, die integraal deel uitmaakt van de Associatieovereenkomst, moet een gedetailleerde beoordeling bevatten van de uitvoering van de bij deze verordening vastgestelde handelsliberaliseringsmaatregelen.

(14)

Gezien de urgentie van de economische situatie in Oekraïne en het verstrijken van Verordening (EU) 2022/870 op 5 juni 2023, moet deze verordening op 6 juni 2023 in werking treden,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Handelsliberaliseringsmaatregelen

1.   De volgende preferentiële regelingen worden ingevoerd:

a)

de toepassing van het stelsel van invoerprijzen wordt geschorst voor de producten waarop het van toepassing is zoals bepaald in bijlage I-A bij de Associatieovereenkomst. Op de invoer van die producten zijn geen douanerechten van toepassing;

b)

alle in bijlage I-A bij de Associatieovereenkomst vastgestelde tariefcontingenten worden geschorst en de onder die contingenten vallende producten mogen zonder douanerechten uit Oekraïne in de Unie worden ingevoerd.

2.   In afwijking van artikel 14, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EU) 2016/1036 worden antidumpingrechten op invoer van oorsprong uit Oekraïne tijdens de periode van toepassing van deze verordening op geen enkel tijdstip geïnd, ook niet na het verstrijken van deze verordening.

3.   De toepassing van Verordening (EU) 2015/478 wordt tijdelijk geschorst ten aanzien van invoer van oorsprong uit Oekraïne.

Artikel 2

Voorwaarden voor de preferentiële regelingen

Voor de in artikel 1, lid 1, vastgestelde preferentiële regelingen gelden de volgende voorwaarden:

a)

naleving van de regels inzake de oorsprong van producten en de daarmee samenhangende procedures, zoals bepaald in de Associatieovereenkomst;

b)

Oekraïne stelt geen nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking noch nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking in voor de invoer van producten van oorsprong uit de Unie, verhoogt de bestaande douanerechten of heffingen niet en voert geen andere beperkingen van de handel met de Unie in, met inbegrip van discriminerende interne administratieve maatregelen, tenzij de oorlogssituatie dat duidelijk rechtvaardigt, en

c)

Oekraïne respecteert de democratische beginselen, de mensenrechten, de fundamentele vrijheden alsmede het principe van de rechtsstaat, en de aanhoudende inspanningen in de strijd tegen corruptie en illegale activiteiten worden voortgezet, overeenkomstig de artikelen 2, 3 en 22 van de Associatieovereenkomst.

Artikel 3

Tijdelijke schorsing

1.   Indien de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is dat Oekraïne de in artikel 2 uiteengezette voorwaarden niet naleeft, kan zij de in artikel 1, lid 1, vastgestelde preferentiële regelingen bij uitvoeringshandeling geheel of gedeeltelijk schorsen. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 5, lid 3.

2.   Indien een lidstaat de Commissie verzoekt een van de preferentiële regelingen te schorsen op basis van het verzuim van Oekraïne om de in artikel 2, punt b), bepaalde voorwaarden na te leven, verstrekt de Commissie binnen vier maanden na de indiening van dat verzoek een met redenen omkleed advies over de vraag of de bewering dat Oekraïne die voorwaarden niet naleeft, onderbouwd is. Indien de Commissie tot de conclusie komt dat dit inderdaad het geval is, leidt zij de procedure in als bedoeld in lid 1 van dit artikel.

Artikel 4

Versnelde vrijwaring

1.   Wanneer een product van oorsprong uit Oekraïne wordt ingevoerd onder voorwaarden die nadelige gevolgen hebben voor de markt van de Unie voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten, kan de Commissie de douanerechten die anders krachtens de Associatieovereenkomst op de invoer van dat product van toepassing zijn, te allen tijde opnieuw instellen door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld overeenkomstig de onderzoeksprocedure van artikel 5, lid 3.

De douanerechten die uit hoofde van de associatieovereenkomst anders van toepassing zijn, kunnen opnieuw worden ingesteld voor zolang als nodig is om de nadelige gevolgen voor de markt van de Unie voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op te vangen.

2.   De Commissie houdt regelmatig toezicht op de effecten van deze verordening, met inachtneming van de informatie over uitvoer, invoer, prijzen op de markt van de Unie en productie in de Unie van de producten waarop de in artikel 1, lid 1, punt b), vastgestelde handelsliberaliseringsmaatregelen van toepassing zijn.

De Commissie stelt de lidstaten om de twee maanden in kennis van de resultaten van het regelmatige toezicht, te beginnen bij de inwerkingtreding van deze verordening.

3.   De Commissie verricht een beoordeling van de situatie op de markt van de Unie voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten met het oog op de herinvoering van de douanerechten. Die beoordeling wordt gestart:

a)

naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat, met voldoende prima-facie-bewijs waarover die lidstaat redelijkerwijze kan beschikken overeenkomstig lid 4, van invoer die nadelige gevolgen heeft voor de markt als bedoeld in lid 1, of

b)

op eigen initiatief, nadat het de Commissie duidelijk is geworden dat er voldoende prima-facie-bewijs is dat er sprake is van invoer die nadelige gevolgen heeft voor de markt als bedoeld in lid 1.

De in de eerste alinea bedoelde beoordeling wordt binnen drie maanden na de start ervan afgesloten.

4.   Bij haar beoordeling op grond van lid 3 houdt de Commissie rekening met alle relevante marktontwikkelingen, met inbegrip van de gevolgen van de betrokken invoer voor de situatie op de markt van de Unie voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten. Die beoordeling omvat factoren zoals:

a)

de snelheid en omvang van de toename van de invoer uit Oekraïne van het betrokken product in absolute en relatieve cijfers,

b)

de gevolgen van de desbetreffende invoer voor de productie en de prijzen in de Unie, rekening houdend met de ontwikkeling van de invoer uit andere bronnen.

Deze opsomming is niet volledig en andere relevante factoren kunnen eveneens in aanmerking worden genomen.

5.   Indien de Commissie naar aanleiding van de in lid 3 bedoelde beoordeling van oordeel is dat de markt van de Unie voor soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten nadelige gevolgen heeft ondervonden en voornemens is de douanerechten opnieuw in te voeren, maakt zij in het Publicatieblad van de Europese Unie een bericht bekend waarin zij de herinvoering aankondigt van de douanerechten die anders uit hoofde van de Associatieovereenkomst van toepassing zijn op de invoer van dat product. Het bericht bevat een samenvatting van de belangrijkste resultaten van de versnelde beoordeling en vermeldt de termijn waarbinnen belanghebbenden hun standpunt schriftelijk kenbaar kunnen maken. Deze termijn mag niet meer dan tien dagen bedragen, te rekenen vanaf de datum van de bekendmaking van het bericht.

6.   Wanneer als gevolg van uitzonderlijke omstandigheden onmiddellijke maatregelen nodig zijn, mag de Commissie, zonder de procedure van lid 5 te volgen en nadat zij het bij artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2015/478 ingestelde Comité vrijwaringsmaatregelen daarvan in kennis heeft gesteld, alle noodzakelijke preventieve maatregelen nemen.

Artikel 5

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 285, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (8) ingestelde Comité douanewetboek, wat artikel 3, lid 1, van deze verordening betreft. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   De Commissie wordt bijgestaan door het bij artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2015/478 ingestelde Comité vrijwaringsmaatregelen, wat artikel 4, lid 1, van deze verordening betreft. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

3.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 6

Beoordeling van de uitvoering van de handelsliberaliseringsmaatregelen

Het jaarverslag van de Commissie over de tenuitvoerlegging van de diepe en brede vrijhandelsruimte bevat een gedetailleerde beoordeling van de uitvoering van de handelsliberaliseringsmaatregelen waarin wordt voorzien in deze verordening en bevat, voor zover passend, een beoordeling van de sociale gevolgen van die maatregelen in Oekraïne en in de Unie. Informatie over de invoer van producten als bedoeld in artikel 1, lid 1, punt b), wordt beschikbaar gesteld op de website van de Commissie en wordt maandelijks bijgewerkt.

Artikel 7

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op 6 juni 2023.

Deze verordening is van toepassing tot en met 5 juni 2024.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel, 31 mei 2023.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

P. KULLGREN


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 9 mei 2023 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 25 mei 2023.

(2)  PB L 161 van 29.5.2014, blz. 3.

(3)  Besluit 2014/668/EU van de Raad van 23 juni 2014 inzake de ondertekening, namens de Europese Unie, en de voorlopige toepassing van de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, wat titel III (met uitzondering van de bepalingen betreffende de behandeling van onderdanen van derde landen die legaal werken op het grondgebied van de andere partij) en de titels IV, V, VI en VII, alsmede de desbetreffende bijlagen en protocollen daarvan betreft (PB L 278 van 20.9.2014, blz. 1).

(4)  Verordening (EU) 2022/870 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 inzake tijdelijke handelsliberaliseringsmaatregelen bovenop de handelsconcessies die op Oekraïense producten van toepassing zijn krachtens de Associatieovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds (PB L 152 van 3.6.2022, blz. 103).

(5)  Verordening (EU) 2016/1036 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende beschermende maatregelen tegen invoer met dumping uit landen die geen lid zijn van de Europese Unie (PB L 176 van 30.6.2016, blz. 21).

(6)  Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2015 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer (PB L 83 van 27.3.2015, blz. 16).

(7)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(8)  Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).


Top