EUR-Lex Access to European Union law

Back to EUR-Lex homepage

This document is an excerpt from the EUR-Lex website

Document 32023R0969

Verordening (EU) 2023/969 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot oprichting van een samenwerkingsplatform ter ondersteuning van de werking van gemeenschappelijke onderzoeksteams en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1726

PE/73/2022/REV/1

PB L 132 van 17.5.2023, p. 1–20 (BG, ES, CS, DA, DE, ET, EL, EN, FR, GA, HR, IT, LV, LT, HU, MT, NL, PL, PT, RO, SK, SL, FI, SV)

Legal status of the document In force

ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2023/969/oj

17.5.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 132/1


VERORDENING (EU) 2023/969 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

van 10 mei 2023

tot oprichting van een samenwerkingsplatform ter ondersteuning van de werking van gemeenschappelijke onderzoeksteams en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1726

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, tweede alinea, punt d),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure (1),

Overwegende hetgeen volgt:

(1)

De Unie heeft zich ten doel gesteld haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht te bieden zonder binnengrenzen, waarin het vrije verkeer van personen gewaarborgd is. Tegelijkertijd moet de Unie ervoor zorgen dat die ruimte een veilige plaats blijft. Die doelstelling kan alleen bereikt worden door een meer doeltreffende, gecoördineerde samenwerking tussen de nationale en internationale rechtshandhavings- en justitiële instanties en door passende maatregelen ter voorkoming en bestrijding van criminaliteit, waaronder georganiseerde misdaad en terrorisme.

(2)

De verwezenlijking van die doelstelling is met name een uitdaging wanneer criminaliteit een grensoverschrijdende dimensie heeft en het grondgebied van twee of meer lidstaten en/of derde landen bestrijkt. In dergelijke situaties moeten de lidstaten hun krachten en werkzaamheden kunnen bundelen om doeltreffende en efficiënte grensoverschrijdende onderzoeken en vervolgingen mogelijk te maken, waarvoor de uitwisseling van informatie en bewijsmateriaal van cruciaal belang is. Een van de meest succesvolle instrumenten voor dergelijke grensoverschrijdende samenwerking zijn gemeenschappelijke onderzoeksteams (GOT’s) die rechtstreekse samenwerking en communicatie tussen justitiële en rechtshandhavingsinstanties van twee of meer lidstaten en eventueel ook derde landen mogelijk maken zodat zij hun acties en onderzoeken zo efficiënt mogelijk kunnen organiseren. GOT’s worden door de bevoegde autoriteiten van twee of meer lidstaten en eventueel derde landen voor een specifiek doel en een beperkte periode ingesteld om strafrechtelijke onderzoeken met een grensoverschrijdend effect gezamenlijk uit te voeren.

(3)

GOT’s hebben bewezen een belangrijke bijdrage te leveren aan de verbetering van de justitiële samenwerking met betrekking tot het onderzoeken en vervolgen van grensoverschrijdende misdrijven, zoals cybercriminaliteit, terrorisme en zware en georganiseerde criminaliteit, door tijdrovende procedures en formaliteiten tussen GOT-leden te verminderen. De intensievere inzet van GOT’s heeft tevens de cultuur van grensoverschrijdende samenwerking in strafzaken tussen justitiële instanties in de Unie versterkt.

(4)

Het acquis van de Unie voorziet in twee rechtskaders voor het instellen van GOT’s waaraan ten minste twee lidstaten deelnemen: artikel 13 van de Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie (2) en Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad (3). Derde landen kunnen als partij bij GOT’s worden betrokken wanneer er een rechtsgrondslag bestaat voor een dergelijke betrokkenheid, zoals artikel 20 van het tweede aanvullend protocol bij het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken, ondertekend te Straatsburg op 8 november 2001 (4) en artikel 5 van de Overeenkomst betreffende wederzijdse rechtshulp tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten van Amerika (5).

(5)

Internationale justitiële instanties spelen een cruciale rol bij het onderzoeken en vervolgen van internationale misdrijven. Hun vertegenwoordigers kunnen aan een bepaald GOT deelnemen op uitnodiging van de GOT-leden, op basis van de desbetreffende overeenkomst inzake het instellen van een GOT (de “GOT-overeenkomst”). Daarom moet ook de uitwisseling van informatie en bewijsmateriaal tussen nationale bevoegde autoriteiten en andere rechtbanken, tribunalen of mechanismen die gericht zijn op de aanpak van ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap als geheel aangaan, met name het Internationaal Strafhof (International Criminal Court, ICC), worden vergemakkelijkt. Deze verordening moet derhalve vertegenwoordigers van dergelijke internationale justitiële instanties toegang verlenen tot het informatietechnologieplatform (IT-platform) (het “samenwerkingsplatform voor GOT’s”), teneinde de internationale samenwerking met betrekking tot het onderzoeken en vervolgen van internationale misdrijven te verbeteren.

(6)

Een samenwerkingsplatform voor GOT’s is dringend noodzakelijk om efficiënt te communiceren en op beveiligde wijze informatie en bewijsmateriaal uit te wisselen, teneinde ervoor te zorgen dat degenen die verantwoordelijk zijn voor de zwaarste misdrijven snel verantwoordelijk kunnen worden gesteld. Die noodzaak wordt onderstreept door het mandaat van het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), dat is opgericht bij Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad (6), die werd gewijzigd bij Verordening (EU) 2022/838 van het Europees Parlement en de Raad (7), waardoor Eurojust in staat werd gesteld bewijsmateriaal met betrekking tot genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en daarmee verband houdende strafbare feiten te bewaren, te analyseren en op te slaan, en dat het mogelijk maakt het daaraan gerelateerde bewijsmateriaal uit te wisselen met bevoegde nationale autoriteiten en internationale justitiële instanties, met name het ICC.

(7)

De bestaande rechtskaders op het niveau van de Unie bepalen niet hoe de entiteiten die deelnemen aan een GOT informatie moeten uitwisselen en moeten communiceren. Die entiteiten bereiken overeenstemming over een dergelijke uitwisseling en communicatie op basis van de behoeften en de beschikbare middelen. Om de steeds complexere en zich snel ontwikkelende grensoverschrijdende criminaliteit te bestrijden, zijn snelheid, samenwerking en efficiëntie van cruciaal belang. Momenteel bestaat er echter geen systeem dat het beheer van GOT’s ondersteunt, waarmee bewijsmateriaal efficiënter kan worden doorzocht en geregistreerd, en waarmee de tussen degenen die bij een GOT betrokken zijn uitgewisselde gegevens kunnen worden beveiligd. Er ontbreekt duidelijk een specifiek beveiligd en doeltreffend kanaal waarvan al degenen die bij GOT’s betrokken zijn, gebruik kunnen maken en waarmee zij snel grote hoeveelheden informatie en bewijsmateriaal kunnen uitwisselen of waarmee zij op een beveiligde en doeltreffende manier met elkaar kunnen communiceren. Bovendien is er geen systeem dat ofwel het beheer van GOT’s, met inbegrip van de traceerbaarheid, op een wijze die voldoet aan de wettelijke vereisten van nationale rechtbanken, van bewijsmateriaal dat tussen de betrokkenen bij een GOT werd uitgewisseld, ofwel de planning en coördinatie van werkzaamheden van een GOT ondersteunt.

(8)

In het licht van de toenemende mogelijkheden tot infiltratie van IT-systemen door criminelen en door de onbeveiligde en niet-digitale uitwisseling van informatie en bewijsmateriaal, kan de huidige stand van zaken de doeltreffendheid en efficiëntie van grensoverschrijdende onderzoeken belemmeren en dergelijke onderzoeken en vervolgingen in gevaar brengen en vertragen, waardoor ze duurder worden. Met name de justitiële en de rechtshandhavingsinstanties moeten ervoor zorgen dat hun systemen zo modern en veilig mogelijk zijn en dat alle GOT-leden gemakkelijk met elkaar in verbinding kunnen komen en met elkaar kunnen communiceren, onafhankelijk van hun nationale systemen.

(9)

Het is belangrijk samenwerking tussen GOT’s te verbeteren en te ondersteunen met moderne IT-instrumenten. De snelheid en efficiëntie van de uitwisselingen tussen de betrokkenen bij een GOT zouden aanzienlijk verbeterd kunnen worden door de oprichting van een specifiek IT-platform ter ondersteuning van het functioneren van GOT’s. Daarom moeten regels worden vastgesteld voor de oprichting van een samenwerkingsplatform voor GOT’s op het niveau van de Unie om de betrokkenen bij een GOT te helpen om samen te werken, om veilig te communiceren en om informatie en bewijsmateriaal te delen.

(10)

Het samenwerkingsplatform voor GOT’s mag alleen worden gebruikt wanneer er, onder meer, een rechtsgrondslag van de Unie is voor het instellen van een GOT. Voor GOT’s die uitsluitend op internationale rechtsgrondslagen zijn gebaseerd, mag het samenwerkingsplatform voor GOT’s niet gebruikt worden, aangezien het uit de begroting van de Unie wordt gefinancierd en op basis van Uniewetgeving is ontwikkeld. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een derde land echter partij zijn bij een GOT-overeenkomst die zowel een rechtsgrondslag van de Unie als een internationale rechtsgrondslag heeft, moeten de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van dat derde land als leden van het GOT beschouwd worden.

(11)

Het samenwerkingsplatform voor GOT’s moet op vrijwillige basis worden gebruikt. Gezien de toegevoegde waarde ervan voor grensoverschrijdende onderzoeken wordt het gebruik ervan echter sterk aangemoedigd. Het al dan niet gebruiken van het samenwerkingsplatform voor GOT’s mag geen afbreuk doen aan of van invloed zijn op de rechtmatigheid van andere vormen van communicatie of uitwisseling van informatie en mag geen veranderingen meebrengen voor de manier waarop de GOT’s worden ingesteld, georganiseerd of functioneren. De oprichting van het samenwerkingsplatform voor GOT’s mag geen gevolgen hebben voor de onderliggende rechtsgrondslagen voor het instellen van GOT’s, noch voor de toepasselijke nationale procedurele wetgeving met betrekking tot de verzameling en het gebruik van het verkregen bewijsmateriaal. Ambtenaren van andere nationale bevoegde autoriteiten, zoals de douane, wanneer zij lid zijn van op grond van Kaderbesluit 2002/465/JBZ opgerichte GOT’s, moeten toegang kunnen hebben tot de GOT-samenwerkingsruimten. Het samenwerkingsplatform voor GOT’s moet enkel een beveiligd IT-instrument bieden om de samenwerking te verbeteren, de informatiestroom tussen de gebruikers te versnellen en de beveiliging van de uitgewisselde gegevens en de doeltreffendheid van de GOT’s te verhogen.

(12)

Het samenwerkingsplatform voor GOT’s moet de operationele en postoperationele fasen van een GOT omvatten, van de ondertekening van de desbetreffende GOT-overeenkomst tot de voltooiing van de evaluatie van het GOT. Omdat de actoren die deelnemen aan het proces voor het instellen van een GOT niet samenvallen met de actoren die lid zullen zijn van het eenmaal opgerichte GOT, moet het proces van het instellen van een GOT, en met name de onderhandelingen over de inhoud en de ondertekening van de GOT-overeenkomst, niet worden beheerd via het samenwerkingsplatform voor GOT’s. Aangezien er echter behoefte is aan een elektronisch instrument ter ondersteuning van het proces van ondertekening van een GOT-overeenkomst, is het belangrijk dat de Commissie overweegt dat proces te laten verlopen via het digitale systeem voor de uitwisseling van elektronisch bewijsmateriaal (e-Evidence Digital Exchange System, eEDES), een door de Commissie ontwikkeld veilig onlineportaal voor elektronische verzoeken en antwoorden.

(13)

De leden van elk GOT dat gebruikmaakt van het samenwerkingsplatform voor GOT’s moeten worden aangemoedigd om een evaluatie van het GOT uit te voeren, hetzij tijdens de operationele fase van het GOT, hetzij na de afsluiting ervan, en daarbij de instrumenten te gebruiken waarin het samenwerkingsplatform voor GOT’s voorziet.

(14)

Een GOT-overeenkomst, met inbegrip van eventuele aanhangsels, moet een voorwaarde zijn voor het gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s. De inhoud van alle toekomstige GOT-overeenkomsten moet worden aangepast om rekening te houden met de desbetreffende bepalingen van deze verordening.

(15)

Het netwerk van nationale deskundigen inzake GOT’s, dat in 2005 is opgericht (het “GOT-netwerk”), heeft een modelovereenkomst met aanhangsels opgesteld om het instellen van GOT’s te vergemakkelijken. De inhoud van de modelovereenkomst en de aanhangsels daarbij moet worden aangepast aan het besluit om het samenwerkingsplatform voor GOT’s te gebruiken, en aan de regels voor toegang tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

(16)

Vanuit operationeel oogpunt moet het samenwerkingsplatform voor GOT’s bestaan uit geïsoleerde GOT-samenwerkingsruimten die voor elk afzonderlijk GOT dat door het samenwerkingsplatform voor GOT’s wordt gehost, worden gecreëerd.

(17)

Vanuit technisch oogpunt moet het samenwerkingsplatform voor GOT’s toegankelijk zijn via een beveiligde verbinding via het internet en moet het bestaan uit een gecentraliseerd informatiesysteem dat toegankelijk is via een beveiligd webportaal, communicatiesoftware voor mobiele en desktopapparaten, met inbegrip van een geavanceerd mechanisme voor logbestanden en tracking, en een verbinding tussen het gecentraliseerde informatiesysteem en de relevante IT-instrumenten waarmee de werking van GOT’s wordt ondersteund en die worden beheerd door het secretariaat van het GOT-netwerk.

(18)

Het samenwerkingsplatform voor GOT’s moet tot doel hebben de coördinatie en het beheer van een GOT te vergemakkelijken. Het samenwerkingsplatform voor GOT’s moet de uitwisseling en tijdelijke opslag van operationele informatie en operationeel bewijsmateriaal waarborgen, beveiligde communicatie verzorgen, zorgen voor de traceerbaarheid van bewijsmateriaal en het evaluatieproces van een GOT ondersteunen. Alle betrokkenen bij een GOT moeten worden aangemoedigd om gebruik te maken van alle functies van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en om de thans gebruikte kanalen voor communicatie en uitwisseling van gegevens voor zover als mogelijk te vervangen door deze van het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

(19)

De coördinatie en uitwisseling van gegevens tussen agentschappen en organen van de Unie op het gebied van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht die betrokken zijn op het gebied van justitiële samenwerking en GOT-leden zijn van cruciaal belang voor een gecoördineerde respons van de Unie op criminele activiteiten en voor het verlenen van cruciale steun aan de lidstaten bij de bestrijding van criminaliteit. Het samenwerkingsplatform voor GOT’s moet een aanvulling vormen op bestaande instrumenten die de beveiligde uitwisseling van gegevens tussen justitiële en rechtshandhavingsinstanties mogelijk maken, zoals de applicatie voor veilige informatie-uitwisseling (secure information exchange network application, Siena), die wordt beheerd door het bij Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad (8) opgerichte Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol).

(20)

De communicatiegerelateerde functies van het samenwerkingsplatform voor GOT’s moeten worden verzorgd met behulp van hypermoderne software waarmee niet-traceerbare communicatie lokaal op de apparaten van de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s kan worden opgeslagen.

(21)

Een upload-/downloadmechanisme dat is ontworpen om de gegevens enkel voor de beperkte periode die voor de technische overdracht ervan nodig is, centraal op te slaan, moet voorzien in een passende functie die het mogelijk maakt operationele informatie en operationeel bewijsmateriaal, met inbegrip van grote bestanden, uit te wisselen. Zodra de gegevens door alle adressen zijn gedownload, moeten zij automatisch en permanent van het samenwerkingsplatform voor GOT’s worden gewist.

(22)

Gezien zijn ervaring met het beheer van grootschalige systemen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, moet het bij Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad (9) opgerichte Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) worden belast met het ontwerpen, ontwikkelen en exploiteren van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, waarbij gebruik moet worden gemaakt van de bestaande functies van Siena en andere functies bij Europol om complementariteit en, indien passend, connectiviteit te waarborgen. Derhalve moet het mandaat van eu-LISA worden gewijzigd om rekening te houden met die nieuwe taken en moet eu-LISA worden voorzien van de financiële middelen en het personeel die nodig zijn om zijn verantwoordelijkheden uit hoofde van deze verordening te kunnen vervullen. In dat verband moeten regels worden vastgesteld met betrekking tot de verantwoordelijkheden van eu-LISA als het agentschap dat belast is met de ontwikkeling, de technische werking en het onderhoud van het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

(23)

eu-LISA moet ervoor zorgen dat gegevens die in het bezit zijn van rechtshandhavingsinstanties, indien nodig, gemakkelijk van Siena naar het samenwerkingsplatform voor GOT’s kunnen worden doorgestuurd. Daartoe moet de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen waarin de noodzaak, haalbaarheid en geschiktheid van een verbinding van het samenwerkingsplatform voor GOT’s met Siena wordt beoordeeld. Dat verslag moet de voorwaarden, technische specificaties en procedures voor een beveiligde en efficiënte verbinding en gegevensuitwisseling bevatten. Bij de beoordeling moet rekening worden gehouden met het hoge niveau van gegevensbescherming dat voor een dergelijke verbinding nodig is, op basis van het bestaande Unie- en nationale rechtskader voor gegevensbescherming, zoals Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad (10), Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad (11) en de regels die van toepassing zijn op de relevante organen en instanties van de Unie in de rechtsinstrumenten waarbij zij worden ingesteld. Er moet rekening worden gehouden met het beschermingsniveau van gegevens die via het samenwerkingsplatform voor GOT’s zullen worden uitgewisseld, namelijk gevoelige en niet-gerubriceerde gegevens. Overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 moet de Commissie, alvorens dat verslag aan het Europees Parlement en de Raad voor te leggen, ook de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming raadplegen over de gevolgen van de beoogde verwerking van persoonsgegevens voor de bescherming van de rechten en vrijheden van natuurlijke personen.

(24)

Sinds de oprichting van het GOT-netwerk in 2005 ondersteunt het secretariaat van het GOT-netwerk de werkzaamheden van het GOT-netwerk door het organiseren van jaarlijkse vergaderingen en opleidingsactiviteiten, door het verzamelen en analyseren van de evaluaties van de individuele GOT’s en door het beheer van het financieringsprogramma voor GOT’s van Eurojust. Sinds 2011 is het secretariaat van het GOT-netwerk als afzonderlijke eenheid ondergebracht bij Eurojust. Eurojust moet worden voorzien van geschikt personeel dat aan het secretariaat van het GOT-netwerk wordt toegewezen om het secretariaat van het GOT-netwerk in staat te stellen de gebruikers te ondersteunen bij de praktische toepassing van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, dagelijkse begeleiding en bijstand te bieden, opleidingen te ontwerpen en aan te bieden en meer bekendheid te geven aan het samenwerkingsplatform en het gebruik ervan te bevorderen.

(25)

Aangezien er al IT-instrumenten bestaan ter ondersteuning van de verrichtingen van GOT’s, die door Eurojust worden gehost en door het secretariaat van het GOT-netwerk worden beheerd, is het noodzakelijk het samenwerkingsplatform voor GOT’s met die IT-instrumenten te verbinden teneinde het beheer van GOT’s te vergemakkelijken. Daartoe moet Eurojust zorgen voor de technische aanpassing van zijn systemen die nodig is om een dergelijke verbinding tot stand te brengen. Eurojust moet tevens worden voorzien van de nodige financiële en personele middelen om zijn verantwoordelijkheden op dat vlak te kunnen vervullen.

(26)

Tijdens de operationele fase van een GOT verlenen Eurojust en Europol waardevolle operationele steun aan GOT-leden door een brede waaier aan ondersteunende instrumenten (waaronder mobiele kantoren) cross-match- en analytische analyses, coördinatie- en operationele centra, de coördinatie van vervolging, expertise en financiering ter beschikking te stellen.

(27)

Met het oog op een duidelijke verdeling van rechten en taken moeten regels worden vastgesteld betreffende de verantwoordelijkheden van de lidstaten, Eurojust, Europol, het bij Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad (12) ingestelde Europees Openbaar Ministerie (“het EOM”), het bij Besluit 1999/352/EG, EGKS, Euratom van de Commissie (13) opgerichte Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en andere bevoegde organen en instanties van de Unie, met inbegrip van de voorwaarden waaronder zij het samenwerkingsplatform voor GOT’s voor operationele doeleinden mogen gebruiken.

(28)

Deze verordening bevat nadere bepalingen over het mandaat, de samenstelling en de organisatorische aspecten van een programmabestuursraad die door de raad van bestuur van eu-LISA moet worden opgericht. Die programmabestuursraad moet waarborgen dat de ontwerp- en ontwikkelingsfase van het samenwerkingsplatform voor GOT’s naar behoren wordt beheerd. Ook moeten nadere bepalingen worden vastgesteld inzake het mandaat, de samenstelling en de organisatorische aspecten van een adviesgroep die eu-LISA moet oprichten om daarvan expertise te verkrijgen met betrekking tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s, met name in het kader van de voorbereiding van het jaarlijkse werkprogramma en het jaarlijkse activiteitenverslag van eu-LISA.

(29)

Bij deze verordening worden regels voor de toegang tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s en de nodige waarborgen vastgesteld. De beheerder of beheerders van de GOT-ruimte moet of moeten worden belast met het beheer van de toegangsrechten voor de individuele GOT-samenwerkingsruimten. Zij moeten verantwoordelijk zijn voor het beheer van de toegang, tijdens de operationele en postoperationele fasen van het GOT, voor de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, op basis van de desbetreffende GOT-overeenkomst. Beheerders van GOT-ruimten moeten hun technische en administratieve taken, met uitzondering van de verificatie van de door derde landen of vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties geüploade gegevens, kunnen delegeren aan het secretariaat van het GOT-netwerk.

(30)

Gezien de gevoeligheid van de operationele gegevens die worden uitgewisseld tussen de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, moet het samenwerkingsplatform voor GOT’s een hoog niveau van beveiliging waarborgen. eu-LISA moet alle nodige technische en organisatorische maatregelen nemen om de beveiliging van de gegevensuitwisseling te waarborgen door gebruik te maken van krachtige end-to-end encryptiealgoritmen om gegevens in doorvoer of in rust te versleutelen.

(31)

Bij deze verordening worden regels vastgesteld betreffende de aansprakelijkheid van de lidstaten, eu-LISA, Eurojust, Europol, het EOM, OLAF en andere bevoegde organen en instanties van de Unie, voor materiële of immateriële schade ten gevolge van een handeling die onverenigbaar is met deze verordening. Wat derde landen en internationale justitiële instanties betreft, moeten in de desbetreffende GOT-overeenkomsten aansprakelijkheidsclausules met betrekking tot materiële of immateriële schade worden opgenomen.

(32)

Deze verordening bevat specifieke bepalingen inzake gegevensbescherming die betrekking hebben op zowel operationele gegevens als niet-operationele gegevens. Die bepalingen inzake gegevensbescherming zijn nodig om de bestaande gegevensbeschermingsregelingen aan te vullen en te voorzien in een passend algemeen niveau van gegevensbescherming, gegevensbeveiliging en bescherming van de grondrechten van de betrokken personen.

(33)

De verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening moet in overeenstemming zijn met het rechtskader van de Unie inzake de bescherming van persoonsgegevens. Richtlijn (EU) 2016/680 is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde nationale autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, met inbegrip van de bescherming tegen en de voorkoming van bedreigingen voor de openbare veiligheid. Wat de verwerking van gegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie betreft, moet Verordening (EU) 2018/1725 in het kader van deze verordening van toepassing zijn. Daartoe moet voor passende waarborgen voor gegevensbescherming worden gezorgd.

(34)

Elke bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat en, waar passend, Eurojust, Europol, het EOM, OLAF of enig ander bevoegd orgaan of enige andere bevoegde instantie van de Unie moet individueel verantwoordelijk zijn voor de verwerking van operationele persoonsgegevens bij het gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s. Gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s moeten worden beschouwd als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken van niet-operationele persoonsgegevens in de zin van Verordening (EU) 2018/1725.

(35)

Overeenkomstig de desbetreffende GOT-overeenkomst moet het voor beheerders van GOT-ruimten mogelijk zijn om vertegenwoordigers van bevoegde autoriteiten van derde landen die partij zijn bij een GOT-overeenkomst, of vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties die deelnemen aan een GOT, toegang te verlenen tot een GOT-samenwerkingsruimte. In het kader van een GOT-overeenkomst moeten bij elke doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen of aan internationale justitiële instanties, waarbij deze instanties voor dat doel als internationale organisaties worden beschouwd, de bepalingen van hoofdstuk V van Richtlijn (EU) 2016/680 worden nageleefd. De uitwisseling van operationele gegevens met derde landen of met vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties moet beperkt blijven tot de gegevens die strikt noodzakelijk zijn om de doelstellingen van de desbetreffende GOT-overeenkomst te verwezenlijken.

(36)

Wanneer er voor een GOT een samenwerkingsruimte wordt gecreëerd waarbij ook derde landen of vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties betrokken zijn en indien dat GOT over meerdere beheerders voor die ruimte beschikt, moet voorafgaand aan de oprichting een van die beheerders in de desbetreffende GOT-overeenkomst worden aangewezen als verantwoordelijke voor de verwerking van de gegevens die door derde landen of vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties worden geüpload.

(37)

eu-LISA moet ervoor zorgen dat elk geval waarin toegang wordt verkregen tot het gecentraliseerde informatiesysteem en alle gegevensverwerkingsverrichtingen in het gecentraliseerde informatiesysteem worden geregistreerd teneinde de integriteit en beveiliging van de gegevens en de rechtmatigheid van de gegevensverwerking te controleren en interne controle uit te oefenen. eu-LISA mag geen toegang hebben tot de operationele en niet-operationele gegevens die in de GOT-samenwerkingsruimten zijn opgeslagen.

(38)

Deze verordening legt aan eu-LISA rapportageverplichtingen op met betrekking tot de ontwikkeling en werking van het samenwerkingsplatform voor GOT’s in het licht van de doelstellingen inzake planning, technische resultaten, kosteneffectiviteit, beveiliging en kwaliteit van de dienstverlening. Voorts moet de Commissie uiterlijk twee jaar na de ingebruikneming van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en vervolgens om de vier jaar een algemene evaluatie uitvoeren van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, waarbij zowel rekening dient te worden gehouden met de doelstellingen van deze verordening als met de verzamelde resultaten van de evaluaties van de afzonderlijke GOT’s.

(39)

Terwijl de kosten van het instellen en het onderhoud van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en de ondersteunende rol van Eurojust na de ingebruikneming van het samenwerkingsplatform voor GOT’s door de begroting van de Unie moeten worden gedragen, moeten de lidstaten, evenals Eurojust, Europol, het EOM, OLAF en enig ander bevoegd orgaan of enige andere bevoegde instantie van de Unie, elk hun eigen kosten dragen die voortvloeien uit hun gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

(40)

Om eenvormige voorwaarden te kunnen vaststellen voor de technische ontwikkeling en uitvoering van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad (14).

(41)

De Commissie moet zo spoedig mogelijk na de datum van inwerkingtreding van deze verordening de relevante uitvoeringshandelingen vaststellen die nodig zijn om het samenwerkingsplatform voor GOT’s technisch te ontwikkelen.

(42)

Wanneer de relevante uitvoeringshandelingen zijn vastgesteld die nodig zijn voor de technische ontwikkeling van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, en eu-LISA, met betrokkenheid van de lidstaten, een uitgebreide test van het samenwerkingsplatform voor GOT’s heeft uitgevoerd, moet de Commissie de datum bepalen waarop het samenwerkingsplatform voor GOT’s in gebruik wordt genomen.

(43)

Daar de doelstelling van deze verordening, namelijk het mogelijk maken van doeltreffende en efficiënte samenwerking, communicatie en uitwisseling van informatie en bewijsmateriaal tussen GOT-leden, vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties, Eurojust, Europol, OLAF en andere bevoegde organen en instanties van de Unie, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar — door gemeenschappelijke regels vast te stellen — beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

(44)

Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening; deze is bijgevolg niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken.

(45)

Overeenkomstig artikel 3 van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het VEU en het VWEU, heeft Ierland bij brief van 7 april 2022 te kennen gegeven dat het aan de vaststelling en toepassing van deze verordening wenst deel te nemen.

(46)

Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 werd de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op 25 januari 2022 heeft hij formele opmerkingen verstrekt,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

HOOFDSTUK I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening:

a)

wordt een IT-platform opgericht (het “samenwerkingsplatform voor GOT’s”), dat op vrijwillige basis kan worden gebruikt, om de samenwerking te vergemakkelijken tussen de bevoegde autoriteiten die deelnemen aan gemeenschappelijke onderzoeksteams (“GOT’s”), die zijn ingesteld op basis van artikel 13 van de Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie of op basis van Kaderbesluit 2002/465/JBZ;

b)

worden regels vastgesteld voor de verdeling van verantwoordelijkheden tussen de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en het agentschap dat verantwoordelijk is voor de ontwikkeling en het onderhoud van het samenwerkingsplatform voor GOT’s;

c)

worden voorwaarden vastgesteld waaronder de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s toegang kan worden verleend tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s;

d)

worden specifieke bepalingen inzake gegevensbescherming vastgesteld die nodig zijn om de bestaande gegevensbeschermingsregelingen aan te vullen en te voorzien in een passend algemeen niveau van gegevensbescherming, gegevensbeveiliging en bescherming van de grondrechten van de betrokken personen.

Artikel 2

Toepassingsgebied

1.   Deze verordening is van toepassing op de verwerking van informatie, met inbegrip van persoonsgegevens, in het kader van een GOT. Daarbij gaat het om de uitwisseling en opslag van zowel operationele als niet-operationele gegevens.

2.   Deze verordening is van toepassing op de operationele en postoperationele fase van een GOT, van de ondertekening van de desbetreffende GOT-overeenkomst tot de verwijdering van alle operationele en niet-operationele gegevens van dat GOT uit het gecentraliseerde informatiesysteem.

3.   Deze verordening omvat geen wijzigingen van de bestaande wettelijke bepalingen inzake de oprichting, uitvoering of evaluatie van GOT’s en heeft daar ook anderszins geen gevolgen voor.

Artikel 3

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)

“gecentraliseerd informatiesysteem”: een centraal IT-systeem waarin gegevens over GOT’s worden opgeslagen en verwerkt;

2)

“communicatiesoftware”: software die de uitwisseling van bestanden en berichten in tekst-, audio-, beeld- of videoformaten tussen gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s vergemakkelijkt;

3)

“bevoegde autoriteiten”: de autoriteiten van de lidstaten die bevoegd zijn om deel uit te maken van een GOT dat werd ingesteld overeenkomstig artikel 13 van de Overeenkomst, door de Raad vastgesteld overeenkomstig artikel 34 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie, en overeenkomstig artikel 1 van Kaderbesluit 2002/465/JBZ, het EOM wanneer het handelt op grond van zijn bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 22, 23 en 25 van Verordening (EU) 2017/1939, alsook de bevoegde autoriteiten van een derde land wanneer zij uit hoofde van een aanvullende rechtsgrondslag partij zijn bij een GOT-overeenkomst;

4)

“GOT-leden”: de vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten;

5)

“gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s”: GOT-leden, Eurojust, Europol, OLAF en andere bevoegde organen en instanties van de Unie, of vertegenwoordigers van een internationale justitiële instantie die aan een GOT deelneemt;

6)

“internationale justitiële instantie”: een internationaal orgaan, internationale rechtbank, internationaal tribunaal of internationaal mechanisme dat of die is ingesteld voor het onderzoeken en vervolgen van ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap als geheel aangaan, te weten genocide, misdrijven tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en daarmee verband houdende strafbare feiten die de internationale vrede en veiligheid aantasten;

7)

“GOT-samenwerkingsruimte”: een afzonderlijke geïsoleerde ruimte voor elk GOT dat op het samenwerkingsplatform voor GOT’s wordt gehost;

8)

“beheerder van de GOT-ruimte”: een in een GOT-overeenkomst aangewezen GOT-lid van een lidstaat of van het EOM dat verantwoordelijk is voor een GOT-samenwerkingsruimte;

9)

“operationele gegevens”: informatie die en bewijsmateriaal dat door het samenwerkingsplatform voor GOT’s tijdens de operationele fase van een GOT wordt verwerkt ter ondersteuning van grensoverschrijdende onderzoeken en van vervolgingen;

10)

“niet-operationele gegevens”: administratieve gegevens die door het samenwerkingsplatform voor GOT’s worden verwerkt, met name om het beheer van een GOT en de samenwerking tussen gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s te vergemakkelijken.

Artikel 4

Technische architectuur van het samenwerkingsplatform voor GOT’s

Het samenwerkingsplatform voor GOT’s bestaat uit:

a)

een gecentraliseerd informatiesysteem dat de tijdelijke centrale opslag van gegevens mogelijk maakt;

b)

communicatiesoftware die de beveiligde lokale opslag van communicatiegegevens op de apparaten van gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s mogelijk maakt;

c)

een verbinding tussen het gecentraliseerde informatiesysteem en IT-instrumenten waarmee de werking van de GOT’s wordt ondersteund en die worden beheerd door het secretariaat van het GOT-netwerk.

Het gecentraliseerde informatiesysteem wordt door eu-LISA op zijn technische locaties gehost.

Artikel 5

Doel van het samenwerkingsplatform voor GOT’s

Het doel van het samenwerkingsplatform voor GOT’s bestaat in de vereenvoudiging van:

a)

de coördinatie en het beheer van een GOT, door middel van een reeks functies die de administratieve en financiële processen binnen het GOT ondersteunen;

b)

de snelle en beveiligde uitwisseling en tijdelijke opslag van operationele gegevens, met inbegrip van grote bestanden, via een upload- en downloadfunctie;

c)

beveiligde communicatie via een functie die instant messaging, chats en audio- en videoconferenties omvat;

d)

de traceerbaarheid van de uitwisseling van bewijsmateriaal door middel van een geavanceerd mechanisme voor logbestanden en tracking waarmee al het via het samenwerkingsplatform voor GOT’s uitgewisselde bewijsmateriaal, met inbegrip van de toegang ertoe en de verwerking ervan, kan worden gevolgd;

e)

de evaluatie van een GOT door middel van een specifiek gezamenlijk evaluatieproces.

HOOFDSTUK II

ONTWIKKELING EN OPERATIONEEL BEHEER

Artikel 6

Vaststelling van uitvoeringshandelingen door de Commissie

De Commissie stelt zo spoedig mogelijk na 7 juni 2023, de uitvoeringshandelingen vast die nodig zijn om het samenwerkingsplatform voor GOT’s technisch te ontwikkelen, en met name uitvoeringshandelingen inzake:

a)

de lijst van functies die nodig zijn voor de coördinatie en het beheer van een GOT, met inbegrip van machinevertaling van niet-operationele gegevens;

b)

de lijst van functies die nodig zijn voor beveiligde communicatie;

c)

bedrijfsspecificaties van de in artikel 4, eerste alinea, punt c), bedoelde verbinding;

d)

beveiliging als bedoeld in artikel 19;

e)

technische logbestanden als bedoeld in artikel 25;

f)

statistieken en informatie als bedoeld in artikel 26;

g)

vereisten inzake de prestatie en beschikbaarheid van het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

De in de eerste alinea van dit artikel bedoelde uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 29, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 7

Verantwoordelijkheden van eu-LISA

1.   eu-LISA stelt het ontwerp vast van de fysieke architectuur van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, met inbegrip van de technische specificaties en de ontwikkeling daarvan, op basis van de in artikel 6 bedoelde uitvoeringshandelingen. Dat ontwerp wordt goedgekeurd door de raad van bestuur, na een gunstig advies van de Commissie.

2.   eu-LISA is verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het samenwerkingsplatform voor GOT’s overeenkomstig het beginsel van gegevensbescherming door ontwerp en door standaardinstellingen. Een dergelijke ontwikkeling omvat de uitwerking en tenuitvoerlegging van de technische specificaties, het testen en de algehele projectcoördinatie.

3.   eu-LISA stelt de communicatiesoftware ter beschikking van de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

4.   eu-LISA ontwikkelt en implementeert het samenwerkingsplatform voor GOT’s zo spoedig mogelijk na 7 juni 2023 en na de vaststelling van de in artikel 6 bedoelde uitvoeringshandelingen.

5.   eu-LISA zorgt ervoor dat het samenwerkingsplatform voor GOT’s wordt geëxploiteerd overeenkomstig deze verordening en de in artikel 6 van deze verordening bedoelde uitvoeringshandelingen, alsook overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725.

6.   eu-LISA is verantwoordelijk voor het operationele beheer van het samenwerkingsplatform voor GOT’s. Het operationele beheer van het samenwerkingsplatform voor GOT’s omvat alle taken die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het samenwerkingsplatform voor GOT’s operationeel blijft overeenkomstig deze verordening, en met name de onderhoudswerkzaamheden en technische ontwikkelingen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat het samenwerkingsplatform voor GOT’s op een bevredigend niveau functioneert, overeenkomstig de technische specificaties.

7.   eu-LISA zorgt voor opleiding in het technische gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s voor het secretariaat van het GOT-netwerk, met inbegrip van het verstrekken van opleidingsmateriaal.

8.   eu-LISA richt binnen een redelijke termijn een ondersteuningsdienst op voor het indammen van gemelde technische incidenten.

9.   eu-LISA voert voortdurend verbeteringen door en voegt nieuwe functies toe aan het samenwerkingsplatform voor GOT’s, op basis van de input die het ontvangt van de in artikel 12 bedoelde adviesgroep en op basis van het jaarverslag van het secretariaat van het GOT-netwerk als bedoeld in artikel 10, punt e).

10.   eu-LISA heeft geen toegang tot de operationele en niet-operationele gegevens die in de GOT-samenwerkingsruimten zijn opgeslagen.

11.   Onverminderd artikel 17 van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie, zoals vastgesteld in Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 259/68 van de Raad (15), past eu-LISA passende voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht toe op al zijn personeelsleden die moeten werken met gegevens die in het gecentraliseerde informatiesysteem opgeslagen zijn. Die geheimhoudingsplicht blijft ook gelden nadat dergelijke personeelsleden hun functie of dienstverband beëindigd hebben of hun werkzaamheden stopgezet hebben.

Artikel 8

Verantwoordelijkheden van de lidstaten

1.   Elke lidstaat treft de technische regelingen die nodig zijn voor de toegang van zijn bevoegde autoriteiten tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s overeenkomstig deze verordening.

2.   De lidstaten zorgen ervoor dat de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s toegang hebben tot de opleidingen van het secretariaat van het GOT-netwerk op grond van artikel 10, punt c), of tot gelijkwaardige opleidingen op nationaal niveau. De lidstaten zorgen er ook voor dat de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s volledig op de hoogte zijn van de gegevensbeschermingsvereisten uit hoofde van het Unierecht.

Artikel 9

Verantwoordelijkheden van bevoegde organen en instanties van de Unie

1.   Eurojust, Europol, het EOM, OLAF en andere bevoegde organen en instanties van de Unie treffen de nodige technische regelingen om toegang te kunnen krijgen tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

2.   Eurojust is verantwoordelijk voor de technische aanpassing van zijn systemen die nodig is om de in artikel 4, eerste alinea, punt c), bedoelde verbinding tot stand te brengen.

Artikel 10

Verantwoordelijkheden van het secretariaat van het GOT-netwerk

Het secretariaat van het GOT-netwerk ondersteunt de werking van het samenwerkingsplatform voor GOT’s door:

a)

op verzoek van de beheerder of beheerders van de GOT-ruimte, administratieve, juridische en technische ondersteuning te verlenen in het kader van het instellen en het beheer van toegangsrechten van individuele GOT-samenwerkingsruimten, op grond van artikel 14, lid 3;

b)

dagelijkse begeleiding, functionele ondersteuning en bijstand aan beroepsbeoefenaars te bieden met betrekking tot het gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en de functies ervan;

c)

opleidingen te ontwerpen en aan te bieden voor de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s om het gebruik ervan te vergemakkelijken;

d)

een samenwerkingscultuur binnen de Unie met betrekking tot grensoverschrijdende samenwerking in strafzaken te versterken, door middel van bewustmaking en bevordering van het gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s onder beroepsbeoefenaars;

e)

eu-LISA na de ingebruikneming van het samenwerkingsplatform voor GOT’s op de hoogte te houden van aanvullende functionele vereisten door een jaarverslag in te dienen over mogelijke verbeteringen en nieuwe functies voor het samenwerkingsplatform voor GOT’s op basis van feedback van gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s over het praktische gebruik ervan.

Artikel 11

Programmabestuursraad

1.   Voorafgaand aan de ontwerp- en ontwikkelingsfase van het samenwerkingsplatform voor GOT’s stelt de raad van bestuur van eu-LISA een programmabestuursraad in voor de duur van die fase.

2.   De programmabestuursraad bestaat uit tien leden:

a)

acht door de raad van bestuur van eu-LISA benoemde leden;

b)

de voorzitter van de in artikel 12 bedoelde adviesgroep;

c)

een door de Commissie benoemd lid.

3.   De raad van bestuur van eu-LISA zorgt ervoor dat de leden die hij voor de programmabestuursraad aanwijst, over de nodige ervaring en deskundigheid beschikken op het gebied van de ontwikkeling en het beheer van IT-systemen die justitiële instanties ondersteunen.

4.   eu-LISA neemt deel aan de werkzaamheden van de programmabestuursraad. De vertegenwoordigers van eu-LISA wonen daartoe de vergaderingen van de programmabestuursraad bij om verslag uit te brengen over het ontwerp en de ontwikkeling van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en over alle andere daarmee verband houdende werkzaamheden en activiteiten.

5.   De programmabestuursraad komt ten minste eenmaal per kwartaal bijeen, en vaker indien nodig. Hij zorgt voor een passend beheer van de ontwerp- en ontwikkelingsfase van het samenwerkingsplatform voor GOT’s. De programmabestuursraad brengt regelmatig, en zo mogelijk maandelijks, schriftelijk verslag uit aan de raad van bestuur van eu-LISA over de voortgang van het samenwerkingsplatform voor GOT’s. De programmabestuursraad heeft geen beslissingsbevoegdheid of mandaat om de leden van de raad van bestuur van eu-LISA te vertegenwoordigen.

6.   De programmabestuursraad stelt, in overleg met de raad van bestuur van eu-LISA, zijn reglement van orde vast, dat met name nregels bevat inzake het voorzitterschap, de vergaderplaatsen, de voorbereiding van vergaderingen, de toelating van deskundigen tot vergaderingen en communicatieplannen die ervoor zorgen dat leden van de raad van bestuur van eu-LISA die geen lid zijn van de programmabestuursraad volledig op de hoogte worden gehouden.

7.   Het voorzitterschap van de programmabestuursraad wordt bekleed door een lidstaat.

8.   Het secretariaat van de programmabestuursraad wordt waargenomen door eu-LISA.

Artikel 12

Adviesgroep

1.   eu-LISA richt een adviesgroep op om daarvan expertise te verkrijgen met betrekking tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s, in het bijzonder bij de opstelling van het jaarlijkse werkprogramma en het jaarlijkse activiteitenverslag van eu-LISA, om mogelijke verbeteringen in kaart te brengen en om aan te geven welke nieuwe functies in het samenwerkingsplatform voor GOT’s moeten worden geïmplementeerd.

2.   De adviesgroep bestaat uit vertegenwoordigers van de lidstaten, de Commissie en het secretariaat van het GOT-netwerk. Zij wordt voorgezeten door eu-LISA. De adviesgroep:

a)

komt indien mogelijk ten minste eenmaal per maand bijeen totdat het samenwerkingsplatform voor GOT’s in gebruik wordt genomen, en komt daarna regelmatig bijeen;

b)

brengt tijdens de ontwerp- en ontwikkelingsfase van het samenwerkingsplatform voor GOT’s na elke bijeenkomst verslag uit aan de programmabestuursraad;

c)

voorziet tijdens de ontwerp- en ontwikkelingsfase van het samenwerkingsplatform voor GOT’s in de technische expertise ter ondersteuning van de taken van de programmabestuursraad.

HOOFDSTUK III

CREËREN VAN EN TOEGANG TOT DE GOT-SAMENWERKINGSRUIMTEN

Artikel 13

Creëren van de GOT-samenwerkingsruimten

1.   Wanneer in een GOT-overeenkomst wordt voorzien in het gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s overeenkomstig deze verordening, wordt voor elk GOT binnen het samenwerkingsplatform voor GOT’s een GOT-samenwerkingsruimte gecreëerd.

2.   In de desbetreffende GOT-overeenkomst wordt bepaald dat de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en het EOM toegang krijgen tot de desbetreffende GOT-samenwerkingsruimte, en kan worden bepaald dat bevoegde organen en instanties van de Unie, bevoegde autoriteiten van derde landen die de overeenkomst hebben ondertekend en vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties toegang krijgen tot die GOT-samenwerkingsruimte. De regels voor die toegang worden in de desbetreffende GOT-overeenkomst vastgesteld.

3.   De desbetreffende GOT-samenwerkingsruimte wordt gecreëerd door de beheerder of beheerders van de GOT-ruimte, met de technische ondersteuning van eu-LISA.

4.   Indien GOT-leden bij de ondertekening van de GOT-overeenkomst besluiten geen gebruik te maken van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, maar in de loop van de desbetreffende GOT-activiteit overeenkomen het samenwerkingsplatform voor GOT’s toch te gaan gebruiken, wordt die GOT-overeenkomst, wanneer die niet in die mogelijkheid voorziet, gewijzigd en zijn de leden 1, 2 en 3 van toepassing. Indien de GOT-leden in de loop van de GOT-activiteiten overeenkomen niet langer gebruik te maken van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, wordt de desbetreffende GOT-overeenkomst, wanneer die nog niet in die mogelijkheid voorziet, gewijzigd.

Artikel 14

Aanwijzing en rol van de beheerder van de GOT-ruimte

1.   Indien in de GOT-overeenkomst wordt voorzien in het gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, worden in die GOT-overeenkomst een of meer GOT-leden van de lidstaten of het GOT-lid van het EOM aangewezen als beheerder van de GOT-ruimte.

2.   De beheerder of beheerders van de GOT-ruimte beheert of beheren in overeenstemming met de desbetreffende GOT-overeenkomst de toegangsrechten van de gebruikers van het desbetreffende samenwerkingsplatform voor GOT’s.

3.   In een GOT-overeenkomst kan worden bepaald dat het secretariaat van het GOT-netwerk toegang heeft tot een GOT-samenwerkingsruimte met het oog op technische en administratieve ondersteuning, alsook met het oog op technische, juridische en administratieve ondersteuning voor het beheer van de toegangsrechten. In dergelijke situaties, zoals overeengekomen door de GOT-leden, verleent de beheerder of verlenen de beheerders van de GOT-ruimte het secretariaat van het GOT-netwerk toegang tot die GOT-samenwerkingsruimte.

Artikel 15

Toegang van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en het Europees Openbaar Ministerie tot de GOT-samenwerkingsruimten

Overeenkomstig de desbetreffende GOT-overeenkomst verleent de beheerder of verlenen de beheerders van de GOT-ruimte toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte aan de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die in die GOT-overeenkomst zijn aangewezen en aan het EOM wanneer die in die GOT-overeenkomst is aangewezen.

Artikel 16

Toegang van de bevoegde organen en instanties van de Unie tot de GOT-samenwerkingsruimten

Overeenkomstig de desbetreffende GOT-overeenkomst verleent de beheerder of verlenen de beheerders van de GOT-ruimte, voor zover nodig, toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte aan:

a)

Eurojust, met het oog op de uitvoering van zijn taken als omschreven in Verordening (EU) 2018/1727;

b)

Europol, met het oog op de uitvoering van zijn taken als omschreven in Verordening (EU) 2016/794;

c)

OLAF, met het oog op de uitvoering van zijn taken als omschreven in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad (16), en

d)

andere bevoegde organen en instanties van de Unie, met het oog op de uitvoering van de taken als omschreven in de desbetreffende rechtshandelingen waarbij zij zijn opgericht.

Artikel 17

Toegang van de bevoegde autoriteiten van derde landen tot de GOT-samenwerkingsruimten

1.   Overeenkomstig de desbetreffende GOT-overeenkomst en voor de in artikel 5 genoemde doeleinden verleent de beheerder of verlenen de beheerders van de GOT-ruimte de bevoegde autoriteiten van derde landen die de desbetreffende GOT-overeenkomst hebben ondertekend, toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte.

2.   Wanneer de GOT-leden van de lidstaten en het GOT-lid van het EOM, wanneer het aan het desbetreffende GOT deelneemt, operationele gegevens uploaden naar een GOT-samenwerkingsruimte om die voor downloaden ter beschikking te stellen van derde landen, verifieert dat GOT-lid van de lidstaten of van het EOM of de gegevens die het heeft geüpload, beperkt blijven tot wat nodig is voor de doeleinden van de desbetreffende GOT-overeenkomst en of ze voldoen aan de daarin vastgestelde voorwaarden.

3.   Wanneer een derde land operationele gegevens uploadt naar een GOT-samenwerkingsruimte, verifieert de beheerder of verifiëren de beheerders van de GOT-ruimte of die gegevens beperkt blijven tot wat nodig is voor de doeleinden van de desbetreffende GOT-overeenkomst en of ze voldoen aan de daarin vastgestelde voorwaarden, voordat zij door andere gebruikers van de GOT-samenwerkingsruimte kunnen worden gedownload.

4.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten zorgen ervoor dat hun doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen waaraan toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte is verleend, alleen plaatsvindt indien aan de voorwaarden van hoofdstuk V van Richtlijn (EU) 2016/680 is voldaan.

5.   De organen en instanties van de Unie zorgen ervoor dat hun doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen waaraan toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte is verleend, alleen plaatsvindt indien aan de voorwaarden van hoofdstuk IX van Verordening (EU) 2018/1725 is voldaan, onverminderd de gegevensbeschermingsregels die op die organen en instanties van de Unie van toepassing zijn in de desbetreffende rechtshandelingen waarbij zij zijn opgericht, indien die regels specifieke voorwaarden voor gegevensdoorgiften opleggen.

6.   Het EOM zorgt ervoor dat, wanneer het handelt overeenkomstig zijn bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 22, 23 en 25 van Verordening (EU) 2017/1939, zijn doorgifte van persoonsgegevens aan derde landen waaraan toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte is verleend, alleen plaatsvindt indien aan de voorwaarden van de artikelen 80 tot en met 84 van die verordening is voldaan.

Artikel 18

Toegang van vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties die aan een GOT deelnemen tot de GOT-samenwerkingsruimten

1.   Indien dat voorzien is in de GOT-overeenkomst, verleent de beheerder of verlenen de beheerders van de GOT-ruimte, voor de in artikel 5 genoemde doeleinden, de vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties die aan het desbetreffende GOT deelnemen, toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte.

2.   De beheerder of beheerders van de GOT-ruimte verifieert en zorgt ervoor of verifiëren en zorgen ervoor dat de uitwisseling van operationele gegevens met de vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties waaraan toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte is verleend, beperkt blijft tot hetgeen vereist is voor de toepassing van de desbetreffende GOT-overeenkomst en dat die gegevens voldoen aan de daarin vastgestelde voorwaarden.

3.   De lidstaten zorgen ervoor dat hun doorgifte van persoonsgegevens aan vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties waaraan toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte is verleend, alleen plaatsvindt indien aan de voorwaarden van hoofdstuk V van Richtlijn (EU) 2016/680 is voldaan.

4.   De organen en instanties van de Unie zorgen ervoor dat hun doorgifte van persoonsgegevens aan vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties waaraan toegang tot een GOT-samenwerkingsruimte is verleend, alleen plaatsvindt indien aan de voorwaarden van hoofdstuk IX van Verordening (EU) 2018/1725 is voldaan, onverminderd de gegevensbeschermingsregels die op die organen en instanties van de Unie van toepassing zijn in de desbetreffende rechtshandelingen waarbij zij zijn opgericht, indien die regels specifieke voorwaarden voor gegevensdoorgiften opleggen.

HOOFDSTUK IV

BEVEILIGING EN AANSPRAKELIJKHEID

Artikel 19

Beveiliging

1.   eu-LISA neemt de nodige technische en organisatorische maatregelen om te zorgen voor een hoog niveau van cyberbeveiliging van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en de informatiebeveiliging van gegevens binnen het samenwerkingsplatform voor GOT’s, met name om de vertrouwelijkheid en integriteit te waarborgen van operationele en niet-operationele gegevens die in het gecentraliseerde informatiesysteem zijn opgeslagen.

2.   eu-LISA voorkomt ongeoorloofde toegang tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s en zorgt ervoor dat personen die toegang mogen hebben tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s alleen toegang hebben tot de gegevens waarop hun toegangsbevoegdheid betrekking heeft.

3.   Voor de toepassing van de leden 1 en 2 van dit artikel stelt eu-LISA een beveiligingsplan en een bedrijfscontinuïteits- en noodherstelplan vast om ervoor te zorgen dat het gecentraliseerde informatiesysteem in geval van onderbreking kan worden hersteld. eu-LISA voorziet in een werkregeling met het computercrisisresponsteam voor de instellingen, organen en instanties van de Unie dat is opgericht bij de overeenkomst tussen het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad van de Europese Unie, de Europese Commissie, het Hof van Justitie van de Europese Unie, de Europese Centrale Bank, de Europese Rekenkamer, de Europese Dienst voor extern optreden, het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Europees Comité van de Regio’s en de Europese Investeringsbank betreffende de organisatie en het functioneren van een computercrisisteam voor de instellingen, organen en instanties van de Unie (CERT-EU) (17). Bij het vaststellen van dat beveiligingsplan houdt eu-LISA rekening met de mogelijke aanbevelingen van de beveiligingsdeskundigen die aanwezig zijn in de in artikel 12 van deze verordening bedoelde adviesgroep.

4.   eu-LISA controleert de doeltreffendheid van alle in dit artikel beschreven maatregelen en neemt de nodige organisatorische maatregelen met betrekking tot de interne controle en het toezicht om ervoor te zorgen dat deze verordening wordt nageleefd.

Artikel 20

Aansprakelijkheid

1.   Wanneer een lidstaat, Eurojust, Europol, het EOM, OLAF of enig ander bevoegd orgaan of enige andere bevoegde instantie van de Unie schade toebrengt aan het samenwerkingsplatform voor GOT’s doordat zij hun verplichtingen uit hoofde van deze verordening niet zijn nagekomen, is die lidstaat, Eurojust, Europol, het EOM, OLAF of dat ander bevoegd orgaan of die andere bevoegde instantie van de Unie aansprakelijk voor dergelijke schade, tenzij en voor zover eu-LISA geen redelijke maatregelen neemt om het ontstaan van de schade te voorkomen of de gevolgen ervan tot een minimum te beperken.

2.   Op vorderingen tegen een lidstaat tot vergoeding van de in de lid 1 bedoelde schade is het recht van die lidstaat van toepassing. Op vorderingen tegen Eurojust, Europol, het EOM, OLAF of enig ander bevoegd orgaan of enige andere bevoegde instantie van de Unie tot vergoeding van dergelijke schade zijn de desbetreffende rechtshandelingen waarbij zij zijn opgericht van toepassing.

HOOFDSTUK V

GEGEVENSBESCHERMING

Artikel 21

Bewaringstermijn voor de opslag van operationele gegevens

1.   De operationele gegevens van elke GOT-samenwerkingsruimte worden in het gecentraliseerde informatiesysteem opgeslagen zo lang dat nodig is opdat alle betrokken gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s het proces van downloaden van die gegevens hebben kunnen afronden. De bewaringstermijn is maximaal vier weken vanaf de datum waarop die gegevens naar het samenwerkingsplatform voor GOT’s zijn geüpload.

2.   Zodra alle beoogde gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s het downloadproces hebben afgerond, of uiterlijk bij het verstrijken van de in lid 1 bedoelde bewaringstermijn, worden de gegevens automatisch en permanent uit het gecentraliseerde informatiesysteem gewist.

Artikel 22

Bewaringstermijn voor de opslag van niet-operationele gegevens

1.   Wanneer een evaluatie van een GOT is gepland, worden niet-operationele gegevens met betrekking tot elke GOT-samenwerkingsruimte in het gecentraliseerde informatiesysteem opgeslagen totdat de evaluatie van het desbetreffende GOT is voltooid. De bewaringstermijn is maximaal vijf jaar vanaf de datum waarop die gegevens in het samenwerkingsplatform voor GOT’s zijn ingevoerd.

2.   Indien wordt besloten geen evaluatie uit te voeren bij de afsluiting van een GOT of uiterlijk bij het verstrijken van de in lid 1 bedoelde bewaringstermijn, worden de gegevens automatisch uit het gecentraliseerde informatiesysteem gewist.

Artikel 23

Verwerkingsverantwoordelijke en verwerker

1.   Elke bevoegde nationale autoriteit van een lidstaat en, waar passend, Eurojust, Europol, het EOM, OLAF of enig ander bevoegd orgaan of enige andere bevoegde instantie van de Unie, wordt overeenkomstig de toepasselijke regels voor gegevensbescherming van de Unie als verwerkingsverantwoordelijke beschouwd met betrekking tot de verwerking van de operationele persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening.

2.   Wat betreft gegevens die door de bevoegde autoriteiten van derde landen of vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties naar het samenwerkingsplatform voor GOT’s worden geüpload, wordt een van de beheerders van de GOT-ruimte in de desbetreffende GOT-overeenkomst aangewezen als verwerkingsverantwoordelijke met betrekking tot de persoonsgegevens die via het samenwerkingsplatform voor GOT’s worden uitgewisseld en daarin worden opgeslagen.

Er worden geen gegevens van derde landen of internationale justitiële instanties geüpload voordat de verwerkingsverantwoordelijke is aangewezen.

3.   eu-LISA wordt beschouwd als een verwerker overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 wat betreft de via het samenwerkingsplatform voor GOT’s uitgewisselde en daarop opgeslagen persoonsgegevens.

4.   De gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s zijn gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken, in de zin van artikel 28 van Verordening (EU) 2018/1725, voor de verwerking van niet-operationele persoonsgegevens op het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

Artikel 24

Doel van de verwerking van persoonsgegevens

1.   De in het samenwerkingsplatform voor GOT’s ingevoerde gegevens worden uitsluitend verwerkt met het oog op:

a)

de uitwisseling van operationele gegevens tussen de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s ten behoeve waarvan het desbetreffende GOT werd ingesteld;

b)

de uitwisseling van niet-operationele gegevens tussen de gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s met het oog op het beheer van het desbetreffende GOT.

2.   De toegang tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s is beperkt tot naar behoren gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten en van derde landen, van Eurojust, van Europol, van het EOM, van OLAF en van andere bevoegde organen of instanties van de Unie, of vertegenwoordigers van internationale justitiële instanties, voor zover dat nodig is voor de uitvoering van hun taken overeenkomstig de in lid 1 genoemde doeleinden, en voor zover dat strikt noodzakelijk is voor en in verhouding staat tot de nagestreefde doelen.

Artikel 25

Technische logbestanden

1.   eu-LISA zorgt ervoor dat er een technisch logbestand wordt bijgehouden van elke toegang tot het gecentraliseerde informatiesysteem en van alle gegevensverwerkingsverrichtingen in dat systeem, overeenkomstig lid 2.

2.   In het technisch logbestand wordt het volgende vermeld:

a)

de datum, de tijdzone en het exacte tijdstip van de toegang tot het gecentraliseerde informatiesysteem;

b)

het identificatiemerk van iedere individuele gebruiker van het samenwerkingsplatform voor GOT’s die toegang heeft gehad tot het gecentraliseerde informatiesysteem;

c)

de datum, de tijdzone en het tijdstip van toegang van elke door iedere individuele gebruiker van het samenwerkingsplatform voor GOT’s uitgevoerde verrichting;

d)

de door iedere individuele gebruiker van het samenwerkingsplatform voor GOT’s uitgevoerde verrichting.

De technische logbestanden worden met passende technische maatregelen beschermd tegen wijziging en ongeoorloofde toegang. De technische logbestanden worden bewaard gedurende drie jaar of zoveel langer als nodig is voor de beëindiging van de lopende monitoringprocedures.

3.   Op verzoek stelt eu-LISA de technische logbestanden zonder onnodige vertraging ter beschikking van de bevoegde autoriteiten van de lidstaten die deelnamen aan een specifiek GOT.

4.   Binnen de grenzen van hun bevoegdheden en met het oog op de vervulling van hun taken hebben de nationale toezichthoudende autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor het toezicht op de rechtmatigheid van de gegevensverwerking op verzoek toegang tot de technische logbestanden.

5.   Binnen de grenzen van zijn bevoegdheden en met het oog op vervulling van zijn toezichttaken overeenkomstig Verordening (EU) 2018/1725 heeft de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming op verzoek toegang tot de technische logbestanden.

HOOFDSTUK VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel 26

Monitoring en evaluatie

1.   eu-LISA stelt procedures vast om de ontwikkeling van het samenwerkingsplatform voor GOT’s te monitoren met betrekking tot de doelstellingen op het gebied van planning en kosten, en om de werking van het samenwerkingsplatform voor GOT’s te monitoren met betrekking tot de doelstellingen op het gebied van technische resultaten, kosteneffectiviteit, bruikbaarheid, beveiliging en kwaliteit van de dienstverlening.

2.   De in lid 1 bedoelde procedures voorzien in de mogelijkheid om regelmatig technische statistieken op te stellen voor monitoringdoeleinden en dragen bij tot de algehele evaluatie van het samenwerkingsplatform voor GOT’s.

3.   Indien de kans bestaat op aanzienlijke vertragingen in het ontwikkelingsproces, stelt eu-LISA het Europees Parlement en de Raad zo spoedig mogelijk op de hoogte van de redenen van die vertraging, de gevolgen voor de tijdschema’s, de financiële consequenties en de stappen die het wil ondernemen om de situatie te verhelpen.

4.   Wanneer de ontwikkeling van het samenwerkingsplatform voor GOT’s is afgerond, dient eu-LISA bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin wordt uiteengezet hoe de doelstellingen, met name die welke betrekking hebben op de planning en kosten, zijn bereikt en eventuele afwijkingen worden gemotiveerd.

5.   In geval van een technische upgrade van het samenwerkingsplatform voor GOT’s die aanzienlijke kosten met zich mee zou kunnen brengen, stelt eu-LISA het Europees Parlement en de Raad daarvan in kennis alvorens tot de upgrade over te gaan.

6.   Uiterlijk twee jaar na de ingebruikneming van het samenwerkingsplatform voor GOT’s:

a)

dient eu-LISA bij de Commissie een verslag in over de technische werking van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, met inbegrip van de niet-gevoelige beveiligingsaspecten ervan en maakt het dat verslag openbaar;

b)

voert de Commissie op basis van het in punt a) bedoelde verslag een algemene evaluatie uit van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en legt ze een algemene-evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.

Elk jaar na de indiening van het in punt a) van de eerste alinea bedoelde verslag dient eu-LISA bij de Commissie een verslag in over de technische werking van het samenwerkingsplatform voor GOT’s, met inbegrip van de niet-gevoelige beveiligingsaspecten ervan en maakt het dat verslag openbaar.

Elke vier jaar na de voorlegging van het in punt b) van de eerste alinea bedoelde algemene-evaluatieverslag en op basis van de door eu-LISA overeenkomstig de tweede alinea ingediende verslagen, voert de Commissie een algemene evaluatie uit van het samenwerkingsplatform voor GOT’s en legt ze een algemene-evaluatieverslag voor aan het Europees Parlement en de Raad.

7.   Binnen 18 maanden na de datum van ingebruikneming van het samenwerkingsplatform voor GOT’s dient de Commissie, na raadpleging van Europol en de in artikel 12 bedoelde adviesgroep, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in waarin de noodzaak, haalbaarheid, geschiktheid en kosteneffectiviteit van een mogelijke koppeling tussen het samenwerkingsplatform voor GOT’s en Siena wordt beoordeeld. Dat verslag bevat ook voorwaarden, technische specificaties en procedures om een beveiligde en efficiënte verbinding te waarborgen. Waar passend, gaat dat verslag vergezeld van de nodige wetgevingsvoorstellen, die een bevoegdheidsverlening aan de Commissie kunnen bevatten om de technische specificaties van een dergelijke koppeling vast te stellen.

8.   De bevoegde autoriteiten van de lidstaten, Eurojust, Europol, het EOM, OLAF en andere bevoegde organen en instanties van de Unie verstrekken eu-LISA en de Commissie de informatie die nodig is om het in lid 4 van dit artikel bedoelde verslag en het in lid 6 van dit artikel bedoelde algemene-evaluatieverslag van de Commissie op te stellen. Zij verstrekken het secretariaat van het GOT-netwerk ook de informatie die nodig is om het in artikel 10, punt e), bedoelde jaarverslag op te stellen. De in de eerste en in de tweede zin van dit lid bedoelde informatie mag de werkmethoden niet in gevaar brengen noch informatie bevatten waardoor bronnen, namen van personeelsleden of onderzoeken worden onthuld.

9.   eu-LISA verstrekt de Commissie de informatie die nodig is om de in lid 6 bedoelde algemene evaluatie te kunnen uitvoeren.

Artikel 27

Kosten

De kosten in verband met de oprichting en werking van het samenwerkingsplatform voor GOT’s komen ten laste van de algemene begroting van de Unie.

Artikel 28

Ingebruikneming

1.   De Commissie stelt de datum van ingebruikneming van het samenwerkingsplatform voor GOT’s vast, nadat zij zich ervan heeft vergewist dat aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a)

de in artikel 6, punten a) tot en met g), bedoelde uitvoeringshandelingen zijn vastgesteld;

b)

eu-LISA heeft, met betrokkenheid van de lidstaten, het samenwerkingsplatform voor GOT’s met succes uitgebreid getest aan de hand van anonieme testgegevens.

Die datum mag in geen geval later zijn dan 7 december 2025.

2.   Wanneer de Commissie de datum van ingebruikneming van het samenwerkingsplatform voor GOT’s overeenkomstig lid 1 heeft vastgesteld, deelt zij die datum mee aan de lidstaten, Eurojust, Europol, het EOM en OLAF. De Commissie brengt ook het Europees Parlement op de hoogte.

3.   Het in lid 1 bedoelde besluit van de Commissie tot vaststelling van de datum van ingebruikneming van het samenwerkingsplatform voor GOT’s wordt bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

4.   De gebruikers van het samenwerkingsplatform voor GOT’s nemen het samenwerkingsplatform voor GOT’s in gebruik met ingang van de door de Commissie overeenkomstig lid 1 vastgestelde datum van ingebruikneming.

Artikel 29

Comitéprocedure

1.   De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2.   Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3.   Indien door het comité geen advies wordt uitgebracht, neemt de Commissie de ontwerpuitvoeringshandeling niet aan en is artikel 5, lid 4, derde alinea, van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 30

Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1726

Verordening (EU) 2018/1726 wordt als volgt gewijzigd:

1)

In artikel 1 wordt het volgende lid ingevoegd:

“4 ter.   Het Agentschap is verantwoordelijk voor de ontwikkeling en het operationele beheer, met inbegrip van technische ontwikkelingen, van het samenwerkingsplatform voor gemeenschappelijke onderzoeksteams (“het samenwerkingsplatform voor GOT’s”).”

.

2)

Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 8 quater

Taken in verband met het samenwerkingsplatform voor GOT’s

Het Agentschap verricht met betrekking tot het samenwerkingsplatform voor GOT’s:

a)

de taken die bij Verordening (EU) 2023/969 van het Europees Parlement en de Raad (*1) aan het Agentschap zijn opgedragen;

b)

taken in verband met opleiding in het technische gebruik van het samenwerkingsplatform voor GOT’s voor het secretariaat van het GOT-netwerk, met inbegrip van het verstrekken van opleidingsmateriaal.

(*1)  Verordening (EU) 2023/969 van het Europees Parlement en de Raad van 10 mei 2023 tot oprichting van een samenwerkingsplatform ter ondersteuning van de werking van gemeenschappelijke onderzoeksteams en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1726 (PB L 132 van 17.5.2023, blz. 1).”."

3)

In artikel 14 wordt lid 1 vervangen door:

“1.   Het Agentschap volgt de ontwikkelingen op onderzoeksgebied die van belang zijn voor het operationeel beheer van SIS II, het VIS, Eurodac, het EES, het Etias, DubliNet, Ecris-TCN, het e-Codex-systeem, het samenwerkingsplatform voor GOT’s en andere grootschalige IT-systemen als bedoeld in artikel 1, lid 5.”

.

4)

Aan artikel 19, lid 1, punt f septies), wordt het volgende punt toegevoegd:

“viii)

het samenwerkingsplatform voor GOT’s op grond van artikel 26, lid 6, van Verordening (EU) 2023/969;”.

5)

In artikel 27, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

“d quinquies)

de adviesgroep voor het samenwerkingsplatform voor GOT’s;”.

Artikel 31

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Straatsburg, 10 mei 2023.

Voor het Europees Parlement

De voorzitter

R. METSOLA

Voor de Raad

De voorzitter

J. ROSWALL


(1)  Standpunt van het Europees Parlement van 30 maart 2023 (nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad) en besluit van de Raad van 24 april 2023.

(2)  PB C 197 van 12.7.2000, blz. 3.

(3)  Kaderbesluit 2002/465/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 inzake gemeenschappelijke onderzoeksteams (PB L 162 van 20.6.2002, blz. 1).

(4)  ETS nr. 182.

(5)  PB L 181 van 19.7.2003, blz. 34.

(6)  Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 138).

(7)  Verordening (EU) 2022/838 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2022 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1727, wat betreft het bij Eurojust bewaren, analyseren en opslaan van bewijsmateriaal in verband met genocide, misdaden tegen de menselijkheid, oorlogsmisdaden en daarmee verband houdende strafbare feiten (PB L 148 van 31.5.2022, blz. 1).

(8)  Verordening (EU) 2016/794 van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2016 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol) en tot vervanging en intrekking van de Besluiten 2009/371/JBZ, 2009/934/JBZ, 2009/935/JBZ, 2009/936/JBZ en 2009/968/JBZ van de Raad (PB L 135 van 24.5.2016, blz. 53).

(9)  Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99).

(10)  Richtlijn (EU) 2016/680 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Kaderbesluit 2008/977/JBZ van de Raad (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89).

(11)  Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).

(12)  Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).

(13)  Besluit 1999/352/EG, EGKS, Euratom van de Commissie van 28 april 1999 houdende oprichting van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (PB L 136 van 31.5.1999, blz. 20).

(14)  Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).

(15)  PB L 56 van 4.3.1968, blz. 1.

(16)  Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1).

(17)  PB C 12 van 13.1.2018, blz. 1.


Top